Skip to main content

Full text of "De goddelycke voorsienigheydt uytgebeeldt in Joseph onder-coninck van Egypten : verciert met sinne-beelden ende sede-leeringen"

See other formats


hs^ 


-^^^z^^? 


<.m 


7^  V#^-" 


»W»     «I      -»■»■■ 


J^> 


i-iif 


:'  .;\'ïfc'"4A_~^. . 


m 


^-^^'■/"4"      i 


,,jïilJwTüi;..^ 


xSSI;^ 


.ji;.;  ,    X  I.  I 


•I 


J 


\/y['^-^Y'AA 


DE    GODDELYCKE 
VOORSIENIGHEYDT. 

UYTGEBEELDT 

IN 

OSEPH 

ONDER-CONINCK 

VAN    EGYPTEN, 

VERCIERT 

Met  Sinne-bcelden  ende  SedeJeeringen 
DOOR 

F.  Franciscus     Nerrincq 
Priefter  der  Societeyt  Jesu. 

•t     ANTWERPEN 

By    Ignatius    Leyssens 

Bocck-vercooper    op   de  Jcfuite  pleyn 
in   S.  JosEPH. 

MDCCX. 


Met     Gratie     ende     Privilegie, 


AEN  DEN  SEER  EERW .  HEER  , 

M  YN   HEER 

ARNOLDUS  VERMEULEN 

OPPER-PASTOR 

VAN  HET  GROOT  ENDE  VERMAERT 

BEGGYN-HOF  VAN  MECHELEN. 


%^'ij^i^ö  Et  was  hier  voortycits  ende  noch  heden  de  gewoon- 
te, dat  de  treffelycke  Perfoonen  om  haer  cloecke 
ende  weerdighedaedcn  tot  ondcrfcheydt  van  haeren 
(lam,  ende  tot  den  lof  ende  eere  van  haer  e^tflachte 


ceiic  wapen  creghen  van  dcnConinck  .  Hetgefchiedtoock  fom- 

wylen 


vy-Ien,  dacterSommi2;e hebben  ecnegelyckenifTeoftceen  deel  van 
dé  wapen  van  icman  die  anders,  oock  om  treffclyckewerckcn:  Dit  is 
dan  ickmcrcke inde  wapen  van  u'^'eEcrweerdigheydc,  de  welckc 
"iet  heeft  van  de  wapen  van  de,  lladt  van  Mechclen ,  ofie  van  de 
Hceren  van  MechcLn,  de  Weke.  .hun  (chryven  . 
Bep.thout   VAN   Mechelen  . 

Den  grondt  defer  wapenen  fyn  eenighe  recht-llacnde  ftaec- 
ken,  gclyck  U.  L.  oock  in  iyne  wapen  dracght,  doordewclc- 
ke  men  verbeeldt  eene  lof-baere  vaftigheydt  van  manieren  eiide 
deu2;hden .  "  - 

Df  wapenen  vanU.  L.  Eerwerdighèydts  voor- ouders,  die  van 
die  gloriciile  wapen  een  deel  mede-gedeclt  hebben,  llreckt  ion- 
der twyfel  tot  lof  ende  eere  van  delelveU.  L.  voor-ouders,  en- 
de  oock  tot  eere  ende  lof  vnn  U. L.  Eerweerdighcydt,  temeer 
om  dat  fy  oock  door  haereeyghene  trelïelyckedeughden,  ende 
wetenfchappen  de  felve  wapen  vereert  ende  verdient  heef  t  j  ge- 
lyck  het  heeft  beginnen  te  blycken  in  de  univeriiteyt  van 
Loven  5  aldaer  onder  alle  de  Philolophen  crygende  de  tweede 
plaetfe,  als  wanneer  oock  veele  oordeelden,  dat  uwe  Eerwer- 
di<^hcydt  de  eerlle  plaetfe  alsdan  weerdigh  wierdc  gehouden. 

Dies  volgens  wierdt  daernaer  vervoordert  tot  verfcheyde  weer- 
dighe  ampten : 

Eerft  te  S.  Pieters  Ronfen .  • 

Daernaer  te  Marie  Horenbeeck . 

Oock  te  Mechelen  ,  ende  te  Steynockerzeel  ende  ten  leden 
tot  het  beftieren  van  het  groot  ende  vermaert  Beggynhof,  al- 
daer e;cllclt  van  den  hooghwcerdighllcn  Ardcs-Biflchop  van 
Mechclen  tot  opper-Paftoor  j  wclck  ampt  U.  L.  Eerweerdigh- 
cydt nu  boven  de  vyf-en-twintighjaeren  welbcdienthebt,  trach- 
tende alle  de  Godtioeckendefielen  te  vervoorderen  in  dendienfl 
van  Godc  ,  cndc  van  fyne  fiyvere  moeder  Maria,  door  foo  veele 

deugh - 


deughdelycke  vcrmaeniiighcn  ende  ondcrwyflnghcn ,  getrockcn 
uyc  vedchcyde  gedlelycke  boeckcn,  die  den  lefer  verlichten  , 
om  de  andere  daer  van  mede  te  dcelen.  Om  het  welck  ick  mee 
reden  magh  icgghen ,  dat  uwe  Eerwecrdjgheydts  wapen  neffens 
de  itaecken  verciert  fynde  oock  met  eene  claerbhnckcnde  iter- 
re  ende  dry  onltekendc  torlcn  ofte  fackels  voltrocken  is  tot 
een  teccken  U.  L.  EerweerdiL^'ieydts  iever^  met  de  welcke  dien 
(al  blyven  branden  tot  lof  des  Heeren  ende  van  U.  L.  Eerweer- 
digheydts  geflachte,  om  de  ondervyimge  ende  leeringhe  van 
{oo  veele  godtvrachtige  fielen ,  die  U.  L.  getracht  hebt  te  ont- 
fteken  in  de  liefde  Godts  ende  daeroni  (al  uwe  Herwecrdig- 
lieydt  by  Godt  alrydt  blincken.  Nacr  het  (eggen  van  defi  H. 
Geeil  by  den  Prophcta  Damel. 

Fulgehimt ,  qui  adiuflitiam  erudiimtmuïtosquaft  Jlellce  in  perpetuas 
éBtervitates .  Dan.  1 1.  Dat  is:  Dieder  veele  ter  rechtveerdig- 
heydc  (uilen  leeren,  fulien  blincken  gelyck  fterren  ia  de  eeu- 
■wighe  ecuwighedcn. 

Alle  de(e  voordcelen  hebben  my  verweckt,  om  de(en  my- 
nen  boeck  aen  uwe  Eervecrdigheydt  op  te  draeghen  ,  ende  dien 
te  ilellen  onder  fyne  befcherminge  tcghcn  alle  oplpracck 
ende  beletfeif,  op  dat  hy  met  meerdere  rufte  dienllic^h  mao;h 
wefen  aen  veele  ,  oock  onder  andere  aen  uwc  ecrweerdif^heydts 
heylige  ende  groote  gemeente  van  (bo  menighe  Godt(-minnen- 
de  iideii  van  dé  Beggynkens,  niet  anders  (oeckende  alshaeren 
hcmelfchen  Bruyd^gom  JhSUS  ende  fyne  H.  Moeder  te  bchae- 
ghen  ende  naer  te  volghen  haeren  fuyveren  Patroon  den  H . 
Alcxiüs,  ende  hacre  vercoren  PatrooncnTe  de  H  Maghet  Ca- 
tharina. 

Gelieh  din  in  danck  te  nemen  dcfc  myne  opdracht ,  cndo. 
door  uwe  goedertierentheydtde  fclue  te  vervoorderen  ter  eeren 
Godts  ende  van  fyne  Heylige  Moeder,  de  welcke  ick  fal    bid- 
den 


den  ,  dat  Cy  U.  L.  Eerveerdigheydt'  etide  alle  de  ficlen  van  u- 
we  bcftieringe  willen  vervullen  met  hemellche  benedidicn  , 
ende  ten  leften  gcruftelyck  Icydcn  tot  het  ecuwigh  leven ,  Scx^ 
venft  den  onderfchreven 


SEER  l  EERWEERDIGH  HEER 


VWE    EERWIERDIGHEYTl 


Ootmoedighen  dienaer 

FRANCISCUS  NERRINCQ. 

VAN     DE     SOCIETEYT     JESU, 


DE  GOD- 


DE   GODDELYCKE 
VOORSIENIGHEYDT 

UYTGEBEELDT 
IN 

J  O  S  E  P  H 

ONDERKONINCK 

VAN  ^GYPTEN, 

Verciert  mee  Sinne-beelden  ends  Sede-leeringen. 

VOOK-KEVUN 

Van  de  Goddelycke  Voorfienigheydt  , 
die  alles  beftiert. 

a 

Ck    en    ii/il    hier    niet    veel  fpreken    van    de    FhilGfophen  ""'*  Prouge. 

"  Protagoras  en  Diagoras  met    hunne  luttele  naervölgers  ,  J^^^J^*',  ^''" 

van  de  welke  den   eerflen  fejde  ^  niet  te  hljcken  ^  darter  es-  CAvit,  v  pc- 

i^^s^  nen  Godt  was  ;  h  Diagoi'as  ejuam  voor  der  ,  feggende  ,  dat-  fteADiagcns, 

ter  geeiicn  Godt  en  was  ,   en  daerom  ivierdt  hy  genoernt   Atheos  ,   het  5"'  ^^■■'"T'r  • 

welk  te  feggen  it ^  eenen  Icochenaer  van  Godt;    en  noch  heden ^  die  feg-  jj^    Or'^in 

ghen^  datt3r  geenen  God.t  en  is  ^  worden  genoer.u  Atheiften .  errorU   Lac- 

Defe  twee  met  alle  himne  aenhangers  wierden    t/jtge/pot  van  die  van  tantiusFinui- 

Athcncn,!?/;  hunne  boechen oock  verbrandt ^  ojn d.at d.efe leirinie  (ireedt  te-  "'■'"'^^•^'''/'•^ • 
;  ;  !i         j  ,       j  c       r  1        Jwem/.  I.  de 

gen  het ge?neyn gevoelen  Van  alle  andere  geleerde  mannen,  boo Jpreeckter  ir,ic,tti.  g. 

van  Laftantius  Firminianus  /.  i  .  de  ira.  €af.  p.  c 

Ben  Phtlofoph  <:  Himerius  ïf'.ï/  verwondert,  dat  Epiciirus,  die  oock  Himcnus  /» 
feyde^  datter  geene  goden  en  ivaeren  ^  vanden  hernel  met  gefiraft  emvierdt  iu,,:t,ntr.i'Z- 
fffet  den  blixern .  Voorts  andere  waercnder,  (e  weten  Deojocritus  Hera-  picmuai. 

A  '  clitus, 


a       a  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

tor  c?* /To-p;- clitus  ,  Empedoclcs,  met  hunne  naervolgcrs  .^  dewehke^  al  is'' t  dat  ff 
fer  omnium,  jyckendra^  datter  eenenGodt  ti-'.is^  die  alles  hadde  gefchapen  .^  feyden  ?ioch' 
Trifinegi  us,  ^^^^^  ^  ^^^  ^^  ,^-^^  njoorjtchtig  oft  niet  voorjienig  en  was ,  ende  geen  de  minfie 
Eft  magam  in  fii'ge  en  droeg  van  de  ditigen  defer  wereldt  j  maer  dat  alles  gefchtede  ujt 
{£lo  'Jufiter,de  cracht  van  de  nature,  te  iveien  door  eene  natureljke  famenvoeginge  van. 
qiiii'^If '"','''  Jcerkens,  die  in  het  griex  Atpm'ï  genoemt  worden  ^  gevende  defe  reden  y 
"""'i'  Sopho-  '^'^^  het  foade  mifiaen  aen  de  verheven  Ma)eflejtGodts ,  oj>  alle  dingen  de- 
clest  EUi^rii.  fir  wereldt  in  het  bepmder  te  letten  ,  Aiaer  dit  waeren  al  leeringen  van 
c  bertnecktge  en  veerkcerde  herfettcn  ,  de  weclke  van  de  andere  heydenfche 

Quovtodoji^rt  pfjUgrgpiygfj  verftooten  tuierden .  endeteaen  de  welcke  fy  eenramelykttytvielen 

poteCr,at  De-  ^    ,        r-  i         i        i  "^  ■'/■>  7/ 

»«/ii  arutye-  ^^t  vervloeckinge  hunder  leeringen . 

ro  ;>(/»/?  /  ^-  Meefl  alle  de  geleerde  mannen ,  als  t  Trifmegidus ,  b  Sophocles  ,  c  Ci- 
nimeftDew,  cei'o,  ?net  ontallyke andere  bekenden  de  voorficnighcydt  Godts ^  feggcnds 
a^et  '^_"i  .^  dat  Godt,  die  de  wereldt  gemaeckt  hadde  ,  voor  alle  dingen  der  felveoock 
"' prs'uri-  forghe droeg  ende  aenlejde tot  het  eynde  .   Hoort  Trifinegiftus  dien  vermier-^ 


env 


KI  mundi  ai-  den  Sophifi  eerft  fpreken  .'  Godt^fegt  hj  j  is  fchepper  envoorjïendervan  al, 

minijlratio- .  Sophoclcs  fpreekt  aldns:  in  den  hemel  is  den  opperlJen  Godt  Tupitcr, 

ut  ?    Cicero  ,.        ^,,       .    r  ^         f     J             /    /'                                       ■''^                          J    f         i 

j  die  alles  tnjiet  ,  gebiedt   eti  Uejtiert . 

Quji  potcj}  Den  geleerden  en  wslfprekendenc  Cicevofegt,  dat  hetgeenjins  tegeloove 
tjjc  tam.ifer-  ^^  ^j ^  ^^f  Qgdt  niet  het  min[le  doen  enfovide  Jigh  geenjms  bemoejende  met 
tmn,tiimq.i  de  dingen  deT^erwereldt .  l^el  hoe  ,  Teqht  hy  ^  falder  eenenGodt  %vefen  ~  die 
cam  ocidos  iii  Jigh  nergens  mede en'bernoejt ?  Ijforeenen  Godt,  hjfal  Jigb immers bejighow 
cilumfrfi^l^-  den  met  iet  treffeljckz.;en  wat  ijfer  trejfelycher  als  de  bejïicringc  des  wercldts? 
rifO'ciiiifrut^  ^gf  P^lJg  ^y,j-,  zveerdt  fjny  hier  noch  te  hoor  en  de  fchooneivoordenvari 
Uihlyerii  \  <{  Miiiutiüs  Fclix ,  eenen  hejdenfchen  fchrjver  :  wat  cander ,  fcght  hj ,  foo 
q»amej]ea.li-  oVenbaer  ,  en  foo  claerhlyckelyck  ■wez.en?  foo  gy  d.en  henzcl ,  en  dat  onder 
qiiod ^numen  ^.^  rondtfom  den  hemel  is  ,   maer  en  ftdt  doorjïen  hebben  ,   als  te  kennen, 

fr^sfiatijj''"  ddtter  moet  weCen  eene  verheven  ende  ^oduiehcke  macht ,  die  heel  de  nature 
mcntiiiq'!""  Il/-,/  -^  I    a 

mnii  nituTJ.  doet  leven  ,  die  de  Jelve  beweegt ,  voeyt ,.  en  bejtiert .- 

inj]>iretur  »  JV"»  aen^aende  de  Chr ijlene  fchryvers :  Jy  [eggen  een^acrelyck  ,  dat  men 

moycitar  at-  ^^^n  jj^.,^^-_,  g^^  qelooven  ,  dat  Godt  voorjtenizh  is,,  forqe  drae^ende 

/<♦,■.   Minuti-  -voor  alles,  dat  hj  gefckaefen  heep, 

us  FeUx  .  Voor  eerft  eLactantius  Firminianus  eenen  ouden  Catholjckcn Schryver .' 

^  zi^at  tjfer  foo  weerd.ig,  feght  hj ,  en  foo  eygen  aen  Godt  als  de  Voorfienig- 

^id  t.intdf  Up..Atp    rf.^g  ^y  ^.j  pjüde  ceene-n  Godt  fyn,  als  hy  ner(rens  voor  forqhe  en 

<!n.x:n,tapro-  ''^/     '■       J  J  /  r      ■    i       j     i  -^ 1 1  J  jij  i 

fr'rim  Deo  ,  foüde  draegen,  ende  voorfemgheyat  hebben;  en  de godtheydt  en  can  hem 
c^tiAin  Proyi    anders  niet  toe^reeygent'  worden ,  want  men  het  een  fonder  het  ander  niet 

iT'^ ''''"!,'  ^^   ^-^^   begryfen'. 

hl'Zo'jdè't',        Den  f  ld'.  Auguftinus  fegt,   dat  het  een  ttytjinnigheydt  foude  zvefen, 

ttmifit  omncm  te  bekennen,  datter  eenen  Godt  is  ,   ende  te  fegghe-n ,  dat  hynietvoor- 

diyiuitiiiftn  ,  pf;„iij  en  is,  leer.e  kenn:jfc  hebbende-  van  de  toekomende  dingen,   daer 

altcrf.m  Olim  ^  p^   i  ,    ;..  ,„„„■„  J-, 

fneyuuocir.  "^'oorgeene  frghe  d.aege,d,'. 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  'J 

Den  oH.  Ambrofius  leght  het  aldus  wat  breedcr  uj/t:  Het  fortde 
fchandcljck  fjn  ^  jae  onredehck  te  feggen^  dat  Godt  ^  die  men  ^i'eet  alle  non petejt- nee 
dingen  gefchapen  te  hebben  ^  "Voor  de  felve  niet  en  finde  beforght  fyn  ^  en  '?[''. ".S'-^^' 
die  ver  onacht faemen ,  en  op  haer  felven  laeten  j  en  aldiu  fy,T  fctoepfcls ,  ge- ,  c_  g.  cj- 1 . .  f 
lyck  een  fchip  fonder  7~eyl  en  jiierman  op  de  ivoefle  en  ongerujle  z.ee  lae-  Confiten  De- 
ten  fwieren  ,  en  door  de  draeyende  winden  en  tempeefien  hier  en  daer  ""'  ^  negAtè 
gedreven  te  worden^  en dacrnaer  ergens  van  de  rotfen  en  z.ec-clip2en  in  fJ*/^^^,„(^^ 
fiakken  gebroken  ten  leflen  ellendelyck  te  vergaen .  Eenen  Jiierman  en  laet  «/df/f.S.Au, 
fyn  fchiP  niet  vaeren  op  haer  eygen  felven ,  maer  is  forghvtddigh ,  om  het  guftiaus  . 
felve  wel  te  beflieren  tegen  alle  ongevallen ,  en  van  alle  peryckelen  te  be-  *  , 

u^aeren .  dijf^Hm   "f, 

Salvianus  ende  den  h  H.  "Dimz^ccViUS  gebnr/cken  de  fslve  gelyckenijfe .  duere.  Deunt 
Hoort  maer  de  woorden  van  den  H.  Damafccnus :  Is'' t  dat  een  fchip  ^  qtudtmomni' 
feght  hy  Jondsr  jlterr/ian  niet  en  kan  beflaen  ,  maer  haeji  komt  te  verjin-  „Jum  auift. 
ken  ende  te  vergaen^  ende  eencleyn  huys fonder  beforgher  ^  hoe  foude  de  we-  dt,nuüamha- 
reldt  foo  lanck  konnen  in  fiandt  bljven  ,  fonder  de  forghe  ofte  voofïenig'  ierecitra,ye' 
heydt  Godts  ?  om  dit  alles  vafl  te  flellen  hoorter  maer  van  fpreken  de  god-  "''  ^^  ""* 
delyke  wyfheydt ,  ofte  den  Sone  Godts  ,  d.e  wypjcydt  fyns  Vaders ,  die  niet  lernatcre  de- 
faelen  en  can .  O  Vader  ^  feght  hj  ^ '  mue  voorjienighejdt  befiiert  van  het  flitatamacó- 
henlnnfel  alle  dmrren  .  {''"""  ''•"•''* 

compelli ,  fco- 
fulifq;  CT*  rufilus  aïïifatn  ccnfing'i .  S.  Ambrofius.  /.  I.  cffic,  c,  14,  b  Si  »4t«  fine  ^uter- 
natore  non  potefl  fubf.ftere  ,  V  mox  fubmerg.ttiir  C  modrct  domus  fine  frorifcre ,  taundus  quomcdo 
coj'./f.it  t.mto  tempor^  fine  glor:ofa  quadam  V  admiralili  Dei  frofidentia  ?  S  .  Datnafcenus  in  I  ijleria 
BarLum  cap.iy  .     c  Tu:i  Patir  ProytdeatiA  omni.i  giiberuAt ,    Sap,  l^.  y.  3. 

Voorwaer  dcTc  goddelycke  Voorftenigheydt  foude  men  coniicn  vcr- 
gclyckcn  met  de  Son,  die  alles  verlicht  enbeftraeltj  foo  dat  men  met 
recht  de  fonne  foude  moghen  noemen  een  waerachtigh  Sinne-beeldt 
van  de  Voorficnigheydt  Godts  ,  daer  by  iïellendc  htt  volghende 
Sclirift  ofte  Devies  op  alle  beyde  paCende  - 


lïr. 


f 


A    2 


^4  DE    GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 


Sy  doet  bloeyenlj 
Ende    groejen . 

Het  Sinnebeeldt  wordt  uytgeleydt  ^ 

Aetijtet  die  wonder  Son  ,  dat  groot  vjerck  i'an  Godts   handen  ^ 
Die  d'  aerde  foo  verlicht  ,    of  alles  tnoefi  gaen   branden  y 
Doch  niet;  de  fon  maer  dient. tot  alle  fche^Cels  goedff 
Het  is  de   helder  fun^  die  alles  leven  doet. 
Dat  eerjl  was  in  den  dr  nek  ^  en  fcheen  Jlch  te    begeven  y 
Wel  haefi  door  't  fonnelicht  wêrom  begint  te  leven; 
De  fon  op  alle  flaets''  by  dagheti  en   bj  nacht 
In  alle  fckepfels  werckt  met  haer  verholen  cracht. 
Men  fiet  op  fynen  tjdt  de  teete  cryy ekens  groeyen^ 
Door  V  crachtigh  fonnelicht ,  de  boomen  weder  bloeyet! 
Geheel    de  luereldt  rondt.     Al  wr.sr  de  fonne  fht'icrt , 
j^lfk   fihepfel    naer  fyn  flsrdi  recht  tot    (yn   eynde  fliert. 


UYTGEBEELDT    IN  JOSEPH.  ; 

^ae  onder  ef  aerde  felf  door  d'  ingcdrongheit  flraclen 
Tot  in  het    die^jle  toe ,    weet  fj   daer  m  te  d.ielen  j 

Al  waer  van  enckel  fiof ,   van  fandt  ,    en  van  het  fljck 
De   aerd'  haer  luyfter  cryght  ^    en  maecit  de  wercldt  ryck  . 
Het  Jilver  en  het  gof.dt  met  andere  jnetaelen 
X>e  fonne  groejen  doet  met  enckel  cracht  der  Jlraelen . 
Met  is  het  fonnelicht  ,    waer  door  elck  fchejifel  leeft  ^ 
IVaer  door  aen  al  de  aerd'  en  jeugt  en  groeyen  geeft . 
Codts  oogh   oock    al  hefliert :  weet  alles  /■'  onderjchcyden , 
£lck  fcbe^fel  tot  fjn  befl ,  en  tot  Jjn  ejndt  te  lejden ; 
Jae  niet  het   min  f  gefchiet   op  etnigh  jlaets''   of-  tydt^ 
Of  gy   voorjïenig  Codt  daer   van  bef  ter  der  fjt . 
iVilt  gy  tmfinnigh  menfch  of''t   enckel  lot    betroufiven ^ 
Cy  tl  bedriegen  fult ,  en  'f  fal  «  haefl  beron-wen . 

Kan  Godt  het  alles  hangbt  ^  ^tis  Godt^  die ''t  al   bejliert^ 
En  dat  op  d^  aerde  leeft ,  en  door   den  hemel  fn'iert . 
Codt  weet  het   wereldts  cjf/aedt^  en  daer   »yt  goedt  te  treckeHm 
JDtis  moet  een  Chrtflen  menfch  tot  Godt  Jich  opwaers  trecken . 
£n  in  verlaetenthejdt  ^   tn  fleckten^   dritck  en  Pyn^ 
Dm  fal  hl  naer  Godts  wil  altydt  in    rufle  fyn . 
Siet  Job  foo  wyt  vermaert  ^  een  fpteghel  voor  de  menfchen 
Van   voorfpoedt   en  van  deugdt ,  vernoeght  in  al  fyn  wenfchen  '. 
Eerfi  die  als  eenen  Prins  heel  op  het  hooghfe  Jhndt , 
■Die  moefl  naer  Godts   beleydt  haeflt  liggen  in  den  grondt . 
DsiS    wilde  Godt  fyn  vriendt    een  meerder  feghen  geven: 
Eerft-  wierdt  hy  neergedruckt ^   daer  naer  te  meer  verheven, 
Siet  echter   diën    rnan   in    al  fyn    ongheval  ^ 
Stondt  vafi    en  onberoert  in  Godt  ,    de  rufi  van    al . 
Dit  vremt  en  diep  geheym  -  van  Godts  verholen  wercken  ; 
En  van  fyn  foet  beleydt ,   fal  ick  in  Jofeph   mereken : 
^    Godt  liet  hem-  in  den  drnck    voor  allen  menfch  ten  toon. 
Om  hem  op  fynen  tydt  te  brenghen  op  den  throon . 

IN  defer  voeghen  met  vervolghingén  en  tegcnfpoedt  heeft  Godt 
gchandelt  met  Jofeph ,  den  wekken  hy  daer  nricr  door  den  Co- 
ninck  Pharao  liet  ftelien  onder-Coninck  van  heel  t/Egypten  >  den 
felven  daer  en  tuflchen  in  al  fyn  ongeval  vertroollende  ,  ende  voor 
hem  altydt  forghe  draegende,  het  welck  ick  in  defe  hillorie  breeder 
fal  trachten  te  betoonen : 

Godt  voorfien  hebbende  eenen  aldergrootllen  hongherby  gebreci; 
van  graenen  in  het  Ryck  van  ^yEgypten,  en  in  de  naeiHiggende  Pro- 
vinciën, aliOück  in't  verre  gelegen  landt  van  Ql^anaan  (  ;üwaer  Jac^b 

A  3  '" "  den 


6    DE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

den    vader  van  Jofeph  woonde  met  heel  fyn  huyPgeiin)  Godt  feggc 

ick ,  hadde  vaft  geltclt ,  defen  vricndt  Jacob  met  alle  lyne  kinderen 

in  fynen  hongers  qoodt  by  te  ftacn  door  fynen  fone  Jofeph ,  den  welc- 

ken  hy  daerom  door  veel  wondere  gevallen  ten  leilen  liet  komen  ia 

v^gjpten ,  om  aldaer  cooreu  en  graencn  te  bereyden  tegen  den  hon- 

ghers  noodt,  ende  daernaer fynen  ouden  vader  ende  broeders  te  hclr 

pen,  ende  te  voorfien   van  het  ghcne  fy  fouden  van  noode  hebben.' 

»  Den  Propheet «  David  fprccckter  van:  Godt,  feght  hy,  heeft  voor 

Mifit  Deu!  hen  lieden  eenen  man  gefonden ,  tot  eenen  knecht  is  Jofeph  vercocht 

^;^^  .;"  l;,^  geweeft. 

^■vZumdlms'  Den  geleerden  Cardinael  h  Bellarminm  leght  defe  woorden  aldus  wat 
efh^cfefh.  breeder  uyt:  Godt,  feght  hy  heeft  naer  Qy£gyfte?2  eenen  grooten  ofte 
/>ƒ  104. 6.17  trefFelyken  nian  gefonden,  te  weten  lofefh  ^  'den  wekken  fynen  vader 
Trimifit  De'.  ^'^^"^  oock  Israël  genoemt,  met  heel  fyn  huyfgefinvan  deu  honghcrs 
tis  in  Mgyf-  noodt  foude  verloflen . 

tiimt'irhma-  Doch  niemaudt  en  foude  oyt  geloovcn,  op  wat  cene  wondere  ma-* 
■foiTh  'ii'ü-  "'^''^  Godt  alles  uytgewerckt  heeft  ,  ten  waer  het  Itondtin  de  H , 
i^rlf-ctVb  L  Scrifture. 

fitne  Jfiacië  Godt  haddc  To/èph  te  voren  door  fyne  broeders  laeten  overvallen  met 
cum  omm  ft-  menige  groote  moeyelyckheden ,  en  vcrvolghingcn ,  de  welcke  ten 
MUnninu's .  liften  geitelt  hadden  hem  het  leven  te  benemen,  hem  daerom  vvor- 
pende  in  eene  diepe  cifterne,doch  daeruyt  verloll  fynde  doorGodts 
beftieringe  ,  wierdt  vercocht  aen  de  voor-by-gaende  Ifmaèlitefche 
cooplieden ,  om  naer  zy£gypten  geleydt  té  worden  ,  ahvaer  hy  opck 
ten  onrechten  gefmeten  wierdt  in  eenen  kercker,  waer  uyt  hy  oock 
door  Godts  beleydt  vcrloll  wierdt,  om  van  den  Coninck  Fhamo  ver- 
heven te  worden  tot  het  onder-Coninckfchap  van  heel  zy£gypten.  Soo 
handelt  Godt  feer  dickwils  met  fyne  lieflle  vrienden  tot  gevoelen  en 
verwondcringe  van  veele  menfchen  ,  om  dat  fy  fomtydts  niet  en 
dcncken,dat  hier  opdeaerde  niet  het  minlle  en  gefchiedt  Ibnder  de 
vaderlycke  en  fbetevoorfienigheydt  Godts. 

Defen  wonderlycken  handel  van  de  goddclycke  Voorjlenigheydt  can 
men  befonderlyck  bemercken  in  drye  manieren: 

Ten  eertien  dat  Godts  Voorjtenighejdt  haei'e  vrienden  foo  oeffent 
tot  hacre  fiele  faligheydt,  felfs  door  middelen  en  weghen,  die  heel 
onbcquacm ,  jae  contrarie  dacr  toe  fchynen  te  wefen  , 

Ten  tweeden ,  dat  de  felve  Foorjïenighejdt  Godts  in  alles  voortgaet 
niet  ftercktè  en  foetigheydt. 

Ten  derden,  dat  fy  altydt  onfeylbaer  is ,  en  ten  leftcn  fekerlyck 
geraeckt  tot  haer  voorgeltelt  evnde . 

Dit  falmen  in  de  dry  declcn"  van  dcfe  hiflorie  van  lo/èj' h  cohncii 
bemercken ,  maer  id\  l;il  ecrll  de  iuleydingc  u.icr  toe  hier  voorilcllcn . 

Jnlg- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  7 

INLEYDINGE  TOT  DE  HISTORIE. 

P^au  het  gejlachte  Ijan  lofeph  den  "^mdiohjlcn 
m  lief ^671  Jom  yan  lacob . 


i 


O 


Nder  aTle  de  hiftoricn  vnn-de  H.  Scrifture  en  fuk  gTiy  niet 
ccne  vinden  nacr  het  fcgghen  van  de  uytlegghers  en  van  dó 


HH.  Vaders  ,  die  foo  wonder  is  ,  als  de  hiltorie  van  lofeph 
onder-Coninckvan  £xyptc?7;  eenc  hiftoric,  dieacngenaemis,  curieus, 
ende  profytigji  ,  ende  vol  van  verfchcyde  dcughdcn ,  daer  den  haet 
cnde  liefde  tuflchen  fpeelt,  de  onderlinge  liefde  tuflchen  lacob  en  fy- 
nen  lieven  fone  lofèph,  maermeell  den  haet  ende  nydt  van  de  afgun- 
llige  broeders  teghen  hunnen  onnoofelen  broeder  Jofepb^  ende  oock 
de  liefde  van  lofeph  tot  fyne  plichtige  broeders . 

In  defe  hillorie  fiet  men  noch  befonderlyck  den  wonderen  en  foe- 
ten  handel  van  de  goddelycke  Voorfenighejdt .  Welcke  hiftorie  als 
fy  met  aendacht  wordt  gelefen ,  den  lefer  verfcheydelyek  ende  ten 
uyterften  beweeght  ,  felf  tot  teere  traenen.  a 

Dit  bekent  claerlyck  den  E.  P.  Bencdiétus  a  Femandiit-s  van  de  ^tiflor'utmu. 
Societeyt  Jesu,  in.  fyne  uytlegginge  van  het  Boeck  Genefis  ofte  {^„^  J""'"* 
fcheppinge  des  wereldts  in  het  derde  deel,  alwaer  hy  aldus  ipreeckt :  go,^'unll€r. 
novt  en  lefe  ick  de  hillorie  van  den  vercochten  lofeph,  of  de  traenen  rimcmihi  Li-> 
vallen  my  overvloedelyck  uyt  de  ooghen .  <.rym.tprorn. 

Om  defe  hiftorie  wel  te  vatten,  het  fal  de  moeyte  weerdt  wefcn,{j'|us',/^(^^"[ 
het  geflachte  van  lofeph  wel  te  verftaen.  To;n.  ^, 

Soo  dan  geljck  het  aen  een  ieder  wel  bekent  is  ,  dat  ICniic  dea 
fone  was  van  den  Patriarch  Abraha-m  ,  foo  moet  men  orck  weten, 
dat  Ifaac  uyt  ^e^iffc/ï  gewonnen  hadde  tweefonen  tweelinghen  te  we- 
ten Efm  ende  lacob . 

Voorts  Licob  den  jonghften  van  de  twee  v/ierdt  daer  naer  vader  van 
twclf  fonen ,  fes  voortsgebrocht  van  Lia ,  den  eerften  fone  Ruben ,  daer- 
nacr  Si?;icni^  Levi,  I:-:das ,  Ifachar  ende  Zabalon;  uyt  Rachel  de  fufter 
van  Lia  heeft  hy  gewonnen  fyne  twee  Icftc  fonen  Jofeph  ende  Benja- 
min ,  uyt  Zelpha  de  dienftmaeght  van  Lta  wacren  voordtgheBrochc 
Cad  en  Afer,  ende  uyt  Bala  de  dienllmaeght  van  Rachel,  creegh  hy 
Dan  ende  Nepthali. 

Defe  tv/elf  fonen  waercn  de  kinderen  van  lacob,  die  oock  genoemt 
worden  de  kinderen  van  Ifra'el ,  omdat  lacob  den  nacm  van  Jfael  van 
Godtoock  hadde  gecregcn.  En  van  defe  twelf  fonen  kom.cn  derwel-f 
geflachtcn  van  Ifrad,  van  de  wclckc  den  Propheet  J/ov/t'j- fecr  dick- 


wils 


g  DËGODDELYCKEVOORSIENIGHEYDT 

a         wils  fpreekt.  Maer  ick  hebbe  nu  maer  alleen  gefchickt  voor  te  flel- 
i rilTT  ^^"  tie  hiftoiie  van  lofeph  den  elfften  fone  van  lacob,  ccnen  fone  verxe 
fepi,  f,,;,er  c-  Dovcn  ailc  Ivnc  andere  broeders  van  fynen  vaaer  lacob  bemint  ,  ende 
mnesfiiiosfu-  dit  om  verfcheyde  redenen . 
üs,eo<i,,od.u,      ^  Moyfcs  geeft  eerft  defe  reden  :  Dat  lacob  hem  gcvv'onnen  Iiadde 

Sen.>,ireteim.  ''^  ^VnC    OUGC   daghen. 

Gen.ijy.^.  Men  fiet  gemeynelyck.  dat  dekinders  in  den  ouderdom  gewonnen 
.  b  van  de  ouders  boven  de  andere  bemint  worden,  miflchien  icghtPhi- 
7i:'n;r  'c6fiT-  [°  ^^''<^i^  ^'an  de  geleerfte  fchi-yvers  onder  de  Joden  ,  om  dat  de  be- 
y^turas  fa-  jacrdc  hun  keten  vooritaen  dat  fy  in  die  kinders  langher  fuUen  leven , 
trcm',  appre-  oft  gelyck  b  Cojetamu  noch  clacrder  uytleght,  om  dat  aldus  hun  gc- 
E«"^;/£  ^^^^^^  waerlchynelyck  langher  Cd  be\vaert  worden . 
rus  pofl  pa-  Sommige  HH,  Vaders  en  vcrmaerde  fchryvers  fcggen,  dat  lofe^rj 
trcm.  Cajet.  van  fynen  vader  Incob  boven  de  andere  bemint  wierdt  om  fyn  groot 

c  vcrftandt  en  om  fyn  gefchickte  manieren ,  oock  om  fyn  cloeck  ge- 
dam'Waul  ^^^^^^'^  ■  Maer  defe  en  fyn  al  maer  menfchelycke  en  naturelycke  redenen . 
f;;it,ciH£ado-  Ick  vinde  een  verhevender  reden  by  den  <■  H.  Chrypjhmns ,  icggcn- 
hfantem  v.o-  dc,  dat  lacob  fyncn  Ibne  Ijfef>h  boven  de  andere  meer  beminde  omfy- 
tj."^  "'^fj'f.'  ne  befonderedeugdtfxemheydt,  in  wiens  aenficht  men  mercktcmeer 
lamwZtem  ^^^  ccncn  menfchclyckcn  glans .  Soo  fpreeckt  by  ons  den  d  H.  Ara- 
amclk  prx-  broj^i'-s ,  feggende  dat  fyncn  vader  in  hem  verlag  claere  teeckcnen  van 
s"c^'if'y'  ^'^^^'^^^■^''"i^de  deugden  ,  van  godtsdienftighcydt  van  fuyverheydt  en 

2' "  '  roeer  andere,  om  de  v^•elcke  hem  lacob  boven  alle  de  andere  lief  hadde . 
Luol,  iiiKin  Voorts  tot  een  teecken  van  eene  bcfondere  lieKie  Licob  deJc \oor 
l<li!s  anuxhat,  lofeph  een  fchoon  rockxken  maecken  van  veel  couleuren  ,  de  welcke 
■""?'"' ^'^".'■•' te  famen  waeren  ais  een  voorbeeldt  van  fvne  verfcheyde  deugden , 
ftgnli  pr£i,i.  gclyck  wel  bemcrckt  den  gclceraea  Abt  «  RuBenia .  lacob  leght  ny, 
(.[c'c.u.\).\m-  heeft^hem  een  rockxcn  gemaeckt  ondcrfcheyden  ^'an  veelderhandc 
br.i/eiof.f. 2.  verwen,  om  de  menighte  der  deughden,  met  dc  v.-elcke  /«/c'^/j  ver- 
jFec/f^j/ï/a»- ciert  VT^as.  Ende  voorwaer  hy  ftack-uyt  in  deughden  tuflchen  alle 
"'"'"■  ^°J'  f/nc  andere  broeders,  die  wat  beter  ende  deuahdelycker  hadden mo- 
37-  T-  3«     ghen  ende  moeten  wefen;  fy  hadden  al  genoegh  getoont  hoedanig ly 

e  waeren,  gelyck  het  dacr  naer  gebleken  beeft  ;  hun  leven  en  quam 
Fctttiinrcam  geenfins  overeen  met  het  H.  leven  van  lufefh.  /o,^^ /^  was  als  eenuyt- 
■varuL'tTd!-  it'ckgide  fon  tuflchen  de  andere  planeten  ende  fterren.  Hy  v.'as  als 
ftind.r.it  ei  ecnen  welrieckenden  ƒ  laurierboom  ,  verre  te  boven  gaende  alle  dc 
•»/>ƒ.•>»»  '««'- boomcn  van  de  boflciicn-,  als  eenen  alder-cofcclyckften  fteen,  den 
Ru^'eitus"'  *  V-'elcken  denRinck.,  dacr  hy  is  ingeftek,  verre  overtreft,  gelyck  cc^ 

f  ^'      nen  wj-fen  fchry  ver  daernaergefeydt  heeft  van  ecnen  anderen  heylighen.' 
(^antu  /,<».      Het  is  fekcr,  dat  ecnen  collclycken  Itecn  Iircckt  tot  vercicrfel  van 
na  'Il  jiivis  eenen  sou  Jen  rinck,  endatdenitcendickvvilsden  riackte  boven  gaet. 
naincitum  ,    ^^~''  hcclejttijtic::!  gccit  hcrg^nocgh  te  kennen  i.-ggendej  dat  cenen 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 

carbonckel   ftecn  tot    vcrcierfel   is   van    het  goudt .     Gentmula    car- 
bunculi    w   ornamento   attri .     Eccli .    t^z   v  .    7  . 

Een  clcyn  dicht  fïil  ons  dele  gcIyckcnifTc  acngaendc  den  deughde- 
lycken  lofifh  uytftekende  onder  fyne  broeders  eenighfins  connen  voor- 
llellen  volgens  de  befchryvinge  van  den  Rinck  de.welcke  ons  dien 
vcrmaerdcn  Poet  Hug'}  Grothis  ïxi.  het  latyn  hccfr  achtergclaeten :  loo 
fpreckt   hy : 

jinnule  Vrincivii  ntifcjHam  ^ereurrtb  imago  ^ 

Et  cui  vel  fiiiis  npella  vel  i^fe   tibi . 
ylnnule  ^  cjui  tri  buis  ^   ejuod  jm  natpira  negavit  ^ 

IngenHofqite   tuos  folits  honore  facU  . 
^nnule  ,  cjnem  donant  Reges  5   cjuem  donat  amator  f  ' 

Legitimi  facrum  ftgnm  &    arrba  thori. 
^rünile  fecreti  -v index  ^  cuflodia  veri-j 

Otti  terhtbes  paciü^  munerihnfcjue  f.dem . 
jirnvile  ^    cjni  Sarda  fulges  ^  qui  vtnchts  Achatc; 

Q_^cm  decet  ex    Arabum  Itttore  veüus  Onyx. 
Anniile  Bcrillo  renitens  ^   vtrtdicjue  Smaragdo, 

CiticjHe  x'ldamas  ,  &  cm  fidvm  lafpis  adefi . 
.Annide^  qm  mtftis   etiam  fpeBare  metalUs  ^ 

ünaqae  ,    qtiem  totnm  gemma  cavata  facit, 
uinnide    materies  .^  in  q:io   ne   folti  placeret  ^ 

S.ePe  tritnnnloales    adjicnmtur  avt . 

Dit  fal  ick  in  een  gedicht  trachten  over  te  ftellen. 

Den  Rinck  ,    van  wiens  hf  van    oudts   men  weet  te  fprek^n' 

l'^an  meniqh  hongh  ve.  (landt  feer  wel  it/ordt    vergeleken 
Af  et    veelderhande  faeck  :  voor  eerfl  tvordt  uytgeleydt 

u4ls  voorbeeldt  met  van  tjdt ,  r/rner  iinn  de  eei^wigheydt . 
Den  Rinck  het  Recht    Beioont ;  men  gaet  een  menfch  begroeten 

ll^eerom  in  flaet  gepleit ^   en  op  fy>i  vrye  voeten. 
De  fine  f  dus    is  hner  felfs  ,    de  kans  is    tvel  verkeert^ 

Suo   hem  den  Koninck   roept ,   en    met  een  Rinck   vereert . 
Den  Rinck   oock  feer  ivcL  pafl  op  die  te  famen  leven ^ 

Of  fich   in  echten  fiiict  Vdn\  hoaweljck  begeven: 
Een    teecken  onder    een    van  d'  aentrenome    trouw ; 

Den  Rinck  is  als   een  bandt  van  echten  man    en  vrouw. 
Den   Rinck  een  feghel    is    en  fleanfel  van  de  Rechten , 

Fan  eeniah    Prins  verifunt  :  den  twifi  oock  tot  het  vechten 
Haeft  wordt  geftilt  j    den  Rinck  den  wegh    is  tot  de  rufi; 

En    al    den  vonck  van  firydt  door  hem    wordt  ujtgeblttfi . 

B  Den 


Henric.  Cani» 
fiu»  ex  Ordi~ 
tn  S  .    Aug . 

^pudBeytr^ 
Umk  $n  tieit. 
tro  Immano 
Kerb»  AaaO' 
lus. 


^nnnle  pri- 
cipii  niifquétm 
perettntii  ;- 
m^go  &c' ,  ut 
fuprj . 

^nruiie  <jui 
trilfUts  ^  quoti 
jus  nutjir-i  nc- 

do:taiit  I{iZ'^' 
quem     Aonat 
Atnator 
Legitimi  fa- 

irum  pig/nii 
fyarrlü  tho* 

Tl, 


lo  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Den  Rinck  van  ouden  tydt  vermaert    by  vele  menfchen  ^ 

Een   beeldt    oock  is  van  heyl  naer  fiaet   van  teders  wenfchen-. 
Van  Jilver    of  van  flael ,    of  wel  van  gandt  gemaeckt , 

Waer  door  al  menigh  menfch  tot  lof  en    eer  geraeckt . 
Den  Rinck  wordt  groot  geacht  van  eenigh  Prins  gegeven , 
^iinule  ,quf  Jllaer  dickwils    om   den  fl  een  meer  als  om''t  goitdt  verheven 

Sardi  fitlgts  j^r^gy  u'eerde  van  V  gefleeut :  een  cofieljck  Agact , 

Of  Diamant  den  Rinck   al   verr''  te  boven  gaet . 
Den  Rinck   magh  fjn  geacht  geheel  van  goadt  gedreven,^ 

Afaer  V  coflelyek  gefleent  fal  meerder  weerde  geven . 
Den  ingeflelden  fieen   den  Rinck    met  weerde  fli^Jt  ■> 

A'faer    is  veel  min  geacht ,    neemt   ghy  den  Jieen  daer  uy  . 
De  broeders  onder  een  men    oock  een  Rinck  mocht  noemen^ 

Doch  hadden  op   hun  dengdt  en  lof  met  veel  te    roemen  j 
Tot  J  o  S  E  P  H    alle  wreedt  (  dat  hebben  fy  beweent  ) 

Maer  J  o  s  E  P  H  tn   den  Rinck  was  V  coflelyek  gefleent . 
Daer  fagh  men  hier  en  daer  fyn   dettghden  mgefneden  ^ 

Syn  flerckt'' ,  oodtmoedigheydt  rondt fom  daer  tn  gedreven , 
Syn  liefde   daer  oock  flondt^  fyn  knyfcheydt  ^  fyn  gedalt  ^ 

'/  Gefleent  was  rommendom  met    al    fyn    glans   vervult. 
Daer    vondt  men  hy  de  refi  noch  meniah  beeldt  gedreven 

Fan  Abram ,  van  fyn  foon ,  en  Jacob  daer  beneven . 
Dies  wierdt    al  menigh    menfch    om    fjne    deugdt  verheaght  ^ 

Dus  J  o  S  E  P  H  maer  en  ^fos   een  pnckel   tot   de  detigdt  . 
Siet    dit  gefleent  voor ''t  lefl  om  fynen   Isnjier  fchjnen  , 

De  broeders   allegaer    voor  J  o  s  E  P  H  S    licht  verd^l'ynen . 
Hiev  J  o  s  E  p  H  s  deught  ick  ftel  voor  alle    menfch  ten  thoon  , 
j  .    En  fchenck  hem  om  fyn  denght  met   red  t  een  lamvers-croon . 

^mor  fatrls 

•i,-,idi^m  tv  A  Ldus  mocften  de  fonen  van  Jacob  hunnen  broeder  Jofeph^  ge- 
{^j^^Ji/,^^'0'. -/jl  lyck  hy  verdiende,  vereert  en  verheven  hebben  ;  de  wclcivc 
lentia.  yirtus  oock  in  hiui  conlcicntie  moeftcn  getuygen,  dat  hy  heel  dcughtlacm 
pueri  coiKili-  was,  cü  wccrdighcr  als  fy,  om  van  Jacob  meer  bemint  te  worden, 
arn.  opoyte-  j^^^  ftondt  dcbroedcrs  toc ,  fyne  deushdcnenuc  eenvoudiehe  manieren 

bat  (lloi  tmit-  .     ,  11/  ''il-  1  ,  11 

Uri  f<\uri  (jr  "'i<^ï"  ^^  volghen,  ende  hem  daerom  oock  te  beminnen  j  door  het  welck 
umuUri  mo- {y  ooclc  de  liefde  cndc  goedtjonlltghcydt  van  hannsn  vad.'r  loudcn 
res,utfic^  verdient  hebben;  maer  den  hact  ende  den  nydt  hadden  hun  hert  te 
ïl' ^tl^cufj-  '''^^^  ingenomen,  gelyckden  <»  H  Chryfofiomiu  wel  gcfcydt  heeft,  ipre^.. 
reitf.fedcom-  kende  van  hunnen  vcrvloecktcn  haet,  voorwaer  ccnenfchandelycken 
mimt  odioji-  ende  kinderlycken  nydt  ende  haet  >  want  wat  grooterfchande,  als  dat 
/«>m  4  patre  jg  oudtfte  brocders ,  en  nu  gchouwt  fynde  beneden  hunnen  jonghltcn 
f.'leTimlr'.  broeder  om  fooecne  flechtcfaecke  ,  gelyck  was  een  gcverit  rockxkcn  j 
S.'  Chryfoft.  het 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ix 

liet  wekk  allecnlyck  en  macr  fomtydts  en  gefchiedt  in  cleyne  onver- 
ftandige  kinderen,  die  hun  broerkcns  benyden  oft  om  een  fchoonder 
cleedt,  om  eenen  nieuwen  hoedt  ,  ott  om  iet  fiilckx. 

Wie  foude  het  oyt  gelooft  hebben  i  dat  in  perfoonen  van  verflandt , 
gelyck  de  broeders  van  lofefu  waeren ,  om  lbo  Hechte  dinghen  den 
haet  ende  nydt  fniide  plaetfe  gevat  hebben?  wclckers  haet  ende  nydt 
daer  naer  noch  gegroeyt  is,  als  fy  van  hem  by  hunnen  vader befchul- 
dight  waeren  van  een  groot  mifdaedt,  gelyck  vvy  in  den  volghenden 
paragraef  ofte  atdeelinge  vat  breeder  fullen  bemercken  ,  alwacr  wy 
oock  fullen  voorltellen  de  grooteboosheydt  ende  fchande  van  denfel- 
ven  haet  ende  nydt. 

J^an  Je  groote  hoosheydt  van  den  haet  encle  nydt  van 
de  afgunflige  broeders  teghen  den  onnoofelen  lofeph  . 

BEhalven,  dat  de  Broeders  hunnen  broeder  /o/t'^A  afgunftigh  wae- 
ren, ende  op  hem  vcrgramt  om  dies  wille  dathy  van /(7co^  meer 
bemint  wierdt,  en  om  fyn  fchoon  gcverft  rockxken,  den  haet 
endeden  nydt  is  daer  naer  noch  meer  gegroeyt,  als  hun /o/?'/'/?  by  hun- 
nen Vader  lacnb  hadde  ovcrgedraeghen  ,  ende  bcfchuldight  van  een 
feer  groot  quaedt .  Aldus  verhaelt  het  Mojfes  :  Accufavitque  fratres  fu- 
os  crimtne  'pejïïmo  .  Gen  .  37  .  v  .  2  . 

Hy  befchuldighdc  fcght  hy  fyne  broeders,  by  den  vader  van  eene 
aldcrgrootfte  fonde  .  om  niet  te  fprcken  van  eenigc  al  te  onbefchaem- 
de  fonden  de  welcke  eenige  uytlcgghers  daer  door  verilaen  ,  fal  ick 
hier  maer  bybrenghen  dry  uytlegginghen  van  dcfe  aldcrquaedfle  fonde . 

Ten  ecrlten  naer  het  gevoelen  van  Ongenes  ende  TheoAoretus  met 
meer  andere  can  door  die  groote  fonde  verftacn  worden  het  boos  leven 
in  het  gcneracl  van  de  Broeders ,  de  welcke  waeren  vol  van  fchande- 
l)'cke  en  onbehoorelycke  manieren ,  gcl)ck  het  gcnoegh  bekent  was  j 
wekkers  leven  hierom  mocht  genocmt  worden  een  boos  leven  .  Voorts 
de  verholen  fonden  ,  die  quaedt  fyn  in  hun  evghcn  fclven ,  worden 
noch  voor  boofer  gehouden  ,  als  fy  in  het  opcnbatr  comcn . 

De  tweede  uytiegginge  is  oock  waerfchynelyck ,  ende  niet  te  ver- 
worpen,  te  weten  dat  lojeph  by  fyhen  vader  over  f\ne  broeders  hadde 
geclaeght,  en  diebefchuldight  vangrooten  haet,  ende  van  twill  ende 
groote kyvagien  onder  malckandei'en ,  bef^ndcrlvcV  ondertuirchc  de fo- 
nen  van  Uu , ende  ondercuflché  de  foren  van  de  dicnllmaeghden  van  Lia 
ende  Kachl .  Soo  dan  alle  die  brocderl)  cke  twulcn  cndc  verfchillcn 

B  i  moch- 


■.,:,.ra      r;>-^»^ 
fthrutyt  -v().  ^r, 

flH'    frctCTKa 

c;  'f mum  '''''- 
t>-'i  .  :'.i:  è  i'0'">- 

f-ittrv.m  crimi 
f'e''mi:iv  di:i 
<»r.Lyranus. 


JVo»    -viiletU 

(!<•  fxjfi  J.'imit- 
IntnaliCii  hi- 
Jixum  morui' 
r«r?S.Chryr. 
Ho'-n.  10-  "* 
efiifl.  I.  ai 
Thtff-üo"  ■  • 


\t  DE  GODDEDYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

mochten  oock  met  reden  gehouden  worden  voor  eene  aldergrootfte 
frindc  .  Gcl\'ck  Lv-an'Ai  aldus  wel  feght:  hy  noemt  hunnen  twift  ee- 
ne alderqi.iaedtlle  fondc  gclyck  de  broederlycke  liefde  genocmt  wordt 
p.'n  aldcrmccftc  gordt. 

De  derde  uytlegginge  is  dcfe :  te  weten  dat  lofeph^tn  fyncn  vnder 
overgedraegcn  heeft  den  haet  ende  den  nyJt,  met  den  welcken  fyop 
.hem  verbittert  waeren,  allcenlyck,  om  dat  hy  fich  nieten  wilde  voe- 
ghen naer  hun  boos  en  ongeregdt  leven ,  deughdclycker  willende  le- 
ven, om  het  wclck  hem  fynen  vader  meer  beminde,  niet  fonderfpyt 
ende  gevoelen  van  fyne  mede-broeders ,  de  wclcke  daerom  oock  ge- 
iloort  waeren  op  hunnen  vader,  ende  fonder  eerbicdinge  tegen  hem 
fpraken.  Doch  het  en  was  maer  al  te  waerj  of  fy  hadden  groot  on- 
gclyck  in  al  den  haet  endeafguniligheydtj  diedaerin  oock  met  recht 
gevoelden  grootc  .fpyt  ende  fmerte  ;  want  eenen  nydighen  menfch , 
als  hy  een  ander  quaedt  wenll  ,  t'famen  oock  fich  leedt  doet,  ende 
feer  pynight . 

Een  bequacm  finnebeeldt  hier  van  can  ons  \vefen  een  ftcekendc 
biecken.  het  welck,  als  het  iemandt  (leeckt  ,  fyn  fclvcn  oock  leedt 
doet,  want  het  alsdan  fvnen  anghel  verheft  ende  het  leven,  naer  het 
fegghcn  van  den  ^  H .  ChryfijhmM  met  meer  andere  .  Siet  ghy  niet, 
feght  hy  ,  hoe  dat  eene  bie  iemandt  met  haeren  anghel  gefteeken 
hebbende  oock  comt  te  fterven . 

Het  welck  den  vermaerden  Poet  Billius  oock  feer  wel  feght  : 
^'tt    certe  mjiar   yij/is  ,    qita  caco  rapta  furore 
Protiniis  ,     ut  fimuliim   jixit  ,    &    ipfa   perit . 

Het  welck  men  aldus  foude  connen  verduytfchen . 
Door     (C  anghel    jleeck 
De     Bie     hefweeck . 

Ende  voor  een  devies  van  het  toecomende  finnebeeldt  ftclle  ick 
als  Yülght  naer  de  print: 


kï^y-S.     lïf-^/vC-  ^7;=>x    ^''JÈ^\C>^  ■*>>.■:', 

\«;ïi«B'/"  ■  ■^  ■■  --^  ^T*     ^^ZP'S  few .  Z'    ' 


UYTGEBEELDT    IN   JOSEPH. 


i> 


.Als  ghy  een  atider  byt  \ 
Chj  oock  uw  hert  doorfnjdtl 

Het  Sinnebeeldt  wordt  uytgeleydtJ 

Slet  toe  ,   myn  vriendt  ,  en  Jïet  het  wel  j 
V  Is   hier  meer  als  een  biekens    Ipel : 
De  biekens  vlieghen  in  V  gemeen^, 
V  Schynt  met  als  blydtfchap  onder  een. 
Doch  of  Jy  V lieghen  rommentom^ 
Dies  u  niet  bieden  willecom^ 
Sy  fyn  geftoort ,  als  fy  «  Jien  , 
Of  fy  oock  fyn  foet  honwx  bien . 
Syt  ghy  maer  ivys ,    verr''  van   haer   blyf^ 
Of  cryght  de  biekens  op  het  lyf . 
Den  goeden  bloedt  die  fiondt  en  keeck  j 
En  voeld'  ejlaes  den  hanghel  fleeck . 

Bi 


Doch 


Sicttt  aiunt  , 

diluttilo    illo 

ipfc  utero  ma- 

terno ,  in  quo 

coth  ejit£funtt 

fi/>eras  na  ft , 

itaC  m-vidie 

natura    ulam 

iffam  AiumS 

tt  <ƒ.;.:  <  omet  ta 

€/l ,  ronJHmit 

t^/jcrdit.   S. 

Aug.Scnn.2}. 

de  iemj>, 

b 

Inyidia  fuBm 

rif/x   ^'irnifex 

fem^tr       fx't- 

fiit.  S.Chryf. 

c 
Initt^Hs  alie- 
ttum  Innnm  , 
Jitufrifaiil  in- 
T'dendo  J»J>- 
pliiium,  S, 
-  Proip.  /.  i.de 
fiie  iontemf. 
c.    5. 

d 
In  i  orde  inyi- 
di  ml  ƒ/  ioni  , 
qiii  ettam  ex 
iono  alitno 
haurit  midta 
mali .  Scrip- 
tor modernus 
hilignis . 
e 
Iitfidct  Sa~ 
thjn  homini- 
htis ,  Joiie  aii- 
tem  uemini  , 
tu  Tcro  licmo 
atinjji  ,h»mi- 
Tiilms  inytdes. 


r4  DE  GODDEL'YCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Doch  V  horfel  dier  foo  V  maer  enjiack  , 

Strnx  voeld'   het  onck  fjti  ongemack  :  ' 

ylls  V  hieken  hem  op  _  /'   aenjicht  viel 

Met  d'  anghel  fleeck  verloor  fjn  Jlsl , 

Afaer  fl'iet  wat  flil  o  heven  vriendty 

En  hoort  oock ,  luat  u  feer  wel  dient  : 
-  M'at  voelt  eylaes  een   njdigh  menfch  ! 

Ily  niet  en  leeft  naer  fynen  wènfch; 

Den  vronck  ^  die  hy  een  ander  draeght  ^ 

ylls  eene  Jlangh  fjn  hert  doorknaeght . 

Het  fel  f  in   haer  ^  gehoor  t^  gebeurt^ 

JJaer  moeders  hert  fy    eerfl    verfcheurr . 

Den  b   afgunfl^    en  den  hoofen  haet 

yili  met  een  Jweerdt  het  hert  doorgaet : 

Het  broeders  hert  in  Jofephs  nydt 

Meer  als  het  hert  van  Jofeph   hdt . 
Een  c   nydigh  menfch  is  nojt  gernfl  y 
Syn  fmert  is  nimmer  ujtgeblnft  . 
Vol  pyn  in  anders  hejl  en  goedt 
Verteert ,  verdort  en  vleefch  en  bloedt . 
O  ivat  al  d  cjHaedt  fleeckt  in  dat  hertj 
Dat  ujt   het  goedt  verbittert  werdt ! 
Een  e  nydigh  menfch  ,   een  kelfch  g?fel 
Vol  fmert  hy  is  als  in  de  hel . 
Geen  Dujvel  fyn  ge  fel  benydt , 
Ghy  nydigh  menfch   noch  emher  fyt 
Van  Godt  en  van  den  f  menfch  gehaet 
En  voor  het  lef  ve:  loren  gaet . 

Het  fal  de  pyne  weerdt  fyn  eene  hreedci-  verclaeringhe  van  ^cn 
haet  cnde  nydt  hier  by  te  brenghen. 


Et  is  den  menfch  ingeboren  iiyttcr  nature  feght  g  Tacitus  ee- 
nenhcydcnfchcnjiiftorie-fchryvcr,  d:u  hy  het  gcluckvan  een 
ander  benydt .  het  weick  ccne  ongeregelde  en  grootc  boos- 
heydt  is,  fccr  vcrfchillcnde  van  alle  andere  fondcn  :  alle  andcvc  fondcn 
S.  Ch.y,;>a.  hebben  hunnen  oorfpronck  uyt  een  ooghmeixk  van  eenigh  goedt, 
hom.  5i.;«i.  oitcuvt  eenicfhe  vreupht,  in  teèhendcel  de  fonde  van  afcunilitrheydt 
f  comt  uyt  ccnc  mwenujgc  pyne  om  het  geluck  van  eenander.  We- 
F:ig!.inn:s  in-  dcrom  in  andcre  fondcn  de  ürafFc  volght  daernacr,  maer  in  de  fondc 
T/a'.j  tyriwi.  van  haet  endc  nvdt  de  ilraffe  gaet  vo:ir,  want  de  bcnyders  doen  hun 
l''"is'^''~''z'  fer'^'^-'n  ctrll  Iccdt,  eerfy  leedt  doen  aendiefy  bcnyden  >  endcdcfcraf- 
no.  ferm.  do  fc  blyft  dacvnacr  noch  ducrcnj  altydt  meer  endc  meer  aengrocyende. 
inyiilij.  g  bi~  Dacr 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  if 

Daer  en  boven  dit  verfchil  iflertuflchen  den  nydtende  andere  Tonden  s  ul'^^^atu^a', 
dat  de  andere  fonden  connen  verholen  blyven  ,  raaer  niet  de  fonde  aborum  feU- 
van  den  nydt ,  want  men  naer  het  fegghen  van  den  »  H.  BafiUui  Bif-  "tatem  tgrtt 
fchop  van  Sclencien.,  de  nydcgaerslichtclyck  Ivcnt  uyt  hunbleeck  co-  ^l^^J^'i'l] 
kur,  droogh  acnlicht,  ingevallen  droeve  wanghen,  nedergebooghde  i^.  ^nnal. 
ooghen,  ende  foo  voorts.  Ende  voorwaar  de  nvdighe  menfchenver-  a 

dienen  rechtveerdelyck  alle  defe  ftrafFen  ende  ïmerten  ,  de  welcke  ^ffi  /•''«■'»"'' 
voortcomen  uyt  het  geluck  ende  voorfpoedt  van  de  andere .  Welc-  /f-,,;};.,  ajie- 
kers  afguniligheydt  onredelyck  is,  want  men  aen  eenander  het  felve  Hus  anéts , 
goedt  moet  wcntchen,  het  welcke  men  ibude  wenfchen  aen  fyn  cy-  gettajubtnjUt 
ghen  felven  ,  ende  het  quaedt  niet  gunnen  aen  een  ander,  dat  men  ^el^atumfX. 
aen  fy  felven  niet  gunnen  en  foude.  mifi^mcrcS. 

Den  i,  H.  Gregonm  Bijfchof  van  Naz.iar}z^n  fpreckt  hier  van  ten  Bafdiusje/g»- 
uytcrften  wel:  Den  nydt  alleen,  feght  hy,  is  onder  andere  ongere-  "J"^^^'-  ^^'^\\ 
gelde  paffien  den  alderbooilcn,  ende  den  rechtveerdighften,  den  al-  cumque -mli ii 
derbooiten,  om  dat  hy  llrydt  teghen  alle  de  goede  menfchen,  ende  infanamyo. 
den  rechtveerdieften,  omdat  hyde  nydi^aers  erelyck  opeet  endever-  ^"  homines, 
teert,  de  Irrafte  cryghende  naer  hun  verdienlten.  ^^^^ 

De  booshcydt  van  den  onredeiycken  nydt  met  haere  rechtveerdi-  Qu,cdtilinon 
ghe  ftrafte  beichryft  ons  oock  feer  wel  den  f  H.  Chrjfoflomns  met  de-  ytffic'-i,,dte- 
fe  woorden:  Soodanigh  is  de  boosheydt  van  den  nydt,  dat  fy  eerft  '''  "'  /'''«''■'*• 
leedt  doet  aen  die  haer  voortbrenght,  gelyck  aeneenen  knaeghenderi  soUu  ex  om' 
Avorm  voortcomcnde  van  het  houdt,  hetwelck  hy  eerll  vernielt,  al-  nibm  affcüi^ 
foo  den  nydt  ieo;ht  hy,  doet  leedt  aen  de  fiele,  die  haer  heeft  voort-  *"'  "nqtijji- 

gcbrocht.  _  fn„.se/,,L 

Het  en  fxl,  foo  ick  meene,  niet  onacngenaem  wefen  aen  den  lefer,  yid.-a.-mtq:,:/. 

cene  befchryvinghe  te  hooren  van  den  nydt  in  het  latyn  ons  achter- /""'^•S'"-"*- 

eclaeren  van  den  vermaerden  Poet  Oviduu  in  fyn  if.  Fabel  van  den  *"'"'"     "'- 

z.  Boeckgenoemt  Metammyhojis^  alwaer  hy  aldus  fpreckt:  hetwelck  qui,ji»ms  , 

ick  daernaer  fal  verduytfchen .  q-'-i"  domino^ 

Pallor    in    ore    Cedvt ,    macies    in    corpora    toto ,  ^'^'" "       ?* 

JSlujijuam     recta    acies  j    livent    nibigine    dentes ,  •  Gregor.  Ksz. 

PeHora  felle    rigent  j    lingua    efl  f>ijfiift    "jeneno .  c 

Rifiu    abefl  ,    tüji  auem    viji    fecêre    dolores .  ■    '  ^'♦'■''  'fl  f^" 

ISec    vntitMr    tumno    vtsrilafnibiu    excira    carts .  ^,,      ,-  . 

Scd    vtdft    ingratos  ,    tmabefcitqHe    videndo  entem    offen- 

S:tcce!Jus    homtn-^.m  y-  cnrfitque    &     cartiitar    una ,  <''*'  ^  ?'»' 

Supplicumf'^e   fw.im    efl.  ''nZ'ütl^T. 

Het  wclck  ick  iir  een  rj'm-dicht  van  onfe  tael  fal  trachten  uyt  te  ƒ«m"^r/«"','{.^ 

druckcn  als  volglit.  fumn^fuv 

Daer  Jit  de  bleecke    nydt ^    heel  fchrael    tn    al  haer  leden -y  ,nr,dia,tl'um, 

Hav  taiidan    vat  van  roefl ^  als   ujt   het  fwert  gefneden-^  jè pufh-r'Jri- 

De  m.,:» 


w 


T(?DE    GODDELYCKE  VOORSTENIGHEYDT 

W4W       nr-       j^g    ooghen    dweerfch  .    e/i    'r    hert    vol    ^al    en    hitterheydt  •. 
Chryf-  /.om.  ^«    tonghe    vol    vergif,    en    am^er    fpntgheydt  . 

45'.  <2ii  Pof,       u4lleen   fj    maer    en    lacht    in  V    ongel'Ack    der     menfchen  ^ 
^ntitc.  ^'^^    onrufl    met    en  jlnep    om    haer    vervloeckte    wenfchen  \ 

En  foo    fi    lemant    /ïei     in     vret'.ght     en    groot   gehick. 

Jn     '/■  Jien     alleen    fy     berfl     van    Jpyt  ,    van    pj/n    en     druck . 
^Is  '/    aen    een    ander    liickt    in     veelderhande    dinghen. 

Dat   PerJ}  haer  Jiel  ,  dat  doet  van  fyn    haer    herte  wnnghen . 
Sy    is   haer    eyghen  firaf ,    en    d'  oorfaeck    van    haer    cnuédtj 

Dies  71,'ordr  met  recht   gejiraft    om    haer  vervloeckt  mifdaedt . 

~  Ik  ghy  noch  rccer  andere  wyfe  mannen  hooren  fprckcn  van  de 
rcchtvecrdigc  pyne  en  fmerte  van  den  nydt  ?  hoort  dit  in  hun- 
ne gelyckeniffen . 
P      ^  ,  Den  a  H.  Ch>  yfi/fomw  fcght ,  dat  het  beter  is  een  ingewronghen  fcr- 

CeT'cniem  m  P^i^t  in  fyn  licliuem  te  hebben  als  den  nydt ,  die  binnen  in  het  ingewant 
yifceribm  cruypt ,  want  men  c.nferpent  door  menige  remedicn  can  verdry  ven, 
broyoUcum  qI^\q  (jg  py,^  verfo'  .en,  maer  den  nvdt  en  can  men  niet  uy troeven. 
intTd'iVuZ  Den  Philofoph  b  ^mhrftenes  feght  dat  den  nydt  met  het  roell,  hec 
firjxntem;  iL-  wclck  hct  yfer ,  van  het  welcke  het  voortcomt  ,  dooreet  endé  ver- 
Lmtdicumeii-  derft  ;  foo  oock  feght  hv  ,  een  nvdigh  menl'ch  eet  door  iyn  eyghen 
tor.,ma.,xd.o  j-^,j^^j^  j-  felvcn  on ,  dociide  fich  {^--Iven  te  niet. 

creUmentio-  '"  VirgdiHt  dicn  grootcn  Poct  m  een  veritandign  dicht  noemt  c.q\\ 
f  e  mitigari;  nydt  ccn  uytteercnde  vergit',  het  welcke  het  lichaem  verteert  tot  de 
'?'''"' J'T  t>^c"'^eren  toe. 

W  extiwi'i  ^^^^  '^^^^  ^"  andere  geleerde  mannen  trachten  met  defegelyckenif- 
nonpoufl.i.  fen  ons  voor  ooghen  te  Hellen  de  gedurige  pyne  ende  torment,  die 
Chryf,  hom.  cje  nydegaers  hun  felven  aendoen.  Is  het  laecke  dan  dat  dele  inwen- 
39. /ij.  ï.  Ad  jjjgg  pvnen  ende  Ihaffen  foo  fcherp  ende  bitter  fyn,  jae  het  bcginfel 
't,  fchvncn  te  wefen  van  de  helfche  pyncn ,  gelyck  den  H.  Zewslcght: 
Siitt  {errum  Lact  ons  den  nydt  vluchten,  ende  met  de goddelycke gratie  trachten 
"'ƒ""'"  ƒ•«-  uyt  te  roeyen  .' 

dMs'rlo'pfiH'j  Evenwel  fommige  eylaes  fynblindelyck  verhert  in  die  vervloeckte 
T;//Ki(i»i.iif- afgunrtigheydt  geene  fchaede  noch  fchande  ,  noch  eenigh  peryckel 
//t.  Amhift.  ;i^(;nficnde  foo  van  het  lichaem  als  van  de  fiele  ,  de  welcke  te  bc- 
';^J''^^g';';'';_claeghcn  fyn. 

*  'c  *  '  Als  men  den  nvdt  oft  afgunfligheydt  wilt  bemcrcken,  men  faldcr 
Z!ror  t.ilifi-  niet  anders  in  vinden  als  onredelyckhcydt  ,  wrecdtheydt  en  groote 
cumwMu  T<-  f^-i•,^nde,  ende  ten  lellen  eene  onverdraegelyckc  ende  bittere  itrafFc, 
itis-roratvjf..  gclyck  wy  nu  voorder  in  eenighe  gevallen  lullen  lien . 
hus.ijr ti-flm  leken  Wil  hier  in  het  breedt  niet  fpreken  van  den  grooten  nydt 
hlbn  artuLui  y.^,-1  5^^/  teghen  Dand,  om  dat  hynaer.het  overwinnen  van  den  Reu- 
'e"! Ep'fjrjCT.  i^  0'oliath  meerderen  lof  van  het  volck  hadde  gccregen  fegghcndeen 

d,   liyi>rt.     '  iill- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  17 

fingcnde :  Saul  heefter  duyfendt  verflagen ,  ende  David  thien  duy{êndr , 
om  hec  welck  Saul  uyt  haet  ende  nydt  Davtd  hadde  getracht  metfy- 
ne  lancie  te  doorworpen  .  Heel  de  wereldt  heeft  oock  altydt  verwon- 
dert de  onredelyckheydt  van  den  nydighcn  Keyfer  Juflimanm^  als- 
wanner  hy  fynen  cloecken  Veldtoverften  Beli fan-M  ^  naer  dat  hy  de 
Wandaelen  ende  Perjiacnen  overwonnen  hadde,  de  ooghen  hadde  doen 
uytitekcn,  enckelyck  uyt  eenen  nydt,  ende  achterdencken ,  dat  hy 
van  het  volck  in  fyne  plaetfe  mifTchien  Keyfer  foude  geftelt  gewecll 
hebben.  Hoort  den  blinden  Belifanm  felf  daer  van  fprcken ,  als  hy 
neflens  den  wcgh  een  hutteken  voor  fyn  fclven  hadde  laeten  maecken, 
ende  een  aelmolle  vraeghde  van  het  voor-by-gaende  volck  met  defc 
woorden  :  Fiator ,  d.a  obi'.lum  Eelifano ,  cjnem  vtrtus  extultt ,  excxcavit . 
invidta.  Geeft  een  aelmofTe  aen  BeUjariiu  ,  om  fyne  cloeckmoedig- 
heydt  verheven,  dogh  den  wekken  den  nydt  van  fyne  ooghen  heeft 
berooft .  Dogh  den  Turckfchen  Keyfer  Soljmannm  is  uyt  nydt  veel 
wreeder  geweefl  teghen  fynen  oudtlten  fone  Mnjla^ha ,  gelyck  Lip- 
fius  verhaelt  /.  ^.epijl.  22. . 

Deien  Alnftapha  glorieus  wederkeerende  van  de  Perftaenen^  die  hy 
overwonnen  hadde,  wierdt  te  Conflantino pelen  met  eene  befondereee- 
re  ende  vollen  triomph  van  alle  het  volck  ingehaelt,  den  Keyfer  fy- 
nen vader  hadder  groot  gevoelen  in  tot  eene  afgunflighevdt  toe,  de 
Avelcke  hem  lbo  verre  vervoerde  ,  dat  hy  fynen  fone  in  fyne  camer 
geroepen  hebbende  ,  voor  fyne  ooghen  terfcondt  dede  verworghen 
tot  fyne  groote  fchande  . 

Hoort  nu  eene  fchande  van  eenen  nydighen  menfch  met  eenerecht- 
veerdighe  llraffc:  Defendroegh  eenen  bitteren  haet  ende  nydt  teghen 
Anthijlenes  eenen  feer  cloecken  V^eldtoveriten,  tot  wiens  lof  de  R.c- 
publiecke  van  Athcnen  om  alle  fyne  viftorien  fyn  beeldt  ofte  fl'tue 
hadde  doen  oprechten .  Eenen  anderen  benvde  hem  die  eere  met  fulck 
eenen  haetendeafgunftigheydt,  dat  hy  h?elc  nachten  lanck  datbeeldt 
metltockenen  Aveepen  geweldighlyck  iloegh ,  om  het  ten  leflen  ter 
aerdcn  te  worpen,  in  het  welck  hv  fyn  behaegen  nam  >  maer  fiet,foo 
hy  eens  met  fmyten  ende  flaen  beögh  was ,  het  groot  beeldt  viel  on- 
verwachts ter  aerden,  tefamen  oock  verplettende  dien  boofen  enny- 
digen menfch,  gelyck  PaufantM  verhaelt,  ende  den  geleerden  Nico- 
laus  Caujjln  in  fyne  finncbeeldcn . 

Maer  ick  moet  hier  noch  eene  andere  fchande  verhaelen,  al  is  ly 
foo  wreedt  niet ;  van  eenen  nydighen  conllenaer:  Alichael  Angelm 
Banarotta  eencn  feer  vcrmacrden  beeldtfnyder  ,  eens  van  Florenan  te 
Roomen  gecomen  fynde  wierdt  van  een  ieder  geaclit  om  fyne  uytne- 
mendc  confte,  alleenelyck  bcnydt  van  eenen  anderen  beeldtfnyder  met 
üAtiac  Ra£hiül  Urlfi»,n :  DticaBonarotta  by  gelegenthcydt  hadde  eens 

C  ge- 


i8  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

gefncden  een  beeldt  van  EaccloM  fpelende  met  eencn  Satyr^  ende  dit 
ten  uyterften  naer  het  leven  j  hy  {-leghde  evenwel  daernaer  af  ecnen 
crm  van  dien  Bacch-M  ,  den  welckenhy  in  fyn  huys  bewacrde  ;  dit 
gefneden  beeldt  dcdc  hy  daernaer  in  de  aerde  legghen  ,  alwacr  hy 
wifte,  dat  men  naer  eenighsn  tydt  de  fondamenten  foude  legghen 
van  eenen  nieuwen  bouw.  Als  men  nu  daernaer  daer  in  hadde  begonll 
te  graevn,  dat  beeldt  van  Bacchns  wierdt  gevonden  ,  ende  tot  den 
Pa!P<  gedraeghen om  fyne grooteen  ongemeene  confle,  over  het  weick 
fich  niemandt  genoegh  en  coft  verwondci-en .  Michad  firauleerdc  al- 
leen, macr  Rabhail  prees  dat  beeldt  boven  al  de  reft,  als  een  ituck 
van  de  oude  volmaecl.lle  conlle,  alleen  beclacgende  dat  het  van  ee- 
nen erm  berooft  was  ,  maer  Miclm'el  Avgehu  dat  hoorende,  brocht 
terftondt  ende  toonde  hem  den  afgefaeghden  erm ,  paflcnde  op  het  ge- 
vonden beeldt,  daer  fynennaem  oock  was  ingefnedeni  alles  tot  fchan- 
de  ende  bcfchacmtheydt  van  den  afgunlHghen  Ra^hncl  ürbtnAs . 

Voor  het  left,  de  boosheydt  van  een  nydigh  menfch  is  foo  blindt, 

dat  hy  niet  en  geeft  om  fyn  eyghen  ongeluck  ende  verderf ,  gelyck 

a         het  bcfondcrlyck  met  de  duyvelen  gefchiedt  is .   Daerom  feght  'den 

^'*^!iead!'^°o.  ^  ^'  ^"/^"^^BiiTchopvan  ■Sf/?«f/,7,  datdennydt  eene  vervloeckteboof- 

ii'lffeaio.  s.  heydt  is  van  den  helfchen  geell,  benydende,  dat  den  menfch  om  hec 

Bafii.  Seleuc.  menfch -worden  van  den  Sone  Godts  boven  hunnen  Enghelfchen  llaet 

£/i//./frm.</e  j^grnaer  foude  verheven  worden.    Om  welckers  nydt  noch  meer  te 

tnyi  ta.         ftfafFeu ,  Godt  heeft  de  felve,  naer  het  gevoelen  van  den  b  H.  Ber- 

Diaholiuoh  nardu-i^  geilelt  inde  locht  tuffchen  hemel  ende  aerde,  op  dat  fy  door 

pxmim  futm  het  acnfchouwcn  van  de  menfchen  op  de  wereldt,  ende  van  de  ge- 

Ut'.m  i-taere  i^jcj^.faijo-hc  in  dcn  hemel  meer  fouden  cellraft  worden. 

inedmm  int  er         -vr  ^     r-  i  ■         i  ^         ■  i  •» 

ctlnm  crter-      ^u  can  men  genoegn  den,  dattcr  m  den  nydt  niet  anders  en  rs  als 

TAm  fcrtitus  cenc  cnckelc  booshevdt,  gemercktfy  uyt  het  goedt  ende  deughdtvan 

4jt,ufvideat ,  ggp  ander  niet  als  quacdt  en  treckt  ,   de  welcke  daerom  van  Godt  in 

er  ;/;..  »»vi-  j    ht^iie  eeuwelyck  celtraft  wordt ,  gelyck  hier  oock  op  defe  wereldti 

fwr.  Süern.  daer  een  nydigh  menlch  evenwel  met  om  en  geett.  ' 

/erm    ')S .  in       Hier  op  moet  ick  noch  voorllellen  het  gene  ons  Lyra>iits  verhaelt: 

Cantica.        Daer  wa'^,feghthv,ecnen!7/fve^^/A'';? ende  oock  eencn  »7^.'^/.i?«  menfch  aen 

malckanderen  niet  het  minile  gunnende ;  alle  beyde  ondcrfaeten  van 

eenen  grooten  Prins,  den  welcken  wilde  dat  fy  van  hem   iet  fouden 

verfoccken ,  het  ghene  fy  wenften ,  nochtans  met  ót(e.  conditie ,  dat  den 

ghenen  ,  die  eerlt  foude  vraeghcn  ,  het  fclve  foude  becomcn,  ende 

dat  den  anderen  het  felve  verdobbelt  foude  cryghen  ;  geenen  van  twee 

dit  hoorende  en  fochteeerfl  te  vracghen  ,  foo  dan  den  prince  dededcn 

7ijdegaert  ecrfc  vraeghcn  j  wat  foude  den  afgunilighen  hier  doen?  Denc- 

kcnde,datden  anderen  dobbel  foude  cryghen,  hcmdit grooter  goedt 

benydende,  ende  hem  liever  een  dobbel  quacdt  wenfchcnde,  vcrfochtc 

teil 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  19   ' 

ten  leften  van  fynen  Prince ,  eenc  ooge  uytgefteken  te  worden ,  liever 
voor  fyn  felven  dit  quaedt  verkicfende ,  ende  een  dobbel  voor  den  an- 
deren .  Soo  boos  is  de  nydigheydt ,  dat  fy  haer  fclvcn  liever  lecdt  doet , 
als  dat  fy  acn  cenen  anderen  iet  beters  foude  laeten  overcomen .  ^ 

lek  eyndighe  met  den  a.  H.  AngujimHi  in  het  cort  begrypende  de  uvdu  tfi-^ 
boosheydt  van  den  nydt .  Den  haet  ende  nydt,  fcglit  hy,  heeft  de  qux  ^ngc 
Enf'helcn  uyt  den  hemel  gcfmetcn,  ende  duyvels  gcmaeckt,  Adam  '»'"  ^'  "'• 
en  Eva  gejiicght  uyt  het  Paradys,  Abel  vermoert,  de  fonen  van  Ja-  fj^"/,*^'^^ p^ 
cob  opgeltockt  teghen  liunnen  onnoofclcn  broeder  Jojl'^h^  befonder-  radifo  exuU' 
lyck  als  hy  aen  hun  fyne  droomen  verhaelt  hadde,  van  de  welcke  ick  -^'f.  ^BeUm 
in  den  voli^henden  paragraef  brecder  fal  fpreken .  oaid,tc<>ntr<» 

•^  *         '-'  ^  -  lojeiro  /ratres 

?jf  amtAf it ,   S  » 

"  Aug.Jfrm.l8» 

P^an  de  droomen  van  lofeph ,  de  "üje/ch  hy  aen  fynen      ^  timore. 
Ijader  lacob ,  ende  aen  fyne  broeders  verhaeU . 

NIcmandt  en  iiïèr,  die  de  hiftorie  leeft  van  lofefh,  of  hy  is  ten 
uyterrten  verwondert  over-^en  bitteren  haet  ende  nydt  van 
Tyne  broeders,  den  welckcn*aen  hun  niet  de  minfte  reden  van 
gramfchap  en  hadde  gegeven ,  nochteeenigh  ongelyck  enhaddcaen- 
gedacn,  gelyck  den  ''  H.  Cptllm  Patriarch  van  Alexandmn  wel feght ,     Huy,»;, ■?«» 
jae  hy  was  hun  heel  licfgeral ,  dienfligh  in  alles,  goedthertigh ,  een-  fe^h   f-.itret 
voudigh ,  endi^  tot  een  tecckcn  van  fyne  rechtllnnigheydt,  geen  ach-  ƒ»"■'      »"''•» 
terdencken  hebbende  van  fyne  broeders  haet  ende  nydt,   mcenende,  ^"^^"ir/^J^f' 
dat  fy  waeren,  gelyck  hy  was,  hy  verhaelt  hun  als  aen  fyne  vrienden  s'    Cyr'iUus 
fviic  twee  droomen  ,  die  hy  hadde  gcha-Jt,  eencn  van  de  fonne,  van  Alex.    •*/■»«' 
de  maen  ende  rterren,  ende  den  anderen  van  de  fchoovcn,  de  welcke  i'/'/"""''"*"' 
hy  in  fynen  droom  fagh  nedcrbooghen  ende  aen  fyn  rechtlkende  i'choof  '* 
gelyck  eerc  bcwyfcii,  gelyck  hy  oock  hadde  licn  gdchicdcn  van  de 
Ibnne  en  maen  en  fterren  . 

Een  cort  rym-dicht   fal  ons  den  droom  van  de  fchooven  aldus 
Voorltellen .  *" 

Wel  wat  geficht  is  dit?   wat  wilt  ons  d.it  bedieden} 

O  wonder  Godts  gehejm !  wat  fal  hier  vnn  gefchiede»  ? 
Iet    wonders  en  tet  vremts   dit  alles   ons  betttyght  ^ 

Als  Jich  pio  meiiigh  fchoof  tot  d'  aerde  nederbnyrljt . 
Dit  is  een  waeren  droom  van  Godts  %veeoh  tnirei-reven 

Aen  Jolcph  Jacobs /oo«,   V  recht  voorbeeUit  van  fjn  leven -^ 
Dat  hy  van  fynen  flam ,    elf  broeders  in  't  getal 

Den  Ooperheer  van  al  daernaer  eens  rvefyi  fal . 
V  V?rha)l  niet  anders    is  als  nydt  van  allegaler  ^ 

En  d"  oorfacck  van  den  anghfl  van  finen  o;iden  vader ^ 

C  i  '  Een 


20  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

ien  flooringh'  van  fjn  hays ,    en  forgh  van  Jacobs  Jlam  j 
Siet ,    van  een  clejn  hegm  ivat  fmert  hem  over  quant . 
Dit  falmen  in  't  gevolgh  met  al  die  wondere    wercken 

Van  een  feer  droef  begin ,    maer  hljer  eynde  mereken , 
Va}J  jofcphs  ongeliick ,    en  fynder  broeders  haet ; 

Doch  al  tot  Jacobs  vrenght  ^    en  kinders^  wel  vergaet . 
Van  dcfe  droomen  van  Jofefh  wil  ick  nu  broeder  fprcken  ;    eerft 
nochtans  tot  meerder  verclaeringe  ial  ick  hier  wat  vooritellen  vanee- 
nige eyghendommen  van  de  droomen,  oock  vandenooripronck,  ende 
uytwcrckingen  der  fclve . 

De  naturaliften  ende  medecyn-meellers  hebben  veele  bemerckin- 

ghen  op  de  droomen,  uyt  de  welcke  fy  meenen,  eenigfms  te  connen 

achterhaelen  den  aerdt,  de  genegentheydt ,  ende  de  gellelteniflè  van 

.j;  quli  pir  de  menfchenj  daerom  vraeghenfy  dickwils  vandenfiecken,  of  hyaen 

fonmy.mvde-  ^.^^j  droomcn  ondcrworpcn  is  >   want  als  hy  foude  gcd roomt  hebben 

hL'"7fendi't  van  vier  en  branden  ,  fy  hebben  alsdan  achterdencken ,  jae  fy  laetcr» 

f.a-,'ulili<,fi  hun  eenigfins  voorftaen  nacrhet  gevoelen  van  Hifpocrates ,  dat  deon- 

inibresM'un-  mactigc  gallc  den  crancken  IccdLdoetj  droomt  hy  van  veel  reghcn, 

d.trefii^idum  ,     pgeft  te  kcnncneenc  coude  vobhtishevdt;  droomt  hv  vanfnceuw, 

hiimcrcm  de        J    O  ,        i     i      .  •  i     ^      ^      r  n  i     ■  ,11 

cUrar,ficfv>e  van  ys ,  van  haghcl,  het  is  een  teecken  van  lyne  llymachtige  geitelte- 
f,>,i-vem,^hi-  nide?  droomt  hy  te  wefcn  in  eene  vuyle  ende  itinckachtige  plactfe, 
demO'gran-  ^.-^.^  geeft  achtcrdenckeu  van  vccle  quaede  humeuren  ende  lbo  voorts . 
t'amfi^'^Mm,  ^^  Philofophcn  5ro/«  gcnoemt  waeren  van  opinie,  dat  de  droomen 
ƒ■  cjuit^rnloco  altvdt  ict  fokcrs  te  kennen  gaeven  . 

fcetido  ejfe  f'       Dcu  Philofoph  Plaio  was  van  gevoelen  ,  dat  de  fiele  in  den  flaep  , 
f,,tet,putrc-  gj^jg  -^^  ^^^  droom  gelvck  wech-gevoert  wicrdt  ,   ende  nuvryfvnde 
r«mcrc.Hip-  ende  ontilagen  van  het  lichacm  ,  bequaemer  was  om  iet  te  vatten, 
poe.  /.  4.      ende  wel  te  vcrrtaenj  ende  dat  de  dinghen,  die  alsdan  te  vooren  quae- 
men,  daernacrgemeenelyck  waevachtigh  bevonden  wierden  ;  want  hy 
was  van  mceninge  dat  de  fielen,  eer  fy  ingelfort  wierden  in  de  lichae- 
men,  kenniiïecnde  wetenfchap  hadden  van  de  verbcclreniflc  aller  din- 
ghen ,  de  w  clcke  aen  de  ficlcn  lichtclyck  te  vooren  quacmen ,  als  fy  van 
de  lichaemen  niet  en  wierden  belet. 

Dit  gevoelen  van  Plaio  is  daernaer  van  fommige  gocdt  gevonden 
ende  bcveilight  met  veel  gefchicdenificn,  in  dcwclckc  fommige  droo- 
men wierden   waer   bevonden. 

Cicero  vcrhaclt  van  tv/cereyfendeperfoonenvan  ylrcadien  ^  de  welc- 
ke, als  fy  gccomen  waeren  te  Megara^  gonghen  vernachten,  denee- 
ncn  by  \\\\z  vrienden  ,  den  anderen  in  eene  hcrbcrghcj  die  by  fyne 
vrienden  v.as  ,  droomde,  dat  den  ancercn  ,  die  in  de  hcrbergc  was, 
fyntn  toevlucht  verfocht  ,  om  dat  den  herbergier  op  fvn  leven  uyt 
was }  delen  in  fyi:cn droom  vcTfchrickt ,  ftondtterftondtop,  maerfich 

wat 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  ti 

vat  bedenckcnde ,  dat  het  immers  maer  eencn  droom  en  wns ,  begaf 
fich  wederom  tot  de  ruil ;  doch  noch  eens  in  flacp  gevallen  fyncie , 
docht  hem,  dat  dien  felven  medegefelle  opeen  nieuw  hem  riep,  dat 
hy  nu  ten  miniten ,  den  welcken  hy  noch  levende  niet  en  hadde  by- 
gciiacn,  lyne doodt  foude willen  wreken,  fcgghcnde,  dat  hy  van  den 
weerdt  vermoort  was,  cndc  nu  fyn  lichaem  op  eenenwaeghcn  hadde 
geworpen ,  ende  vcrborghcn  onder  de  vuyligheydt  oFt  mell ,  voorts 
verfoeckcnde,  dat  hy  fich  heel  vroegh  aen  de  poorte  der  itadt  foude 
laeten  vinden,  als  den  waeghen  foude  uytryden;  het  wclck  hy  door 
den  droom  bewceght,  gcdaen  heeft,  ende  tcrllondt  vraegendc  van 
den  voerman,  die  hy  vondt ,  wat  hy  op  fynen  waeghen  voerde,  hy 
vol  vreef:  geenc  antwoordt  gevende  ,  begon  tcrllondt  te  vluchten, 
maer  heminha.lcudc,  ende  het  lichaem  dacrop  gevonden  hebbende, 
wierdt  den  voerman  gevat  ende  geftraft . 

Maer  om  niet  alleen  te  fpreken  van  de  Hejdenen  :  men  leeft  oock 
in  het  leven  van  Jen  H.lViUebfordas  op  den  7  van  November ,  dat  fyne 
moeder  van  hem  bevrucht  fynde ,  eens  droomde,  dat  fy  inden  hemel 
fagh  cene  nieuwe  maen  ,  de  welcke  nu  gcgroeyt  fynde  tot  eene  volle 
maen,  fcheen  op  oenen  llondt  te  vallen  op  de  moeder,  haer  ver- 
lichtende. \\  elcken  droom  eenen  Priefter  cndc  Religieus  verltaende, 
haer  teritondt  feyde,  dat  uyt  haer  foude  geboren  worden  eenen  fone, 
die  door  het  licht  van  de  waerheydt  de  duyflernilfen  der  dolinghen 
foude  verjaeghen  ,  ende  allenskens  opwaflchendc  in  de  deught ,  veel 
menfchen  met  fyne  heylige  woorden  ende  goede  exempelen  foude 
brenghen  tot  het  Chriften  geloof;  het  welck  gelchicdt  is,  als  hy  in 
ons  Ncderlandt  het  Catholyck  geloof  met  fulck  eenen  iever  ende  vrucht 
vercondicht  heeft,  eerft  fynai  Aerdts-biltchoppelycken  ftoel  itellen- 
de  in  de  iladt  van  Utrecht . 

Wederom  het  is  genoegh  bekent ,  wat  datter  aen  den  Chriflelycken 
Keyfer  Alanntiits  volghens  fynen  droom  gefchiedt  is:  om  in  het  cort 
te  fegghen,  hy  hadde  gedroomt,  dat  hy  met  heel  fyn  geHacht  foude 
gedoodt  worden  van  eenen  genaemt  Phocai,  ende  foo  hy  dit  niet 
fonder  fchrick  eens  verhaelde  aen  fynen  fchoon-fone  Philipptcus,  dede 
hy  onderfocckcn  door  heel  fynen  leghcr,  ofteriemandt  aldus  genoemc 
wierdt ,  ende  men  hadde  ten  Iclten  iemandt  gevonden ,  die  eenen  fchry- 
ver  was ,  ende  gemecnen  foldaet  van  flcchte  afkomlte.  Den  Keyfer 
defcn  foldaet  niet  vrcelende  ,  Itelde  fich  voortaen  heel  geruit,  ende 
buyten  allevreefe,  geen  geloof  meer  gevende  aen  fynen  droom  ;  maer 
liet  ecnighen  tydt  daernaer,  foo  de  oproerige  foldaeten  op  den  Key- 
fer Mam-itins  verbittert  gev/orden  waerenby  gebreck  van  betaclingc, 
cndeandere  redens ,  vcrcoofen  fy  met  toeitemminge  van  heel  den  legher 
delen  Phociis  tot  Keyfer,  den  welcken  den  vluchtenden  Mannti-M  'n\ 

C  3  de 


ii  DE  GODDEDYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

de  (ladt  Chalcedon  achterhaelende,  den  felven  dede  raet  heel  fyn  ge- 
flacht  doorliet  fweerdt  pafTeren ,  foo  dat  men  den  uytval  fagh  van  den 
voorgaendcn  droom.  Men  leeft  van  gelycken  van  fommige  Pauferiy 
die  volgens  hunnen  droom  tot  den  Paufelycken  lloelfyn  geraeckt. 

Gabricl  ColdermariHs.  te  Venetien  geboren  gevaerelyck  iieck  fynde, 
fagli  in  fynen  droom  de  HH.Petru-s  ende  Paftliu^  hem  toeleggende  de 
gefondtheydt  ende  het  Paufdom  j  ende  fiet  nu  in  volle  gefondtheydt 
hcrltclt  fynde,  wierdt  Patts  vercoren,  onder  den  naem  van  EnaeniHs 
den  IV. 

Maer  evenwel  naer  alle  defe  uytvallen  en  magh  men  op  de  droo- 
men  niet  voortgacn,  noch  geloof  geven  nacrhet  fcggen  vanden  Ec- 
clefiafiiciu  metdcfe  woorden:  Dedroomen  hebbendervele  doen  dolen, 
ende  fyn  bedroghen  geweeil,  diedaer  in  hopten.  Mulios  errare  fece- 
ZiL.^.dia-  runt  fimnta  y  &  exciderMU  Jperantes  m  fe  .  Eccli.  34.  v.  7.  Tot  beve- 
Ug.iA^.  49.  ij;inge  hier  van  hoort  nu,  wat  den  H.Püpu  Gregonm  vcrhaelt:  Ee- 
nen,  feght  hy,  hadde  gedroomt,  dat  hy  lanck  foudc  leven  >  hy  daer 
aen  groot  geloof  gevende  ,  dede  fyn  uyterlle  belle  om  grooie  ryck- 
dommen  te  vergaederen ,  maer  vondt  fich  daernacr  teeneraael  bedro- 
ghen, want  hy  tonder  lanck  gcbruyck  van  die  vergaederde  goederen 
op  het  onverwachts  quam  te  fterven  tot  vreughi  ende  voldoeningc 
van  fyne  erfgenaeraen  ,  die  hun  met  de  achtergelaeten  goederen  feer 
vcrheughden . 

Men  magh  dan  op  de  droomen  noyt  vafl  gacn  ;  ende  alswanneer 

dattcr  fomtydts  cenigc  droomen  comcnwaer  te  wefcn,  gclyck  wy  te 

voorengefien  hebben,  wy  moeten dcncken ,  dat  hetgefchiedt  byge- 

^liquando  val,  oftc  doorhct  toedoen  van  eencnquaeden  ofte  goeden  geeft,  het 

^fnerantHr      welck  fich  daemacr  opcnbaert .   Den  H.  Paus  Gregorins  can  ons  hier 

/em»/j  -ven-     .^^^  jj^^j^j.  (jgyej-j -  [)e  droomcn ,  feght  hy,  comen  voort,  ofte  van 

dinc,,iMcxa-  overlaedmge  olte  ydclhcydt  van  de  maeghe,  otte  door  bedrogh  van 

nicione,   all-  Jen  boofeu  gcell ,  oftc  door  eenigh  gepc>'S,  ende  bedrogh  teiamen, 

5»<i;;</o  yero     £■     j      .  (,g,-,io;e  openbaerin2[c ,  ofte  door  eenigh  gepevs  ende  open- 

füufionet  til-   ,  .  r    ^         ^  j  f  ^  1  ir  . 

qu'xndo  cop^  bacrmgc  te  famen  .  Hier  uyt  canmen  mcrcken  dryc  loorten  vanuroo- 
tatione  i'imul  men:  fommige  comen  voort  van  de  nature,  fommige  van  den  quae- 
o-  tiiufioite,  (^j,j^  geeft,  andere  van  Godts  weghe . 

yéunoneJlT.  De  cnckcle  naturclycke  droomen  worden  fomwylcn  vcroorfieckt 
5«.i;«/o  co^i-  van  de  dacgelyckfche  becommeringhcn  ,  ofte  van  de  lichaemelycke 
t.uione  fimul  geftelteniOc  voortcomcndc  uyt  een  lekcrtcmpcrcment,  ende  overtol- 
c?"  rey<Mio-  jj  vochticheydt  ofte  humeur:  Die  vol  salie  fvn,  droomen  dickvils 
!.^.mor.iaf.  vau  vcchten  cudc  oonoghiche  iacckcn .  De  melancolieckc  menlchcn 
48.  worden  befwaert  met  droeve  ende  vrccfelycke  droomen,  van  ftrafFe, 

oock  van  de  doodt .  De  mcnfchen  die  vol  van  bloedt  fyn ,  hebben  bly- 
de  droonien,  van  voghelen,  van  Ichoonc  Linden,  fy  droomen  van  mu- 

lïcck , 


c«n» 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  13 

fieck ,  van  macltyden ,  fomtydts  fchynen  fy  te  vlieghen ,  wclcke  droo-  ^ 

men  te  kennen  geven  eene  goede  gefteltcnifle  des  lichnems .  Q^'J^ 

Voorts  de  droomendie  vcrooi-Gieckt  worden  van  de  boofc  geeften,  ^^^''/4;(^"'^ 
en  can  men  fomtydts  niet  wel  onderkennen,  cnde  onderfcheydcn  van  ,„/,^^t  ,  i^ 
de  droomcn  van  de  goede  geeften ,  te  weten  van  de  Enghelen ,  de  crep.,T>it  eum 
welcke  op  de  felve  maniere  voortgaen,  om  dat  de  quacde  ende  goede  ^'^'^''^  >«^- 
gecllen  eene  de  felve  nature  ende'macht  hebben,  nochtans  niet  het  ^"•'7''»'-ï 
felve  opfet,  endecynde;  want  de  goede  Enghelen  anders  niet  en  foec-  NumqmJ. 
ken  als  de  glorie  Godts ,  ende  de  ialigheydt  der  menfchen ,  daer  de  »"«^<'  f^ieLtt 
helfche  geellen  heel  contatrie  doen.  ^    ^tt  'fjft 

Macr  hoe  falmen  nu  connen  weten,  dat  dcdroomen  comen  van  de  renAo  ?  dicen- 
goede  geeften  ende  van  Godt?  De  geleerde  mannen  geven  defe  ant-  dumefl,iiuod. 
woorde,  dat  Godt  dit  eemeenelyck  te  kennen  geeft  door  fync  infpra- -^"" '''"ƒ'"'"''• 
ken  ende  verlichtmgen ,  die  de  droomendemenlchen  gewaer  worden,  ^i?^/^^,^!^:,, 
cenighllns  oock  meixkendc  ,  dat  fy  bevveghen  tot  het  goedt  cnde  ut  futuraiUi- 
deughdt .  "'■  f'M">"it'» 

Godt  verweckt  gemeenelyck  de  droomcnde  menfchen  ,  dat  fy  de  ^J"^^^'™f,jl 
nytleggingc  daer  van  foudcn  vraeghcn  van  geleerde  ende  godtvruch-  fceretHr'aDea 
tige  mannen ,  gelyck  de  Coninghen  Ndbuchodonofor  ende  Pharao  ge-  /«#  promif- 

dacn  hebben.  ^dfm°t'2'm 

Nu  ten  leften  aengaende  de  droomcn  van  Jofej>h^  te  weteh  vanfy-  jl^dutTur 
nen  fchoof,  ende, van  de  fchoovcn  van  fyne broeders,  ende  van  fyncn  nu  kDco  nA 
droom  van  de  lonne,  maene  ende  fterren  die  yo/'è-^;/^  fchcenen  teacn-  referendum  eji 
bidden ;  defe  vcrliaelde  hy  cenvoudelyck  aen  fynen  vader  ,  oock  aen  y'""'^  p^t'r'p 
fvne  broeders,  die  daerom  op  hem  geftoort  wierden,  ende  tot  hem  ƒ„„,„„(/(. /70-. 
met  hact  ende  nydt  meer  ontileken,  uyt  vrecfe,  dat  fy  hemdaernaer  nanter  Scnp. 
als  hunnen  overfien  eens  foude  moeten  eere  bewyfen.  tnradn:t:P.x- 

Dcn  vader  a  Jacob  datallesbemerckendc,  ende  fiende  dat /o/7:;/»/j  met  ^,^'  \ai.itus 
het  verhaclen  fyndcr  droomen  aen  fync  broeders  oorlacck  haddc  ge-  coitfiderahat 
geven  van  twift  ende  afgunftigheydt,  berifpte  hem,  ende  fy  fclven  taimjuamfcn- 

framvertoonende,  feyde  hem  :  Wel  hocmynen  fone,  enfyt  ghyniet  'Z'lj^^^'Z'Z 
elbhacmt,  aen  my  ende  uwe  broeders  foodacnighc  droomcn  te  ver-  tendi  er  fy- 
tcUen,  alsof  wy  u  eens  foude  moeten  aenbidden  ende  eerbiedinge  bc  nificin:  d.ito 
toonen  als  onfen  oppcr-hecr  ende  ovcrften,  fytghy  wys,  en  fyt  niet  '^*''"''»  ?'*'"* 
meer  foo  onbedacht  ende  onvoorfichtigh  ;  wordt  ghy  by  nacht  met  (."ntifim'pba. 
droomen  overvallen,  en  vcrhaeltfe  niet  indendagh,  ende  en  geefter  tatehujufmo. 
geen  geloof  aen .  difomnU  re. 

Dogh  of  lofe^h  geloof  gaf  aen  fyne  droomcn  ofte  niet,  ende  ofthy  ^Z7mmXf.i- 
Ti'enfte,dat  fy  waer  mochten  wefen,  ende  daerom  foude  mifdaen  heb-  debat,  &  ,d 
ben,  dat  en  is  niet  feker.  akfque pecuf- 

Den  vermaerdcn  fchryvcr  O  ThoKOi  ^rirrlictu  is  van  pevoelen-  dat  '"  ^^' -'""*' 

T  /•    I  r  1     IJ  ■  r       ,         '^      ,     ■     t  •         °,     "*■"-'' 5    ■"""-  rdt.  Thomas 

Jofe^o  geenc  Ichuldt  ergens  in  en  foude  gehaat  hebben ,  hy  geeft  defe  f^v.^icn^ . 

reden: 


Z4'DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

reden:  Mea  moet  fegghen,  dat  lofeph,  gelyck  die  droomen  va.n Godt 
quaemen ,  oock  van  Godt  wierdt  verweckt ,  om  die  aen  fynen  vader 
ende  broeders  te  verhaelen ,  ende  genomen ,  dat  hy  die  rechtfinnelyck 
en  Je  ecnvoudelyck  verhaelde,  daerom  en  dede  hy  geen  quacdt,  en- 
de dat  condc  geichicden  fonder  fondc.  Soo  ipreckt  den  voorgenoem- 
den fchryver. 

Ificfii;  daer  en  tuflchen  bemcrckte  defefaecke,  ende  ovcrpevfdedcfc 
droomen  alsvoortceckens  vancenige  waerhcydt ,  want  cl  i  ft  dat  hy  wel 
wirt  ,  dat  de  droomen  meerderen  deel  niet  wacr  en  fyn ,  feer  dickwils 
niet  anders  en  fynde  als  bedriegelycke  verbeeldinghen,  evenwel  hyliet 
ilch  eenighfinsvoorftaen,  datfegeene  verfierde  vooritellingen,  oftop- 
getrocken  dompen  en  waeren,  ende  geen  bedrogh  van  eenigh  fpoock 
oft  nacht-geficht  vanden  duyftercn  geeft,  maer  teeckens  van  verho- 
len dinghen,  die  Godto^t  eencn  Enghel  van  Cjoiiw  wegen  mocht  inge- 
druckt  hebben  in  het  gemoedt  van  lofeph  . 

Dit  alles  niet  teghenllaende  de  broeders  van  lofeph  en  trocken  fy- 
nen  droom  in  geenen  goeden  fin,  maer  tot  voedtfel  van  hunnen  voor- 
gaenden  haet  ende  nydt,  gelyck  wy  nu  breederin  de  drye  deelen  van 
de  volgende  hiftorie  van  hfe^h  fuUen  gaen  fien . 


'%)é^ 


EER- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


^r 


EERSTE  DEEL 

VOOR-REDEN. 

De  God^elycki  •  J^oorftemgheydt  aehruyckt  [omtydts  onht'* 

quaeme ,  Joo  het  Jchynt ,  jae  teghenllrydende  middelen  , 

o??z  de  menfchen  te  brengen  tot  hun  gelucht  gelyck, 

het    hlycken  jal  in  lofeph. 


^^k: 


Ommighc  fyn  dickwils  verwondert  geweeil 
over  den  handel  van  de  Voêrjient^hejdt  GodtSy 
die  de  menfchen  op  foo  verfchcyde  cnde  moey- 
clyckc  manieren  beftiert ,  om  die  ten  leften  re 
brenghen  tot  hun  geluck  cnde  fah'gheydt  :  hy 
;'/,  vernedert  fommighe ,  die  hy  daernaer  wilt  ver- 
heffen ,  ende  in  groote  cere  Hellen ;  ende  fom- 
tydts,  als  het  al  verloren  fchynt  te  welen,  ende 
buvten  alle  hope,  dan  comt  hy  hun  te  hulp  ;  Godt  weet  op  fvnen 
tvdt  de  handt  uyt  te  fteecken,  om  de  bcdruckte  ende  verketen  men- 
fchen, oock  door  middelen  heel  onbekent,  jae.die  ons  dacr  toe  con- 
trarie fchyncn  te  wefen  ,  uyt  alle  peryckelen  ende  allen  ongeval  te 
trccken . 

Go^/ handelt fomtydts  hierin,  gelyck  eencn  ervaeren  fchipperofte 
ftierman,  die  fomwylen  voortgaet  in  het  beftieren  van  fynfchip  heel 
teghen  het  gevoelen  van  andere  ,  die  hun  van  het  vaeren  niet  wel 
en  verilaen . 

Men  falder  vinden  ,  de  welckc  den  opper-ftierman  fuUen  willen 
berifpcn ,  ende  teghen  hemfpreken,  alsfy  lien ,  dathy  het  roernaer 
den  rechten  cant  lloot,  om  te  doen  keercn  naer  den  llincken  cant, 
fy  fullcn  teghen  hem  claeghen ,  daer  hy  nochtans  aldus  doen  moet, 
van  het  wclcke  fy  geene  kennifle  en  hebben.  Wederom  als  hy  het 
feyl  met  veel  water  doet  begieten,  fymeynen,  dat  hy  het  fchip  aldus 
niaer  en  bcfwaert,  cnde  als  hy  het  fchip  wat  cp  fynen  cant  doet  gaen  , 

D  fy 


z<J  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

fy  meyncn  ,  dar  hy  hetfchip  inperyckel  ftelt,  van  om  te  keeren,  en- 
de  als  hy  zydelinx  vaert,  fy  fuUen  fegghen,  dat  hy  fynen  tydt  maer 
en  vcrqiiift ,  dat  hy  moeil  recht  henen  vaeren  ;  maer  fy  en  verftaen  het 
al  niet.  Den  ftierman  weet,  wat  dat  hydocn  moet,  want  hy  vaert  ter 
zyden,  oit  hy  laveert,  gelyck  men  fpght,  om  den  windt  wat  te  vat- 
ten, cnde  aldus  beter  voort  te  gaen,  daer  hy  anders  niet  wel  enfou- 
de  v  >ort  geraecken,  jae  meer  achterwaers  gaen.  De  fchippers  ende 
ftiermaiiS  weten,  hoe  men  vaeren  moet,  cnde  hoe  dat  hun  fchipge- 
ftiert  moet  worden,  om  tot  de  geftelde  plaetfe  te  comen. 

Soo  van  gclycken  weet  Godt  oock  door  verfcheyde  maniererl  ende 
onbekende  middelen  de  menfchen  tot  de  geluckighe  haeve  te  bren- 
ghen . 

Laet  ons  dit  als  een  finnebeeldt  aen  den  Lefer  voorftellen  met  het 
opfchrift  het  welcke  volght  naer  de  print . 


UYTGEEEELDT    IN    JOSEPH. 


27 


Dat  teghen  fchym  0  lieven  vriendt  ^ 
Heel  nut  is ^  ende  beter  dient. 
Het  Siimebeeldt  wordt  uytgeleydt. 

Jlfen  Jtet    al    mentgh    checken    maet  ^ 
Die  Jich    aen  '?    vaeren   wel    "verflaet  ^ 
die    kent    de    diepten^     en    den    vloedt^ 
£.n   door    de    conft  fjn  fchtp    behoedt. 
Daer    ander''    berften    op    een    clip , 
Siet    onfen    maet    beu/aert   fyn    fchip . 
Hy    vat    den    windt  ,    en    vnert    heel  piel  y 
u4ls    een    ervaeren    boodtsgefel . 
JSlu    teghen    windt  ,    nu    met    den    vloedt  y 
Hy   ïyeet  ,    hoe    hy    beji   vaeren    moet  j 
Nu    z-jfdlinck    vaert  ,    en   dit    om  V    befl  y 
En    vat    den   windt   van    ^uyd^    oft    weji : 

Da 


Matr 


48  DE  GODDELjYCKE   VODRSIENIGHEYDT 

M^aer  Jtet    men   lazert    onfen   maet^ 

Of  hy    hter  Jich    niet    wel    verjiaet  .• 

Jn   plaets"    hy    neemt    de    rechte    baen , 

Jiy    doet  fjn  fchip    ter    xjjd^n  gaen : 

't    Is    anders    niet    als    tjdt    v  er  jijt  y 

En    is    voor    niet  fyn    arbeydt    cjuyt . 

Ej  fwyght  toch  ft  il  gj  f  echten  bloedt  ^ 

Chy    weet    met  , '.  hoe    men    vaeren    moet  j 

Ghji    weet    niet ,     hoe    het    hier    al   gaet , 

^en    '/    vaeren    ti   niet    wel    verft aet . 

Neemt  ghy    h    eyghen    werck    ter    handt  y. 

Dit    is  geen    werck    van     h    verft andt . 

Den  fchifper    hter  Jich    %i'el    verjint  .^ 

Ter    ■x.jden    vaert ,    en   vat   den  windt . 

Jiiaer  hidd"  u ,  ft  aet  hier  noch  wat  ftil , 

En  hoort ,    wat  ick  u  feggen  wil  : 

I4^at  fuchten ,  dachten  en  verdriet 

Nm  hter  ^  nu  daer  en  hoor imen  niet ! 

Eylaes !  den  goeden  menfch  ver  gaet  j 

Het  fchynt  ,    dat   Codt   hem   heel   verlaet  l 

Den    boofen    leeft    naer  fynen    ivenfch  ^ 

Jn   pyn    en    druck    den  goeden    menfch , 

Die    anders   niet   als    Godt   en  foeckt^ 

Die    wordt    veracht  ,    die    -wordt   vervloech , 

Den    boofen  goedt  ,    en  geldt  geniet , 

Een  goeden    menfch    is   tn  V    verdriet  \ 

JHen    hout    hem    als    een  geck    en    fot  ^ 

Wordt    van    een    teder   uytgcjbot . 

Wel   hoe    il   dit   een   werck    van    Godt  ? 

Is   dit    der   deughden  V    droevigh    lot? 

O     blinden    menfch    eti    claeght-- niet    meer  ^^ 

Het  fin    al   werchen    van    den    Heer . 

Van   Godts    beftter    niet    meer    en     claeght  ^ 

Codt    voor  fyn    vrienden  fcrghe    draeght : 

Die    Godt    verdrtickt    en    tact    in  fmert  ^ 

Daernaer   te    meer    verheven    werdt . 

Wat    anghft    voor  Jofeph    in    den    noodt ! 

Geen   hoof    had*    in    d'  aenftacnde    doodt : 

'ƒ  Scheen    hy    de    doodt  gongh    onderftaen  y 

Dus    moeft    hy    naer   de   glory   gaen . 

Soo    handelt   Godt  :   door   teghenjpoedt 

Leydt  fynen    vnendt    tot    '/    meefte  goedt  ^ 

LCAP. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ip 

I.   CAPITTEL. 

lofeph  tfordt:  'ï>att  fyne  Broeders  gefocht  ter  doodt ,    ddernaer 

ge'^orpen  in  eme  uytndrooghde  cifitrm ,  dan  verco^ht 

aen  de  voorbygaende  Ijmaélitejche  cooplieden  trec^- 

ketide  naer  -Aigypten,uyt  alle  loeUke  peryckelen  hy 

door  Godts  Voorfienigheydc  'ieierdtverlofl. 

^^^^  M  Ls  ick  nu  de  hiftorie  van  Jofeph  begin  ,  men  moet  hier 
SAS  ^'^'^  bcmcrcken  vcrfchcyde  gedachten  van  Godt  ,  van  de 
^  M  nvdiee  fonen  van  ^acob  ,  ende  daernacr  de  gepevfen  van 

^^^^M^  hunnen  Vader. 

De  Broeders  van  lojeph  en  peyfden  niet  anders  ,  als  hem  uyt  haet 
cndc  nydt  ende  befonderlyck  om  fyne  droomen  ter  doodt  te  bren- 
ghen . 

Godt  ter  contrarie  hadde  volgens  fyne  Foorjïetnn^hejdt  vaft  geflclt 
lofepb  van  de  doodt  te  bewaeren,  ende  hem  ten  Icften  nacr  veel  ly- 
dcns,  naer  anghft  ende  vrecfe  in  het  landt  van  z^^gypen  in  eere  ende 
glorie  te  Hellen,  het  welcke nicmant ,  door  wat  middelen  hetmoght 
welen,  en  foude  connai  beletten,  gcmerckt  datter  geenen  ra^dt  te- 
ghen  den  wyfen  ende  almachtighen  Godt  en  can  gevonden  worden 
naer  het  fegghen  van  Salomon :  Non  efl  conJIUum  contra  Dominum . 
Frov.  il.  V.  30.  gelyck  wy  daernacr  breeder  ilen  fullen  . 

Nu  acngaenuc  den  vader //7co^.-  Hy  Icheenvan  die  fchickinge  Godts 
eenigh  achtcrdencken  te  hebben,  want  hy  de  droomen  uyt  den  mondt 
van  Tynen  ibne  lofefh  gchoort  hebbende,  die  by  lyn  felven  quam  te 
overdcncken,  volgens  het  fegghen  van  «  Aioyfes  ^  met  defe  woorden; 
Daerom  hadden  iyne  broeders  teghen  hem  eenen  haet  ende  nydt,  inVi(i.\ant e', 
maer  den  vader  bemerckte  defe  faecke  al  fwygende:  Den  ouden  man  f-Mres  (;«*, 
hadde  achterdencken,  datter  in  die  droomen  wel  iet  wordcrs  mocht  ƒ>•»"'•  Ttro  re 
fchuylen,  ende  datfy  wel  eenige  waerachtighe  uytcomile  condehcb-  ''"^"'"  '^""f^' 
ben  ,  gelyck  het  daernaer  metter  daedt  gebleken  heeft  >  het  welcke  yT'v.""-^"* 
nochtans  lacob  niet  feker  en  wift. 

Daer  en  tufichen  hy  dede  fyn  uyterfte  bertc  ,  om  allen  ongeval  te 
voorcomen,  ende  dien  haet  ende  nydt  te  flilfenende  uytteroeyen  ofte 
te  vernietighcn . 

Soo  dan  den  Ibrghvuldighen  vader  vondt  gcraedigh  fyncn  fone  t'  huys 
tehouden,  ende  die  nydighe broeders  ergens  naer  het  vcldt  te  fenden, 
om  de  fchacpen  ende  het  vee  te  doen  weyden  ,  aldus  verhopende, 
^at  die  afgunÜighcydt  teghen  lofe^h  door  het  afwcfen  vaa  malckan- 

D  5  deren. 


30    DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


tempus ,  gnj- 
riii ,  qnod  iif- 
feS'tus  anima 
ac  morhcri*m 
tempus  dua- 
tur  ynedicus. 
Philodejof. 


deren,  ende  met  den  tydt  allenskens  foude  flyten  ende  vergeten  wor- 
'  den,  gelyck  *  Ph^lo  dien  Hcbreeufchen  fchryyer  wel  bemerckc. 
rentu^pa-  ^j^  ^^  j^^^y  nacf  eenif'lien  tydt  fich  liet  voorftaen,  dat  dien  afkeer 
pT.tfentibus  ende  nydt  nu  wel  mochte  gefliftt  fyn  ,  fendt  alsdan  lofeph  naer  fyne 
emnihiif  ali-  brocdcrs ,  oiT)  hun  van  i)n;a  t'  Vv'eghe  te  groeten  ,  ende  te  fien  ,  of 
qmd  H"'"-  het  met  hun  al  wel  was,  ende  met  de  fchaepen,  ende  met  al  het  vcej 
Tre's'^'oriretHT  '1^"^  de  ücfdc  hopcndc  tc  herftcllen. 

<:xin'^rat.tfi-      Lact  oDs  dit  allcs  tot  minder  verdriet  van  den  lefer  in  hetrym  ftel- 
mniorum  me-  len ,  ende  vcrilaCH,  hoe  dat  den  vader  daerentuflchen  niet  Tonder  vrec- 

Hebrat  ud  f  al  J'^    CH    WaS  . 

CuaSUumdo.  t.^^q|3      fpreckt . 

m/  fervut  ad  •'  i. 

Ellendigh  als  ick  ben !  van  forghen  fchier  befwehen .' 

Aly  lnji ,  jae  can  met  meer  in  myne  droef heydt  (preken  ! 
Ejlaes  !  hen  heel  hejaert  ,  verlaeten  ,  fonder  vron-w ! 

Ick  wenfch  maer  naer  mjn  doodt  tn  tnynen  anghji  en  rouw. 
O  Gadt  ,  die  't  al  be/liert  ,    ift  alles  z.y  geprefen  j 

Ghy  hebt  van  Abrams  flam  een  Jïennfel  -willen  weren -^ 
O  geeft  »?r,    bid£  ick  «,  dat    ich  «  gunj}  ve'^'-u/erj'^ 

Het  leven  my  verdriet  ,  o  geeft  my   dat  ick  fterf. 
Myn  hooft  heel  nederbooqlit  ,    en  fosckt  als  eenen  blinden 

^l  fchüdende  fjn  graf  ^    om  ptïie   ruil    te  vinden. 
Op  myn  veroudert  hooft  de  doodt  aüe.'sh-'ns  daelt ^ 

Afjn  Jïel  is  ongernj}  ,    tot  dat  fy  neder daelt 
Tot  Rachel  myn   lief  paer  ,    die  my  is  ■w'gh-genomen . 

O  lanck  gewenfle  doodt  ,    laet  my  oock  ,tot  haer   comen  , 
O  Benjamin  lief  kint^  myn  /«/?  ,  en  oock  myn  ronv ^ 

Den  fchicht  kws  moeders  doodt ,   myn  atderhefjle    vromv .' 
Sy  tn  haer  haerens  noodt  gaf  echter  u  het  leven  ^ 

Of  dat  ghy  leven  mocht  ^  fy  is  felfs  doodt  gebleven . 
Hebt  haer  wel  dier  gecofi  j   V  heeft   haer  de  doodt  geflaen ^ 

Leeft  dan  f    o  mocht  ick  maer  naer  myne  Rachel  f  (Z^»  / 
Doch  fiilt  K  driftigh  hert  j   wilt    u  foo  niet  beroeren , 

En  laet  a  fonUer  toom  tot  onheyl  niet  vervoeren . 
Bedenckt  »,  wat  ghy  doet  ^   divinght  al'  dïén    binnen  Jliydt  i 
Ghy  immers  noodigh  fyt ,  feyfl  dat  ghy  vader  fyt .  ' 

Ghy  mooght  de  droeve  doodt  van  Rachel  ^l/el  beclaeghen.^ 
Aiaer  moet  al-even-wel  noch   meerder  forghe  draeghen . 

Jf^enfi  ghy  uyt  ongedult  foo  een  verhacjle  doodt  ^ 
Ghy  laet  heel  niven  flam^   uu'   kinders  tn  den  noodt. 
Sprack  aldus:    De  fon    r.l  eenijh  tydt    is  nu    wat    ofgerefen^ 

Ick  moefl  UH  naer  myn  plicht    bj  mynen  vader  wefsn^ 

Hem 


lofeph  Jmor- 
gens  -rroe^h 
Jyntn  Vader 
temende  goe- 
den daghuen- 
fihen 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  ji 

JJem  troojhn  in  fjn  fmsrt  ,  en  m-inen  dtetifl  aenbiê»y 
Hj  anders  tnet  en  wenfl  ,  als  fynen  foon  te  Jien . 
lofeph(ynen  'k  Vrees ^  dat  hy  Jtch  beclaerht  met  forgh  en  nnghfl  hevan^e»^ 
vader  fiende,     En  dit  den  oude//  man  my  wacht  met  groot  verlanghen . 
gaet  voort:   ''kjien  hy  Jich  keert  totGodt^  fjn  handen  heft  om  hooghy 
/«co^iemandc  2\4et  fuckn-n  uyt  het  hert  ^  en  traenen  in  de  oogh . 
gewaer wordende ,  fpreckt  aldus: 

Wat  hoor  ick  ?  •u'te  is  daer  ?   -vuiéns  ftem  heh  ick  vernomen  ? 
Afy  dunckty  hy  naader  com! ;  -ivnn  pen  ick  tot  mj  comen? 
7o/?  (preekt:   Jck    ben  het  tot  u  dienjl  ,   ben  Joih^jh  awen  fooit  j 

Tot  mven  dienjl  bereedt ,  /oo  ick  het  ben  geivoon . 
Iac.^i^XZc\X''Sjt  ghy  het  al  myn  trooft  in  dees  myn  oude  jaeren? 

Ghj  fjt  mjn  liejflen  foon ,  die  Rachel  cjHam  te  baeren . 
Comt  hier  ,  rtifl  o^  myn  hert ,   comt  hier  myn  lieffte  ktndt , 

Toont  oock  mv  wederliefd'  ,  toont  dat  ghj  my  bemint , 
Chy  fyt  my  aengenaem  voor  d"  ander  nytvercoren  , 

tlyt  myne  lieffle  vrouw  ,  ttyt  Rachel  eerfl  geboren  i 
Chy  fyt  al  mynen   trooft   in   mynen   ouden  tydt  ^ 

O  ''t  is  my  trooji  ,  dat  ghy   by  my  gebleven  fyt , 
*k  JVaer  nu  van  allen  druck  ,  van  allen  anghfl  genefen , 

Had  ick  met  haer  tn  d"  aerd  al  vroegher  moghen  wefen  } 
JHaer  Jofeph  lieven  foon  ghy  hebt  my  noch  bewaert , 

O^    dai  ick  tn  u  leef^   de  doodt  heeft  my  gef^aert , 
Ghy  fyt  my  grooten  troojl  voor  myne  lejie  jaeren  j 

Doch  can  my  noch  daernaer  meer  onheyl  wedervaeren  ! 
Ey!ues!  met  heel  myn  huys^  uw"-  broeders  allegaer 
En  ben  niet  fonder  forgh  en  vreefelyck  gevaer ! 
Wat  onrufl  is  my  niet  ,  wat  onheyl  overvallen  ! 

Afaer   vrees^  noch  eve'^wel  van  menigh""   ongevallen  ! 
Jn  een  groot  hmfgejin  men  altydt  vreefen  moet-. 

De  onrufl   altydt  ïi'oont  tn  /'  vaderlyck  gemoedt . 
Gaet  foon  ^  fielt  my  gemfl  ^  treckt  verder  naer  de  beyden^ 
Siet ,  "waer  uw  broeders  fyn  ,  en  waer  de  fchaepen  weyderi', 
,  Gaet  foeckt  hun  overal  ,  Jïet  hoe   het   met  hun  gaet , 

Of  alles  is  in  rnfl ,   en  in  gewenflen  flaet . 
Soo  ghy  de  volle  iveet  van  alles  hebt  gevonden  i^ 

Wacht  niet  ^  maer  o^  den  voet  my  alles  wilt  vereenden . 
Gaet  aen  uyt  mynen  naem^  wenfcht  hun  den  goeden  dagh^ 
En  tracht  y  dat  ick  wel  haefl  u  weer  aenfchomven  magh . 
ƒ«/'.  Ipreckt:  Stet   vader  uwen  foon   bereedt  tot   alle  weghen  ^ 

Eerfl  worf  ick  my  voor  u ,  ?jeft  my  maer  Hv^en  feghen . 

Jac, 


51  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

/ar.  fpreckt:  Gaet  dan  gehoorfaem  kindt  ,    en  dat  u  Godt  he%vaer 

Van  allen  ongeluck ,    en  forghelyck  gevaer . 
''k  Ben  echter  vol  van  vrees  ,  de  er  acht  my  wilt  begeven  ! 

lek  voel^  het  gaet  voor  goedt  ^  myn  hf  begint  te  beven! 
Voorwaer  .^  ick  het  beken  ^   'k  ben  even  heel  onflelt  ^ 

A'ïyn  Itchaem  met  mjn  Jïel  ,  d.at  hdt  e^n  groot  geweldt . 
O  Jofeph  o  lief  kindt    tck  vrees  voor  ti.^  en  cC  ander'' , 

Of  eenigh  twifl  ontflondt ,   de  broeders  met  malckander  . 
Nochtans  o  grooten  Godt  !   myn  ruft  ick   op  tt  fiet  ^ 

Op  «  alleen  betromv .   Gaet  foon  en  vaert  maer  wel . 

Wie  en  fal  hier  niet  pryfcn  de  groote  lorghe  van  lacob  voor  ^"ne 
fonen?  het  welck  moet  dienen  tot  onderwyfinge  van  de  ouders 
ende  overilen,  de  welcke  oock  grootclyck  verplicht  iVn,  icrghe  te 
^  draeghenvoor  hunne  kinderen  ende  onderfaeten.  /«co^  wilte  wel ,  dat 
rentes  "exlh-  de  fondcn  ende  gebreken,  die  de  ouders  conden  voorcoinen,  ende  be- 
r.Hf  fihoriim  lettcn ,  aen  hun  toegei'ch reven  worden,  gelyck  a  Oleafler  ende  i  Gui- 
gefta.v  fn-  Uelmm  Hamerns  die  geleerde  uytlcggers  van  de  H.  Sciifture  wel  ende 
^ducuiL  ile'  wy^'cJyck  oock  bcmerckcn  .  De  vaders  moeten  neerilelyck  onderlocc- 
r.i,  Ht  maU  ken,  wacr  dat  hunne  fonen  verkeeren ,  ende  op  alle  hunne  manieren 
^efti  arpiere  lettcn ,  of  fy  fooitydts  louder  oorlof  buyten  huys  vernachten,  om  al- 
fojjint. ^Oki-  ^ijg  jjjig  peryckelen  te   voorcomen. 

Uefcribit  hh  Soodanighe  forghe  moeten  oock  de  moeders  draeghcn  voor  haere 
Moyfes  feiu-  dochters ,  volgens  hec  exempel  van  die  loffelvcke  ende  forghvuldige 
liLitento- iu-  vrouwe,  van  de  welcke  den  c-  IVyfeman  fprcckt,  de  welcke  de  ooghe 
^"^7;!)  v»/a-  haddc  op  alle  de  weghen  ende  plaetfen  van  het  huys ,  lettende  op  al- 
/;/  ahfentei  Ics ,  gel}ck  a  Lapide  feght,  op  alle  den  handel  van  de  huyfgenocen, 
indignum  a-  -wat  dat  fy  dcdeu ,  of  fy  Icdigh  waeren,  genegen  tot  ky ven,  tot  on- 
'"'''  'ij'j  maetighevdt ,  oneerbaerheydt  ende  foo  voorts . 
^"Lruf/filio-  Dus  moetien  de  fonen  ,  de  dochters,  ende  onderfaeten  altydt  een 
rum-fitU  p.i-  ooghe  hebben  die  hun  gacde  floegh  ,  dan  foudender  veel  fonden  gc- 
rentibM  im   fj;houwt  wotdcn  ende  gebctert . 

{néms.'      ^'       Godt  gaevc  ,   dat  alle  ouders  ende  overften  foo  forgelyck  waeren , 

c  gelyck  geweeft  fyn  Incob  enéc  Ifai  de  vaders  van  lofcph  ende  David. 

Confidcr.iVn  Xv^elcken  leftenfynen  fone  D^ay/a^fomtydts  belallede,  om  tegaen  den, 

"rT'prov""^  hoe  dat  fvne  broeders  hun  droeghen,  hem  aldus  aenfprekende  :  Gaet 

y.  i_        ''  naer  den  legher,  ende  ghy  fult  uwe  broeders  befoecken,  ende  fien, 

d  of  fv  in  goeden  ftaet  fyn,  ende  verneemt,  met  welcke  fy  geileltfyn. 

Ciirre  ad  ca-       £j,^j.  ^.^^  oock  dc  iorghe  van  den  Propheet  lob  ten  opficlit  vaniy- 

tlTX:j;'"ul",  "c  kinderen  ,  voor  de  welcke  hy  alle  daeghen  Godt  badt,  dat  hyfe 

ftrethug^nt,  vau  allc  ougcluck  ibude  willen  bcwaereri  ,  ende  vervullen  met  fyncn 

Viumquihus  fep-hen . 

ad}u>,chjlnt        ^^^  forghvuldioih  en  was  oock  niet  die  wcerdige  moeder  Blanca 

1 .  Keg .  I ƒ .  ö  O  f}  r'      • 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  35 

Coninginne  van  Vranckeryck ,  de  welcke  haercn  fone  Ludovicus  den  Confeflm  l- 
IX.  aliydt  in  de  ooghen  hadde,  fiende  ofte  wetende,  waer  hy  was,  S'^^^^^'^y"' 
ende  wathydede,  die  oock  feyde,  dat  fy  hem  liever  doodt-foude  fien  ^/J"i^^.;^^ 
ligghenvoor  haere  voeten,  als  bel'met  met  eene  doodt  fonde.  dAyernnt eum 

Laet  ons  wederkeeren  tot  lacob ,  ende  fynen  gehoorfaemen  fone  lo-  tunica,  taUri 
fevh ,  die  nu  al  op  den  weeh  was ,  om  fyne  broeders  ergens  te  vinden  .  ^  j"'b"»tt, 
Daer  en  tuiichen  den  vader  was  m  hope,  dat  alles  wel  loude  aHoopen,  j-^.,n„ 


oi  occur- 


ende  dat  de  liefde  met  defe  groeteniflè  onder  de  broeders  wat  foude  rere  fiatn  o' 
herltelt  worden.  .  '''T'mul''li 

Maer  eylaes  !  het  en  kickte  aldus  niet,  gelyck  hy  gewenfl;  ende  J^^fTLlfw, 
gehopt  hadde:  hy  hadde  de  broeders  wel  voor  eenighen  tydt  van /o-  i„quirere. 
/éjih  atgelcheyden,  maerhy  en  heeft  den  nydt  niet  connen  fcheyden,  O'^fi  te/h* 
iac  hy  was  noch  vermeerdert.  Hun  aftreckcn  van  den  hact  ende  nydt  H""^'""-  «*» 
die  ly  hadden  tcghcn  lofeph ,  wasalscenengryp-voghcl  te  willen  ichey-  ^„_,f,  y-^^^  ^ 
den  van  eene  duyf ,  ende  eenen  hongherigen  wolf  van  een  fchaepj  aljilnmt.  s. 
welcke  gedierten  door  hunnen  ingeboren  drift  meer  verweckt  wor-  Chryf.  hom. 
den  ,  om  die  cwnoofele  heeften  te  verfcheuren  ende  op  te  eten  ,  als 
hun  de  proye  langhei-  wordt  ontrocken.  b 

Sco  dan  als  nu  lofeph  nacr  veel  dolen  ende  vraeghen  fonder  cenige  Merito  luc 
vreefe  ende  achrerdencken  met  alle  eenvoudigheydt  ende  gencgent-  patimHr,quia, 
heyt  iyne  broeders  meer  ende  meer  quam  te  naederen,  lbo  dat  fy  hem  P^f' •''"'""""» 
nu  oock  van  verre  in  de  oogh  crcghen,  hadden  fy  terltondt  wederom  ƒ,.„„,, T,</e»- 
de  gepcyfen  ,  van  hem  het  leven  te  nemen  ,  fegghende  onder  male-  tes  ö»^»/?/W 
kanderen  :  Sict  daer  comt  den  droomcr,  comt  laet  ons  hem  doodcn,  <*"""■*  'i"'» 
ende  dan  Ilil  men  lien ,  wat  hem  fyne  .droomen  fullen  bacten .  Ecce  ^^^,.ylo7o-c. 
fomr.i  itor  venu  ^  vetiLte  ^  occidamm  eam,^  &  tune  a^^arebit^  q!t:d  p-ojint  Gen.  ^r.  ;i. 
////  fumnia  fua .  Gen.  73.  V.  \f).  10. 

Uyt  defe  bittere  ende  wreede  woorden  conde  men  genoegh  mere- 
ken hun  verbittert  gcmoedt.  Maer  broeders,  waerom  f)t  ghy  lbo 
wreedt  tcghen  uwen  broeder,  die  teenemael  onnofel  is,  die  u  in  het 
minilc  niet  en  heeft  mifdaen,  ende  dieU.  lieden  allegaec'ervriendelyck 
cornt  groeten,  uyt  den  naem  van  U.  lieden  vader?  maer  't  was  alles 
te  vergeefs  .  Hoort  hier  van  fprcken  den  a  H-  Chryfajhm:u  ^  foo  feght 
hy  :  Als  hyby  fyne  broeders gïcomen  was,  fy  hebben  hemfyn  rockx- 
ken  uytgetrocken;  ende  daer  fy  hunnen  broeder  hadden  moeten  te- 
ghen  gaen,  ende  vrienJelyckomhelfen ,  ende  vraeghen,  hoe  het  was 
met  hunnen  vader  ,  fy  vallen  hem  aen  als  blocdtgierige  heeften,  een 
fchaepken  gelien  hebbende.  O  onbermhcrtighc  ende  v/recde  mede- 
broeders, hun  ooien  Hoppende  vooral  fyn  bidden  ende  fmeecicenmet 
fyne  traenen  gemengelt,  jae  fy  willen  hem  aenvallen ,  om  te  dooden . 
Gelyck  fy  hetdaernacr  fel fs  hebben  bekent ,  als  fy  waeren  in  eeneuyt- 
terltc  bcnouwdthydt  j  foo  fpraken  fy  :  h  Met  recht  lydcn  wy  dit ,  Vv-ant 

É  \     wy 


34  DE  GODDEDYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

wy  teghen  onfen  broeder  mifdaen  hebben ,  (lende  de  bedrucktheydt 
fynder  fiele  &c. 

Sy  en  wierden  dan  met  allefyne  traenen  ende  tcere  woorden  geen-, 
fins  beweeght,  hem  uyt  hact  ende  nydt  willende  dooden.  Occidamns  eum. 
Keinterfiii-  Maer  degoddelycke  •«  roor/ienigheydt  (^uzva  daer  teghcn ,  ende  begon 
titls  animum  hacre  partye  oock  tefpelen,  daer  toe  gebruyckendeeenen  van  debroe- 
ejtu ,  «fi  ef-  ders ,  te  weten  Rnhij  den  eerft  geboren  ,  den  welcken  fiende  fynen 
flnlhlem'"  """"ofelen  broeder  in  een  uyterlle  peryckel,  wierdt  beweeght,  ende 
Jed  f>-oiu'te  dedc  fvn  belle,  om  de  broeders  van  hun  boos  opfet  af  te  trccken  , 
eiim  ,n  iifter-  dc  felve  aldus  acnfprckcnde  :  i  O  broeders  en  laet  ons  hem  niet  doo- 
nan:,qux  efi  ^^^  ^  maer  worpt  hcm  in  defen  put,  die  indewoeftyneis,  ende  houdt 
'minHiauT-ve-  ^^^^  handen  ontfchuldigh  .  Om  dele  tufichenfpracck  van  Ruben ^  en 
y?r/«  feryuie  hebben  de  broeders  met  het  bloedt  van  lofeph  hunne  handen  niet  be- 
innoxiM.  fmet ,  maer  alleen  naer  den  raedt  van  R:iben  hem  in  eenen  drooghen 
Gen.  97- "•  put  daer  by  gelegen,  lacten  fincken. 

Hhutmom-      Eer  ick  voortgae,  het  (xX  miflchien  wefen  tot  vernoeghen  van  den 
nium  laLulu  lelcr  dit  peryckel  van  lofeph  in  een  rym-dicht  tehooren  . 
Simeon  fiende  hfe^h  aencomen  ,  fpreckt  aldus: 
Wel  fien  ick  uel  ?  my  dunch ,    dat  in  verbaejie  fchreden 

Dien  dr  oomend.  en  Frovheet  tot  ons  comt  acngetrede-n ; 
IJy  is  het  felf ;   corm   hier  ^  ^^^fi  ^J  ^  broeders    d'  handt  y 

Den  voghel  is  tn  V  net  ,    hj  is  nu    overmant  ^ 
Schept  maedt  y  V  is  nn  den  tydt^  den  haet  weer  op  te  haelen; 

Hl  fal  om  fynen  droom   nu  eens  voor  goedt  betaelen : 
Den  droom  haefl  blycken  fal ,  wat  hy  ons  fal  bedien , 
^Is  wy  flrax  in  fyn  bloedt  den  uyt  val  fillen  Jien . 
Jck  wil  hem  teghen  grten  j   maer  Jiet  m  al  mjn  leden 

Ick  voel  my  heel  ontftelt  ^  foo  ick  meyn  voort  te  treden  ^ 
lae  ■  can  niet  voorder  gaen  j    ick  beef  door  heel  myn  />ƒ, 

Het  fifeet  felf  beft  my  uyt  ^   de  voeten  worden  ftyf. 
Vreeji  ghy  ?  te  voren  cloeck  ^  eer  V  ktndt  was  aengecomen  ? 
Wat  fchrick  heeft  of  fyn  comfl  myn  hert  nu  ingenomen J 
Bloodthertigh   als  ghy  ft^   '/  is  fchande  dat  ghy  leef  y 

Als  ghy  u  foo  omflelty  en  voor  een  jonghen  beef  . 
Jldaer  hy  ons  broeder    is  ^  doch  evemvel  fal  flerven^ 

En  door  een  broeders  handt  fal  hy  het  leven  derven, 
Comt  Caïn  ftercht  myn  handt  tot  Jofephs  ongeval 

Als  ghy  eerft  hebt  gedaen  ,    ick    my  oock  tireken  fal . 
Levifprekt:  Hy  comt  recht  op  ons  aen^  wilt  maer  it  gramfchap  decken  y 
Neemt  aen  een  bly  gelaet ,   en  wtldt  hem  teghen-trecken . 
Simcon:  V  Gevoelen  is  te  groot ,    van  fpyt  myn  hert  verftyf ; 

V  En  is  geen  waere  wraeck  j    die  maer  verhalen  blyft . 

Jo- 


mors    dareta 

f'iifet  ,    iTif 

fntqiieprjeci- 

fiti  furore  in 

cxdem  ü  fan- 

guinem  inno- 

xii  f-alrif,ni- 

ƒ  Ruben  »ia- 

ximi    fiutris 

anHoritAS  oh* 

fiitijjet,    qui 

foltii  fiairum 

^ofepho  flu- 

debat  .       ita 

Guil.  Harae- 

tui. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 

Jofeph    by   fyne   broeders   gecomen   {yndc  (preekt: 


3f 


Simeon: 

Jofeph: 

Jofeph: 

Jofeph: 
Simeon: 

Jofeph: 


Simeon; 
Ruben: 


Codt  z.y  gedanck  ,    dat    ick  van  Jacob  hier  gefonden^ 

U  allegaer    te  faem  o  broeders^  heb''  gevonden . 
'k  heb''  H  rrn  hier  nu  daer  op  alle  flaets  gejacht  .^ 

Den  aerbeydt  was  my  licht ,  als  ick  h  vtndeti  mocht ". 
O  broeders  ti/at  gelttck  ,    dat  ick.  u  com'  t"   ontmoeten , 

En  uyt    ons  vaders  naem    u  allegaer  te   groeten . 
Hy  uyt  een  vaders  hert  h  fynen  feghen   biedt  ^ 

En   is  niet  fonder  anghfi  ^   voor  hy  «  wederjïet . 
Jvïaer  %vat  is  dit  eylaes !    ick  voel  myn  her  te  beven  ^ 

En  dat  my  in  myn  lyf  myn  er  achten  ganfch  begeven . 
Aiyn  bloedt  is  heel  beroert^  'k  en  weet  niet^  wat   my  auelt , 

Ick  voel  al  evenwel:  myn  Jtel  is  heel  ontflelt . 
O  wat  een  fiuer  gejicht  ^    niet  als  het  was  voor  defen ! 

Seght  broeder^  bid""  ick  «,   wat  magb  dit  immers  wefen'? 
JFel  droomer  als  ghy  fyt ,    hebt  ghy  het  niet  gedroomt , 

]Vat    dat  het  ivefen  mach  ^  daer  ghy  nu  foo  voor  fchroomtf 
\i  ech  met  u  droom-geraes  ,    met  al  u  dwael-gejichten  ^ 

Als  of  ivy  allegaer  voor  u  eens  moefien   [wichten . 
Waertoe  met  ^t fiveerdt gedreyght?  Sim.  Peyjiwatghy  hebt gedaen! 

De  ftraf  van  uwen  droom  fal  V  «    haefl  doen  verflaen . 
O  broeder  1  Sim.  JlSfu  niet  meer ,  maer  vyandt  u  wil  noemen 

V  is  nu  geen  tydt  op  my  of  broeders  naem  te  roemen . 
Ach  Simeon  !    helpt    my  o  broeders  in  den  noodt . 

Ghy  fklt    M  dwaefcn  droom  betaelen  met  de  doodt , 
Slet    nu   u  broeders  aen  met>  neergebooghde  fchooven  ^ 

Stet  Jlerren  y  T^^j  ^■^  maen  ^  wat  %t-iaffcr  te  gelooven 
Aen  foo  een  fnten  droom  ?  fiet  nu ,  wat  comter  af? 

De  doodt  is  uiven  loon  ,    m  wei-verdiende  Jiraf. 
O  Simeon  Jpaert  my  om  Jacob  onfen  vader  ^ 

Om  Ifaac,    Abraham  den  Jiam  van  allegadery 
Ghy  weet ,  ^k  en  heb  geen  fchuldt ,  fi'ilt ,  buV  ick ,  u  gemoedt , 

O  kroeder  treckt  u  handt  van  myn  onnoofel  bloedt . 
Wat  vreefi ghy  voor  een  ktndti  Levi:  Een  kindt  met  alfyn  droome» 

Doet  ons ,   gelyck  men  Jiet ,  oock  allegader  fchroomen . 
Dies  volght  li  moeder  nae ,  flrax  fult  ghy  tot  haer  gaen\ 

Verhaelt  dan  unven  droom  ,  en  watter  is  gedaen  . 
Doch  waerom  foo  vertoeft  f  hoe  blyft  hy  noch  in  V  leven  ? 

Aia3r  Simeon  Jlilt  u^  en  tvilt  hem  V  leven  (reven. 
V  Is  vaders    lieven  foon  ,  foo  hy  het  leven  derft  ^ 

'ƒ  Is  vajl  door  V  felve  fii'eerdt  oock  onfen  vader  Jlerft . 

E    i  Wel 


3(5  DE    GÖDDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Wel  fyt  ghy.  niet  hnveeght  door  V  bloedt  van  mi'en  broeder 

Foor  V  kifidt  gloj  forghen  moefl^  verjlürven  van  fyn  moeder^ 
■  Gelyck  fyn  vader  doet .     Siet  felfs   der   heeften  aerdt , 

Den  tjger  haeren  neft    tot   in  de  doodt  hewaert . 
Wendt  af»  bloedighfweerdt^  Sim.  mjnfweerdt  ick  affou  wenden? 
En   den  gefuoren    eedt    foo  fchandelycken  fchenden? 
Ruben;    V  Is  een  vervloechen  eedt:  en  't  is  geen  groot  verfchil ^ 
Van  een  moordadigh  %i'erck ,   of  van  een  boofen  wil . 
Aïaer  "'t  is  u  meerder  lof  hem  noch  te  rvillen  (paeren , 
En  van  foo  boos  mifdaedt  uw'  handen  te  bewaeren . 
Ker dient  hj ,    als  ghy  feght ,  dat  hy  met  meer  en  leeft , 
Jont  hem  een  fachter  doodt ,  en  minder  ftraffe  aeêft . 
Dtu   hy  niet  keer  en  fal  naer  huys^    om  t'  overdraeghen  y 

Syns  broed.ers  hoos  befleeck ,  noch  over  hun  te  claenloen . 
Siet  y    dat  ghy  in  fyn  bloedt  uiv'  handen  met  en  verft . 

En  dat  hy  in  een  fut  van  hongher  liever  flerft . 
I)ees  flraf  is  groot  genoegh  ,    om  mi'e  wraek  te  breken  ^ 

Sïi/yghf  dan^  en  wilt  uw''  fu'eerdt  weer  tn  de  fchecde  fteken^ 
'/  Is  minder  fchtddt  dat  hy  tn  eenen  put  ivat  leeft , 
Tot  hy  van  honghers  noodt  fyn  leften  adem  neeft , 
Simeon:   uil    was  hy  uyt  myn  hert  voor   eemnh  tjdt  gefloten,, 

En  dat  ick  heb''  gewenfl  te  Jien  fyn  bloedt  vergoten , 
lek  echter  my  tot  hem  nu  meer  genegen  ken , 

En  door  h  tuffchen-jpraeck  voor  hem  gewonnen  ben . 
Lcvi:        Daer  is  in    V  naefte  hofch    heel  buyten  alle  %i.'eghen 

Een  diep  en  drooghen  put  ^  van  hier  niet  verr''  geleghen^ 
Laet  ons  daer  henen  gaen .  Joleph :  Geeft  my  noch  wat  refpyt , 

O  Broeders  fpaert  my  noch ,    en  my  bermhe-rtigh  fyt . 
Waer  is  u  broeders  hert  ?  hebt  ghy  een  hert   van  fteenen  ? 

Wilt  ghy  dan^  dat  ick  flerft  laet  my  myn  doodt  heweenen. 
Ver  laet  en    als   ick  ben .'  o  droeven   leften    dagh ! 
O  dat  ick  op  u  borft  o  Ruben  fterven  magh  ! 
Ruben:    Wat  anght  ghy  aen  myn  hals  ?  Jof.  O  mynen  liefflen  broeder  , 

O  mynen   toever laet^  myn  hbp\  fyt  myn   behoeder. 
Ruben:     Ick  merck!  hy  heel  befwyckt^   hoort  hoort  ^  fyn  ft em  begeeft  ^ 

En  foo  ick  het  gevoel ,  myn  hert  te  famen  beeft . 
Simeon:  Waer  blyft  ghy  noch?  gaet  aen^  ey  ruckt  hem  uyt  fyn  ermen, 
Sa  rat  y  daer  is  geen  tydt  ^  geen  h'óp'  van  u  r'  ontfermen . 
Ruben:     Gaet  -wreede  broeders  gaet  ^  geen  broeders  als  te  voor  , 
lae  beulen  felf^  eylaes  I  voor   met  ick  my   maer  ftoor . 
Simeon:  Waer  heen  ?    is  dit  de  trouiv ,    die  ghy  ons  hebt  gegeven  ? 


In  allen  ongeval  j   oock  in   de  vrees  van   V  leven  ? 


Ruben: 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH..  }/ 


a 

a.item 


Ruben:     De    tromi'    en    is  geen    trouw  ,    die    in    het  qaaedt  bcjiaet ,         ^r, 

^h   Jofcph    om   tl   wraeck    nu  foo    "jerloren  gaet .  ii.cl.it:   to- 

Jofeph:     Eylaei !  o  Simcon  Jiet   my   hier  voor    «   voeten^  hm  yii  en- 

Ey    het    my  noch   voor    V    leli    h   alleoader    wroeten,  /,„  ,.-,'^!,'>'J 

Levi:        Neen  ^  V  is  al  te  vergeefs^    den  ptit   h   nu   verwacht .^     ■  recUere  P.url 

Droomt^    d'7t  gby  daer  in  flerft^   en  in  u  bloedt  vcrfmacht .  /«o-üen.  37. 

Maer  foude  men  hier  niet  conncn  fegghen  ,  dat  Ruben  oock  iecr  ^"'    , 
qunelyck  dede  ,   niet  meer  belettende  de  doodt  van  fynen  on-    sedentes  ut 
noofelen  broeder  hfefh ,  de  welcke  hy  oock  quam  te  raeden?   Rnben  comsderent 
feghtd  MoyCes  ,  en  feyde  dit  maer,  om  dat  hy  Jofeph  aldus  hopte  ^'»«■'"•  Gen, 
daer  van  béter  te  verloflen  ,  ende  hem  aldus  beter  naer  fynen  vader  ^"'  ''' ^^' 
te  fenden  ,  alswanneer  alle  de  broeders  duer  niet  tegenwoordigh    Preiipiutus 
,  en  fouden  wcfen.  i»  undumfit- 

Den  raedt  van  li;*ben  wierdt  van  de  andere  broeders  oock  coedt  ^f'""  J°-I-I''l 
gevonden,  doch  niet  uyt  bermnertigheydt,  maer  meer  uyt  haet,  op  exjfeSubat 
dat  hyaldacr  door  ecne  langherende  pyncl)ckcr  fmerlcibude  ftervcn  .  fubmde  fia- 
Maer  fiet  hier  wederom  hoc  dat  de  vaderlycke  Voorjiemgheydt  Godts  """'"  ""ƒ"?»■'- 
fofèph  ter  hulpe  quam  .  De  nvdiee  ende  onbermhertige  broeders  ( als  nu  'J"^,'**'"  T"'^! 
jojeph  m  den  put  neder  gcfoncken  was)''  vvacrcn  daer  ontrent  gacn  fitten,  impUrans  ,at 
cm  hunnen  noodt-druKt  te  neniu'n  ,  daer  fy  condcn  hoorcn  he:  jam-  illonimo/frrc- 
merlyck  gekerm  ende  fuchten  van  yo/è/'^  ,  nochtans  fondcr  eenigh  ^^'"''""."''"' 
medelyden  ;  van  het  welcke  den  geleerden  c  Hamerm  aldus  fpreckt;  ,tiJm"'L°ry'. 
Jofeph  feght  hy ,  in  den  put  gcfmeten  i'ynde,  en  verwachte  niet  an-  marumfiatrls 
ders  als  de  doodt,  verfocckende  de  bermhertigheydt  van  lyne  broe-  """■  ^^^'"*'^'- 
ders,  maer  hunne  ooren  waeren  door  haet  ende  nydt  verllopt,  wel  'yfum  mnlu- 
geruil  fynde  in  de  fuchten  ,  ende  traenen  van  hunnen  verdrucktcn  unt.  Hamer, 
broeder,  uytgenomen  i  ladas ^  die  tot  bermhertigheydt  wierdt  be-  ^ 

wee<Tht,  de  andere  broeders  aldus  aenfprekende :  Maer  wat  ial'tons  9'^''\  '*"IS''" 

b-(i    j  r       1  1-11  •<   >      •     I  1  jr.ttribits fins: 

acten,  ilt  dat  wy  onlen  broeder  het  leven  nemen?   t  is  beter,  dat  men   0,,,^    „oh;, 

hem  aen  de  Ifmnchten  verconpe  ,  ende  dat  onfe  handen  niet  befmet  prodcjh ,  fi oc~ 

en  worden,  want  het  is  onfen  broeder,   ende  ons  vleefch  en  bloedt,  ^"^"■'""'^fi-'- 

Ende  voorwacr,  quaclyck  en  hadde  Jnd^  dcü  woorden  uytgefpro-  lll"'""ijT'',l't 
ken ,  of  de  broeders  allegaer  wierden  bewceght  ,  fynen  raedt  gocdt  yauwtdctur 
vindende,  gelyck  e  Mo^fes  feght.  JjmailitM,o' 

Wel  wat  onverwachte  veranderinge  wederom  is  dit  ?  maer  dit  was  ""J^^"'  '^^'''' 
oock  het  werck  van  de  Foorjienighejdt  Godts  gelyck  onder  andere  wel  tar.j.dtcr'e. 
benflerckt  den  '&\9xho  f  f'Li  o pomani^s :  Jofeph  wierdt  aldus  getrocken  «"''  ^  '«o-o 
uyt  den  put,  ende  aen  de  Ifmaeluen  vercochx  ;  doch  dit  en  gefchicde  '"^'■•'  ^fi  ■ 
niet  by  geval,  maer  door  den  wille  ende  beitieringe  Godts,  die  lofeph  ^"•^7-'^'--7- 
daernacr  wilde  verhcffln,  ende  fyne  droomen  in  het  werck  leggen.      ^i.jo/cTf- 

Aldusquam  Godt  allenskens  tot  fyn  voornemen  tcghen  degedach-  riiMjci-mcm- 
tcn  van  de  broeders,  de  welcke  geene  andere  meeninge  en  hadden  ^  '"'■■"J"^:  ''^"i- 

È  3  als  A'«> 


38  DE  GODDELYKCE  VOORSIENIGHEYDT 

jSTonfonuitc,  ahloref'  dooralle  middelen  te  beletten,  dat  fy  hem  volgens  fynedroo- 
'f"^-  ",  /""""  men  eeene  de  minile  ecre  en  foude  moeten  aendoen  ;  iae  dat  wa-  felfs 
n'u  -^erelan-  •''•ocn  een  bcfonder  werck  van  den  Voorjiemgen  Godt  ,  dat  hy  hunne 
t:ir,cu.imLtr-  gepcvfen ,  cndc  de  dinghen,  de  wclcke  fcheenen  contrarie  te  v.cl'cn 
cA.lfma.il'tM,  ^^^  lofephs  verhefFinge ,  gebruvckte als  dienllieh,  om  fyn  coddelyclc 
fidelii^n  fel"  opi^''^  uy^  ^^  wcrcken .  De  Heynge  Vaders  hebben  hier  op  ioete  en 
cj,c7A,fUDei  dicpgrondige  bemerckingen :  hoort  die  van  den  weevdigen  Abt  Rn- 
yolunt^teom.  ^ertfu  ,  cn  van  den  //.  Gregortiu  Paus  :  Waerhetfaecke  feght  ^  Ruper- 
lt-f''^m"'Èi'   ^^  '  Jofeph  gelaeten  hadde  geweeft  in  de  drooghe  cillernc ,   hy 

Meionenjls'  ^"  foudc  dc  doodt  nict  ontgaen  hebben;  ende  waer't  dat  Ruben  hem 
in  Ceitejlm.     özcv  uyt  hadde  getrockcn,  gelyck  hy  van  fin  was,  om  hem  wederte 
a  fendcn  naer  fyncn  vader,  de  droomen  en  fouden  nict  volbrocht  hcb- 

fffKr7«"';?fr-  ^^"  gcweeftj  Godt  ende  de  boofe  broeders  werckten  contrarie:  de 
n.1  'jofeph  ,  broeders  deden  hun  beft,  op  dat  fy  hem  geeneeere  en  fouden  bewy- 
moricmnotic-  fen ;  ende  daerom  vercochten  fy  hem,  ende  lieten  hem  als  een  fiaef 

tuderet,fiiH-  nacr  a/fT/yo/ew  medc-lcydcn ,  ende  fiet,  Godt  eebruvckte  die  felve  ver- 
tem  i?/-.tf»,Kr  .0,/  r  ^    1    •  r-  1     rt-    °  ƒ  U 

f.ucre  huen-  coopmgc,  om  lofeph  Hl  ^yEgjpen  te  verheffen,  ende  van  hun  vereert 
debat ,  erij'e-  tc  wordcu  tccht  tcghcn  hunne  meyninge. 

rct  eum  ie  Hoott  hier  oock  Van  fprekenden  ^  H.  Gregorim  den  grootenPaus: 
'"'Z'i^'redde'-  ^"fif^  '^  vetcocht  feght  hy  van  fyne  l*i-oeders,  op  dat  fy  hem  niet  en 
rctPatri,non.  foudcn  acnbiddcn ,  ende  daerom  is  hyaldaer  aenbeden,  omdathy  ver- 
implerentiir  cocht  was }  ende  aldus  wierdt  de  goddelycke  verholcntheydt  ofte  bc- 
diynutiu  -vi-  ftiei'inge  vervult ,  als  men  die  vluchtè ;  ende  alwacr  de  mcnfchclycke 
Rupert'us'.'  wysheydt  den  wille  Godts  traclit  te  wedcrflaen ,  daer  ift  dat  fy  mc- 
b  de-werckt,  om  den  wille  Godts  tc  volbrcnghen. 

renditt'.iffl  Aldus  geraeckt  de  Goddelycke  Vocrfienigheydt  tot  haer  eyndc;  felf 
^r'i'hi!'''i:'eTb  ^°^^  middelen,  die  de  mcnfchen  heel  onbcquaem,  jae  tegcnltrydigh 
tï,  "'ado'rarc  mcyucn  tc  wcfcn . 

tt'.r,  fed  ideo  Adverfci  JHV<znt .     Dat  teghen  gaet  ^    Hier   conit  te  baet . 

ejh  ,tdo,atKs,  J3e  woorden  van  den  '•  H.  Chryfoflomi::  {yn  hier  oock  merekens  weer- 
llT.sTdn''-  '^'gh:  Het  is  v/onder,  feght  hy,  ende  heel  waerachtigh,  dat  de  din- 
num  myfleri-  ghcn  dic  van  Godt  gefchieden,  daer  fy  fchynen  tcgcnttrydigh  te  wc- 
um  dam  evi-  fen ,  tcn  Icilcn  evenwel  met  een  goedt  eynde  wel  over-cen-comen . 
tarur,nnple.  j)g„  fdven  d  H.Vadcr fchryvendc OP  devcrckender  Apoilelen toont 
wana  fapicn-  '^^^  clacriyck  m  den  ConmcK  Pharao  ende  m  Jlcrfes  noch  een  clcyn 
tia  dmn  yo-  kindeken  fynde. 

'"'"""  -^"  Deil-n  Coninck  hadde  alle  de  foontjens  van  de  Ifraëliten  doen 
^nem'^rcffin,  verfmoorcn ,  endewaer't  dat  fy,  feght  hy,  in  het  water  nict  cnhad- 
euuimpUiio.  den  geworpen  gcweeil:,  Moyfes  en  foudé  de  doodt  niet  hebben  ont- 


ni  mibtu-vn .  comen  .   De  moeder  van  Aïoyfes  hacr  foontjen  nict  langhcr  connende 
»'.3u?'/"i^'  ^•■'■'-■"■'^'■S'^en  ,  hadde  het  fclve  ten  Icflcn  doen  Icgghen  m  een  wieghs- 

orafl'che 
p'.aetfe. 


,..Tu  .^.   ^.  j.^^^^  ^^^^  bicfen  geoiacckt  ;  ende  dacrnaer  geÜeU  in  cene  moraflche 

'  Mr.  n!;: 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ^ 

p-aetfe ,  om  met  het  aengroeyende  water  wechgedreven  te  worden ,  MiraliU  U: 
maer  fiet  dtn  al-voorfiendcn  Godt  hctit  het  kindeken  bewaert  door  efl^yerum^ 
de  bykomfte  van  de  dochter  van  Pharao  wandelende  op  den  oever  l"^°  J"^;^' 
van  de  zee  ,  cie  aldacr  het  wieghsken  vont  met  het  kindt  Mojfes  ^„„  dn-erfl 
da- r  in,  het  welck  fy  dacr  uyt  dcde  nemen,  ende  in  't  ftilte  opge-  yideMtuuzs' 
brochtf>nde.  wierdt  het  acngenomen  voor  haeren  fone,  diedaernaer  <i''U:>ic}iift~ 
noch  io'iidc  wele  den  aenleyder  van  de  Ifra'diten ,  ende  oock  Pharao  "^,n  "Zordï^. 
feit"  met  de  fyne  in  de  wateren  der  zee  foude  verdrincken  .  que  fine  con- 

Dcn  geleerden  Biflchop   "   Lippomnfin-s  fpreckrer  aldus  van  :   Het  ƒ">"•»»'■  S. 
kindeken,  het  welck  den  Coninck  /'/jör^onefïens  alle  de  andere  foont-  ^^^\^'I'^' 
jens  wilde  doen  vciiinooren ,  haddeOodtgeftclt,  in  het  hof  te  lacten     '      ^j  '    * 
opvoeden,  om  door  het  felve  daernaer  den  Coninck  met  de  fyne  in    Mifn  pha- 
de   zee    te  doen  vergaen .  >-.io,»f/»/;»- 

Hct  felve  fiet  men  oock  gefchiedt  te  fyn  in  dien  boofen  ende  hoo-  ."'!'!f ! °'!lw- 
veerdighen  yiman  ten  opficht  van  den  oodtmoedighen  Aïardocl^tw .  c^ni/ï  proje. 
Eencn  trefïelycken  t  Schryvcr  fielt  ons  dit  voor  met  defc  woor-  ^l'  ["^Jf'^nt, 
den  :  De  verholen  Foorjter.izheydt  Godx.s  ^-.xct  haer  ooghen  op  het  vaft-  "'"'  -^"^^^ 
geuelt  voornemen  door  onverwachte,  ende  onbequacmc  middelen,  Atoyfes.  s. 
foo  dat  Aman  door  fyn  forghe  ende  ernfl  om  Alardochxns  te  vernie-  Chryi".  hom. 
tighen,  den  felven  heel  hoogh  verheven  heeft,  ende  vervoordert  tot  ^■i- '"■  ^H'*' 
diegro'-^te  weerdigheydt,  dewelckehy  fyn  felven  haddetoegefchickt.    q^^^^^    „^ 

En  gel)ck  de  Goddelycke  Foorftenighejdt  gehandelt  heeft   in  het  perje^iiutur 
cudt  tellament  met  Aloyfes ,  AlardocloAits  ^  ende  meer  andere  tot  hun  -"^    mcrrem, 
verheffinge,  aldus  is  deVcrryfleniflc  van  den  fone  Godts  iri  de  nieu-  '^"'"  ^J'""' 
v.e  wet,  oock  bevekight  door  de  tegcnwerclcmghcn  van  de  Joden,  „utnendum 
Den  c-  ƒƒ.  ChrjfifloTT.Hi  lick  het  ons  fecr  wel  voor :  hy  fpreckt  eerit  de  deflin^t ,  «t 
Joden  aen:  Ghy  hebt  ons  een  vall  bewys  gegeven  ó  Jode»  van  Chri-  y'piMurtt- 
fri  verrvficnifie  :  het  graf  is  toc2efee;ck,  geen  bcdrotjh  en  ifier  ge-  -l-' '■''    f^°' 
fchiedt;  daer-cn-tuf  chen  hetgrat  is  open  gevonden,  het  is  dan  clacr-  a  tdmare  co. 
blyckelyck,  dat  Chrifius  is  vencfen,  hctwelcke  de  vyanden  teghcn  s^r^eum.qiii 
hunnen  danck  moeten  gctuyghen  .  Het  is  waer,  als  dcmenfchen  hun-^'^'"*''"^'"'''-'^-/^ 
teghcn  de  fchickinge  Godts  willen  ftellen,  dat  hy  hun  wel  fomtydrs  perhq'u'ru ," 
hunne  boofe  voornemens  lactinvolghen,  maer  hy  gcbruyckt  hun  alf-  ty  te  di^nx 
dan  teghcn  hunne  meyninge,  als  dienaers ende  uytwerck eis  van  fyne  """-tepinitH- 
FoorjFenipl-ejdt ,  foo  dat  Godt  ten  leften  ten  eynde  brenght,  het  welck  """    ^^^' 
fy  fochtcn  te  beletten .  ^nana  Vei 

Dit  alles  moet  ilreckcn  tot  onfe  Iceringhe;  te  weten:  noyt  iet  te  pro-vtdeima 
willen  teghen  de  fchickinge  Godts,  gemerckt  het  al  te  vergeefs  isj  f"'j"'P""*<^ 
want  dat  van  Godt  geilelt  is  ,  dat  fü  gcfchiedcn  ,  ende  het  en  can  ^"^  °prxfi"»m 
noyt  belet  worden  ,  noch  door  de  fchalckheydt  van  de  menfchen ,  fiH  fiopum 
noch  door  booshcydt  van  de  helfche  gceftenj  jae  den  goddelycken  «>Kimat,.ideo 
»   \\  il  v/ordt  aUüan  meer  vervoordert  ende  voltrcckcn,  als  hem  den  menfch  "''^'"^"-^'  "* 

olte  rf«. 


4b  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

declisi  per-  ofte  den  duyvel  daer  teghen  ftelt ,  foo  fpreckt  den  geleerden  ,,  Corne- 
de^ndi  fnmmos  /^^^  Lapde  van  onfe  Societeyt,  het  welck  hy  oock  ten  lellen  be- 
ir/flwr'  o-  toont  in  Jofej>h^  wiens  verheffinge  fynboofvvillige  broeders  te  vergeefs 
fublimitate  ,  trachteden  te  beletten  j  verre  van  daer  dat  fy  fvne  droomen  om  verre 
qtiamftbifrx-  condcn  ftooten ,  dat  fy  oockdeuytcomfte  der  felve,  met  hunne  boo- 
ml'lum  ado"'  ^^  cndc  onbedachte  teghcn-werckinge  meer  hebben  vervoordert,  en- 
nitrh.  Scrip!  dc  den  wegh  gebaent,  als  fy  hem  vcrcochcen  ,  ende  gelcydt  wierdt 
tor  infignis.  nacr  ^j>^w?« ,  om  aldaer  verheven  ende  van  hun  aenbeden  te  worden: 
„  *v,  gelyck  Vv-y  in  het  vervolgh  van  defc  hillorie  clacrdcr  fuUen  lïen ,  naer 
firaHo  R^fiir.  ^'it  wy  ccrft  de  volgende  fede-leeringe  fuUen  voorgellelt  hebben  . 

retiionis     per 

ea  ,  lux  TOS  jpfi  o  Iud<ei  jjrociiraflh ,  reddita  eft;fi  tnim  ohji^natum  fuit  fepnhhrum  ,  finiidi  C  dol» 
nullus  loens  reljnqiiittir ,  quod  fi  nulla  Ji-aus  ad»iij],i  jtterit ,  fephLhritm-rcro  repertifn  ej}  Taniitm  .perfj'i- 
cuum  efi,  ^i'iod  trociil  duiiio  refn-rTexit.  fideSiqncmodoytl  inyidi  yematis  adjufent  donciijhaiionem  .S.ChryC 
a  folimt.is  di-rni.1  adeo  non  fotefi  impeairi ,  Imman.t  fel  djimowim  fnidentia  ,  ut  m&gn  per  ei\m  prq- 
mofeatur  C  perfutittur ,  dum  contra  eum  l.omo  fel  ditmon  tentat,  uti  patuit  iii,  IrMfihtts  Jofeph ,  q'ii 
fua  mMgnitatt  CT"  fcnditione  eum  eyexentiit  tn  Principem  JEgypti ,  ut  Dei  conjil'inn.  imnUrent .  Cor- 
nelius   a.  Zapide  in  Prob.  Citp.  21.  t.  30. 

S  E  D  E-LE  ERING  H  E. 

Waerom  dat   de  rechtveerdi'.rhe  ofte   zodtvriichtiibe 

Tnenjchen   door  menighen   teghenjpoeJj   van  Gode 

joo  geoe^ent  leorAen  ?  gtlycK  het  oock.  met  dcfz 

onnoofelen   lofeph  gefch'udt  is, 

E  Goddelycke  Voorjïenigheydt  ^  gelyck  wy  in  het  voorgaende 
capittel  geficn  hebben ,  gebruyckt  fomtydts  onbcqu.-ieme ,  ende 
gelyck  heel  contrarie  ende  raoeyelyckc  middelen  om  l'yne  vrien- 
den te  brenghen  tot  hun  geluckigh  eynde.  Maer  waerom  fal  iemandt 
peyfen  ofte  vracghen  >  laet  Godt  die  goede  menfchen  ende  fyne  uvc- 
vercoren  foo  veel  fwaerighedcn  ende  ellenden  ondcrilaen?  fcer  wel, 
dat  defondacrs,  Godts  vyanden  vcellydcn  ende  gellraft  worden,  om 
dat  fy  het  felvQ  verdienen;  ende  veel  beter  iit  in  dit  leven  als  in  het 
ander  wattelyden,  want  fy  fomtydts  door  veel  lydens  hun  ten  Icilcn 
tot  Godt   kecrcn . 

Jofeph  ,  étn  wclcken  van  fynen  vader  om  fyne  gcoorfiemheydt, 
minfaemheydt ,  fuy verheydt  ende  meer  andere  deughden  boven  fyne 
andere  broeders  wiertit  bcmindt,  cndc  die  aen  Godc  lbo  acngenacni 
was,  wat  enmoellhy  niet  lyden?  Godt  wille  waerom  .  Infgtlyx  aen- 
gaende  andere  menlclien ;  maer  al  lact  hy  Ibmmige  dickwils  veel  ly- 
den,  hy  en  laet  evenwel  niet  het  minlle  toe,  ten  ly  d.it  het  ftreckt 
tot   hun  mccile  gocdt .  Clrijiiu 


UYTGEBEELDT    jn    JOSEPH.  41 

"  Chrififts  den  fon^  G°'^ts  heeft  felf  Coo  veel  geleden  ,  oock  fyne  lie-  .  ' 
ve  moeder  Maria.  Wat  wonder  dan,  dat  de  menfchen,  die  litmae-  chnfiamputi 
ten  fyn  van  Chnfiia  oock  moeten  Ivden .  Wy  en  fyn  niet  beter  als  vhaintrarei 
Ch:-;fiiu  y  als  Maria,  als  fyne  Apoftclen  ende  andere  fyne  vrienden .  "^gl'-^iamJU- 
Lyden  ende  ftiyden  is  het  leven  van  de  menfchen  defcr  wereldc  naer  ^5'  ^'ï^f. 
het  Teggcn  van  den  Propheta  ^  Job .  inu  tfl-vit* 

Den  t  H.Chryfoftom:u  geeft  hier  op  eene  fchoone  gelyckenifie:  Gelyck  '""""">  ƒ',«'"* 
iemandt  die  vacrt,  feght  hy,  over  de  zee,  onderworpen  is  acn  vele  ^^''^^"'^  J"''* 
peryckelen,  foo  van  gelycken  die  op  de  wereldt  leeft,  en  can  niet  c'ut'n.fvi>rgns 
leven  fonder  veel  cruyOen  ende  ellenden,  die  de  rcchtveerdighe  ofte  nonfotefljine 
vrienden  Godtsoock  moeten  onderftaen,  gelyck  ^  David  oock  feght  J:^*"'"  f"'^'*" 
ende  dickwils  meer  als  de  boofe  ende  goddeloofc  menfchen  .  Soo  ftact-  fu°qti'hI!K 
teroock  in  het  boeck  Juduh ,  dat  alle,  die  Godt  behaeght  hebben,  y'uam  -x-i-vit, 
door  veel  Ivdens  hebben  moeten  paderen .  Godt,  gelyck  ick  terftondt  '""»ƒ""<■ƒ''«"» 
feyde,  heeft  fyn  reden.  >^tMth- 

De  HH.  Vaders  fcgghcn  voor  eerft,  dat  Godt  de  rechtveerdige  ytrfiri. 
veel  laet  lyden  ofte  tor  vermeerderinge  van  hnnne  verdienden,  ofte  Chryf.  hom. 
om  de  deughdcn  van  fyne  vrienden  aen  de  wereldt  bekent  te  maec-  ^7-  ".'^.^/'P- 
ken  oock  tot  vcrweckfel  van  de  andere ,  op  dat  fy  die  fouden  naer-  ^MuuK'r'iht,. 
volghen,  ende  oock  gecrn  om  Godt  wat  lyden.  Soo  fpreckter  van  Uncnesiudo. 
den  f  H.  GregoïtM  Paus  fchryvende  op  de  Prophetie  vanden  verdiil-  '''•"'•  '^''  ü' 
dighcn  lob.  Als  een  onnoofel  menfch,  feght  hy,  met  de  fweepe  wordt  ^nif'Ju^J 
geilacghen,  fyne  verdicnltcn  worden  vermeerdert  om  fyne  verduldig-  cnmtDcÖoer 

hevdt  .  muit  AS  tribu- 

ben  felven  H.  Vader  betoont  dit,  inden  fclvcn  Z?/-,  den  wclcken  '/^^Z'^T's 
door  hetbedryi  van  ^iz/Z^^w  volgens  de  toelaetingcGodts,  foo  vee!  heeft  >.2,.  f  c^^ 
geleden,  niet  nochtans,  op  dat  hy  van  fyne  fonden  foude  gefuyvert  "i'^xim  ƒ,., 
worden,   maer  ora  fyne  verdienden  te  vermeerderen.  gdio    a  mi- 

Aldus  toont  Godt  aen f5  ne  vrienden  fvne  liefde,  alshy  hun  occafie  '"'''" P" f"*- 

■'  •         1        ■'  t    ,  T  ..        ^  tientium  me- 

geert,  ommeer  acn  te  groeyen  ni  deughden  ende  verdienden.  Jae  ma-Hm  fr,,,. 
hy  necmter  oock  fyn  bchiegen  in,  ende  hv  maeckt  oock  ten  leden,  '"■*  chv.uLi- 
d.it  hunne  clocckmocdiirhcydt  cnJc  volmaeckt'ieydt  tot  hunnen  lof  ^'""/.^  '^'''^?" 


vade  ende  pure  deught  wasr-elvck  het  goudt  in  het  vier  ^efuvvcrt ;  €i       ^f'" 
üaer  den  /,  >Vypm.Tn  enae  don  Propheet  Za4:har!as  van  fprcken .  Ee-  co  titumhcr- 


■)phect  Za4:harias  van  fpiLACii.  jll,c-  co  i:-^t!<mpcr- 
nrn  vermaerdcn  fchryver  feght,  dat  dien  cloecken  ende  onverwim-ie-  '■"■iT"'  '■^^  <"■ 
lyckcn  lob  wel  mochtc  vergeleken  worden-  met  ecnen  boom  genoemt  '"  "  ''';''"' 
Lart.x  den  welcken  naer  de  gctuygcniilè  van  P!i,iiu-s  dien  onderfoec-  ^fcd^utmlrL'^, 
kcr  van  de  nature,  foo  hardt  is  ende  derck ,  dat  hv  door  het  vier  ^rafiere:,t. 
noch  verbrandt  noch  vcrllondcn  en  wordt.  '  ^'''^S-  ''''''• 


4i    DE  GODDELYCKE  VOÓRSIENIGHEYDT 

r»w  infcrna-      "■  Calius  Rodigimu  feght  eencn  thooren  gcfieii  te  hebben  van  het  houdt 
cc  pmbayit  e-  yan  dicn  boom  Lm-ix^  den  welckcnden  Keyfer  Jiditis  Cxfar  door  het 
ProLibo  eos  ^^^''  "'^"^  '^^  hcctt  conncn  te  met  doen . 

tamqihtm  aw  Ick  fcggc  dan  wederom ,  dat  dien  onwinbaeren  lob  in  al  fyn  lyden 
rmn.  Zachar.  oock  altydt  vaft  hceft  geftaen  ende  onberoert,  fonder  oyt  te'  claegen 
^^•J-^9;j^._  teghen  Godt. 

ft'i^j'.    '  Al  dit  lyden  van  defen  fpicghel  van  verduldigheydt  ftreckte  tot 

a  z.  i5.Le-  vcrmeerderingc  lynder  dcught,  dieGodt  wilde  bekent  maeckcn  aen 
f•^°''^•^''^  alle  mcnfchen. 

Zii'tetent/tio-  ^^^  ^  H .  Chrjfnfl omtis  cn  heeft  die  wondere  deught  van  Jol>  oock 
ntsfrtcipiiM  niet  connen  vcrfvvvgen:  I"b^  feght  hy,  eer  hy  qnam  te  Ivdcn,  ftack 
ei-at,  fed  po-  uyf  in  de  dcught  boven  alle  andere,  macr  daernaer  heeft  het  noch 
Vm'  '^"^i:  1^1*^1"  gebleken :  hy  en  was  niet  alleen  deughdelyck,  als  hy  heel  on- 
t'antum'ionus  gefchondcn  was ,  macr  noch  meer,  als  hyvol  wormen  ende  vol  etter 
e.-at,amiiu-  was ,  oock  nacr  het  verlies  van  al  fyn  goedt,  ende  naer  het  droet  on- 
jiim  luiberet  geluck  van  hct  verpletten  van  fyne  kinderen .  Hy  en  is  niet  overwon- 
wifiTo 'melilr  "^'^  gewecft  ,  fcght  oock  den  -'  //.  Cjpnafnu,  maer  alleen  beproeft, 
ofleafm ,  lum  tooncndc  altydt  in  alle  fyne  ellenden  eene  onverwinnelycke  verdul- 
*x      corpore  dighcydt  van  fyn  cloeck  gemoedt . 

ferme^fa.  jj^  j^^^  eencracl  oefproken  feght -den  </  //.  Awrunimu :  Allequaedc 
s.  chryf.  de  dattcr  aen  de  rcchtvcerdige  overcomt,  en  isgeene  itrafte  van  londe, 
conyerfiones.  Daacr  ecne  onderibeckinge  ende  verclannge  van  de  deught. 
^/dff/;  c  Hier  op  paft  fecr  wel  het  ghene  ons  verhaelt  f  r7i!7o/-C//c«77{>, 
rertimdamla  Gcnfenctu  Coninck  dct  Wandaclcn  bcfmct  met  de  ketterye  van  ^•. 
poflpignorum  rim  haddc  ter  doodt  veroordeelt  ccnen  cloecken  bcfchermer  van  het 
junerA  y.dne-  Catholyck  gcloof  mct  naemc  Aiafculan;  den  Coninck  hadde  in  ftilte 
rt  UI qHocpiy  belaft,  dat  men  hem  maer  cn  foudedooden,  wacr  't  dat  hy  in  het  Ie- 
yiier^ffluhis,  ^^  fvn  gcloof  foudc  affwccrcn ,  ende  hem  laeten  leven,  als  hy  in  fyn 
nonyicfus efi,  gcloof  foudc  ftandtvaftigh  blyven.  Gcnfenciu  vreefde,  waer't  dat  hy 
jedprohatus,  om  fyn  gcloofwierdt  gedoodt,  dat  hem  die  van  Rooraeneerenfouden 
'jfli'dJotib'is'  ^^^  cenen  Martelaer ,  N'am  fi  gladio  ^cremèrnis ,  Roma>ii  Martrrem  fru- 
cr  doioriLus  dicabunt .  Maer  dcn  onverwinnelycken  yï/^yc«/<z»  door  de  gratie  Godts, 
fuis  patienti-  clocckcr  gcwordcn  fynde  als  eene  vafte  colomme,  quam  uyt  het  pe- 
""'  ':^%''/^  ryckel  des  doodts  alseenen  glorieufen  belyder,  ende  als  denafgunfti- 
dit.  s.Cypr*  S^"  Coninck  hem  gcenen  Martelaer  en  wilde  maccken,  hy  en  heefr 
de  mortaitt...  oiifcu  bclvdcr  nict  conncu  tc  cortdocn,  noch  overwinnen.  Soo  heeft 
te.d^„d,jHid  den  cloecken  Campioenin  den  wenfchvan  dcmartelie  ende  in  debe- 
7tin"Lt"r'  ly^cnifle  van  fyn  geloof  vi£ioricus  ende  glorieus  gebleven  voor  Godt 
ncii  ejf  pxrui  cndc  voor  dc  menfchcn. 

crimiiiU ,  fed      Lact  ons  nu  voordct  gacn  bemercken  den  wondcrlyckcn  handel» 
**■'""""  ^"■"  Godts  in  het  oeffencn  van  dc  rcchtvcerdige  ende  fyne  uytvcrcorcn 
LiJeCiynf-  vrienden  tot  hun  mcefte  goedt.  Ick  bevinde  by  dc  H.  Vaders  ende 
te  andcrq. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  45 

,   ,  ,  te  Del.  c.  y 

anderegeleerde  mannen,  dat  Godt  aldus  met  hun  handelt,  als  eenen  e    simany. 
forghvuldighcn  ende  voorfichtighen  yl/ci^i?^;?.  rem   inyidm 

Wat  doet  eenen  wyfen  medecyn  ?  Hoortcr  vanfprckendiëngelcer-  f£"^" 
den  ende  famen  godtvruchtighen  •«  Jufltu  Lifjlns:  Omeene  fieckte,  ~cnfcfforcm 
feght  hy,  ofte  quaele  te  gcncfen  ofte  te  verhoeden,  den  chirugicn  tuwennon^t- 
fiil  Ibmtydtsvan  dcniiecken  eenigh  quacdt  bloedt  aftrecken ,  niet  om-  '«;''  y"'\''^'- 
dat  hy  heel  heek  is,  maer  omdat  hy  nitthcck  en  (oude  worden ,  van  ,j  perfemr. 
gelycken,  feght  liy,  Godtncmt  fomtydts  wech  denvonck  ende  ma-  mwilAiorur: 
tene  van  de  Ibnden,  in  de  welcke  wv  fouden  vallen ,  oft  connen  val-  a  Media  f  m- 

,  "'  ^uinem  Inter- 

^^"'  ,        ,  '  ^    ,  .  ,  ,  ,  d»m      d,mh- 

Den  H.  Vader  ^  Hieronymm  heeft  hier  noch  eenc  andere  bemerc-  tit!>t,KOTiqui.t 
kinge  in  den  handel  Godts  naer  het  exempel  van  eenen  chirugicn.  .e^erei,fed,ie 
Pelen  gebruyckt  fomtydts  uyt  eene  bermhcrtigheydt  het  rafoir  ofte  ^7»  ^(•*fr'«- 
brandtyfer  tot  bewacrenifle  van  iemandts  leven,  ailnydende  het  be-  „^  adim'it 
dorven  vleefch,  ofte  toebrandcnde  de  verrotte  lidtmacten  ;  ende  hy  ■.n.uerutm  v 
en  fpaert hem  alfdan  niet,  op  dat  hy  hem  foude  fpaeren  j  hy  en  heeft  /»»""'"ƒ«'"- 
geen  medelydcn  met  hem,  om  hem  fyne  bermhcrtigheydt  te  too-  r«!n."Lip'rius" 
ncn.  Wat  doet  dan  den  crancken?  Claeghthy  over  den  chirugicn?  ,.2.de  Confi. 
GeenGns,  maer  ial  hem  daer  voor  noch  bedancken  .  "/"•  ^-     t> 

Is 't  dat  \vy  dan  eenen  fnydenden  geneef-meeiier  niet  en  fe^ehen  Q."4> '^^^'"^- 
quaedt  te  welen,  maer  goedt,  ilt  dat  wy  hem  danckbaer  lyn  ende  <.„,  „ladere 
hem  noch  loon  geven,  waerom  en  fyn  wy  dan  niet  te  vredcn  met  cutiens putri- 
de  medicine  Godts?  feght  den  geleerden  c  Simfltcms .  ''•**  f'''''«j^ 

D.n  d  H.  AHgufltnus  Icght  dit  alles  in  het  cort  wel  uyt:  Dat  den  '^^"  adircl'e 
menfch  wel  vatte  ende  verftac,  feght  hy,  dat  Godt  eenen  mcdccyn  cauteno  non 
is,  ende  dat  dctribulatie  eene  goede  medecyne  is  tot  de  faligheydt:  farctt,Htfar- 
Ghy  wordt  alfdan  gebrandt.  gefneden,  ende  ghy  roept  uyt  pyn  en-  "'^/"''""/{i' 
de  gevoelen,  maer  den  medecyn  en  hoort  u  niet  naer  uwen  wenich  ,  „arwr.S.Hie- 
doch  hy  hoort  u  naer  uwe  faligheydt .  ron.  inEfeJi. 

Hier  comt  leer  wel  te  paffe  het  ghene  men  verhaelt  van  eenen  '^-  7-  '^  ƒ' 
fekeren  Jafon  van  Thcfalien:  Delen  hadde  een  gefwil  binnen  in  f)n  "'^Je^^,alum 
lichacm,  dat  ongcneesbaer  w'ierdt  gehouden  >  doch  het  gefchiede,  notdiamut, 
dat  hy  in  een  gevecht  van  fynen  vyandt  recht  in  dit  gefwil  wierdt  fedb<iru<m,ji 
gefteken,  ende  aldus  alle  venyncghen  etter  was  uytgcloopen,  wacr  &'"'""  "<?'- 
door  hy  in  corten  tydt  heel  gejias .  Aldus  fal  ons  Godt  in  alle  onfe  jf„,  damns , 
quaelen  op  fynen  tydt  tehulpe  comenj  endedaer-en-tunchen  moeten  quare  m  :nc- 
wy  op  hem  gcrurtclyck  betrouwen,  ende  niet  te  leer  clacghen  ende  dutnaVem» 
te  onverduldigh  fyn,  moetende  bock  peyfen  dat  alles  van  Godt  comt,  svm^\c\as'' 
als  van  eenen  goeden  vader  ,  gclyck  den  e  H.  Angujiinm  oock  wel  fcript. doèus. 
feght  in  de  uytlcgginge  vanden  loz  Pfalm:  want  eenen  goeden  vader  d  ƒ«'<■%,!ƒ 
maer  en  wenft  de  "encfinee  ende  gefondtheydt  van  fvn  kindt .  Dat  '""""  i^^^" 
(jput,  leght  hy,  Itraftelyck  met  ons  handde,  dat  hy  ons  pyne  aen-   „,„,vtril»- 

F  i  doe  '•""" 


44  DE  GODDELYCKE    VOOPvSIENIGHEYDT 


urerif.jicarif,  re  gcfchi<;dcni{]c  :  Daer  Wiis ,  feght  hy,  eene  jonge  dochter,  de  welc- 

tUmoi,   non.  kc  onpaOclvck  fynde,  hadde  lisver  te  ftcrven,  als  het  bloedt  te  lac- 

axdHrncJics  ten  treckcH,  ende  fy  en  wilde  eeenfins  aenden  chiriisien  haeren  erm 

fed  audii  .ld  geven,  liet  welcic   nochtans  met  en  mocht  achtergelaeten  worden 

f.xlutetn.   s.  fonder  groot jae  fcker  peryckcl  van  haer  leven;  men  bidt  haer,  men 

Auo.mf,/ulK.  pi-aemt  haer,  men  feght,  datter  haer  leven  aenhanght,  maer  alles  te 

at'  oiuniZn  ^'crgccfs  tot  grootc.drocFheydt  van  ouders  cnde  vrienden.  Wat  fou- 

folet,    fjter  de  den  vader  doen?  die  haer  ten  uyterllen  beminde,  ende  die  haer 

efi.  Aug.  in  wenfte  te  helpen  met  wat  prys ,  dat  het  foude  wefcn,  hy  neme  dan 

a'lnlth^'d   '^cn  leften  defen  raedt :   Hy  was  wel  eenen  goeden  medecyn,   maer 

cmore   Dei.  gccnen  chinigien  ,  evenwel  hy  nemt  het  lancet  in  de  handt ,  ende 

b     Patern.t  vcrfoeckt  hacrcn  erm,  om  haer  wat  bloedt  te  trecken,  endefy  hae- 

foxhtceii-.E-  J-en  vader  fiende  fonder  tèghen-fpreken  was  terftondt  gehoorfaem  , 

^e^oUnabo:  oHttanghende  den  lleeck  fonder  bleeck  te  worden,  ende  fonder  vree- 

rer.Mis  eiim  fc ,  fcggendc,  dat  fy  van  haeren  vader  gecnfins  en  hadde  te  vreefen. 

ut  emendes ,  Wat  dunckt  u?  paft  dit  niet  v/el  op  onfe  materie?   het  enckel  ge- 

nonutyuidi-  ^,,^j^  haeren  vader  (lelde   haer  teenemael  ,'^eruft,  den  wekken 

qu.im   pater  Hochtans  haddc  coiincn  miilen  als  wefende  eenen  raenfch,  ende  niec 

KiferiLcrsf.u-  crvacrön  in  die  confte  . 

^eU.-u  fiiium ,  jJq(,  f,^  moctcn  \vy  dan  ons  felven  niet  geruft  houden  onder  de 
ftlTnitióju-  handt  Godts  den  alderbcllen  cnde  wyllen  vader,  als  hy  onseenighe 
^ellatur,quod  moeyclvckhcvdt  overfendt,  ende  pyne  aendoet?  Godt  is  onfengoe- 
■  te pa'.rem pi-  dcn  vadcr ,  dcn  welcken  alles  kennende,  ende  alle  macht  hebbende 
urn  ej]e  ignc-  ^^^  fvneu  tydt  in  ailc  fwaeriCThcydt  can  helncn,  en  fal  helpen, 
rejolet ,(j'fe  cndc  nict  andcrs  toe  en  laet,  als  dat  ons  het  iaughite  is. 
innoter.tem  Mcn  moct  het  allcs  ncmcn  van  fyn  handt,  om  dat  hy  onfen  va- 

tjfe  patat ,  te  ^^j.  j<.    j-^^j.  yvelck  al'.ecn  genoegh  is,  om  in  alles  geruft  te  fyn.  Sa.- 
hm,qi,iata.  "^'^^    cjiumtum  volet  .^  qiaa  parcr  ejK 

men  bonitas  Het  fil  dc  mocytc  wecrdt  fyn, -hier  op  noch  te  hooren  de  fchoo- 
tua.  ei  fiibye-  j^jg  woordcn  v^n  eenen  geleerden  ende  oodtmoedighen  fchryvcr,  dcn 
7e[h»n  r'un.  wc^ckcn  fyn  felven  noemde  litmn^  wiens  naem  onbckent  is  geble- 
tM»)  -virtuti!  ven ,  tot  dat  den  geleerden  Theophiius  Raynandus  van  onie  Socie- 
t<t.ij'tntit,<y  teyt  heelt  achterhaclt,  dat  defen  Jdtoia  gcwceft  is  l>  R/ijmondm  Jor- 
*7T'e/mte7e'  ^""^^  ^^'"'^  Canoniiick  ReguHcr ,  ende  darrnacr  Abt  van  Celles.,  den 
rt;/(I/./NÓ,;M  welcken  geleeft  hcefc  in  deelfftcofte  in  het  bcginfel  van  de  twelf- 
talifj„j'ientia  ftc  ecuwc  ,  gcmerckt  hy  van  den  //.  Beniardiu  in  fync  ichriften 
"ftiigii  forti-  mcntie  maeckt .  Defen  fchryver  dan  uytleggende  defe  woorden  van 
*!''''^L^'f'^  het  boeck  Dentero/ior/in .  PercHÜam  &  enofanabo  c.  X%.  v.  30.  Ick  £\\, 
•  r.xu  dijhoni:  flaen,  ende  ick  fal  genden  .  Spreekt  Godt  aldus  aen  ai  lyncn  i.boecic 
'  ptr  .  vaa 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  4|- 

vandewacre  wvsheydt.  Dit  is  ccne  vaderlyckeftcmmc:  Ickfalflaen,  K"  '"''  "^^ 
ende  ick  ml  geneicn,  want  ghy  llaet  ons  o_m  ons  te  doen  beteren,  rai,<j,fod«;au- 
niet  om  wraeckc  over  ons  te  nemen  ;  ghy  flaet  als  cencn  bermher-  «'m"»  trsbu- 
tit^hcn  vader,  ghy  caftydt  uwen  fone  ,  die  ghy  bemindt.  maer  hy  '''^"""^"<  '^ 
pleeght  {bogeQagenfyndc  in  het  beginfel  teghen  u  te  claeghen,  om  lunll'tZ'm"' 
dat  hyiials  eencn  gocdrhertighen  vader  nieten  kent ,  peyfendeoock  tnbulatio  o. 
dat  ghy  wreedt  fyt,  fich  houdende  als  onnoofel,  maer  omdat  uwe  l"^>'*"tr,pati. 
coedthevdt  hem  bylbet,  in  de  fveepe  bevroedt  hy  de  cracht  uwer  "'""/''■'''"'- 
macht,  ende  begmt  uwe  wysheydt  <met  lyn  vcrltandt  te  achterhae-  j},cm,<^'t>nK 
Icn ,  want  foodanigc  wysheydt  door  de  fweepe  oock  ilercker  raeckt,  ƒ«  »<">  "?«''ƒ 
ende  hem  oock  ingeeft,  dat  hy  blyder  foude  moeten  fyn  in  fyn  ly-  fi'"'"""  \  M 
den  ,  ende  wel  verilaen ,  dat  de  trihulatie  vcrduldigheydt  voortbréngh't,  'p^lrflafeUnm 
de  verduldigheydt  proevinge,  ende  de  procvmge  hope ,  ende  dathy  enidirljut hx- 
niet  geilraft  en  wierdt  als  een  flaef ,  maer  door  de  fweepe  onder-  r^d't^'tem  ac- 
wefen  als  eenen  fone,  om  eens  te  ontfanscn  fyne  erfFenifTe .  Allegae-  "/"'"^- ''*''^5^- 
der  fchoone  ende  ioete  woorden,  ieer  wel  paflènde  op  het  ghene  ft,t;{j,,,.f.i;,, 
ick  te  vooren  gefeydt  hadde . 

Den  rt  11.  Augtiflmw  .  Wordt  ghy  vervult,  feght  hy,  met  eenige  ^  TtiIvU-i 
fvvaerigheydt ,  kent  uwen  vader,  die  u  maer  en  tracht  tot  het  bclte  agnofiêpatri 
te  trccken,  hy  leert  ende  hy  onderwyfl;  u,  als  hy  voor  u  beforp-ht  onendtintent 
uwe  toecomcnde  erfFeniOe.  ^' •    ^''■'^'^ 

Hier  uyt  can  men  altydt  peyfcn  ,  dat  Godt  eenen  wyfen  ende  berm-  "'Jdiu'tel.'s'. 
hertighcn  vader  is,  hy  is  eenen  vader,  die  fynen  fone  bemint,  ende  AugMpJalm. 
hem  uyt  liefde fomtydts  flraft .  Dit  is,  het  welck  ons  dien  vermaer-  ^-f* 
den  ende  loffelycken  Poet  den  edelen  Heer  Cats  ons  voorftclt  als  ee- 
ne  profytige  fede-lefiein  het  if.  capittel  vanfyne  invallende  gedach- 
ten beginnende  aldus . 

Jck  figh  of  eenen  tjdt  twee  clejne  jon/rhers  vechten , 

Die  ginghen  teghen  een  als  kryghs-verwoede  hiechten : 
Aiaer  Jh*ax  quam  daer  een  man ,  die  op  den  eerften  keef^ 

En  even  van  de  flraet  met  jlaeghen  henen  dreef  ^ 
Den  tweeden  raeckt  hy  niet.  Dit  moet  den  vader  wefen ^ 

Die  foo  een  harde  les  den  vechter  had  felcfen  ^ 
Sp-ack   hier  op    al  het  volck ,  die  by  d.en  handel  flondt , 

En  V  oordeel^  foo  mj  dnnch ^   en  was  niet  fonder  grondt: 
Dies  gingh  ick  dit  geval  wat  naeder  overweghen , 

En  vondt  een  groot  e  les  daer  in  te  fjn  veleghen: 
Jck  vondt  ^  dat  even   Godt  dtén  vader  is  ghelyck. 

Eer ,  hy  fyn  kindcrs  brenght  tot  fyn  beflandigh  Ruk . 
Maer  laet  ons  lieve  fiel  geen  firaf  maer  feghsn  hieten  , 

uils  Godt  een  harde  pyl  op  ons  fal  comcn  fchteten  j 

i''  l  't  E.) 


4Ö  DE  GODDELYKCE  VOORSIENIGHEYDT 

'/  En  is  geen  teghenjpoedt ;    V  en  is  geen  nngeluck  ^ 

Jll  is  de  vrome  Jipl  gefeten  in  den  druck . 
Oock  rekent  defe  niet  voor  Godts-bemmde  menfchen , 

Die  Jiaegb  haer  wil'e  doen ,   en  hebben ,  darfe  wenfchen  j 
Hier  is  beminde  Jiel ,    bier  is  een  groot  verfchil . 
O  Godt  en  laet  ray  -niet  tot  mjn  verkeerden  ivil. 
'  Alles  is  wel  ende  Chriltclyck  gefeydt,  oock  bcveltight  met  deH. 

Schrifture,  geiyck  het  boven  gefeydt  is,  endc  gelyckcr  ftact  in  den 
a  brief  van  den  "■  H.  Paulus  met  dcfe  woorden :  Wicn  den  Heere  lief 

Quem  dil'igh  heeft,  die  caftydt  hy,  ende  hy  gecfTelt  elck  kindt,  het  welck  hy 

lafomnémfi'  Dcfe  gelyckeniiïe  van  vader  is  teer  ende  maer  al  te  waer  ende  niet 
liiim,quemre.  min  profytigh ,  maer  ick  moet  hier  oock  eene  gelyckenifle  Godts  voor- 
<r/>;>,AdHeb.  ftellen  van  cene  forghvuldige  Aioeder  . 

X2.  V.  6.         j^gj.  jj  jg  gewoonte  van  de  fuygende  moeders  defer  wereldt,  als 
fy  haerc  fuygende  kindérkens  willen  fpenen  ,  ende  van  de  borll  af- 
trccken ,  dat  fy  de  felve  bcftrycken  met  eenigh  bitter  fap  van  Alfcm  , 
vali  Aloë,  van  Myrrhe  ofte  van  eenigh  ander  bitter  ciiiydt ,  om  de 
jj         kindérkens  aldus  van  het  foet  moeders  fogh  afkeerigh  te  maecken, 
Tamquam  ü  cnde  hun  foo  allenskens  tot  wat  fterckcr  vocdtfel  te  gewennen . 
matento  iiLe-       Godt  van  gclyckcn  ,  feght  den  ^  H.  A->igitjlinn-s :   Als  Godt  fict, 
reamaritudi-  j^^-  (jgj^  vooifpoedt ,  cndc  foete  voldocningc  van  de  fchepfcls,  de  ge- 
"l'^sH^iRJn  Ibndtheydt  of  iet  anders   rtrccken  foude   tcghen  hunne  faligheydt, 
ffibn,  43.     wat  doet  hy.''  Hy  fendt  hun  oock  wat  bittcrheydt  over,  ecnighen 
teghenfpoedt ,  wat  verliesvan  goederen,  eenmoeyelyck  proces,  ee- 
ne moeyelycke  ficckte  Sec.  foo  dat  het  hun  al  niet  en  iireckt  naer  hun- 
nen wenfch,  om  hun  aldus  van  de  fchaedelycke  voldoeninge  ende 
foete  aenlockfcls  van  de  bedriegelycke  wereldt  af-te-trecken ,  endc 
tot  Godt  den  oorfpronck  van  alle  goedt  liever  te  doen  keeren. 
„  5    .         Hoort  voorder  de  woorden  van  den  fclven  <■  H.  Vader .  Godt  , 
male     dulci  feght  hy ,  mengelt  ccnighe  bittcrhedcn  mct  hct  gcluckendc  foetighe- 
mifcet  Deus  den  van  defe  wereldt ,  op  dat  men  trachten  foude  te  becomen  een 
amarnudines  \yQ^QY  cudc  gcruftcr  Icvcn  tot  dc  ccuwighe  f  iligheydt . 
1"  liu  '"ql^      ^^^^  ^-  ^^^^  Gregorins  heeft  oock  hier  op  eene  goede  bemerckingè. 
falubriier       Hct  gefchicdt ,  feght  hy,  door  cene  bermhertige  fchickinge  Godts, 
duUiiefl,re-  3at  het  leven  van 'de  uytvercoren  ten  tyde  van  hunne  pelgrimagie 
llèmS^a'  ^^^*  dickwils  geftoort  wordt  ,  op  dat  fy  den  wegh  niet  en  foudcii 
"  beminnen  voor  het  hemelich  vaderlandt. 

Om  in  het  cort  te  feggen,  hetbcite  van  al,  om  alle  ellenden  en- 
de fwaerighcden,  die  ons  ovcrcomen,  wel  ende  wyfclyck  te  verdrac- 
ghcn,  is  fyn  felven  altydt  voeghen  naer  den  wille  van  den  Foorjieni' 
gbefi  ende  alles  wel  bcllicrendcn  Godt^  die  ons  maer  over  en  fendt, 
het  welcke  ons  het  falighlte  is.  Hier 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  47 

Hier  comt  voor  het  left  te  paflc  het  ghene  ons  "  Csilita  Rodigr/im  j_  .^^  \  ^^^_ 
verhaclr .  Als  Alexander  èan  groeten,  (eghthy,  eens  viftorieiu  was  «of/.j-c. 33. 
over  fvne  vvanden,  hy  hadde  thicn  jongclinghcn  veroordeelt,  om  te 
ftèrven;  dcie  niet  tegenilaende  ginghen  cloeck  ende  al  fingende  nacr 
de  doodt  tot  verwonderinge  van  een  ieder,  den  Coninck  dat  ver- 
ftacnde,  dede  de  fclve  ftille  iken,  ende  hun  gevracght  hebbende  de 
oorfaccke  van  haere  blydtfchap,  feyden  fy  ,  dat  ly  blyde  waeren, 
om  dat  fy  ginghen  llerven  door  lall  ende  gebodt  van  den  machtigh- 
llen  Coninck  van  de  wereldt,  het  welck  Alexander  foo  behaegde, 
dat  hy  de  felvc  terltondt  van  de  doodt  verlofle . 

Is 't  dat  fy  foo  geruit  ende  blyde  waeren  om  den  wille  ende  ge- 
bodt van  den  Coninck  Alexander ,'  die  maer  cenen  worm  en  was  ten 
opficht  van  Godt  den  Coninck  der  Coninghen,  hoe  en  moeten  wy 
dan  niet  geruft  ende  te  vredcn  fyn ,  aengeiïen  wy  fonder  den  wille 
Godts  niet  het  minlle  en  onderftaenj  het  wclck  alleen  ons  genoegh  b 

moeft  wefen,  om  alle  cruyilen  ende  moeyclyckhedcn  cloeckelyck  Sj^idq'nd  er- 
ende  gecrne  te  verdraeghen .  ^oJtr  "'/"''* 

lek  fluyte  defe  fede-lefle  met  de  fchoone  woorden  van  den  i  H.  tatem  nlflJi, 
AHgufliniu .  Al  dat  ons  overcomt  ,  fcght  hy ,  tcghen  onfen  wille,  «»>«•»  non 
weet  feker,  dat  het  niet  en  gefchiedt  iondcr  den  wille  Godts,  ende  '*"'^"'  "'T» 
fonder  fyne  Foorjienigheydt ^  ende  ift  dat  wy  het  niet  en  vatten,  wacr-  z)ci,VbrXi- 
om  dat  het  gefchiedt,  wy  moeten  het  fclve  laeten  aen  Godt,  want  dentU,pf,m. 
hy  het  fonder  reden  niet  toe  en  lact.  <^  fi  non  in. 

Den  onnoofclen  Jofeph  is  altydt  geruft  ende  cloeck  geweeft  in  al-  ''%'»•«■'. 
Ie  fyn  lyden  ende  vcrvolginghen ,  maer  bcfonderlyck ,  omdat  hyhet  ImühcTprJ. 
al  nam  van  de  handt  Godts ,  gelyck  hy  het  daernaer  nu  verheven  tidentu  ,pf,. 
fynde  aen  fyne  bloeders  te  kennen  gnf,  met  defe  woorden:  lek  en  "'>1">^no„j;t 
ben  herwaerts  niet  gefondendoor  uwen  raedt,  maer  door  Godts  wille.  '''^'^J'".'fi-^' 
Non  veftro  cotijilio  ^  fed  Det  voluntate  huc  mijfi^  fmn .  Gen.  4^.  v.  8.      i^if'/"-^'" 

Laet  ons  nu  voortgaen  in  onfe  hiftorie . 


II  .  CAP- 


4^  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

II.    C  APITTEL. 

De  afoimjli^e  ende  moednVi/Ii^he  hoeders  van  lofeph  fert^ 

dm  aen  hunnen   vader  jyn  rockxhn  heel  helloeydt  ^ 

als   of  lofeph  ergens  '^an  ecne  loreeAi   bcejls 

vrrjchcnrt    ü^as , 

^^^feEj  Ofeph  van  fyne  broeders  vercocht  fynde  aen  de  voor-by- 

^     j     Ëi^  padercnde  Ipma'eiitefche  coopliedcn  was  nu  als  eene  fiave 

^      .*  JsS   J     B^  wechgeleydc   nacr  het  landt  van    tyEnypten  ,  macr  den 

/fcvii.iHf  c»;-  ^'k^'kw^  h^ct:  £"  was  noch  met  verdwenen  Uyt  hun  boos  endeaf- 

nes  fimtd ,  fi  gunfligh  hcrt  :    de  plichtige  broeders  willende  voor   hunnen  vader 

qins  rc^eUret  ycrborscn  houdcn  de  vcrcoopinge  van  Jf^fepb .   doen  dit  op  eene  al 

lumoa-uiennt  ^^  wrecdo  manicrc  :  Syn  opper-clecdt  Oii.e  rockxken  uytgctrocken 

^hulio.  Salia-  hebbende,  eer  fy  hem  lieten  ilr.ckcn  in  den  drooghen  put,  ofte  ci- 

lïus i» hl fi.Ec-  Iternc,  fenden  fy  het  fclvcn  aen  hunnen  ouden  vader,  eerft  geverfc 

chfiaft.detefl.  p^j^^.  ^^^  ^^^^.  ^^^  j^^^  blocdt  vau  ecucn  gedooden  bock .  Maer  wat 

'b    '^ '  eene  wreedthcydt  ende  onvoorfichtigheydt  isdit?  En  vrecfdcn  fydan 

ihijddecip'nk  niet,  dat  Ruben  cnic  Jtidas  oit  icmandt  anders  het  fclve  mochteuyt- 

■\-os  rpfos  in-  béngen?  Geenfins,  want  fy  hadden  onder  hun  valtgellclt,  het  le- 

{'i'ft"La^eZ  ven  te  nemen  aen  dien ,   den  wekken  dit  aen  Jacob  loude  openbaê- 

dcupere  pofft-  ren.-  Gelycker  ftaet  in  het  tcltament  van  d;e    ii.   I'aina/rkefi  duer 

til,  nonfiUe-  c]cn  E.  P.  a  SdiiinM  van  onfe  Societeyt  in  fyne  kerckelycke  hÜlorie 

VS  t.imer.  UI-  ^^^  fchrvft .  Do"h   vv'at  blinder  ende  groorer  booshcy'dt  condcn  fy 

quidedpi  «f.  bedencken!  om  de  fchaemte  ende  ichande  by  hunnen  vader  te  ont- 

q-Mt ,    quem  gacu ,  fy  willcn  den  ouden  man  liever  tot  de  doodt  toe  bedroeven  j 

mAxime  om-  y^-^^^y  evCTiwel  fy  en  conden  dat  niet  doen  fonder  Godt  ten  uytcrftcn 

'dl7è oi7n"t    tc  vergrammen,  aen  den  welcken  al  hun  boos  befteeck  heel  bekent 

nonignZIh,\  was ;  lict  wclck  f^/  haddcu  moeten  peyfen,  maer  den  haet  endenydt 

quod  fciiftis,  hadden  hun  verblindt,  ende  de  wysheydt  benomen.   Hoort  het  uyt 

vquodf;;:,o-  (^g^i  ,-pon(Jt:  vau  dcu  b  7'/.Cw777'/''<'.»-''«?  die  de  broeders  aldus  aenfpreckt: 

p7tJ,'dn-nil-  o  ghy  boofe  onbedaclnc  cndc  uytfinnigc  als  ghy  fyt!  al  ill  dat  ghy 

iReoLulunü-  uwen  vadcr  coct  bcdrieghcn ,  ghy  en  (uit  nochtans  niet  bedrieghen 

qit.imdcrmi-  j— ,.j  „ppgrften  Rcchtcr ,  die   niet  bedroghen  en  can  worden,  den 

Tom.'^^^^L  welcken  men  meell  moeit  vreefeuj  het  ghene  ghygedaen  hebt,  cn- 

Ccn,     '       de  dat  ghy  aen  uwen  vader  wilt  veri'wygncn,   dat  en  ial  aen  die  al- 

ficnde  oogh  niet  onbckent  wefcn,  de  welcke  noyt  en  llaept .  Dat  is 

de  biindtheydt  van  vele,  als  fy  iet  Verliolen  conncn  houden  voorde 

mcnfchcn,  fv  meynen,  dat  fy  voor  de  rcll  wdmnghen  genitl  fyn, 

Godt  daer-en-LU'uchen  niet  vrcefcndc ,  aen  den  welcken  het  alles  bc- 

keiais.  Wat 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  49 

Wat  eene  blindtheydt  ende  uytfinnigheydt  .'  niet  te  vrcefcn  de 
ooghen Godts,  noch  fyn oordeel,  noch  fyne  ftrafFe,  die  eeuwigh  fal       ^.*^      . 
dueren!  Ute7l%io, 

Den  t  H.  Ambro/iits  vreefde  voor  die  hier  willen  verbershen,  het  c^  latere  mn 
welck  niet  verholen  en  can  blyven,  ende  eens  moet  te  voorichyn  poiji<»i yq'*'" 
komen  in  het  leite  oordeel.  ^^^^^  ^^,  ,„. 

Maer  eylacs!  fommige  en  fchynen  niet  veel  te  vrcefen  van  dat  friptageroii* 
lefle  oordeel,  om  dat  ly  meynen,  dat  het*noch  verreis;  daer  iy  fHore  me» 
evenwel  weten ,  dat  fy  daer  eens  fuUen  moeten  verfchynen ,  daer  "'""■""  '^^^* 
oock  hunne  boosheydt  al  dickwils  in  dit  leven  ,  als  iy  het  minll  'Itm/denHdói 
verwachten,  naer  verdicnftcn  wordt  geftraft .  bitur  <»  iU 

Eene  hiflorie  daer  van  onder  vele  verhaelt  ons  den  E.  P.  BenediEim  i'^i'i'  '''*  «^ 
Fetnandiué  van  onfe  Societeyt  in  den  derden  boeck  van  fyne  uytleg-  1"^/^^  « 
ginge  van  het  boeck  Gencfis  :  Daer  wierdt,  feght  hy,  iemandt  te  Ainb.' 
Lishana  de  hooft-lladt  van  Porttigael ,  daer  hy  woonde ,  van  moordt 
befchuldight  ende  veroordeelt,  ende  nu  naer  de  doodt  geleydt  fynde, 
vergefelfchapt  van  eene  groote  menighte  des  volckx,  was  nu  gcco- 
men  tot  eene  ftracte ,  by  de  kercke  van  den  H.  Sebnftianm  Marte- 
laer,  alwaer  teghen  aen  den  muer  eene  colomme  lagh ,  hier  bleef 
den  mifdaedighen  rtil  ftacn,  ende  fich  keerende  total  het  volck,  fev- 
de  :  Hoort,  die  hier  teghenwoordigh  fyt :  lek  vreefe  Godt  den  Rech- 
ter van  alle  menfchen,  voor  wie  ick  fweere,  dat  ick  in  de  moordt, 
daer  ick  van  befchuldight  ben,  teenemael  onnoofel  ben  ,  maer  ick 
bekenne  hier  voor  Godt ,  d.it  ick  hier  eens  in  den  nacht  eenen  menfch, 
die  ick  niet  en  kende,  fittende  op  defen  fteen,  als  raefende  hebbc 
vermoordt ,  het  welcke  niemandt  tot  nu  toe  en  heeft  geweten  als 
Godt  alleen,  die  mynen  rechter  is ,  ende  nuvanmy  wraecke neemt; 
dat  alle  menfchen  hier  keren  ende  peyfen,  dattcr  acn  Godt  niet  het 
minlleonbekent  en  is.  Dit  geleydt  hebbende  gongh  hy  voort,  ende 
ondrrlrondt  v-rdulJclvck  fyne  rechtveerdige  doodt. 

Die  al-doorfiende  ooghe  Godts  fagh  oock  dien  gewortelden  haet 
van  de  broeders  teghen  Jofe^h^  ende  hun  afgckeert  gemoedt  vzx\J/i- 
cob  hunnen  vader;  aen  den  welcken  ly  fonden  het  verfcheurt  ende  ,       ^ 
bcbloevdt  rockxken  van  Jofeph  als  of  hv  ergens  van  eene  wilde  bee-  ^;      '""Jf' 
Ite  vcrllonden  was,  hier  in  fcer  gelyck  acn  de  raefende  beeilen,  de  umpatnscf. 
welcke  niet  tevreden  lynde  met  deopgeëten  lichaemcn,  oock  daer-  /"■"'»  »'•'«'• 
naer  dickwils  hunne  cleederen  verfcheuren .  truentam 

Den  b  H.  BaJïliHi  Biflchop  van  Seletcui  Icght  het  uyt  in  defervoe-  fiilne'fang^J- 
ghei:  Siet  die  wrede  broeders  doen  het  bcblocdt  rockxken  aen  Ja-  "limidiam 
cob  ter  handt  comen,  als  oft  fy  hunnen  haet  endenvdt  fonder  bloedt  ".^?''"'«  «•^- 
niet  en  conden  uyiblunèhen .  Hunnen  haet  Itreckte  oock  teghen  BafiTk'ff/ 
hunnen  ouden  vader .  ^^ .  ör..f .  8* 


fo    DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


i 


Ktque  parri-  »■  Giiilielmiis  Hamerus óVén  vermaerdcn  uytleggher  van  de  H.Scrif- 
tidioinfiatrè  turc  Icght  dit  Wat  brecder  uyt .  De  nydighe  broeders  feght  hy,  lie- 
Znu'^lalil'  '•^^  ^""  voorftaen,  dat  Jacol?  van  alle  defe  ftooringe  demeefte  oor- 
\elert,ra.  ^''^ecke  was  om  fyne  te  groote  liefde  tot  Jofeph  boven  alle  de  andere. 


rem  i 


demapud pa-  Hierom  wilden  fy  hier  wraccke  nemen  over  hunnen  vader,  doorhec 
trem  arte  er  welck  fy  fckerlyck  condcn  dencken,  dat  het  al  foude  wefen  totfyn 
nh/'A'I'r',  uyï'^^ri^^  gevoelen  ende  fmerte,  ende  niet  fonder  peryckel  van  de 

•peftem  Jiqui-    doodt  .  * 

dem  jtjfeph  ^\s  fy  evcnwcl  fvne  verficrde  doodt  aen  den  vader  wilden  te  ken- 
flntut'^^h^.  "^"  g^^'^"»  'y  hadden  hem  het  felve  wel  connen  lacten  weten,  feg- 
imopoiUitam  gende  by  exempel,  dat  'jnfefh  nergens  te  voorfchyn  en  quam ,  fon- 
farernn  oiulif  dcr  h'^m  te  fendcn  fyn  bebloeydt  rockxken  >  maer  fy  fanden  het  uyt 
ing^eruHt,y,o  gmmfchap ,  ende  uyt  fpyt,  oock  tot  meerder  gevoelen  vznjacoby 
'llmm:ff>,m  gc'yck  hy  hct  betooude ,  alshy  her  vcrfchcurt  ende  bebloeydt  vockx- 
jcelui  menda-  ken  fagh  ,  feydc  terilondt :  i  Jae  het  is  het  rockxken  van  mynen  fone  , 
etter  amoli-  ecnc  wrccdc  beelle  heeft  hem  geëten,  fy  heeft  Jofeph  verfcheurt  en- 
«».«r,  />.!-  jg  verflonden;  ende  fyne  cleederen  oock  fcheurcnde  heeft  eerrhav- 
tamquam  in  ren  clecdt  aengedaen,  langhen  tydt  fynen  fone  beweenende. 
reprsfenti ye-  Den  drocvcu  vadcr  en  was  niet  te  llillen,  allen  trooft  verftooten- 
hemeiiuK,  do-  ^q    oock  njct  Willende  getrooft  worden  ,  felf  van  fyne  fonen,  die  nu 

lore  .ommoyc-  '  ,  ,  .  i  °        >  i  111"  r, 

rentur.  Ham.  ^^'^  "^'^  veldt  naer  huys  wedcrgekeert  waeren,  alle  hunne  trooften- 
in  Gtnefim.  dc  woordcn  vcrworpende,  millthien  (cght  "^  O/c"/?/?!?/- ,  omdat  y^zro^ 
b.         van  fyne  fonen  quaedt  achterdencken  hadde ,  dat  fy  deooi-faeek  wae- 
f-'-Jet  f.a-  ren  van  al  dit  quaedt. 

ter,uit,!,:ni.       De  droethcydt  van  Jacol>  fiende  yo/p^/;/ rockxken  van  veifcheyde 
cuiiiiimeiefi,  verwen,  nu  gcverft  in  fyn  cyghen  bloedt ,  ea  falraen  niet  lichtclyck 
^cZmdf"""  achterhuelen . 

leflia  deyorl.  ^^^^  lecll  in  de  oude  hifborien,  dat  fommighc  ouders  ende  getrou- 
yit  Jojepii  ,  de  fiende  de  bcbloeydc  kleederen  van  hunne  mans  ofte  fonen,  ter- 
/''■fijTtif,-  ftondt  befweken  ende  geltorven  fyn. 

dl'"  "\'"e'j  De  Roomfche  Kcyferinne  Cahphamia  de  huvfvrouwe  van  Julins 
jili.m  fl.,i)n  C&far  llende  maer  het  doorlteken  kleedt  van  haeren  man  viel  van 
nuUo  terpo.  hacr  fclven,  om  te  ftcrven. 

^  ,*'^'*."  '7*  Plmarchm  feght  van  eene  treffelycke  v.'eduwe,wiëns  man  wreedelyck 
c' c»'iXe^.t"  vermoort  v/as,  dat  fy  bycans  ilierf  van  drocfheydr,  als  fy  maer  ea 
rua,,tem}Uiu  fagh  fvu  klccdt  bcbloevJt  ende  doorfteken,  het  wclcke  fy  Jaernaer 
'''"'  "■  •'""-  dickwils  acnfchoudc,  fyiide  vol  traenen,  ende  kulle  uyt  cene  befon- 
rent  o  orem  ^^^.^  üefdc  tot  haeren  m.ui .  V/at  wonder  ó-xn  dat  den  ouden  vader 
tonfüUtionrm  j''coh  licndc  het  bebloeydt  vericheurt  kleedt  van  j-ofepb  die  hy  loo 
admitte-.-e ,  bemindt  haddc,  ende  nu  meynde  doodt  te  wcfcn,  van  droefheydt 
tfuia  fjy.fi  an  jjyc-^s  qu;im  tc  flcrveu !  als  wanneer  hy  feydc  :  lek  fal  by  mynen 
leUt'iTernm  ^*^^^  ^^  •,^•cencnde  neder-daelen  ter  hcUcu. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  fi 

f^         r  confelatioHt, 

Defcendam  ad  filiftm  mettm   tn  tnfernttm .     Genei  .     yj ,    V.     Jf .  crfutahttah 

Tot  voldoeninge  miflchien  van  den  lefer,  fal  ick  defe  overgroote  '^'f  frciHJfi 

droefheydt  van  Jacob  in  een  rym-dicht  beweegclycker  hier  trachten  ""«'«""•Ol"]; 

Voor  te  ftellen . 

Soo  haefl  het  bloedigh  cleedt  nu  was  ter  handt  gecomen^ 

Den  heel  bedaeghden  man  van  droefheydt  ingenomen- 
Vol  Jïeckten  en  vol  fmert  ^  geraeckt  tot  in  de  Jiel 

Terflondt  heel  fprakeloos ,  ejlaes  !  ter  aerden   viel! 
Jlicr  op  '/  heel  huyfgejtn ,  dienflmaeghden  ende  knechten 

Strax  waeren  hy  der  handt  ^  om  Jacob  op  te  rechten  ^ 
Jilet  vrees ^  en  foet  geweldig  tot  dat  hy  neder  fat ^ 

En  fachtiens  wierdt  gelaeft  met  wyn  oft  ander  nat. 
Dan  d'  herfenen  verjierckt  j  door  alles  ingenomen 

Begon  ,  gelyck  men  fagh  ,  heel  tot  fyn  felf  te  comen  } 
Strax  /iet  hy  rommendom  j  doch  Jyne  tongh  bleef  flil  j 
_  En  foo  hy  naer  fyn  wenfch  een  luttel  fpreken  wil, 
Roept  Jofeph,  doch  niet  meer,    de  Jiem  comt  weer  t'  ontbreken m 

De  droefheydt  hem  belet ,  en  can  niet  voorder  fpreken . 
Eylaes-j  hy  vat  het  cleedt  doordroncken  van  het  bloedt  y 

Hy  keert  het ,  en  't  bejproeyt  met  fynder  traenen  vloede. 
Hy  Jiet  van  welcken  kant  hy  hadt  den  beet  gecreghen , 

Hy  merckt,  en  pejfi  noch  meer  in  alles  /*  overweghen '^ 
De  dolingy   en  V  geloof  die  firyden  in  fyn  hert. 

En  tuffchen  fmert  en  liefd'  hy  fiaegh  gepynight  werdt. 
Is  dtt  het  cleedt  peyji  hy ,  met  menigh  verf  doorweven , 

Dat  tck   o  lieven  foon  h  onlanx  hebb'  gegeven  t' 
^4ch  '/  is  die  verf  niet  meer ,  die  is  ntt  al  vergaen  j 

Eylaes  ;   een  droeve  verf  ick  over  al  Jle  fiaen  ! 
^IdiirS  ghy  wederkeert?  Dm  hebt  my  niet  verlaeten ! 

Doch  wat   helpt  dit  beclagh !   dit  can  my  geenjins  baeten  ! 
'^  Ben  d'  oorfaeck  van  u  doodt :  ick  heb  «  daer  doen  gaen , 

Ghy  hebt  om  myne  fchuldt  de  doodt  maer  onderflaen . 
Eylaes  ?  hoe  leef  ick   noch  !  am  noch  al  meer  te  lyden  ? 

Godt  weet ,  met  wat  al  fmert  tot  nu  heb  moeten  firyden . 
O   al  te  droeven  fiaetl  o  leven  vol  van  druck! 

Of  ick  geboren  waer  tot  pyn  en  ongeluck  ! 
Doch  V  is  van  Godt  geflelt ,  eer  men  Jich  magh  verblyden , 

Dat  alle  vrienden  Godts  op  d'    aerd"  veel  moeten   lyden ! 
Jiliter  ick  eylaes  '.    en  weet  tn  al  myn  ongeval 

It'aer  tck   ellendigh  menfch  myn   leedt  beginnen  fal ! 
O  Rachel   lieffle  vrouw,   'k.  helb'  onlanx  h  verloren. 

En  nu  oock  mynen  foon  uyt  n  myn  eerfl  geboren  l 

G  2.  V  rer-> 


ft  DE  GODDELYKCE  VOORSIENIGHEYDT 

V  P^erlies  is  al  te  graot  ^  myn  fmen  is  fonder  maet^ 
Die  hovefi  '.r  vaders  hert ^  en  boven  maeten  giet. 
Een  dobbel  fmert  ejlaes  !  jae  meerder  als  te  flerven  ! 

Soo  eenen  heven  foon ,  en  weerde  vrouw  te  derven  l 
O  Jofeph   eerft  myn  trooft ,  myn  alderUeffte  ktndt ! 

lek  heb  «,  foo  ick  voel  .^  mner  al  te  veel  bemindtl 

Beclaegeljcken  droom !  ïi^>/e  mocht  dder  op  betrouwen ! 

Bedrtegelycken  droom !  voor  my  een  bitter  rouwen ! 

Wel  fien  ick  wel  af  niet  ?  %uat  hoor  tck  voor  getier  ? 

Wat  fpringht  daer  nyt  het  bofch  ^  wat  beeft  wat  woedigh  dier! 
Ick  Jien  het  in  den  mujl  wat  lanx  de  aerde  fleuren! 

Het  monfler  valter  op ,   en  wilt    het  heel  verfcheuren ! 
JHy  dunclt ,  het  is  myn  fnon ,  tch  Jien  hem  voor   my  ftaen , 

V  /x  Jofeph,  jae  hy  ifl ^  ick  falder  tujfchen  flaen, 
Eylaes !  daer  is  geen  hop ,  het  ktndt  is  heel  doorbeten , 

En  <a!'  honger ighe  beeft  begint  het  op-te-éten  l 
Jiy  roept  recht  voor  fyn  doodt:  o  vader  Jiet  «  ktndt ^ 

Dan  Ju'eegh ,  mijjchien  hy  docht  die  my  foo  hebt  bemjndt  < 
O  Jofeph  lieven  foon  !  noyt  foeter  ktndt  gevonden  l 

J\4aer  nu  van  eerie  beeft  foo  ïureede/yck  verflonden  f 
JJadt  my  een  ivreeden  leeuw  of  ty^er   omgebrocht ! 

En  dat  ghy  in  myn  plaets'  o  Jofeph  leven  mocht  l 
Siet  wat  de  liefde  doet ^  om  alles  C  onderwinden^ 

Verftandigh^  om  de  vrees^  en  droefheydt  fyt  te  vinden! 
Weent  allegaeder  weent  ,  helvt  my  in  ftorvens  noodt ! 

Eylaes  !  hy  is  verfcheurt !  myn  liefften  foon  is  doodt ! 
Had''  ick  maer  daer  geweeft  in  '/  lefte  van  fyn  leven! 

Had^  tck  myn  foon  gejien  fyn  leften  afcm  geven  ! 
(  Dat  wacr  my  noch  een  trooft  in  al  myn  pyn  en  fmert  ) 

Had^  tck  hem  voor  het  left  f  en  flerven  op  myn  hert  ! 
IVat  treurt  ghy  te    verneef s  t  werft  liever  oock  te  fterven 

Om  foo  een  meerder  trooft  by  Jofeph   te  verwerven^ 
Een  groot  geluck  voorwaer ^  dat  jofeph  Rachel  7?^?, 

En  dat  fy  het  gejicht  van  haeren  foon  geniet . 
lek  bi£  u  grooten    Godt ,  oock  haefl  te  moghen  fterven : 

Dit  nvaer  al  mynen  ^fenfch ,  dit  leven  oock  te-  derven . 
Geeft  my  naer    al  myn  frnert  ^  een  blyen  leften  dagh  ^ 

En  dat  ick  by  myn  foon  en  Rachel  wefcn  magh . 

DOch  het  en  was  Jacoh  alleen  niet ,  die  met  eene  uytterflie  droef- 
licydc  was  overvallen,  maer  de  nydige  broeders  hadden  hier  in 
hun  deel . 

Tofta-^ 


'    UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  fj 

ü  lo^ntw  Bidchop  van  Avila  in  Spaignien  is  van  gevoelen,  dat  '/-''.  q^o<'p.t. 
de  plichtige  broeders  van  yo/ê/>/-  ficnde  hunnen  vader  lotter  üoo.;t  ''^^^jf'^/^m 
toe  bc-droett,  oock  om  hunne  fchuldt  eene  aldermeefie  p):ie  had-  ^x eorum  nd. 
den,  om  dat  hy  van  hun  gecnen  troeft  en  wilde  ont'arrghen,  vcic-  pu,a-lio.erat 
ke  pyne  fy  hielden  vooreenc  ftrafte  van  hun  groot  m'.fdacdt;  jae  (y  r'j'!,1£«"ü' 
wacren  vol  van  fpyt,  ende  berftede  van  haet  ende  nydt,  fcght  den  :',. f,„.Z'mpt- 
*  H.  Clynf'JioTKHs  ,  om  dat  hunnen  vader  meer  toegaf  acn  de  liefde  n.t ,  ;>rc  tant^ 
van  fynen  afwcfende  ende  gedooden  foon  foo  hy  meynde ,  als  aen  de  i'-ionmpxna, 
trooftende  woorden  van  alle  de  andere  ,  die  daer  teghcnwoordigh  J'^'rJ^^'/JJ^ 
vaercn  ;  het  welck  Godt  rechtveerdelyck  toeliet  tot  iln.ffe  van  hun-  t^  nolUtcoy. 
nen  boofcn  haet  ende  wreeden  handel ,  in  den  welcken  fy  foo  hert-  fil-ttica  ad~ 
neckigh  waeren  gebleven,  dat  fy  oock  naer  het  fegghen  van  cO!e-  '^'^^l^^X^^Z. 
ofter,  de  droeve  maere  van  alles  niet  alleen  gebrocht  en  hebben ,  maer  lejceLnt  nt- 
oock  dacrnaer,  niet  teghenftaende  de  aldergrootlle  drotfteydt  huns  fidiaf.ures, 
vaders  de  vcrcoopinge  van  Jofeph  ten  tyde  van  zx.  iacren  aen  hem  'i","'^  /•"^'" 
met  en  hebben  te  kennen  gegeven.  _  •(,;,ƒ.„,« o-..- 

Siet  wat  en  doet  den  haet  niet  ende  de  wraeckgierighevdt  ,  de  afi^quamver- 
welcke  niemandtcn  fpaert  noch  broeder  noch  vader,  met  den  welc-  bi'/olttn  om- 
ken fync boof\\'illiee  fonen  foo  onbermhertelyck  handelden  ,  ende  fulck  """" i'^C"'- 
een  hertiweer  aendeden ,  uat  ny  bycans  daer  van  quam  te  iterven .  c  itAmnuüo 
Om  het  welck  fy  alle  ilrafFe  verdienden,  ende  gcene  de  minfte  ver-  pertinAi.es,Ht 
eiffenifTe  weerdieh  en  waeren,  gehck  den  d  H.  Chnfo/hma^  wederom  """fi^"''"';^'- 
wel  bemerckt .  ■'^^,„-  ^„„/,. 

Het  ftondt  hun  toe  als  kinderen  hunnen  vader  te  ecren  ende  te  rmtfeieti.v.n 
beminnen,  ende  hem  in  alles  foecken  te  trooftcn  ende  bv  te  llaen,  ffl^"*  /""f'*' 
van  den  welcken  fy  nacr  Godt  het  leven  hadden  ontfanghen .  'denusn7Jr7' 

De  reden  ende  de  nature  leerde  hun  dat ,  het  welck  Godt  oock  t,eUri,it.o)e- 
daernaer  belaft  heeft  door  fynen  Piopheet  Moyfes  met  dcfe  woor-  after.  d  ic.> 
den:  Eert  vader  ende  moeder .  Honora  fatrem  tuum^  &  mutrem  taam.  "'S'*  A^"""" 
Ende  daernacr  wederom  vernieuwt  heeft  door  den  ^  H.  Panlns  in  ^„MUsfllZ 
fynen  brief  lot  die  van  Efhefcn  feggcnde:  Kinders  weeft  onderdae-  a-  ideo  irxHo 
nigh  aen  uwe  ouders  in  den  Heerc,  want  dat  is  recht veerdigh  :  Eert  '"''^\  '^'S"' 
vader  ende  moeder,  het  wclcke  is  het  ccrftc  gebodt,  ende  om  dat-  TFdl^oM-'. 
ter  noch  fommige  kinders  gevonden  wierden  die  het  recht  van  de  te  p.nent,l»s 
nature  endede  reden  quaemen  te  overtreden,  Godt  heeft  de  weder-  yfniiinDo- 
fpannige  kinders  hier  voortydts  gedreyght  met  de.  doodt  felve .  Soo  '^IZtliiffT- 
leeft  men  f  JDe.verofwmii  in  het  zï.  capittel  met  dcfe  woorden:  Ift  7,cZ"'patrcZ 
dat  een  man  eenen  fone  gewonnen  heeft  ,  die  wederfpannigh  ende  ?'•'■'"  ^  »'•'- 
fpytigh  is,  die  naer  ^ns  vaders  ende  moedcis  geboden  niet  hoorcn  '!^:"";''^^;:^'.f 
en  wilt,  ende  daer  toe  gedwongen fynde niet  en  wijdt  onderdaenigh  prZ1-m'f''^J 
fyn,  {y  fullen  hem  opnemen,  ende  brenghen  voor  de  ouderlin"hen  EpHef.f.i;;.  ö 
der  ftadtj  het  volck  van  de  ftadt  f  il  hem  met  ftcenen  Vv-orpen,'^cn-  ;--^-  ^  f''"- 

3  ds       .      «-7,. 


fi  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Jïlium  contu-    ,     ,       ^  i    n 

maccmiir^o-  dc  hy  fal  ftervcn . 

tervum,  qui       In  hct  bocck  Exodi  ftaethet  in  het  cort :  Soo  wiefvnen  vader  en- 

-'""' .  '""'''"  de  moeder  vcrvloeckt,  dat  hy  de  doodt  Iterve.   O/a  maledtxent  patri 

irisimpermm,!'^''  '^^   n}atrtj:!&^   morie  mortatnr.   cap.  It.  v.   lort. 

er^»;  oheint       Uyt  al  het  welck  men  clacrlyck  fict  eene  ovrrgroote  boosheydt  van 

ontemf^erit,  (je  wedcifpannige cndc  fpytïge  kindersteghen  hunne  ouders,  de  wclc- 


appyehcndent  j.^  ^^^^  Q^j^  dickwils  gcllrait  wordcn 


adjhiioresct-  Dacr  hetende  vcrfcheyde  goddclycke  ftraften  over  foodaenigekin- 
fit.itis,  illum  ders,  fal  ick  hier  alleen  vooritellen  de  rechtveerdige  ftrafFe  Godts  in 
Ljndibui  oh-  j(;n  wcderfpannighen  Abfalon  ^  die  fynen  aocdcn  m'xAzx  David  tottei* 

«■/'ff    pohiilus     1         1.  ^  '  1     1    j  r  1  ^      r 

Zy-morietur     doodt  toc  vcrvolghdc  om  lynen  throon  te  bclitten . 
Deut.  21. 28.       Hy  dede  fynen  vader  vluchten  uyt  fyn  paleys  .  Den  goedertieren 
a  vader  hadde  medelyden  met  de  boofe  uytfinn:gheydt  van  fynen  fo- 

i'tfciM^uod  ^p      j^y  o;aF  oock   lalt  aen  fyne  Gapiteynen   ende  foldaetcn,  dat  fv 

fadumefl,no,i        ,iri       F     4        U  c  /  Air,  i->  o    -^ 

fnijfehnynanx  ^^V'^^w^  louuen  Dewacren  .  bervatemihivuerum  AhjaLon .  z.  Rcg.  lo.f. 
indi,ftrix,jed  Soodatiigh  was  de  forge  ende  laft  van  David  op  de  aerde  voor  fy- 
totum  fiijje  nci^  foi^e  ^  maer  de  goddejycke  rechveerdigheydt  hadde  anders  ge- 
coh'i'ii'/cr'l)"'  ^^^^^  '"  den  hemel,  opgeweckt  teghen  dien  vederfpannighen  ende 
B«m ««»» 4C<- eergierighen  ione  . 

rarunt,  <r  Daer-en-tu(Tchen  niet  eenen  voetknecht  en'wader.,  die  eencn  pyl 
irutum  ant.  ^^^^.  yiyfaion  fchoot ,  cnde  nict  cenen  Ichicht  naer  hem  wierp,  niet 

mal  eum  tra-  p-',  ,  i-      r        r  j  i_i  i  i^ 

didii-.cynitcd  ecncn  loldaet,  die  iyn  (weerdt  teghen  hem  trock,  macr  daeroin  ea 
tnirabiliuiefl,  heeft  hy  dc  ftraffe  niet  ontgaen;  daer  de  lancien  encie  v.apencn  der 
im  f,atrieum  foldacten  hem  Tpaerden,  Godt  hadde  voor  hem   eenen  eyken  boom 
iipCmn'^nur.  ^°^  ^'^'■'^  g''^^»^  toegefchickt ,  aKvaer  fyn  hayr  dienen  foude  voor  ee- 
/■«'/(.S.Chryf.  ne  coorde ,   tot  dat  hy  fyn  mifdaedt  foude  betaclen  .  Davids  Capi- 
inf/ahn.  7.    tcynen  ende  foldaeten  (iighen  Abfalon  vluchten,  cnde  corts  daernaer 
met  fyn  hayr  vaft  hanghen  aen  eenen  boom,  niemandt  nochtuns  en 
derfde  nader  comen ,  noch  een  quaedt  woordt  i'preken .  Bcmerckthier 
nu  een  dubbel  wonder,  met  het  welck  ten  leiten  volbrocht  wierdt 
het  goddelyck  vonnis  in  den  hemel  gefloten .  Den   ongeluckighen 
hadde  immers  fyn  gevlochten  hayr  met  fyn  Iweerdt,  dat  hy  aen  dc 
zyde  hadde,  connen  affnyden,  het  welck  hy  niet  en  dede,  daer-en- 
boven  den  opperltcn  Capitcyn  Joab  ^  óen  welcken  befonderlyck  op 
hem  genomen  hadde  den Prince  te bewaeren,  ende  die  hem  te  voorcn 
noch  eens  verfoent  hadde  met  fynen  vader,  hy  evenwel  heeft  Ab- 
falon ^  nu  verachtende  Davids  gebodt  fonder  cenige  hope  van  loon, 
iae  met  peryckel  van  flrafFe,  gev  eldelyck  aengevallen,   ende  hem 
"iiet  herte  met  dry  lancien  doorlleken  ,  op  dat  men  ibudc  leeren  , 
fcght  den  "  //.  ChryfojlomM  ^  dat  het  ghene  dattcr  was   gefchiedt  , 
geen  v'crck  en  was  van  eenen  menfch,  maer  een  ^\'erck  van  degod- 
(ielvcke  reclitvecrdighcyUt .  Syn  havr  cndc  den  boom  hebben  hem 

valt 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ff 

vaft  gebonden ,  cnde  eene  onredelycke  beefte  heeft  hem  gelevert  j 
ende  het  welcke  het  wondeiftc  noch  i<,  den  welcken  hem  te  voe- 
ren verfoent  hadde  met  fynen  vader,  heeft  hem  het  leven  benomen. 

De  quaetwiUige  ende  wederfpannige  kinders  teghen  hunne  ouders 
hebben  oock  met  reden  Godts  rechveerdige  ftraffc  vroegh  ofte  laet 
te  verwachten,  gclyck  het  oock  daernaer  gefchicdt  is  met  de  boofe 
cnde  nydige  fonen  van  Jacob,  het  welck  wy  in  het  vervolgh  vaade 
hiil:orie  van   Jofeph  fuUcn  bemercken  . 

Doch  gemerckt  alle  delen  nydt  ende  boofen  h.indel  eenfdeels  fy- 
nen ooifprongh  genomen  heeft  u\t  eene  al  te  groote  hcfde  van  Ja- 
cob  tox.  (yncn  (onz  Jofeph  ,  het  fal  de  pvnc  weerdt  wcfen  te  gaen  fien, 
o?  Jacol'  daer  in  vel  of  qiiaelyck  gedaen  heeft,  het  welck  wy  in  de 
volgende  fede-leeringe  fullen  onderfoecken . 

SEDE-LEERIiNTGE. 

Ve  liefde  van  de  ouders  tot  hunne  ki^zderen  moet  gelyc\ 
fyti ,  ofte ,   gelyck   fnen  feght ,  fy   en  moghen  geens 
lieve    kifiders  maecken. 

a 

N'  Iet  en  ifTer  foo  teer  en  aengenaemals  de  liefde,  befonderlyck  TcUHudim- 
van  de  ouders  tot  hunne  kinders,  gelyck  i'^  het  beter  konnen  pt>'fiM  «ma- 
gevoelen,  als  men  het  m  t  woorden  can  uytlcggen.  rtypraduUe; 

Nochtans  die  foetisheydt  van  liefde  can  oock  met  bitterhevdt  f"''"^'*^'"' 
gcmenght  worden .  tnu,,mfm0. 

Den  Patriarch  '^/:col>  is  daer  van  geweefl:  eene  claere  getuygcnifle .  dtr^ione  te. 

Defen  ouden  vader  hadde  eene  teere  liefde  tot  alle  fyne  kinderen  /""•'' c"'/^']," 
ende  befonderlyck  tot  Jofeph^  gelyck  wy  te  voren  gehoort  hebben  j  d'ej'ojèph'^.i, 
macrdie  ongclycke  liefde,  die  al  te  groot  was,  en  verminderde  niet  Imingat  hlc- 
allecn  de  goede  genegentheydt  vande  broeders  tot  Hunnen  broeder  """^  .  "1""^'^ 
Jofeph^  maer  veranderde  die  oock  in  eenen  bitteren  haet  ende  nydt,  f',unxiteldem 
tot  groot  gevoelen  ende  hei  tfweer  van  den  ouden  vader .  Hoorter  «.if«i-.!.  Ibid, 
van  fprcken  den  H.  Vader  <'  Ambrojïits  fprekendc  van  lofeoh . 

Soct  is  het,  feght  hy,  fyne  kinderen  lief  te  hebben,  maer  die 
teere  vaderl}'cke  liefde  is  dickwils  fchaedelyck  acn  de  kinders ,  ten 
zy  dat  fy  gemaetight  wordt  >  gelyck  het  heeft  gebleken  in  de  broe- 
ders van  Jofej^h;  daerom  feyde  defen  H.  Vader,  dat  de  liefde  van  de 
ouders  tot  hunne  kinders  behoorde  even  groot,  ende  gelyck  te  \\  e- 
fen  }  want  van  de  felve  ouders  ge'boren,  behoorden  van  de  fèlvege- 
lyckelyck  te  fyn  bemint.  De  ouders  conncn  dit  lecrcn  van  de  onre- 
delycke gedierten  felfs,  de  welcke  voor  hunne  jonghxkens  gelycke- 
lyck  beforght  fyn .  \^''y 


r<j  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

Fxtus  fuot  Wy  connen  dit  eer  ft  Dcmercken  in  de  •»  voghelen,  aengaende  hae- 
sn  difliii-  j.g  jonghxkens,  fiet  men  niet,  dat  die  beefticns  uyt  eene  natuielyc- 
fcTaüm^.  ke  indruckinge  in  het  opvoede  van  haere  jonghxkens  even  be- 
tum  paneer  forditlyn,  acn  elckin  het  befonder  ,  haer  voedtlcl  endc  acs  gcvcnJc, 
flerimnt;  ^-  ^y^^  eg,-,  nict  meer  aentreckende  als  het  ander ;  lbo  fpreckter  van  Ssne- 
yescx  ^q«o  ^^  Jen  Roomlchen  Philofoph  in  fynen  66..  brief. 
^«'.Teneca'  Oock  de  wreede  heeften  leeuwen,  tygers,  becren  &c.  ftillen  ge- 
epiji.  66.  lycke  forghc  dnieghen  voor  hunne  jonghen,  ende  de  felve  gelycke- 
lyck  befchermen  ende  bewaeren  teghen  allen  ongeval . 

Godt  den  fchepper  van  al  heeft  aen  alle  gedierten  eene  gemcene 
ende  gclycke  forghe  ingedruckt ,  ende  werckt  aldus  gedurighlyck  in 
alle  fyne  fchepfels . 

De  fon  heeft  van  Godt  haeren  aerdt  ende  cracht  om  alle  landen 
ende  menfchen  gelyckelyck  te  verlichten  ende  te  verwermen ,  goe- 
de ende  quaede  .   Qtii  folem  fiMtn  oriri  facit  fu^er  honos  &  malos .  Alat- 

th.  f.  V.  4f . 

De  aerde  brenght  voort  verfcheyde  vruchten  goede  ende  flechter, 
haer  fap  gevende  aen  allebeyde  j  gelyck  men  oock  liet  in  de  hoven, 
in  de  welc^ce  groeyen  bloemen  van  alleüagh,  fommi'gewel  riecken- 
dc ,  oock  andere  van  geenen  geur . 

Soo  dient  het  oock  te  gaen  met  de  ouders,  die  hunne  kinders 
gelyckelyck  raoeften  bemmnen  ,  belbrghen  ende  aentrecken  ,  om 
al'.c  tvviften  te  voorcomcn . 

Hier  van  heeft  feer  wel  gefchreven  den  E.  P.  Libenus  in  fyne  eer- 
fte  tragedie  ofte  treurfpel  van  lofesh ,  het  wclck  hier  oock  can  die- 
nen tot  onderwyfinge  voor  alle  ouders  in  de  opvocdinge  van  hunne 
kinderen , 

Syn  latynfch  dicht  begint  als  volght. 

Mifer  hen  Jofefh!    multorura  odium 

Uniiis  anor  ,  fatri  nimium 

Bdeüe  fuer  ! 

O  nam  fcccMndam  trahit  invidiam 

Non  ACjum  amorl  quamls  emitur 

Odiis  parinr/f  gratia  dtjpar  ! 

Quid  non  JimiU   malefane  farens 

In  amore  loc  as  ,    ^KOi  tpfa  f  art 

^  tin  "er  e  q^attdet  natura  gradtt^ 

Orn-nibiu' tdem  Jupitcr,  /Wfw  » 

Orn-nibiu  atjuo  Inmine  Titan, 

ISlon  dtJfimiU  fovet  amplextt 

PiTvora  Tygris ,    nee  dijparibtu 

Pidlos  ftttdiis  educat  Ales . 

Telltu  eadem  fcugibm  ^    idem  Th' 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


17 


Tlorihm   hortta  .   Dijfenfat  of  es 
Chloris  gremio  femper  eodem, 
Nee  flava  Ceres  uni  mater 
Prodiga  ,  &   uni  [av/i  novercs . 
Et  Jitiemes  varia  campas 
ISfon  rtgat  urna,  <i.quabile  Cétlum : 
Quem  ntea  rorem  bihit  herhg ,    Oibit 
Tua  non  pejor .    Cernis ,  ut  iccjmo 
Ltbrare  Themis  Rondere  lance 
SatiHa  laboret  ?  lumtna  nuUi 
Jï'ïage  blanda  jacit ,  velata  caput 
Nulli  facties  commodat  arüü 
Clanfas  galea ,  pronior  aures . 

Dc  duydtfche  Poëfie  fal   ons  dit  aldus  in  't  lym   ftellen. 

Te  gi'Oite    liefd'    is    broeders   haet  ^ 

Verfchejde  licfd'    i^iet  wel  vergaet . 

Chy  hebt  het  Jofeph  wel  geproeft^  * 

Dat  tiwen  vadtr  heeft  bedroeft . 

Siet  eens  den  forgeljcken  aerdt 

Van  de  Natur',  voor  die  fy  baert : 

En  d'  een  en  d'  ander  vrucht  behaeght  y 

Voor  al  gelycke  forghe  draeght . 

Siet  hoe  a  Godt  forght  voor  ieder  een^ 

p^oor  goed''  en  cjttaede  in  ?'  gemeen  ^ 

Van  Godt  den  goeden  alles  heeft  .^ 

En  oock  door  Godt  den  c/ttaeden  leeft  ~ 

Godt  door  de  fon  de  aerd'  befliaelt j 

De  fon  tot  onder  d''  aerde  daelt : 

Het  go-.idt  of  loot  y  en  tvat  mocht  fyn^ 

Het  groeft  al  door  den  fonnefchyn . 

De  beeji  haer  jongh'xkens  feer  bemint 

Op  V  een^  en  V  ander  wel  gejint  y 

Het  een  met  meer  als  f'    ander  heeft', 

uien  V  cleyn^  en  't  groot  haer  voedtjel  geeft. 

Een  fchoon  en  rvel  gebloemden  hof 

In  alle  bloem  heeft  fynen  lof. 

Geeft  plaets'  aen  d'  een  ^    en  d'  ander  bloem  y 

In  alle  foort  draegt  fynen  roem . 

De  aerd'  voor  coorn ,  en  groen  gewAi 

jiltydt  een  goede  moeder  was , 


a    Qutft- 

lem  juum  ori* 
rifaiit  fuper 
honoi  C7'  mA- 
los  Marth  ^% 
45"  Dempro^ 
mifiiie  omni' 
hm  lumen  im- 
f'titur.  Sic 
i»'tiatcTes 
■DeichAritatU 

'iter  (ojrimti- 
nicare  omni- 
iu!  deleimu- 
iy  d(li(jin»m 
fatitunhari- 
tM  ,  f; »(  loco 
tiium  fucce. 
dit.  S.Bafil. 
deinfln.Mo. 
•^'^  iMril).ferm.i, 


jSDE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

yils  hier  of  daer  d''  aerd''   is  verdort  y 
De  locht  een  foeten  reghen  flort . 
En  dit  met  een  mildaedigh  handt , 
Soo  %1'el  oO  V  een ,  als  't  nnder  landt . 
De  ouders  liefd'   oock  ny  gemeen 
Voor  alle  kinders  ond.er  een  ^ 

Of  V  is  maer  onheyl  ^   haet  en  njdt 

Tot  kinders  leedt  ^   en  oudere  (pjt . 

Ghy  hebt  het  Jofeph  ii'el  geproeft^ 

Dat  oock  t!  vader  heeft  bedroeft . 

Te  groote  liefd'  is  kinders  haet , 

Ve-rfchejde  liefd"  niet  wel  vergaet . 

J  Q  Oo  ongeluckighen  uytval  van  eene  ongelycke  liefde  en  heeft  men 

vAt" fympho.  i3  niet  alieenelyck  gefien  iii  de  hidorie  van  Jofeph,  maer  oock  in 
«M  pietatis,  menige  andere  j  want  het  oock  daernaer  gebleken  heeft  in  denoudt- 
clorr.s  Jmri-  {^f^^  brocder  van  den  verloren  fone  wcderkecrende  tot  fynen  vader . 
«-.!(/(  CAL  «  ,t,  j-j^j^  oudtrten  broeder  was  ialours,  ende  vol  haet  ende  nydt,  om 
re  .J  f-Mrem  dat  den  vader  fynen  ontuchtigen  ende  bedorven  fone  foo  wel  ont- 
er  approfim-  fonck ,  cndc  met  leckerefpyle  ende  blydtfchap  onthaeldcj  hy  wafler 
quare  domm  qq(~\^  pp  vergramt,  ende  daerom  en  wilde  hy  met  fyn  wedcrcom- 

fo^it     ratio,    rtf.'^,!,  •  •'  ■' 

hum  perfeni-  "^  bnincn  huvs  by  hem  niet  comen. 

re  ^e!n  non       Den  a  H.  Chryfologw  fpreckter  van  :  Die  goedthertige  vriendt- 

f.ii:,.s.C\\r\i.   fchap,  feghthy,  die  bewyfingc  van  liefde  verjaeght  den  nydegaert, 

lièdnn'è  fa-  ^'^^*^  houdt  hem  buytenhuylej  ende  daer  dereden  hem  toonde,  dat 

trem    dolet ,  hy  by  fyncn  broeder  foude  hebben  moeten  comen,  de  afguniligheydt 

uondolet pe-  hccft  het  hem  belet,   ende  den  haet   ende  nydt  en  lieten  het  niet 

riijje  jubj}uji    j.Qg  _  Y)en  oudtften  broeder  en  conde  niet  verdracghen ,  dat  fynen 

vvü  '    'canfi  broeder,  die  jonghcr  was,   naer  dat  hy  fyn  goedt  foo  fchandelyck 

querrtur,fcd  ende  onfuyverlyck  verqiiiil  hadde,  meerdere  liefde  van  fynen  vader 

liroris.  ibid.  foude  genieten,  als  hy  tot  dien  tydt  genoten  hadde,  om  het  welck 

hy  oock   opAncn  vader  quaclyck  gefintwas.  Hy  v/as  droef,   dat 

fyncn  broeder  was  wedergekecrt ,  maer  niet  om  dat  hy  alle  fyn  goedt 

verquili;  hadde,  hy  en  claeght  niet  om  het  verlies,  maer  enckelyck 

uyt  nydt . 

Hoort  noch ,  hoc  dattcr  veel  meerder  ongeluck  overcomen  isaen 
/>  Sennachenb  dcnConinck  \-x\\  Affyrten  om  eene  ongelycke  liefde  toe 
Vo(idiesjL<.  ^ynefonen,  den  wekken  naer  het  gevoelen  van  Abulenfis,  gedoodt 
^«^um  Sen-  wicrdt  van  fyne  tv.ee  foncn  Sarafer,  ende  Adramclech ,  om  dat  hy 
7yd:cribo.ci-  fynen  jonghilcn  fone  teghen  het  recht  ende  de  gewoonte  van  die 
j7s".tq\!2i  '^'*^"  iy£gjj>ten  gcGiéit  hadde  op  den  throon,  verllootende  de  twee 
y.\,    "   '  andere  fonen ,   die  ouwer  waergn . 

An- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  fp 

Andere  droeve  gevallen  van  de  oude  wet  laet  ick  dacr,  eene  of- 
te twee  van  de  nieuwe  wet  fal  ick  maer  bybrengen . 

Conde  Caftiglten  droever  trcuripel  ficn  ,  als  van  haeren  Coninck 
Alphonfus  den  X? 

De  blinde  vadcrlycke  liefde  hadde  den  jonghften  tot  de   croonc 
verheven  met  uytiluytingc  van  den  oudtftcn,  maer  dat  en  bleef  dacr 
niet  j  om  het  ongelvck  dat  hem  gcichicdt  was,  hy  liet  fich  foo  ver-  ' 
re  brenghen  uyt  afgunlt  endc  wrueckgicrighcydt ,  dat  hy  niet  alleen 
acn  fyncn  jonghllcn  broeder  nu  (Joninck  gcftclt  fynde  het  leven  be-  Seyerlimk  !» 
nam ,    maer  oock  acn  fyncn  vader  die  hy   in  den  kercker  dede  ftel-  «''<■•""ƒ"'"'•<- 
Icn,  ahvacr  hy  van  fpyt  cndc  van  droefhcydt  quam  te  llerven  .  ■mo°enitüs!'" 

Het  is  noch  droever,  datter  volght.  De  H.  Clotlnldis  eerfteChri- 
flcnc  Coninginnc  van  rrar:ckeryck^  die  hacrcn  man  Clodov,tu-s  door 
hacr  crachtigc  woorden  endc  H.  leven  brocht  tot  het  Catholyck  ge- 
loof^ heeft  oock  in  hacr  bloedt  geproeft  een  ongcluckigh  ongeval 
om  ecne  ongelyckc  liefde . 

Sy  hadde  uyt  Cloclovans  den  Coninck  gewonnen  dry  foncn  Cloda^ 
TKtriis ,  Childebeniu ,  endc ,  Clot'anus .  Clodomirns  was  dacriiaer  doodt 
gebleven  in  cencn  ilagh  tcghen  die  van  Borgoigmen  ^  achtergelaeten 
hebbende  drye  foontjens  Theobaldm ,  Gontanus  ende  Clodoaldiu  .  Clottl- 
ttldls  hadde  noch  eenighen  trooft  in  de  doodt  van  haeren  fone  Clo~ 
domirm  met  defc  dry  neefl<ens,  die  fy  ten  uytcrllen  lief  hadde,  endc 
met  alle  forghe  trachtede  op  te  brenghen  in  princclyckc  manieren . 
Maer  fiet  den  nydighcn  hclfchen  geelt  was  op  de  been,  opllokende 
de  twee  andere  lonen  vanClotildis  ^  die  hun  lieten  voorilaen  ,  dathae- 
re  moeder  Clotildis  meer  liefde  drocgh  acn  defe  dryc  neefkens,  als 
acn  hun,  die  liaer  twee  foncn  waeren  j  ende  metter  daedt  waercn 
fy  nu  door  den  haet  ende  nydt  foo  ingenomen,  dat  fy  fekerlyck  hun- 
ne neefkens  het  leven  foude  nemen,  ten  wacre  C/otildü (oude  toelae- 
tcn ,  dat  fy  tot  het  cloofterlyck  leven  foiiden  gefchoren  worden ,  het 
v^clck  als  fy  hetabfoiutelyck  weygerde,  twee  van  dicneeflccns  vier- 
den v;m  de  ooms  door  hun  eyghcn  handt  vcrmoort,  alswanneer  C/»- 
do.ddiu  den  jongden,  van  cenen  vriendt  wierdt  verborghen ,  fich 
dacrnaer  vrywillighlyck  begevende  tot  het  gceilclyck  leven  . 

Hoc  en  hcett  Franckryck  v/cderom  niet  in  vlam  gellaen !  Hoc  en 
is  heel  het  Ryck  niet  verfchcurt  geweell:  door  den  inlandtfchen  oor- 
loghl  als  Ludovtcus  écn  godtvruclitigenfone  \^n  CeiroliM  Magims  door 
den  raedt  ende  oprtol?^n  van  de  Coninginnc yW/'/A  fyne  huyfvrouwe 
tot  Coninck  verclaert  hadde  fyncn  fone  Cavclm  ^  hem  llcUende  voor 
fynen  eerft  geboren  fone  Lotharim .  De  droeve  gevallen  ende  onge- 
lucken  worden  in  het  breedt  ende  jammcrlyck  befchrevcn  in  de  hi- 
iloric  van  Vranckcryck . 

H  i  Het 


U   3. 


60  DE  GODDEL'YCKE    VOORSIENïGHEYDT 

s.sXmbroj;.      Het  befte  dan  vooralle  ouders  end  e  geraedtfaemfte  is,  hunne  kin- 
usde  jofefh.  ders ,  die  in  de  nature  gelyck  fyn,   oock  gelyck  te  maecken  in  de 
liefde  .  <t  Jungat  liberos  aqualis  gr  at  ia ,  (^ms  junxn  nquahi^  natura . 
Vo»r  ktnders  van  den  felven  flam 
Van  eender  liefd''  meer  rufle  quam  \ 
Oft  anders  '  is  maer  hoiet  en  njdt 
Tot  ouders  leedt ,  en  ktnders  fpjt . 
Eenen  vader  moet  fich  in  het  midden  houden  tuflchenalle  fyne 
kinders ,  even  naer  ende  verre  tot  allegacder ,  gelyck  eenen  ftyl  in 
het  midden  van  eenen  ronden  cirkel,  daer  den  midden- ftyl  even  ver- 
re ilaet  van  den  omloop . 

Het  was  het  ghene,  dat  lob  eens  feyde  van  fyne  kinders,  tot  de 
felve  gelyckelyck  genegen  fynde,  foo  fprack  hy  :  In  circuitu  meo  li- 
beri  mei.  Job.  ip.  v.  p.  Dat  is,  myne  kinderen  fyn  rondtfom  my, 
als  willende  feggen :  Sy  fyn  my  even  naer ,  even  lief 

Eenen  Italiaenfchen  fchryvcr  van  onfc  Societeyt  den  E.  P.  Pau- 
lus  Segneri ^  langhe  jaeren  predicant  van  den  Paus,  over  luttele  jae- 
ren  in  opinie  van  heyligheydt  geftorven  ,  geeft  aen  de  voorfeyde 
woorden  van  lob  defen  fin:  lob,  feyde  hy,  wilde  hier  mede  de  Chri- 
ftene  ouders  onderwyfen,  dat  fy  hun  in  het  midden  van  hunne  kin- 
deren moeften  houden  gelyck  eenen  ftyl  in  het  midden  van  eenen 
cirkel,  gelyck  ick  terftondt  feyde,  even  verre  van  de  uyterfte  ronde, 
om  anderfins  geenen  haet  ende  nydt  te  vcroorfaecken  . 

Waer  't  dat  lacob  gelyck  lob  daernaer  gedaen  heeft ,  fich  oock  in 
het  midden  van  fyne  foncn  hadde  gehouden  ,  ende  de  felve  liefde 
ende  genegentheydt  tot  hun  gedraegen ,  noch  hy  noch  fynen  fone 
Jojeph  en  foude  in  alle  die  moeyelyckheden  niet  gevallen  hebben ,  ge- 
lyck wy  nu  voorder  in  het  volgende  tweede  deel  fullen  gaen  bemercken. 


TWEE. 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH, 


<Ji 


TWEEDEDEEL- 

Van  de  (lerckte  ende  foetigheydc  van 
de  Goddelycke   Voorfienigheydc . 

VOOR-REDEN. 

GoJt  kenniffe  hthhende  van  alles ,  handdt  met  de  menfchen 

met  (ierck.te  ende  met  [oetigheydt  y  hun  altydt  laetende 

volle   vryheydt  in  het  "^erck  hunder  faeligheydt , 

E  voor-reden  van  het  eerfte  deel  heeft  ons  voorge- 
ilelt  ende  uytgeleydt  de  verheven  macht  van  de  God- 
delycke Foor/ienighejdt ,  beüiercnde  alle  dinghen  de- 
ler wereldt  door  alle  Ibortcn  van  middelen  ,  oock 
door  onbequaeme  nacr  het  goedtduncken  van  vele 
menfchen,  jae  'die  heel  contrarie  ende  teghen-ftry- 
digh  fchynen  te  Vv'efcn  ,  de  welcke  nochtans  ten  lellen  comt  tot 
haer  eynde  . 

Nu  in  defe  voor-reden  van  het  tweede  deel  wil  ick  voor  ooghen 
gaen  itellen  den  tweeden  eyghcndom  van  Godts  Voorficmgheydt  ^  te 
weten ,  dat  fy  alle  menfchen  foeieljck  ende  cmchteljck  belHert  tot 
de    faligheydr . 

Als  den  Wyfeman  gefeydt  hadde,  dat  de  boosheydt,  Godts  wyf- 
heydt  niet  en  can  overwinnen  Sapientiam  non  vindt  malitia :  befluyt 
in  het  beginfel  van  het  8.  volgende  capittel  in  defer  voeghen:  Hier 
om  ftreckt  de  wysheydt  van  Godt,  van  een  cynde  tot  het  ander  eyn- 
de flei-ckelyck  ende  befchickt  alle  dinghen  foeteljck . 

Attingit  ergo  a  jine  ufcjue  ad  finem  foniter ,  &  dijpo'.iit  omnia  fitavi- 
ter .  .Sap.  8.  -y.  i. 

Defen  foeten  ende  ftraffen  handel  Godts  in  de  befticringe  der 
menfchen  is  naer  het  goddclyck  goedtduncken  wel  den  aldcrbeflcn, 
ende  den  bequaemllenj  ftraf  en  foet  op  fynen  tydt  is  v/el  het  beft. 
Dit  fiet  men  verbeeldt  in  den  bermhertighen  Samantaen  ten  opficht 
van  den  gcquetiten  menfch  3  die  hy  op  den  wcgh  naer  lericho  vondt 


H3 


lig- 


61  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


f^ulnus  Itiii- 
•vit  oleo  ,  ut 
fini  acredi- 
ftem  ac  moy^ 
du.itateni  olci 
pin'^ficdlneC?' 
lenit.iie  tfm- 
fxraret .  S. 
Greg.  b 

X'üliil  excipi- 
liirafiiiiyit.i- 
lc  ipjius  ,  oni' 
}ii.t  diJ}oiiit 
Jiia-viteriytil- 
tis  f.ire  quo- 
r)t«do?fine  yi-. 
clentiAadyer~ 
f.i  fishjiLit  in 

regno  fuo  , 
qucd  jitfiitiu 
iiitus  tenet  , 
}>iaU  qiioqiie- 
C  üdyerj-m- 
tium  yiliorü 
mct:is  f->ieco- 
aciione  jeire- 
toordtnefapi- 
entijjlmuque 
dijj'ojltioiie 
feryire  fiicit , 
Hugo  Vict. 
hom.j.z.111  £Vi' 
ani.iiido  tr.thi 


ligghen ;   in  wiens  wonden  hy  inftortede  olie  ende  wyn .  ^lUgavit 
vulnera  ejtu  ^  fundens  olettm  &  vinunt .  Luc.    lO.  v.   24. 

Den  t  H.Grejioriits  Paus  leght  het  aldus  wat  breederuyt.  Hy  heeft 
de  wonde,  fcght  hy,  met  olie  vcifoct,  op  dat  hy   de  fchcipheydt 
vanden  wyn  met  de  foetigheydt  van  de  olie  foudc  matighen. 
.    Laet  ons  nu  eens gaen beinercken  de  Ibctighejdt  van  de  Goddclyc- 
kc   Voorjiemgheydt^. 

Ick  en  kanfc  niet  beter  uytlegghcn  als  met  de  woorden  van  den 
geleerden  ^>  Hugo  Viclorir.Ks .  Niet  het  minllc,  feght  hy  ,  en  wordt- 
ter  uytgcnomen  van  den  Toeten  handel  Godts ,  hy  bciiiert  alles  met 
foetigheydt  >  al  dat  hacr  teghenllandt  doet,  overwindt  fyfondergc- 
weldt,  ende  al  dat  haer  teghcn  is,  gebruycktfy  op  eene  verborghen 
mani-re  met  ecne  alder-wyfte  fchickinge  tot  haercn  dienrt. 

So )  fpreckt  Hugo  uytleggende  de  voorden  van  den  Wyfeman. 
Difpontt  omnm  fitaviter :  Hy  befchickt  alle  dinghen  foctelyck .  Defe 
foetighcvdt  blyckt  oock  fccr  claer  by  den  Propheet  Ofe^  ahvaer  hy 
feghti  Tniham  eos  in  vmculis  charitatis .  c.  II.  v.  4.  Dat  is:  Ick  falie 
trecken  met  de  banden  van  liefde;  gelyck  men  fonder  gcweldt  tree- 
ken  foudc  een  lam  ofte  fchaep  met  een  groen  tackxken ,  oft  een  kindc 
met  een  noot,  met  eenen  appel  oft  met  wat  fuycker  Het  is  hcc 
fegghen  van  den  <^  H.  Auguflintu .  Het  kindt  feght  hy,  wordt  aldus 
aengelockt,  ende  comt  uyt  liefde  fonder  bedwanck,  maer  uyt  vry- 
en  luft. 

Laet  ons  dit  eens  voorftcllcn  als  een  finne-beeldt  van  de  focte /^oo;-- 
Ji?niaheydt  Godts,  met  het  opfchrift  het  welckevolght  naer  de  print. 

.  c      I{ii;tir<vi  yiriJem  ofirn-di<  cvi ,  cr  trahis  ill.tii,  nucesputro  dtmonjlrantur  ,  V  tr.il-hu/} 
ttir ,  f:r.e  Ltfii/iie  trahitiir ,   S.Auguft.  tr.iü.  2.6,  in  lo. 


iV/>/ 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH. 


<J? 


Niet  ujt  geii'eldt  oft  t4yt  hedwanch^ 
Aiaer  comt  nyt  vryen  ivtl  en  danck  . 

Het  Sinncbecldt  wordt  uytgcleydt ,  als  volght ." 

V  TT  5   een  vreught  te  Jieri  de  fchaepen 
X  Met  een  Itifl   haer  voedt  fel  raeVen 
Jn  het  iieldt  of  tn  het  wondt , 
Daer  men  vindt  geblaedert  houtZ 
Doch  fy  drcku'ils  in  de  heydetj , 
Daer  fy  eerfl  te  vooren  weyden  , 
voedtfel  foecken  hier  en  daer , 
Adaer  en  worden  V  niet  ^eivaer-j 
"Tot  haer   herders  groot  gevoelen  ^ 
Die  fyn  fchae^kens  foo  Jïet  woelen  : 
Doch ,  daer  V  vee  is  vol  van  fchroom , 
Clavert  f!f  oi  eenigh  boom  : 


Daer 


ü'4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Daer  beq^itit  hy  cf  te  hacken 

V  Gitljigh  groen  de  hejie  facken^ 

Dan  met  dte  gefneden  fyn 

Help  fyn  becfiiens  uyt  de  pyn  i 

Strax  fy  comen  aengelooven 

Heele  troepen^  heele  hooien 

Naer  haer  lufl  en  vryen  danckj 

Gants  verhenght  met  geen   bedwanck . 

'Jae  men  Jiet  de  fchae^kens  Jpnnghen  , 

£.n  den  herder  hoort  men  Jinghen  j 

^l  de  beejitens  fyn  verhettght  ^ 

En  den  herder   is  vol  vrettght . 

Soo  moet  ghy  den  Heer  daer  boven 

jiils  een  goeden  herder  loven: 

Noyt  o  menfch  van  Godt  enclaeght  ^ 

Die  voor  «  meer  forgl^e  draeght, 

J\^enigh  fchaepken  als  verloren 

Buyten  wegh  en  bttjten  fporen 

Siet  men  dwaelen  van  de  baen^ 

Schie  r  eylaes  I    verloren  gaen  l  .) 

Wel  wat  doet  Godt  met  die  menfchen 

Heel  verleydt  in  al  haer  tvenfchen  ? 

Miffchien  flraffen^  met  de  doodt  f 

Neen ,  fyn  liefd^  is  al  te  groot . 

Siet  van  liefd''  heel  ingenomen 

Js  van  d''  hem"  len  afgecomen 

In  dit  vremt  en   aerdtfche  dal^ 

Wtltfe  brenghen  in  den  Jlal . 

Soeckt  die  fchaepkens  t''  alle  weghen  ^ 

Tot  ■  die  allegaer  genegcf! , 

En  met  foetheydt  aengelockt 

Heeft  dte  in  den  Jlal  gehrocht : 

Soo  fyn  liefd^   haer  comt  ie  raecken^ 

Sy  hun  boosheydt  flrax  verfcecken , 

Sonder  floot  ^  en  fonder  fyn.^ 

Door  de  liefd''  gevangen  fyn . 

Goeden  herder  als  een  vader  ^ 

Op  HTv  fchaepkens  allegader 

Door  tiui'  liefde  heel  verjint 

Haer  voorwaer  te  feer  bemint . 

IVilt  oock  myne  fel  vert^-ecken , 

Door  H  foethejdt  tot  n  trecken , 

Brenght' 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  6f 

Brenghtfe ,  bid  ick ,  in  den  flal 
Lieven  herder ,  heer  Z'an  al . 

GElyck  cenen  herder  een  hongerigh  fchaepkcn  Tonder  gewelde 
te  doen  tot  hem  can  trccken  met  eenigh  groen ,  ofte  geblae-  ^^^yj*,^, ^ 
dcrt  taxken,  aldus  weet  diën  hemeHchen  herder  alle  menlchen  „st/«,„  t,^,„,j 
met  fyne  ingcftorte  loete  gratie  als  met  een  teer  taxken  van  genacde  homnmm  in- 
acn  te  lockcn ,  om  de  fclve  met  haeren  vrven  wille  Tonder  bedwanck  <?"'"*  "'".'"- 

1'^^    lil  j  I  '  foruti  r.itioiie 

loetclyck  tot  hem  te  doen  komen.  .  naaat   nml- 

Voorts  defe  foeti^hejfdt  Godts  is  befonderlyck  hier  in  geleghen ,  dat  tMadjalutem 
hy  fich  weet  te  paflcn  op  den  aerdt  Van  de  menfchen,  fich  naer  de  ■>''"  aperit, 
felve  watvoeehende,  niet  alleenclyck  lettende  oii  Tyn  goddelvck  we-  '"""!'"•>»  ■?<■- 
ien,  maer  oock  op  een  ieders  nature,  de  welcke  hy  teghen  haeren  admod„mmc. 
vryen  wille  niet  alleen  geen  geweldt  acn  en  doet,  maer  gebruyckt  dicomm  ofii- 
oock  de  middelen,  die  nu  en  dan  aen  de  menfchen  meeft  dienlligh  '"' ■'-■irioj tex. 
Tyn  tot  hunne  Taeligheydt.  '  >^'nru,iones, 

Het  IS  wacr,  dat  Godt  de  eerfte  ende  pnncipaelltc  oorTaecke  is  e.\p„pie„t,fïc 
van, al  het  ghene,  dat  de  menfchen  doen,  maer  even  wel  hy  gaet  ^"''«s   /">""- 
in  alles  voort  Tonder  icmandts  vrvhcydt  te  crencken,  fich  oevoege-  """'.    ■f'^"'' 
lyck  ichickende  naer  een  legelyck,  hjcr  in  eenigüns  voortgaende  afque  yatiits 
met  de  menfchen  naer  de  fiele  ,  gelyck  de  doftoors  ofte  medecyn-  coij^Uatus  a- 
meeftcrs  met  het  lichaem  j  het  is  dcgelyckenifle  van  den  "  H.BaJï-  "'"^^orur»  t.- 
luu  Biflchop  van  Seleucia.  Godt,  Teght  hy,    als  hy  bcmerckt  ver-  fur'maz^ ih. 
fcheyde  gellelteniflen  ende  genegcntheden  der  mcnTchen,   hy  gt-  feheni^iitatis 
bruyckt  bequaeme  middelen  tot  hunne  Taeligheydt ,  ende  gelyck  de  ƒ"•«  <irgHmr,i~ 
medecyn- meefters  de  remedien  bv  hun  Telvcn  ovcrdencken,  om  de  '"-Z^/'' '""-»'- 
ficckten  te  overwinnen,  Toodat  Godt  van  gelyckenals  den  Tchepper  „"^  ^,'/Iif« 
der  menTchen  ficnde  hunne  fieckten  ende  geeilelycke  quaelen,  die  /■fr/umj .  s. 
Ty  hun  ielT  vrywilligh  aengedacn  hebben,  hy  gebruyckt  alldan  van  EjüI .  jj/ (•»(•. 
Tvnen  cant  daer  teghen  bequaeme  geneeT-middelcn  van  Tyne  berm-  "'*■'!>•  '  "'• 
hertigheydt,  om  hun  aldus  Taligh  te  maeckcn.  Alwaer  den  H.  Va- 
der in  het  beTonder  noch  voorllelt  verTchcyde  tecre  ende  heyligebc- 
weginghen,  de  welcke  Godt  de  menTchen  ingeeft,  elck  naer  de  ge- 
Icgentheydt  ,  niemandt  praemende  ofte  dwingende  maer  een   ieder 
Toetelyck  naer  Tyne  gencgentheydt  door  Tyne  vaderlycke  Foorjïenig' 
hcydt  beftierende  tot  lyn  eeuwigh  geluck . 

Ick  vinde  hier  op  eene  Teer  wel  paffende  ende  verflandige  geTchie- 
dcniffc,  ons  voorgeftelt  van  den  hiftorie-Tchryvcr  h  Codtmi-s  in  debe- 
Tchryvinge  van  de  ftadt  Conflamtm^elen ,  van  de  welcke  oock  Tpreckt  codinus    in 
den  geleerden  Theophtlm  Rajnaudfts  vzn  or\k  Societeyt .  defn j-time 

Den  KeyTer  Cov.flantinm  wenfte  ,   Teght  Codinus^  dat  Tyne  kevTcr-  ">-l>'^Conflan- 
lycke  ftadt  Confianttmpelen,  mochte  bewoont  worden  van  de  princi-  '""'ƒ'''"■•"•'• 

I  paelfle 


66  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

paelfte  heeren  ende  Princcn  van  de  fladt  Roomen ,  dacr  fy  van  oudts 
wnonachtigh  waeren  ,  ende  datfy  met  heel  hun  huyfgefin,  met  vrou- 
wen ende  kindeixn  hunne  woonllë  fouden  wiDen  comen  nemen  tot 
Conftantinopelen^  als  in  een  nieuv/  Roomen.  Maer  de  Princen  toonden 
hier  in  groote  tcghenheydt ,  omdat  fy  hunne  fchoone  paleylen  ende 
vermacckelycke  luiihoven  te  Roomen  hadden,  de  welcke  ly  geen- 
lïns  en  fochten  te  verlaetcn .  Hoort  nu  wat  dat  den  Keyler  üccie, 
om  hun  daer  toe  te  verwillighen:  Hy  dede  twelf  van  die  groote 
Hcercn  naer  Conjlantinopelen  comen  op  pretext  van  eenen  ooiiogh 
teghen  de  Perjiaenen .  Als  die  Princcn  nu  te  ConflannnopeLen  ende  by 
den  Keyfer  gecomen  waeren ,  fondt  hy  de  iclve  om  fyne  leghers  te- 
ghen de  vyanden  te  gebieden,  ecrll:  van  hun  gevraeght  hebbende 
hunne  ringhen  met  hunnen  feghel  daer  op. 

Daer-en-tuflchen  dede  ConfiamimM  den  Keyfer  volgens  de  afteec- 
keninghen  van  hunne  Roomiche  paleyfen,  andere  heel  gelycke  op- 
bouwen op  de  bequaemite  ende  aengenaemfte  plaeticn  van  LonJlanti~ 
napelen  met  gelycke  lutthoven  daer  nefFens  .  Die  paleyfen  nu  eenigh- 
fins  volmaeckt  fynde  fondt  hy  terftondt  eenighe  van  iyn  volck  naer 
Roomen  tot  de  Princelycke  huyfvrouwen  met  de  ringhen  ende  1'eghels 
van  haere  mans,  aldus  haer  laetende  weten,  dat  ly  terilondt  haere 
paleyfen  ende  erven  foudcvercoopcn,  ende  alle  dinghen  effen  geitelt 
fynde,  met  heel  haer  huyfgefin  in  fyne  keyferlycke  lladt  otte  nieuw 
Roomen  ibuden  comen  woonen  in  dcnieulte  paleyfen  aldacrvoor  haer 
opgebouwt,   gelyck  fy  oock  deden  foo  haelt  als  fy  conden. 

De  Roomfche  Princen  daernaer  van  den  Perjiaenfchen  üorlogh  vi- 
ótorieus  tot  Conflantinopelen  wedergckecrt  fynde ,  Itonden  in  aiies  ver- 
wondert vindende  aldaer hunne  huylvi ouwen  ende  kinderen,  die  nu 
woonachtigh  waeren  in  de  nieuw  opgeboude  paleyfen,  meynende 
bycans  dat  het  al  droomen  waeren ,  maer  de  rechte  v.  aerheyut  van 
alles  verllaen  hebbende,  ende  verwonderende  des  Kcyürs  v. )sheydt 
ende  vernurthcydt,  fyn  iy  allegaedcr  feer  gcerne  ende  met  voidoe- 
ninge  te  Conflantmopeien  gebleven .  daer  fy  hun  eerlt  lbo  teghenllel- 
den  .  Wat  datter  van  de  waerhcydt  is  ofte  niet,  het  dient  ons  even- 
wel tot  onfe  materie}  want  hier  fietmen,  hoe  dat  men  icmandt  er- 
gens toe  ibetelyck  ende  fonder  geweldt  can  verwillighen . 

In  deler  voeghen  handelt  Godt  volgens  fyne  l'oor/semgheydt  metde 
mcnfchen,  die  hy  ergens  toe  wilt  brenghen,  op  eene  loéce  manie- 
re hun  daer  toe  beieydende,  nochtans  fonder  bedwanck,  maer  vol- 
gens hunnen  eyghen  ende  vryen  wille. 

Nu  gcnocgh  gehoort  hebbende  van  de  focte  beüieringe  van  de 
goddelycke  Voorjiemgheydt.^  laet  ons  nu  oock  wat  fegghen  van  hae- 
re Jlerckte  ende  cracht,  van  de  welcke  den  Wyfeman  aldus  oock 

fpreckt : 


a 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  6j 

fpreckt:  Atüngit  a  fine  ufjue  ad  finem  fortiter .  cap.  8.  v.  r.  dat  is  • 
De  wysheydt  Godts  ftreckt  van  een  eynde  tot  het  ander  flerckelyck . 

Het  is  maer  -A  te  waer,  dat  Godt  in  alles  met  fterckte  crachte- 
Ivck  voortgaet  ,  lekerlyck  ten  leften  uytwerckende  het  ghene  hy 
eens  vaft  gellek  heeft,  het  v^elck  door  de  boosheydt  der  menfchen 
noyt  en  can  belet  worden  .  Sapientiam  non  vmcit  malitia .  Sap .  7  . 
V.  30. 

Om  nu  te  verftaen ,  ^vaer  In  dat  die  fterckte  ende  macht  van  Godts 
Voorjienighejdt  beftaet,  hoorter  van  fpreken  eenighe  Heylige  ende 

Avyfe  mannen  .  ^tt»lit  (or- 

Den  a  H.  Bernardiu  leght  dit  uyt  in  defer  voeghen,  te  weten  dat  titer-Mmni. 
den  Fcojienighen  Godt  fyne  fterckte'betoont ,  alfer  niet  het  minfle  en  l^ileorumeye' 
gelchiedt  folider  fyne  macht ,  ende  alles  doet  uytvallen,  gelyck  hy  pS"°": 
het  gellelt  heei't  ende  begeert.  tenti-uf^ior- 

Deni  //.C/jny»/?ow;«feght,  dat  de  ^oo)7f^w«^/:'e)'<// Godts  haercracht  dinet  Prori- 
vertoont,  ah  fy  de  menfchen  foo  weet  te  beweghen,  dat  fy  de  fel-  ''"'"<»•  S.Ber. 
ve  wyfmaeckt  al  dat  fy  v/ilt ,  fondcr  nochtans  eenigh  geweldt  acn-   KulLxfortitu. 

tedoen .  ■  doHU par,qi<x 

Het  is  het  ghene,  dat  den  <"  Rechtfgeleerden  feght,  te  weten,  dat  1'»"'^"""»  ■>">- 
het  voor  ftercker  wordt  gehouden,  iemandt  iet  wys  te  maecken,  fZTou7^7cll 
als  met  geweldt  hem  daer  toe  te  dwinghen.  domat.     s. 

Soodanige  cracht  gebruyckte  den  H.  Honoratus  in  het  beflieren  Chryf. /icw.j. 
van  fyne  onderficten,  van  den  wekken  den  ^  H.  Hilarius  feyde,  dat  "'^^'  ""^f''' 
dien  H.  man  Honcratus  naer  fyne  gewoonte  alles  uytvoerde  door  Perfnade- 
ecn  foet  bevel,  fyne  onderfaetcn  wysmaeckende  al  dat  hy  van  hun  re,dnitcon- 
bcgeerde.  fuUtu,  fcni- 

ivlacr  iemandt  foude  hier  connen  peyfen  ofte  feggen:  En  ftrvdt  "/^„lliulTi! 
dandefen  handel  Godts  niet  teghen  den  vryen  wille  van  denmenfch?  i.ff.defe,yo 
want  ift  dat  de  Voorflemghejdt  Godts  feker  is  ende  onfevlbaer,  hoe  iorrupto . 
can  den  wiile  van  den  menfch  vry  wefen?  ende  irt  dat  den  menfch  ^  .  _^ 
in  alle  dinghen  eencn  vrven  wille  moet  hebben,  hoe  can  Godts  ^e,M  Irltm', 
Voorjienighejdt  in  haere  fchickinge  altydt  feker  ende  vaft  gaen,  fon-  togdat  hUn. 
der  verandert  ofte  belette  connen  worden?  Om  dat  wel  te  verflaen,  ''"  ''''»'ƒ""■ 
men  moet  ecrlt  weten,  datter  in  Godt  verfcheyde  kenniffen  ofte  we-  ["a^imperió 
tcnfchappen  fyn,  naer  het  feggen  van  de  Godtsgeleerde .  S.Hibnus.i/* 

Teneerfien  moet  men  weten,  datter  in  Godt  is  eene  wetenfchap ,  S.Honoraw. 
door  de  welcke  hv  eene  fekere  kenniHe  heeft  van  alle  dinghen,  de 
wclcke  noyt  en  fuUen  gefchaepen  woerden,  die  hy  nochtans  hadde 
connen  fchcppcn,  als  het  hem  belieft  fiadde,  ende  die  kennide  heeft 
Godt  van  menighe  andere  werelden  die  hy  hadde  connen  maecken, 
maer  die  hy  evenwel  volgens  (ywtn  wille  noyt  fcheppen  en  fal .  Die 
kcnniiic  wordt  i^vnoemt  Scientia  jTm^hcis  tnte/ügentij: ,  dat  is  eene  wc- 

1  z  ten- 


68  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


tenfchap  van  cnckele  begrypinge  . 

Ten  tweeden  iffèr  in  Godt  eene  kennifTe  ofte  wetenfchap   van  al 
het  ghene,  dat  de  menfchen  foudcn  doen  in  alle  ge'tcldc  voorvallen, 
ofte  gheleghcntheden  ofte  op  alle  conditien ,  dier  geitelt  fouden  con- 
nen  n-orden :  By  Exempel:  Godt  weet,  waert  datter  iemandt  van 
daghe  buyten  de  ftadt  foude  willen  gaen,  of  hem  alfdan  eenigh  ge- 
luck  ofte  ongeluck  foude  overcomen,  of  hy  op  den  wcgh  B.  E.  fou- 
de vinden  eene  borfemet  geldt,  ofte  iet  anders,  ofte  wel,  of  hy  fou- 
de vallen  in  de  handen  van  de  llraet-rooovers ,  de  welcke  hem  alle 
fyn  geldt  fouden  afnemen,   foo  weet  Godt  al  het  ghene,   dat  aen 
a  elckcn  menfch  in  het  befonder  in  alle  gelegenthcden  ende  gefielde 

Dixitu;  D.i'  gevallen  ofte  conditien  foude  connen  overcomen,  ende  die  wcten- 
yid,Jltr.ide:tt  j-^j^^p  vordt  gcnocmt  Scientta  conditionaluim .  Eene  wetenfchap  van 
^Vmlmii'sa.-  ^1  het  ghcuc  op  ccnigc  conditie  foude  gefchicden.  Dit  heelt  claer- 
»/?  er  iix'<t  lyck  gebleken  in  den  vluchtenden  "  David  van  het  geficht  van  den 
Domlnwitra-  Coniuck  Saül .  David  gecomenfynde  inde  fladt  Ce/Z/ï ,  vraeghdevan 
^""'Dayida-  Godt ,  of  de  borghers  van  die  ftadt,  waert  dat  hy  daer  bleef,  hem 
'yfrieiM'ii*.i-  Icvcrcn  fouden  in  de  handen  van  Saiil.  die  hem  vervolghde,  ende 
Jlfexcenti,(s-  Godt  antwootdc  dat  fy  hem  aen  Saiil  fouden  overleveren,  waer  op 
ecrelfdeCei-  p^yjj  fj^^  terftondt  op  de  vlucht  begaf,  uyt  het  welck  blyckt,  dat 
Godt  op  die  conditie  wille,  dat  David  gelevert  foude  hebben  ge- 
wecft,  waert  dat  hy  daer  hadde  gebleven. 

Dit  blyckt  oock  uyt  het  ghene  Chnftiu  eens  feyde  aen  de  boofe 
inwoonders'van  b  Coroz.atn  ende  Bethz.aida:  hy  fpreckt  aldus :  Wae- 
renin  Tyro  ende  Sydon  de  mirakelen  gefchiedt,  die  in  u  gefchiedt 
f^n,  fy  fouden  hier  voormaels  in  een  hairen  clecdt  ende  in  aflchen 
penitentie  gedaen  hebben  5  waer  uyt  m-en  oock  fict,  dat  Chriftus 
flalflwlyo-  wille,  wat  die  van  Tjrw  ende  van  Sjdc»  fouden  gedaen  hebben  op 
b,uoi.mini.i-  dcfc  volbrochte  conditie,  waert  dat  fy  gefien  hadden  alle  diemira- 

Aldus  volgens  die  conditionele  wetenfchap  Godt  fict  ende  weet, 
hoe  de  menfchen  hun  fouden  draeghen  naer  hunnen  vryen  wille  met 
de  eene  oft  andere  goddelycke  g-acie,  die  hun  Godt  geven  foude. 

Nu  genomen  dat  Godt  voorfagh  door  foodanige  wetenfchap ,  die 
niet  flielen  en  can ,  dat  fy  die  gratie  wel  fouden  gcbruycken ;  wat 
dunckr  u?  als  Godt  nu  eene  van  die  gratie  hun  gave,  foude  men  alf- 
dan niet  moeten  bekennen,  dat  Godt  die  gratie  hun  gevende,  hun- 
nen vryen  wille  geenfins  en  foude  krencken  ?  gemcrckt  hy  foude  voor- 
fïcn,  dat  fy  die  gratie  vrywilligh  wel  fouden  gcbruycken.  Dat  fchynt 
heel  claer. 

Den  H.  ^■/gujlmmfpreckteroock  vanl.  ï  .  ad  S!r/!pUci,j>7.'!r»  a'\x(ï.  z. 
Godt,  feght  hy,  en  toont  aen  niemandt  fyne  bermhertigheydt  te  ver- 
geefs 


la  1.  Reg.  1. 

b . 
f^ttihCoro- 

z.aim,yitibi 
Bethuud'i  '■ 
qiiia  fi  hiTy- 
ro  Cr  Sydone 
fuïU      eJJ'eiit 


paenitentiiVn 
e^iJJhit.hlM. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  €9 

gccfs,  want  aen  den  wekken  hy  bermhertigh  is,  hy  roept  hem  al- 
dus gclyck  hy  weet,  dat  hem  dienftigh  foude  welen,  ende  dat  hy 
fynen bermhèrtighen  roep  niet  en  foude  vertlooten,  ofte  verachten: 
dit  fyn  fyne  woorden.  Nullius  Dens  frnflra  miferetur^  Jic  eum  vocat, 
^Homndo  feit  ei  con(rrne>-e  ,    m  vocantem  non  refpnat . 

Door  die  wetenfchap  fiet  Godt,  dat  dien  menfch  fyne  gratie  fou- 
de aennemen,  ende  vrywilligh  die  gebruycken ,  ende  niet  verwor- 
pen: uyt  het  welck  menclaerblyckelyck  fiet,  dat  Godt  den  menfch 
den  vryen  wille  lact,  als  hy  hem  foodanige  gratie  foude  geven.  a 

lek  moet  hieroock  bybrenghen  defchoone  woorden  vanden  <«  H.  ly'n'inA  Prc- 
Dionyjitu  Areopagita .  De  Goddelycke  Voorfienigheydt  ,  feght  hy,  '^"'"""'  "'- 
is  dé  bewaerftcrflè  van  alle  fchepfelen,  vanelck  inhaere  nature,  foo  1/  'wér'vl! 
van  die  beweeght  worden  door  haer  eyghen  felven ,  als  van  die  be-  m>,f«,^K.e 
weeght  worden  vanhaeren  vryen  wille,  die  bequaeraelyck  van  alles  p^r  femoTcn. 
voorfiende,  ende  oelyck  haer  wefcnofte  nature  vcrevfcht,  haer  me-  ""''^  ''"" 

1111  1  jTj  I  ii/.t-i         arbitrto  ,<.o!i- 

dedeylende  van  hacrc  goedtheydt ,  op  haer  bequacmelyck  paOcnde .  -i^enicter  pro- 

Ten  derden  bemcrckt  oock ,  datterin  Godt  eene  kennifle  ofte  we-  ridens  onmi- 
tcnfchap  is,  door  de  wclcke  hy  van  der  eeuwigheydt  alle  fchepfelen  l""^J;"S"^" 
a'enfchouwt,  de  welcke  van  het  beginfcl  des  wereldts  tot  het  eynde  ^mnhZ^J-'/n- 
eens  fuUen  gefchaepcn  worden;  welcke  kennifie  genoi  rat  wordt 5«-  guhnon  na- 
eritia  vijionis ^  dat  is,  eene  wetcnfchap  ofte  kennifle  des  gefichts.       tKr.ii.ii?it,pro 

Uyt  al  het  welck,  dattcr  gefeydt  is,  can  men  genoegh  mereken  "p°oride,ltMl 
den  foeten  ende  crachtigen  handel  van  Go  its  Foorjienigkeydt  in  het  -.nMlowtates 
kiefen  ende  gebruycken  van  de' bcquaeme  middelen,  door  de  welcke  tmi>ertiens. 
hy  fckerlyck  geraeckt  tot  fyn  voorgeftelt  eynde.  ^-  Dionyfius 

Wy  fuUen  daernaer  fien  in  de  hillorie  van  Jofe^h,  dat  de  Godde-  diymis  MnJ. 
lycke  Voorfienigheydt  altydt  mer  hem  gehandelt  heeft  met  foetig-  mbm  fea.  ^. 
heydt  ende  met  llerckte,  fonder  nochtans  aen  iynen  vryen  wille  er- 
gens in  te  cort  te  doen,  den  felven  ten  lellen  brengende  in  het  landt 
van  iEgvpten,  om  hem  aldacr  op  fyncn  tydt  met  eere  ende  glorie 
te  verheften .  • 

Eerlt  lullen  wy  toonen  in  de  volgende  fedeleeringe,  dat  de  over- 
ftc  van  vcrfcheyde  ftaeten  in  de  bellieringc  van  hunne  onderfaeten 
oock  met  focti  iheydt  ende  ftraft'igheydt  ofte  fterckte  naer  gelegent- 
heydt  hua  behoorden  te  draeghen  . 


1  3  SEDE- 


73  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 
SEDE- LEERING  E. 

Het  is  geraedtfaem ,    jae  noodigh ,  dat  alle  overeen ,   oU' 

ders  ^  ende    meejltrs  hunne  onderfaeten  ende   kiiideren 

natr  gelegentheydt  van  tydt  regeeren  etide  bePtieren 

nu  7)iet  foetigheydt  nu    met  jlrajhgheydt , 


K 


Mlfen  a  f/f  -«-^  i^n  v.'yrcn  ende  voorfichtigcn  handel  Godts  in  alles  te  bcftie- 
ycr!ute,fa^i-  |  l  i'CH  mct  ItercKte  eoue  loctigheydr :  Dijjio/^ens  omnia  jorttter 
endum  qiiod-  jl._-^  &  ftmviter  ^  behoorde  naergevolght  te  worden  van  alle  ovcr- 
dam  temfer.i-  ftgn ,  ouders  cnde  mcefters,  ten  opficht  van  hunne  onderdacnen . 
'trociuTyutne'-  ^et  is  de  bemerckinge  ende  leeringe  van  den  geleerden  Comelim 
cj,<em»haex.  k  Lapide  van  onfe  Societeyt ,  uytleggende  het  8.  capitcel  van  het 
acerbit.iteex-  bocck  der  wyshcydt  j  ende  daerom  hebben  fommige  overllen  aen- 
uhercturfu  -  p-gnomen  voor  hun  devies:  Fortner  &  fttaviter^  fterckelvck  ende  foe- 
miafereritate  tclycK ,  ende  dat,  otn  uici  Wille  dat  ly  oordeelden,  dat  men  mee 
fol-vaiuitr.  S.  fterckte  ende  foetigheydt  de  onderfaeten  behoorde  te  regeercn :  de 
Creg.  2.f>ane.  j-g^jgj-i  jj  ^  q,^-,  j^j-  jg  ftercktc  otte  eeni-ge  ilraffigheydt  met  ibstig- 
b  7ta  "f.llne  beydt  het  onderhouden  der  geboden  vervoordert  ,  daer  ds  ioetig- 
/•»  bonirecio.  heydt  alleen  het  felve  niet  en  doet,  cnde  cene  Itraffe  regceringe  al- 
ra  peüore  fi  \(-cn  de  gemoederen  van  de  onderdacnen  Hoort  ende  verbittert , 
%-UliI'nU  'll't  ^'^^  ^^  verre  de  befte  rcgeeringc,  alfer  de  liefde  en  Je  de  vreefe 
crmaiiiiadid-  tufichen  fpcclt,  Diacr  noch  meerdelietde  ende  foetigheydt,  als  llraf- 
ccdmii ,  fit a-  hcydt  ciidc  ilucrhcydt :  want  naer  het  fpreeckwoordt :  Eene  foete 
morfidnone-  i-egecringe  heeft  groote  cracht :  Blandnm  imperium  imperiojum.  Ten 
^TorCedndex-  '"ninllcn  moct  de  foetigheydt  ende  ftrafheydt  gemenght  worden. 
aj^enms ,  fit  Soct  cndc  fucf ,  als  mcn  feght ,  is  de  befte  foufle .  Den  «  H.  Gregori- 
z.elits fed non  ns  Paus  vcrvat  hct  met  dcfe  woorden:  De  foetheydt  moet  gemen- 
immoder^te  pj,|jj  wordcn  mct  ilrafheydt ;  men  moet  ecneyetempertheydtmaec- 
f(.M,  fed  nvn  ken  van  alle  bcyde,  op  dat  de  onderdacnen  met  verbittert  en  wor- 
fhis qu.im ex.  dcn  door  al  te  groote  rtrafhcjdt  ,  ende  niet  verfwackt  door  al  te 
fediM  ,  fuT-  gi-oote  goedtheydt .  Welcke  leeringh  hy  meent  verbeeldt  te  f\  n  in 
/«"!'"/ r""v-  ^^  ^  Arcke  des  verbondts,  in  de  welcke  de  roede  van  Moyjes^  ende 
m'iiiK  jiiftnia  hcmelfch  manna  wierdt  bewacrt .  Aldus  moet  in  het  herte  van  ee- 
ilementraque  nen  overftcn ,  fcght  Itv  ,  gevonden  worden  eene  Roede  van  ftrengh- 
pcrw,j,e,u,,s  JCThev'dt,  cndc  fimcn  lict  J/(7?wtf  vanfoeti^hevdt ;  hetwelck  hy  ducr- 
dujidtdiumc^  naer  breeder  aldus  uytleght.  Dacter  eene  liefde  zy,  maer  niet  al  te 
leuendo  de- i^Achi i  Dactcr  oock  ccnc  flrat hcydt  zy,  maer  niet  al  te  llraf,  cenen 
tmsLeut ,  Y  icver,  maer  niet  al  te  wrcedt,  cene  goedercicrentheydt,  maer  niet 
tlani'lm  'de-  ^^  ^^  ^^^^'  ^'itcndej  eene  mcnglielinge  van  rechtveerdigheydt  ende 
m:,l-  berm- 


UYTGEBEELpT    IN    JOSEPH.  71 

bermhertigheydt,  met  een  woordt  gefeydt,  dat  den  overften  de  ge-  J";tl"f  ibS! 
moederen  der  onderfaeten  houde  in  vreefe  endc  liefde.  iidurcönem- 

Denfelven  a  H.  Vader,  om  deoverrten  dit  noch  beter  in  te  druc-  fe  jfiritm s. 
ken,  feght,  dat  defen  handel  felf  den'  geeft  Godts  is,  den  wdcken  '»-'>''""i"C^ 
hy  getoont  heeit  m  de  geuaente  van  een  duyve  over  iynen  lone  ,  als  jir^Ztr,  'luia 
hy  gedoopt  wierdt ,  ende  in  de  gedaente  van  vier  over  fyne  vergae-  fideii.et  om. 
derde  Apollelen  ende  difcipelen  ,  want  door  het  vier  de  fterckte  «".5»""»- 
ende  ftratfigheydt,  ende  door  cie  duyve  defachtmoedigheydt  betcec-  / J„,i^' /^„,//°' 
kent  worden.  Dielvolgens  moet  men  fcggen,  dat  dien  overften  niet  ciLitea-mig. 
vervult  en  is  met  eenen  goeden  geeil,  maer  meer  met  ecnen  quaeden  "^  ardentis 
geeft,  den  welckcn  in  fyne  ftille  fachtmoedigheydt  laet  vaeren  fy-  «•«''""■'"*<'"»«- 
nen  cloecken  brandenden  iever,  ende  in  de  clocckhcydt  van  fynen  jhmlTpUnus 
■  iever  verlaet  de  deught  van  faghmoedigheydt .  e/i-,quiuutin 

Defen  iever  ende  ibetigheydc  is  den  geeft  van  Godt  in  het  re-  "'anq»,i!nate 
geeren  ende  beliicren  van  heel  de  wereldt,  den  welcken  hy  wilde  Zryo""m'"". 
mededeylen  aen  de  Apoftelcn,  de  welckc  moeften  wefen  de  Over-  mulaiiomsdc- 
llcn  van  heel  de  wereldt  ;  ende  Godt  oordeelde  dien  noodtfaecke- /^'■'^' *^'''"^" 
lyck  te  wefen,  om  alle  mcnfchen  wel  te  bcfticren  tot  haere  fulio-. -^".'" "**•'""/''' 

|-        ,  ü     tioiiis   ardure 

neyclt  .  ^  yirtutem  ma  • 

Den  l  H.ChijfologHs  foo  uytftekende  in  alle  fyne  fchriften,  ftclt  ƒ"'""/'"■"  "'f- 
het  ons  oock  in  het  cort  voor  .  In  Godt,  fcght  hy,  en  wortcr  gec-  /'^"'•^•^reg. 
ne  goedtheydt  gevonden  fondcr  rechtveerdigheydt ,  ende  gccnc  recht-  l'lZn.  lyf " 
veerdigheydt  fonder  goederticrentheydt ,  want  ift  dat  dele  twee  wor-  b  Poes  De- 
den gcfchcydcn,  de  deughden  gacn  te  niet  •  de  gerechtigheydt  (on-  "'""<■';««/./«. 
der  goedtheydt  is  onbermhertigheydt  ,  endc  de  rechtveerdigheydt  *tu!'t)'ni"'''^'r' 
fonder  de  goederticrentheydt    is  eene  u-reedt heydt.  nepie"au  hï- 

Defe  foete  ende  ftraffe  regecringe  Godts  fchynt  den  Propheta  Da-  jhtia.rinu- 
vtd  bemercktte  hebben  als  hy  Godt  aldus  acnfpreckt:  Uwe  roede  ^^■'f'f^P'^'^'^i'^ 
endc  uwen  ftock  iiebben  my  gctiooft :  Vtrga  ma  &  baathis  tims  t^fa  buhn  jtoui'. 
me  co>ifolata  fum .  pf.  22.  welcke  woorden  den  geleerden  c  IJidorm  t.u  Jlne  bmi- 
/"e/ff/^wa  aldus  uytleght :  de  rcgeeringe  Godts,  feght  hy  ,  wordt  '"'^  j^yttia. 
van  David  genoenit  eene  roede  ende  ftock  ,  om  dat  hy  op  fynen  //I/f^^"/'"'" 
tydt  gebiuyckt  de  ftraftende  roede,  ende  op  fynen  tydt  den  ftock,  'crudcihT.s. 
om  alle  mocyelyckhcydt  ende  f\'-arighcydt  te  onderfteunen.  Cliryf. /f^w. 


lek  en  magh  hier  niet  achterlaeten  een  volmaeckt  voorbeeldt  van  ^"^^^    '' 


D,. 

yinum     reri- 
ayi~ 


ccnc  foodanige  ende  lofbaere  regeeringe>  het  is  geweeli;  dien  lof-  mZI  ü^ 
wcerdighen  man  den  H.  AlaximiM ,  eerlt  Abt  van  Lenn ^  ende  daer-  de  yirga  o- 
naer  Billchop  van  Reggw ,  gelyck  eenen  fchryver  met  naeme    Faujliu  ,  '''"^"^"*  ''«»<'- 
verhaelt:  Dien  H.  man,  fcght  hy,  was  Godt  in  alles  weerdish  :  O  '"'"'"'"'^'J"','^ 

T^  ;■  ,r       r  n       i  f  , .~  •       r-  P  opportune    tn 

•virum  per  omma  Deo  digtnm  l  In  hem  ftack  uyt,  feit  m  fyne  cleedin-  tèm^wre ,  er 
ge  een  clocck  gcmoedt,  in  fyne  uytwendige  gefteltenifle  fagh  men  -i"r-gam percu. 
een  cla<rr  beeldt  van.heyligheydt,  in  fynen  ganck  was  onfaghbaer,  '"'""'"•  ^. 

"•^  V4-I  D_7  Oaciitiim  fiil- 


in 


cien. 


7i  DE  GODDELYCKE    VOORSIENÏGHEYDT 

dentem ,  Jive 

icnfcUiiones  in  fy^  geficlit  vol  vati  cerbiedigheydt ,  eerweerdigh  om  fyn  ftrenghcydt, 
per  Umuium  ^^^^  goedcrticrigheydt ,  den  welcken  volgens  fyne  macht  de  berif- 
Peuleui!;»/.;;  pinge  wift  te  maetighen  met  de  faghmoedigheydt  fynder  oodtmoc- 
22.  a  Oti-  dighcydt.  De  flrafheydt  van  fyn  aenficht  was  dreygelyck ,  maer  de 
mmperomma.  (l^iuighaydt  cnde  foetighcydt  des  herten  was  vriendelyck  llreelende ; 
T>eo  di^nmn!  ^  ^j^-  fm-,ien.gevoeghde  gaven  hy  was  als  eenen  Panltis  in  fvn  aen- 
iffohMtna-  ficht,  ende  als  Petriu  m  iynen  geelt,  eenen  naervolgher  van  de  itral-- 
nimi  foi-thii-  heydt  van  Pauhts^  ende  van  de  goedertierigheydt  van  Petrm  ,  foo 
do,  in  jfeue  ^^^  ^^^^  qualvck  vooi'  hem  en  derfde  verfchynen,  ende  nochtans  {wn 
firn  piiuij'es  atwefen  en  conde  men  niet  wel  verdraeghen .  1  ot  hier  toe  fyn  het 
exprejfum  i-  dc  woorden  van  den  hillorie-fchryver  Faufliis  ,  de  wcicke  hy  wat 
tna^inemfin-  brccdcr  bybrcnght ,  op  dat  alle  overlten  dien  wonderenende  uytfteec- 
f:buu)a^m-  kenden  man  in  fyne  regeeringe  foude  naervolgen ,  foetelyck  ende  flerc- 
lejpureTeren-  kclyck  altydt  voortgaendc . 

d:,s  a(}ectii,  Ecncn  andcrcn  weerdighen  Abt  met  naeme  <«  PhiUpfus  befonder- 
niHuendiufe-  j^^j,  fpj-gj^cnde  van  de  plicht  van  de  geeilelycke  overllen,  van  Pre- 
ViZTut'e  re-  laeten  ende  Biflchoppen,  feght,  dat  fy  felf  door  hunnen  ilaf  geleert 
>inaiidus,au-  worden  ,  hunne  onderfaetcn  met  foetigheydt  ende  ftraffigheydt  tebe- 
aoritatitiin'  ftigrcn .  Door  den  ftaf  ,  feght  hy,  word,  den  Prelaet  al  fwygcnde 
y«i-.u»  mma-  ye,.fj^jei-it  cndc  gelecrt ,  hoe  dat  hy  de  felvc  moet  regeeren  :   Decrom- 

ititatii      man-  ,       ^        -,  t  n     r  r  i  j  i-     i         <*      i 

fuetudiiie  tem- heydt  op 't  bovcnlte  vanden  ital:  geett  te  kennen  de  noodighe  iagh- 
fer.ibat,min.i.  mocdigheydt  van  den  overften,  door  de  welcke  hy  fyne  onderdae- 
hatur  qiiidem  ^^^  j^^j.  ^^^^^  vadcrlycke  liefde  tot  hem  moet  trecken ;  voorts  door 
tl'fed  ior'dl  de  rechtheydt  van  den  Itock  wordt  men  gelecrt ,  dat  men  de  onder- 
jereniioi  bH-  faetcn  moct  houden  in  de  rechte  weghen  derdeughden.  Ten  lellen 
diebutur.  ^c  Jqoj.  jg  fcherpheydt  van  onder  den  ilaf ,  wordt  beteeckent  de  itraf- 
fic  con-venien-  [      j^     jg  welcke  de  ovcrllen  fomtydts  teghen  de  on^ehoorfaemc 

te  in  uno  ai-        J        ^  .  .       ■'  '-' 

yerjiutte^ra.  cndc  ongewiUige  moctcn  gebruycken . 

tiarum  Pau-      Den  geleerden  Birrandus  \eght  dit  uyt  met  dit  latynfch  dicht. 

liisapparebat       Cwva  trahit^   quos   reEla  regtt^  f  ars  ultima  fungit . 

ZTst'fpiriZ      Eenen  anderen  fpreckt  in  defer  voeghen. 

aiiuidifreti-       Attrahe  per  fnmmitm^  medto  rege  ^  fntige  per  imnm. 

onii  ,hii;Hs  e-      j^gt  vvclck  men  aldus  can  verduytfchen. 

rut pietatu  n- 

midator  ,  it.t  Den  flaf  van  boven  erom  den  vader  aen  can  ivecken^ 
ui,cumpr£-  2),ï^  hy  fyn  onderfaet^ met  eene    liefd'  moet  trecken. 

_/f«(rfm    \ix  ^  midden  (iar/i  hem  leert ^  dat  hy  ten  rechten  doet. 

fentiam  ferre  En  V  fcherp  van  onder  toont  dat  hy  oock  jirajjen  moet . 

F°auftus"p«<i      Dcfe  maniere  van  regeeren  met  foetigheydt  ende  oock  met  ftraf- 

Thep.  Ray.  heydt  vindc  ick  ons  achtergelaetcn  by  die  van  Ajfjnen .  Sy  ftelden 

de  é^imine.  jj^  hunnc  vcndcls  ccnc  witte  duyve  met  een  fweerdt  in  hacren  beek  , 

/^°""'^y,7j  van  hetwelck  den  propheet  y«-ew;<ïffchynt  te  fpreken,^lshy  feght, 

iur-  dat 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  75 

a 

dat  men  fich  moet  myden  van  eenc  duy ve  met  een  fweerdt .  A  fa-,.  Patres  nollte 
cie  gladit  coltfinba .  ]erem.  if.  V.  38.  "''  iraa,ndi£ 

Den  E.  P.  Comeluts  k  Laptde  die  woorden  uytieggende  Teght,  dat  ^J°'^^ealli  M 
dit  feer  wel  uytdruckt  de  ftraflieydt  ende  foetigheydt  in  het  rcgee-  educate  cottK 
ren ,  die  men  moet  famcn  voeghen  ,  de  itraf heydt  tot  de  ongehoor-  rlc^ttmta  ir 
faemc  ende  moedtwillige ,  ende  foetigheydt  tot  de  foete  onderfac-  '^"Jllll"^^ 
ten.  phef  c.6.->'.4. 

Dcfe  foete  ende  ftraffe  regeringe  en  moet  niet  alleen  plaetfe  heb-  .  *> .  . 
ben  in  de  gceftelycke  ende  wercldtfche  overlicn,  maer  is  oock  tce-  ^«l'te  imre 
nemacl  noodtfaccKelyck  in  mecftcrs  ende  vrouwen  ten  opficht  van  J^^'l^ZTyaaTs 
hunne  dicnftboden^  ende  in  de. ouders  aengacndc  hunne  kinderen.  del>ctK  de» 
Men  moet  ftraf  ende  foet  wefen  op  fynen  tydt ,  men  magh  niet  al  "■"^jo""  per- 
te  quaedt  fyn ,  ende  te  fpy  tigh  ,  ende  oock  niet  altydt  te  goedt .         ^p"fe7f,'hi"nT 

Den  H.  Apollel  <»  Paulm  fchryvende  tot  die  van  Efhefws  ,  geeft  ^mm  laque- 
dcfc  vermaeninge  aen  de  vaders  des  huyfgefin  :  Ghy  vaders  en  wilt  »'".  «"«  rui- 
uwe  kinders  niet  verwecken  tot  gramfchap,  te  weten  met  gedurigh  "'""•  M '^ 
te  fpytigh  ende  te  Ibier  te  fyn ,  maer  voedtfe  op  in  onderwyfinge ,  ta!^''"^""J^lt 
ende  berifpinge  des  Heeren.  ^uammcriLut 

Den  voorgenoemden  ^  Abt  PhHippus ,  fchryvende  op  defen  brief,  '''"  ^^^^rina , 
feght,  dat  de  vaders  hunne  fonen  niet  en  moghen  verbitteren,  noch  /tt/?;'"»^^* 
fcnyn  van  grammoedigheydt  hun  inftorten,  die  fy  beter  met  olie  columbinam. 
moeften  overgieten ,  dat  is  die  opvoeden  met  eene  foete  ende  ftraf-  ^""'liietudi- 
fe  onderwyfinge  des  Heeren .  Eenen  vader  en  moet  niet  alleen  een  "^7"  J^'^j^?- 
cloeck  ende  fchalck  beleydt  hebben  van  een  ferpent  in  de  beftierin-  (.^d,  c.  Iz."' 
ge  fynder  fonen,  maer  oock  daer  by  voeghen  eene  faghmoedigheydt  c 

van  eene  duyve  .  .5"'  /""•  'f 

Maer  evlacs  het  eefchiedt  maer  al  te  dickwils ,  dat  de  vaders  tot  a7£*'  '"^"■^' 
Iiunne  fonen  al  te  foet  fyn,  de  welckein  alles  door  de  vingeren  fien,  tem  d,i,n-ite. 
ende  de  fclve  niet  en  derven  vermaenen ,  maer  dit  is  ten  uy terflcn  "'"  >  'nfiamer 
berifpclyck  ende  fchaedelyck ;  ende  foodanige  ouders  fyn  dickwils  '"  '  •  ^'■°^- 
het  verderf  ende  verdoemcnifle  van  hunne  kinderen .  "    *j  ^^' 

Tcghcn  foodanige  ouders  fpreckt  den  f  Wyfeman  met  dcfe  woor-  NoUteahflra. 
den:  Die  de  roede  fpaert  haet  fynen  fonc,  maer  die  hem  liefheeft,  ^'^^^.  '"  fii'ero 
onderwyft  hem  neerllelyck.  Ende  dat  is  fyne  kinders  ten  beilen  on-  /^"('  """"  • 
xierwyfen ,  als  menfe  door  de  roede  foeckt  af  te  treckcn  van  het  quaedt  jent  c«m  i-ir- 
^nde  te  brenghen  tot  de  deught.  g,i,!ianmori' 

Ende  al  waert  dat  fy  daer  over  clacghden  ende  cenige  pyn  gevoel-  f"!"-^" '•"'■j:'» 
den,  fy  en  fullender  niet  van  comen  tellerven,  fciiht  den  felvcn  C "!!,"!!!'!' 
d  Wyfeman,  ende  daernaer  van  het  eeuwigh  ongeluck   hewTien  jus  de  inferno 

Worden.  l:l.e;-ah<. 

Maer  hier  is  wel  te  bemercken,  dat  de  roede,  daer  den  wyfeman  ^'^'^''•^i-'''-^3' 
tier  van  fpreckt ,  gecne  roede  van  verbitteringc  olte  ongeregelde 

K  gram- 


74  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Zeyher  crtflt-  gfamfchap  en  is,  maer  van  eene  vaderlycke  ende  redelycke  ftraffe^ 
gatui  exhibet  dc  wclckc,  als  fv  gcfchiedt  fonder  paffie,  met  profyt  wordt  geno- 
rewentiAm  ^q^  ^jj^  dcn  ghencH,  die  wordt  geftraft,  jae  de  foo  geftrafte  kinde- 
'^'ü'ernatt  ^'^^  fullcn  de  handt  van  foo  eenen  vader  van  felf  kuflen .  Gelyck  fcy- 
auttvi  nimia  de  dcn  "  H.  Projper  handelende  van  defe  materie. 
c?  tn.rep.iti-  Dc  kiodcrs  dan  moeten  gcregeert  worden  met  liefde  ende  met  vree* 
ene  offenfM,  Q,  ^  „^  j^^t  focthcydt ,  nu  met  ftrafheydt. 

r/cltmmf/;*      ^c  onrcdelycke  gedierten  felf,  foo  men  fiet,  moeten  aldus  belcydt 
nf5-/rf/»(em.  worden. 

S.  proip./.a.       DidacKs  Saavedra  eenen  verftandighen  fpaenfchen  fchryver  ftelt 

•»'f'«  "»-  Qj^5  dat  voor  in  fyne  fcdeleeringhen  in  het  38.  finnebeeldt  van  een 

'  *"      jonck  ende  deriel  peerdt,  het  welck  van  den  ftal-knecht  met  ecnc 

handt  wordt  geftreelt,  ende  met  de  fweep  in  de  andere  handt  ge- 

dreyght,  met  het  fpacnfch  devies  het  welcke  volght  naer  de  print  j 


ÜYTGEBEELDT    IN   JOSEPH, 


Con  alago ,  y  ton  rigor ". 

Dat  is: 

Met  /weep  en  foete  handt  ^ 

Men  brenght  het  in  den  handt. 

Het  finnebeeldt  wordt  uytgeleydc. 

Er»  perdt  vol  vier  en  vlam  volmaeckt  in  al  fyn  leden 
Geteelt  irf  eenigh  hofch  ^  en  van  geen  menfch  bereden^ 

Een  jongh  en  wildt  gediert,  dat  loopt,  dat  Jpringht  en  Jlaet ; 

IVat  hier  gedaen  ?  V  is  7toodt ,  dat  V  in  de  rybaen  aaet . 
V  Wildt  dier  moet  in  den  toom,  de  beefi  moet  fyn  gedwongen^ 
Om  fjnen  wilden  aerdt ,  end""  ongetemde  Jpronghen  ; 

Door  toom ,  door  cave^on ,  en  met  de  fweep  in  d'  handt , 

Het  jeerdt  moet  fyn  getemt ,  het  feerdt  moet  op  den  bandt, 
Maer  hoe  het  tngeioomt  met  al  fyn  flaen  en  jpriighen  ? 
Ghy  f/ilt  het  met  de  fweep ,  en  V  ftreelen  connen  d%vinghen. 


^j6  DE  GODDEL'YCKE   VOORSIENIGHEYDT 

_      "  .   .  Dg  Jweepf  temt  de  beefl ,  en  oock  een  fireelend''  handt  j 

tnitui  eyadit  -D/«  7i^ordt  een  dertet  ^eerdt  ten  lejien  overmant. 

durHs.z^jili-  IVaer  fagh  men  fjns  geljck^  als  V  f^erdt  van  Alexander, 

usrrmijfuse^  Qgjjggl  ^^n  ^jiam  en  vier ^  als  eenen  Salamander, 

Eccllfroi-vfs!  ^^^^  r«jre>-  het  verdroegh ,  flrax  wierf  het  hem  daer  af.) 

b  ^en  'j  Coninx  foete  handt  alleen  jïch  overgaf. 

SicMfiiperb/A  £g.^  yj^^  beleydt  alleen  van  atderhande  heeften 

*'!"!",'!"'!.  Noyt  diiin<rhen  lal  't  geweldt  van  d'  ongeiemde  peellen^ 

pron^ieir ,  Jlc  De  ruede  oock  noodigh  ts^  of   t  ts  verloren  fjn, 

Ujiiyla   filil  Het  fel  en  '/  ^i,'oedigh  f^erdt  felf  fal  den  meefler  fjn. 

tniijafUnati.  j^^  moet  men  een  boos  ktndt  van  aerdt  en  van  manieren 

tnpeüatirHt'  r  n      r    ■              ia 

nam  prcxavi  /Vo}'/  wefen  al  te  Joet ,  of  Jtraj  tn  te   vejtieren . 

r/?.Rabanus,  Q  vaders  op  fjn  tydt  befiraft  u  der  tel  kindt  ^ 

»»<jp.  jo.Ec.-  2)rt«  Cal  het  Crn  van  Godt  ^  en  qh  van  hem  bemindt ', 

clefiaft.  -v.^.  ■'             •'■'                      '        ei  / 


Dominicogtit  x^^  Elyck  men  beftierenende  temmen  moet  de  onredelyckegedier- 
t<iiioriim_  do-   ff  ^^y^_^  foó  moetcn  dc  ouucrs  handelen  mct  hunnc  kinderen ,  alsfy 

'd"cf:hnf''''7-  ^-^  ongebonden  ende  wederfpannigh  fyn ,  cft  ander^ die  al  te fachte 
qKos  fitos  do.  ouders  fouden  de  felve  noch  ergher  maecken  ,  cnde  doen  loopen  in 
mhe,if,neque  hun  ccuwigh  ongcluck. 

"*■'"■'•'  '""'^      Het  is  het  fegghen  van  den  a  Ecclefïajlicu^^  hoort  fyne  woorden:' 

jirnnorem  in-  E^n  ongctcmpt  peerdt,  Icghthy,  fal  htrdt  worden,  ende  eenen  on- 

dcmnos  £t.i-  bedwonghen  lone  fal  roeckcloos  worden .  ^  Rabamu  fchryvende  op 

temferrenire  (jgf^  -woordcn ,  IcgHt  die  aldus  Wat  brceder  uyt  •  Gelyck  de  trot^ 

su^d'''7iUs  heydt  van  een  ongetempt  peerdt  in  peryckel  is,  van  erghcns  in  te  vallen 

ep:ti  tft.  nul-  ende  te  vcrongelucken,van  gclycken  is  de  ongebondentheydt  van  eenen 

fiuni  .tdl.ibe-  fonc  fecr  naer  by  acn  hct  ongcluck  van  fyn  lichaem  ende  van  fyn  fiele  . 

re.Lilercsau-       Waer 't  faecken  dat  de  ouders  tracbtedcn  himne  moeyclyckc  ende 

*pn)yecios'atj-  dcrtelc  kmdfrs  van  jonx  met  forghc  ende  eenigh  gewcldt  onder  te 

t^Hc  .ai}iguti-  houden,  ende  hunnen  moedtwillighen  aerdt  te  breken,  fy  fouden- 

oni<  fi-xnone-  jgj-  -yvyfe  endc  lofwcerdigc  kinders  van  maecken  tot  hunne  vreught, 

tènn'^a-^di-  ^^^^  '■°'-  g^l'-"^k ende blydtfchap  van  de  kinderen  felf ,  voor  het  welck 

vnLt:mt    jr- fy  hunne  ouders  oock  ibuden  bedancken. 

ciniiire,fcorti(       Den  i-'  H.  Chrjfoftomiis  beclaegcude  alle  fwackc  ouders,  fpreckt  al- 

aUna-ohj,(t-  ^^^^  j^^gj. yerwondcringhc ;  De groote Heeren geven  aen de  Italle-knech- 

TnhtanlTs" S,  ^^^  dcu  kil,  dat  fy  mefralle  forghc  hunne  jonghe  peerden  wel  fou- 

Chryf. /.om.  dcu  bcrydcn  ende  temmen  i   ende  die  knechten  en  laeten  door  on- 

6ï.inM'Ut.  achtlacmheydt  die  dertelc  beeflcn  niet  comen  tot  ecncn  ouderdom, 

maer  van  als  fy  noch  jonck  fyn ,  llellen  fy  hun  den  breydel  in  den 

mondt,  endc  oock  den  cavegon  op  den  neus,  ende  dacr-cn-tuflchen, 

feght  hy,  veele  ouders  laeten  hunne  kinders  ouder  worden,  fonder 

de  felve  te  vooren  in  te  binden,  cnde  naer  verdienften  te  ItrafFenj 

aldus 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  -jj 


a 

'ixi  f» 


aldus  geven  fy  hun  den  vollen  toom  tot  alle  vryheydt  ende  dcrtcl-      Tnl 
heydt  tot  onecrlycke  fchouwfpelen  ende  foodaenigc  vergaederin-  ?'*"'  ;«</««. 
ghen.  -  '/oZmetf 

Dit  is  eylaes  te  beclaeghcn!  het  welck  fonder  twyfel  moet  ftrcc-  Jt'enZT" Ta 
ken  tot  een  verderf  niet  alleen  van  de  kinders,  maer  oock  van  de  q/iod noylrat, 
ouders ,  die  oorfaeck  fyn  van  al  het  ongeluck  ende  hunne  kinders  '""^'^"f «^^o-e 
verdoemenifle,  ende  daerom  befonderlyck  gcftrait  worden,  gclyck  JfripTerh""- 
het  genocgh  gebleken  heeft  in  den  opperlten  Pricfter  a  Helt ,  den  os.  i.  Reg.  3, 
vvelcken  Godt  overviel  met  de  doodt,  om  dat  hy  met  fyne  fonen  '^-^S- 
Ofhni  ende  Phinees  al  te  foet  gehandclt  hadde,  ende  niet  gcnoegh  j.-,  •  \. j. 
vermaent,  ende  fcherpelyck  berifpt  ende  geibaft,  als  fy  plichtigh  e/w/é«,er 

Waeren.  <:»n,«    eos    ai 

Soo  dan  om  wel  te  doen ,  en  vaders  ende  moeders  moeten  op  fy-  /""''■'"^•EccI. 
nen  tydt  nu  foct ,  nu  llraf  fyn,  ende  de  foetigheydt  ende  de.ftraf-  ^'  '"'  '^* 
heydt  famcn  menghclen,  naer  den  raedt  wederom  van  den  j  Eccle- 
/lajficM  feggende ,  dat  de  ouders  hunne  kinderen  foetelyck  ,  ende  vol- 
gens de  reden  moeten  onderwyfen ,  ende  van  jonx  af  die  beginnen 
te  booghen,  ende  de  fclvc  oock  naer  verdienften  ilraiFen. 

Defen  handel  Godts  van  foetigheydt  ende  Itrafheydt  met  de  men- 
fchen ,  daer  ick  tot  nu  toe  van  gefproken  hebbe ,  fal  ick  in  het  vol- 
gende capittel  in  jfofeoh  gacn  bemercken . 

I.   CAPITTEL. 

De  Goddelycke  Voorfienigheydt  hadde  den  ofinoofelen  lofeph 
laeicu  vercoopen  als  een  Jlave ,  eerjl  aen  de  Ijmaè'liten , 
ende  daemaer  aen  Putiphar  eenen  Prime  van  den  Co-  ^ 
72wck.  Pharao ,  het  leelck  fcheen  eene  ^rafhejdt  en- 
de onhertnherthheydt  te  'tfcfen ,  tnaer  dit  en  Ipos 
met  jondiT  reden  ,  viet  hem  daemaer  han» 
delende  met  foetigheydt, 

^  „,   gY  hebben  naer  het  gevoelen  van  de  HH,  Vaders  ende 
§  W    £>  uytleggers  van  de  H.  icrifturc  in  de'voor-reden  beginnen 
<3i:>:3.se--sal!  "v£  te  leggen  dé  ftcrckte  ende  foetigheydt  vande  Godde-  ^tt!»=-!t   .'^ 
lycke  Voorilenighcydt  in  de  befticringe  der  menfchen  tot  hunne  /«f  «/fae  n'd 

faiigheydt,  .  fincmfoniter. 

De  Stercbe  bcftaendein  eene  fekere  ende  onfevlbaere  uytwerckin-  '^  ^'1}°'"^  "- 
ge  voor  alle  haere  voornemens:  De  Soctighe^dt  haer  voegende  naer  «frSapSvï. 

K  3  De  ° 


78  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

de  genegentheden  ende  naer  den  aerdt  der  menfchen ,  fonder  noch- 
tans ergens  in  te  crencken  hunnen  vryen  wille. 

Laet  ons  nu  voorder  in  dit  tweede  begonfte  deel  bemercken  de 
fterckte  ende  foetigheydt  van  de  fclve  Voorjïenighejdt  Godts  in  de 
fkvernye,  in  de  gevangenide ,  ende  in  de  volgende  ongevallen  van 
den  onnoofclen  Jofefh  ,  die  wat  fuers  en  wat  foets  geproeft  heeft, 
wat  azyn  verfoet  met  olie,  die  evenwel  altydt  boven  fwemt.  Aldus 
heeft  de  deught  van  Jofefh  door  Godts  fterckte  ende  foetigheydt 
geoefFent,  altydt  boven  gefwommen,  gelyck  het  volgende  finne- 
becldt  fal  bctoonen . 

De  olie  ende  Jofephs  deught  fouden  aldus  connen  fpreken,  liitnen 
dienende  voor  een  devies  gelyck  als  volght  naer  de  print . 


N 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


79, 


Of  ghj  my  druckt  en  keert  rondtfoM 
Jck  even  altjdt  hoven  com . 
Het  Cnnebeeldt  wordt  uygeleydt. 

'k  "T7  ^  "^'^  ^^t  foete  fap   der  crttyden  niet  befchryven  ^ 
,1  y  Fan  d^  oly  ick  maer  (preeck ,  van  d'  uytge^erjl  olyven  t 
De  oly  nntttgh  is ,   heel  foet ,  en  %engenaem 
Voor  e  n  gefonden  mondt  ^  en  Jï e  eken  heel  bequaem. 
Doch   dat  my  beter  dient ,  en  nu  heb''  ovgenomen : 
De  oly ,  foo  men  Jtet ,  fal  altydt  boven  comen : 
Jlls  ghy  met  ander  nat  de  oly  famen  Jlaet, 
Sidt  echter  altydt  Jien  dat  d"  oly  boven  fiaet . 
Het  lichfle  treckt  om  hoogh ,  en  V  vet  fal  famen  hlyven , 
Dm  d'  oly  van  haer  felf  fal  altydt  hoven  dryven . 

Veorwaer  op  Jofephs  deught   dit  wel  en  wonder  (peelt  ^ 
£n  voor  hem  wefen  ma^  een  foet  en  aerdigh  beeldt . 


Olèam  c$tT 
nuüi  Immori 
mi f:tri  patin- 
aturfquiJileti' 
turn ,  crafftm 
coitintni,  nee 
uUm  inparttf 
tenues  confici' 
tiir ;  ideo  nul' 
lum  locum  dat 
humor/kus 
mifiendil.  A« 
lexand.  ^n>- 
throd.  Prtb, 

Wie'  2.  n,  8. 


^ojejih  ditclui 
ej}  in  E^yl>- 
tum  ,emnqi'.e 
eu-mPitiifhar 
Trina^sexer- 
citas ,  -etr  E- 
gyptiiisdema.' 
n:f  Ij'ma'clita- 
riiirt,a  quihiis 
Jterdiiaiis  e- 
rat.  Gen  39. 
r.,1. 

b 

ZJhiiio-rifteil- 
iationib:iS 
teiu.itiir,atiii 
iiicrchrefce- 
hnnt  ijMif-ii- 
^iit,nec  tarnen 
J'uhmcrgeha- 
tiir   "-"berna- 
tor,cny>','vaii^ 
da  infurgeret 
temfeftai , 
quaJJ  ad  gu- 
lieriiatula  fe- 
dens     nayim 
re<!-ebat.      S. 
Chryfoftora. 


^nimi'.m  ita 
Comfaremus  , 
tit  fit  aptmad 
enmia  CT*  ido- 
neus,  nam  qtii 
dojjin'/ti  £dïji' 
CalyticneoJ^e- 
é}at,7ieq;tit  in 
eandctn  no  ca- 
d.it  plH\'ia,ne- 
que;  ut  ad  eam 
/loycmat  ful- 
Viir ,  lioi  entm 
Jieri  neqmt , 
(cd  ut  ad  om- 
nta  fcienda 
tipta  ft  Zy  i- 
donea;  CT"  qHt 
Hayitn  sdiji- 
fat ,  non  ali- 
qmdagit ,  ut 
in  eam  non  e- 
rnmpant  fu- 
'üüf 


80  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

IVie  fa! der  Jofephs  deifght  tiaer  ti'eerdeii  oyt  z'erconden? 
Waer  ijjer  fyns  geljck  tn  fjnen  tydt  gevonden  l 

Des  vaders  Itefjien  foon ,  0^  Jofcph   heel  verjïnt  ^ 

Tot  (pyt  van   al  de  reji ,  van  hem  te  feer  bermm . 
Sy  ivaeren  vol  van  mdt  van  btiyten  en  van  binnen^    - 
Het  kindt  eylaes  !  niet  cond'  Jyns  broeders  haet  verwinnen , 

Od  Jacob  oock  vergramt,  den  njdt  was  al  te  groot -^ 

'/  Krndt  fond"  het  0^  fyn  tydt  betaelen  met  de  d^odt . 
Maer  doet  vry  ,  ivat  ghy  condt ,   de  moeyt"  fal  fjn  ve.  lor  en  j 
Codt  hem  bewaeren  fal  als  Jynen  uytvercorcn . 

P'erdrtfckt   kern  foo  ghy  wildt  naet  uwen  boofen  aerdt^ 

Daer  is  voor  hem  geen  vrees  ^  voor  hem  ^  die  Godt  beii'aert , 
Dreyght  hem  oock  met  de  doodt ,  ^vilt  hem  een  Jlavo  maecken  , 
Sal  even  tot  niv"  jpyt  noch  boven  al  geraecken ,  ^      . 

De  deught  noyt  heel  ve.  druc^-t  ^  daernaer  fal  hoogher  gaen^ 

En  haer  verdienden  lof  tn  r/teerder  glory  jtaen . 
Dm  Jofeph  naer  fyn  druck  daernaer  fal  hoogher  clemmen  , 
En  foo  de  oly   doet  ten  lef  en  boven  fu'emrrtcn  j 

Godt  hem  verlof  en  fal  van  al  fyn  ongeval , 

En  door  fjn  vajt  beflier  verheffen  boven  al , 

SOo  heeft  hem  Godt  daernaer  door  fyne  vaderlycke  Voorfienig' 
heydt  verheven . 
Het  fal  nu  de  pyne  weerdt  fyn ,  defe  foetc  ende  ftrafte  han- 
delinge  Godts  te  veritaen  uyt  het  boeck  a  Genejls  befchrevcn  van 
den  Propheet  Mo\fes^  al  waer  heel  het  vervolgh  van  de  hilloriever- 
haelt  wordt,  hy  fprtckt  aldus:  JoJet>h  is  gelejdt  naer  ex£^jp/fw,  en- 
de Piitifhar  ecnen  Prnice  van  de  legher  heeit  hem  gecocht  uyt  de 
handen  van  de  Ifmaelnen^  van  de  welcke  hy  daer  gebrocht  was. 

Alwaer,  gelyck  den  i  H.  Chrjfoftomm  feght,  den  godtldienihgen 
Jofeph  met  nieuw  lyden  geoefFent  wordt ,  caer  hy  terftondt  menige 
tempeeften  van  vervolgingen,  ende  veelmoeyelyckhcydt  moeil  on- 
deritaen,  fondcr  nochtans  te  vcrfincken;  maeralllèr  een  nieuw  quaedt 
weder  opftondt,  hy  b.'troude  altydt  op  Godt,  ende  als  ecnen  wy- 
fcn  ftierman  aen  het  roer  fittende  bcflicrde  hy  het  fchip . 

Aldus  leydt  de  Voorfemgheydt  Gopts  fyne  dicnaersdoor  vcele  moey- 
elycke  weghen ;  Godtbeproei't  hun  geloof,  hy  fcherpt  hunne  deught, 
défelve  daer  in  onc'erwylende  ende  vcrlici-ckende,  op  hetwelck  i^icn. 
felven  <^  H.  Chryfuftomn.!  ons  wederom  eene  goede  Icv^ringe  gedt,  fcg- 
gende :  dat  wy  aldus  ons  gemöi-dt  bereyden,  dat  het  heel  bequaem 
foude  fyn  tot  alle  gevallen 3  want  die  een  huys  bouwt,  het  en  is  fy- 
ne meyninge  niet ,  datter  geenen  reghen,  noch  blixem  op  en  vallen, 

(  das 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  8i 

^  dat  men  niet  en  can    beletten)  maer  dat  het  heel  bequaem  ende  ^'*s,ntt}utut 
üerck  foude  fyn,  om  alles  te  ondcrftaen .  Z"/eTe/J' 

Wederom  die  een  fchip  macckt,  hy  en  is  niet  belbrght,  dattcr  /ed  „t  ««>»' 
gecne  baren  op  en  vallen,  nach  ecnigh  tcmpceft  open  ftae,  het  latuiat^.ipta 
welck  hy  oock  niet  voorcomen  en  can  ,  maer  hy  doet  alleenclyck  -^^ '"^ """""  • 
fyn  beft,  om  fyn  fchip  valt  ende  fterck  te  maccken  teghen  alle  on-  ,'  ^/J  i."^ 
gevallen  ende  peryckelen .  Men  leefc  hier  niet  op  de  wcreldt  Tonder  Corinth. 
vcranderingc  van  iochr,  ende  van  tydtj  dacrom  magh  men  valleen-  ^  Qucmoda 
de  v/cl  begoten  huvTen  bouwen  teehen  de  winden  ,  reehen  ende  "T  "*  '"'-^ 
Inccuw,  ende  teghen  alle  Itoot .  Cvc.  ta-nt,„e,j;/,x. 

Aldus  moeten  wy,  van  Godt  altydt  genoegh  geholpen  ,  clocck  f"'i-vit  jhum 
fyn  tcahea  allen  teshenfnoedt .  ■?'"'"  •  ^' 

Laet  ons  nu  comcn  tot  onien  fo/èph  :  Godt  Iiadt  hem  met  fyne  deceptie,  ,ji,£ 
gratie  verlicrckt  teghen  al,  dat  hy  moeft  onderllaen :  Hy  diende  nti  tniiumgicri- 
'Futiphar  iynen  meefter  als  eenen  knecht,  hy  was  hem  gehoorfaem  """^o^et; cue 
als  eenc  flave,'  ende  hy  dede  al  den  dienfl  van  heel  het  huys  in  llil-  '"'  ^r  ^'""' 
te  iyns  gemoedts .  u-   jeryans 

Het  was  voorwaer  een  groot  verichil  tufichcn  dcfefiavernye,  en-  ,?»■'"">.  A";/m- 
dc  den  llact ,  in  den  wekken  'Jofbph  celceft  hadde  in  het  huys  van  f'"^  ''erelmh 
iyncn  valer,  van  den  Iclven  opgcbrocht  tufichcn  lyne  ermen ,  als  q„am  ccntem- 
.(}.'n  lictlte  kindt:  Iraer  ub^ra  fatris  eiucaim:  gclyck  feght  den  •*.  H.  ftia gratta? 
■Chryfoflomm^  die  teenemael  verwondert  is,  dat  hy  fich  daer  in  niet  ^'^  ''"'^  "^^f: 
het  minfte  geiloort  en  heeft,  ende  by  fy  felven  niet  eens  aepeyit  en  ^"f/;"'^"'!' 
neeit,  noch  uytgevallcn  en  is  m  dele  ofte  ioodanige  ciacnten :  Hoe  (j-jt,aiucr.s. 
bedrieghen  my  nu  myne  droomcn  ,  de  welcke  my  foo  groote  ecre  C'uyi:  b  Sf 
ende  glorie  voorfcyden  ?   v.-ant  fiet  ,  tot  nu  toe  en  ider  my  anders   '"'  '^''■"^'"'^^ 

■    ^  ,  1       1        ,T  T->  •    I       ■  "'  ""n  (''I-ere 

niet  ovcrcomen   als  eene  moeyelycke  llavernye .   Ben  ick  dan   van   ,rf„„^  „,.f«,„ 
Godt  verlactcn  ,   ende  veracht  van  fyne  goddclycke  gratie?  hy  en  '^jnomam  riU. 
heeft  niet  het  minlle  daer  van  gedacht,  maer  alles  cloeckclvck  ende  '" » "«•"■""'X- 
faghmoedelvck  vcrdraechen.  '  »'<^j-oient„. 

Wacr  t  dat  hy  iyn  edel  geliachtc  hadde  wihcnte  kennen  geven,  12.  Puit:,irc. 
hy  foude  mifichien  van  fyne  ilavernye  vcrlofl.  gewceit;  hebben;  maer  'ip»dyA\M.in 
gelyck  men  leeft  in  den  boeck  van  de  tcftamenten  van  'de  11.  Patri-  '''■^-  •'-"'•    <= 

„ ,     ï  1  I     ^    /  ■  ril  IC'  1  Serym  ci'ad/e 

aicnen  daer  i  Salin:iiu  van  iprekt,  hy  en  heeit  met  een  woordt  ge-  ^ „-/.oi-f , . «/« 
fproken  vanfyncn  ftam  ,  noch  van  fyncn  vader  Jncob^  als  of  hy  niet  tmmus  mdU 
en  hadde  willen  ontilaghen  wcfcn  van  fyne  Ilavernye.   Dogh  hy  was  Jerytutipoie. 
wel  eenc  flave  naer  het  lichaem,   maer'heel  vry  naer  den  geeft,  in   /fj '^s ' BTnf 
fyne  moeyelycke  dicnften  iich  vocycndc  m:-t  de'dcught ,  hy  was  een  Ep'.  sèutu'u', 
ilave,  lbo  nochtans,  dat  fyne  iicle  aen  geene  ftavcnV.  e  onderworpen 
en  was  ,^  gclyck  den  c  H.  BafiUits  Biifchop  van  Seïencia  bemcrckt . 
In  dcfen  ilaevclyckcn  ftact  van  Jofeph^  condc  men  ficn ,   hoe  dat 
Godt  met  hem  oock  foetelyck  handelde,  hem  in  den  geeft  verfterc- 

L  ktnJt, 


n 


82 DE    GODDELYCKEiVOORSIENIGHEYDT 

kende ,  ende  allenskens  den  wegh  baenende  tot  fyne  verheffinghe. 
„  .  ,"     ..        Den  a  H.  Ambrojim  ftelt  ons  dit  foetelyck  voor  met  defe  woor- 

Jeftfbyendi'     1  •' 

tuiinfer-vitu.  '  * 

tem<^ eUcliti       jofeph  IS  wel  vcrcocht  voor  eenc  flave,  maer  wierdt  {amen  ver- 
4idpote/tatem,  corcH  tot  cenc  toecomendc  eere  ,  om  eens   de  overhandt  te  heb- 

"'us^imVrü-  ^^^"  ^^^"^  ^^^  ^^™'  h'^'^'J'-''''  vercocht .  Hy  en  toonde  geene  teghen- 
ret;nondedi-  'icydt  in  fyncn  dienft,  behoudende  fynen  vrydom  in  lyne  onnoofel- 
gmtUtitr  ta-  hcydt .   'Jofeph ^  feyde  David  ƒƒ  1 04.  is  wel  vercocht ,  maer  evenwel, 
tnen   ohfeqm   ^y  ge  jj  \^  jyj^  gemocdt  gecnc  flave  geworden  ,  fyne  handen  ende 
unebMrirtit-  voeten  fyn  wel  verootmoedight,   maer  niet  fyne  fiele. 
tis  f^/Hx"»» .      -En  al  waert  dat  de  flavelycke  wercken  aen  Jofej>h  hadden  moeye- 
confervahat     lyck  gcvallcn ,  gclyck  het  nu  gcfchiedt  in  andere  Turckfche  flaven, 
Lbertatemiii-  ^jj^,  (jacgelyckx  treurcu  ende  claeghen  om  hunnen  ellendisen  ftaet, 
de     puhhre  ^^  Lroddclycke  roorjiefjighejdt  quam  Jofefh  Ce  gemoedt,  met  haere 
Pfilmiihi  ait  foete  bermhertigheydt,  hem  cloeckcn  moedt  gevende  in  al  het  ghe- 
in-fervum  ye.  n^  aen  hcm  mocyelyclc  ende  verdrietigh  hadde  connen  wefen . 
TfèphJcdnS       ^^"  Heere,  ieght  Afoyfes,  was  met  hem,  ende  hy  was  een  man 
' fervu! fadiis,  m  allcs  geluckelyck  handelende.  Fmtt^ue  Dammm  ctim  illoy  &  erat 
hitmili.iye-       vir  in  cmjElis  projpere  aqens .  Gen.  jp.V.i. 
rnntftdes  e-       pg^  f.j  ChryfoflomM \e2bt  dckwoovdcn  (  Den  Heer  is  ',»et  hem)  al- 

■  JUS,  led  non  a-     ,  _^-    >-'.■'  ,-       "^         ,         ,  ■,  •       ^        ,  •»    t-^        ■  1 

nimam  ey-ts.     ""s  uyt :   VV  at  IS  tc  leggen  den  Heer  is  met  hem  ?  Dat  is ,   de  gra- 
S^Ainbrofius.  tie  Godts  vergcfelfchaptc  hem ,  ende  maeckte  hem  licht  endegemac- 
kelyck,  al  dat fwaer  ende  moeyelyck  was.  De goddelycke  gratie  be- 
ilierde  foetelyck  al  dat  hem  aengonck . 

Jofeph  aldus  verflerckt  fynde  vas  een  man,  niet  van  ouderdom  , 
■want  hy  noch  jonck  was,  maer  een  man  in  vooriichtighcydt,  cloeck- 
heydt,  ende  in  andere  fedelyckedeughdeu;  die  voorts  alle  fyne  oodt- 
moedighe  ende  flavelycke  wercken  foo  wift  te  beleggen,  dat  alles 
ftrcckte  tot  Godts  glorie,  tot  profyt  van  fynen  meclter  ,  ende  tot 
"^  fynder  fiele  faligheydt .  Hoort  hier  op  fprekcnden  godcvruchtighen 

.  Dion.  Carthufianus.  Defen  getrouwen,  dcfen  flandtvalüghen  lèght 
hy,ende  profy  tighen  dienfl:  vanjofeph  viel  teritondt  in  de  ooghen  van  fy- 
nen meelrcr  claerlyck  merckende,  dat  Godt  met  hem  was,enQe  dat  alles,, 
hetwelck  hy  ondernam,  van  Godt  door  fyne  handen  wierdt  beiliert. 

Maer  hoe  conde  Putiphar^  die  een  heydenfch  menich  was,  ende 
ecnen  dienaer  van  de  Goden,  hoe  conde  hy  Vs'cten,  datter  maeree- 
ncn  Godt  en  was  ?  Dit  kende  hy  ,  feght  den  geleerden  Biflchop 
Tojlatiu^  uyt  de  wondere  dinghen,  die  hy  in  fynen  dienaer  Joje^h 
bcmcrcktc,  de  welcke  foo  uytllekcnde  wacrcn,  dat  fy  niet  en  con- 
dcn  voonscomen,  als  niet  van  eene  menfchclyckevernuftheydt,  maer 
alleen  van  een  hoogher  macht,  de  welcke  hy  feyde  Godt  te  wefen. 

Door  defe  goddelycke  gratie  in  alle  veranderinge  van  üact  bleef 
hy  cloeci;  en  onberocrt .  Uyt 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


85 


Uyt  al  het  welck  men  can  leeren ,  dat  de  dcught  niet  alleen  en 
on  gcoefïcnt  worden,  in  eenen  vrycn  cnde  ongebonden  iliaet,  maer 
oock  in  ccnen  gebonden  endc  verworpen  ftaet  van  e  ene  flavernye 
iclf  s . 

Jopph  en  was  alsdan  geencn  meefler  meer  van  fyn  felven,  maer 
als  een  flave  onder  fynen  meefter  j  daerom  nochtans  en  bleef  fyne 
dcught  niet  heel  vcrdruckt  cnde  verborghen  ,  jae  fcheen  daernaer 
veel  meer  uvt,  ende  betoonde  fich  crachtigher  als  een  befloten  vier, 
het  welck  (yn  cracht  daernaer  veel  meer  opcnbaert . 

Voorwacr  een  wacrachtigh  finnebeeldt  van  J'^feph  meer  ende  meer 
uytllckendc  in  de  deught  binnen  den  tydt  van  fyne  flavernye. 

Het  fchrift  ofte  devies  het  welcke  volght  nacr  de  print  can  op 
alle  beyde  paflen. 


Lt 


§4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYD  T 


Wanneer  ick  fchyn  verfmacht , 
Dan  toon  tck  meerder  er  acht  . 

Het  llnnebecldt  wordt  uytgcleydt . 

HEt  vier ^  gelyck  men  V  rueet ^  can  alles  doen  verbranden; 
En  fche^en  op  de  z.ee ,   e«  htqfen  op  de  landen  j 
l^an  alles  meejier  is:  niet  can   het  wederflaen ^ 
Daer  V  vier  maer  aen  en   raeckt ,  dat  fal  en  V  moet  vergaen , 
Dat  crachtigh   eletnent  doet  alles  gantfch  vernielen  ^ 
De  berghen  fel  f  van  flecn  door  V  vier  ter  aerde  vielen; 
Het  vier  al  overwindt ,  en  flael  en  yfer  fe!f\ 
Oock  hfij/en  half  van  Jieen  ^  en  menigh  trots  geti'elf. 
Doch  't  vier  Jyn  cracht  meer  toont  van  binnen  als  van  btfjtsn^ 
^Is  ghj  het  neder   druckt  ^  en  in  d.e  aerd'  ^vilt  fluyten: 
Dan  alles   berften  doei  ^  en  door  fjn  groot  gewei dt, 
yils  men  het  minfte  meent^  dan  al  ter  airden  velt. 


h'i 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH, 


Sr 


Is  V  niet  V  gefloten  vier ,  dat  heel  de  aerd'  doet  beven  ? 
If /ler  doiir  nl  menigh  fladt  Jich  haeft  comt  te  beneven? 
Het  ingegoten  vier  ^  dat  in  de  aerde  woont ^ 
Aleer  als  dat  bujten  blaeckt  ^  fjn  wonder  cracht  betoont . 
t  Is  Tvaer  oock  Jacobs  foon  in  't  ht-iys  van  fynen  vader 
Van  teder  wel  gejien  ^  en  vriende*)  nllegader 

H  as  een  foeta'h-digh  kindt  ^  oock  van  fjn  eerfle  jeught  y 
By  Godt  en  hy  den  menCch  een  (pie?hel  van  de  deught .  \ 
Alaer  Jiet  ^  het  de-ighdigh  ktndt   naer  eenigh  tydt  verhopen 
Dat  moeft  om  fyne  deught  V  ellendelyck  becoopen  : 

JFierdt  van  fyn  broeders  felf  verjlooten  en  verfaeckt , 
Jae  tot  een  zt'-reede  doodt  was  in  den  haet  grraeckt  : 
Godt  danck ,  wierdt  maer  vercocht ,   om  eene  jlaef  te  ivefen . 
Eylaes !  o  heyligh  kmdt  in  deaghden  tiyt^elefen 

Hoe  fiilt  ghy   -nu  voort aen  ga'en  dienen  uwen  Heer  ? 
V  vrydom  fyt  ghy  ^tiyt ,   (rhy  fjt  tt  felfs  niet  meer . 
Alaer  neen ,  al  fchynt  de  deught  verborgheii  in  het  duyflcr , 
Sy  niet  verholen  blyft  ^  maer  conn  in  meerder  ktyjier  : 
Of  Jofcph  niet  als  voor  ^  inaer  als  eene  jlave  leeft  y 
^l  evefj  fyne   deught  een  claerder  luyfler  geeft . 
Syn  meefler  Putiphar  figh  niet  als  glans  en  flraelen 
O^  fyn  verworpen  faef  van  d'  hem'  len  neder  daelen  , 
J'i'aer  door  hy  wierdt  geraeckt ,  en  heel  op  hem  verjint , 
Gehandett  niet  als  ftaef^  maer  als  fyn  foon  bemint . 
1^  Eten  wasgccnfins  te  verwonderen ,  dat  dien  nccrüighen  cndc 
"l  getrouwen  jongelinck,cnde  van  Godt  foovoorcomen  de  gratie 
■•-  won  van  •«  Putiphar  hncn  hccrendc  mecllcr,nen  den  wcickcn  hy 
nu  heel  fyn  huvs  betroudc ,  cndc  aen  hem  van  alles  den  vollen  lalr  gaf  > 
te  meer  om   dat  hy  mercktc,  dat  heel   fyn  huvs  om  fynen  dienaer 
vervult  wierdt  met  gcluck  cnde  leghen,  gelycker  llaet  in  de  ^  H. 
fcrifture. 

Een  alder-grootfce  geluckvoor  vrouwen  endemeefters  in  fooecncn 
getrouwen  endc  deughtfaemcn  knecht  te  vallen  ,  om  den  wekken 
men  dickmacLs  comt  te  genieten  cenen  goddclycken  feghcn  voor  heel' 
het  buyfgehn>  gelyck  leght  den  eerweerdighen  cnde  meer  genoem- 
den c  Lippomanm  BilTchop  van  Metona,  daer  by  oock  voegende,  dat 
Iirt  huys  van  P:!tiphar  om  Jofeph  veel  bcncdiftien  heeft  genoten,  ge- 
lyck het  te  voorcn  oock  wel  gekickt  Vv'as  met  de  familie  van  Laban 
om  de  tcghenwoordigheydt  van   Jacoh. 

Daer-en-tuflchen  can  men  bcmerckcn  met  den  d  H.  Chi-yfojlomns , 
dat  gclvck  Putiphar  om  fynen  dienaer  gebenedvdt  v/as ,  oock  Jofeph 
niet  alleen  van  fynen  mecfter  bemint  was,  cnde  van  de  andere  die- 

L  5  naers 


3  Jnyenltq 
^ratiam  co- 
r.ini  Domino 
fito^ci  quo prts-m 
pofitKi  criiiii' 
bus  f «/  ern.1- 
b^t Jibi  doihH' 
Gen.  ;9  t-^- 
b  Be?ict{:.\~ 
itq;  Vominns 
<lom:imJ£^yp. 
tii prcpter  lo- 
fepJi ,  0~  nii:  U 
tipliinyit  tuju 
in  Jidibns  qiiA 
i'f  "gr ir  ci:n- 

jf-i'Hi.tm.  v.j. 
c  Felixnimi- 
>''',']»ifun<ta 
lituiijlrii  iC!i-. 
ffquitnr!)nuU 
t'!  f.ripiiira 
txplnal,qiii- 
tii  bona  ttae- 
perit  propi.i- 
luis  dominus 
itreligii.fcfef- 
-i'ilo  ,  feilt 
pi-opier^acohi 
Laban  </;><!  (;<y 
cj}  .  Deniqtic 
Jnfeph  eii.im 
in  adyeijït.i- 
tiliis  U"  hro- 
jperti  p.itn 
fiio  Jacoh  fit 
Jimiti^,  Lipp, 
d  Confcri'us 
C7"  captiyns 
Jitu  manu  jii.i 
liaLelntt  ot/ini- 
a  ,  qii£  erunt 
domini,  itj'if' 
TH  ohinihiis 
lionorutiir ,  ut 
<;:i.iiilK?n  er 
dc'nïiniiSft.ir.' 
tirmipfe  f.c,\!- 
h  i  irnpcïd.'it 
rcctoi-  Cr  pi  «.- 
pcjilits  ,  J^t 
Cun-Slis  hvpe- 


8^;  DE  GODDELYCKE  VOr>RSTENICHEYDT 


Dijit::hit!:r  nacr^  vcrccrt,   mier  oock  daernaer  v.in  Godc  om   (ynt   pjroorc  vcr- 
'Jcfiph  crdc-  diildighcydt  iii  al  fyn  lyden  bv  den  Coninck  Pharao  boven  alle  de 

f"'ï^,'rf'-  ^"^^''^  ^^''^^'^^  verheven. 

"cpttirtK  tot)-      f ck  nuyte  met  de  woorden  van  den  felven  <»  H.  Vader .  Jofeph , 

«ƒ  Prov.vn/.e  fcght  hy ,  wordt  naer  ^,^rj^ten  gevoert,   maer  die   daern.ier  Ibude 

Trindfatum,  becomen  het  Prinfdorn  van  heel  het  lande . 

aèui'^-Ttniui       Eerft  vercochc  fynde  als  eene  flavc,  hy  a'^nveert  het  tcecken  van 

cr:idel}t.'.<  c-  flavci-nyc,  cnJc  aldus  wicrdt  hy  van  den  Heere  bereydt  tot  de  glo- 

fn:inir.  Siif-  j-ie  >   hy  wordt  vcrootmoejight  voor  ccnen  tydt,  om  daernaer  voor 

apnfcirvitH^  j       j  ,    j^  heerichappve  te  voeren . 

Vomiiiinprx.      'Soo  handelt  Gout  met  Ivne  vrienden  volgens  lyne  l  oorfieyughcjdt  ^ 

parabat     ad  nu  mct  ftrafhcydt  nu  mei;  f^ctigheydt,  die  verootmoedighcnde,   om 

gloriam,  hu-  ^Jaemaer  hoogher  te  verheffen,   niet  alleen  naer  het  lichaem,  maer 

7e'n',p,',",'i,nm,.  oock  naer  de  iielc,  welcke  verheffinge  daernaer  in  het  vcrvolgh  van 

nentttempore  dcfe  hiftoric  noch  meer  fiil  blyckcn  . 

re^nniiinii.        Ecrli  lal  ick  hier  voorllellen  de  volsende  fedeleerins-e. 

S.  Chryf.    /«  °  ^ 

"^,0^^"'  SE  D  E-LEER  I  N  G  E. 

Van  de  onderlinge  tndo.  vvedcrzydige 

plicht  van  de  dienil-boden,  ende  \aa 

de  meefters  ende  meelterllen  tot 

malckanderen. 

I.  §. 

Van  ds  verhinteniffe  van  de   dien^-hodm  tot  hunm  mcc» 
fiers  ende  Tneee^erjjen . 

IN  verfcheyde  ftaeten  defcr  wereldt  van  rycke  ende  arme  men- 
fchcn,  van  edele  ende  onedele,  wyfe  en  onwyfe  &c.  can  men 
bcmerckcnGodts  wondere  ('''oorjienighe^dt  ende  voorfichtigheydt, 
want  waert  dat  alle  menfchen  gelyck  waeren  in  ilaet  ende  conditie, 
ende  in  eere  ende  ryckdommen ,  het  foude  teencmael  Itrecken  tot 
een  gemeen  ongcluck  ende  verderf,  gemerckt  dat  noch  den  cenen 
noch  den  anderen  aen  malckanderen  en  fouden  willen  dienen,  noch 
ergens  in  wyckcn  .  DieiVolgens  fy  fouden  allegader  aen  groote 
moeyelyckheden  ende  ongemacken  onderworpen  wefen  ,  ende  feer 
veel  foudender  van  ellenden  vergaen . 

Maer 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  S7 

Maer  Godt  heci'*:  dit  alles  voorcomen  door  Tync  vaderlycke  Foo;-^ 
rtemojoejdi  j  hy  heeft  de  rycke  ende  arme  mcnlchen  gelklt  tot  malc- 
kanders  gocdt  ende  gerief,  wetende  wat  aen  den  eenen ,  wat  acn 
den  anderen  het  befte  was  tot  fyne  filigheydt  ,  famen  oock  ficnde, 
dat  de  eerc  by  exempel  ende  veel  gocdts  aen  dien  verworpen  cndè 
armen  menfch  dienen  foude  tot  fyne  verdocmcnidc,  ende  dat  eenen 
flechten  ftaet  hem  dienftigh  foude  v/cfen  tot  fyne  faligheydt. 

Den  Rycken  vreck  ende  duyfendt  andere  met  al  hun  goedt  ende 
welluftcn  fyn  verdoemt,  die  'm  acrmoedc  ende  gcbreck  faligh  con- 
den  geweell  hebben  ,  gelvck  het  met  den  armen  Laz^at-us  ende 
Biet    menige  andere  gefchiedt  is. 

Het  befte  dan  ende  het  gerufte  voor  een  ieder  is  te  vreden  te  fyn 
met  fynen  rtaet ,  hoc  flecht  hy  mocht  wefen  volgens  het  fchickcn 
van   de  VoorJieni<yheydt  Godts  . 

Voorts  Godt  heeft  aen  alle  foortcn  van  flaeten  aen  een  ieder  foo 
aen  overllen  acnga'^nde  hunne  dicnft-boden,  ;üs  aen  defe  aengacnde 
hunne  ovcrften  regels  ende  wetten  gellclt,  de  welcke  van  wederzy- 
dc  moeten  onderhouden  worden  . 

Laet  ons  eerft  fpreken  van  de  plicht  ende  verbinteniflè  van  de 
dienll-boden  tot  hunne  meefters  ende  meefterflen . 

Eenige  geleerde  mannen  hier  voortydts  willende  verbeelden  cen- 
nen  onderdaenighen  ende  getrouwen  knecht,  deden  fchilderen  ee- 
nen jongelinck  met  eenen rooden  hoedt  op  het  hooft,  ende  met  een 
Hcht  opper-cleedt,  bequacm  tot  het  werck ,  voorts  met  twee  luy- 
llcrende  ooren ,  ende  met  voeten  van  eenen  hert ,  ende  met  de  rech- 
te handt  plat  uytgcfteken. 

Door  den  rooden  Hj.'dt  wici^dt  betoont  ,  dat  eenen  dicnft-bode 
van  een  vry  ende  geeftigh  verfrandt  moet  wefen .  Het  hcht  Opper- 
cleedt  betceckcnde  de vlytigheydt  vaneenen  knecht,  diealtydt  moet 
gereedt  fyn  tot  den  arbeydt  van  het  huys  oft  anderlïns .  De  lay/^e- 
rende  Osrew  gaven  te  kennen,  dat  een  dienii-knecht  verduldiorh  moet 
verdraeghen  herde  ende  fpvtige  woorden  ,  endclaftcrendctoenaemen, 
die  fomwylcn  fondcr  reden  vallen  uyt  den  mondt  van  onbedachte 
overften  .  De  Voeten  van  eenen  hert  dienen  tot  leeringe ,  dat  de  knech- 
ten altydt  moeten  fnel  ende  vlytigh  fyn,  om  den  wille  van  de  over- 
llen te  volbrcnghen . 

Ten  leftcn  de  rechte  ende  flatte  uytgefirec'kte  Handt  was  een  tccc- 
ken  van  deughtfaenrighcydt  ende  gctrouwigheydt,  om  te  bewaercn 
en  gaede  te  llaen  de  dinghen  van  het  huys  ,  ende  al  het  ghene  dat 
den  meefter  aengaet. 

Dit  foudc  men  ineen  rymken  connen  uytleggen,  als  volght.  ' 

Dub 


88  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Dien  fnfch  en  cloechen  knecht ,   een  jemelifick  ter  eeren 

Der  onderfaeteii  plicht  fal  ons  feer  aerd'gh  leeren  : 
Seght  da» ,   ivnerom  hj   d.'  aeght   op  V  hooft  een  rooden  hoet  ? 

Hj  met    een  irj  gemoed.'  f)n  meefter  dienen  moet . 
Dat  vloeyend''   licht  gexi/aet  ^   dat  leert   hem  vlytigh  'ivefen  ^ 

Dm  -u-'ord.t  een  dalper  knecht  van  fynen  heer  geprejen , 
Doch  fegg'  -ii'aerorn  het  ii  •,  hy  open  ooren  drneght 'f 

Aiidts  hy  veel  hooren  moet ,  foo  dat  hy  nnmner  claef^ht . 
Jlfaer  dat  het  wonde -fl'  fchynt  ^  wat  fjn  die  herifche  voeten  ^ 

Dat  hy  zy  piel  m  '/  werck ,  en  om  fyn  heer  ie  groeten-, 
a  Die  uytirefbannen  handt  fyn  denaht  en  trosnu  betoont, 

scpn  jMai.i  jp^j  ^^^j.  fjg.^^  fynen  heer   met  lof  en  prys  beloont. 

ejtotein  oiiini    -»■  -w-  r-^  r  ;-  /-  i       r  i  ^   '  r  i 

tinwre  dir.iii    !_T  ^^  v"  5   om  loo  tc  fcggeii ,  06  icive  wetten  ende  ondcrwylin- 
i.Pci. 2.  ITjLghcn  ,   de  welcke  den  H.  Petnt-s  ende  den  H.  Pa.ilas  voorde 


ScryosDo 


b         knechten  ende  maerten  in  hunne  brieven  gedelt  hebben . 

Domi-  \r n     J_„         ri-    1  .  ,-.    1  ._  .       ir     i     _    •_  .  f 


,"^T,.fTu  Voor  eerft  den  a  H.  retrtu  ü:ceft  hun  dele  Iceriniic :  Ghv  dicnfl- 
toscjjeinom.  knechtcn,  lyt  onderdn.enigh  met  alle  vreele  uwc  hccren . 
}iibns  pUiCz.  Den  l'  H.  Paulm^  die  de  felvc  lecringe  aen  de  heydenen  ende  an- 
tos,  non ^ on.  j(,,.g  yoltkcrcn  üoor  fyn  felven  ofte  door  fyne  difcipclen  mocilevcr- 
>ion'f.Ld.in-  condighen,  Icghtfe  wat  brecder  uyt,  Ichryvende  aen  fynen  difcipel 
nsfedinom-  Titiii .  Ghy  mocft ,  feght  hy  ,  alle  dicnltboden  vermatncn,  dat  fy 
lubia  fidcm  hunne  heercn  onderdaenigh  iyn,  hun  in  alles  bchaegcnde ,  hun  niet 
',""'""  "^'""fj  tcghenn-'ix-li'endc,  niet  bedriegende,  macr  in  alles  goede  tictrouwitr- 
r:uwn.2.y.9.  '^O'^J'^  bctoonende. 

Den  H.  Apollcl  fpreckt  hier  feer  clacr  van  de  deugden  ende  de 
gebreken  der  dicnllboden. 

De  dienaers ,  feght  hy  eerll:,  moetca  aen  hunne  ovcrflcn  bctoo- 
nen  de  deught  vanonJcrdaenigheydt,  gecrne  met  liefde  ende  gcwil- 
ligheydt  ende  die  gehoorfaem  fyndc  Srd'dnos  ejfe .  Daer-en-bc.VLn  moe- 
ten hun  in  alles  foeckcn  te  behaeghen,  ende  eere  tebew)f(;n.  fn 
o-rnnibi^ó  placentes .  Sonderteghen  te  fprekcn  ,  liever  llilhvygende,  of- 
te mefeene  ftillc  antwoordt  hunne  fchiüdt  bckenncniie  ,  olte  lich 
met  rtille  oodtmocdigheydt  ontfchuldigcnde  tot  verfoctinge  van  de 
gclroorde    overltcn  .  Nm  comr'adacentes  . 

Daernacr  feght  den  felven  Apollel,  dat  de  knechten  ende  macrtcn 
hunne  heeien  ende  vrouwen  nergens  in  en  moghen  bediicghcn,  iet 
ontreckcndc  van  hun  m.ccflers  oite  mccllcrilens  gocdt ,  van  ipys  en 
di-anck,  oft  van  iet  ai^dcrs,  gelyck  fommige  kindcrs  doen,  de  vvclc- 
ke  niet  dervende  alles  nemen  ,  een  weyr.igh  maer  en  ontrcckcn  van  het 
een,  en  v;in  het  ander.  Nnn  fa-^dantes .  Sy  moeten  oock  alle  hunne 
wercken  van  dicnll  'en  aci-be\'dt  bededen  tot  het  prof}t  van  het  huy?, 
gelyck  of  alles  hun  acngonck,  dacr  van  niet  het  minftc  verquiiien- 

de, 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  Ss> 


• 


óc,  oft  afnemende  tot  hun  gerief,  mier  in  alles  dienrt  ende  getrou-  ^anjprunt 
Avigheydt  acn  hunne  ovcrften  betooncnde :  /«  omnibus   bonam  fiderr  "^  """  J'*'''_ 

ai  T  III-  j  2   r  A      ']">  ^  loiut^ 

ojtendentes .  In  wclcke  Iccnnge  ende  vermaeninge  van  d:le  twee  A-  Lni  ehPater 
poftelen  ick  befonJcrlvck  bcmercke  drye  eyghendommen  van  de  ver  eifirem^r.tn- 
binteniflb  der  dienftboden  tot  hunne  overften .  Tc  weten  eene  Eer-  ^^"'  ^""B^i^ 
bicdnige ^  cenc  Getrotiwigheydt^  ende  eene  Gchoorfaem'zeydt .  Lcere^èhie- 

Aengaende  de  EerLvedinge  ^  die  demaertcn  ende  icnechtenaen  hun-  ras  ,  qiuinto 
ne  meeitcrs  ende  meefterflen  fchuldigh  fyn  .  m^^^,  qui<* 

Den  H.  Paulm  behalven  dat  hy  dacr  van  fchryft  tot  fynen  ,difci-  ^J"/^^*"^^ 
pel  7/««,  hy  fpreckter  noch  van  in  fynen  eerilen  brief  tot  fynen  an-  mundlhlrU. 
deren  dSfcipel  Timothcm  met  dcfe  woorden  :   Alle  de  dienfl-boden,  4-  Reg.  f.*. 
die  onder  het  jock  fyn,  die  fullen  hunne  heeren  alle  cere  weerdigh  ^^'  *^  H' 
houden:   Ojucumque  fuAt  fnb  jugo  fervi  ^  dommos  fms  omni  honore  dta- 
nos  nrbifrenti'.r  .    I .  ad  Timoth.  6.  V.  I. 

Daer  is  eene  twcederhande  eerbewyfinge  ,  eene  Inwendige  ende 
eene  Ujtwendtge . 

De  Inwendige  beftaet  in  eene  herkentenifTe  van  fynen  overften, 
ende  in  eene  eerbiedige  vrcefe  van  hem  te  vergrammen . 

De  IJynvendige  eere  beftaet  in  uytwendelyck  niet  het  minfte  te 
doen  teghen  die  Inwendige  eerc  ,  geenfins  voortsbrengende  eenige 
woorden  van  teghen-fprekinge,  van  verwytinge  teghen  fynen  over- 
ften ,  gelyck  die  dienft-maeght  van  Sara  de  huyfvrouwe  van  den 
jonghen  TuiJ/.w,  de  welcke  met  recht  vermaent  fynde  over  haere  ge- 
breken van  haere  meefterfle  terilondt  aen  haere  vrouwe  ftoötelvck 
verweet  haere  onvruchtbaerhcydt,  haer  oock  opleggende  de  doodt 
van  hucr  izvcn  njans  ,  de  welcke  den  boofen  geelt  Afmodxus  door 
Godts  toclaeten  geworght  hadde,  om  hunne  overgroctc  ongeregelt- 
heydt.  Dit  was  ee'ne  groote  verwytinge  ,  omdat  op  dien  tvdt  de 
onvruchtbaerhcydt  tot  groote  fchande  ftreckte ,  ende  gehouden  wierdt 
voor  eene  malediftie . 

Wat  eene  injurie  en  was  het  oock  niet  voor  Sa^-a  ,  van  haere 
maerte  gcnoemt  te  worden  de  vermoorfters  van  haere  feven  mans  / 
W^at  en  foude  eene  grammoedige  ende  colcrycke  meefterfle  hier  niet 
gedacn  hebben .' 

Maer  die  faghmoedige  Sara  vertrock  haer  in  haer  camer,  haere 
clachte  doende  by  den  Heere,  ende  hem  biddende,  dat  hy  haer  van 
dicverfmaedinge  wilde  verlofien ;  Peto*Donnne^  mdevrnctdo  im^rope- 
rii  hn'jHi  abfolvas  me  . 

Veel  beter  wacren  de  <«  dicnaeren  van  Naaman ^  eenen  van  de  Prin- 
ccn  van55v-/(?w.-  Den  Propheet  Ehftiu  hadde  aen  dien  Prins,  die  met 
de  melaetsheydt  befmet  was,  belaft,  dat  hy  hem  feven-mael  foude 
wailchen  in  de  rieyiere  Jordune :  om  aldus  yan  fyne  lleckte  genefen 

M  te 


rpo  DE  GODDELYCKE  'VOORSIENIGHEYDT 

te  worden;  die  diierom  geftoort  fynde,  het  felve  niet  doen  en  wil- 
de ,  alswannccr  Iiem  lyne  knechten  met  beleefthey.dt  ende  medely- 
den  feyden :  Maer  vader ,  waert  dat  u  den  Propheet  iet  groots  belail 
hadde,  ghy  moell  het  gedaen  hebben,  hoe  veel  te  meer,  als  hy  u 
maer  gefeydt  en  heeft,  wafchtu,  ende  ghy  fult  gefuyvert  worden. 
Waer  iiyt  men  clacr  cnn  mereken ,  dat  hier  voortydts  de  hecren 
ende  meeilers  van  hun  dicnaers  uyt  ecrbiedinghe  vaders  genoemc 
wierden,  gelyck  fy  fyn,  al  ill  dat  fy  felf  geene  kinders  en  hebben, 
ende  noch  heden  fy  worden  genoemt  P^n-es-fiifKihas  Vaders  des  huyf- 
gefins,  omdat  fy  moeten  van  hunnen  cant  hebben  eene  vaderlycke 
genegentheydt  niet  alleen  tot  hunne  kinders,  maer  oock  tot  hunne 
huyfgenoten;  uyt  het  welck  volght,  dat  alle  dienitboden  oock  eene 
kmderlycke  afFedic  ende  eerbiedinge  moeten  draeghcn  tot  hunne 
pverften . 

Wederom  het  isteghen  de  eerbiedinge,  die  de  dienft-boden  fchul- 
digh  fyn  aen  hunne  overftcn,  dat  ecnen  knecht  den  naem  vanlynea 
heere  misbruyckc  tot  fchande,  ende  teghen  fyn  eere.  Gelyck  dede 
dien  boofen  ende  onrechtveerdighcn  Girji  den  knecht  van  den  Pro- 
pheet Elife^a;   Defen  dicnaer  fiende,  dat  fyncn  meelkr  verllooten 
hadde  de  giften  ende  gaeven,  die  hem  den  Prince  Naaman  geoftert 
hadde,  is  dien  Prince  nacrgeloopcn,  leggende,  dat  £/;/?■/*(  fynen  mee- 
,1         fter  die  giften  nu  (al  onttanghen ,  de  welcke  hy  hem  terÜondt  voor 
LtfraKaa.  Ehfetii  wildc  gcvcn;  Macr  dien  boofen  "  knecht  met  fyn  geilachte 
tnin  adh^re.  wicrdt  voor  altydt  met  de  melaetsheydt  van  Godt  geflacghen ,  foo  om 
itti  i,<srfe.  £y,^p  pieiia;heydt,  als  om  fyn  bcdrogh,  dathy  gebruyckt  hadde  te- 
in  fembiter-  ghcn  dc  tcxe  van  iynen  meelter  Eltfenj . 

num.^cgref.  Bchalvcn  de  eere,  die  de  dienit- boden  moeten  beroonenaen  hun>- 
ƒ«)  efl  al>  eo  ne  ovcrflcn ,  f)n  fy  oock  befonderlyck  verbonden,  hun  met  üAro;i- 
ril'!i"\'VTr,  ivin-heydt  te  dienen  hun  noyt  te  bedrieghen,  noch  te  bcichacdighcn 
5.27.  met  woorden  or  anaeihns,  noen  in  hunne  eere  noch  m  nun  goeue- 

^         ren  .   Daerom  en  moghen  de  knechten  ende  niaertcn  gcenfins  open- 
Viffamatw  b-id-gn  \^f.^  ohcue   moct  verholen  blyven  ,  ende  firecken  foude  tot 

tfl at,Hd  illnm         1  j      ,       ^  r  il 

quJfidiffi'Aj.  achterdeel  van  vrouwe  ofte  metltcr. 

fet iwnu.hiic.      Sy  en  moghen  hunne  meefters  ende  meeüerflen  oock  noytverlae^ 

X5.T.I.         j.(.p  noch  in  voorfpoedt  noch  in  teghenfpoedtj  fy  moeten  met  een 

^u;.!^,f  lu  woordt,  alles  foccken  te  doen  toniun  meciters  ende  racelterflêns 

in  tcrrau,  o-  proiyt  ,  niet  van  al  da:  hun- ter  handt  geitclt  is,  verquiltende,  ge- 

alfondit  /><•- lyck  dede  dien  hofmeeiler,  daer  den'^  H.  Lucas  van  fpreckt ,   deu 

cHmamdon,,.  ^,erckcn  befchuldight  wierdt  van  fynen  meefter,  dat  hy  fyn  goedt 

af,  iS.         verquiit  hadde;  ende  gelyck  dien  anderen  knecht,  den  welckcnhet 

geldt  van  fynen  meeitcr  verborghen  hadde  in  de  aerde,  daer  hy  me- 

de  profyt  ha.dde  moeten  doen,  gelyck  den  f  H.  Matthmi  feght. 

Op 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  pi 

Öp  diergclycke  knechten  foiide  wel  paffende  vraeghe  van  Ch-ifltu  Q,,;sp4,tM,efi 
by  den  <j  //.  Mntthms :  Segg',  wie  meent  ghy,  dat  is  cenen  getrou-  fiidu  jemut 
v/en  ende  vooiTichtighen  knecht?  <^^frudeni. 

Den  //.  Thomoi vza u4t^i:irien  antwoordt:  Die  fynen  heer  dient  om  "  '^b  ^'^^ 
fvnen  heer  ,  te  weten  tot  fyns  meellers  profyt :  ^^  dom-.no  p-o^ter  Serri  oMite 
dominum    Cervh .  dommtt    car- 

'7acol>  den  vader  van  onfen  Jofeph  heeft  ecncn  getrouwen  dienaer  "'"'"'['"" 
gewecrt  alle  den  tydt  ,  dat  hy  Laban  n-nen  fchoon-vader  gedicnt  more  m  fim- 
heeft,  den  rvdt  vanveerthien  jaeren  j  alsoock  lynen  fone  Jofeph  den  pn^i'ate  cor- 
knecht  ofte  il.ieve  van  Pnnphar^  die  hem  ten  uyterrftcn  getrouw  is  jl'''^fl'^'f''<* 
gcweed,  gelyck  wy  te  vooren  gehoort  hebben,  altydt'gocde  for-  «(/«„Lm/J" 
ghe  draeghcnde  van  het  huys  van  fynen  mecilcr  ,  ende  van  al  dat  yientej.fiatt 
hem  raeckte.  Iwminibui 

Eenen  lieydenfchen  fclf  fal  hier  in  genoegh  wefcn  ons  voorgcftclt  ^,!^'fl"y,a{ri- 
van  Appia>/its  Civil.  4.  ende  Macrohiiu  Sat.  i.  fli,fadente» 

Den  knecht  van  VrbtnAs  Pcüiopion^  ^fcggen  fy,  verftaen  hebbende,  yoluntatem 
datter  ecnige  foldactcn  ende  rechts-dicnaers  gecoraen  waeren,  oril  ^^'^^ """"<>' 
jynen  meellerte  vanghen,  ende  te  dooden  j  hy  trock  felf  fyn  mee  TiZtateferti'. 
iicrs  cleedercn  aen,  oock  fynen  rinck,  den  meefler  in  het  heyme-  enta ,  fuut 
lyck  uyt  den  huys  wechgeraeckt  fynde  ,  den-  knecht  gonck  in  fyn  -^'""""'  er 
flaep-piaetfe  ligghen,  fich  aldaer  oock  lactcnde  dooden,  om  fynen  "nihJ"'ki'"tê 
mceller  van  de  doodt  te  verloHen .  ^,^  '   „„„^. 

Eene  ongehoorde  getrouwigheydt !  tot  leeringe  ende  fchande  van  quifq"e,e;itod. 
menige  Chrillenc  dienaers,  die,  al  ill  dat  fy  voor  hun  niet  en  lier-  """'i'"' («'"''■'* 

1  ,'  11  j  1-    ,  bonnm.hcc  re* 

ven  ,  evenwel  geenims  en  voldoen  acn  de  g^etrouwe  plicht  tot  „<,,„  -^  /)^. 
hunne  heeren  ende  meefters,  tot  de  welcke  dereden,  de  rechtveer-  «i«o. adEph. 
dighevdt,  ende  de  goddelycke  wet  hun  verbindt.  <J-  ■>••  5- 

Daer  rcftecrde  noch  te  fpreken  van  de  Gehoorfaemheydt ,  de  welcke 
de  dienlt-boden  oock  fchuldigh  fvn  aen  hunne  meellers .  \'an  defe 
fpreckt  oock  den  ^  II.  Panlus  :  Ghy  knechten,  feght  hv,  fyt  on- 
derdacnigh  aen  uwc  heeren,  met  vreefe  ende  anghlt,  met  nmpel- 
heydt  uwcs  herten  in  Chrifto,  niet  alleen  voor  de  ooghen  dienende, 
als  de  menfchen  behncgcnde,  macr  als  dicniers  Chiilti,  doende  den 
wille  Godts  uytter  herten,  met  cenen  goeden  wille,  dienende  als  den 
Heere,  ende  niet  de  menfchen,  wetende,  dat  een  ieder,  wat  goedt 
dat  hy  doet  dat  van  den  Heere  ontBmghcn  lal .  Men  moet  defe  woor- 
der.  oock  m  het  befondcr  wat  bemercken.  De  knechten,  fe^htden 
Apollel,  moeten  hunne  heeren  ende  mecilers  gehoorficm  wefen  in 
den  Heere,  In  Domino ^  om  Godt  aldus  befondcrlyck  te  bchacrrhen, 
ende  gelyck  aen  Chrifliu  felf,  als  hunnen  ovcrden  dienende  ^  Sian 
Chnflo .  De  meefters  niet  dienende ,  om  dat  fy  het  fien ,  ofte  om  ge- 
uen  te  v.'ordcn ,  Non  ad  octtUtm  fervtevtes  j   noch  om  hun  mce<lers 

M  i  goaie 


PI  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Strvi  fMiti  g^ede  genegentheydt  te  winnen,  maer  om  Godt  te  believen ,  Godt 
efiote'momni  mccr  dienende  als  de  menfchen.   Dat  waer  a!  wel,  fal  iemandt  fcg- 

^nTZ,!""!';  ^'^'^ '  ^^^  '"y  ^°'^^  '^^^  '°"'^^  belaften .  Maer  waert  dat  ick  eenen 
tlmTom^'^  knecht  waere  van  een  n  goddeloofen  meefter,  van  eenen  barbaer, 
rmden-» ,  fed  die  met  my  handelde  als  met  eene  flaeve .  Wat  dan  gedaen?  Moet 
etumdiuolu.  men  hem  alfdan  gehoorGiem  fyn? 

i.Pet.2.v.i8.  Y)en  a  H  Petrus  feght  evenwel,  dat  men  aen  den  felven  moet  on- 
Sirvi  oiedite  derdacnigh  fyn,  als  hy  niet  op  en  Icght  teghen  Godt.  Hy  fpreckt 
ferom,i:ado  aldus :  Ghy  knechteii  weeft  onderdaenigh  met  alle  vieefe  uwe  hee- 
tmn^s  'J-C.  ad  j-g,-,  ^  „jgt  alleen  de  goede  cnde  beleefde ,  maer  oock  de  onbeleefde . 
o.j.^22.  Q^  dienacrs  moeten  dencken  ,  dat  hunne  gehoorfaemheydt  te  vol- 
Sitni  .  media  maecktcr  fal  wefen,  hoe  hunne  heeren  ende  meefters  moeyelycker, 
q.iüUm,  ;i,£  ftucrdci" ,  fpytighcr  ende  ftiaff^er  fyn,  ift  dat  fy  de  felve  om  Godt 
frcnodcioo    „ehoorfaem  fyn. 

feriona  ,  -vel  Den  l>  H  Paulm  tot  de  Coloftenfen  feght  bycans  het  felve  ,  hy 
vida  fojfimt  voeghter  maer  by,  dat  de  knechten  hunne  heeren  in  alles  moeten 
tlff'ielhon.t,  onderdaenigh  fyn  Per  .om-ma  ^  om  welcke  woorden  fommige  heeren 
fofiMffl-ohe-  ende  meefters  fouden  fomtydts  hunne  macht  comen  te  misbruyckenj 
dientitytam-  maer  om  dat  te  voorcomcn,  alle  overften  moeten  wel  vcrftaen,  dat- 
quaminliino  ter  ceu  vcrfchil  is  tuflchen  geboden :  Dacr  fyn  geboden  dicencke- 
yd'mlli  ql'od  ^•^''^^  gocdt  fyn  ,  ende  gelyckformigh  aen  de  goddelyckc  wetten  , 
er^itin  méd;o  acHgaendc  het  geloof,  hops  ende  liefde  . 

Paradifi;  in  Andere  gebodenen  fyn  noch  goedt  noch  quaedt  van  hun  felven, 
hu  profeSlD  j^^gj.  fy  conncn  goedt  ofte  quaedt  fyn  volgens  de  verfcheyde  mey- 
/r"mfe„pZ  ningheu ,  die  men  can  hebben. 

fenieiiti^prx.  Andere  geboden  fyn  enckelvck  quaedt,  als  van  dieverye,  van  leu- 
jf^iberemap-  gheu ,  vau  ficrilcgie,  van  hcyligh-fchenderye  ende  van  meer  andere. 
JmmUfVrL  ^e  knechten  volghens  den  Apoftel  fyn  verbonden  hunne  heeren 
latorum  nee  ende  meefters  in  alk-dinghen  onderdaenigh  te  fyn.  Per  omnifi ;  doch 
yiifio.necpro-  allccnelyck  in  alle  dinghen,  die  goedt  fvn  naer  hunnen  ftact,  ende 
hihitio    con-  j^^^j.  j^.|..j  ampt,  al  ift  dat  fv  in  hun  felven  onbefcheydcn  oft  indiffe- 

temnend.i  f/?.  -  '^     '  -i  •' 

S.Bern. ep.7.  rent  fyn.         ^ 

Het  is  hel  fegghenvan  den  c  H.  BenmriHs^  dat  men  aenfoodaeni- 
ge  geboden  verbonden  is ,  te  gehoorfaemen  .  Soodaenigh  gebodt  , 
feght  dien  H.  Vader,  washetgoddelyck  gebodt  in  het  aerdtfch  Para- 
dys  aengaende  den  boom  van  de  kennifle  van  het  gocdt  cnde  quacdtj 
in  foodaenige  dinghen  en  is  het  niet  tocgclaeten  fyn  oordeel  te  rtellen 
voor  het  oordeel  van  den  overften  ;  men  raagh  hier  in  noyt  vcr- 
fmaeden  het  ghene  de  overfte  belaftcn  ofte  verbieden . 

Maer  als  het  bevel  van  den  overften  opentlyck  ftrydt  teghen  Godt, 
dan  en  magh  men  hun  gecnfins  gehoorfaem  wefen,  want  de  heeren 
cnde  meefters  en  hebben  daer  toe  geene  macht  j  ende  de  dicnft-bo- 

den 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  p3 

den  en  moghen  foodaenigh  gebodt  noyt  volbrenghen.  \'^''ant  wat    ^,id  enim, 
ift,  dat  den  menfch  gebiedt ,  feght  den  •*  H.  Bernardns  ;  als  het  Godt  <i:--odu,hetho- 

vei-bicdt?         ^  "^cJ'SlZ 

Sx\  ick  eenen  menfch  hooren,  ende  (lom  blyven  voor  Godt?  In  ^J'l'.  rf^'. 
geender  maniere  feght  hy.  De  Apoitclen  feyden  >  beter  is  het,  Godt  nem  funhs 
onderdaenif^h  te  fvn  als  de  menfchen  .  Godt  felve  feyde  teghen  Adam:  ^"  ^  nonJTc 
Om  dat  ghy  geh'oorfaem  fyt  geweeft  aen  uwe  huyfvrouwe  meer  als  '^'"fdiunus 
aen  mv ,  vervloeckt  zy  de  aerde  in  u  werck .  Mdius  e/}  o- 

Soo  dan  men  magh  het  gebodt  van  wat  overften,  dat  het  mocht  heJtre  v>eo,, 
wcfcn,  noyt  volbrengen,  als  het  in  fyn  felven  quaedt  is,  anders  het  ï'-'-""'"""""- 
foude  meer  eene  ongehoorfaemheydt  fyn  als  gehoorfacmheydt .  Soo  /tiam'ad !!<- 
fprcckt  den  H.  Bern  ar  dm  .  dam:  Pro  eo, 

Uyt  al  het  welck  men  genoegh  can  fien ,  dat  de  knechten  ende  1'""^  obedifli 
maertcn  hunne  meellrcrs  ende  meeltcrnen  noyt  en  moghen  onderdac-  7,!^\;„^,^J^ 
nigh  fyn  m  het  ghene  dat  opentlyck  fonde  is ;  ftreckende  teghen  mex,»t.iiec{i'. 
den  wille  ende  eereGodts,  die  men  voor  alle menichen  gehoorfaem-  cUterr.tino- 
heydt  moet  betoonen  5  noch  hy  en  fal  alle  goede  ende  getrouwe  ^'."f"l'J^'^ 
dienft-boden  niet  ongeloont  laeten .  Gelyck  den  *  H.  Paidm  boven  /,'',„  cjnoüL-et 
aldus  feyde:  Ghy  knechten  fyt  onderdaenigh  &c.  wetende,  dat  een  e  Lvnv-hentc 
iegclyck,   wat  eoedt,  dat  hy  doet,  dat  van  den  Hecre  fal  ontfan-  coiifi.it non ef- 

Up  fi    chedientt- 

&  amfci  inohe- 

Diën  getrouwen  dienaer  van  den  honderften  man  geefter  oock  ge-  4icnt,am.  s. 
tuvgenillè  van  :  Defen  knecht,  die  van  fynen  meeftér  om  alle  f)nc  ^e-.utfupra. 
getrouwe  dienllen  feer  bemindt  wierdt ,  was  ongeluckelvck  eeflagen  ^  ,  j-, 
met  ecnegcraecktneydt,  den  meeiter  haddc  met  hem  een  groot  mede-  d,mini<  car- 
lyden ,  foo  dat  hy  felf  tot  Chnfiam  gonck  ,  om  voor  fynen  dienaer  n.ibbui  a^:. 
fynegcnefingeende  gefondtheydt  te  vcrfoeckcn  ,  endefiet,  die  wierdt  /"«f" >'?'"'- 
hem  gejont,  jae  Cbriftm  felf  quam  hem  beloecken  ende  genefen,  ge-  "n^Jfc,-,  q',i"d^ 
lyck  het  ftact  by  den  H.  Alatthóim .  aimi',  feccrit 

Ick  fal  hier  voor  het  lelr  noch  bybrenghen  de  lofïelycke  getrou-  t">mim,hocrt- 

wigheydt  cerbewyfinge  ende  gehooriaemhcvdt  van  eene  dienft-maesht  "^'^'a-c^Lc 
1  1  ^    1      r  11'         «  n     <         1  p       ?»o.  aa  t-pnei. 

tot  haere  vrouwe,  de  welckeleer  edel  was.  Alle  beyde  gevanghen  6.  -».  5-. 
fyndc  van  de  IVandaelen  ,  waeren  voor  llaeven  vercocht  aen  eene  ^ 

barbacre  vrouwe,  ende  meefler:  Als  wanneer  defe  gevangene  dienft-  J'''^"^-"""", 
maeght  haer  barbaere  vrouwe  feer  wel  diende,  daerom  en  liet  fy  niet  exlmpü'^Vo. 
hertelyckende  oodtmoedelyck  te  dienen  haere  mede-gcvangenc  mee-  -td  Enfl^itium 
fterflc,  ende  aen  haer  alle  andere  dicnflen  met  liefde  ende  cerbicdi,n-  ■£>'ƒ"/'•  ^50- 
ge  te  bev/yfen,  gelyck  fy  dcde  voor  de  flavernye  ;  om  het  v,'elck 
fy  door  Godts  beiiieringe  met  eenrandtfoen  van  goede  menfchen  uvt 
de  ilavernye  wierdt  verloft  ,  gelyck  het  oock  dnernaer  met  haer 
edele  vrouwe  gefchiede  door  de 'milde  goedcjonfUgheydt  van  den 
feer  ecrweerdighen  c-  Theodorenu  Bifichop  van  Cyfras^  den  welck  en 
de  hiiionc  felf  verhaelt .  '      M  '5  Dit 


rum . 


P4DE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Dit  cort  dicht  fiil  ons  de  hiftorie  oock  voorfteUen . 

Het  is  maer  al  te  waer  dat  cnfch  oft  oorloghs  facclcen 

Heel  fwyfelnchiivji  /)»  om  tot  den  crans  te  raecken  j 
Den  crygh  heeft  hop''  en  vrees  ^  V  is  feker  en  gewis  ^ 

Dat  een  begonnen  crygh  heel  wankel haerio-h  is . 
Men  vecht  van  wederi.-\dts ,   elck  een  de  cans  wilt  waeahen  ■ 

Her  van  getuygen  is  V  onwtnneljdk   Carthagen  j 
Al/ier  dat  onwinbaer  fcheen  met  al  hasr  fterckt''  en   macht , 

Daernaer  des  vyandts  handt  ten  leften  onderbracht  ^ 
Beclom  het  met  gcweldt;  dan  van  des  vyandts  handen 

Gejilundert  en  berooft  van  al  haer  befie  tanden; 
Het  oorloghs  volck  vermoort  j   de  refle  vol  van  ro^i^v 

Gevanghen ,  of  vercocht  met  mentgh  edel  vrouw . 
Alen  hoorden   anders  met ,  als  fuchtcn   ende    kermen ; 

Alaer  alles  was  voor  >net ,  geen  hof  van  te  ontfermen 'j 
Dan  van  het  oorloghs  vu  lek  voor  V  claeghen  onberoert  ^ 

Een  maert  met  haere   vrorni/  eylaes  wierdt  ivechvevoert , 
Jf  at  droever  flavernj  !  van  fiaet  foo  te  veranderen  ! 

Sy  fpreken  met  een  woordt^  maer  fuchten  met  malckan''ren  ! 
De  dienfl-maeght  met  haer  vrouw  van  droef hcjdt  fchier  veraaet  y 

Te   meer  als  elck  op  een  een  ii/eenend'  ooghe  Jlaet . 
Ej/laes !  die  edel  vrouw  moet  als  een  Jlave  wercken  j 

Doch  met  een  teer  gemoedt  die  maeght  comt  haer  te  flercken  : 
O  weerde  vroim' ,  feght  ff ,   tn  u  d.roef  ongeval , 

lek  hope  ^  ^^^  goeden  Godt  ons  haefl  verlojfen  fal , 
Voorts  tot  haer  grooten  lof^  heel  weerdt  te  fjn  geprefen; 

De  maert  heeft  aen  haer  vronii-  en  dtenfi  en  plicht  beivefen; 
Een  ieder  cond'  het  Jien ,  dat  in  den  d.rnck  en  noodt , 

De  een^  aen  d^  ander  flacf  den  dienfi  en  d'  eere  boodt . 
Jae  V  avondts  aen  haer  vrouiv ,  om  V  hertfweer  te  verfoeten^ 

De  mejt  by  wjlen  wtefch  haers  vrotni's  beflaefde  voeten . 
Haer  bedd^  oock  wierdt  gemaeckt .   Aldm  tot  V  morghens  vroegh     ' 

Als  d^  edel  vrouw  wat  fliep  ^  de  maert  goe  forghe  d?begh. 
Veel^  die  dees  wonder  liefd^  tot  haer  meefierfe  faghen  ^ 

Daer  waeren  in  verhlydt ,  Godt  felf  h.idt  fyn  behaeghen  : 
'k  En  west  niet  ^  wat  foldaet^  een  cloeck  en  dapper  hcldt 

Heeft  defe  maeght  ii.'el  haefl  op  vryen  voet  geflelt  > 
Maer  tot  hasr  fmert ^  %vanneer  de  vrot'.w  noch  bleef  in  d"  handen^ 

Tot  dat  niet  lanck  daernaer  een  Bifchop  dier  landen  ^ 
Daer  aengecor/ien  tvits ^  en  foo  veel  heeft  gemaeckt^ 

Dat  oock  de  edel  vroni^'  wel  hacfi  is  vry  gemaeckt. 

Dtii 


UVTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  j)f 

Dus  ii'ierdt  de  macght  beloont  van  Godt  en  van  de  menfchen 

A'Iet  hner  beminde  vrouw ,  den  ivenfch  van  al  haer   ivenfchen , 
In  vrydom  nu  geflelt ,  verlojl  ujt  jlaverny , 
Godt  fraven  allen  lof ^  en  ivaercn  famen  bly . 
It  fal  genoegh  fyn  van  de  verbintenillè  van  de  dienft-boden  tot 
hunne  overlten  .   In  den  volgenden  paragraei  ofte  afdeylinge  fal 
jck  fpreken  van  de  fchuldige  plicht  van  de  meellers  ende  mcelterP- 
fcn  tot  hunne  knechten  ende  maeiten . 

2.    §. 

Van  ds  verhintenijje  van  de   meejlcrs  ende  tneejlcrjjiii  tot 
himm  knechten  ende  dienjl-maeahden .. 

GElyck  den  Apoftel  de  dienft- boden  leert  ,  wat  fy  fchuldigh  £^,,,^^„  •  • 
f/n  aen  hunne  meeiters  ende  meeilerflen,  foo  leert  hy  oock,  cxdem  fucne 
hoe  de  meellers  ende  vrouwen  hun  draeghen  moeten  tot  hun-  iiiti,remntei\. 
ne  dienll-boden  .  Soo  fprcckt  hy :  Ghy  heeren  doet  hun  lieden  (  uwe  '"  »"«.". 
dicnll-boden  )"dcfgelyckx,  achtcrlactende  de  drcygementen,  weten-  \^^'ïii"rumu' 
de  ,  dat  den  Hccre  van  hen  lieden ,  ende  van  U.  L.  in  den  hemel  is,  yefier  Dcmi- 
ende  de  uytneminge  der  pcrfoonen  by  Godt  niet  en  is.  uusmcxiuefi 

In  het  generael  gefprokcn,  meefters  ende  mcerterfTcn  moeten  in  ^un/lae'^io 
het  beftieren  hunder  dienft-bodcn,  knechten  ende  maerten  redelyck  „on  e/ apui 
voortgaen  ,  niet  te  goedt  fyn,  ende  niet  te  11:  r  af  ofte  quaedt ,  anders  Df«»;.  ad  E. 
oock  handelende  met  de  goede,  ende  met  de  quacde  >  fy  moeten  phel.  6.  r.9. 
altydt  vermacnen,  die  plichtigh  fvn  . 

ïn  het  cort  gefeydt  ,  fy  iyn  verbonden  voor  hunne  dienll-boden 
forge  te  draeghen  in  het  gliene,  dat  het  lichaem  ende  de  Hele  aen- 
gaet . 

Aengaende  het  Lichaem:  De  reden  vercjfcht,  dat  de  overden  aen 
hunne  knechten  ende  dienll-macghden  noodigh  voedtfel  moeten  ge- 
ven . 

Den  a  Ecclejtaiiicjts  fpreckter  aldus  van  :  Voedtfel ,  roede ,  ende  a 

den  lall  de  werckende  becfl ,  broodt,  callydinge  ,  ende  het  werck  '^''""•^  • ''•" - 
den   knecht.  'j:no,panlsa' 

Het  is  maer  al  te  waer  ,  dat  de  dienfli-boden  ,  die  men  hunnen  dijcipima  o- 
noodt-druft  niet  en  geeft,  veel  meer  onder  de  handt  f.illen  wcchne-  '""'  fi'">'o- 
men  van  fpyfe  ende  andere  dinghen,   als  hun  voedtfel  coften  foudc.    " '"  ^  ^'' 

Dacr-en-bovcn  foodaenige  fchrockheydt  wordt  gemcenelyck  oock 
bekent  gemaeckt  van  de  dienll-boden  aen  de  andere  menfchen,  aen 
de  wclcke  fy  hunnen  noodt  claeghen,  het  welck  tot  fchande  ftreckt 
van' die  fchrocke  ende  fchacrfche  racellcrs  ende  vrouven. 

Pen 


96   DE  GODDELYCKE  VOORS I  EN  IC  H'IL  YDT 

a  Den  a  H.  yltrJjrof:^  heeft  hier  op  dele  bemerckinge  teghen  foo- 

Sunt  qm  ma-  dacnigc  overften,  die dickvvils  meer  Ibrgedraeghen  voor  hunne jacht- 
S"  "»'»»'".  honden;  Sy  willen,  ieghthy  , -.illc daghen  ielts  teghenwoordigh  fyn, 
rwm"'  'cZlm  cndc  fien ,  of  men  die  honden  goedt  voedtfel  geeit,  foiider  te  letten, 
gerunnjitoti.  of  de  dicnll-bod^n  honghers  noodt  lyden,  ofte  niet,  daer  voor  niet 
diMum  illii  feer  beforght  fynde  .  Dit  is  voorwaer  Ichandelyck  ,  ende  onredelyck, 
abim  in  fui  feg^t  Jen  felven  H.  Vader,  dat  men  honden  in  hceren  huyfcn  vet 
^MflrlTd^i-  ende  wel.gevoedtfiet  loopen  ,  daer  de  dienft-boden  flauw  ende  bleeck 
tes.qiii Ktmm  fyn,  cnde  q-iaelyck  connen  voortgaen  by  gebreck  van  voedtlel. 
fci-viftmemo-  j^  teghendccl den  ^  IVjfeman  leght,  dat  mende  dienlt-boden  niet 
rianturypo-    j       lecker  en  maeh  opvoeden,  die  men  anderfins  foude  bederven, 

ram.  rides in  ,      •         ,,       ^       '     °       ^  '^    ,l       j-     i  i  )  1       i  u 

Konmitlorum  cndc  UI  alles  louje  tegiienltrydigh  maecken,  ende  quaelycK  aen  het 
fiom!bM,niti.  werck  cryghen.  Sommige  van  die  knechten  fuUen  eten  voor  leven, 
dosKjy  cra/fos  c^ide  quaclyck  wercken  voor  eencn  :  ALiniiam  f  er  feite  ^  e  non  fervj- 
rere , hommes  »»  ƒ"''  »«» ï  gclycK  h.'t  Uahacnfch  Iprceck  woordt  leght. 
üKtem  palief.  Men  moet  de  knechten  rcdelyck  voedtfel  geven ,  om  hun  werck 
cere  C7"  tn:-..  te  conncu  docn .  noyt  en  magh  meufc  oock  ledigh  laeten ,  maer  al- 
tT's'hL^i.  ^y^^  ''^  ^^^  werck  houden  voig-ns  het  feggen  van  den  '■  Ecdejïajh' 
ferm' II.        <^^  '  Want  de  ledigheydt  veel  quacdts  voortbren^hE. 

b  Men  magh  oock  de  dienll  bodrn  niet  te  veel  opleggen,  alles  met 

Q^i    deiiMe  m.^etcn,  Necj'tid  fiimis .  Men  fpaertfelfde  ilaevcn,  enae  de  beellen  , 
t/ir2'mll'im  ^^^  anders  befwycken  tot  fchaede  enJcfchande  vanden  meeller. 
fuum,  poflea       Ecncn  Chriltcncn  behoort  oock  bermhcrtigh  te  wefcn  met  fynen 
fentiet     eiim  dicnaet,  die  oock  eencn  Chrilten  isj  al  is  hy  knecht  van  cuaduie, 
conMmuem.    ,      -^  brocdcr  Hacr  de  gratie  fei^ht  den  <^  H.Ami?,ofiM.  ende   het 

c  waere  ecne  Ichande,  hem  geenlins  te  Ipacren,  daer  liy  oocxc  eenen 

Mittc  illum  dienil-bode  foude  connen  geweell  hebben . 

inoperMionr,  Hicr  dicut  oock  gclcydt  dat  de  meelters  cnde  mecfterflen  niet  te 
""TJm»!rt-  rtrafPïT^e  te  wrecdt  en  moghenwefen  teghen  de  dienlt-boijen,  hun 
l'ituim  doiiih  geene  quaede  naemcn  gevende  ,  oock  niet  llootende  ofte  flaende, 
otiojit.té.^cc.  daer  fy  geen  recht  toe  en  hebben,  gclyck  de  heydencn  hadden  over 
^^"T^ff^"^  hunne  llaeven,  nochtans  oock  niet  alle  recht  van  wreedtheydt,  het 
domvli'sChri-  wclclc  hier  voortydts  oock  berifpelyck  wasj  dit  fal  blyckcn  uyt  het 
fliaiiofervonö  volgcudc  gcval ,  dacr  e  Seneca  v.xn  fpreckt :  Als  wanneer,  leght  hy, 
parcit,  mini-  j^j-  ^t^gujttij  Cxfar  Kcyfer  van  Roomcn  eens  te  galt:  was  by  Poduis 
merejpiaens,  p„//^o eeneu  wTccden  hccr ,  het  ecbeurde,  datter  eenen  van  fvne  dic- 

etji  lervus  Jit  ,        ,  -^  <-',._.■'  ,  ,  ■' 

coititiione,  uaci's  quani  te  breken  eenlchoon  chrutaiyn  gelas  j  Poduu  fynen  heer, 
gratia  tarnen  als  of  iiy  lict  iiict  cn  haddc  geficn,  gaf  liilkkens  Uil:  aen  eenen  vau 
f:xter  f/-  S"  lyiig  andere  knechten  ,  dat  men  hem  foude  worpen  in  eenen  vyver, 
e  "scnc'ca  lil.  °"''  ^'^^^'  ^^"  ^^^^  iooYtc  van  vifTchcn  opgectcn  te  worden .  Defcn 
3. (/t;>.i.f.40.  knecht  geraeckt  fynde  uyt  de  handen  van  de  andere  knechten ,  quam 
fich  worpen  voor  de  voeten  van  den  Keyfer,  niet  biddende  om  de 

doodt 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ^f 

idoodt  te  ontgaen  ,  macr  om  niet  opgecten  te  worden  van  die 
v.'reede  vidchen.  Den  Keyfcr  hier  ten  uyterflen  verwondert,  ende 
alles  verftaen  hebbende  ,  nam  feer  qiiaelyck  de  wreedtheydt  van 
Tollio  ,  ende  ontilocgh  teriiondt  den  knecht  van  de  ilavernye  , 
cndc  dede  alle  de  chriilallyne  gclafen ,  die  daer  waerea  in  itucken 
breken ,  ende  den  vyver  met  aerde  vullen . 

Eylaes  I  fict  mca  'nu  oock  niet  Ibmtydts  in  de  huyfcn  van  de  groo- 
te  hceren  ende  in  de  hoven  der  Princen ,  alwaer  de  dienaers  gecne 
flaven  en  fyn,  nochtans  foo  quaclyck  gehandelt  worden,  ergens  ora 
een  gebroken  gelas ,  dnerom  worden  fy  oock  uyt  denhuyie  gcjaeght, 
rnet  wcygcringe  van  hunnen  verdienden  loon,  het  v/elck  voor  Godc 
ende  voor  de  menfchen  onrechtveerdigh  is,  over  het  v/elck  Godc 
cp  fvnen  tydt  wraccke  lal  nemen  j  ten  fy  dat  fy  hunne  dienll-bodcn 
voldoeninge  geven.  a 

Dit  wcygeren  vanarbeydts  loon  wordt  gehouden  voor  eene  alder-  S<:c(  mercts ai 
grootfte  fonde,  jae  cenefonde  die  om  wraecke  roept  tot  Godt,  a  Merces  '"^'^TJT' 
oferartortnn  defi-a'tdata .  Den  H.  Apoftel  7'^r»/'»«  fprcckter  aldus  van;  eflayoblfif. 
Siet  den  loon  der  werck-lieden  ,  die  van  U.  L.  onthouden  is  ,  die  >r>at,z?i:iamor 
roept,  ende  den  roep  van  die,  is  eecomen  in  de  ooren  des  Heeren  *"'■''»'""=»- 
der  hcyrcrachten:  Wic  en  fiet  hier  niet,  ot  het  roept  wraecke  te-  salhuotl,  /«- 
ghcn  Godt,  als  men  den  aerbeydts  loon  afrrcckt  van  de  dien(l-bo-  «roiTv/.jac.y. 
den  ofte  werck-lieden,  die  in  bet  fweet  huns  aenfchyns  mctgrooten  ''•4- 
aerbeydt  hun  beftecdt  hebben  ten  dienfte  van  hunne  meelters.  ,  „^     ,,  . 

De  heeren  otte  meefcers  fyn  altydt  in  contcientie  verbouc'cn  naer  revjufthia. 
het  i^evoeienvan  de '' Godts-geleerde  aen  hunne dicnit  boden  de  vol-  l-i.c-z^.dub. 
ie  verdiende  huere  te  bctaelen,  cndc  niet  te  verminderen  ,  om  er-  7'^l'*'f^^°' 
ge'ns  by  ongeluck  een  gelas  oft  iet  fulckx  gebroken  te  hebben,  het  cftii.'on"'. 
weick  acn  de  meeftcrs  i^'-s  hadde  connen  overcomen.  Sy  moghen  dip.^^jeci.}. 
de  dien [l-bv9den  daer  over  v/el  Itraftelyck  vermaenen,  op  dat  fy  daer-  ^'^"^  lom.i., 
naer  voorfichtigcr  fvn,  maer  de  huere  daerom  niet  verminderen.        j^"  '^"^ 

Men  magh  de  dicnil-bodcn  oock  niet  wcchfcndcn  fonder  groote  c 

reden,  voor  den  volcomen  tvdt,  dat  i'y  ingehuert  fyn,  of  men  falfe   ^P'"'  ^  ■^• 
de  volle  ■  huere  betaelen  .       '  uT.^K''Tdi 

Men  flct  boven  dien  ,  dat  dien  onrechtveerdighcn  handel  oock  Fwj-.rèi,  ca- 
dickwils  ftrcclct  tot  oneere  endefchandc  van  foodaenige  overlcen.        'f»''"  /'"«<«. 

Hoort  hierop  een  geval  van  e^enonrechtveerdighen  ''  Edelman,  '""•  §•  4- "'-/ï* 
4'is  den  loon  van  den  <e?rtïïei^idcn  arbeydt  aen  fynen  knecht  ten  on- 
Tcchte  wc}-gerde,  ende  geenlins  bctaelen  en  wilde.  Den  Edelman 
v.'icrdt  hierom  van  des  knechts  vader  in  het  recht  voor  de  heeren 
getrockcn  ,  daer  vcrfchyncnde  fcyrfe  aen  de  heeren,  dat  hy  geenen 
'anderen  dienft  van  fyncn  knecht  genoten  en  hadde  als  dat  hy  hem 
-lanx-dc  ftraéten'  hadde. gevólght  j  den  knecht  bekende  het ,  feo-gende , 

N  ""      dar. 


p8  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIokEYDT 

dat  hy  het  wel  6  jaeren  gedaen  hadde,  het  welck  de  heeren  verftaen 
hebbende,  gaeven  ten  lellen  dit  vonnis  teghen  den  edelman;  Is 't 
dat  ghy  dit  achtervolghcn  van  uwen  knecht  wel  6.  jaeren  lanck  gee- 
nen  dienft  cnfeght  te  wefen  ,  feer  wel ;  ghy  fult  dan  oock  6.  jaerea 
achter  uwen  knecht  gaen ,  ofte  ghy  fult  hem  fynen  vollen  loon  be- 
taelcn,  het   welck  den  edelman  hoerende  vertrock  terftondt  met 
groote  befchaemtheydt ,  fynen  knecht  wel  haelt  fyne  volle  huere  be- 
taelende,  niet  fonder  groote  mifachtinge  cndc  verminderinge  van  fy- 
nen naem .  Maer  het  principaelfte  is ,  dat  die  onrechtveerdige  mee- 
fters  Godt  moeten  vreefen  dien  opperden  heer  ende  meeiler,  wiens 
ftraffe  fy  eens  te  verwachten  hebben  j  den  wekken  oock  fomtydts 
wraecke  neemt,  door  de  knechten  felf. 
i"  aFi-ancifcw  Senenfis  vcrhaelt  hier  van  eene  droeve  gefchiedenifTe.' 

francSenen-  Eenen  fekcren  knecht  in  dienft  fynde  van  eenen  grammoedigheti 
(ul.ieK^p.  gjjjjg  moeyelycken  mecfter,  die  altydt  heel'fpytigh  was,  doorgaens 
claegende  teghen  al ,  dat  den  knecht  dede  ,  ende  hem  beter  met 
ftocken  betaelde,  als  met  verdient  geldt,  delen  knecht  om  dierge- 
lycke  voorvallen  was  eens  geraeckt  in  eene  raefcnde  gramfchap ,  en- 
de fich  niet  anders  connende  wreken,  hy  vat  de  twee  cleyne  foont- 
jens  van  fynen  meeiler,  het  een  van  een,  het  ander  van  twee  jae-  - 
ren,  climt  met  de  felve  op  eenen  hooghen  tooren,  van  dacr  fynen 
mecfter  om  leegh  toeroepende  ende  feggende  ,  dat  hy  fyne  twee 
foontjens  met  open  ermcn  foude  vatten  ,  ende  llrax  hunne  hoofde- 
kens teghen  den  muer  geplettcrt  hebbende,  worptfe  alle  beyde  van 
boven  neder,  ende  ten  lellen  fyn  felven  daer  by  ,  om  niet  levendigh 
te  vallen  in  de  handen  van  fynen  boolën  meeiler,  ende  niet  gellraft 
te  worden . 

De  heeren  ende  meefters  en  moghen  alleen  den  meefter  niet  fpe- 
len,  maer  moeten  Godt  oock  vreelen,  ende  hem  voor  ooghen  heb- 
ben,  gelyck  den  ^  H.  Cypnams  wel  feght ,   foo  fpceckt  hy :    Ghy 
focckt  van  uwen  knecht  wel  gedient  te  fyn ,  ende  ten  zy  hy  u  wel 
b         dient  naer  uwen  wenfch ,  ghy  lloot  hem ,  ende  ghy  flaet  hem,  en- 
Iffe  de  f-rya  dc  als  ghy  foo  den  meefter  fpcclt,  ghy  en  vreeft  uwen  Godt,   uwen 
tuoe.xigiffir-  opper-meefterniet,  dicugrootelyckx  icralïencan.  Dat  is  eene  rccht- 
Vró1"ol"ll  veerdige  vermaeninge. 

trrj  ferviAf.ir  Hicr  moct  icK  oock  ccn  WO ordt  leggen ,  van  dic  heeren  ende  mec- 
fiageiiK  -ver.  fters  ,  dc  wclcke  voor  hunne  fiecke  dienll-boden  foo  luttel  forghe 
lerM,tr,icn  ,jf^Qg[-iQ^^  ende  als  wanneer  fy  teroorfaecke  van  hunne  cranckheydt 
ani"?,mVrum  Wat  bctct  fpyfc  cndc  dranck  van  noode  hebben  ,  dacrnaer  dat  van 
tn,um,uimex-  den  prys  van  hun  geldt  afcortcn,  het  welck  ten  uyterllcn  quaelyck 
erccu  dvmi.  gedacn  is ,  ende  noch  fchandelycker,  als  fy  dic  uyt  denhuyfe  lenden  , 
pdanu's."/.4'  0111  huo  fclvcn  crgens  te  helpen  in  een  gafthuys,  oft  op  een  ander  , 
-  tpjïja  $.  het 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  9S> 

het  welck  oock   ftrydt  teghen  den  eerlycken  handel  ende  gemeene 

liefde,  de  Chri'lelyckebcnTihertighcydt  verhe)'fcht ,  dut  de  meefters 
ofte  vrouwen  voor  hunne  crancke  dienll-boden ,  bclbnderlyck  als  ly 
hun  ncerllelyck  ende  getrouwelyck  gcdienc  hebben,  meer  forghc 
ende  liefde  draeghcn ,  ende  uyt  hacr  huvs  niet  en  lenden . 

Da:  fy   hunne  ooghen  flaen  op  dien  foldacc  van  den  honderftea  ^ 

man ,  den  welcken  fynen  fiecken  lanck  in  fyn  huy^  hadde  gehouden ,  Domine  pun 
daernaer  oock  fclf  gaende,  tot  Chnfins,  om  voor  hem  fyne  gefondt-  '"(•«s  jactt  in 
hevdc  te  verfoecken  .  Hy  badt  den  SalijTmaecker  in  defer  voeghen:  «'■''""""/'*• 
"  Hcerc  mynen  knecht  light  m  myn  huys  gichtigh  ,  ende  wordt  „^U  torque- 
fwaerclyck  gepynightj  hv  light,  feght  hy,  in  myn  huys,  Jacet  m  »«>-. Matth. 8. 
domo  men^  niet  ineen  gafthuys,  alsof  hy  wilde  feggen:  Om  fynen  ■*•^• 
getrouwen  dienll:,  ick  en  heb  hem  uyt  myn  huys  niet  gefonden,  CummuUiai 
maer'hcbbe  hemby  my  gehouden,  ende  voorden  van  alles  j  ick  bid-  chn/iitm  ac~ 
de  u  ,  dat  ghy  hem  gelieft  te  genefen .  Dit  groot  betrouwen  op  cederent,  tU» 
Chrijiit-s ,  ende  fyne  bermhertigheydt  tot  fynen  dienaer  was  den  Sa-  ^il'J^'Jn  ^''' 
lighmaccker  foo  aengenaem ,  dat  fynen  knecht  niet  alleen  en  wierdt  fiUo,aUH,^pra 
genefen,  maer  fvnen  heer  creegh  oock  voor  fyn  felven  het  geluck  ami.o  defre. 
van  de  faligheyd't  fynder  fiele  <are.,.r,'i»UKt 

Den  geleerden  ^  Ongenes  heeft  hier  op  eene  fchoone  bemerckin-  iul /oU^cr!i. 
ge:  Als  wanneer,  feght  hy,  datter  veel  by  Chriftus  quaemen,den  yit,c^hocef 
ecnen  om  de  gefondtheydt  te  crygen  voor  fynen  broeder,  cenen  an-  ""^  augnun- 
dcren  voor  die  van  fynen  fone ,  den  derden  voor  die  van  fynen  vriendt  'j^"*-  pt"/""-' 
ende  niemandt  voor  die  van  fynen  knecht  alsdefen  honderften  man,  erat.  óngin. 
dat  heeft  Chrillus  foo  behaeght,  dat  het  hem  gedient  heeft  tot  fy-  liom.^.exya- 
ne  laligheydt.  '"!"■    ^ 

Dit  is  nu  ï^enoetrh  aeneaende  de  forche  van  het  lichaem,  de  welc-  ,„  ' /"IT/T 
ke  behoorden  te  hebben  de  heeren  ende  mcelleri  tot  hunne  dienll-  ƒ    rationem 

boden.  froanimahm 

Ick   komc  nu  tot  de  verbintenifTe  die  de  overften  befonderlyck  ''/Jlj'^aiffb 
moeten  hebben  voorde  Helen  van  hunne  knechten  cndedienll-maegh-   13^.17. 
den,  van  de  wclcke  fy  aen  Godt  rekeningc  fullen  mosten  geven,  d 

gelyck  feght  den  ^  H.  Paulus .  Mand.iyltu. 

Den  d  Ecclejï,i(irci^  feght  ,  dat  Godt  aen  ieder  een  bclaft  heeft,  "LoLumoruo* 
forghe  te  draeghen  voor  de  faligheydt  van  fynen  evennaeltcn ;  hoe  Euli.  17.12. 
veel  meer  vanlvne  huyigenoten,  dat  is  vonr  fyne  kinders  ende  dicnft-  e 

boden ,  om  wclcke  leiïe  de  heeren  ende  mccfters  des  huv-fgefins  00c'  -    ^'  J""  ^"°' 

1     ,-        ,       ,-  ,      ,  ^    ,       -  , .    ,         ,    •'  f  ,  ram  C5-  maxi- 

moeten  belorght  lyn  aengaende  haere  fiele  laligheydt  als  voor  hun-  mf  </««<•/««. 

nC   kinderen  iclfs.  rummram  nS 

Den  e  H.  Apoflel  Patdm  fpreckter  noch  van  in  fynen  i.  brief  tot  Ifl^]/''"^ 
Ttmotheum:  Is 't  dat  lemar.dt ,  feght  liy  voor  de  fyne  ,  ende  meeil  ZfidJlT%u. 
voor  fyne  huyfgenoten  gcenc  forghe  en  draeght,  die  heeft  het  ge-  ncr.i.  <f</Ti. 

IS  i  loove  moth.5.8. 


100  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT  \ 

loovc  gcloochent,  niet  met  de  woorden,  maer  met  de  wercken  en- 
dc  met  de  daedt,  want  Godt  ende  het  geloove  leert  ons  ,  dat  den 
ghenen  die  fyne  huylgenoten  veronachtlaemt,  oock  veronachtfaemt 
het  geloove,  het  fondament  des  Chriilendoms ,  ende  oorfaccke  geeft 
aen  de  ongcloovigc,  datfy  dacrom  het  geloof  Ibuden  comen  te  ont- 
eercn,  gelyck  het  uytlcght  den  geleerden  a  Lapide 

Den  H.  Apoilei  vocghtcr  noch  by,  dat  hy  ergher  is,  als  eeneii 
ongeioovighcn,  Eji  injideli  detenor  ;  gemerckt  dat  de  ongeloovige 
door  eene  indruckinge  vande  nature  forghe  draeghen  voor  de  ghe- 
ne,  die  hun  arngacn,  v-ant  de  Hefde,  oock  naer  de  nature  gefpi'o- 
ken;  dat  verhtyfcht,  het  welck  befonderlyck  in  der  fielen  beforgin- 
ge  moet  plaetfe  hebben. 

Soo  dan  de  mceflers  ende  meeftcrflen  fyii  verbonden  hunne  huyf- 
genoten  ende  dienlt-boden  te  doen  onderwyfen  in  deChnltelyckc 
lecringe ,  ende  hun  oock  tydt  te  geven ,  om  op  de  fondaeghen  ende 
heyligh-daeghen  miflè  te  gaen  hooren  >  hun  oock  verweckende  tot 
de  HH.  Sacramenten  van  de  Biechte  ende  H.  Communie. 

Sy  moeftcn  hun  boven  dien  fon^tydts  laeten  gaen  naer  de  fermoo- 
nen,  naer  het  lof,  ende  andere  kerckclycke  dienllcn.  Het  is  oock 
ten  uyterllen  prysbaer  dat  de  overlten  des  huyfgclins  hunne  dienfl- 
boden ,  maerten  ende  knechten  's  avondts  re  lamen  roepen ,  om  te- 
ghenwoordigh  te  fyn  in  de  Litanioi  van  alle  Heylighcn,  ofte  van 
onfe  lieve  Vrouwe.  Dat-menfe  oock  verwecke,  om  eer  fy  gaen  ru- 
ften ,  hun  gcbedt  te  Horten ,  ende  hunne  confcientie  te  onderfoec- 
ken ,  ende  van  Godt  vergiffenifie  te  vraeghcn  met  een  rouwigh  hert 
over  al  haere  fonden . 

Met  een  woordt  gefeydt  dat  de  ovcrflen ,  mccflers  ende  vrouwen 
hun  befte  doen  ,  foo  veel  als  hun  ampl  het  toelaet  ,  dat  hunne  on- 
derfaeten  onderhouden  de  geboden  Godrs  ende  die  van  de  H . 
kercke,  ende  inhct  ócfonderm.oetenfy  beletten  alle oneerlyckheydt, 
dronckenfchap ,  ende  andere  fonden  \  oock  niet  toelaetcnde,  noch  leu- 
ghentael,  noch  vloeckcn,  oft  iet  fulx. 

Om  hier  in  pi'ofyt  ie  doen,  de  ovcrften  moetcii  hunne  dienft-bo- 
den  met  gocdt  exempel  voorgaen,  het.^welck  meer  cracht  fal  heb- 
ben, als  veel  woorden.  Ter  contrarie  quaede  exempelen  vanheeren 
ende  meeficrs  fyn  ten uyterilen  ichadelyck .  Den  H.  Hieronjmm  feght , 
dat  men  uyt  de  quaede  manieren  van  de  hcercn  meeftendeel  can  oor- 
dcelen van  de  dienft  boden .  Ende  het  en  is  niet  te  verwonderen 
feght  fcer  wel  den  //.  Chnfoftomtu  ^  dat  de  dienfi-boden  aen  de  fon- 
den onderworpen  fyn ,  gemerckt  dat  hunne  mecfters  ende  meefterf- 
fen  hun  befte  met  en  doen,  om  de  felve  te  vcrmaeuen,  ende  hun 
oock  door  een  gocdt  exempel  te  verwecken . 

Wacr 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  loi 

Waer  uvt  men  penoef^h  can  verilacn,  hoe  d;.r  alle  meeftcrs  cn- 
de  meelleincn  hunne  dienll- boden  moeren  traciucn  tebelHeren  met 
foedghcydt ,  ende  oock  fomtydts  met  feiingheydt ,  Godt  hier  in 
nacrvolgendc,  den  wekken  hier  op  uc  wereldt  alles  aldus  belliert : 
Dijponetis  omnia  foritter  &  fiavuer:  endc  met  gewicht  ende  maete : 
Jn Rondere  &  menfura.^  om  lbo  alle  menlchca  bequaemelyck  te  bren- 
ghen tot  de  faligheydt. 

II.    CAPITTFL. 

lo[tph    tot  quaedt   verfocht  [yiide  van  [ym  meeflerffe  ,   de 

hnyforoJiloe    van   Putiphar ,    ver[Ioot  de  jelve  ,  fuh 

bcoevsmle   op   de   l^lucht ,  fyneu  mantel   laete  nde 

in  haere    handen. 

^fi^lW.-^^n  haet  ende  den  nydt  is  niet  alsboosheydtgelyckhet  ge- 
*;ÏV^'^'if-fe  bleken  heett  in  de  broeders  van  Jofeph^  maer  de  lietde, 
^5  ^  ^.  als  fy  niet  reyn  en  fuyver  en  is ,  gaet  noch  voorder ,  en  is 
i^k^!^^^^ meer  te  vreelen:  inden  ftrydt  van  "jofeih  met  fyn  ontuch-  ^ ..  ^'^trum 
tigc  meelterfle  lal  hetblycken.  wuUerhMns 

Naer  den  haet  ende  nydt  der  broederen ,  feght  den  <»  H.  BaJlUiu  amores  impo- 
\z\\Sele:tcia^  volghde  de  vuyle  liefde  van  ecne  vrouwe,  die  debroe-  f"'*"  »  "''''< 
devs  inboosheydt  verre  te  boven  gonck,  teghen  welcke  liefde  Jofe^h  ''^,'^X"r"m u. 
heeft  gellreden  niet  fonder  eere  ende  glorie.  fe/,!,  een  amen 

Hier  is  wederom  een  fpcl  van  de  Goddelycke  Voorjïenighejdt  ons  [uit non nl f)-, 
voor  oo-'hen  Hellende  ,  nu  haere  fterckte  ofte  ib'afhevdt,  nu  haere  "'■'""«•  s.Baf. 

_        .    ,     ö  '  -        -'  S  elcuc.or.it. ^. 

loetigheydt.  _  de  ]ok^h. 

Jofeph  was  cerll  van  fyne  broeders  gcfocht  ter  doodt ,  het  welck  b  O'.m  a-go 
deii  Voorfienighen  Godt  door  Ruben  belettede,  daernaer  doov  jfud.tf  Afpacevx^- 
cenen  anderen  broeder  wierdt  hy  vevcocht  als  een  flave,  aen  de  voor-  '4'^/-//''"^,',". 
by-gaendejfmaëliten,  ende  corts  wederom  vcrcocht  in  Egypten  aen  'ijoi'.li'pr'^pl. 
PutiBhar  eenen  Princevan  den  Coninck  Pharao,  daer  hem  wederom  rataraX/om.-. 
de  roor/iefiiffheydt  Godts  om  fyne  dcuï^hden  ende  getrouwe  dieniten  "■''l"''^f^- 

,  ■'.       P   •■        .  J  ,     '-'  j  9)  in.^f.ii  ad  ma- 

de gratie  dede  wmnen  van  iyn:n  heer  ende  mecuer.  jcr.ipromoye. 

Dus  wierdt  hem  eene  beproevinge  van  Godt  bere)'ut,   om  naer  rcf.-.-r.  Lipp. 

de  oefFeninge  endc  cloecken  Itrvdt  ,  tot  meerdere  glorie  te  gcraec-  EpifcT^emi. 

k-cn,  gelvck  bemercKt  den  Biiichop  ''  Li^pomamt-s  .  U'd-ne'jorti.'i 

Door  Godts  toelaeten  den  duyvcl  quam  in  het  fpel ,  den  wekken  diaLo!uii,cu:~ 

gebruvckte  de  fchoonheydc  wn'jofe^h^  om  hem  te  verderven.  Ge-  f»"""  funüt 

iyck  den  c  H.  Chrjfofiomm  feght .  s    Chyf''^ 

N  3  -'■  De  /,;„,.  cC'" 


a 


roi  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

De  ic'hoonhcydt  moet  dan  fchacdelyck  iyn  ,  jae  Cv  h  peryckelcus 
endc  ongcluckigli  ,  feyde  ceitydts  Eimpcdes  :  Ptilclrntudo  ejl  res 
infeliv .  Endc  naer  hoc  gevoslen  van  Tljfophra'^o's  ,  [y  is  c:n  ibet 
aenlockendcbcdrogh  :  Pt/lchrüudn  efi  tacttn  deceptw  .  J'indarM  Icy de, 
fy  is  een  uycroepllcr  tot  de  oneerbaerhcydt :  Ptilchritudo  eji  pntca 
venerls  Door  defe  fchoonheydt  van  Jofeph  wierdt  fyne  meellerfTe 
aengclockt,  cerfb  van  den  duyvel  opgcftockt  :  fy  hadde  te  voorcn 
dickwils  verwondert  fyne  andere  deughden,  fyne  voorHchtigheydt, 
'fyne  vlytigheydt,  behendigheydt,  vcrnuftheydt  in  allcfyn  werck  ende 
beiHeringe  van  heel  het  Iniys,  fy  hadde  oock  haerbebneghcn  in  fyne 
fcbaerheydt ,  ccnvoudigheydt,  gevoeghfaemheydt  ende  foo  voorts  , 
maer  daer  by  tot  haer  achterdeel,  was  fy  befondcrlyck  vervallen  op 
Jofeph,  om  fyne  groote  fchoonheydt. 

Hier  begon  den  ibvdf  Syne  meefterfle  trachtede  hem  op  alle  ma- 
nieren te  trecken  tot  hacren  ontuchtigen  wille,  gclyck  het  feerwel 
uytleght  den  a  H.  Efhrem.  Sy  hadde  nu  Jofefh  eenige  daghen  bly- 
Domhia  ipfii  ygj^  aenfchoLiwen  ,  haere  ooghen  quaelyck  van  hem  aftrcckendc, 
%"ofèpir'exi-  endc  als  fy  gefien  hadde,  feght  hy,  dat  dicin  fuyvercn  jongclinck 
mia  pidhri'  bcgaeft  was  met  eene  ongemccne  fAoonhgydt,  foo  dcde  ty  haer 
tudine  orn,t-  uytcrftc  beltc,  om  hem  tot  haer  te  trecken  . 

*'!"''.',°M[f.  ï^cn  boven  genoemden  b  LtppomnnM  itclt  ons  dit  oock  fecr  wel 
cZumtnUj-  voor  ooghcn:  Syne  meefterfle,  feght  hy,  haeren  dicnaer  Jofeph  c\i- 
c;v;«  CT*  '" -  ricufclvck ,  aendachtelyck ,  ende  met  eene  vlecfchclycke  be_,ee4te 
fitdicitia  ft-  gedurclyck  acnfchouwcnde  wierdt  gewonnen  van  fyne  overgrootcen- 
7eV,l'tdaLr'.  dc  acnlockcndc  fchoonheydt. 

S.Ephrem.  Wacr't  dat  fy  haere  ooghen  beter  bcwaert  hadde  ,  fy  en  foiide 
trail.de lof.  noch  haer  ficle  noch  haer  eere  eenigh  leedt  atngedaen  hebben  .  De 
..  ,. '^     •     ooehe  comt  dickmaels  de  fiele  te  befchaedigen  . 

Muller  curio-         R^  ,  ■  ■  j  u  j       i       r  t  - 

fe,atte>ue,v  i:>^wrf  IS  met  menige  andere  gevallen,  om  dat  hy  iync  ooghen  niet 
cArnali  affcc  wcl  bcwaett  cn  hadde,  hy  bekende  het  dacrnuer  ,  dat  hem  de  ooghen 
tH,iiinm  jugi-  fyj^g  {^eie  hadde  geftolen,  op  het  welck  heel  wel  paflen  de  woor- 
terinuxuca-  j  dcn  Proühect  Jerewtoi :  Myne  ooghe  heeft  myne  fiele  be- 

\rantlafor»i£.  rooft  :   OciüH-s  mem  depr^datm  ejt  nntmam  meam .     1  nren.  3.  v.  f  i. 
Lippuman.  Van  gelycken  Holo^hemes  wierdt  gewonnen  door  de  ooghe  op 

de  fchoone  J:td!th.,  ende  de  twee  boofc  ouderlinghen  door  de  oo- 
ghen op  de  fuyvere  Sufanna . 

Het  is  wel  waer  ,  ende  maer  te  waer  ,   dat  de  ooghe  van  eene 
vrouwe  eene  bcfondere  cracht  heeft,  om  het  hert  van  eenen  jongc- 
linck te  trecken,  ende  te  f  aceken,  gemerckt,  gelyck-^enen  gefeydt' 
heeft,  dat  de  ooghe  van  eene  vrouwe  eenen  fchicht  is'  voor  de  jon- 
gelingen:  Ocidm  rmdieris  fpiculMm  e(l  jnve'r?t»tis  . 

Infgelyckx  de  ooghe  van  eenen  fchoonen  jongclinck  en  heef:  oock 


UYTGEBEELDT    IN    |OSEPH.  103 

gcene  mindere  cracht  ,  om  het  hert   van  ecne  onkuyfTche  vrouwe 
te  verv^'eckcn . 

De  ooghen,  feght  den  Poet  Profertiy^,{yn  de  aenlcyfters  tot  de 
liefde :    Si  nefcis ,  ocith  ftmt  in  amore  d-Mes . 

Het  en  was  dan  niet  te  verwonderen  ,  dat  de  huyf-vrouwe  van 
Tutifhar  haere  ooghen  flacnde  op  Jofej>h^  ende  fyn  minfaem  geficht 
bemcrckcnde,  tot  den  felven  foo  wierdt  genegen  ,  dat  fy  het  felve    q^;  lej^a. 
aen  hem  te  kennen  gaf.  qu,im  accj,,/. 

Maer  hoe  heeft  hem  hier  den  eerbaeren  Jofej>h  gedraeghen?  foo  ^f^^"'  ''P;"} 
verre  van  daer  was  hy,  van  haer  ergens  in  te  volgen,  dat  hy  haer  "J'-Ji^^^'^''^ 
oock  cloeckelyck  verltoetede,  geenfins  willende  hooren  nacr  foo  Dommmme- 
ecne  onbctaemelyckc  vracghe  .  a<     cmmbus 

Hoort,  hoe  datter  vanfpreckt  den  Propheet  <»  Mo)fes  inhetboeck  ""'•'  "-.idnit 

Cjcnelis  .  iZuit  ,n  do- 

Siet,  feyde  Jofeph  teghen  haer:  Mynenmeefter  Putiphar  en  weet  mo  fuu,  nee 

niet  wat  hy  in  fyn  huys  heeft ,   want   hy  heeft  my  alles  overgege-  qmd.'i'i.imef}, 

ven,  ende  daer  en  is  niet,  of  het  is  in  myne  macht,  hy  heett  my  '^""  A"  '7* 

alles  betrouwt  uytgenomen  u  Sfleen,  die  f)ne huyf-vrouwe  fyt.  Hoe  y?.j,f,  o-no,t 

foude  ick  dan  moghen  dut  quaedt  bedryven  ,  ende  teghen  mynen  tr.td.-demmi- 

Godt  fondiehen?  yils  of  hy  feyde :  Soude  ick  foo  onbedacht  fyn  van  '"  P'"'"-  ['' 

um  te  volghen?  Sal  ick  dat  toeftemmen  ?  lek?  Die  uwen  knecht  en-  ^^^  quomodo 

de  flave  ben?   fal  ick  iet  doen  teghen  uwe  eere,  teghen  de  getrou-  fojjlm     l,oc 

wigheydt  ende  goedtjonftigheytvan  mynen  meelter  ende  uwen  man?  >»-'^«">/'^'«i'. 

Sal  ick  mynen  opper-heer  fyn  recht  benemen?  Noyt  en  wille  ick,  ^je»,» ";«»';". 

of  en  fal  foo  een  fchandclyck  werck  toellaenj  het  welck  oock  fou-  Gen.ig.S.g, 

de  wefen  teghen  mynen  GoJt,  die  alles  weet  ende  doorliet,  ende  b    c«»a.i  e- 

my  op  den  oogenblick  foude  connen  Itraffen .  jmyerb.i  l.tf- 

Het  faldepvne  weerdt  fyn  hier  noch  te  hooren  de  fchoone  woor-  'iJ  auatlLe- 

denvanden  b  H.  Ephrem.   jofeph^  fcght  hy,  verftootede  haere  woor-  lat  honeftMe 

den  met  alle  ecrbatrheydt  ende  zcbaerheydt,  haer  met  heylige  en-  ^  modefti.i; 

de  aoddelycke  woorden  afv/ecrende ;   Ick  en  maeh  in  eeender  ma-  IfJ^  •    "' ^ 

.0  J  1,1-11  j-  °  °  r         ^diytn.iyc 

nieren  uwen  oneerbaercn  luit  involghen,  die  myne  opper-vrouwe  iyt,  bu  a  fe nr.eLu 
want  ick  boven  maetc  Godt  oock  vrcefej  ende  het  foude  te  onrecht-  dicens-.Om:^- 
veerdigh  ,  ende  onredelyck  welen,  te  verilooten  eene  foo  grootclief-  'j'''"  ""l'".""- 
de  ende  goedtjonftigheydt  van  mynen  meeller,  die  my  foo  vereert,  ,^\Z"  a^'ere 
ende  foo  bemint  heeft.  Hoe  foude  ick  oock  foo  een  quaedt  der- ^eaöw™ 't 
ven  doen  in  het  acnfchyn  Godts  ,  die  alles  doorfoeckt  ende  door-  ?«•«  damhn 
ilet  de  harten  van  alle  menfchen .  Soo  fprack  geduerelyck  ende  al-T''"'  "j,''Jl 
Ie  uren  dien  eerbaeren  jongelinck  teghen  fyne  meefterfie,  haer  oock  ,'!"^'eJl  t ;»■(<, 
vermanende,  ende  biddende,  overgaendc  ende  bsrifpende.  -,;i!de,vii:i- 

Was  dat  niet  fpreken  als  eencn  Enghelj  le\  ende  bu)  ten  het  vleefch  ?  9'"""  ^  "^ 
Jofeph  wcdcrllondt  haer  itandtvaüclvck  u:et  Gewichtige  redenen;^"''''""/-''.;* 

maer  ai 


o 


ro4  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 


p'r'hTo'a»-  i'-^s-i''^^'"^  begeerte.  Want  men  meer  gedreven  wordt  lot  het 
div^mtamun  iic ,  dat  men  weygert  j  ibo  dat  men  claer  fiet,  feght  den  ^  H,  ^Im- 
fcetiu  coram  bvojiiu  dat  de  onkuvfchcydt  niet  alleen  cnecrbaer  en  is ,  maer  onbc- 
Dcocorcium,  {q\yxq:^i  ende  ougebondcn ,  cndc  dat  eene  ovcripeeÜler  gcenedc  min- 
frutat'orc'c^.  ^^  Ichaemtc  noch  vrcefc  en  heeft.  Soo  fpreken  allede  HH.  Vaders 
equi?  Hxco-  ende  uytleggers  van  de  H.  Icrikure. 

"5" '/'1  r'^^n  ^^^  onlüy  vere  meefterfle  gcbruyc  kte  voorts  alle  bedenckelycke  mid- 
a!!,,'/;,  1  S.'  delen,  om  conde  het  welen,  tot  haer  boos  voornemen  te  eeraecken,  nacr 
üd>r.onens,ob-  hct  fegghcn  van  den  '  H.  BafuvM  v^n^ela::cie>7 .  Wat  (oude fy  doen, 
fecvans,inLre.  feght  hv ,  van  de  goedthcvdt  qiiam  fy  tot  de  boosheydtj  fy  toonde 
p:i)-.iVi-e^;-e-  j^^|,j,  ^,^j  ^,^^^  fframlchap  ende  furie  ,  hem  aenvallende  met  croote 
S.  Ephrem.  dreygemcnten  van  de  doodt  iclve .  Maer  even  wel  jofefh  verwierp 
trail.  de  lof.  hct  al  fonder  iet  te  vreefen,  fclfs  fondcr  haer  eens  te  willen  aenfien. 
a      Domm.1       |_[gj.  jj  i^gj-  fcCTgen  van  den  d  ƒƒ.  Ephrew  handelende  van  óen  lof 

»//.!  ad  prima  ....       ^  rr    /-     ;        r-\'  1  r      '       i 

fetnioncmpu.  '^3°  '^i<^''>  niyvcvcn  fofeph .  Die  oneeroaere  vrouwe,  icgnt  hy,  meen- 
d.Ua  yerccmi-  dc  door  hacre  aenlockfels  het  gcmoedt  van  haeren  dienacr  te  bewe- 
diamperdtdit  ghen ,  macr  hy  heel  veriterckt  door  de  goddelycke  liefde,  en  wilde 
r  /,  A.,...»    haer  Idts  niet  eens  aemien  . 

pulf.i  wajm  Den  f  H.Chnfojhm'.M  feght  hier  op  met  verwonJcringe,  dat  het 
defdcrhim  is  ecn  aldergrootPcc  mirakel  ,  te  ficn  eenen  jongeUnck  in  het  fleur 
nafeh.itur,     ^.^^  ^      levcn ,  in  hct  irddaen  van  het  oniliy ver  vier,  ende  daer  on- 

qiiia     muller  ^  ,  ■  i  ,  r       i  j  i  r  j  ■-      i 

ifl  brona  rel  gefchondcu  tc blv vcu  .  lachet  en  duncKt  my  loo  wonder  niet,  leght 
qH£  prohiLe-  hy ,  dat  de  drve  jonghclingen  in  hct  tornc)'S  van  Bnhytomen  niet  en 
tnr e;. Toilar.  wierden  befchacdight ,  als  het  wonder  is,  dat  den  fuyv.eren  Jofeph 
bihn-afcdeü.  foo  cciien  ftrydt  heeft  onderllaen  tullchen  alle  die  aenlockfels,  cndc 
amfroiax,i,!:-  dit  iiict  in ccnc bccorlnge allccu  ,  maer  in  verfchey de  voorvallen,  uyt 
jioniina peiK-  jir.)-  y.xlck  men  can  bemcrckea  eene  uvtnemende  ende  ongemecne 
dTi-Me't  ^Liyverheydt  van  Jofeph. 

J:'ody'ci'èJti!r  Men  fondc  tot  lof  van  dien  onbcvleckten  cndc  triomphcrenden 
addiera.  ö.  Jofe!:h  moghcn  fcggcn  hct  gl-.ene  de  heliche  geeilen  in  eene  iooda- 
Ambrofius.  iv.gc  victoiie  ccns  uytriepen  ter  ceren  van  cenen  Hevlighen  genaemt 
d.:l.::io!,"s  "'  Dommta^^  ,  niet  den  H.  Inllclder,  maer  eenen  aiidcren  H.  Religieus 
perpetaas  ta-  vau  het  fclf  Orden . 

ceo ,  exlci-'i-is  ^  /'}. 

miiIiiriiAi-tcs,  '    ■    -i,'  ' 

fitc:im,-\'irl::,  cinhrumpeiiilj'ntiam.S.BiCiL  Sehitc.  CT.U.Z.de[jof.  d  CreielKit  Je  hlf<-è tiiaiif  iit^',)lle£ehris 
f.incH  ji*ve:ni  a;;i,i(!:m  f.t.ile itlaqueAri  foj]e;citternmjofepli  '.imore  doinini  mmihHS  ne  /ïmpifd  nitideni  afhecli* 
tntiieh.ttiire.tm.S  .Eplirem.i/c  laud:lns  ^of  e  i^oiitamj/urnhileniihi  (jji'vi;}e:if.r,lii{o;',i,ii;e  B-tbyhim  ires  ĥ;<- 
cros  el]c  ilixjcs,  utir.ir.tliU  cft  Cjr  rar:;m,'j:iod  lam 'i>'ni.crl. ttr.cn  j^.j}::sjiijf,'!t:itnt,:il  difi.iiin:is  ciigynjiilri  e.x.e!- 
Iriittiii  t iriutew,  qi:sd lu/ifcnai ae.^'i  'oii.jfd  CP'J,-^j>iii4(cri.ü!n:>il;ii:fiij"rn:teyit,  S.Cli:yf.  hom.  62.  i.-i  CcncJJm, 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  lo; 

Ficifli,  vicifii,  quia  in  igtie  ftUfli  &  non  arjtfti. 

Draeght  vrj  de  la'twers  er  arts  in  d'  handt  y  0 

Die  in  hit  vier  met  fyt  verbrandt . 

Het  fclve  heeft  dien  boofen  geeft  gefeydt  van  den  Ji.  Vincentim 
Fen-eriiu;  naer  dat  hy  oock  eene  onbefchaemde  vrouwe  cloeckelyck 
haddc  verftoo:en ,  als  wanneer  men  den  duyvel  uyt  fpyt  in  haer  li- 
chaem  gaende  hoorde  roepen: 

Hic  ejl  vir ,  cjiu  m  medio  igne  non  eft  afiuattis  . 
Dit  ü  den  man  heel  rejn  bevonden  ^ 
Die  in  het  vier  bleef  ongefchonden . 

ende  voorwaer  het  is  wat  ongemeens ,  jae  een  mirakel ,  in  het 
vier  niet  te  branden. 

lek  foude  hier  neffens  die  twee  fuyvere  ende  heyHge  mannen  on- 
fcn  fuy veren  Jofeph  wel  moghen  vergelycken  met  den  Salamander  ^ 
die  men  feght  in  het  vier  niet  te  branden . 

lek  fal  hier  op  de  dnytjcbe  Poëjie  aldus   laeten  fpreken.^ 

Wat  wonder  ii-'erck  is  dit  ?  nojt  ijfer  iet  gevonden^ 

Of't  wierdt  in  't  vinnigh  vier  in  ajjchen  haefi  verjlonden. 
Dit  crachtigh  element  door  heel  het  aerdtfche  dal 

Heeft  verr''  de  overhaudt  ^  het  vier  verjlindt  het  al. 
Doch ,  foo  men  ons  verjiert ,  alleen  den  Salamander 

In  '/  vier,  bljft  ongefchenfy  fy  leven  met  malckander  '. 
De  fabels  laet  ick  daer .  Maer  tvel  in  Jacobs  fiam 

'lè  Sien  Jofeph  fonder  leedt  in  V  midden  van  de  vlam. 
Dtes  -wenfch  m  veel  geluckx  o  nieuwen  Salamander, 

Voorwaer  ghy  overtreft  den  grooten  Alexander : 
Dien  Prins  haat  over  d"  aer£  ^  en  z.ee  de  overhandt; 

Doch  Jofeph  heeft  Jlch  felf,  en  V  vier  heel  overmant . 
V  Forneys  van  Babyion  van  boven  en  van  onder 

Dat  bobbeld'  m  fyn  vier  ,  en  dommeid''  als  een  donder , 
Dat  blaeche  fonder  vier  door  Godes  enckel  macht  j 

jMaer  Jofeph  in  het  vier  toond"  noch  een  meerder  er  acht . 
Laet  vry  d'  onkuyifche  vromv'  haer  vier  noch  meer  ontfleken^ 

En  Laetfe  met  haer  flaef  meer  dertel  woorden  ff  reken ; 
jr'  Is  echter  al  voor  niet ,  hy  fal  tot  haere  fyn 

In  V  midden  van  het  vier  een  Salamander  fyn . 

Soodaenige  fuyvere  fielen  foo  indewereldt  als  in  de  Religie,  jon-  ^et,am>mm* 
gclingen  ende  reyne  dochters  fynder  eertydts  ende  noch  heden  ge-  muitii{ei,gio' 
vonden  feght  den  geleerden  "  a  Laptde^  de  wclcke  hier  als  Enge-  ƒ  <-^'>">S"'*-f. 
ien  eeleeft  hebben,  ende  noch  leven,  ende  door  deeoddelycke  era-  '"'  '"  '^r* 
*-  ^  tie  g,. 


loöDE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

gelkè  ,  qui  tie  verfterckt  tuflchen  het  onfuyver  vier  als  Salamanders  onbefchae-i 
9»"^  ."^"f"'  digkt  blyven . 

7-^Z  ftr"g'rZ  ^^er  eylaes!  hoc  veel  en  fynder  oock  niet  in  foodaenige  becorin- 
tiamDefdt-  ghcn  cndc  gelcgcntheydt  vafi  het  onfuyver  vier  verbrandt !  Dejong- 
gunt  integri  hcydt ,  de  fchoonheydt,  de  eenigheydt,  de  aenlockfelen ,  de  foete 
Zdem'm^a.  woorden ,  ende  foo  voorts ,  fyn  al  te  gevaerelyck  endc  te  crachtigh ! 
tap.  25-.  T  2.  Om  meer  andere  daer  te  lacten  ,  hectt  het  niet  gebleken  in  a  Sam- 
a  Cum<j;  mo-  fon  den  fterckflen  van  alle  raenfchen  ,  maer  evenwel  is  van  Dalila 
Ufla{dM3 )  overwonnen  geweeft,  gelyck  het  llaet  in  het  boeck  der  Rechteren 
Lhcs    Ls  aen  het  lö.  capittcl. 

jugiter  adhi.  Maer  onCen  Jofej)h  is  ftandtvalHgh  gebleven,  ende  heeft  alles  over- 
reyt,jfaüum  wonnen  door  den  byftandt  Godts,  ende  door  fyne  mede-  wercken- 
'triiuénsMc  ^^  ^cught  tot  fpyt  cnde  groot  gevoelen  van  fyne  meefterfle,  even- 
citaniwMjtii.  wel  Hoch  volherdcndc  in  haer  boosopfet,  tot  cene  andere gelegent- 
Lib.judic.i6.  heydt,  met  hope  van  het  felve  noch  uyt  te  wercken. 
lurC  \vülr  ^^"  duyvel  hielp  haer ,  ende  gat  haer  de  handt  ,  haer  voorftel- 
diahimfeflt.  Icnde  eencn  aenftaenden  feell-dagh  der  Afgoden  ,  op  den  wekken 
yitatcminye-  een  icder ,  oock  haeren  man  Putijihar  naer  gewoonte  by  naer  met 
xit.  s.  Bafil.  hej  heel  huylgefin  geftelt  hadden  te  verfchynen.  Soo  fpreckter  van 
dV'uftph.  '  ^^^  ^  ^'  ^"f'^"^  BifTchop  van  Seleucien .  Ende  het  gebeurde  alfdan, 
c  "" ^uiiir  gelyck  i  MoyfisCeght,  dat  Jofeph  t'  huys  quam  ,  ende  eenigh  wcrck 
quadam  die,  dcdc  fondcr  iemandts  byzyn:  Defe  occafie  nam  fy  waer,  hem  daer 
utintrarctic  ^  drevgende;  6cc.  Wat  foude  hier  doen  den  fuyvercn  jongeHnck? 
Cfoper^quid-  "7  heeft  wcderom  gedacn  als  te  vooren  ,  wiUende  liever  alle  tor- 
piamaljq;ur-  mentcn ,  jac dc  doodt  felve  onderllaen,  als  haer  in  te  volghen,  vafl: 
turn faieret .  blyvende  als  eene  fteen  rotze  ,  ende  fyn  gemoedt  ftercker  als  eenen 
A^^Jid^l'ic  'l'^mant  daer  tcghen  ftellende  ,  gelyck  feghtdcn  d  H.  Ephrem. 
nie  Upidif  a-  De  onbelchacmde  vrouwe  haer  veritooten  fiende  ,  als  raefende 
dumanthii in,  yalt  hem  mct  allc  geweldt  aen,  ende  grypt  hem  vaft  metfynenman- 
jïarjtmmoi^  tcl ,  geU'ck  het  ftact  in  de  H.Scrifrure.  Gen.  39.  v.  iz.  Q^i  reltüo 
V  iityifliu  *"  manibHs  ejm  fallio  ,  jugit  O  egrejTm  cfl .  Hy  heelt  den  mantel  in 
perfifin.  s.  haer  handen  gelacten,  ende  is  gevloden  ende  wechgeloopen . 
Ephrem.  de  j^j^  ^^^^  ^^^  ^^^  ^^^^  levendigh  voor  den  hoogh-vermaerden 
roet  den  Heer  JacobM  CatT.. 

Sy  roevt ,  dtt  btft  een  Jlaef  in  mwen  dieyifl  gebonden  : 

Hy  antwoordt :  Niemandt  jinet  ten  dienfte  van  de  fanden , 
Sy  (pont  als  vier  en  vlam^  en  is  gelvck  verwoedt  ^ 

Hy  antwoordt :  Geen  verdriet  en  cjuelt  een  reyn  gemoedt . 
Sy  tiert ,  iy  btyft  gefet ,  fy  kyft ,  hy  wilt  het  lyden , 

Sy  vloeckt^  'hy  bidt  den  Heer^  fy  dreyq^ht ^  hy  gaet  ter  j^yden^ 
Ten  leflen  gryptfe  toe  .  Siet  wat  een  flout  bef  uyt , 

Hy  laet  fyn  mantel  daer,  en  loo^t  ten  httyfeii  uyt. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  107 

O  eerlaer   'pngelinck ,  die  midden  in  ie  baeren , 
Die  midden  in  de  cracht  van  uwe  jonghe  jaertn 

Het  vleefch  hebt  overheert .  O  haeve'  van  de  deught  ! 
O  rader  van  de  tucht  !  O  Jpieghel  voor  de  Jeu^ht ! 

Wte  can,  gelyck  het  d.'e?:t,  u  weerden  lof  vermelden  ? 
O  rots  van  eerbaerhejdt  ?  O  Jofeph  heldt  der  helden  i 

lV4e  Pryfe  nae  den  ejfch  h  vorfletj/ck  gemoedt  ? 
O  rechten  Campioen  !  O  Ridder  weeft  gegroet . 

Het  isvoorwaereenenvoorfichtighen,  eenen  fuyveren,  endenoyt  tamZ"/'^'". 
genoegh  gepiefen  raedt  ende  keus  van  jofeph  geweeft :  hy  heeft  lie-  tam  perm't' 
ver  gehadt  lynen  mantel  in  haere  handen,  alsfyn  felven  in  een  open-  '^"i.iihidiait 
baer  peryckel  te  laeten .  jfj'lf"/'^', 

Hy  en  wilde  oock  met  geweldt  fynen  mantel  niet  weder  nemen,  af'mi^.s.Vil'. 
cnde  uyt  haere  handen  trecken  gelyck  hy  hadde  connen  doen ,  meer-  SeUHc.orat.% . 
dcre  macht  hebbende  als  fyne  meefterflè ,  maer  hy  was  meer  geruft  ^  I/o/'M- 
in  het  vluchten,  hy  gebruyckte  de  vlucht  voor  fyne  befte  wapenen      -^  tal'lr» 
naer  het  fegghen  van  den  <»  H.  Bajilim  BifTchop  van  Seleucia .  mum  yoübae 

Hoort  noch  den  l  H.  Hteronymiu  :  Den  fuyveren  y#/*^^ ,  feghthy,  J^gyftia,fii. 
omdat  hem  fyne  meefterfTe  wilde  aenvallen,  is  uyt  haere  handen  ge-  |^*^  manibui 
vlucht,  gelyck  van  eenen  raefenden  hondt,  op  dat  hetfenyn  allenf-  morjumrahi. 
kens  niet  en  foude  voortloopen,  heeft  hy  het  cleedt,  dat  X'^  aenge-  dijfm,£  canU  , 
raeckt  hadde,  wech  geworpen.  "'  pauUtim 

Meeft  alle  de  HH.  Vaders ,  ende  geleerde  mannen  ,  niet  alleen  ^'^it'^Zd. 
Chriftene  ,  maer  oock  andere  Joodtfche  cnde  Heydenfche  fchryvers  tetigeratVab- 
hebben  dien  fuyveren  jongelinck  Jofeph  altydt  feer  verwondert ,  en-  j'cit.  s.  Hier. 
de  ten  uyterften  verheven  om  fyne  cloecke  ftandtvalHgheydt  in  den  '•!•"'»"•<«/<'- 
ftrydt  teghen  fyne  oneerbaere  meefterfTe .  c  '"rudTmi„e 

Wat  hadde  hy  meer  connen  doen?  Hy  heeft  haer  altydt  cloec-  nondefpcxiftp 
kelyck  wcderftaen  ,  op  alle  goede  manieren  verftooten  ,  oock  fyn  Joftph .  »>>» 
cleedt  gelaeten  in  haere  handen  ,  aldus  door  Godts  beftieringe  fich  !""'"'"■'  • 
werdigh  maeckende  om  met  een  purper  cleedt  van  eere  cnde  glorie  flr-vUulri- 
daernaer  gecleedt  te  worden.  Het  is  het  fegghen  van  den  H.  Paus  mmmiedifti, 
c  Clemens^ .  Soo  fpreckt  hy  Godt  aen :  O  heere,  ghy  en  hebt  Jofeph  "t 'H't jE^^p, 
niet  mifacht,  jae  ghy  hebt  hem  om  fyne  fuyverheydt,  de  welckehy  '^cpu'^^oJ'mc'- 
voor  u  heeft  bcwacrt ,  den  loon  gegeven,  te  weten,  dat  hy  foude  retur/uperu- 
worden  den  Prins  ofte  onder-Coninck  van  heel  Egypten.  Maer  die  ''"  (JJe,  <jui 
overwonnen  is  van  de  onfuvverJievdt  ,  en  verdient  geen  bevel  over  f'<^'^fl  J_'>"'i'- 
de  andere  te  hebben .  _  P^^^.  /,/,.  g. 

Soo  vermacrt  is  defe  eerbaerheydt  ende  fuyverheydt  in  de  wereldt  Co„,K,^poj}. 
geworden,  dat  alle  cerbaerc  perfoonen,  die  haere  reynigheydt  foo  hfcphumcu- 
cloeckelyck  voovltaen,  den  wecrdighen  naem  cryghen  van  tenen  tin-  ^''^'J^"^"^' 

dcïcn  Jofeph.  'UuyfNoi' 

O  i  Den  ,n  ^dagi',1' 


io8  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Den  H.  Gregorim  Nat^tam,.  fchryvende  van  eencn  die   fuyverlyck 
leefde ,  fpreckt  aldus  :  Jofephim  cajhtate  referehat ,  dat  is :  Hy  toon- 
de, dat  hy  was  om  fyne  fuyverheydt  ecnen  anderen  hfefh . 
^  \Vederom,  den  vcrmaerden  fchryvcr  «  Petrm  Del-^htmn  in  eenen 

situtinam  van  fvne. brieven  wenll  aen  eenen   jongelinck  ,  dat  hy  eenen  ande- 
futitrui  ei'tf-  ren  lofeph  in  fuyverheydt  magh  wefen . 

mcdi ,  qiti i"  Het  fal,fooick  meene,  aen  den  lefer  aengenaem  wefen,  dat  icic 
^tfa  ZlèlTt"^  hier  eenige  loffelycke  naervolgers  van  /a/ê/'/^i  luy verheydt  bybrenge. 
Per.  Deiphin.  de  welcke  oock  den  naem  van  /ofej}h  verdienden.  ^^ 

lib.z.epifl.2.0.       Het  is  genoegh  bekent,  hoe  dat  den  b  H.  Thomas  van  A^inne)?in 
,,  ,  ''         fy"^  jonckheydt  fich  gedraeghen  heeft,  alshyeene  oneerlycke vrou-  " 
qitx  ad  u!e.  we ,  die  by  hem  gecomen  was,  met  eenen  brandt-ftock ,  wecii  ge- 

faStandam  e-  jaCght    hc'eft. 

jtü  conll.ii.ti-       letfulx  leeftmen  gefchiedt  te  fyn  aen  den  H.  Bemardm^  denwelc- 
"iia erM^it^ö-  ^^^"  °^  ^Y"^  uytncmende  fchoonheydt  van  eenige  oneerbaere  doch- 
nefug.i^-h.tn  ters  verfocht  fynde  tot  quaedt,  fich  terftondt  op  de  vlucht  begaf. 
ej^<r  s.Thom.  Somtydts  heeft  hy  diergelycke  by  nacht  van  hem  gejaeght,  metluy- 
iii  Breyuirio.  ^^  j^^j^  rocpendc  Latrones ^  latrones .  Dieven,   dieven. 
shcitie  Alter      Noch  meer  is  te  verwonderen  het  ghene  '  Bravonna  eenen  Reli- 
Jorephm;<^«-  gieufen  fchryver  verhaelt  van  den  H.Vulftamu :  Als  wanneer,  feght 
riiUfivium,  ^y  ^  datter  een  vrouw  perfoon  edel  ende  ryck  tot  hem  gecomen  was, 
tn'mlniiiom.  ^'""^^  ^^'^  hacre  quaede  genegentheydt  te   kennen   gaf ,  wat  dedc 
fefiith      ha  VuUlanus  .'    Haere  onkuyllche  woorden  niet  langher  willende  ver- 
BravoDius  in  draeghcn ,  eerll;  maeckende  het  teecken  des  H. Cruys,  fprack  haer 
tita  S.Fiilfi.  ._ji(jus  aen:  Gaet  van  hier  ghy  brandenden  llock  van  onkuyfcheydt, 
dochter  desdoodts,  vat  van  den  duyvel,  aen  de  welcke  hy  terftondt 
daernaer  gaf  eene  onverwachte  kaeck-fmeet,  ende  dat  met  fulck  een 
geweldt ,  dat  den  ilagh  van  alle  canten  gehoort  v/ierdt  >  ende  in  het 
leil,  feght  den  fchryver,  heeft  delen  H.  man  als  eenen  anderen  lo- 
feph metter  herten  de  onkuylcheydt  van  dele  vrouwe  verworpen, 
ende  met  de  handc  gellut  ende  overwonnen . 

Eer  ick  dit  capitcel  eyndige,  ick  fal  hier  noch  bybrenghen  ee- 
ncn anderen  lof-ph^  lyn  waerachtigh  beeldt  ende  afzetfel,  te  weten 
den  eerbaercn  Keyfer  Bdénwus  ,  daer  verfcheyde  hillorie-fchryvers 
vim  Ipreken,  heel  wonder,  ende  weerdigh  om  te  hooren. 

In  het  jaer  ons  Heeren  i  ic6.  den  Barbaenllchcn  Coninck  Joan- 
nixM-  hadde  defen  Keyfer  in  eenen  llrydt  gevanghen,  ende  nu  meer 
als  een  j.ier  in  eencn  duyfteren  kercker  gehouden .  Balduinm  noch- 
tans en  hadde  daer  om  noyt  de  rufte  fyns  hertc  verloren ,  noch  iet 
verandert  van  fyn  fchoon  en  foet  gela'et .  Men  bcmerckte  altydt  in 
fyn  vervuylt  lichacm  iets  verheven  ende  aenficnelyck,  endefyn  ilecht 
cleedt  ovcrdeckte  meer  fyn  lichaem ,  als  de  Ts^eyferlycke  groote  acht- 

baer- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  lOir 

baerheydt  ofte  majefteyt  -,  noch  fynen  ongcfchoren  bacrt  noch  lanck 
hayr  eii  belettcdc  niet  fyn  fchoon  acnficht  ende  levendige  ooghen. 
Voorts  het  gefchiede  fomwylen  ,  dat  dcConinginne  de  huyf-vrou- 
\vc  van  Io,inniz,a  ,   in  het  atwefen  van  haeren  man  den  gevanghen 
Kcyfer  hcymelyck  quani  betbeckcn,  eerfl:,  foo  het  fch'^en,  om  hem 
in  fyn  ongeval  wat  te  troollcn  ,  gelyck  de  vrouwen  medelydigh  fyn  , 
maer  allcnskens  bewccght  wordende   om  fyne  fchoonheydt ,  ende 
llandtvalligheydt  des  gcmoedts ,  goncjc  fy  dickwilder  naerden  kerc- 
logr,  hem  by  tyden  door  eenigc  getrouwe  dienfii-raaeghden  wat  be- 
''tere  fpyie  ende  dranck  toefendende:  Sy  vraeghde  hem  oock  fbmtydts 
iet  van  verfcheyde  dinghen,  nu  van  Nederlandt ^  nu  vart  Franekryck^ 
nu  van  den  oorlogh  ,  nu  van  den  llrydt  van  Adnanopelen ,  het  wclck 
haer  alles  den  gevanghen  Keyfer  met  eene  ftaetigheydt  in  hetbefon- 
der  verhaelde ;  daer-cn-tuflchen  wierdt  fy  aller;skens  bevanghen  met 
het  fenyn  van  eene  onfuyvevc  liefde,  het  welck  fy  niet  en  belette- 
de,  maer  fyncii  gmck  liet  nemen;  ten  leften  alle  eere  ende  fchaem- 
te  afleggende,  fonder  dat  Ba/dnixw ergens  van  achterdencken  fchecn 
te  hebben,  geeft  hem  op  ecnen  dagh  haer  hert  ende  meeninge recht 
iiyt  te  kennen.  Het  iuyver  gemoedt  van  Ba/dm>ius  ilondt  hier  ver- 
llelt.  Maer  om  dat  haere  Ipraccke  was  van  trouwen,  by  heeft  f/ne 
gramfchap  ingehouden,  ende  aen  defe  Princefic  die  machE  hadde  o- 
ver  fyn  leven  vriendelycker ,  als  haer  onfuy ver  gemoedt  verdiende, 
liever  willen  antwoorden 

lek  wenfte  ,  feyde  den  Keyfer,  dat  ghy  Keyferinne  waert  ,  niet 
Meen  va.nConJ}aminopele>7  ,  maer  van  heel  de  wereld<;  maer  dat  ghy 
my  verfoeckt  voor  uwen'man,  dat  en  magh  immers  niet  fyn,  veel 
min  mooght  ghy  my  trouwen  ,  om  dat  de  Chrillene  wet  dat  ver- 
biedt ;  maer  fcght  de  Coninginnc  ,  men  is  gccne  trouwe  fchuldigh 
aen  die  de  felve  breekt .  Doch  nacr  veel  woorden  tuflchen  malckan- 
deren ,  de  Princcflè  heel  geiloort,  lek  weet,  fcght  fy,  wat  my  te 
doen  iVaet ;  ofick  quaeJt  doe,  ofte  niet,  daten  is  uwe  iorghe  niet, 
maer  de  myne  ;  ghy  die  van  huyf  vrouwe  ontftorven  fyt  ,  mooght 
eene  andere  kiefen  ,  voerders  ghy  fyt  mynen  gevanghen  ende  my- 
nen  dicnaer,  de  reden  niet  alleen  mier  den  noodt,  die  geene  wet- 
ten en  heelt,  dwinght  u  te  gchoorfacmen  aen  uwe  meelterfle;  dan 
als  racfende ,  ende  uyt  den  kercker  haer  vertreckende ,  dreygde  hem 
met  de  doodt,  ten  waer  hy  haeren  wille  toeftemde  . 

BaUmnm  dit  alles  hoorcndc  en  was  niet  fonder  vrecfe  van  de  doodt,, 
ende  niet  fiende  ,  hoe  hy  het  gevaer  mochtc  onccomen  j  evenwel 
Helt  vaft ,  liever  te  derven  ,  als  haeren  vuylen  lull:  in  te  volghen . 
Hier  om  badt  hy  Godt  dca  hcelcn  nacht  ,  op  dat  hy  hem  in  iyn 
cerbacropfct  wilde  verftercken  ,  ende  haer  van  fin  doen  veranderen . 

O  3  Dea 


HO  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

Den  dagh  was  quaclyck  vcrfchenen  ,  of  de  Coninginne  was  wede- 
rom in  den  kercker,  van  finnen  noch  niet  verandert  fynde,  als  dat 
ly  nu  meer  tot  wraecke  genegen  (cheen ;  iy  en  gaet  hem  dan  niet 
aen  met  bidden  en  ImeeckeYi,  maer  met  de  alder-wreedtllc  drcyge- 
menten,  doch  al  te  vergeefs,  den  Kcyfcr  Balduinm  blyvende  ftandt- 
vaftigh  ,  ende  cloecker  als  te  voorcn.  Wiens  ftandtvaftigheydt  de 
Princefle  weder  bemerckende,  nu  met  meerdere  wraecke  ontllekea 
loopt  als  raefende  uyt  degevangenifle,  om  haerboosbefteeck  teghen 
hem  uyt  te  wcrckenj  fy  loopt  met  langhen  hayr  recht  by  haeren 
man  loannit^a  ,  crytende  ende  fterck  roepende,  ende  van  den  Co- 
ninck  ge  vraeght  fynde,  watdatter  gefchiedt  was,  feghtfy  hem  recht 
uyt  ,  dat  den  gevanghen  ende  goddeloofen  Baldmtnu  haer  met  ge- 
•weldt  was  aengevallen ,  om  tot  oncere  te  brenghen  ,  ende  dat  fy 
quaelyck  uyt  fyne  handen  was  geraeckt .  Het  was  genoegh  voor  ee- 
ncn  wreedea  ende  barbaeren  Tyran .  Ende  hy  was  nu  noch  meer 
aengeweckt  door  de  jalourfie  ,  om  hem  te  ftraffen  met  de  doodt , 
gelyck  BaldutnHs  oock  vreefde  ,  ende  fiet  op  den  ftondt  wordt  hy 
veroordeelt  om  te  fterven ,  ende  eerll  tot  fpot  ende  fchande  geftelt . 

loanniï^a  nooól  eenige  van  fyne  principaellte  hovelinghen  aen  fyne 
tafel ,  alwaer  hy  hem  uyt  den  kercker  doet  verfchynen .  Den  ge- 
vanghen Keyfer  met  ketenen  gebonden  wordt  van  alle  de  ghene, 
die  aen  tafel  faten,  uytgelacchen ,  ende  tot  fpot  geftelt,  het  welck 
gevoelycker  was  aen  het  keyferlyck  gemoedt  als  de  doodt  felvc . 

Evenwel  Baldmnus  verdroegh  alle  defe  bcfpottingen  ende  lafte- 
ringhen  met  eene  wonderlycke  cloeckmoedigheydt,  llch  noch  ver- 
weckende, om  noch  meer  te  verdraeghcn-,  iteunende  op  Godt  en- 
de fyne  onnoofelheydt ,  maer  de  grammoedigheydt  ende  wraeckgie- 
righeydt  van  den  boofen  tyran  en  was  hier  mede  niet  voldacn :  want 
Baldmnus  fich  te  vergeefs  veronUchuldighende,  ende  al  het  mildaet 
op  de  Coninginne  felf  leggende,  wicrdt  wreedelyck  omgebracht: 
Eerft  dede  hem  loanm-^a  voor  fyne  ooghen  handen  ende  voeten  af- 
cappcn,  dan  fyne  armen  endcbeeuen,  endedaernaerfynellendigh  en- 
de noch  levende  lichaem  met  de  afgccapte  litmaetcn  voeren  tot  ee- 
ne llinckende  valleyc  daer  de  doode  honden  ende  peerden  wierden 
geworpen ,  om  noch  te  dienen  tot  fpyfe  van  de  heeften  en  van  de 
voghels.  Drye  daghen  lanck  heeft  alduerdencloeckmocdighen  ende 
eerbaercn  Keyfer  gcworftelt,  niet  met  de  heeften  ,  die  gelyck  uyt 
cerbiedinge  tot  hem  niet  en  quaemen  ,  maer  met  de  doodt  ,  vol 
van  hooe  fynder  faligheydt,  de  welcke  hy  wel  wille,  dat  Chriftus 
fvnen  v^rlolTcr  door  fyne  heylige  doodt  ende  ftoiten  van  fyn  dierbacr 
bloedt,  voor  hem  hadde  verdient,  daer  om  oock  gccrn  opdraegen- 
de  'i'^jw  leven,  het  welck  hy  cyudighde  in  het  2  f.  jaer  iyns  ouderdoms . 

Den 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ut 

Den  Tyran  Ioanniz.a  fyne  doodt  vcrftacn  hebbende,  dede  hy  ter- 
llondt-hct  vel  van  fyn  hooft  aftrccken,  endehet  hooft  by  hem  bren- 
ghen, het  welck  hy  met  goudt  bertacghcn  fynde  in  vcrfcheyde  mael- 
tyden  placht  te  gebruycken  als  eenen  beecker,  uyt  den  welcken  hy 
voor  fyn  felven  niet  veel  goedts  en  conde  Avaer-fcggen ,  jae  veel  quaedts, 
immers  niet  gclyck  den  eerbacren  Jofe^h  uyt  iyncn  beker  gewoon 
was  te  doen . 

Hier  fict  men  in  defen  Keyfcr  Baldatnus  een  waerachtigh  beeldt 
van  onfen  iuyveren  Jofeph,  jae  als  ccnen  anderen  Jofeph  ,  die  oock 
defc  ontuchtige Coninginne  foude  gevlucht  hebben,  waer  het  in  fy- 
ne macht  gevvcert,  maer  evenwel  Baldmntu  heeftfe  metter  herten 
gevlucht  fclf  totter  doodt  ,  den  welcken  daer  om  met  Jofeph  altydt 
lal  blyvcn  in  cere  ende  glorie  bv  Godt ,  ende  by  de  menichen. 

Voorts  nu  fiil  ick  van  die  uytnemende  deught  van  fuyverheydt, 
die  noyt  genocgh  en  can  gcprefen  worden  ,  wat  breeder  handelen 
in  de  volgende  lede-lcermge,  ende  daernaer  in  de  naervolgende  van 
de  overgroote  booshcydt  van  de  onkuyfcheydt  ter  oorfaecke  van  de 
onku}lche  meelterflè  wzn  Jofe^h  ,  diehy  cloeckelyck  hadde  verftoo- 
ten. 

S  E  D  E-L  E  E  R  I  N  G  E. 
I.  $. 

P^an  den  verheven  lof  'ijan  de  deu^t 

der   juyverheydt . 


E  weerdighcydt  van  de  fuyverheydt  ende  maeghdelycke  rey-  ^  ^'^  """ 
nigheydten  wordt  gcmeynclyck  vande  wereldtfchemenfchcn  ^y^'re^'nol 
foo  feer  niet  geacht  ,    nocli  verheven  ,   als  fy  wel  verdient,  te 


terrenti    Tit.t 


D 

principaclyck  om  dat  fy  van  de  fclve  geene  kcnnifie  genoegh  en  heb-  ^Z'  M  '^'^^'- 
ben,  hier  om  fal  ick  hier  trachten  haere   cere  ende  lof  wat  breeder  ^-''''  ^•^^^)'^^ 

ji   11  Jerm.       145. 

voor  te  itellen  .  .  bay?;>.«.i 

Defe  deught,  om  dewaerheydt  te  feggen,  enfchynt  gcene  aerdt-  "^«^^  nefio 
fche  deught  te  wefcn,  fcghtden  "  H.  Chnfologns ^  want  te  leven  in  V'^'fi^f"- 
het  vleefch,  ende  boven  het  viccfch,  is  meer  een  hemelfch  leven.  TÈMbbliè- 
Soo  dat  men  feggen  mag  met  den  ''  H.  Brfilius  ^  dat  de  luyverhcydt  yhg.^^o  ^«.ï 
ecne  befondere  verheventheydt  in  haer  felven  bcfluyt  ,  ende  boven  p'M'rieflca 
de  nature  der  menfchen  fchynt  te  wefcn  ,  die  hier  om  alleen  lof-  -''''  ^""""""^ 
wecrdigh  is,  ende  met  reden  altydt  feer  groot  geacht  in  den  hemel  Tmmoru'lTJj'h 
en  op  der  aerdcnj  naer  dcgetuygenif]'e  van  den  c  IVyfemnn  feggendc,  memonu  iii,. 
dat  een  fuyver  geilachte  ten  uvierftcn  fchoon  is  \  ende  haere  ee-  "*  •  •j»"»''"» 

oach- 


•       112  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

'*''d  1'^.!^ e'  '^^'^^^tehiflc  onflerffelyck  by  Godt  ende  by  de  menfchen. 
5"  '".'!)""'.  Siet  eerft,  hoe  die  wccrdige  ende  onll:eiifel)cke  fuyverheydt  van 
.1  Pnmayir-  der  eeuwighcvdt  vereert  is  ,  ende  geiicylight  m  de  H.  Dryvuldig- 
^h,'n.ts,pnr>u  heydt  feit',  in  de  welcke  altydt  niet  als  fuyverheydt  en  is  geweeft . 
^m"è'-..hnuu.  ^'^"  ouden  .1  Tertt'.!lt'.in:u  noemt  defe  dcught  met  reden  de  eerlle 
cnedecaftiti.  deught ,  als  Van  der  eeuwigheydt  van  Godt  comende,  ende  het  eer- 
te.c.z.h  ci,ri.  fte cude  verhevenllegeluck  van  de  Enghelen,  die  inden  hemel  voor 
^Tl^Ifi'^'oV  -^^^^  ^"  fuyverheydt  gefchapen  fyn . 

ii.imentum''Xt  Macr  daernacr  is  dcfe  deught  befonderlyck  oock  vereert  ende  ver- 
qui  non  modo  hcven  gewecll  van  AcnSone  Godts,  die  in  lliyvcrheydt  van  fynen  f«- 
ex  pairccitra  ^g..  comcp.dc,  hecft  oock  door  de  uytwcrckinge  van  den  H.GheeJl 
TenUtl'''fède.  foiïder  vader  nyt  eene  fuy vere  moeder  willen  geboren  worden ,  ge- 
tmm  airnem  lyck  wel  bemcrckt  den  h  H.  Damafce-ntu ^  die  Chriftus  daerom  noemt 
exVnpne ft-  Jg  eerc  ende  het  vercierfel  van  de  fuyverheydt.  Chrtfiia  virginnatii 

jentli/fe"m-  Den  c  H.  Ambrojitu  feght  van  gelycken,*dat  dit  is  den  eerftenen 
nthitinunmis  den  meellen  lof  vau  defuyverhcydt ,  te  weten,  om  datdenfone  Godts 
abfoiiiur»  menfcf\  wordende  uyt  eene  maeght  wilde  geboren  worden . 
Tijéipfolfté-  Van  dien  tydt  af  is  den  ftaet  der  fuyverheydt  ende  maeghdclyc- 
derit.s.D-im.  kc  reyuighcydt  op  dele  wereldt  befonderlyck  verheven  ende  t^chey- 
iib.^.dejidec.  light  gewceft  vau  Iefi4i  ende  van  fyne  moeder  Maria  voor  aiie  de 
'I'  '^ceUb^'tn  g'""^"^»  '^'^  h'J"  '"  fijyverheydt  wilden  naervolghen;  ibo  dat  den  fo- 
"damyh^n'ii.  ne  Godts  op  de  wsrcldt  comende,  gelycic  den  d.  H.  Hie, onymi-^  i'cght^ 
tatK  glmam  eenc  nieuwe  familie  ofte  vergadennge  heeft  ingellelt ,  om ,  gelyck 
plus  conferre  j^y  -^^  jgj^  hemel  Van  Engelen  wierdt  gebeden ,  oock  fyne  Engelen 
^,u"'neiT'Te  ofte  maeghden  foude  hebben ,  om  van  die  oock  in  de  werelut  geëert 

-virgmenafe-   tC  Wefen  . 

m«)-.S.Amb.  jyjen  j-nagh  dan  met  reden  fegghen  met  den  e  H.  Cyp-iarms ,  dat 
itinflit  -vtTg.  j  fuYverhevdt  der  menfchen  hier  op  deaerde  als  eene  llifter  is  van 
minm  y'irgi-  dc  fuyverhcydt  der  Engelen ,  gemerckt  dat  ly  gerekent  wordt  van 
nit.ium     m  de  familie  der  Engelen . 

po-,H!>,atre      |^gj.  j^  fekcr ,  dat  de  menfchen  op  defe  wereldt  in  de  bedorven  na- 
Toluii'jfanm  ture  tufTchen  het  vleefch  in  fuyverheydt  levende  oock  Engelen  fyn , 
JjilmsVe,  feght  den  f  H.  Baftluu  ^  jae  geene  gemeene  Engelen  ,  maer  van  de 
-•  fitper  tcrram  yerhevcnfle  cndc  edeltle  gecilen. 

„oyam  fam,-  -p  ^  Bemardw  feght  het  noch  claerder  met  defe  woorden  : 
ti<it,:ftqiiiub  De  fuyverheydt  maeckt  van  eenen  menlch  eenen  Engel  >  ende  lit  dat 
^ugeluado-  Jg  fuyvcrhcydt  van  eenen  Engel  geluckiger  is,  men  moet  evenwel 
raUtnr     /»  fpggen  ,  dut  de  reyni<2;heydt  van  eenen  menfch  tuflchen  alle  de  pe- 

f<£/«,   halier  el      öO        7  .(      cj      j  i 

^ngeloi(jrin  .     .  ^  ....  ^)'C- 

terris.  S.Hieron.  ep.-iijti  £iiJlocliium.  e  F'irginna-sforor  ^ngelorum  quhijam  in  term  non  mibendo  defumi. 
lia  ^n,reli,adtpHt.u,<r.^.CypT.l.deyi;j.  t  Qui  yirunitutcm  fery.iiit  ,  ^tigeli  jhnt  iinjrne  ,  ^ngeliq; 
fitntnonchj.uri,  jcdfiint  illitjhes  V  miilijfmii.^Alii.deyirg.  g  C.tftit.u  ^ngehon  ^de  homine  JMit,  C/~/ 
\  ■ingUiiAplOf  feli.ior ,  hemi/iff  ttunm  fvriiar  ej]c  iogiiojatur.  6. Hem.  cpijlvU  42. 


3 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  113 

ryckelen  des  vleefch  ,  veel  cloecker  ende  flercker  is ,  van  weickc 
aenftooten  de  Engelen  vcrloll  fyn  . 

Ende  dien  luyfter  ende  vcrcierfel  van  fuy verheydt ,  fcght  den  Cel- 
ven a  H.  Vader,  is  foo  verheven,  dat  dchciucllche  geellenlicc  hey- 
lighlyck  benyden .  "  Y^ngeUn  l,a- 

Het  getal  van  de  fuyvere  ende  Engelfchc  fielen  was  hier  voor-  ^"l^'"^'"""' 
tydts  ontelbaer  ,  ende  noch  heden  hoe  veel  en  fynder  niet,  die  de-  nem.Omatus 
Ccn  (laet  acnveerden,  ende  in  den  felven  door  Godts  gratie  met  vol-  tHepetefl^n- 
doeninge  ende  vryen  wille  volherden.  geltscjje  odia- 

Hoort  maer  ecnige  HH.  Vaders  van  het  groot  getal  der  maegh-  i"j_  ^™  ^^' 
den  fpreken  in  de  eerile  kercke  j  dit  fyn  de  eyghen  woorden  van  b 

den  b  H.  Cyprianm :  Dc  wereldt  is  vervult  van  de  ghene,  die  in  fuy-      -^«  /;.ii;'(« 
verheydt  leven'.  yirgmK. 

Den  c  H.  vfw^-o/?»^  fpreckt  aldus :  Alle  jaeren  fynder  veelê  maegh-       i_a<.  i.de 
den,  die  hacr  in  de  kercken  van  Alexandrien ^  van  Afriketi  ende  van  yirgmit^ite. 
heel  den  Oojtcn  aen  Godt  opgedracghen  hebben .  ^ 

Den  d.  H.  AumjliuM  getuyght ,  dat  den  ketter  Fanflits  de  Catho-  i  i'  "'"'''* 
lycken  verweet,  datter  loo  veel  maeghden,  jae  meer  maeghden  als  e 

vrouwen  waeren,  ende  datfy  vandeBiOchoppen  tot  dien  flaet  wier-    •^'»  Bibüothe- 
den  verweckt .  "''•  3*^- 

Den  oudt-vader  «■  Theodoretiu  Biflchop  van  Cy^ria  fpreckter  oock 
aldus  van  :  Oojlen,  Paleftynen^  Egyften^  Afien^  Pontm  ende  heel 
Etropa  is  vol  van  maegliden ,  want  naer  dat  Chriilus  den  maeghde- 
lycken  rtact  heeft  vereert  ,  foo  heeft  den  maeghdom  aen  haeren 
fchepper  geoffcrt  welrieckende  bloemen ,   die  niet  en  verflenfTen  . 

Soo  groote  mcnichte  van  maeghden  moell  fonder  twyfel  aen  Godt 
ten  uyterden  aengcnaem  welen  ,  gemerckt,oock  ,  datter  fommge 
van  den  hemel  tot  de  fuyverheydt  verweckt  fyn.  Snnm  in  de  le- 
vens der  Heylighen  verhaelt  op  den  f-  van  de  maendt  November  van 
è,c\\  H  EmmericM  fone  van  den  H.  Stephanm  Coninck  van  Hongarj- 
en^  dat  foo  wanneer  hy  eens  befigh  was  met  bidden  in  de  kcrcKC 
vanden  H.  Gvegonm ^  om  teverftaen,  wat  hy  doen  moeft,  om  Godt 
meell  te  behacghcn,  hoorde  terftondt  dcfe  ftemme :  Pritclara  res  efr 
virgïnttas :  Itacpte  mentk  &  corporis  virgineam  tntegritatem  a  te  exiqp  j 
hanc  ojferdi  Deo  ,  &  in  ea  conjianti  animo  perfevera .  Dat  is :  De  rey- 
nigheydt  is  eene  treffelycke  ende  verheven  faecke:  Soo  dan  ickver- 
foeckc  van  u  eene  maegdelycke  reynighcydt  van  fiel  ende  lichaem  > 
offert  die  aen  Godt ,  ende  tracht  in  de  felvc  te  volherden  .  Wclcke 
llemme  hem  foo  het  herte  raeckte,  dat  hy  terllondt  voor  hem  nam, 
altydt  in  fuyverheydt  te  leven  ende  Godt  te  dienen  ;  doch  f  )o  den 
Coninck  fynen  vader  hem  verweckte  om  het  houwe  yck  te  acnveer- 
den j  was  hem  daer  in  wel  gehoorfaem ,  trouwende  cenc  feer  edele 

P  ende 


114  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

ende  deughtfaemc  Princefle,  maer  leefden  daernacr  te  famen  in  eeu- 
\\ige  fuyverheydt. 

A'Ien  verhacit  oock  van  den  H.  Gregorins  Na-^iatr^enus  ,  dat  twee 
fchoone  macghdcn  uyt  den  hemel  connende,  hem  openbaerden  van 
de  welcke  de  eene  hem  feyde ,  dat  fy  demaeghdclyckc  reynigheydt 
was,  hem  oock  verweckende,  dat  hy  dien  luyveien  ftaet  foude  be- 
leven ,  gelyck  hy  oock  dede,  den  wekken  oock  daernaer  menige 
andere  met  woorden  ende  wercken  daer  toe  heeft  verweckt . 

Defe  reyne  deught  is  felf  by  de  heydenen  altydt  in  groote  weerde 
geweelf ,  de  wa^lcke  hun  lieten  voorftaen ,  dat  de  fuyverheydt  iet 
goddelyckx  in  haer  mocile  beüuyten,  ende  aen  de  Goden  fcer  aen- 
genaem  w^efen  j  oordeelende  ter  contrarie,  dat  de  onkuyfcheydt  verre 
vervremt  moeite  lyn  van  den  dienlt  der  Goden,  volgens  het  gemeyii 
ge.'.enck-^preuck  van  alle  natiën . 

AD  DEOS  GASTE  ADEUNTO. 
Dat  is ;  Gaet  fuyverlyck  tot  de  Goden  . 
Eenen  latynfchen   Poet  fpreckt  aldus:  Cafta  ^lacent  fu^erU . 
Het  welck  men  aldus  can  verdu)  tfchen . 
Het  leven  van  een  fijver   maeght 
Oock  aen  de  Goden  feer  behaeght . 
Naer  het  verhael  van  Clemens  Alexandr'mus  lasmen  op  den  ghevel 
van  den  tempel  van  de  Afgoden  in  Epdawus  defe  woorden  : 
EJfe  decct  ^urum^  fanüi  qut  limtna  tem^li 
Innreditttr . 
Aldus  can  het  verduyO;  woorden  . 
Dat  teder  een  dtt  wel  verflaet : 
Een  reyne  Jiel  maer  binnen  gaet . 
Maer  nergens  meer  en  heeft  de  fuyvcrheyt  in  weerde geweeft  als 
by  die  van  Ronmen .  Numa  Pompilius  naer  Ror/mlns  Coninck    geftelt 
van  het  Roomfch  ryck  hadde  bevolen,  dat  het  heyligh  vier  opge- 
dracghen  aen  de  Gndmne  l'efla  altydt  branden  foudc  tot  voorfpoedt 
ende  bcwaerenide  van  heel  het  ryck  >  hier  toe  hadt  Jiy  gcftclt  ecni- 
ge  feer  edele  dochters,  die  altydt  daer  voor  forge  foude  dracghen, 
maer  die  moeften  altydt  leven  in  reynigheydt  ,  de  welcke  naer  den 
narm  van  de  Goninginne  Vefia  Virgmes  Veftales  genocmt  wierden  ^ 
de  maeghden  van  Vef.a. 

Men  moet  nu  voorts  weten,  dat  defe  maeghden  door  Coninckx 

bevel  van  alles  wel  wierden  voorfien  ende  prmcelyck  onderhouden  . 

Sy  waeren  boven  dien  begacft  met  menige  voordeden,  ende  feer 

geëêrt  van  een  ieder,  oock  vanGonmgen  ende  opperlk Magiltrae- 

ten ,  enckelyck  ten  opficht  van  haere  fuyverheydt . 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  iij- 

De  Roomfche  Borghmeefters  ende  bevel  hebbeiis  van  heel  het  ryck  , 
ende  verwinnaers  van 's  ryckx  vyariden,  als  fy  in  vollen  triomph  haer 

teghen  qiiaemen,  weken  voorde  felve,  haer  plaetfe  maeckende,  om  a 

te  paderen,   met  bewyfinghe  van  alle  eere.  Soo  getuyght  den  '^  H.  ^^'^'^  populiu 

HieronyrrtM ,  qua^^'*'h 

Voorts  op  alle  de  theaters  hadden  fy  de  eerfte  plaetfe ,  ende  fiilck  re    ■\-irgin't 

eene  macht  ende  autStoriteyt ,  dat  de  ghene,  die  de  doodt  plichtigh  yeftaUstabu' 

waercn  »  fekerlvck  door  de  vooripraecke  van  defc  maeehden  daer  ^''"' '''"•: "f  • 

van  verloit  wierden.  Conj„ies    er 

Jae  als  den  broeder  van  Clandia  eene  weerde  maeght  onder  de  imperatores  , 

J'eflales  teghen  het  gcbodtdes  volckx  fich  in  triomph  dcde  voeren  ^'""'mbut 

naer  het  Captolmm  den  opperften  tempel  der  Goden ,  ende  Clatidia  f^'X^^TJ""- 

op  haeren  waghen  hacren  broeder  volghde,  niemandt  van  het  Ma-  derefolmjïni 

giftraet  heeft  den  triomph  van  hacren  broeder  derven  .ftooren  ofte  s.Hier./;i.i, 

beletten ,  ende  dit  om  de  teghenwoordigheydt  van  fyne  weerdige  'i,"""^ ru'f' 

1 U  leer .  -virgo  'i-efi.ilit 

A/Iaer  dat  de  glorie  ende  majefteydt  van  die  maeghden  boven  mae-  <«»'  "vfuj^i. 
tenverhefte,  was,  dat  de  edelfte  dochters  van  heel  het  ryck  met  '"""'^  ft"py 
alle  neerftigheydc  hun  uyterfte  belle  deden,  om  de  plaetfe  te  be-  wl /"'«ct 
comen  van  die  maeght,  die  geftorven  was.  nuarts   idt» 

Jae  volgens  de  getuygenilTe  van  Smtonim  ,  den  Keyfer  Augttflm  '"■■'•''doTybe- 
hadde  gewenft,  datter  eene  van  fyne  nichten  in  de  plaetfe  foude  ge-  'p"ob7ndlm 
fteit  geweeft  hebben  van  eene  overledene.  fuam pudiciti- 

Wedcrom  alle  de  twillen  tuflchen   de  fteden  ende  gemeenten,  "m fertur cm. 
dier  voorvielen,  wierden  tcrftondt  eeflifi  door  de  voorfpraecke  van  ^"^''   '^"'^'Jf" 

dele  maeghden .  «,;7/M/riw« 

Ende  als  fy  uyt  haeren  tempel  ofte  uyt  haere  gcheylighde  woon-  nequiyerant, 
ftedc  te  voorfchyn  qiiaemen  ergens  willende  gaen,  wierden  fy  van  S.  Hieronym. 
menigh  trcffelyck  volck  vergefelfchapt,  ende  veelc  tceckens  van  ee-  /f„^z./ir"^ 
re  ende  glorie  wierdender  voor  gedraeglxen  .  qi<.m.'m  injlg^ 

Jae  Godt  felve  fchvnt  haeren  lof  met  mirakels  vereert  te  hebben,  »«  yirgmuM 
gelyck  feght  den  ^  H.  Ihcronymus .  'fi.'  ^  ■*"■£" 

lierit  moetmcn  weten  ,  dat  die  maeghden  op  itraitc  van  de  doodt  umdmn.itio. 
in  fuyverheydt  moeden  leven,  ende  foo  het  eens  gefchiede,   leght  s.Hier./ii.i. 
dien  H.  Vader,  dat  Claudia  eene  van  die  maeghden  in  achterdenc-  """'"''  Jo"»"»- 
ken  was  gccomen  van  onfiiyvcrheydt,  fy  heeft  tot  beveftinge  haer- 
der  iuyverheydt,  een  groot  fchip  met  het  beeldt  daer  in  van  de  Go- 
dinne  Id.Aa^  het  welck  inde  diepte  van  den  Tyber  hadde  blyven  vatl 
liggen,  alleen  met  haeren  riem  voortgetrocken,  het  welck  veel  duy- 
fendt  menfchcn  niet  en  hadden  connen  verroeren . 

Den  felven  c  H.  Hierofiympu ,  den  H.  Augtijimits  ende  meer  andere 
feggen  datter  behalven  é^tVejlaUs  noch  cenige  andere  maegRdcn  ge- 

P  z  wceit 


115  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

PerfidtM  Sy-  weeft  fyn ,  Sybillen  genaemt ,  endè  om  haere  reynigheydt  van  Godt 
*'"''  Qs""  ^^ö'^^'^'^  met  den  geeft  van  Prophetie.  Dit  fyn  fyne  \voorden :  Wat 
xXva  iQöj.  ^^^  ■'^'^  feggcnvan  de  Sjbillen  ,  wekkers  lof-tecckcn  is  geweeft  de 
j.:mM  ^469.  reynigheydt,  endeden  loon  des  felfs,  de  wetenfchap  van  veel  dinghen 
Ciimana  3Ö-  jc  vooricggen  ,  dc  welcke  in  verfcheyde  ecuwen  ende  landen  veel 
^li/m'XÓ'it  gsfpi'ok^"  hebben  van  de  comfte  ChrilH ,  van  fyne  geboorte  uyt  ee- 
tMid'3840.  nc  maeght,  van  fyn  leven,  van  fyne  doodt  cnde  ven-yfleniire ,  ende 
Fhrypa  ...  van  veele  andere  waerheden  van  ons  geloof,  als  of  alles  uyt  het  H. 
TjWf/jMip-  Evangelie  waere  getrocken.  Eenige  van  die  voorfeggingen  fyn  ge- 
yfl  s7byloM-  fchiedt  ontrent  twee  duyfendt  jaeren  voorde  geboorte  Ch  tl  fti .  Uyt 
crt289i  De/-  al  het  welck  feght  den  H.  Hie.-onjmiu  dat  de  fuyverheydt  by  ver- 
fhica...Cym-  fcheyde  natiën  onder  de  heydenen  van  Godt  is  vereert  geweeft  ver- 
T''l"b/ea'.  ''^  ^°^^"  ^^^"  fedelycke  deughden. 

titaieDi-i.c.6  Voorts  die  eerbiedinge  van  de  reynigheydt  en  is  van  Godt  niet 
b  i{ex  Per.  alleen  ingedruckt  geweeitin  de  gcmoedn-en  der  menfchen,  endefeer 
famm  inten-  gj-Qot  gcacht  van  dc  hcydcncn  ten  opficht  van  de  ref?a/es  ende  Sy- 
ciirijfUnóV/-  ^^l^e»  >  maer  oock  ten  opficht  van  veele  andere  maeghden  tuflchen 
tucultu  di-vi-  haere  vyanden  felfs. 

no  fuiratas,  Hoort ,  wat  den  a  H.  -^«^«y?/>7/«  metverwonderii\ge  feght  van  het 
'£t^reü^'.  loffelyck  werck  van  Alaru^  Marcelhis  ^  als  hy  de  iladt  Sjracnfa  in- 
cni  fervire  gcnomen  hadde ,  eer  hy  de  ftadt  in  triomph  foude  intrccken,  hadde 
morefHo,imUo  hy  op  grootc  ftraffe  aen  fyne  ibldaetcn  verboden,  geen  het  minfte 
yetante prtce-  jg^^  j.^  (joen  acn  alle  de  maeahden,  ende  belaft  de  felve  in  haere  eer€ 

*;f.Ainmian.        ,  ^ 

lih.  18.  tc  bewaeren . 

c  rngines  Niet  min  prysbaer  en  is  het  ghene  ,  het  welck  b  Ammianni  ver- 
prerebquHo-  ^aelt  van  cencn  Coninck  van  Perjien  ,  den  wekken  overmeeilert 
memc^Ji/pa-  'icbbende  eenige  veftinghen  vjn  die  van  Roomen  ftrafielyck  aen  fyn 
ter  tuut  Con-  volck  bclaftcdc  ,  datmco  alle  de  Chriftene  maeghden  aen  Godt  op- 
fiatinm  ^«-  gcdraeghen ,  in  haere  volle  eerè  ende  rufte  aenguende  haeren  god- 
^lohlCdtS.  delycken  dicnft  foude  laeten . 

Athanafius'.;»  ConflantinM  den  Keyfer  nu  Chriften  geworden  fynde  hadde  oock 
apoiogia  ad  alk  de  maeghden  in  eene  alder-meefte  ecre,  gelvck  het  blyckt  uyt 
Coitfi.tntiiim  .  gg,^  fchrift  van  den  c  H.  Athanajiiu  gefondcn  aen  Conjlantttu  nu  Key- 
hcnonimn""-  ^^''  "'i'^'"  "^^  doodt  van  ConJiantiuMi  fyncn  vader,  den  wekken  voor  iy- 
gines  perfe-  ïxt  doodt  ikh  liet  voorftacn ,  gelyck  EufcbttM  khryfr  j  dat  Godt  fynt 
queb-itur  ,  woouftc  hadde  in  de  ficlen  van  de  fuyvcre  maeghden  ,  de  welcke 
quodiiie.inim  |        ("elven  acu  dc  eoiidelycke  maiefteyt  hadden  onsedrae^^hen . 

vtfn.i  ,is  De-  .  &  /  J  .'  tö  o 

Hmiffim,i:ii  Het  en  is  dan  gccnlins  te  verwonderen ,  datter  ioo  menige  verihm- 
feconjeLrur^t  den  gcfpeslt  hebben  op  den  lof  der  maeghdelycke  reynigheydt,  en- 
tnhahit.tre  ^^  getracht  defe  hemelfche  ende  engellche  deught  met  veeldcrhan- 
'öTus!  ^V"(/f  de    finne-bcelden  ende  gelyckeniflen  te  vercieren  eude  te  verheften. 


c 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  117 

Ten  eerden  den  -^  H.  CyrUliu  heeft  eene  reyne  ende  fuyverc  maeght  ^andiL»  "'^ 
vergeleken  met  den  Phe?nx^  diemeafcght  alleen  ende  fonder  pacr  te  'generare  me 
leven,  alleen  vruchtbacr  wordende  in  fyne  doodt  ,  als  wanneer  hy  ipl"i",^cum 
uvt  fvn  cvchen  adchen  'comt  te  verrv'en  ende  te  herleven;-  ende  dat  ■y''/"  -"l^""!^ 
is  alle  lyn  vreught  ende  geliick  ,  dat  hy  fyn  felven  aldus  wederom  yerm^femper 
can  voortbrenghcn,  als  een  waerachtigh  beeldt  van  fuy verheydt .       yivo-,  cinh»- 

Den  H.  Cyrt/i'm  dede  den  voohel'Phenix  aldus  fpreken  :  Inmvata  *''"*  "'"  "' 

r-  r^     ■   ■  *■  Jiirreciionis 

;v/«;;go .    Dat  IS :  C  .         ji„cnej}yhi. 

Siet  hoe  ick  tveder  leefj       ■  fiatm-ritx  no-  , 

En  my  het  leven  geef.  yx,o'fiimj1o. 

Aldus  leeft  in  volle  blydtfchap  eene  reyne  maeght  fonder  gefel-  ''  '"/'""f" 
fchap,  ieght  den  lelven  H.  Vader,  de  welcke  als  eencn  brandt-ofter  Cyrill.  lib.^. 
aen  Godt  opgedracghen  iynde  ,  ten  lellen  in  het  vier  van  fuyvere  '^f'^l-  moral. 
liefde  ftcrvend;-,  ploncufer  haer felven  voortbrenght  ende  verryll,  om  ^  in^omijt- 
altydt  gcluckelyck  te  leven  .  Innovata  refurgo  .  fcrxt<esfi<r„,. 

Andere  fchryvers  vergelycken  de  maeghden  met  de  fuyvere  Bien ^  /i.uiur,  quiA 

de  welcke  oock  met  rsden  een  fuyver  voorbeeldt  van  de  fuy  verheydt  'Pi"  '^'""'»" 

^  en  genoemt  worden  .       ,         ,,  ..     ..rner  ' ode- 

h  Pliitarchus  eenen  heydenichen  Ichryver  fprcckter  aldus  van:  De  nr.u.  Plut.' 
ongefchonde  fuyverheydt  worc^te  kennen  gegeven  door  de  Biën ,  '» /"•■«'^»  '"»ƒ• 
om  dat  fy  eenen  naturelyckei^flveer  hebben  van  alle  onkuyOche  <^^^2''^'■•'•-^• 
mcnfchen,  ende  de  fjlve  vluchten,  ende  in  tcghendeel  gcdient  fyn  c  hi<rna-vir~ 
met  de  fujvere,  volgens  het  ghene  datter  verhaelt  wordt  te  ren-o-  ^mitM,  ^ȣ 
füi  gefchiedt  te  fyn  in  cenige  bicckens,  de  welcke  door- eene  cleyne  •'p'l"i"-'<""p'>- 
openinge  van  eencn  muergeraeckt  fynde,  gevonden  v;ierden  by  twee  brofius  ""' 
lichaemen  van  geflorven  maeghden  ,  daer  maeckende  haeren  loeten  a  ^'pes  ex 
honinck-graet ;  het  welck  6.  jaereii  nacr  de  begracvenKTe  in  het  o-  diyerfffimif 
pcnbaer  quam  ,  als  het  graf  door  den  blixem  om  verve  wicrdt  ee-  ^''''"'jif*'" 

,-  Ia  ]  1  r  JJ1--  <.'-'         niUiirh;dep.i- 

Imeten.  Met  reden  niagh  men  leggen,  dat  de  bien  eene  naturelyc-  fl, tant:immo- 
ke  genegentlieydt  Hebben  tot  de  fuyverheydt  >  ende  die  dacrom  al-  doficresinal-, 
tvdt  fe.er  bequaemelyck  fyn  gehouden  gewecft  als  voorbeelden  van  '>"''"■''«  "»_»<■- 
de  fuyvere  lïclen,  het  welck  oock  wordt  bevelticht  van  den  '  II.  Am-  1"''/""^'  V" 
brofua.,  leggende,  dat  de  reynigheydt  daerora  verdient  met  de  biec-  m.ibnibe>Hji. 
keus  vergeleken  te  worden .  '<<>  "pes  exe~ 

Den  oudt-vader  d  Cr^'/^ww  verclaert  dit  feerfrav  uvt  het  wefenen-.  ""y-  1"/''.'^- 
de  voortbrengen  van  de  bicn.   De  bien,  feght  hy,  orenghen  uyt  de  anitnantib,:.? 
bloemekens  het  foet  fap  naer  den  biccorf ,  uyt  welck  lap  ten  lellen  f-'brkAurhri. 
andere  bieckens  voortcomen  ,  daer  nochtans  de  minfle  overecnco-  ""'f"'"'""^'. 
min2:e  niet  en  is  van  de  cruyen  ofte  bloemen  met  de  biën  ;  maer  men  'l-,  c^cr,"„[i'  ' 
can  lichtelyck  verltaen  ,  wie  datter  den  Ichepper  van  is ,  te  weten  m  p/.d.  5-. 
den  fuyveren  ende  almogenden  Godt .  Men  fict  hier  niet  anders  als 
uytwerckinge  vau  enckele  fuyverheydt. 

P  '5.  Dea 


ii8  DEGODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Den  vermaerden  Poet  Fi>^27/V«  fpreckter  öock  van  in  defer  voeghen. 
Illiim  adeo  placnijfe  apibm  mirabile  morem^ 
Qjtod  fjeo  coiiCHbitii  indsdgant ,   nee   corpora  fegnes 
hl  venerent  fokümit^  a-.tt  fcetns  fiixtbm  edtint : 
Ventm    ivft  foliis   natos  ^  aitt  fttavibiu  herbls 
ore  legmn  j   i^fi  regem ,  parvofqae  qtnrites 
S^jficiunt ,  anrafqne^  &  cerea  regna  refigian , 

Het  welck  ick  in  een  duytfch  ryin  fal  trachten  over  te  ftellen . 

V  Is  vremt  voor  ieder  een ,   meefl  voor  d^  onnoofeï'  Itekens  j 

Te  Jien  het  fi-tyvsr  ri'erck  van  al  die  fijvre  biekens. 
Elck  leeft  ^  doch  fonder  paer  ,  en  d''  een  brenght  d"  ander  voort -y 

Een  faeck  niet  veel  gejien ,  een  faeck  niet  veel  gehoon , 
Siet  eens  ^  ie  rc^ne  bie  het  fa^  der  bloemen  rae^en  ^ 

En  daer  ujt  op  fyn  tjdt  veel  and"  re  hien  gefchaepen . 
Van  V  bloeme  fap  de  bie  en  van  den  damx/  oock  leeft  ^ 

Waer  nyt  fj  door  Godts  wacht  aen  ander  't  leven  ^esft , 
Daer  ü  geen  minfle  liifl ,  blyft  ftqver  als  te  voor  en , 

IJjt  d'  ongepaérde  bie  fyn  d'  ander  nytgebnren  . 
Siet  hier  het  eyghen  beeldt  van  el^  reyne  maeght^ 

IVi'ens  Jiel  in  Godt  maer  rttfl ,   en  heel  aen  (Jodt  hehaeght . 
Een  fchoonen  glans  des  maeght  is  V  ongefchonden  leven  ^ 

En  V  wefen  fonder  vleck  van  Godt  haer  vigegeveu  j 
Den  arbe'ydt  is  de  vrucht  van  haeren  maeghden  flaet , 

Een  vrucht^  die  altjdt  bloeyt  ^  een  vrucht^  die  noyt  vergaet . 
De  vrucht  is  fonder  fmert ;  niet  can  de  maeght  vervoeren  , 

In  Godt  fj  '/  al  verwint ,  die  met  als  vreught  can  haeren . 
Voor  'r  left  de  fitjver  dracht  van   cC  onbevleckte  maeght 

Haer  fuchten  fjn  tot  Godt ,  die  fy  in  V  herte  draeght . 
Gelticlzigh  is  de  maeght ,   uyt  fuyverheydt  gedreven , 

Die  als  een  bie  voor  Godt  haer  Jiel  hem  comt  te  geven , 
Oock  Godt  fyn  bruydt  bemint ,  die  als  een  hieken  leeft , 

En  met  haer  rejnigheydt  aen  Godt  haer  overgeeft. 
Laet  H  van  V   wereldts  hifi  o  maghet  niet  bedrieghen  ^ 

Wilt  liever  '.f  hemels  hof  als  eene  bie  door-vlieghen , 
Leeft  daer  van  V  pnver  fap  ,  en  dat  tt  reyne  vrucht  ' 

Uw'  fpraeche  zjy  met  Godt ,  dus  ghy  nacr  d'  hemelen  vlucht . 

In  defen  fin  fprack  den  H.  Ambrofuu  de  maeghden  vergclyckcndc 
met  de  fuyveve  bieckcns,  beter  als  Plttarclau ,  Falerms  ende  Virgtlms , 
die  den  aerdt  van  de  biën  wel  getracht  hebben  te  bcfchryvcn,  maer 
niet  gehouden  voor  eene  engeliche  dcught . 

Om 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  iip 

Om  de  weerdigheydt  der  fuyvere  maeghden  noch  meer  te  ver- 
heffen fommigc  minnaers  van  de  cngelfche  lu)  verheydt  hebben  de 
felvc  verciert-  met  leli-cranjj'en  ,  ende  met  de  lelie  vergeleken  . 

De  lelie,  fegghen  fy ,  is  onder  de  bloemen  van  alle  tydenfeer  ge- 
acht geweell:  om  haer  uytllckende  wit  couleur,  aengenaemen  geur, 
ende  fchoonheydt . 

De  oude  Poëten  hadden  vcrfiert,  naer  het  Teggen  van  den  E.  P. 
Benedict.  Perrerms  van  de  Socivteyt  Jefu  in  fynen  j-f.  bocck ,  dat  de 
lelie-bloem  om  haere  fchoonheydt  genoemt  wierdteene  conincklyc- 
ke  bloem,  voortscomende  uyt  het  Ibgh  van  de  Godinne  Juno,  maer 
die  fabels  ende  verfieriels  daer  laete'nde  come  ick  tot  myn  opfet . 

De  fchryvers  feggen'datde  leliën  altydt  gehouden  fyn  geweeft 
als  voorbeelden  van  de  reynigheydt,  foo  om  dat  fy  voortbrenghcn 
hcele  witte  bloemai  ,  als  om  dat  fy  niet  en  moglien  aengeraeckt 
worden,  want  fy  door  het  acnraecken  riet  alleen  en  vcrilen(]èn,  ge- 
lyck  de  andere  bloemen,  maer  oock  vcrlief.n  hacuen  foeten   geur. 

Nu  moeten  wy  de  HH.  Vaders  van  üe  luyverc  ende  witte  lely- 
blocm  hooren  fpreken .  '  ^.  ^^^'^'-^  IP^- 

Voorcerft  den  .>  H.  Amhrojlm  ajtydt  foet-vloeyende  in  fyne  woor-  ^^Irl'^esJuL 
den,  feght,  dat  door  de  leliën  befonderlyck  verilacn  v.'orden  defuy-  ri,mej} jj^ien- 
vere  maeghden  aen  Godt  opgedraeghen  ,  wekkers  maeghdelyckc  '('dai^imma' 
reynigheydt  heel  fay  ver  ende  onbevIccKt  is,  ende  dat  fyn  maeghden,  ^"j^j'^s^Tf" 
die  heel  fuyver  fyn  naer  fiel  en  lichacm  ,  lUchtigh  in  haeren  han-  hioüehi/nt. 
del  ende  manieren,  cock  wel  geichickt  in   haere  cleederen .  tó;»/?/.  c  15-. 

Den  l-  H.  Grei^ontu  i\-\(renm  le"ht  ü^i^  eelvckenilTe  oock  fcer  wel  ^  /^crLtli- 
uyt:  Eene  lely,  leght  liy ,  u)t  den  wortel  vogrtsccmcndegroeyt  heel  ^i,„mfi  ^or- 
om  hoogh,  aldaer  eene  Ichoone  witte  bloci^  voortbrengende,  verre  nrcnuitade. 
van  de  acrde  ,  op  dat  haere  fchoonheydt  niet  en  fouue  vermcnght  ""^^ /"'■<''"  'J 
worden  met  eeniehe  aerutichc  vuyli,'i;heydt .  -i-ertue^  pro- 

,^  ,  J     ^       -^  ^  jert  ,    n  term 

Soo  verheft  haer  de  reyne  licle  der  maeghden  veiTe  boven  al  dat  dijhans  „imi- 
aerdtfch  is  tot  inden  hemel  ,^  lot  het  wit  fuyver  lammeken  haeren  '""»''  «f;-»/- 
bruvdcgom  7f?/7^  niet  willende  de  minde  gemeenfchap  hebben  met  ""'''.'f"  *'''** 
de  ünnelyckheden  deler  wereldt.  ,,  „,.,„(,^t  -^ 

Ick  lluyte  defe  gelyckeniffe  met  het  ghene,  datter  overquam  aen  tcrrxiommrx. 
den  broeder  '!,4Lgidim  ,  derden  difcipel  van  den  H.  Franc.Jcm  .  Een  "'""■»''»"'«- 
fekcr  eelecrt  Reli2;ieus  uyt  het  Orden  van  a&w  H.  Domnncus  en  con-  '^^!^!v"} ''' 
de  niet  wel  vatten,  hoe  dat  de  H.  moeder  Godts  Ma,  ia  raaghet  ge-  ;«  du. 
bleven  was  in  het  baeren,   ende  naer  het  baeren .  Broeder  i/£_«/<af//*f 
door  Godts  befiieringe  viel  in  defamen-fpraecke  van  djen  geleerden      -^"  '';"''  ^- 
man,  twAz  ontiteken  lynde  met  den  goudelycken  geell  feyde  hem,  '^'J;    [■    '^ 
dat  hem  GoJt  defe  waerheydt  met  iet  wonders  foudc  betoonen  :  Soo 
dan  broeder  s^^Eaidins  floegh  met  fynen  Hoek  dry-maei  op  de  acrde, 

feg- 


lio  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

feggende  op  den  eerfte  Hagh  defe  woor  len  :  Maria  Virgo  ante  far- 
tnm  dac  is:  Maria  M:icg'nt  voor  het  bacrcn,  endc  tcrftondt  fiighmen 
daer  voortcomen  eene  witte  lely  ,  ende  feggende  op  den  tweeden 
^^^  Maria  Vir go  in  farm:  Maria  Maghet  in  het  baeren,  quam  daer 
oock  uyt  de  acrde  eene  tWeede  lely  ,  gelyck  oock  op  den  derden 
flagh  naer  dcfe  woorden  :  Aiana  l'irgo  j?oj}  partum  :  Alana  Maeght 
nacr  het  baeren.  Door  welck  mirakel  den  geleerden  maer  twyfelach- 
tigen  Religieus  foo  vcrfterckt  was,  dat  hy  vaflelyck  geloofde,  dat 
de  H.  maghet  Mana  altydt  maeght  was  gebleven ,  wiens  maegde- 
lycke  reynighcydt  door  dcfe  drye  groeyende  leliën  betecckent  wierdt . 
Den  E.  P.  Remondm  eenen  vermaerden  latynfchen  Poet  van  onfe 
Societcyt  fielt  ons  noch  voor  drye  andere  fchoonc  fïnne-beelden  ofte 
gelyckeuiflhn  tot  lof  der  fuyverheydt. 

Soo  fpreckt  hy: 

Corporis  intaüi  fpecies  ,  meniifque  fadicte 

JVix ,  IpecuLum ,  &  mo'lü  dicitur  ejfe  rofa . 
Quid  nive  ca/ididim  ?  jpeculo  qmd  piirnti  ardet  ? 

QMtdve.  potejl  ten  era  mollms  eJfe  rofa? 
Mors  rofa  in  attaüpt  e/?,  jpecalttm  levis  inquinat  aura^ 

Et  nix  vel  minima  labe  notata  ntgra  eji . 
Quam  f ac  il  is  labes  ^  facilipjue  attaÜM  &  aura  eji; 
Tam  Jit  magna  tud  cura  pudicitifS. . 
Het  welck  men  aldus  in  het  rym  foude  connen  verduytfchen . 
ll'ildt  ghy  de  Reyntghejt  in  vollen  glans  verhejfen^ 

Een  Sinn" beeldt  twee  of  dry  can  haeren    lof  betreffen  : 
JVat  lift  ter  als  de  fneetnv?  Wat  fchoonder  aen  V  ge/ichty 

^Is  eene  furfre  'roos  ^  en  als  een  fpicgbels  Itiht? 
Doch  om  u  met  den  geur  en  V  aenjlen  te   vermaecken  ^ 
Wacht  u  de  teere  roos  in  V  mtnfien  niet  te  raechen ; 
De  roos  wel  haeft  verfenfl^  door  '/  raecken  haefl  verderft^ 

Den  foeten  geur  .vergaet ^  den  glans  oock.  heel  verflerft . 
De  fneiiw ,  die  %vitte  fneeifw  gefujuert  in  de  hemden , 

Daer  d^  ooghen  van  den  menfch  verdnyfieren  en  op  fchem''len , 
Oock  door  een  iveynigh  flyck ,   en  door  onfuyver  (lof 

De  uutheydt  haeft  verliefl  met   al  haer  fchoonen  lof , 
Doch  eene  reyne  Jiel  om  haere  'deught  gevrefen 

Geacht  van  allen  tydt ,  Joo  nu ,  als  oyt  voor  defen 
Een  fptghel ,  fneeuw ,  en  roos  al  verr''  noch  overtreft , 
Die  Godt  en  boven  d"  aerd^  en  d''  hemelen  verheft . 
Dies  moet  de  reyne  maeght  geen  cleyne  forghe  draeghen; 
'/  Js  al  te  qreot  gevaer  m  V  mmft  hier  Jich  te  waeghen . 

Ee- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  izt 

a     y'irdiütu 
^en  fnyver  hert  moet  fïch  met  forgh   hier  qaede  jlaen  ^  oh  iiuoncu-jfam 

Daer  oock  de  mtnfle  vleck  den  luyfler  doet  vergaen .  yir^imtuum, 

Eencn  foo  fclioonen  fpieghel  van  fuyverheyd:,  cene  foo  bloevcn-  nlurlu^ex^ 
de  loodtvcrvigc  roofe  ,  ciidc  fon  fuj'veren  witten  friceuwvan  revnig-  hit„ent  >;- 
heydr,  was  dien  wvt  ende  novt  genocgh  qeprefcn  ionpelinck  Jo-  rLni ,  qm  n,,- 
jeph  den  welcken  clncrom  met  een  Iciy-cvoon  naer  verdienlten  iouct  fun.n  mulieris 
moghcn  gecroont  wo'dcn,  om  den  uytnemenden  lof  fynder  tuyver-  fxperaVn. 
heydt,  ende  bcfonderlvck  om  de  behaelde  viftorie  over  deonkuvfch-  ^"pcrtus  in 
hcydt.  Alfdan  heeft  J nfc p h  gcwont ,  fcght  den  geleerden  *>  ^bt  Ru-  i'o' '''^''^,^/^' 
jrertiis ^  dat  hy  ótn  naem  vevdiende  vsn  een  cloeck  man,  als  hy  de  ainèeosyiru. 
teere  acnlockills  van  fyne  oneerbaerc  mceilernb  qnam  te  verftootcn,  b  'jofrphica. 
door  het  welck  hy  oock  daernaer  foo  vermaert  is  gewccll:  by  alle  .'''""""•<«<""- 

,•  1  a  j  nii^m  ad   iio- 

"l'^^'^'hvn.  Jtnr,.morum 

Het  welck  nacr  het  fcggen  van  den  i,  H.  Ambrojiiu  niet  en  foude  peryemgn, 
gefchiedt  fyn,  waert  dat  hem  fyne  opper-vrouwe  niet  en  hadde  co-  >"J' domma  e- 
mcn  aen  te  vallen,  ende  te  trecken  tot  het  quacdt.  Aldus  is  de  fiiv-  ^'"   '"""//«' 
verhcydt  van  jojeph  vermaert  geworden  ,  den  wcICKen  die  voorge-  qKoiLnoref~ 
ilaen  heeft  felf  tottcr  doodt .  jntaflimonut 

Maer  den  lof,  van  een  foodanigh  mnnte  wefen,  en  was  niet  al-  '^•|''. ;?'" »«'- 
leen  den  loon  van  Jofephs  glorieufen  lliydt,  maer  dat  heeft  hem  oock  uu{7,itei!p'. 
den  wcgh  ^ebaent  om  daernaer  by  den  Coninck  Phnmo  van  Godt  fent.s.Amh. 
verheven  te  worden  tot  het  hooghllc  Prinsdom  van  heel  oy£gyften;  '-(^^ p-'>-.td.L.z. 
ende  boven  dien  is  hy  eellelt  boven  alle  de  andere,  om  dat  hy  fich  '^  V*''';'!/'* 
getoont  hadde  eencn  loo  grootcn  overwjnnaer  van  de  onkiuich^'dt,  ejhe^m,  nui- 
als  ecn?n  Cnninck  van  de  ecrbaerheydt  ,  gelyck  wel  gefeydt  neef  t  "'J'^'^"  Af* 
cenen  vermaerden  (chrvver  '"  BrJihaz^ar  Fa^z.^  van  het  Orden  van  de  T"  '"T/."' 

H.  i)rvvuldlgheydt.  r  zarPaezO,i. 

Het  waerc  nu  te  ^^•enfchen ,  dat  een  ieder  in  alle  fvne  onfuyverc  s.Tt,n.ml,£c 
bev/eginghen  onder  andere  fich  oock  voor-fteldc  het  lofFelyck  cxcm-  ''■^'■'^•'•■J'«"« 
pel  van  diënfuy veren  Jofeph,  volgens  den  raedt  van  den  d  U.Grego-  '^'fj^^  "^'c^ 
)-;/«  Paus,  fcggende  :  Is 't  dat  wy  de  aenlockfclen  des  vleefch  willen  ^i.  t.  40.  * 
overwinnen,  wy  móeten  Jofeph  gedachtigh  fyn,  den  welcken  oock  ^  Cenemu.r 
met  peryckcl  van  fyn  leven  de  fuwerhevdt  van  fyn  lichaem  "ctracht  V'™"   '''''''" 

j         ■  1  '  '1-  i'       ri    "    r       j        ■     1  uil  1      '"■•im  Tin:  ere; 

neett  te  bcwaeren,  cnoe  liever  het  kive  loude  verloren  hebben,  als  Jcfejibudmc- 

in  te  volgen  den  wille  van  fyne  oneerbaere  meerterfle .  iKvnam  rede. 

Eer  ick  fil  ficyten,  fal  ick  hier  noch  voor  ooghen  ilellen  cene  ge-  "'•3""^f'"'!«- 

{•  y   ■     t       ■  n'        r       '  ■  •  i    J  J-  1  ■  teiomin.i  lar- 

icnieacnille  otte  twee  van  ceni2;e  maei^hdcn  ,   die  om  hacrc  reynic;-  ,„    „„,,,, 
heydt  te  bewaeren,  ten  uytcrlten  cloeck  iyn  gewceit,  ende  fommi-  tum     euam 
ge  met  verlies  van  haCT  leven.  t'-.myi-.xpin. 

Voor  eerib  den  E.  P.  e  reronms  van  cnfe  Societeyt  in  fyn  handt-  p"^,^f'"''s 
boeckxken  van  de  Sodaliteyt  verhaelt  ,  daiter  te  Ltfbo»a  de  hooft-  Greg/«'j7;.ij! 
ftud:  van  liet  ryck  van  Ponugael  eenc  lècr  weerdige  maeght  was ,  '■'  t-<.ed>. 

CL  geen  "^  ^^ 


» 


lil  DE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

partej.c.io.  geen  het  minfte  gehoor  willende  geven  aen  eenige  vryers  >  eenen 
92.  ex  Tatre  jonghman  nochtans  was  op  haer  ten  uyterilen  vervallen,  trachtende 
d»»»'rVr'I-  alwaer  hy  conde,  in  haer  gelelfchap  te  wcfen  >  fy  van  den  anderen 
yinci£  litfi'  cant  dcdc  haer  uyterile  beite,  om  hem  tefchouwen.  Denjongh- 
tanit.  man  was  tot  haer  genegen  om  haerc  ongemccne  fchoonheydt  j  loo 

hy  eens  de  gelegentheydt  hadde  ,  viel  hy  haer  ^en  met  vleycnde 
woorden  ende  met  alle  foetigheydt ,  maer  foo  het  bidden  en  imecc- 
kennict  en  l'uckte,  met  grammoedige  woorden  ende  oreygementen  j 
maer  het  was  evenwel  al  te  vergeefs ;  De  occafie  diernaer  noch  eens 
gccregen  hebb  mde,  comt  onverwachts  gewapent  fynde  in  haer  camer. 
Wat  foudc  eylaes  hier  doen  de  eerbaere  dochter?  Wat  raedt  ibude  fy 
nemen?  Daer-en-tuflchen  hy  geeft  haer  fyn  lietde  te  kennen,  alles 
haer  belovende,  om  de  felve  tot  hem  te  brenghen  ;   maer  het  was 
al  voor  niet}  de  ftandtvaftigheydt  haers  gcmoedts  bleef  onberoert . 
Soo  dan  haer  foohcrtneckigh  fiende,  met  het  fwteratindehandt, 
feght  haer ,   dat  hy  haer  het   leven  fal  nemen  ,    ten  waer  fy  fyne 
vraeghe  toeftemde ,  maer  dit  alles  niet  teghen  Itaende  blytt  onbe- 
weeght ,   liever  haer  leven  willende  verliefen  als  haere  reynigheydt 
denckende  oock  by  haer  fclven  ,  dat  fy  noyt  gloritufer  en  conde  itcr- 
ven  als  voor  de  fuyverheydt;  ó  wat  eene  clockmoedigheydt  in  een 
dochters  g^moedt !  In  foo  een  gevaer  waer  foude  de  maeght  anders 
haer  keeren  ab  tot  Godt ,   verloeclcende  oock  den  byitandt  van  de 
H  maghet  Maria,   den  welcken  fy  oock  terllonJt  gcwacr  wierdt, 
voelende  in  haer  felven  een  mannelyck  gemocdt ;  foo  dan  met  eene 
onverlaeftheydt  valt  den  jongelinck  aen,  ende  hem  fyn  fsveerdt  ont- 
weldigende,  geeft  hem  daer  mede  eene  gevacrelycke  wonde,  die  iyn 
felven  hierom  terftondt,  foo  hy  belt  conde,  vol  vanpyn  enuelchan- 
de  op  de  vlucht  begaf,  heel  verdvvelmt,  endebycans  berooit  vange- 
fichc  ende  finnen ,  den  welcken  ooci;  ecnige  daghen  d;iernaer  ibnder 
eenige  Sacramenten  fyne  oneeibaere  verwaentheydt  met  eene  ongc- 
luckigc  doodt  quam  te  betaelen. 

Het  waere  te  wenfchen  ,  dat  alle  de  dochters  in  foodanige  gele- 
gentheydt haer  oock  cloeck  ende  manaftigh  toonden  !  Dat  ly  im- 
mers altydt  haeren  toevlucht  oock  nemen  tot  Godt  ende  fyne  luyve- 
re  moeder  Alaria . 

Doch  men  hccfter  al  veele  oock  gevonden,  die  haer  leven  met- 
ter  Uaedt  liever  verloren  hebben  ais  nacre  fuyverheydt .  Het  is  leer 
wonderom  hooien  het  ghene  gedaen  heeft  eene  fekere  maeght  van 
Nicomedien  ^  te  Avetcn  de  H.  Eu^hrajta  volgens  het  verhaelvan  Nice- 
^hoviu  ende  Baromm :  DeCc  was  geleydt  tot  eene  oneerlycke  plaeclc  y 
ende  nu  fiende  ,  dar  fy  de  hanucn  van  den  oai<.uylicncn  joagejincn 
niet  en  cjnde  outgacn,  feyde  fy  hem,  waert  dat  'hy  haere  eere  wil- 
de 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  izj 

de  bewneren ,  dat  fy  hem  eene  falve  geven  foude ,  om'  daer  mede  ge- 
falfc  fynde  in  den  Icgher  ofte  elders  tcghen  alle  peryckelen  ende  won- 
den bewaert  te  worden,  ende  fy  badt  hem  felve  dat  hyin  haeren  per- 
foon  de  prcuve  daer  van  wilde  nemen,  het  welck  hy  tocftemde  :  Ew 
fhrajifi  dan  hadde  nu  met  die  (lilve  haeren  hals  bcilrekcn  ,  dan  (eg- 
gende aen  den  jongelinck ,  dat  hy  nu  vryelyck  met  fyn  fweerdt  op 
haeren  hals  foude  llaen,  het  welck  hy  doende,  haer  met  den  eerften 
flagh  het  hooft  af  i]ocgh  tot  fyne  uyterfte  verbaeftheydt,  doch  tot 
meerdere  eere  van  die  fuyverc  maeght  ,  die  liever  hadde  ,  aldus  te 
fterven,  als  haere  reynigheydt  te  verliefen. 

Den  H.  AmbroftM  fchryit  oock ,  dat  de  maeght  Telagia  met  hae- 
re moeder  ende  fufters  vrywilliglyck  in  de  riviere  fyn  gefprongen, 
om  van  de  aencomende  foldaeten  niet  onteert  te  worden . 

Voor  het  left  men  verhaelt  van  So^hronia  ,  dat  fy  haer  felven  het 
leven  benam ,  om  de  oneerbaere  handen  van  den  Keyfer  Maxentius 
te  ontgacn . 

Maer  fal  iemandt  dencken  ,  magh  men  fich  dan  het  leven  wel  be- 


nemen 


? 


Den  H.  AugHdinm  antwoordt  daer  op  feggende ,  dat  defe  maegh- 
den  fonder  fchuldt  dat  gedaen  hebben  door  het  ingeven  van  den  H. 
Geeft. 

Dat  blyckt  immers  dat  fy  haere  fuy verheydt  meer  beminden ,  als 
haer  eyghen  leven . 

Soo  maghmen  oock  feggen  van  onfen  Jofefh^  dat  hy  oock  liever 
foude  geilorven  hebben ,  als  te  voldoen  aen  fyne  oneerbaere  meefterf- 
fe,  ende  toe  te  ftemmen  haere  onbetaemelyckc  onkuyfcheydt ,  wek- 
kers overgroote  boosheydt  ick  in  de  volghende  paragraef  oft  afdee- 
linghe  breeder  fal  voorftellen . 

2.    $. 

Van  de  over  groote  boosheydt  van  de  fonde  van  onknyjch- 

heydt ,  de  Ife/c.^e  mm  befonderlyck  moet  l^lmhten  naer 

het  exempel  van  den  fuyveren  lofeph 

NOyt  en  fil  iemandt  genoegh  connen  uytleggcn  ende  befchry-  ^  LuxurUeJt 
ven  de  grootc  boosheydt,  fchaede  ende  grouwel  van  de  on-  „f^,"^'/»!  'Td. 
kuyfcheydt,  de  welcke  eenen  ongeregeldcn  drift  ende  luftis,  -roinptates 
tot  de  vleeichelycke  genocghten,  ons  tot  ItrafFe  ingedruckt  om  de  ctrmties.  ita 
fonde  van  onfe  eerfte  ouders  Adam  ende  Eva .  "r""!"^'"' 

Dit  is  maer  al  te  waer,  dat  alle  menfchen  genegen  ende  gelyck 

Q^i  ge- 


definitw. 


114  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

a  gedreven  fyn  tot  die  fonde  .  Soo  feydeGo^f  felveinhet  "  bocck  Ge- 

i'nünch  ""  ^^^^'^  '"  ^^^  ^  capittel:  De  finnen  ende  de  gedachten  van  des  men- 
^n^'^ordTTn  ^«^^i^ns  hcitc  fyn  tot  het  quacdt  genegen,  van  haer  jonckheydt  af. 
mahm  fmna  Door  dit  quacdt  wv.ev  het  gevoelen  van  de  uytlcggers  word:  vcrltaen 
junt al ,idc:h-  ds  londc  vun  onkiiylcheydt ,  om  de  weicke  Godt  den  menlch  dreyg- 
^Gèn'z'y'zi   ^'  '"'^'-  '^^  doodt  ,'feggende  :  Mynen  geell  en  ial  ecuwelyck  in  den 

b  "  mtnfch  niet  blyvcn  ,  want  hy  vlcefch  is  ,  ende  een  wcynigh  daer- 
Non  t-ermu-  naer  volghen  dde  Avoorden :  Godt  fiende  ,  dat  der  menfchen  boos- 
uetit  jj,!ritM  heydt  veel  was  op  der  aerden,  ende  dat  allen  de  gedachten  des  her- 
ne,  OKiacaro  ^^"  ^°^  quaedt  genegen  waeren  ende  ioo  voort  ;  1  oo  leght  hy  ten 

tfl Fi-  lellen:  lek  fal  den  menfch  die  ick  gelchaepen  hebbe  te  niet  doen. 

deus    autem       Uyt  al  het  welck  men  üet  dien  grooten  diitt  der  menlchen   tot 

fX'  rjf.  ^'^  '°"^^>  ^^^  ^°^^  ^^i'^e  Ih-affen. 

tia  hcminum  ^cn  '  H.  Ambrafiw  fyn  oog-merck  nemende  op  de  genegentheydt 
cjfetinierru,  van  den  menfch  tot  dat  boos  quaedt  van  onkuyicheydt  fprtckter  al- 
c^  cioiiia  ic.  ^j^s  breeder  van  :  Van  de  ionckheydt  eroevt  de  boosheydt,  ende  nu 
jinenta  effet  Wat  oudcr  gcwordcH  iyndc ,  m.en  tracht  te  londighen,  ende  daermeii 
admaliim.  ..  het  quacdt  noch  jonck  fynde  niet  doen  en  can  ,  ouder  geworden 
Delebo ,  in-  fyndc  fondightmcn  uyt  boosheydt,  de  gelcgcntgeydt  dacr  toe  noch 
V.ÜJ'"""'^"'  foeckende,  ende  in  de  fonde  oock  clorierende.  Hitr  toe  verweckt 
Gen. ö.v. 5^.7.  ons  feer  veel  den  onkuyfchen  geell  denduyvel  der  hellen,  den  welc- 
c  ken  wetende  ,  dat  onie  bedorven  nature  feer  genegen  is  tot  die  fon- 

<tL//Vf'r"'  '^^'  ^"  ^°"''  ™'^''  "P  '  ^'^"  ^^'^^  menfchen  dacr  toe  te  ver(veckcn,eii- 
malitia  ina'm  '^^  ^^^  ^^^  vuyle  fonde  trachten  te  brenghen  j  den  vvelcken  daerotn 
dili^enti.1  CT-  van  c  Cajfiodortif  genoemt  wordt  den  opiloker  tot  de  onkuyfcheydt, 


ftuaium  pet-  Jrjcentor  Ubidinis .  Het  waere  te  wenfchen  ,  dat  wy  foo  groote  ken 
k"iu-vénu!'i'e    ^"'^^^  hadden  van  die  ongemeene  boosheydt ,  gelyck  dien  hellbhen  on- 
ut  fittr  quajl  lliyveren  geefl ;  ende  dat  een  ieder  die  traclitede  foo  te  vluchten,  ge- 
infirmui  pet.  jyck  hy  fyn  bfllc  doet,  om  die  in  alle  menfchen  te  verwecken  . 
itt     juyenu       j^|.  j^^pg    j-jj-  ^^^  kenniOe  van  defc  fonde,  die  ick  nu  fal  trachten 

tamimprcbus  ,  {      '  ,,     ,,  ,  ',  i       j  r  \ 

tjiii    jLdio/e  wat  brecdcr  voor  te  flcllen  ende  op  te  weghen  ,   oock   dienen  kil, 
capuipeciata  om  dc  fclvc  mct  allcn  ernll  ende  forghe  te  vlieden  ende  te  fchoi> 

iö>nntere,0-    wfj-^ , 

"lori'u.,7.  's        ^^  ^^  darter  vccle  trcffelycke  mannen  wel  ende  crachtelyck  ge- 

"^inbrofuis.  '  fclireven  hebben  teghen  die  ovcrgroote  boosheydt  van  deonkuvfch- 

d  heydt,  fy  en  hebben  evenwel  die  noyt  genocgh  conncn  uyclcggen, 

Immundui  jjoch  het  en  fal  oyt  "erjocgh  2;edaen  worden. 

ianonu  id'i-      Laet  ons  nochtans  hooren  ,  v»^at  datter  hier  en  dacr  van  de  lelve 

dhiisylux'iri-  ge fch reven  is. 

tqxe  dicnitr      Sommige  feggen,  dat  iy  den  wegh  baent  tot  alle  foorten  van  fon- 

ÊJ^i^'us.  ^'  '^cn  ,  ende  alle  andere  fonden  cleyn acht,  ende  lichtelyckvolbrenght . 

£ima}-ckiu  noemt  hucr  eencn  afgrondt  van  het  quaedt:  Ahjjl'ü,  mainrH, 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  iif 

Aienander  ecne  vergaederinge  van  alle  ongeluck  :  Calamitatis  ch- 
mulum . 

a  Cicero  feght ,  dat  de  onkuyfchcydr  fchaedelyctcr  is  als  de  pcftc,  a 

de  welcke  als  fy  begint  voort  te  loopcn ,  alle  menfclien  vernint5   al-  q^J|./|"  ^^^ 
foo  de  onkuvfcheydt  ,  ioo  wanneer  fy  eens  de  overhandt  becomcn  cjpiulh 


licrem 


heeft  over  de  reden,  loopt  oock  voort  tot  alle  boosheydi,   die  als  peiiem  ,qu.im 

ommoaelvck  fchynt   om   overwonnen   te   worden.  yo  npute-n  _ 

Seneca  \n  lyne  p.  tragedie  Iprcckter  aldus  van  :   Totam  per  orbem  ,„^/    y,„,<,«,j 

maximum  exorium  ejl  malum  ,    inxuries  ^  feJlU  bl.i>:d,i     Door  heel  de  (rxnu  u.\en- 

wereldt,  feght  hy,  ifler  opgeÜaen  een  aldcr-grootlle  quacdt,  te  we-  ""■'.  "n"""* 

ten  de  onkuyfcheydt,  die  als  cene  pelt  foetelyck  bcdrieght.  ^omnutm  Vm- 

Anftateles  noemt  de  onkuyfchevdt  eene  wreede  ciide  feer  quacde  orinn  yor,igi- 

beeilie,  ALüam  befluim^  die  alles  verfcheurt.  nemlAf,[„'.jK* 

Wat  fe^o;en  nu  de  HH.  Vaders  ende  Chriftene  fchrvvers  van  de-  Y-"""^'"''j- 

^  oD    ,        ^       j     •>  ■'  ben  queuni: 

ie  grouwelycke  ionder  Lih.defenea. 

Cifjiodorm  eenen  ouden  fchry ver  noemtfe  eene  verdcrffter  der  men- 
fchen ,  HominurK  deooPulfitruem  . 

Den  H.  Vader  Chrjfofiomitf  gceftfe  den  naem  van  alle  boosheydr, 
Omne  malnm .  Ofte,  gelyck  den  II.  Grtgoruis  feght,  fy  is  de  opper- 
fte  boosheydt  v;m  alle  boosheden,  Aïalnr,t  mainram . 

Den  H.  AugH^inus  feght  met  een  woordt,  dat  fy  hactelyck  is  acn 
Godt,  endefchaedelyck  aen  de  mcnfchcn,  Deo  immica  &  boimnibus . 

Die  grouwelycke  fonde  is  de  princijxielfte  oorfiecke  gev.'eell:,  dat 
Godt  de  wereldt  geilraft  heeft  met  den  water-vloedt .  Sy  is  famcn 
oorfaeck  geweelb  van  de  doodt  van  foo  vcele  onnoolcle  kinders,  die  met 
de  plichtige  verdroneken  fyn  in  de  wateren  van  de  goddclycke  wraecke. 

Om  de  felve  fonde  is  hetgeOachte  van  Behjannn  te  nictgegaen  ,  en- 
de bey-.e  de  fonen  van  Heh  op  eenen  dagh  in  den  flagh  doodt  gebleven  . 

David  is  daerom  oock  vervolght  van  fynen  foae  Ah  fa,  on  .^  ende 
van  hem  verjaeght  uyt  fyne  ftadt,  ende  b)'can5  berooft  van  fyn  le- 
ven .  Den  wyfen  Salomon  fvncn  fone  is  oock  door  de  onkuvfcheydt 
foo  verblindt  geworden  ,  dat  hy  de  af-goden  van  fyne  concubineii 
heeft  aenbeden. 

En  is  oock  dien  cloecken  Samfon  niet  overwonnen  gewecft  van  de 
onkuyfcheydt  als  hy  door  het  befteeck  van  Dalila.,  door  wiens  on- 
kuvfche  liefde  hy  gewonnen  fynde  wierdt  verraederlvck  van  de 
'Pbiliflinen  gevangen  ende  verblindt ,  ende  dan  ten  fpo:  gellelt  van  fy- 
ne vyanden? 

En  is  Amnon  oock  niet  vermoort  door  den  laflr  van  fvnen  broeder 
Ahfjlon  ? 

De  feven  mans  van  Sara  ,  daemaer  de  huyf-vrouwe  van  den  jon- 
ghen lohiMi-jw  oock  van  den  onkuyfchen  geeft  verworght ;  selvck 

Q^l"  "    'di£ 


116   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHE YDT 

die  twee  ontuchtige  ouderlinghen  om  hunne, vlccfchelycke  luften  tot 
de  ibyvcre  SnfMfi-i  van  het  vo'.ck  iVn   gcilecnight. 

V^oorts  vier-en-cwintigh  duyl'cndt  van  de  Hebreetnven  fyn  om  hun- 
ne ongcregclye  onkuyfcheydt  gedoodt ,  ende  heele  familien  di'.erom 
onteert  ,  cade  ilcdeti  ende  landen  ende  rycken  verwoell . 

De  helle  is  vervult  met  millioenen  van  onkuyfche  menfchen,  die 
brandende  in  hun  oniiiyvcr  vier  door  hun  fchuldt  voor  eeuwighrecht- 
veerdclyck  fuUcn  branden. 

Dat  boos  volck  van  Sodoma  ende  van  de  andere  vier  fteden  Gomor' 

rha^  Sehrim^  Adama^  ende  Segor  fyn  oock  van  Godt  om  haeren  on- 

kuyfchcn  brandt  overvallen  met  het  vier,  vallende  uyt  den  hemel, 

om  corts  dacrnaer  gcftratt  te  worden  met  het  ecuwigh  brandende  vier 

der  hellen . 

a  Hoortcr  van  fpreken  dien  ouden  vader  <«  Salvianus  in  fynen  bocck 

■  Flagitiofijfi-  van   de  Goddelycke   Voorfienigheydt  .    De    onkuyfche  Sodomite»  , 

m»j  populus  fcght:  hy,  volbrocht  hebbende  hunne  onbetaemelyckc  quaede  luiten, 

'pUti's'liuTi!,'-  hebben  gebrandt  door  de  vlammen  hunder  fonden  ,  op  dat  fy  de 

tMil,Hs   fiiis  ftrafie  fouden  onderftaen  in  dit  leven,  gelyck  fy  het  in  het  ander  le- 

arfit  flamnüt  ycu  voor  altydt  foudeu  doen. 

mm;«„»,y«o-  j-j^^^  ^  Hieronymiü  (cghlhitr  bequaemelyck  van  de  onkuyfcheydt, 
Jisni'am,  n,i.e  ^^t  fy  'S  ccn  hclfch  vier,  IgfJii  infernalü  htxayia  y  niet  alleenelyck, 
in  futuro  dn-  om  dat  fy  dc  vleefchelyckc  menfchen  leydt  tot  den  helfchen  brandt, 
iur,etiiim  m  macr  om  dat  fy  hier  oock  op  defe  wereldt  begnuen  te  gevoelen  de 
fiincrn  SalT  Py"en  eudc  de  tormenten  van  de  hel ,  olt  oock ,  gelyck  het  aeratfch 
£;>ifiJeproy.  vicr  alles  verbrandt ,  lbo  oock  het  vier  van  de  onkuyicheydt  alles  ver- 
■^«''  llindt  ende  verderft,  dat  de  onkuyfche  menfche  belitten,  al  hungocdt 

ende  bloedt  met  hun  iiel  ende  lichacm . 

Hier  op  paden  leer  wel  de  woorden  van  den  Propheet  Jol>  fpre- 
kende  van  dele  fonde :  De  onJ<.uyfcheydt,  feght  hy,  is  ecnen  brandt 
,  ofte  vier  der  verdcrffeniflc,  alles  verilindende ,  j^»^  eji  uf^ue  ad^er- 

Sl  cnro  domi- '^'tion<^»^  devoram . 

ntitiirixneU-  Op  wclckc  woordcn  den  l  H.Gregoriw  Paus  fchryvende  ,  fcght, 
xurii  ommü.  ^^■^  ^^  onkuyfchcydt  als  een  vier  de  overhandt  heeft ,  ende  alles  ver- 

comrcniatur  .   n-     j^ 
S  Gu-    /  21    '1'"'-''^  • 

m«.'/.^4-9*      ^"^  '  ^-  ^"g"fl'"^  feght  in  het  cort,  dat  fy  ftrydt  tcghen  Godt 
c         ende  tcghen  de  menfchen,  ende  alles  dat  de  menfchen  raecktnaerliel 
Z'tximn  nu-  gj^j^  lichaem  teencmael  vernielt . 

'mul  -villuii-  Aengacnde  het  lichaem  :  Dj  onkuyfche  menfchen  comen  allens- 
liii  perdit  o-  kens  tot  gcbreck  ende  aermocde ;  fy  vatecren  al  hun  goedt ,  niet  al- 
vmemf'il'lia-  leen  in  éten  ende  drincken  met  onecrelycke  perfoonen,  maer  met 
'lt"i'" de  d'fi  g'^^cn  "^""^c  fchencken  ,  die  fy  wech-gcvcn  in  hunnen  onkuyCchen 
thr:j}ixn.i.   '  liandel .   W'clcke  giften  van  den  H.  Clrnfoftomus  genoemt  worden  de 

clip 


D- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  127 

dippen  ende  rotzen  van  de  oneerbacre  jongelinghcn,  Patnmoniorum  j 

fyrtes .  in  ep.  ad  Rom. :  gelyckmen  alle  daghen  fiet.  .■?'>''/"''"* 

'  Den  veiloren  fone  is  hier'  van  eene  claerblyckelycke  getuygeninè , ■'J-'/l^ '",['"" j^ 
om  van  andere  tefwyghcn,  van  den  wclcken  den  "  H.  Lucas  feght,  i:(x„nofé.L\i- 
dat  hy  alle  fyn  erf-goedt  in  onkiiyfcheydtichandelyck  hadde  verteert;  ex.  cap.i'^.v. 
ende  als  hy  nu  al  het  fvne  verq'uiil  h.idde  ,  den  ongebonden  jonge-  ^3-        . 

", .       ,  -'  ,  -,  ,,-11  1        j    r  ;  F.tciiliich.tt 

Imck  was  nu  eylacs  gedwonghcn  üch  by  ecnen  landil-man  te  vci-  ,„,.;,r/ ><•,•«. 
hucren,  om  de  verekens  te  dryyen,  ende  die  gaedc  te  flacn,  als  wan-  tremfdiqmts, 
neer  hy  dickwils,  geen  eten  genocgh  crvgcndc,  om  fvnen  buyck  te  <?«■«  /""-r» 
vullen  ,  fich  mocir  verfaeden  met  den  draf  van,  de  verekens.  ïdan'v't'T' 

Den  geleerden  fchyrver  ^  f^ <g'>  f-^'^iortm^s  ilelt  ons  voor  noch  ee-  (,' 

ne  andere  bemerckinge  van  de  vuylefonde  van  onkuyicheydt,  fpre-  Oexirem.tli- 
kcnds  aldus  :  O  uyterfte  vuyle  Ichande  van  onkuyicheydt,  dewelc-  ^'^""'  '«'"/"'- 
ke  niet  alleen  een  cloeck  gemoeJt  en  doet  verfwacken  ,  maer  oock  ]^.i,°^l'^^„",^^ 
het  lichaemkrenckt,  de  lielebefmet,  ende  oock  den  fondaerbefchae-  effcmi,Mt,fci 
dight .  Alle  anJere  fonden  die  den  ibndaer  doet  ,  fyn  buyten  hem  ,  "'/"«  ener- 
maer  eenen  onkuyfchen  menfch  doet  oock  lecdt  aen  fyn  eyghen  li  '^'^"""'/^"j^lf^ 
chacm  ,  het  welck  overvallen  wordt  met  veel  veifcheyde  quatlen,  mamfcieü- 
als  met  het  verlies  van  de  gefondtheydt  met  clcyn  hope  van  dicoyt  am  per/onam; 
weder  te  cryffhen,  ende  met  vreeie  van  over  fyne  fonden  geen  leedt-  """"^  ».i»<'j«e 
welen  te   hebben.  (c^cmhLo, 

Den  onkuyfchen  Keyfer  Til^erim  naer fyn beeftclyck  leven,   als  fyn  extru  corpus 

■  lichaem  quarn  te  befwy'cken,  feyde  fomtydts  dcfc  woorden:   lek  ge-  ƒ«'""<•;? .  5"* 

voele  alle  dashen  dat  ick  befwycke  ende  vergac,   Penre  me  nuotidie  1"""'  f"""' 

femto.  pus  fif^mpe,. 

Wat  ifler  dan  claerder  hier  in,  als  dat  den  Ecclejlafticus  feght,  dat  i:ui,jemper,l. 
eenen  vleefchelvcken  menfch  foo  verre  comt,  dat  fyn  lichaem  ten  '""'/"•*"''•'"» 
leften  oock  m  dit  leven  van  de  wormen  wordt  opgeeten .  Umujcmper 

PaüddiM  tot  onfen  propooll  vcrhaelt ,  dat  eenen  oneeriycken  menfch  comitaturfa;. 
tot  rtrafFe  van  fynonruchtigh  leven  met  eenen  vuylen  cancker  in  fyn  toro-immm^ 
hooft  foo  was  uyteeëten,  datmcn  het  bloodt  beckenheel  f'.eh,  maer  ''"^''ryy 
die  daernaer  als  hy  lyn  Iclven  voor  goedt  beterde,  door  Cjodts  ocrm-  c^  im}arfti,t. 
hertigheydt  ende  het  aenraccken  van  den  H.  Macarim  wierdt  gene-  HugoViccor. 
fen. 

Om  eene  foo  mocyelycke  ftrafFe  te  ontgaen ,  ofte  te  voorcomen , 
moetmen  fich  met  alle  forgbe  van  alle  onku\fcheydt  trachten  te  be- 
waeren,  oock  naer  het  fcggen  van  eenen  Poet: 

S^erne  voluftates ,  nocct  em^ta  dülore  voluptA! . 
Dat  is; 


F'erworvt  de  vuyle  /.';/?,  die  altydt  ivcedo}»  doet , 
Tot  naedeel  ■van  u  Jïel y  en  van  ti  gocd.t  en  bloedt. 


W;it 


liS    DE  GODDELYCKE  VOüRSIENIGHE YDT 

a  Wat  grootcr  blindthcydt  ende  uytfinnigheydt  cander  dan  gcvon- 

TsTBicatio  c  jgj^  worden.^  liever  alle  defe  fmerten  ende  ongemackcn  met  fchaede 
l^crntfLinn,  '^^'^'^  Ichatide  van  ficl  ende  lichacm  te  vcillen  ondcrftacn  ,  als  iyne 
.tmmmnj'-.iie-  vuvlc  cndc  onrcdclvckc  luiten  te  laeten? 

L;ln.it,  a-ite  KLurdcnvlccrchelyckeii  drift  verblinde  foo  denonfuyveren  menfcli  , 
*■",""■■"'/'   '""  ende  verduvitert  IboTvn  verltandt,  dat  hy  veel  ergher  ende  Ichandc- 

rmne    brutum  i       ,-       i  i  '     .1  J  i       i  j  j      ■ 

f<ut  aitim.ll.  lyckcr  leeic  als  ecnc  bceite,  ende  gc!\'ck  verandert  worde  m  een  on- 
sHiev.ialutL  rcdelyck  gedierte,  ende  ten  lellen  nacr  fyne  ontuchtige  onkuyfch- 
ycrb.i  ojea:  |,gyj,-  fonJer  aciiterdcncken  comt  te  vallen  iii  fyne  eeuwige  vcr- 

buimciim  in    ,    -'  .  ,-  ■'  "^ 

honüi-e   crc.  docmenilie. 

b  Hoort  hiervan  fprekcn  de  HH."\''adcrs. 

itixtiriaficit  Den  vuylcn  ende  onkuyichen  lufl  fcght  den  ''  H.  Hiefonymiu  ,  v-cr- 
hominem  pe-  j-Qf-rt  cndc  verduvttcrt  de  finnen,  vcrcrenckt  het  gemoedt ,  ende  van 

uittil  brutttU,  111  '    r  1  1         i  j    i        i        i         ,i 

iatetleüum  c^n  rcdelyck  mcnlcn  maeckt  het  een  onredelycke  becite . 
obniibil.u,a'  Het  fcive  feght  oock  met  andere  woorden  den  ^  //.  Tbomof  a  Vil- 
bnicum  fMit  i^.fjgy,-[ ;  Qc  onkuyfchcydt  maeckt  den  menfch  hcd  bceftelyck  ,  vei- 
ThomasTvil.'  j^eght  ende  verblindt  de  reden,  verduyllcrt  het  verfkndt  Scc. :  Soo 
fe;-;i.  2.  tUs.  dat  dcn  menfch  verandert  in  een  onredelyck  dier. 
ïldefJionjo.  Js  't  dan  nict  redclyck,  dat  alle  de  onkuyfche  menfchen  nu  als  on- 
p  .^  .  .  redelyckebeellcn  uyt  den  hemel  gcfioten  worden,  die  macrgemacckt 
f>e.Zti<m"jw.  en  is  voor  de  redelyckeende  fuyvere  fchcplrls? 

w;o  ejji:ity.r  Soo  fprcckt  den  c  H.  Bsmardr/iM :  De  opene'plaetfcn  des  hemels 
hcftta,  crbe-  ^^  Hjljen  niet  vervult  worden  niet  onredelycke  fchepielen,  de  welc- 

fiiuZinï  '^^  '^'^^''  t^=n'eï  gcfchaepen  en  fvn. 

^ternjin.  s.  Veclc  HH.  Vadcrs  behalven  alle  dcfe  ongeluckige  uytwerckin- 
BernarJinus.  geji  van  de  onkuvfchcydt  ,  ende  menige  pcryckelen  van  de  lielc, 
„    ^^  ■,  ^  fcircen,   dat  de  ycwoonte  van  oniliyverheyt   het  alder-ïrrootlle  pe- 

On.th  qinbll'f-        07      ,   '.  1,-1  j  1  ,1  ,  1       ■ 

Jl/«  cU-vn  ryckel  is  voor  de  hele,  om  dat  het  ten  uyterlten  moeyelyc.s.  is,  en- 
j,i]p.giiura,ii-  de  bvcans  onm.ogelyck ,  om  daer  uyt  te  geraecken. 
mi  corporas  j)^.,^  ./  f-f  ^^[rroJiHs  fcght  ,  dat  cciie  oakuvfche  fielc  met  de  li- 
Zf^ik-Ticmcl  chamelyckc  geiioeghten  als  met  nagels  valt  geh.cht  is  j  ende 
adl,.ij\-rn,de-  als  fv  cciis  dacr  aengecleeft  is,  foo  blyft  fy  door  de  ibete  aenlockfels 
bu.u-um  iV.e-  foo  valt,  dattcr  geen:  hops  meer  en  fchynt  te  v.'efcn  ,  van  los  te 
lehmchnoxui  „  .,.^j„(;ken  ,  endc  dicfvolgcas  ecne  uyt.'rile  vreeie  is  vim  de  verdoe- 
S.Ambn.r./i»  menille . 

tap.  2.  Lu^^,  Y)^'^<\\  H.  Vader  fchynt  hier  de  ged-achtcn  gchadt  te  hebben  van 
de  aenclevcndc  vevlc,  ofte  climmtr-bnom,  die  om  hooyh  wail  lanx 
de  boomcn,  cndc  lanx  de  niuercnopclimtj  ende  lich  heel  vaft  maeckt. 
A\''ant  .gclyck  ecncn  fcliryvcr  bcmcrckt  ,  het  latynfch  woordt  Hs' 
ncr,j ,  het  welck  in  onfe  taele  l'efl'hoo??^  gcnoemt  wordt,  fchynt  gc- 
maeckt  te  fyn  van  het  lat)ulch  v.oordt  lurcre,  het  wclck  te  leg- 
gen 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH. 


izp 


gen  is,  vaft  houden  oft  aencleven,  van  het  welck  miflchien  comc, 
dat  den  veyl-boom  gehouden  worde  voor  een  waerachtigh  finne- 
bceldt  van  de  aenclevcnde  onkuyfcheydt .  Want  gelyck  de  veyle 
lanx  eenen  anderen  boom  opclimmende  ,  het  fap  van  dien  boom 
famen  uytfuyght  ,  ende  den  wasdom  belet  ,  ende  den  boom  doet 
vergaen  ;  van  gelycken  doet  de  onkuyfcheydt ,  als  fy  ergens  eene 
flele  begint  aen  te  cleven  ,  de  welcke  alsdan  daer  vaft  blyft  ,  alle 
de  jeuglit  van  eerbaerheydt  allenskens  te  niet  doende  ,  foo  dat  Cy 
ten  leilen  die  tot  den  grondt  comt  te  verderven . 

Laet  ons  dit  iinne-beeldt  in  een  rym  voorftellen  met  het  devies 
als  volght  naer  de  print. 


330  DE  GODDELYCKE  VOORSIENICHEYDT 


Soo  V  groen  eens  aenhecht  en  rnaer  w.ijl^ 
V  Verderven  fal  ^  en  houden  V  vaft. 

Het  fïnne- beeldt  wordt  uytgeleydt. 

V  T^  nvaer ^  men  Jïet  de  vcjl  om  hoogh  van  alk  canten 
JL  Lanx  mueren  ende  boom  Jich  met  fjn  fcheatcn  planten  : 
Went  Jich  daer  roncmendom ,  en  maeckt  fjn  felven  vajl^ 
En  cleeft  noch  vafler  oen ,  hoe  hy  maer  langher  %i'afl . 
Jae ,  dat  het  wonderfl''   is ,   hy  fal  meer  inwaers  dringhen , 
£n  weet  foo  door  een  boom  fjn  fchenten  in  te  d,ivinghen  ^ 
Of  door  het  mueren  kalck^  daer  hy  foo  vafl  aen  cleeft  y 
Tot  dat  den  boom  verjlerft,  en  Jich  den  muer  begeeft . 
Laet  hier  o  Jonge  jettght  uta/^  ooghen  eens  op  vallen ; 
__■  V  Js   meer  als  tjdt  ^  houdt  op  van  al  u  dertel  mallen  % 
Siet  als  V  ontuchtigh  groen  eens  vafl  is  acn  de  Jiel  y 
I'fjfty  dat  al  mamgh  rrfenfih  aldxs  ter  hellen  vieU 


Ce* 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH:  ijf 

CeUichigh  ii  den  menfch  befet  met  lely-bloemef}  ^ 

JSliet  me:  V  onfnjver  groen ,  dat  doet  een  Jïel  "verdoemen  ] 

Celuckigh  is  de  Jiel^  die  leeft  in  fnyverheydt^ 

uien  Godt  behaeghen  moet  tn  alle  eetiwtgheydt .  ^ 

Ex  quo  luxu» 

nEn  onkuyfchen  ende  ongeluckighen  drift  begint,  ende  gaet  "'^ »"■«'"« rf- 
nllcnskcns  voort  ,  feghr  den  <«  H.  GregoriKi  ^  hoort  hoe  dat  hy  "*y^'  ^"^"^' 
-^ — ^'  fprcckt:  Soo  haeiir,  fcght  hy,  als  de  onkuyfcheydt  iemandts  umhtna  co'ri. 
hert  bcvanghen  heeft,  en  ket  het  quaelyck  iet  gocdts  peyfen,  want  f^repermmit 
alle  onkuyfche  luften  ilerck  aencleven :  want  van  het  ingeven  comt  ƒ"""'""ƒ<■- 
iiet  gepeys,  van  het  gcpeys  de  bev/eginge,  van  de  bewegmge  het  j:tq„,iexju. 
behaeghen,  van  het  behaeghen  het "confent,  van  hetconfent  de  uyt- x^y?/<"?i?om/,r 
wcrckinge,  van  de  uytwerckinge  de  gev.'ocnte,  van  de  gev/oonte  '"S^"''",  'x 
de  wanhope  van  bcternifTe  ,  ende  ten  leilcn  van  de  wanhope  de  '^"^'J''""" 
verdoemenifie  j  ioo  dat  de  onKiiylcjieydt  aie  veroudert  is ,  niet  en  f^cliene  dele. 
fchynt  te  conncn  overwonnen  worden.  (f.itio,exde. 

Hier  uvt  lietmen,  datter  cleyne  hope  is  van  de  faligheydt  voor  (f^"!"""''^''"- 

J  r       '  I-I  ■  Ji/^j  ^       J  » Jeiil»i,cx  con- 

oe  oniuyvcre  menicnen,  ten  wacre,  dat  hun  (jodt  voorquaeme  met  ƒ„,ƒ„  o-yera- 
cene  befonderc  hulpe  van  fyne  goddclycke  gcnaede  .  ^  u^lgen-i^  ccncn  tto,  ex  opera' 
ouden  fchrvver  feght  feer  wel  met  dcfe  woorden :  De  onkuyfchevdt  """*  'onfue- 
die  alle  mentchcn  is  ingeboren  ,  lockt  ons  aen  ende  ontfteckt  ons:  fl/„'/''"j" 
d.iernacr  lioor  "het  gcbruyck  vailer  aenclevende,  tulTchen  de  voldoe-  fier.iiio ,  ex 
Jiinge  mishacght  fy  fomtydts  ,  ende  wederom  tullchen  het  mishae-  dejperat-iene 
hen  behacght  fy,  foo  datter  cleyne  ofte  geenc  hope  van  leedtwcfcn  "^'""'"'<>- S. 
en  is ;  ende  gemeenelyck  de  onkoyHche  mcnfchen  gaen  ten  leften  '^S- ^'""<'»•• 
verloren,  ten  waere  fy  door  eene  ongemecne  gratie  van  Godts  ge-  Zibido  apte. 
nacde  geholpen  wierden.  Soodanige  jonde  ofte  gratie  hebben  ge-  ""^JhoaiUdt 
ViOKcn  A-fcna  Aiaidalena^  yjHfiiiJlima  ^  Alaria  van  z^^LiyPten  met  lut-  *^  "«W"» 

<N  1  ■S>   J  ^  d.'i.  11  Ju       lubt  IC  At 

tLlc  andere.    ^  ^  ilUqueat, 

y1'/.j?^/?/V;7rf  di-e  2[roote  fondacrcfle  was  peracckt,  foofommi^e  mee-  •^dvoutpLuê- 

nen  ,  door  de  crachtige  woorden  van  den  lieven  Saligh-maecker^  jni      i"*' 

rnaer  bffondcrlyck  naerhet  gevoelen  van  andere,   door  de  bermher-  pLunis'lii^^ 

lige  ooghc  van  ]  v.  s  c  s  ,  gelycl:  oock  Petrus  in  het  herte  wierdt  ge-  dlem.tinn»!- 

raeckt,  als  fyncn  beminden  meeiter  nu  gevanghen  fvnde  hem  rnaer  en  '•"" /«^»'>«/- 

bL-figh,hct  welck  was  een  goddelyck  ende  crachtigh  aenfchouwen,  un'linr"'-' 

een  acnfchouwen  van   bermheitighevdt .  lidlimarMriJ. 

AKgujlinm  voor  fyirc  bekeeringe  oock  heel  verflond;n  in  {«/ne  fon-  firkc>dixi>,i 

den   v^r-ordt  bekeert  door  dcfe  crachtige   ende  bcrmhcitige   liemme  f-'^'^"""»')»-. 

Godts  comcnde  uvt  den  hemel:   ToHa  le^e^  Jolle  Ive :  Neemt  ende  7,"i^l'^''!'S,,'' 

-Jceu  ,  Neemt  ende  leeft.  Hv  hadde  by  hem  de  H.  Scrifture  ,  hy  ra  fios  per- 

doctfe  dan  open  ,  vallende  in  defe  woorden  vanden  H.  Paul::.' tot  die  ''*'•  Aigerus 

van  Roomen  ;   A'on  ia  comme  ffai  tont  bus  CT'  ebrietaiibia  ,  non  in  c::l'ili-       """"■  ^    "' 

*  „  /      '7'"  ""'"•"  "''• 

K  2  bits  1,^0. 


iji  DE  GODDELYCKE    VOORSIENïGHEYDT 

aJ  Rom,  13.  bii^  &  impudicitiü  ,  fed  indHtmini  Dominttm  Jefnm  Chriftum .  Dat  is  : 
•''•Ï4-  Niet  meer  in  bnifleryen  ende  dronckenfchappen  ,  niet  in  flaep-ca.- 

Mihri  hut    "^^'^  ^"'^'^  onecrbaerhedcn ,  maer  doet  aen  den  Heerc  Jefum  Cbn- 
nua"ulnó'rdu  ft^rm .  Eudc  liet  in  fyne  iicie  geraeckt  fynde,  wierdt  bei-mhei-telyck 

carauli  (omif  bekcCrt . 

fiftenttafr.itt      j^^g  wonderlyck  en  is  oock  niet  eeweeft  de bekeeiinge  van  Mu- 
i^     JrnM  ria  van  Egypte»? 

mergmnur  Sy  vacrdc  nict  vcele  andere  nacr  de  ftadt  van  JcruCaïem^  om  tc- 

tenercu.   S.  ghenwoordigh  te  fyn  in  de  jaerige  fcefte  van  het  H.  Cruys  ,   niet 
Augu!l./<nn.  aodtvruchtiaheydt ,  maer  alleenelyck  om  daer  met  occafie  hae- 

b         re  oneerbaere  luiten  m  te  volghen,  ende  eenige  jongelmghen  daer 
yofefh,  ut  toe  aen  te  locken .  daer  gecomen  iynde,  fy  meende  eerft  uyt  ciiri- 
imj-dnum      eushcydt  in  dckercke  te  gaen,  maer  fiet,  ly  wordt  door  eene  onlle- 
fe7'ey"/crl',  nclvcke  macht  in  het  portael  tcghcn  gehouden,  als  onweerdighy 
pallium,  ^«0  om  te  Hen  het  H.  Cruys  ,  het  wclck  diende  om  in  haer  felven  ic 
apprei-en'Hi     g.^^,-,  ^  gi^jc  te  bcmcrcken  haer  onkuyfch  ende  onbefchaemt  leven y 
^^7un'''h"'l  ""'•^«^  by  geval  haere  ooghen  om  hoogh  ilaende  ,  fagh  fy  daer  het 
coJ"i'iir!f°-  *beel(Jt  van  de  H.  Maghet  Maria  ,  aen  de  welcke  fy  haer  terftondt 
nu   impetHtn  opdrocgh  mct  bcloitevan  /laer  onluy ver  leven  te  beteren,  waert  dat 
Appre>,eiide      jy  jj^  jg  kcrckc  conde  binnen  gaen  ,  het  welck  foo  het  gefchiede , 
imbére'-vJh-  ^  het  gcluck  ctecgh  van  het  H.  Cruys  te  aenlchpuwen . 
Wdm.  s.  Aug.       Als  wanneer  fy  h;ier  tot  Godt  teenemacl  bekeerde ,  haer  corts  vcr- 
Dom  ^i-pofl  tixckende  in  eene  woeltyne,  in  de  welcke  fy  dcde  eene  itrenge  en- 
Trimfuem.     ^^  hnghdurige  penitentie  tot  eene  geluckige  doodt . 

Doch  luttele  Ibodanige  bekecringhen  fyndcr  geichicdt,  maer  on- 
tallycke  llraffen  van  de  eeuwige  verdoemeniHe . 

Het  feggh.n  van  den  ,i  H.  Augnfirnus  naer  fyiK;  bekeeringe  is  maer 

,  al  te  waer,    te  \\etcn,  dat  alle  deghene,  die  hun  heite  tcenemael 

op  de  onkuyfchcydt  geftelt  hebben,  ten  lellen  gemecnelyck  comen 

te  vallen  in  hun  verderf  ende  eeuwige  duyllerniflen .  MergtmtHr  tn 

atertuis  tetieh-a-s . 

Maer  evenv/el  foolanckals  die  onkuyfche  ende  ongeluckige  men- 
fchen  lev.n,  daer  is  noch  hope  van  faligheydt,  als  fy  eens  voor  goedt 
en.ic  u}ter  herten  hun  wcnfchen  te  beteren  ,  ende  bequacme  mid- 
delen daer  toe  willen  gcbruycken  . 

Eenen  fecr  goeden  middel  onder  andere  is  ,  hier  in  te  volghen 
dien  cerbaeren  ende  voorfichtigen  Jofeph  ,  den  wekken  in  het  pe- 
ryckel  van  fyne  fuyverhcydt  het  befte  oordeelde,  fich  op  de  vlucht 
te  begeven,  daer  ick  boven  noch  van  gefprokcn  hebbe. 

Den  l>  H.  Aitgiiftirius  geeft  ons  hier  in  oock  den  Iclven  raedt.  Jo- 
feph  .  feght  hy  ,  om  fyne  onbefchaemde  mcellerfTe  te  ontcomen  , 
Jaceft  fyncn  mantel  daer  hy  mede  vall  wierdt  gehouden  ,  in  haere 

han- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  135 

handen  gekctcn ,  cnde  gevlucht  :   Soo  dan  feght  den  felven  H:  Va-  a      riSlori,* 
der  ,  nioetmen  teghen  het  geweldt  van  de  onkuyfcheydt  de  vlucht  """  J]"^>-atitr 

acnnemcn.  caj},ut.un,fi 

In  foodanigh  pcrykel  en  maghmen  op  fyn  (elven  niet  te  veel  be-  exfu^a,  mfi 
trouwen  ,  feght  den  "  H.  Hicron-pniu  ,   of  men  foude  lichtelyck  co-  ci'ofugi^t^d- 
men  te  vallen ,  de  viftoric  in  den  itrydt  van  de  iliyverheydt  en  crygt-  ^"M""'^"^- 
men  niet  ,  ten  zy  in  de  vlucht,   endc  die  niet  en  vlucht,  fal  haeil^j^j^rj.    '"'' 
overv-onnen  worden.  b  Fateorim- 

Dcn  felven  l'  H.  f'ndrr  beveftight  het  felve  fchryvende  teghenden  %'"'''•'"■'« 
ketter  Ftgilamiw  ^  fcheldende  ccnen  Religieus,  die  fich  vertrock  in  ^'","^/^  "^^ 
de  woellyne  om  het  groot  peryckel  van  ongclyckc  perfoonen,  al-  -wWor;^,  m 
waerhybybrenghc  deantwoorde  van  diënReligieus  teghen  dien  ket- /'"•'''"«  •^''- 
ter,  aldus  fprek-!ide:  lek  kenne  mync  cranckheydt,  dacrom  en  wil-  7'^"""'' 7''/°- 
Ie  ick  niet  vechten  op  hope  van  te  winnen,  om  de  viólorie  niet  te  ^o  <ri.,d,:tm, 
verlicfen ,  al  vluchtende  ontcome  icl<.  het  fwecrdt,  maer  vechtende  deyn.tyi ,  fi 
ende  blvvrndc  liuen,  moet  ick  vx  innen  ofte  verlicfen  >  als  ick  vluch-  fi^''ero,caden- 

■'.  •!■  j-iii^'  -11»  aiim  itut  yin- 

te  ,  en  wmne  ick  met  ,  om  dat  ick  viuchte  ,  macr  ick  vluchte  om  f^,,^,,,,,    w?. 
niet  overwonnen  te  worden.  cumfi^ionon 

De  befte  waepencn  van  foo  een  gevecht  is  de  vlucht  ,  de  welckc  '*'""'  ioq»oi 
denvoorfichtigi-n  jfc/è^/;  gcbruycktc,  ende  dacr  mede  fich  verilcrck- -^"1'"' ^^^^"^ 
te,  gelyck feght  den  '  H.  Bnfiltm  van  Seleucia^  geern  fyn  cleedt  ach-  s.Hicr.   * 
terlaetende,  om  fyne  fuyverheydt  te  bewacren  .     ^  c    KetenMm 

Behalvcn  het  exempel  van  den  vluchtenden  Jofefh^  den  II.  Paulm  ^^T"'77v- 
heeft  cock  defe  vlucht  acn  een  ieder  aengeprefen,  als  eencn  alder-  n^la-'J"  '' 


iiZit  iXn- 


beften  ende  fekerlten  middel  voor  de  fuyverheydt :  Hy  Ifeltons  voox  f.i>iufi,g,\ufm 
alleen  tweewoorden:   Fugite  fomicatio-nem^  Vliedt  de  onkuyfcheydt .  /■'■'"''■'"«(  er 

Hy  geelt  in  het  cort  den  ïaeftcn  middel ,  geene  andere  v/oordcn  ,X){r7J/f'vr 
gcbruyckcnde,  als  willende  fcggtn,  dat  den  belten  ende  als  den  ec-  jiem  ,\it  tem- 
nigcn  midck'1  de  vlucht  is.  ,  per.iiuiamte- 

Hoort,  hoe  dat  den  </  //.  ^;/^^»/?i««/ defe  woorden  nytleght :  Ecrft ''T\^'^^ '!" 
gcfpi'oken  hebbende  van  den  vluchtende  endc  lliy  veren  Jofeph^  den  ^^ 'j^y-^'X  ' 
H.  Apollcl,  feght  hy,  als  hy  fprack  van  andere  fonden,  verweckte <i  ijofejyh  re- 
een ieder,  oni  de  felve  cloeckelyck  te  wcderllacn,  macr  fpiektnde  ^'^~'<>p--^'''oJ"- 
van  de  onfuyveihcydt,  feght  hy  allecnelyck,  datmen  die  vluchten  ^,"/J,"L^|^'" 
foude  .   Fngm  foriucattanem  .  dam  ejjf'f^Z 

e  Ljramu  dien  vermaerdcn  uytlegger  van  de  H.  Scrifture  geeft  genmMyVuu. 
hier  aldus  de  reden  van:  De  fonde  van  onkuyfcheydt  en  wordt  niet  '»*-'y/'"''<' 
overv-onnen  als  door  de  vlucht ,  de  andere  fonden  maghmen  wel  o-  °  ,^ "  om,ubils 
verdencken,  ende  ovcrloopen  met  hetgepcys,  de  welckc  alsdan  door  •>'//;/</>riu,..(. 
bet  bemerckert  haerderboosheydt  Hchter  overwonnen  worden  j  Ynaev^'''^".^J^""^''' 
het  gaet  anders  met  de  fonde  van  onkuyfeheydt,  de  welcke  ,  hoe  f  ■T"""'^''/'" 
mccrmen  met  de  gepeylen  daer  op  blytc ,  meer  ende  meer  aenneemt ,  <j.«rc(fcr  >«o» 

R  3  ona  '''«- 


154  DE    GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


dixir.reffiite,  om  dacr  in  ten  Icftcn  te  befwycken .  Daerom  moctmen  alle  foorten 
fedfi'.gnefor-  y^^i  onkuyfclTeydt  vlieden,  ende  alleoccafien  ende  pepeyfen  daer  vaa 
s.Auguih»:  terllondt  verftooten  ,,,.,, 

ferm. qi, olim  Doch  mcn  moet  hier  weten,  dat  al  dit  vluchten  ende  vechten  ia 
dom.  2v/io/  een  ieder  placcfe  grypt,  hoort  hier  eerft  op  de  vcrfieringe  der  Poc- 

1""hoc  .■Ui-  ^^"  ■ 

umnoitv'ii.'i-      Eene  maghet  ofte  Nymphe  Dajil-nis  genacmt  op  de  jacht  wefen- 

tiirnifiperfii-  de  viel  in  het  geficht  van  Phthns  fich  oock  daer  vindende  in  dun 

gum;  in  uliii  j^ofch .  Dc  zcvbxcve  Daphnis  fagh  PLibiu  recht  op  haer  aencomen, 

'qnlntum'piils  '^^'^  foudc  fydosn?  Sy  en  bevondt  niet  geraedtfimer,  als  haer  tebe>- 

defcnd'n  ho-  gcvcn  op  dc  Vijcht,  het  wclck  de  Goden  uide  Godinnen  foo  be- 

mo  ,id  <o»/-  haeghde,  dat  fy  de  maeght  in  dat  peryckel  fynde,  terllondt  veran- 

t.!iirf»myid'j^'-  (je]-j(.[j;n  ccncn  laurierboom,  tot  teecken ,  dat  fy  om  haer  vluchten 

voaes,  tinto  tot  bcwaereniiTe  haerder  fuyverheyt,  eenen  lauwers-croon  wel  had- 

piiis  iinenn,  Jp  verdient,  foo  datmen  van  haer  met  reden  wel  gefe}'dt  heeft; 

mi.le  tCiW^iiifo  ,~       '     I  r  n  i 

übitvli'ii.citi  ^'^^^   taunjei'os  Varit  tlia  trinmphos . 

i,ifor,uCM:o.  TiSLt    \S'. 

ne.iutem  '-i't-i'  i       ^  i-    i      •       i         i 

loplmdcj.cu.'  Aaet  recht  fy  iveerdigh  is  den  loon', 

dnaicogiCi-  J)e  vlncht  haer  geeft  een  lauwers-croon . 

717c/'o"diii-      Om  met  een  woordt  te  feggen,  de  vlucht  is  nut  ende  noodigh 
enes  ni,  t.'Mi-  in  het  gcvacr  van  de  deught  van  fuyverheydt. 
Lhsc^  fmiti-       Bemcrckt  dit  volgende  dichtjen. 

b:iS,taiilol>LuS  ° 

inyaleiin  ten-  IJtlt  "hy  o  Chnjlen  menCch  aen  ira'en  Godt  hehae^hen . 
taiio     tir^ier  Vlncht  aller  'vroi'iven  hji  met  al  haer  foete  laeuhen^ 

<.p,odhocTiti'  j^^  vrouw  ü  te  doortrapt,  die  tnenioh  menfch  hederlt,    ■ 
vu.iflonei  ft-  Siet,  dat  door  haer  geficht  a  fieie  niet  en  Jterft . 

giendo<y  ^0-  Dies  vlucht  haer  ^  fytge  wys ;   d:is  fult  tijtel  bewaeren-^ 
^it.itioiies.  Die  forgkeloos  hier  leeft  .y  is  nLr/:mer  tvcl  gevaeren  . 

i  ^"^^.""L  •  -^"^  '^  ^^^'  beflen  raedt .   Doch  eerfl  op  Gsdt  betromi't . 
I-ugite  luiiii-  Slet  diii,  dat  ghy  V  geficht  der  vroHiven  niyt  aoifchomvt . 

a  Ick  uuyte  met  de  fpreuci<   van  een  .t  Gclccrt  man,   handelende 

ficlorU  f-r-  van  de  voorfichtige  vlucht  van  jofeph,  op  d;it  ghv  hem  n-icrvolgen- 

"'"",""•;"'"'"  de  over  de  onfuwerhcydt  moogt  triumphcren .  De  viftorie  overdc 

f„?.j,,:t,fhit  onluyvcrnevdr,  fcght  hVi  i^  pnncipaclyck  gcicgen  m  de  vlucht,  gc- 

•Jojtpb    .<♦'«  lyck  liet  gebleken  heeft  in  Z?/?,'/?  vluchtende  fyne  onfuy verc  ende  on- 

ji^mma  fu-t-  betaemcl)  ckc  mceftcrfiè  .  Hier  mode  is  het  genoegh  . 

ameron.  r--       [  ge^  qus  HU  voorts  ü;icn   llcu  in  het  voljTcnde  canittcl  ,  hoe  dat 

dcniuvvei'cn  ende  onnooiclen  j"J^/--j  ^'an  lyne  onku^irhc  oprer-\rouw 

valfcliclvrk  van  ontuchtighcyJt  wierdt  befchuldight  by  haeren  man 

J'diiphar,  dic  liaer  te  lichtclyck  geloofde. 

III.  GAP- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  13;- 

III.    CAPITTEL. 

lofeph  Ifordt  valfchelyck  l^efchtddight  van  fym  majlerffe  hy 

haeretz  man  Puüfhar^  den  "Geleken  haer  te  licht  gê. 

bollende  ^  den  /elven  doet  fmytcn  in  de)i  hrcker, 

altpae'r  hy  teenemael  op  Godt  hetroulvcnde  ^  ten 

Iepen  de  gratie   tcindt  van   den  overflen 

des  kerc^ers . 


^i 


::r^w: 


Elyck  wv  terftondt  geficn  hebben ,  dat  deboosheydt  van  de 


is  van  foo  vee!  quaedts ,  loo  magh 


"W,  onkuyfcheydl  ooriiieck 

,^^j  ick  oock  fcggen,  dat  ecne  ontuchtige  cnde  oneerbaere 
^1  vrouwe  alle  boosheydt  dickwils  comt  te  bedry ven  ,  om 
haere  viiyle  luften  in  te  volghen,  verltootcndcalle  dcughden,  oock 
riet  fpaerende  het  leven  van  een  ander  ;  het  welck  inuiicrs  blyckt 
in  de  viouwe  van  Putifhar . 

Als  fy  nu  lagh ,  dat  den  fuyveren  jongelinck  haer  hadde  vcrftoo- 
ten,  ende  nu  ontvlucht  vas  ,  fyneri  mantel  laetenJe  in  haere  han- 
den ,  fy  dacrnaer  vol  van  furie  ende  rafernye  vcrvloeckt  hem  .,   den 
Welcken  fy  corts  te  vooren  met  foo  eenc  fotte  ongeregeltheydt  had- 
de  bemint.  Hier  {aghmen,  dat  het  naer  het  gemeen  fcggen,  acn  ec- 
ne vrouwe  teenemael  eygen  is,  ofte  te  beminnen,   ofte  te  hacten.  rroyerilum  -^ 
De  gequetftc  liefde  is  grammoedigh  ,  macr  belonderlyck  de  on-  ^"t   'im^t , 
fuyvere  liefde,    ende  hoe  grooter  de  onfuyvere  liefde  is,  hoe  groo-  //^'. "'"^  """ 
ter  is  den  haet  ;   jae   niet  en  iflcr  lbo   crachtigh   ende  geweldigh 
als  den  haet  van  eene  ontuchtige  vrouwe,  als  fy  van  haere  hope  be- 
rooft is,  ende  in  haere  vuyle  liefde  bedroghen  .  Voorts  ill  dat  fy  in 
de  daet,  oft  in  den  quaeden  wille  plichtigh  wordt  bevonden  ,   niet 
en  iller  verlkndigher ,  om  haer  daer  uyt  te  maccken,  ende  oock 
niemandt  ftoutter  ,  om  fonden  op  fonden  te  doen,  gelvck  wasdeie 
meefterfle  van  JoCe^h :  In  vollen  haet  cnde  furie  fynde  neemt  fy  ec- 
nen  goddeloofen  raedt,  heelgelyck  aen  den  haet,  dacr  Phadra  daer- 
naer  in  de  volgende  tydcn  mede  ontilekcn  was  teghen  Hypfoljtw 
haeren  ftief-fone  van  de  wclcke  fencca  mt  haerennaein  aldus  iprack? 

jjeprenfa  eul^a  efl  .  Anime  quici  fegnis  fiiifes  ? 
*    Reoeramm  ipfi  ci'imen ;  atqne  idtro  im^iam 
Venerem  arguamm  j  fcelere  velandum  efl  fcelni  . 

Het  welck  men  aldus  can  verduvtfchsn: 


1^6  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Het  e^Haedt  Is  achterhaelt,  maer  waer  om  dies  ontftelt  f 

Dringbt  hem  het  fchelmfluck  of  met  Itfl  ^  oft  met  geweldt . 

En  of  gbj  wordt   beticht^  gelafiert^  en  begech ^ 

Siet ,  dat  ghj  V  ejttaedt  met  quaedt  en  booshejdt  overdeckt , 

%  MuUerft-  Defe  boofe  ende  onfuvvere  huyf-vrouwe  van  Putiphar  door  ecne 
yi([im.t  i«ot  ]  j(-^],g  fm-j^  ontllekcn  om  haerc  verftootino;e  cnde  mifacluin^e  ver- 
ioif:idor.td.  lint  by  hiicr  lelvcn  eene  vervloccktc  wnicclce  van  de  dooüt  Idvc, 
moTiTf.juvrea,  t;x\ci  de  wclckc  fy  haercn  onnoofclcn  dienaer  Jofeph  wilde  overval- 
b  ƒ«(«•  q'<.i-  j^,j^     gQ(^  jjQ,,3  jj  j(^.,^  I^^g^  y^[^  ^e^(,  ontuchtige  vrouwe,  fe^ht  den 

lerribdiiu  U-  P'-i=c  ''  J'--vendlis  ,   als  ly  worut  aengedrevcn  door  ccne   oncerlyckt 

ciie,autinter   lietdc  . 

reptilia  dra.  Den  6  H.  Ephrem  Syrtis  feyde,  dat  eene  onkuvfche  vrouwe  Telfs 
7"dnln't"-  '•^^  v/reedtlle  becfte  te  boven  gaet :  Onder  de  viervoetige  gedierten, 
„lenadmuUm  feght  hy,  en  ifler  niet  fchrickclycker  als  eenen  leeuw,  ende  onder 
mttlierem.  S.  Jg  cruypcnde  gedierten  en  ifler  niet  gevaerlycker  ende  wreedei  als 
Ephiein.  ^  genen  fenynigcn  draeck ,  maer  evenwel  fy  en  fyn  noch  niet  te  ver- 
felwnun'cldo-  gclyckcn  jjy  ecne  qiiaede  ende  boofwillige  vrouv/c. 
tnu) fix.Gen,  Wat  heeft  dan  die  boofe  ende  onkuylche  mceflerne  van  J'-^f^fh 
J9.T.14.  gedaen?  Voor  eerft  merckende  ,  dat  hy  was  wech  geloopen ,  ende 
\  c/e/'jo  1^  felven  alleen  vondt  met  den  mantel  in  de  handen,  fy  roept 
mnUer  ad:d-  terltondt  by  haer  met  een  groot  getier  alie  die  in  huys  waeren,  ge- 
tcriifuitenta-  lyck  '  Moyfes  fcght .  Waer  op  den  ^  H.  ^mbro^iu  a.\óus  fpreckt :  Als 
mentawlgn-  Jofeph  vcrtrockcn  was  ,  die  oneerbaere  vrouwe  heeft  terltondt  het 
"yoLem'ftllm,  acugcdacn  geweldt  van  het  overfpel  met  luyer  ftemme  bekent  ge- 
eoi-jitod  relic-  maeckt ,  feggende  ,  dat  den  hebreeuwfchen  jongelinck  fyn  clcedt 
t«  yeftibus  achterlaetcndc ,  wech  was  geloopen.  Maer  wat  voor  eene  uytfinni- 
y/eWW"-  „e  blindtheydt?  Sy  brenght  felf  te  voorfchyn  het  ghcne  fv  hadde 
'\nur,ifuodie-  luocten  verlwyghcu  ende  verborghen  houdai ,  om  haerc  eere  met 
'iaredc-Ouei-xt,  tc  cort  tc  doeu  ;  macr  het  was  haer  genoegh  ,  den  onnoofeleh  te 
frodebat,  ut  befchacdighcn  ,  hem  te  betichten  ende  te  overvallen  ifiet  een  mif- 
;r'&::;  dacdt ,  dat  ly  felf  gedaen  hadde. 

innoientem.  Waer  het  fxccke  dat  fy  eerbaer  hadde  gewecft,  feght  den  geleer- 
S.  Ambr.  ub.  Jen  e  Ole/ifler  ,  fy  foudc  het  fchandigh  werck  verholen  gehouden 
Jeinf,fh.c.^.  j^j-i^ben;  om  dat  fy  het  vercondighr ,  fy  maeckt  haer  felven  plich- 

fjpet,  alfon-   Hgh  • 

deret  oppro-  Sy  trachtcde  evenwel  by  de  dienft-boden ,  maerten  ende  knechten, 
brium  fiiiDii,  jjjj  Qp  }-)^g,.  gefchrecuvv  aengecomcn  waeren,  haer  felven  te  beclae- 
yiih.u'!fei'p-  ghen  over  het  fchelm-ltuck  van  Jofeph  haeren  dienaer,  die  nu  ge- 

/jwjrf.i«;( OH-  vlucht  was.  » 

/'"""■•Okaft.       Wie  foude  hier  nu  connen ,  jae  derven  dencken ,  dat  fooeen  fchan- 
digh werck  het  beilecck  was  van  haer  oppcr-vrouwe  felf? 

Maer 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  137 

Maer  dat  heeft  de  booshe3'dt  in  haer  felven,  feght  den  '^  IJ.  Chry-  a 

foftamui  .^  datfy  haer  altydt  llelt  reghcn  de  dciighr,  cndc  haer  quaedt  ^^ocmodo  fe 
op  een  ander  tracht  te  leggen;  den  jongelinck  befchuldigende  van  'rf^Z^fj,'J^^ 
het  ghene,  daer  fy  felf  plichtigh  in  was,  haer  willende  verlchoonen  firtmcmfug. 
door  fynen  mantel.  Wie  foude  hier  foo  eene  onbsfchaemtheydt  van  n-ity&eiju» 
eenc  vrouwe  verwacht  hebben?  Sy  is  eene  vrouwe  fonder  fchacmte  p^<:"y''/'ffi'- 

j      /-       1  1         7     »,     „      „  1111  .■  cureC  tmt>i>t- 

ende  londcr  eere  roept  den  "  H.  Pfo(j>er  overdenckende  haer  Itout  c-a-eyult  td, 
bedryf ,  fy  brandt  van  vuyle  liefde ;  fy  bemint  ,  ende  fy  vervolght  qucdl>.ufu:i. 
hem,  fy  heeft  gci^cgcntheydt  tot  hem,  ende  is  vol  wrcedtheydtj  *■*''''  'x^'l^f- 
cnde  om  dat  hy  niet  en  vilt  toellemmen  ?.en  haer  onbehoorelyck  ^""J"(^-'T",^' 
verfoeck,  fy  wilt  hem  verderven,  ende  doen  ftervcn,  die  ly  ecril  nocemi^  lar- 
fchcen  te  beminnen  .  yainduit,  ct* 

Uvt  al  het  welck  ccnoeaih  blyckt,  datmcn  niagh  feggen,  dat  de  f'-'"  p'^"!"" 
onuiyvere  lietdc  gecnc  lierde  en  is,  maer  eenen  v/aei-achtigen  haet;  ,fy?„  „;y. 
want  alfmen  een  ander  fchynt  te  willen  wel  doen  ,  men  wilt  hem  qtiijj'to' fe re- 
■quaedt  doen  ;  ende  men  is  uyt  tot  fyne  fchande  ende  verderf.  Dief-  ''"^(^^  f-"' 
volgens  die  onfuyvere  huyfvrouv/e  van  Panphar  ■A'i  fy  hacren  dicnaer  "  ^\°  ' 
Jofeph  wilt  brenghen  tot  fchande,  tot  den  kerckcr  en  tot  de  doodt,  Jmpudiatmie- 
fy  geeft  claer  te  kennen,  das  fy  hem  geenfins  en  bemint,  maer  ten  ^'""  •""iet  a- 
uytterften  haet;  hy  en  bemint 'my  oock  niet,  maer  hy  haet  my,  die  '"3^''',"'^"^ 
my  acnlockt  tot  fonde  ,  ende  my  verweckt  om  Godt  te  vergram-  'oncnpifóllr 
men,  ende  foo  eeuwelyck  verloren  te  gaen .  f^yit^K^quiA 

Voorts  die  onbctacmelycke  liefde  verblinde  ende  verduyfterde  haer  "'^    l^»frnm 
foo  feer ,  dat  fy  niet  en  wilte ,  wat  fy  dcde ,  ende  wat  fy  feyde  :  Hoort,  "ZalndZT' 
fy  en  befchuldighdc  niet  alleen  hacren  knecht,  maer  beticht  oock  iiu,r,: flatuU , 
haeren  man  f.-lf  bv  die  van  den  huyfe.  Sict,  ieght  fy,   mvnen  .-  man  -v^riiquepe- 
heeft  dien  hcbreeufchen  jongelinck   hier  ingebrocht  op  dat  hy  my  //".'§  p^^/' 
tot  fpot  ibude  Iteücn;  jae  hy  is  oock  plichtigh  ,  ende  het  is  fync    '^      c 
fchulJt,  om  dat  hy  foo  onvoorfichtelyck  eenen  v/olf  voor  een  lam  Eta'nad  eos: 
ende  foo  voorts,  in  ons  huys  heeft  laeten  comcn ;  v.'ie  en  foude  dan  ■'"«'"''««-•»■'«" 
met  recht  niet  leggen,  dat  mynen  man  'Je  oorfiecke  is  van  alle  de-  „,„"«£ ,7/„ai«' 
Ie  airrontcn  ende  fchandaelen?  hy  heeft  defen  vremdclinck  ,   ick  en  ^t  nohis. 
v/ect  niet,   wie,  ende  van  waer  geboren,  laeten  incoopcn  ofte  felf  Gen. 29.T.X4. 
gecocht,  om  ons  aldus  uyt  te  fchelden,   ende  in  fchande  te  bren- 
ghen, want  wat  illèr  meerdere  fchande  ende  verfmaedinge ,   als  dat 
eenen  knecht  ende  ilaeve  fyne  meefterirc,   eenen  gevangen  fyne  op- 
per-vrouv\'e  ,  cndc  huyf-vrouwe  van  eenen  prince  van  'i  Coninckx 
huys  fil'derven  niet  alleen  aenlocken,  maer  met  gewelde  aenvallen, 
ende  tot  oneere  willen  brenghen? 

Doch  eer  ick  voordcr  gaen,  wy  m.oeten  hier  ecrfl:  eeiic  corte  lee- 
ringe  hoorcn  .  Dit  is  even  wel  al  te  waer,  dat  Veel  getrouwde  mans 
feer  dickwils  oavoorlïchtclyck  hunne  vrienden  ende  heertn  van  ken- 

S  nilTe 


138    DE  GODDELYCKE  VOüRSIENIGHEYDT 

a 

Jpfimet  marU  niflc  met  hunne  knechten  binnen  huys  brenghen,  cnde  foo  fomwy- 
'y'*"™'",'*"  len  occalle  geven  vnn  groot  peryckel  acn  hunne  huyf-vrouwen  endc 
ter'ia.  lil'il-  clochters ,  cnde  acn  de  dicnll-macghden  ,  het  welck  gel'chiedt  niet 
lu/}riJi.Epiji.  londer  fchande  van  de  mans  ende  van  de  vrienden,  over  het  welck 
Injliuiiu.  jg  huyf-vrouvven  ende  de  dochters  fouJcn  moghcn  claeghen,  om  dat 
In  arTHtnen-  ^^^  '''^'^"  ^"'^'^  vadct  iii  den  huvfc  gcbtocht  heeft  eenen  pcribon  lot 
tume?gopiei  Ichanüe  van  fyne  famihe. 

ret ■ntuni pal-  Dus  clacghde  macr  valfchclyck  die  Egvpïcfchc  vrouwe  over  hae- 
//«?«  ojiendit  j.^,^  knecht  'Jofeph  ,  maer  andere  huvl-vrouwen  ende  dochters  fou- 
tc.iti  domum.  den  hier  over  lomtydts  met  meerdere  reden  connen  claeghen  over 
Gen.39.T.i(ï.  hacrc  mans  ende  vaders. 

cOimer^oe-  Ecnen  godtvi uchtigcn  cnde  treffclycken  fchryver  feer  vermaert 
\m)iis°mlrnus  ^°°''  *V"'^  boccl' cn  in  het  derde  deel  uytlcggende  het  39.  capittel 
adi'e,iiffei[no-  van  hct  bocck  Gcnefis,  te  weten  den  E.  P.  Boiedtcim  J-erdtnandim 
ti:m  <jHid  f«..  van  onfe  Societfyt  getuyght  gehoort  te  hebben  uyt  den  mondt  Van 
V"r  /^'"""'  eenen  van  de  nrincipacllle  Biflchoppen  in  Portugael  ,  den  welckcn 
lu  eft  iniqiii-  ie}«-ie5  dat  volgens  de  dachten  acn  hem  gcdaen  ,  de  mans  meeiten- 
i.uju>,:f.iija  deelde  oorfaeck  fyn  van  de  misbruyckcn  ende  ongevallen,  die  over- 
{■roferiiüjfir-  comen  acn  de  vrouw-pcrfooncn  van  den  huyfe,  om  dat  ly  lomtydts 
avi'dnn'^öer-  "^^dc  brcnghcn  andere  hcercn,  die  allenskens  al  te  groote  keniuflê 
fcjjum    i-jf/c,  maccken . 

qi,amfc,e,at.  Mact  om  wcdcrom  te  iprekcn  van  de  arghliftighcydt  van  die  on- 
.  roper.  fuyvcrc  huyf-vrouwc  van  Puti^hiV,- :  u  Mo;/es  in  liet  boeck  Gencfis 
AfjritHs  ex-  Tcght  ,  dat  ly  aen  hacrcn  man  van  buyten  t'  huys  comende  den  be- 
cxcanie  s.eio-  houdcn  mantcl  vau  hacrén  gevluchten  knecht  terllondt  toonde,  als 
O?"»  ƒ«!■'■'•<•  tot  preuvc  van  haere  getrouwigheydt . 

'ylm  ,"^!ih's  Maer  ilet  wat  eene  vallche  belchuldingc  cnde  onbefchaemtheydt! 
nimirumi/ra-  dacr  noch  bv  met  roepen  cnde  licghcn  ioeckt  ly  haer  te  onticlml- 
tjoiuu-urj-  d'ghen,  endc  haer  boos  bclleeck  op  den  onnooielen  Jofè^h  te  leg- 
?/!/.<  miiicrh,  crhci-\ .  Hicr  can  mcn  llcn  wateene  ontuchti''e  vrouwe  fal  uytw  crc- 
(T!bi,f,is,„-,!,iJ.  ken  roept  den  "^  //.  /';v^'/)(?,-.- ioolpvccia  hy  :  De  booshcydt  gebruyckt 
j'4  ajiijilivTi  oock  deleughencn,  ly  brcnglit  de  vallcheydt  voor  in  de  plaetfc  vart 
j^riuu!  in-  j(,  vvacrhcydt  ,  fc^t!;cndc  ,  geweldt  onderllaen  te  hebben,  dacr  ly 
coiu.uU,,!   ^  li'-^ï  ic.ve  haudc  gcJuen  . 

pnui  lixorli  Maer  ho;:  mcghr  hier  P«//^'W  haeren  man  gcllclt  fyn?  Soo  rtaet- 
/uh,  auduii,  {cr  in  de  H.Schrifture:  Dele  dinghen  gehoort  hebbende  ,  cnde  te 
nem"dlwna  fecr gcloovcnde  lync  huvl-vrouwc,  is  hy  fccigellooit  geweeit. 
\ii;olu,.crK  "  jojey:iiu  eenen  joodtfchen  fchryver  verhacltdit  wat  breeder  : 
puciiatiam  Hacren  man  fcghc  hy  door  de  jaloursheydt  verblindt,  heelt  teghen 
i-"i,'tflil>l.f  (j^.j^  knec'.ic  bcKinr.en  te  racfen  ,  gewonnen  door  de  woorden  ende 
(owr.rri.//^.  traenen  van  lync  hu)  1-vrouwe  ,  de  lotte  blinde  lictde  te  veel  toege- 
tiri-ai,...  j^^j-  vende  i  ecrfl  gcpiefcn  hebbende  haere  trouwe  fondcr  voorder  on- 
l*^Ms.       '  der- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  rjp 

derfoecldnge  heeft  den  knecht  als  niifdacdigh  ,  foo  hy  quaelyck 
meynde ,  in  den  kercker  geimeten ,  nu  grooter  bchaeghen  nemende 
in  de  gctrouwighcydt  van  fyne  huyt-vrouwe,  endc  nu  oock  getuyge 
(yndc  van  haere  eerbaerheydt . 

Maer  dit  was  een  blindt  endc  onbedacht  oordeel  van  Pmifhar\ 
den  onvooifichtigen  oordeelder  en  merckt  niet  eens  ,  dat  het  ach- 
tcrgelaetcn  clecdt  ofte  mantel  een  c'.aer  tceckcn  is,  dat  fyne  huys- 
vrouwc  fclffchuldigh  is,  ende  dat  fy  felf  den  mantel  hcetl  afgetroc- 
kcn,  den  wclcken  Jofe^h  uyt  eerbiedingc  liet  volghen.  a 

Wel  hoe  feeht  hier  wvfelyclc  den  voor-cemelden  '«.  Ph:!o  naer  de  r  ^"""'''"^ 
waerneydt  geiproken,  waert  dat  den  jongehnck  ecnigh  geweldt  acn  mt  adoUfcem 
fyne  mccllerfiè  hadde  willen  doen,  hy  hadde  lichtelyck  iynen  man-  folwffn  in~ 
tel  conncn  wcch  nemen  ,  oft  hadde  hem  connen  vail  houden  ,  ge-  f^"'y  f''"^' 
merckt  hy  Itercker  was  als  iyne  mecllerde .  Hier  uyt  condc  cnde  Z'mü^^'lum  'rt- 
moerte  haeren  man  claerlyck  achterhaelen  de  onbeichaemde.  leughcn  tmuijj'et,  at 
van  fyne  huyf-vrouwe  ende  onnoofelheydt  van  Jofeph .  /'■'""'  Jfolia,- 

Boven  dien  waerom  en  onderfoeckt  Puttvhar  alles  niet  met  meer-  '"'  "/>/'''"''> 
dere  forge?   ^V^aerom  en  ondervracgnt  hy  met  den  ghenen,  die  be-  /„btrahem , 
fchuldight  was?  Waerom  hem  niet  gehoort?  die  lïch  condc  vcro.nt-  Hluineglexit. 
fchuldighen?  Nicmant  en  maghmen  oyt  veroordeelcn  fondcr  den  -'^'"^  "•'"■"«' 
fclven  te  hooren  volghens  de  fpreuck  van  alle  de  Rechtf-geleerde:  'dliuifimum' 
Qni  fiatuït   aliqmd  var  te   inaiiditii    altera  ,   dCjuum  Itcet  flntuerit^  hand  mendMium 
ncjum  fmt .  Dat  is:  Die  iet  gellelt  heeft  fonder  partye  te  hooren,  «*<"■«. 5^ "»- 
al  waer  het  gcfchiedt  naer  de  rechtvcerdigheydt,  hy  en  is  evenwel  ""',;,«'  ,^///! 
niet  rcchtvecrdigh ,  ende  hy  heeft  teghen  de  rechtvcerdigheydt  ge-  ^«-r.    idem 
fondight,  om  dat  hvconde  misdoen,   /'a?//'^/?»- hadde  misdacn  teghen  Wi'1"- 
de  rechtvcerdigheydt,  om  dut  hy  Jofgph  te  vooren  niet  en  hadde 
gehoort,  den  wclcken  hy,  alles  wel  ondcriotht  hebbende,  onnoo- 
fel  foudc  hebben  bevonden  . 

Oboosheydt!  O  onrcchtvcerdighcydt!  O  ilechte  Hacve  als  ghv 
fyt  van  uwc  vrouwe.  Verachtclyckc  mans,  die  uyt  blinde  liefde, 
ende  bcrifpclycke  cranckheydt  -onder  haere  vrouwe  ilaen  .'  van  de 
welckeden  Propheet  7/7;;^^  tot  hunlchande  fcyde:  De  vrouwen  heb- 
ben haere  mans  overhccrt:  Afnlieres  donnnntic  flfnt  eis .  cap.  ^.  v.  11. 
afnd  a  Lapide ;  het  welck  nocli  meer  fchandigh  ende  plichtigh  is, 
als  het  llreckt  tot  achterdeel  van  ccn  ander,  gclyck  het  met  Jnfiph 
gcfchiede. 

Endc  Pttiiphar  hadde  immers  kcnnifle  van  fyncn  getrouwen  dic- 
naer  Jofeph  ,  den  wclcken  hcni  wel  eU  jacren  lbo  getrouwelyck  en- 
de eerlyck  hadde  gedicnt,  die  hy  oock  noyt  in  leugen-tacl,  nocli  ia 
dicverye,  noch  in  valfcheydt  en  hadde  bevonden  5  diën  nochtans fon- 

dtr 
S  z 


140  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIÜHEYDT 


a      imudita  der  dcn  felven  eens  te  hooren,  op  de  eerfte  befchuldinge  van  fyne 

caur.t ,  inex-  huyC vrouwe,  wiens  dertcle  on^eresekheydt  bekent  conde  welen, 

ta.u}'<.i>n  re-  coHit  hy  loo  hchtclyck  te  veroordcclen 

Ui  Lrimr.m  in       Voorwiicr  djit  WAS  al  tc  bündclinx,  endc  al  te  lichtveerdelyck  ge- 

c.ir.eron  'Jo-  \qo['i  ;  in  jgt  [e  ecloovcn  ,  moetmeii  akydt   traei^hfaem  ende  wyle- 

r.f^.S.Ambr.  ^'^^  voortgacn. 

de  jojepiQ,         Den  Roomfchen  Philnioph  ^«•wMhectt  hier  van  eene  wyfe  fpreuck 

b    si.jihiem  achtergclactcn  in  fyncn  3.  brief:   Alles  aen  een  ieder  te  gelooven, 

"°"  "'r^-^'  fcght  hy,  is  cene  foute  endc  gebreck  ,  ende  het  is  oock  quaelyck 

re:oncge,non       ",  •',-111  ,  °     ■        1  •     ,1  j^  -i 

opr.r- eb.it eam  ^^'^'^^  onvoorlichtclyck  gedacn ,  niet  het  minite  acn  lemandt  te  wil- 
in-  car^e'em  Icn  gclooven  :  Lkrim^He  vittum  efl  omnibus  credere  &  nutit .  IV'Ien  comt 
cciji.ere,  ji  dickwils  bedroghen  te  worden  ,  alsmen  terftondt  aen  een  ieder  gc- 
^rL' effe\vi'o'd  It^ol^"  gseft ,  ende  nlsmcn  oock  aen  niemandt  en  gelooft. 
jE^yj^ua  dl-  AjfterM  dn  Coninck  van  Perfien  hadde  te  licht  voort  gegaen  op 
xerc.t,  tu.nc  hct  woordt  Van  Amin  ,  cnJc  aldus  hadde  hy  alk  de  Joden  ten  on- 
ntyie  carcere  ^echt  laetcn   veroordeclcn  ter  doodt,  die  onnoofel   waeren,  gelyck 

at"-nHf    erat ,    ,        ,  ,  ,      ,^       .        .  \~^i  ,111  j    i        ^ 

jr'Lapiteple-  "Y  "Ct  dacmacr  uyt  de  Coningmne  EJiher  verllondt,  het  welck  A- 

üi  er  extre-  man  daernaer  met  de  doodt  moeite  becoopén.  Futt^har  tn  moeit  het 

mum  bx nam  oock  foo  licht  nict  gclooft  h'bbcn. 

s^Chry  oit"^'      D'ier-en-tuirchcn  leght  den  a  H.  Ambrojïm  wordt  den  onnoofelcn 

hom.  (Ji.  /;»  Jofe^h  fondcr  gehoorc  te  worden  in  den  kcrcker  geworpen  als  plich- 

Gtnefim.        tiyh  van  de  doodt . 

c     S'iperna       ^^Ixov  hlcr  Is  iet  wondcrs  te  bemercken ,  tc  weten  waerom  dat  Pu- 

^.>.ei..>-i..)-.jn>  t'J>  '^>'  lynen  diender  Jofe^h  loo  plichtigh,  gelycK  hy  meyndc,  niet 

detimut ,  07-  tcrltoiiJt  cn  dcüc  itcrvtn,  maer  alleen  in  den  kercker  worpen,  en- 

non  pcrmific  jg  j^  ecncn  kcrckcr  die  foo  fchandigh  met  en  was,  ende  die  maer 

'fei'lhil'r'ejjm-  ^^  dicndc  voor  trcfFjlyckc  perfoonen  ,  die  ergens  in  plichtigh  wae- 

nipotens Deiii   leil . 

t,iitt.,m  ilh  Als  P:!tipbar  geloofde,  fcght  den  h  H.  Chryfofiomiu^  dat  Jofeph  niif- 
feat  exhibcri  dacüi"h  was  van  overfpel  ,  waeiom  en  deuc  hy  hem  n.ct  teritondt 
uinijciiuf  lil  itcrvenr  Lnde  waert  dac  hy  hem  met  piichtigh  en  kende,  waerom 
(ariere;»  tun    hcm  dan  gcltclt  iu  dc  gevangcniflc  ? 

tumiiinjiiam  Q^,,^  fclven  '  H.  f'adtr  fcght  daernaer,  dat  het  een  wcrck  was  van 
■Jn-tutein'.  ^^  Goddciyckc  l'oorjïenia^he^dt  ,  de  welckc  Puttfhar  ophiel ,  om  Jo- 
Idcm  S.  y^,'/-'?  die  onnoofel  "vvas,  niet  ter  doodt  tc  brenghen  .  Den  gcnadigen 
Chryf.  hom.  ende  almachtigcn  Gout,  fcght  hy ,  heeft  maer  alleen  fyne  bermher- 
6i  /»  <^"'- tigheydt  aen  'jofeoh  laetcn  overcomen,  om  als  hy  in  den  kercker 
no.eitii'im  v-'us,  lync  onnooicihcydt  endc  lyne  dcught  te  verclacren  . 
fuamPeoiQ-  Dit  is  nu  oock  ten  uyttcrlten  te  verwonderen  ,  dat  den  onnoofc- 
viitie.:sne.jue  j(,j^  Jjf.'j^h  'm  al  fyn  ongciuck  ende  onrecht  noyt  in  het  minite  en 
air.!-viini^'-!c  'i^'-'i''^  geclacght ,  ciidc  lïch  niet  verontfchuldight,  gelyck  de  andere 
rem  in'i üf/Z'i  gcv.ingcncn  pleghen  te  doen,  belbnderlyck  als  iy  onuoolcl  lyn. 

'er  At  Jj^ 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH, 


141 


Jofeph  liet  fyne  onnoofelheydt  tecnemael  aen  Godt  ,  denckende, 
dat  hy  machtiger  Vvas,  als  die  hem  in  den  kercker  hadde  doen  ilel- 
len .  Ende  voorwaer  hy  en  is  in  fyne  hope  gecnfins  bedroghen  ge- 
weeft,  want  hy  terllondt  de  i'onrfientghcydt  Godts  gewacr  wierdt, 
gelvck  den  ouden  joodtfchen  ichryvcr  Jofe^hpu  in  de  hiflorie  van 
Jofeph  verhaelt . 

De  rf  H.  Scrifture  feght  het  oock  in  het  cort  met  defc  woor- 
den :  Den  Hecre  was  met  Jofeph  ,  ende  heeft  fyns  ontfermende  , 
hem  gratie  verleent  in  de  ooghen  van  den  ovcrlicn  des  kerckers . 
Dit  wacren  de  vruchten  van  iyn  betrouwen  op  Godt,  in  den  wek- 
ken hy  fvnen  vollen  trooll;  hadde.  In  degevangcnille  vondt  hy  den 
vrydom  fyns  herten,  ende  was  altydt  in  rufte  ende  volle  blydtfchap 
met  Godt,  in  de  gelyckcnifle  van  de  gefloten  voghelcn  ,  bv  exem- 
pel van  ecnen  Pape^ney  in  fyn  huysken,  den  welcken  als  in  vryheydt 
ende  vrcught  fchynt  te  leven. 

Dit  finne-becldt  van  den  Pafegney  fal  den  lefer  ,  foo  ick  hope, 
in  danck  nemen  ,  het  welck  ick  hier  wat  breedcr  uytgelcydt  liil  voor- 
ftellen  . 

Het  opfchrift  can  wefen  als  volght  naer  de  print. 


er.it  tnilicii-vit 

un.thacjpecc' 
foUbatur  C?* 
fi:J}entdliat , 
poieiitiorcm 
DeumeJJciii, 
qiii  Je  -vinci' 
ratt,  iyf^ne 
fuA  Jpe  mini, 
"ie  fiuj'lr.ttHS 
fox  fingaia- 
rem  er^.i  fe 
Froy/deiiiia>7t 
expertH-s  efl. 
Jolephus. /.  I, 
imiq.juAji^. 
a  Fuit  uutem 
Domin-m  ch  tn 
Jofpphcr  mi- 
fertui  ,11,  „f 
dedft  lil,  r^Tj. 
tium  in  (,on- 
il-eiU  Prin,;. 
ƒ'"•  Gen;  29. 


'D 


1. 


m 


yw^k 


Sj 


145  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


Sondcr  forgh  hier  hen  gerufi^ 
lek  hter  leef  tn  volle  lufl  . 

Het  finne-beeldt  wordt  uytgelcydt. 

HOe  wonder  is  dien  Godt  in  fji  verholen  ^vercken ^ 
Soo  ieder  op  de  aerd"  en  m  de  /'  'n  can  mereken : 
Siety  hoe  aen  het  ge  dier  t  ^  dat  op  de  -iijreldt  leeft  ^ 
Hy  door  fyn  vaders  forgh   het  aes  en  voedifel  geeft . 

De  viffchen  in  het  nat ,  de  voqhelen  daer  hoven 

Jn  alles  wel  gerufl  altydt  den  fchepper  loven 

A/et  haer  ge/wier  en  fanck  en  vreught  en  volle  lufl  ^ 
Van  alles  fyn  voorjien  altydt  in  vrye  rttfl . 

He  fhvalmen  in  de  locht^  oock  in  de  felle  winden 

Jn  V  midden  van  de  vlucht  voor  aes  de  vlieghskens  vinden , 
Voov.i/aer  een  foet  gepejs^  hoe  Godt  het  al  heflicrt^ 
Of  dat  op  ^'  aerde  leeft ,  of  door  de  hemlen  fU'iert , 


De 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  143 

De  beeftjens  /'  alle  cant^  oock  van  den  vroeghen  morghen 
Door  V  foet  heftieren  Godts  gants  leven  fonder  forghcn; 

De  voghels  tn  de  koy  ^  de  Ifeeflen  in  het  kot 

Elck  naer  fyn  aerdt  en  macht  bcdancken  hoeren  Godt. 
Den  Papegacy  ver'Ajdt  een  ieder  met  fyn  finyten^ 
En  tveet  Jyn  fueten  claj>  met  klyen  fsnck  te  jltijten ; 

En  of  fyn  hnysken  Jluyt ,  rondt fom  iiel  toegernfi , 

Js  echter  met  onifteli ,  7naer  leeft  tn  volle  ruft . 
Aien  hoort  de  foeie  heefl  heel  daghen  ende  iveken 
Gefloten  in  fyn  koy  als  oyt  te  vooren  fpreke» ; 

Aien  geeft  den  vollen  lof  aen  onfen   Farroijuèy 

Van  dat  een  teder  heeft  men  deelt  den  voghel  mè , 
Hoort  bidd^  tck ,  hoort  hem  ivel ,  hy  f  il  fyn  deuntjen  feggen^ 
En  foo  hy  is  geleert  Jich  fueten  uyt  te  leggen  : 

Hoort ,   Piipegaeyken  roept :  dies  wordt  hy  wel  voorjien , 

Strax  hy  wat  noetjens  cryght  Van  al  de  goede  lién . 
Of  hy  in  V  hnysken  Jit ,  en  ho:idt  niet  op  van  Jinghen  j 
En  weet  in  fjnen  fanck  oock  door  den  rinck  te  fpringhen . 

Soo  is  hy  heel  gerufl ,  en  fonder  forghe  leeft  j 

Een  teder  voor  hem  forght ,  en  dranck  en  voedt  fel  geeft . 
}Vat  dmickt  «,  die  dit  leefl?  ghy  moet  de  faeck   ontbinden^ 
Chy  fult  tn  'r  Jinne-beeldt  hter  onfen  Jofcph  vinden  : 

Hy  fat ,  dogh  fonder  fcht^ldt  in  fyncn  kercker  vaft , 

Siet  hoe  het  voorigh  beeldt  feer  wel  of  Jofeph  pafï . 
Sat  daer  niet  als  te  voor  bemfrit  van  fynen  vader 
Verr'  boven  al  de  refi ,  mier  nti  als  een  verrader 

fan  V  recht  van  fynen  heer ,   en  fchender  van  fyn  vromi'y 

En ^  fjonicn  dencken  mocht  in  '/  midden  van  den  rouw. 
Doch  echter  foo  geflelt  en  laet  den  moet  met  vaercn  ^ 
Godt  wild''  hem  om  fyn  denght  in  fyne  g!*nft  bezvaeren . 

Jn  Gódt  is  al  fyn  rufl ,  tn  V  minfle  niet  benondt , 

Aïidts  hy  o'^noofel  is,,  alleen  oa  Godr  betrouwt, 
fae  voslt  f.ch   heel  verferckt  in  'r  midden  van  fyn  (Iryden  , 
Dies  hoon  men  hem  den   lieer  en  Godt  gebenedyden  ^ 

Of  hy  daer  f;t  ^  na:r  Jiel  hem  Godt  den  vrydom  geeft ^ 
Van  fyuen  Heer  bemint ,  m  volk  vreught  daer  leeft . 

IS  't  dar  wy  met  fommige  fchn'vers  ende  met  "  Salianus  in  (yv.t  '.  '^"="'''^*" 
kci:ckciyckc  hirtorie  geloof -vviilcn  geven  aen  ócn  bocck  van  de  reZ'.VoZTe 
teftamenten  van  de  12.  Patriarchen,  ick  lioore  Jofeph  daer  aldus  hiUn'^  -poer 
fpreken  :  ]ck  ben  geworpen  in  eencn  kercker,  maer  ick  hcbbe  in  s-^'j'^"»  s^"- 
vollc'  vrcu':rht  iVndc  met  blvde  Hem  mynen  Godt  gecertcnde  ffelooft.  '''l'"''*' ^'"J 


144  DE  GODDELYCFLE    VOORSIENIGHEYDT 


li. 


TdtrUrc,  Voorts  eeucn  geleerden  man  a  Lttdovicm  Cajianem  Bifichop  van 
ap»i  Salian.  Pottiers  in  Franckryck  fprekcnde  van  de  henghe  gevangeniHè  van  Jo- 
nhift.Ealef.  ^  f  feght  dat  hy  evenwel  daer  was  gelvck  in  het  paradys  van  den 
ceruanxuflin  grootcn  hcmel,  dieivolgens  in  groote  blydtichap  ende  voldoeninge  . 
il.iudit)ir,cj-  Hy  en  conde  niet  droef"  welen,  daer  hy  Godt  met  fich  hadde  in  den 
la.tnudmcfit-  ];ercker feght  oock  den  l'  II.  Bajihw  Sele^'.cienfis :  Daer  Godt  is,  daer 
Luiov! ^Caft!  ^*  ^^^^  vreughtj  in  Godt  vondt  Jcfefh  alle  riifte  ,  aen  den  welckcn 
Fpif.ricla-v.  hy  fich  geheel  overgaf. 

injüii  (xer.i.  Bchalvcn  dcH  inwendighen  trooft ,  den  wekken  hem  Godt  gc- 
tation:Lui  in  ^^^Q^■Q\y^~\^  mededeelde  ,  heelt  hem  fyne  Goddelycke  Foorjiemaiieydt 
b  Tr.idiJit  doen  winnen  de  gratie  otte  de  gunlt  van  den  opper-overlren  van 
jofeph  inuir-  dcn  kcrcker  . 

cerem,fcdam  y^g]  tj-effelycke  maiiHcn  bemerckcn  hier  noch  eene  wondere  berm- 
'cirdit"" c'um  hertigheydt  Godts  in  defe  ibete  beitieringc  van  den  onnoofclen  ende 
tali      comiie  fuyvercn  jofeph . 

wJLim'niinr-  Wy  ^vas  uyt  dc  gi'atic  gevallen  van  (ynen  heer  ende  meefter  Ph- 
icrerrn'lcjham  ,,-p/^^.  q^  ^^  vallche  b'Mchuldingc  van  iyne  huyf-vrouwe,  ende  daer 
BaViL  J'w'fHc"  otn  heeft  hy  Iicm  doen  llcilen  iu  den  kcrcker,  macr  liet,  Jofeph 
Bi-M.  10.  de  cryght  v.'cdcrom  eene  andere  ende  nieuwe  gratie,  ende  windt  de 
Infej)],.  ^  vrindtlchap  van  den  overflen  van  de  gevangeniflc,  den  welckcn  ge- 
^;pu"d"pfrd','-  fi'-"'"'  h<^bbende  den  ibeten  aerdt  van  Jof-th,  {ync  getrouwigheydt  ly- 
ta  ^r.itia  ui.  ne  behendighcvdt  ende  ncerlngheydt  hem  den  vollen  lalt  geeft  over 
tcniiiil'-me't-  alle  de  gevangene  ,  ende  als  meeiler  daer  overltelt,  alles  aen  hem 
tumnivemi:  ,-ocbetrouvcende .  Die  Godt  byibiet,  wie  fal  hem  fchaedigen,  feïjhc 
aircndo  f.tyo-  "'cn  gclccrden  Biilchop  c  L!ppomfi>/>7ia  uyticggendc  dele  volgende 
rtmcomiliat,  woordcn  van  het  Genelis  :  Hy  heelt  hem  fyns  onttermende,  gratie 
f»("  Dominus  verleent,  in  de  ooghen  van  den  overften  des  kerckcrs,  den  weicken 
ejiisa  ]utor,  j^  •  j^^^^j^^j-,  hcefj;  pelcvcit  alle  de  2;cvancrcnen  ,  die  daer  in  den 
^•erdat;  hipp.  kci'cker  waeren  ,  ende  al  datter  gclcluede  ,  dat  was  onder  Jofcfh  , 
tn  Gen.  i.ip.  ende  dcn Hccr  was  met  hem,  ende  belHcrde  alle  fyne  weicken. 
^9-J'  -^'  Het  lal  oock  de  pyne  weerdt  fyn,  daer  van  te  hooren  fpreken  dien 

ierhfdemeh's  o'-'Jcn  fchryvcr  d  JofephM :  Dcn  overllen  van  den  kcrcker,  feght  hy, 
er  diligenif  bcmcTckendc  de  getrouwigheydt  van  Jrfeph.,  ende  de  necrifighcydt 
"  •'''Z"^-  in  nlle  fyne  dinghen  wel  te  doen  ,    ende  de  weerdigheydt  van  lyn 


iim 


'idif  ojt' 


yendif  opPrum 


.perum  j-,[^  qj^  {jelact  ,  hccft  hcm  de  banden  doen  los  maeckcn  .  ende  di^. 
r.tns,aLflrm£  moeyclyckheydt  heelt  hy  wat  verioet,  ende  hem  betere,lpyie  als  aen 
di^nhaiem,    (Jc  andei'c  gcvangcncu  doen  geven. 

foh-n  eitmde  jy^^  ^  j^  AmbroJrM  ipreckt  noch  van  andere  ontfanghcn  jonften, 
qne"mTfernim  fcggcndc;  Jofeph  \\cc(i  foodanigc  gratie  gevonden  by  den  bcvel-heb- 
-aliqiianto  Ie-  her  van  den  kercker,  dat  hy  oock  gevangen  fynde  de  Üeutcls  van 
■^■[orem  Tiuidi-  ^^y^  kcrcker  moelle  bcwacrcn,  ende  alle  de  gevangene  in  fyne  han- 
am^onim/d'i'ó.  ^^^  llclde .  Dicfvolgcns  J'-pj^h  cn  vocldc  gcene  moeyclyckheydt, 
„,•;  ende 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPFl.  14^ 

ende  vcrfoete  felf  het  verdriet  van  de  andere  mede-gevangene  ,  de  orlquaMrelt- 
felve  dienft  doende  ende  vertrooftende .  ?«"'  yjnnot 

lek   nuyte  dit  capittel  met  den  voorgemelden  Biflchop  a  Lippo-  ""^  "''  ff' 
manriM :  Delen  jongelinck  ,  leght  hy,  is  geboren  tot  het  Kyck,  om  i,h,^,Jintia, 
alleen  onder  fyne  broeders  te  gebieden  in  het  huys  van  den  Prince,  a       luyemt 
hy  gebiedt  oock  in  den  kercker,  ende  voorv^■aer  met  alle  neerflig-  ^jfif!'(j'<f»tv- 
heydt,  cloeckhcydt  ende  getrouwigheydt  ;  voor  alle  de  gevangene  ^'t ,  aüffl^ral 
foo  lorgendc,  dat  hy  de  felve  in  eenige  droefheydt  niet  fien  en  con-  cUufusincar- 
de,  Ibnder  die  te  vcrtrooften,  ende  te  helpen,  foo  veel  als  het  hem  cere,tj>fepoti-. 
mogelyck  was.  Hy  hadde  van  Godt  gecregen  fynegoddelyckc  gra-  "/     (nrcerit 
tic, als  eenen  fone  van  de  Patriarchen}  hierom   hadde  hy  geluckigcn  ,,«>•«,  zs- m- 
voorfpoedt  door  de  jonlle  van  de  Goddelycke  Foorjiemgheydt .  Aldus  dufos  omnes 
en  can  heel  de  wereldt  niemandt  fchaedighen,  ilt  dat  hy  fyn  felven  '"  pofft^tein 
niet  befchacdight  en  heeft;   aen  den  welcken   Godt  fyne  gratie  ^al  J^|"^ .""'"'^^ 
gejont  hebben ,   gelvck  het  maer  al  te  claer  in  Jofe^h  heeft  geble-  jofeph    »o/» 
ken  ,  den  welcken  foo  dickwils  uyt  foo  menige  peryckelen  door  >'«'«   '"'"■<-<■- 
Godts  bermhertige  bctlieringe  verloll  is,  wiens  llcrcke  cracht  ende  '^j^"r"/'?/^'J 
foetigheydt  wy  nu  dickwils  voor  geftelt  hebben,  in  hem  aldus  meer  ^,^o<^«,  ^J". 
ende  meer  door  foet  ende  fuer  te  leyden  tot  cene  onverwachte  glo-  risievabat  £- 
rie  ende  verheffinge  boven  alle  fyne  broeders ,  door  wekkers  haet  ']('"?''%    f" 
ende  nydt  hy  foo  verre  geraeckt  was,  datter  menfchelyck  fpreken-  lo'^p^'/"^ 
de  geene  de  minde  hope  meer  en  fcheen  te  wefen,  om  daer  uyt  te  b    skadim- 
geraeken .  Macr  dat  was  alsdan,  ende  het  is  noch  hedendaeghs  den  per'ium  natus 
handel  Godts  met  de  menfchen,  oock  met  fyne  belle  vrienden,  de  ^■^„^/'' '^/ '"' 
w^elcke  hy  fomtydts  laet  comen  in  den  uytterfben  noodt  ende  fwae-  diyerüijlt  »- 
righeydt  buyten  alle  hope  van  's  menfchen  hulpe,  als  hy  ten  lellen  biqne  rcg-.M- 
de  felve  nacr  eene  langhe  oefteninge  van  deught  met  meerdere  ver-  ret,,nterfiA- 
dienllen  ende  glorie  daer  uyt  comt  te  verloffcn ,  gelyck  wy  nu  brec-  Pr,'„V|L,7ïc 
der  in  de  volgende  fede-leeringe  fullen  gaen  betoonen  .  quoq-,  m  car. 

cere  magi/ha- 
turn  (^erit ,  Cy  qiiidem  ddiircnter  ZS"  flrenue  ,  fnmm-iiue  fide  capthii  Jtc  omni.t  fitf/pedit^iulo  necejfar/a  ,  ut 
etiam  non  ferre  lilos f>oj]'st  iel  triftiori  yiiltu  evrgilaittes .  GratLtm  divinam  fiierat  afjeCHtusyere  Patriar- 
.Ihinim  JiliHS ,  ideo  Dei  profidentia  proficrel-at  in  omnibus.  I\'emi>ic>n  ludire poiefl  yel  totits  niHndus,citf 
Deus  per  ^rati.im  adjlitc-it,  Lippomannus  ia  Gencfim. 

f 


SEDE- 


i4<JDE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 
SEDE-LEERINGE. 

Jn  de  'Si>elcke  getoont  Ipordt  ^  dat  Godt  fomloykn  de  men- 

jchen ,  oock  [yne  z  r lenden  alletnelyck.  co})2t  helpen  ,  als  fy  fyn 

in  den  uytterjlen   noodt  ,   vreeje  ende   benoudtheydt , 

DEn  Prophcta  David  hadde  dickwils  geweeft  in  groote  fwae- 
righcdcn  peryckelen  ende  incenc  uyttcrfte  vreefe,  maer  Godt 
heeft  hem  altydt  op  i)ncn  tydt  bygeilaen ,  ende daer  uyt gehol- 
TOr./,^/.  ,     [.  j^    felf  bekent  in  fynen-»  p.'Plahn.  Godt  is  my,  fcght  hy, 

adjinor      in  gcwordcn  eenen  helper  op  den  bequaemen  tydt  mtnbulatie. 
«bportunitati-       Soo  handelt  Godt  iomtydtsmctfyne  vrienden.  Eer  ick  datbetoo" 
lm  in  trdu-  ne  in  verfcheyde  gevallen,  hoort  eerft,  hoe  dat  Godts  wysheydt  dit 
*g!'irio        gf toont  heeft  in  b  Jofe^h^  den  wekken  hy  evenwel  ten  lellen  niet 
b         verlaetcn  en  heeft,  maer  van  fyne  vervolgers  vcrloft,  ende  met  den 
l/atyendi.  wclckcn  Godt  nedcr  gedaelt  is  in  den  put ,  ende  in  den  kcrcker ;  in  de 
«'"de  Jr'^y"  banden  en  heeft  hy  hem  niet  verlaeten,  tot  dat  hy  hem  aenbrocht  óen 
fidrpe7feoi'-  fcheptcr  van  hetryck.  Het  welck  alles  van  Jofe/h,  gclyck  hctblyckt, 
:or.'tus  libc-  claerlyck  gefeydt  wordt ,  die  nu  verfcheyde  kecren  gelyck  wy  gelioort 
raviteum,de-  hcbbeu  foo  vcrrc  gecomen  was,  datter  voor  hem  gcenehopc  meeren 
■it"  ^'f''""'  fcheen  ie  wefen,  befonderlyck  alshy  vanfync  onfuyverc  mecfterfle  by 
O- in-vitKidis  haeren  man  Pueiphar  van  het  Ichandigh  overlpel  belchuldight  was, 
nondcreliquit  cnde  dacrom  in  den  kerckcr  gelmctcn . 

ez-m,dontc  aj- ^  Soudemcu  nict  fekerlyck  gedacht  hebben ,  dat  hy  om  dit  groot  mif- 
trüm  're-rni'  '^^^'^^  door  laft  van  P»n^^ffr -tcrilondt  met  de  doodt  foude  gellraft 
Sup.  lo.y.ï^.  gewcell:  hebben  5  nochtans  hy  en  dede  hem  maer  allcenelyck  m  den 
c^  14-  kercker  cnde  in  de  banden  ftellen.  De  Goddclycke/'fl'^'yw//^/;^'^'/'  heeft 

hem  daer  in  dit  uytterfte  pcryckel  fynde  te  hulpe  gecomen  :  In  vm- 
cidls  non  dercliquit  enm  :   Jn  ofVortttnitatibus ,  //;  trtbahuwne . 

Voorwaer  den  Foorjienighcn  Godt  en  verlaet  noyt  de  fyne ,  al  ift  dat  fy 
fyn  in  een  uytcerfte  gevaer ,  want  hy  falie  op  het  onverwachts  de  handt 
geven,  hyfilfcverlterckcncndevertrooften,  cnJedittotfvne  meerdeie 
glorie,  tot  oefi-'cninge  van  vcrduldigheydt,  tot  vermecrdchnge  van  de 
vcrdicnllcn,  cnde  tot  hunne  meerdere  eeie  ende  geluck  .  Het  fchynt 
dat  Godt  hicrvoortgaet ,  gclyck  eenen  Coninck  ottc  fouvercynenPrin- 
ce ,  den  wekken  geltelt  hebbende  om  het  bidden  van  eenigc  fynder  on- 
derfaeten ,  eenen  mifdaediglien  van  de  doodt  te  vcrloficn ,  nochtans  foo 
lanck  wacht,  tot  dat  hy  op  den  wech  i»;,  gacnde  nacrde  plaetfe  des 
doodts ,  oft  verfchynt  op  het  fchayot .  Geen  onbequaem  iinne-becldt ,. 
foo  my  dunckt,  van  den  handel  Godts.. 

Dit  lal  ick  voorltellen  in  een  rym-dicht  met  het  opfchrift  het  welck 
volght  naer  de  print. 


UYTGEBEELDT    IN   JOSEPH;         147 


Een  gmfi  heel  onverwacht 
Van  teder  meer  geacht. 

Het  Sinne-beeldt  wordt  uytgeleydt  1 

ETlaes !  daer  is  geen  hof  ^  van  '?  leven  te  verwerven^ 
De  doodt  is  vafl  gefielt ,  den  ^lichtigen  moet  fierven } 
Geen  tjdt  meer  van  genae-j  den   Prins  geeft  geen  rejpjt^ 
Daer  is  geen  bidden  meer ;  hy  is  fyn  leven  quyt : 
Hj  moefi  eerfi   voor  den  Raedt  al  menigh-mael  verfchynefly 
Naer  hy  hadt  uytgefiaen  de  alder-Jwaerfie  ^ynen^ 

Was  echter  noch  al  cloeck  ;  doch  fyne  ^yn  fier  groot , 
Voor  'r   lefi  hy  moefi  het  haefi  betaelen  met  de  doodt  ^ 
Ellen digh  als  hy  is  !  midts  V  vonnis-  is  gefireken  , 
If^enfi  nu  maer  fyne  fchuldt  voor  fynen  Godt  te  /preken  j 
.    Hier  me  is  hy  gerufi ,  en  in  fyn  Jtel  gefiilt , 

Met  al  fyn  hof  in  Godt ,  voor  af  z>  hy  fierveil  wilt . 

T  i 


Dtn 


148  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Den  beul  is  bj  der  haiidt^  flrax  wordt  hy  vafl  gebonden^ 
Schier  doodt  wordt  voartgelejdt  ^  nu  heel  in  vrees  verjlondcn^ 
En  als  hy  op  V  fchavot ,  en  onder  V  fweerdt  nu  Jiaet , 
J\Jen  hoort  heel  onver^vachts  een  Rem:   Niet  voorder  2:101, 
Staet  (lil ^  daer  Is  genae ^  de  Jlraf  is  hem  "vergeven^ 
Den  Prins  hem  gracy  doet ^  den  Coninck  jont  het  leven. 

Het  volck  ftaet  heel  verjlelt,  doch  meer  V  mifdnedigh  menfch^ 
Als  hy  iveer  leven  maql]  in  ritfl  naer  fynen  wenfch . 
Wie  can  die  vreught  verflaen  van  die  gaet  om  te  Jterven^ 
En  buyten  alle  hop'  fyn  leven  moet  gaeti  derven  ? 
Voortvaer  foo  een  gehtck  tn  de  aenftaende  doodt 
En  d'  onverwachte  vreught  hem  brenghen  cond'  ter  doodt. 
Het  %vaere  beeldt  hier  van  condt  ghy  iti  Jofeph   mereken : 
Heel  wonder  is  dien  Godt  in  fjn  verholen  wercken: 
Godt  wilde  lacobs  foon  bevryden  van  de  doodt; 
Doch  ivaerom  fynen   vriendt  gebracht  in  Jlervens  noodt  ? 
Alleen  om  fynen  droom  fyn'  broeders  te  verhaelen 
Atoejl  fonder  fyne  fchuldt  fchicr  met  de  doodt  betaelen  j 

De  Jpraeck  gonck  onder  hun :  daer  comt  den  droomer  aen, 
Seer  wel ,   hy  fal  daer  voor  de  doodt  haefi  onderjiaen . 
Doch  V  was  van  Godt  ncjlelt ,  hem  voorder  te  beti'aeren : 
Eerfl  Ruben  voor  hem  jprack ,  oock  Judas  wtld'  hem  jpaeren ; 
Dan  uyt  den'  put  geraeckt;   en  foo  hy  was  vercocht^ 
Dorr  Godts  befiier  wierdt  hy  tn  vryen  flaet  gebracht. 
Jifaer  als  de  opper-vrouw  haer  knecht  hadt  mentgh  werven 
Van  echtbreuck  vnljch  beticht  V  fcheen  hy  fond'  moeten  fierven  y 
V  Scheen ,  dat  hem  fynen  heer  gonck  flrajfen  met  de  doodt , 
Afaer  Jiet ,   Godt  door  fyn  cracht  helft  Jofeph  'tyt  den  noodt . 
Als  hy  gevanghen  fat  ^_  d-e  doodt  mocht  hy  veriv achten  .y 
Doch  Putiphars  gemoedt  wifl  Godt  heel  te  Verfacliten^ 
Als  Jofeph  was  in  drttckf  in  V  liytterfla  gevacr  ^ 
Stra.v  buyten  V  men  f  hen  hop'   Oodis  hulp'  ti'ierdt  hy  gewaer . 
Siet  hier  den  handel  Godts :  Hy  laet  fyn  vrienden  firyden , 
Hji  laet  hun  in  V  verdriet  veel  yan  de  menfchen  lyden  ^ 
Oock  fonder  fchuldt  of  phcht^in  't  bitter  traenen  dal  ^ 
Jï-faêr  even'  op  fyn  tydt  hun  Godt  ■V.crlofen  fal. 
Syt  ghy  op  t'  hooghfi  gebracht  van  druck  en  van  ellenden., 
O  droevigh  menfch  ^  tot  Godt  moet  ghy  ti  hert  maer  %venden ., 
Betrouwt  maer  op   dien  Heer^   die.  tiiemandt  en  verlast  j 
Hj  helpt  ti.,  als  ghy  vreeft^  dat  ghy  verloren  gaet , 


Dc- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  149 

DEfeh wonderen  nochtans bermhcitigcn  handel  Godts  gcfchicdt,  ^,    ,  S^''"^" 
Ceght  den  "  H.Chryfoftomm ^  om  aldus  te  tooncn  lyne  godde-  2fi>erat"m" 
lycke  macht  ende  wysheydt  ,  oock  tot  oefFcninghe  van  de  ejh,  tune  po. 
deiight,  endc  tot  meerdere  verdienllen  van  de  bedruckte.  teniiamjuam 

Den  felven  ^  Vader  handelt  hier  van,  befonderlyck  in  fynen  eer-  cntUmltda- 
ften  brief  gefchreven  tot  die  rreffclyckc  matroone  Oljmfias .  Nu  we-  «f.  s.Chryf'. 
dmve  geworden  fvndc  wierdt  iy  van  veele  quacdtwilligc  leer  gcqucit  '"""•  3--  '•'» 
ende  vervolght  ende  naerhet  verliefen  van  haer  goedt  in  ballinfchap  u'^'^J^V;//, 
gefonden  ,  in  het  welck  defen  H.  Vader  haer  trooil ,  fcggende  dat  ,et  d',  "on. 
fy  nu  in  cenen  feer  grooten  druck  geftclt  fynde  op  Godt  meeftmoc-  fnetiidc^ti-e. 
lie  betrouwen,  wiens  gewoonte  het  is,  de  ellenden  van  iVne  vrien-  '"'""  "'^'^^"J'- 
den  in  het  beginiel  ende  terftondt  niet  wech  te  nemen,  als  fy  noch  ['"ilapiT Jx. 
cleyn  fyn,  maer  als  fy  grootcr  fyn  geworden,  ende  gecomcn  tot  het  //»-«;u  ,  fid 
uytterfte,  alsdan  comt  Godt  ten  lellen  te  hulp,  heel  tcghen  de  ge-  """ireyer,,,/: 
woontevan  demenfchen,  aldus toonende  fync  macht,  enije  famentot  "''2; "'*>'"'"» 
oeffeninge  van  de  bedruckte  ,  hun  daer-en-tulichen  vcrmaencnde  ,  j.t,n>j"e  j}e's 
dat  fy  fouden  voortgaen,  in  Godt  te  dienen,  altydt  hun  betrouwen  °»'.,.:s fuLUnt 
op  hem  (lellende,  alleen  bcibrght,  0111  hem  niet  te  vergrammen.  C'-'-T'^mdeni- 
De  volgende  woorden  van  den  felven  ^  H.  Vaader  fyn  merckcns  TbTommnm 

Wecrdigh  .  ^  op'niionealie- 

Ecne  gewichtige  faecke  alleen  ,  feght  hy  ,  ificr  maer  te  vreefen  «•'ƒ'■'»«■•«<- 
op  defe  wcreldt,  te  weten,  de  fonde,  wantmcn  alle  de  andere  din-  *'■^-'"'■'"•"'- 
ghen  maer  en  magh  houden  voor  eene  enckele  fabel  ende  veruerfel,  fu^m  ojien. 
of  ghyfe  noemt  lillen  of  bedrogh  ,  vyandtfchappen  ofte  lalleringen ,  <l''>'i,<^<:anim 
befchuldinahen  ,  openbaere  vcrcoopin2;en  van  goederen  ,  fwcerden  '?"'•''■"■■''"""- 
otte  eenige  andere  ellenden  van  den  oorlogh  ;  want  alle  dele  dmghen  p.,tie,itiam 
fyn  tydclycke  ende  verganckclvckc,  allecnclyck  dienende  voor  den  exenens.  $. 
tvdt  van  ons  llerffelyck  leven,  de  v/elcke  allegaeder  gccne  de  minllc  S'^'^'"  ''^:  ^' 
fchaede  en  conncn  acndo.n  aen  ecne  \vyfe  ende  verheven  fiele.  2i,    d"'/''^' 

Den  felven  <<  H.  Vader  met  (yne  groore  welfprekentheydt  handelt  £>anicll  14. 
noch  op  andere  plaetfen  fynder  fchrifrcnvan  dele  materie  >  fchryven-  '^  Unadutn- 
de  op  den  i  ly.  Pfalm  ,  fprcckt  aldus  van  de  dry  jongelinghcn  in  het  '^■'.■^'" '"''■' ?''•'- 
forneys  van  Babj lonten^  ende  van  Daniël  in  den  kuyl  der  leeuwen:  Jé'jae'?!''iem'<'e 
Godt  feyde  hj  ,  wilde  hier  toonen  fyne  macht:  Die  dry  jongelin-  piaat,'m,re. 
gen  wacren  vanden  Coninck  KahHcbodonopjr  veroordeelt,  om  inden  ^"l-"'  <""'"•>■ 
gloeycndcn  oven  gefmeten  te  worden,  de  welcke  nochtans  dien  op-  Ty"  mij'di]^ 
periten  Coninck  gellelt  hadde  daer  uyt  te  verloflen  ;   maer  waerom  </;»•«■«,  /!\e 

'  l'    2  gfj   ininiii.ni.tsf:. 

•  ft  calumin.is  , 

ft-ve  accuf.itióntJ ,  JiTe  bonornm  frcfiriptionfs  ,  fye  cxilium  ,  p^c  gLidios prsacutos ,  fi-ve  mare,  Jïve  i<it:ns 
orlis  helium,  nam  cj^scumque  tandem  Intc  0Ki»ia  fint ,  certe  Imc  oninitiaduca  CT"  tempar.ili.i  f,iiit,atij!:e  i.t 
mortah  iOTporc  exiftuiit ,  nee  priidenti  Vinexperreci.t  annnsdamnumafferunt  S.Chryf.  iHdem.  d  Deus 
tiijxime  fuam  oflendil  fotentiam non i  primordio  ,fed  quando  rei  fuerant plane  de/herati  .  Hoi  efi  diyiniatixi  - 
/;;,  ey  ideo  ntc  pueros  eripuit  a  prir.iipio  ,  fcd  pcftquam  fiitraytt  ionjeili  in  fornacem  ,  n::  Diinieitm;'aa- 
tequam  ejj'el  immijfiti ,  fed  fsptirn  poft  diehii:.  S.  Cliryf.  Inm.  lij.  in  Pf.dmos  . 


ifo   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

a  ideoexifil-  Cfi  hccft  lict  Godt  niet  gcdaen  voor  het  worpen  in  het  vier,  gelyck 
niM  te  a  Deo  j^y  hgt  Joen  condc ,  cndc  alleenlyck  als  fy  daer  in  waeren  ?  Hy  lictfe 
ie^eri,  qi^'t  j.^^^.  jj^  "vvorpen ,  oD  dat  alsdan  meer  foude  blycken  fyne  goddelycke 

non,    qitando  ,  .*.       .i-ri  ir  t_  J  o  j 

■vh",  eribh.  macht,  nict  in  het  beginlel,  inacr  aller  geen  hope  meer  en  was,  als 
Eni):iit  tres  wannccv  het  den  tydt  was  van  Godts  byllandt .  Godts  macht  bleeck  , 
jiueros  de  i^-  [^  j^^,j^  dacmacr  te  vcrloflen ,  te  vooren  in  het  vier  fynde  fy  loofden 
'"  ^^'  1^'  Godt ,  daer-en-bovcn  als  fy  uvt  het  forneys  gctrocken  waeren ,  den 
luil.idHniio-  C^oninck  met  het  volck  verhefte  de  goddelycke  macht  ,  hem  oock 
perfcqueMi- _  gcbcnedydendc ,  cndc  door  fyne  gelbndcn  brieven  groot  maeckende 
lus  JEgyi-nts^  by  andere  menfchen ,  het  welck  niet  en  foude  gcfchiedt  fyn,  waert 
mlrc:<:j!-  ho^  dat  fy  in  het  vier  niet  en  hadden  geworpen  geweell.  Om  de  felve 
p^es  'inter  «-il-  reden  en  is  Daniël  niet  terllondt  verlolt  geweell  uyt  den  kuyl  der 
'dj.s^  gt'idi-  leeuwen,  mier  alleen  naer  7.  daghen  ,  om  datmen alsdan  meer  fien 
yb'ütn'aT,"ïnde  loudc  dc  almogcnthcydt  Godts  ,  ende  de  onnoofelheydt  van  den 
nrma    Loruf-  godtvruchtigcn  Daniel. 

tant,  l.hu.  a-       Dgn  «  ƒƒ.  ^Hn^uflinM  uytlcggende  defe  woorden  vanden  p.  Pfalm." 
quArum    >i:ic  ^^^^    .^   r^^  ^^  tfibulattone  :  lek  ben  met  hem  in  de  verdruckinge  , 

aiinoi-tim pre-  /  i  •  j    r  ■  i-        i  J  i    i  •      i 

piiHi.Stiope-  macckt  oock  mentie  van  delo.  j.  jongehnghen,  de  weicke  nu  m  het 
r.rr/  mm  jiin  uytterlle pcrvckcl  gccomcn  fynde,  van  Godt  maer  geholpen  en  wier- 
X>ei'.s  lonjue.  j^^^  .^  hy  fprcckt  aldus  :  Meynt  ghy  ,  datghy  van  Godt  verlaetenfyt, 
TnUmlimm  omdat  hy  u  niet  tcrftondt  by  en  ftaet  ,  gelyck  ghy  foadt  wen- 
coiijlliioi,  it-  fchen  ?  Hy  en  hecftfe  maer  uytgetrocken  als  het  tydt  was,  te  we- 
/;  mtenedat  j-^n  als  hct  foudc  wcfcu  tot  fyue  mcerderc  glorie  ende  hun  ge- 
'''■*"""'"  ,"jl  luck  .  Ende  het  is  öock  te  bemercken  feght  den  felven  ^  H.  Vader, 
i'L  yi'j^s'p^'-  hoc  d  .c  Godt  de  handt  gegeven  heeft  aen  de  Jfraelnen  vluchtende 
pulus  formi-  van  dcH  Coninck  Pharao:  Sy  hadden  voor  hun  de  gevaerlycke  zee, 
duUt,  quibns  ..ehtcr  hun  n^cihen  fy  dc  wapenen  van  de aencomende  vyanden ,  fy  wae- 
fliff'mKs^it :  i'^i"»  tuüchen  twee  gelloten  ,  geltelt  in  ccnuytterlte  perykel,  maer  in 
2^'e  formi  del ':s  hct  nacftc ,  oiTfi  van  Godt  geholpen  te  worden,  den  welcken  de  be- 
■v!ri,eJl-oteyi-  Jruckte  op  fyncu  tydt,  als  hct  bell  is,  te  hulp  comt,  alfler  van  de 
d''"yUh'rUm  mcnfchen  gecne  dc  minlte  hope  van  byftandt  te  verwachten  en  was, 
jumproperare,  als  het  vluchtendc  volck  foo  bcuoudt  was  Adojfes  feyde  hun  :  En 
V p^onth  /«-  vrcelt  niet  mannen,  fyt  gewapent  met  het  geloof,  ende  laet  u  voor- 
rf/r/«  '"'"'^^  llaen,  dat  de  viftorie  voor  dc  handt  is,  ende  de  ncderlaghe  ende  on- 
!//W»o  ;'#•  '^''"S'^'i'^'^  ^''"  '1^^  radende  volck  van  de  E^yptenaeren ;  ende  dat  ge- 
tirgs  /".i".  fcvdt  hebbende  volgens  het  gebodt  Godts  A-foyfes  met  eenen  flagh 
rampitm-iTc,  y.j,^  (yy^  ^^jgy  ^lciQl  dc  watctcn  der  zee  van  malcanderen  affcheyden, 
y,''^  ,L'/"o'j,  pi"C'^'"s  gevende  aen  de  Ifraeliten  ^  om  de  handen  van  de  volgende 
.,.,«  tidiur.i  vyanden  te  ontgacn,  gelyck  het  gefchiede,  als  wanneer  Pharao  den 
itoit  ;»i'T''>"'>. Coninck  met  al  A'n  volck  in  het  midden  van  de  wateren,  die  weder 
exhihuit,  V  ]^y  m.ilcandercn  ciuaeinen,  wierdt  verdronckcn. 
„^''^^ul.rlm  Ailbo  weet  ucii  bctmhertigheii  ende  alles  voorfienden  Godt,  als 
oj>'  het 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  i;i 

het  den  bequaemften  tydt  is,  als  de  meefte  glorie  Godts  dat  ver-  oppreif,.  s. 
eyft,  ende  hec  falighfte  is,  de  ellendige  menlchcn  in  hunnen  druck  Aug.Vfi-m.S9. 
te  helpen  ende  by  te  ftacn .  lUionpcic. 

Hier  op  dient  leer  wel  het  oudt  fprceck-woordt :  Deiu  è  machina  : 
dat  is  te  leggen:  Godt  fiet  het  al  aen,  van  eene  hoogheplaetic,  hec 
welck  befonderlyck  pail  op  de  Foorjïentgheydt  Godts,  die  ahydt  gc- 
lyck  van  boven  uyt  den  hemel  cene  ooghe  geflaghen  hccti;  op  de  ver- 
druckte  nienichen ,   om  die  by  te  llaen  op  lynen  tydt .  a 

Den  "  ƒƒ.  IJidorm  Peleajiota  maeckt  nicntie  van  dit  Ipreeck-woordt  e,"^//".'/-.^ 
in  fynen  eerften  brief  van  den  cerften  boeck  :  Laet  vry  ons,  door  het  viur ,  ut  u'tri'- 
gcbedt  ende  wentchen  keeren  tot  Godt,  op  dat  hy  lyne  ooghen  van  «ƒ;«<•  rf/j-zc/- 
den  hootrhen  hemel  op  ons  wildt  llaen  ,  ende  ons  de  gratie  eeven  ""''•"'/'""»- 
om  altydt  tot  hem  met  onie  gcpeylen  weder  te  keeren.  Deiu  e  ma-  jM<dtuti  ye- 
chi/ia  .  Godt  fiet  ons  van  boven.  lHiem.uhin.i 

Godt  wifle  wel,   dat  S:ifa/itia  onnoofel  was,  ende  van  die  twee  ''<'#''''«»/«o^. 
ontuchtige  ouderlinghen  valfchelyck  bcl'chuldight ,  de  welcke  hy  dacr-  f!,f"s^]r"'\oT 
naer  gellelt  hadde ,  onnoofel  te  verclaerenj  macr  wacrom  foo  lanck  PeUufiuui  i 
gewacht?  Sy  wierdt  nu  als  phchtigh  naer  de  doodt  gcleydt  j  Godt  f/"/- <■/>. i. 
evenwel  wilde  het  op  het  uytterlte  laeten  comen,  om  te  toonen  ly-    ^-f,  *"'"'  ^' 
ne  macht,  ende  fyne   kcnniilb  van  alles,  ende   om  de  fuyverheydt  ^xdinóT^a. 
van  Safamia  Hitcïbckcni  te  maeckcn,  ende  om  plaetfe  te  geven  aen  K.  /'^Aloyfii 
fyne  rechtveerdigheydt  in  het  ovcrtuygen  van  die  twee  oude  ende  Novjrin;C7f- 
onkuvflche  oudcrhnphen  in  hunne  vallche  befchuldin^e,  de  welcke  ""te'^-"'- 
Banicl  ten  lellen  van  Godt  verlicht  in  hunne  woorden  vattede,  en-   13^.         "^ 
tlacrnacr  met  de  doodt  v.  ierden  geilralt .  Dem  e  ir.aclnna .   Godt  van 
boven  fiet  het  al,  ende  op  lynen  tydt  weet  hy  ons  te  helpen. 
~  Godt  haddc  hec  oock  op  het  uycterlle  laetea  comen  met  l>  Ifuac  , 
die  nu  knielde  onder  het  Iwccrdt  vanr)ncn  vader,  allen  oogenblick   ^       ^ 
verwachtende  den  ilagh ,   macr  Godt  fondt  in  tydts  lynen  Enghel ,  „''JiZm'hïlm 
roepende  tot  Abrahan:^  dat  hy  fyn  Iwccrdt  ophouden  Ibude :  A>  ex-  c^    aru/unt 
teildas  man'.'.m  tuam  fnper  pMers'im .   Godt  W'illc  de  reden,  wacroni  dat  S^'^^"""  '  "f 
hy  foo  lanck  jrewacht  hadde  Ivnen  Enghel  te  lenden  .  i>m..Uret  ji^ 

(jodc  v.iIueoock  alüu,  bekert  raaecKen  de  befonuere  ende  uytfte-  cae^if^ehis 
kende  hope  van  Abraham^  hopende  teghcn  hope,  ende  voor  ooghen  ^""i"""  de 
llellcn  f.ac  wondere  gchoorfacmhcydc.  Dsm  e  maclnna .  Godt  had-  ^'^'"'('""''■^"' 
de  op  alles  fyne  oogiien  geflaegen  ende  hy  wiite  den  uycval .  Hoe  uTu>'ml,l!!'n 
verre  en  was  het  oock  niec  gccomcn  met  de  ftadt  BethnUa^  die  be-  '««»'    fiper 
legert  was  van  Holo^henies  den  \'cldi:-overften  van  den  Coninck  van  f""""'-  f^f^i. 
Ajjynen  t  De  Itadt  was  nu  gecomcn  tot  het  uytterite  ,  de  wateren  "^•'''••^°* 
waeren  afgetrocken ,  de  üadt  Ibude  haer  nu  moeten  overgeven ,  gee- 
ne  menfchclycke  hope  en  walTcr  over,  maer  htt  was  van  Godt  an- 
ders gcllclt  :   hy  gcbruycktc  dacr  toe  die  doccV.Q  Juduk  ^  fy  cicede 

haer 


ifi  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

haer  op  hetcoftelyckfte,  treckf  met  haere  dienft-maeght  uyt  de  ftadt 
als  vluchtende,  om  haer  leven  te  bewaeren,  fy  wordt  van  de  Ibl- 
daetcn  wacht  by  Holophemes  gclc}'dt  ,  iy  wint  (yne  gratie,  aen  den 
welckcn  fy  by  nacht,  als  hy  ilicp,  bevanghen  fynde  door  den  dranck  , 
met  lyn  eyghen  fwcerdt  lyn  hooft  afkapte,  ende  foo  wicrdt  Godt 
gelooft,  endc  Jrsdith  ten  iiyttcrllcn  by  alle  volcken  verheven.  Deiu 
e  machina.  Canmen  beter  gctuvgeniflc  hebben  van  den  handel  Godts, 
den  wekken  de  fyne  comc  helpen,  als  fy  nu  fyn  buyten  alle  men- 
fchelyckc   hope  ? 

Dit  hebben  wy  nu  gefien  in  de  oude  wet,  benicrckt  dit  nu  in  de 
a  nieuwe  wet,  in  Martha  ende  Magdalena.^  ende  in  Peiriu ^  om  andc- 

M'ifenmt  fo-  re  dacr  te  lacten . 

roresejHi  ud       ^  Martha   cndc  Ma^dalena   de  fufters  van  La7.arm  hadden    "JeHu 

eum  :      Jt-cce ,    ,  jri  1111  1  -^       , 

qiiem  anm ,  '^cten  weten,dat  Laz^ams  hacren  broeder  heel  cranck  was,  ende 
iiifirmutur.  'm  llcrvcns  noodt,  hem  biddende,  dat  hy  den  fel  ven  ibude  willen  co- 
loan.  ii.-i'.5.  men  helpen,  maer  Chnfit-a  rtelde  het  uyt,  in  die  plaetfe  noch  twee 
>na'n/l^"in  co'-  '^'^ghcn  blyvcndc,  ende  daernaer  gonck  hy  noch  naer  Judea^  ende 
demloco.T.-;.  naer  alle  die  uytllellinghen  i  trock  hy  naer  Bethanten  ende  naer  La' 

b         ^nriis  toe,  doch  hy  was  nu  al  vier  daghen  doodt  ende  begracvcn, 

remt  itaqiie  j^jj  ]^y  j.j^^.  acnquaui .  Maer  waerom  en  quam  Chnflia  niet  vroegher  ? 

yeiu'    e"m  WaerofH  hadde  hy  Laz.arpim  laeten  fterven?  Jefit^  hadde  fyn  reden  , 

qii.uiior  dies  om  dat  hct  was  tot  fyne  meerdere  glorie ,  want  daernaer  als  hy  wiirdt 

»"  "'*"«'»<?«-  verweckt  van  de  doodt,  veel  Joden,  die  gecomen  waeren,  om  de 

loan'  "^"T"'  ^'^^^  fullers  in  haer  broeders  doodt  te  troolten,  fyn  met  dcfe  gele- 

■V.  17.         "  gentheydt  tot  C/)r//?«w  bekeert ,  die  waerfchynelyck  anderfins  in  Ciiri- 

Ito  niet  en  fouden  gelooft  hebben  ■■,  van  de  welcke  oock  fommige  de 

fe  verweck  inge  des  doodts  aen  de  P  ban  [een  tot  Chrijli  glorie  quae- 

men  te  vercondighen . 

Wederom  hoc  heeft  Chriflut  met  T'^'/rKj  gehandelt,  die  uyt  laflvan 

P  Herodes  in  den  kercker  fit,  in  de  bewacringe  van  eenige  ioldaeten? 
X>//>.e  h'mc,  Daer-en-tudchen  heel  de  vergaedcringe  der  gcloovige  badtGodt  ge- 
Deum  finere  ducrlyck  voor  hem  ,  maer  bleef  evenwel  daer  gevanghen  tot  naer 
Tcinmo-Ji-  p^gfFf-f^gfi  jj]s  wannccr  hem  Herodes  geftclt  hadde  voor  het  volck  te 
extremti^,  «t  brenghen  endc  te  doen  rterven.  Folens  pfl  ^nfclia  producere  eum  ^o- 
prcbet  eorr.m -pulo .  Maer  wacrom  niet  vroegher  verloll;?  Hoort  hier  op  de  ant- 
tiijeconfiden-  ^voordc  Van  den  geleerden  '  k  Lapide .  Leert  hier  uyt,  dat  Godt  ly- 
'iiu!jinor'"ope  "dl  ApoiW  Petnu,  cndc  dc  gcloovlge  liet  comcn  tot  het  uytterile, 
1U0S  iilcret,  om  hun  betrouwen  op  hem  maer  te  beproeven  ende  te  vermeerde- 
etutmfcrnu.  ycxi  ^  ende  hcm  alsdan  met  eencn  meeruytilekenden  byftandt  te  vcr- 
rMuli,m.  a  lof]^,-,^  oock  door  mirakcl  van  de  comfte  van  eenen  Enghel,  die  hem 
^Acta^po'n.  Jn  den  nacht  door  de  opengaende  deuren  ,  ende  los  fpringhen  der 
i-jjC.  li.  T.  J-.  banden  uyt  den  kercker  leyde. 

Eenen 


UYTCEBEELDT    IN    JOSEPH.  ifj 

Eenen  trefFelycken  fchryver  vergelyckt  hier  Godt  met  eenc  moe- 
der, die  haer  foontjen  willende  verlichren  van  fyne  pynelyckc  apo- 
Ituyme  ,  evenwel  om  een  beter  de  fuecke  wat  langher  uyttreckt. 
De  moeder  roevu  dan  eenen  chirurgicn,  den  welckcn  eene  plaeiler 
daer  opleght  ,  ende  de  moeder  feght  hem  :  Sone  als  de  plaefter  te 
ftcrck  lal  trccken  ,  ende  te  groote  pyne  vcrooriaecken  ,  roept  my, 
ende  ick  M  de  fclve  terftondt  afdoen  :  Het  foontjen  eenigen  tydt 
dacrnaer  begint  te  roepen  ende  te  kermen  ,  de  moeder  hoort  het 
wel,  maerfy  vertoeft,  tot  dat  de  apoituyme  begint  open  te  bcrflen, 
ende  dan  trcckt  fy  de  plaefter  af.  MaÉr  wacrom  niet  vroeglier?  Te 
weten  om  een  beter,  ende  tot  verlichtinge  van  het  kindt,  want  het 
alsdan  dient  tot  verfoetlnge  van  de  pyn ,  ende  van  de  volgende  genc- 
ünge  van  het  quaedt. 

Aldus  handelt  Godt  met  fyne  bcdruckte  vrienden ,  hy   en  helptfe 
niet  terllondt,  maer  laetfe  noch  wat  in  druck,  tot  dat  het  hun  het 
bed  is,  ende  meer  flreckt  tot  iyne  eere  ende  glorie.  Hia*  moet  ick  *.  .       ^""^ 
noch  bybrenghen  het   ghene  <»  Enfebiw  verhaelt:  Philo^  feght  hy,  ''j^ll'^^xilium 
xiiën   geleerden  fchryver  onder  de  Joden  was  van   hun   gefonden  c»m  Jeefih,*- 
met  eenigh  volck  tot  CaJKs  Calig»la  Keyfer  van  Rnomen  ,  om  van  hem  «"«"'".Philo 
te  verfoecken,  dat  hy  de  Jodeti  niet  en  foude  willen  dv^^inghen,  om  ''/'iTija^J 
fyne  Majcfteydt  als  Godt  te  moeten  aenbidden  j  den  Keyfef  hier  over 
feer  gclloort  doet  hem  met  de  fyne  uyt  het  hof  jaeghen  ,  als  wan- 
neer Philo  terllondt  tot  fyne  mede-gefcllen  feydc  :    Nu  moeten  wy 
allcg.ieder  moet  fcheppen  ,  als  den  Keyfer  op  ons  foo  vergramt  is  , 
want  alsdan  is  dengoddelycken  byilandt  by  der  handt,  als  den  trooft 
der  menfchcn  ons  comt  f.  ontbreken ,  het  welck  corts  daernaer  bleeck, 
want  Cfijxs  den  Keyfer  niet  lanck  daernaer  quam  te  llcrven . 

Dcfc  materie  fal  ick  iluyten  met  eene  wonderlyckegefchiedenifTe, 
die  ons  ^erh:'.eU-  v/ordt  van  den  H.  PauU/uts  fchryvende  aen  cenen 
fekeren  Macamu :  Daer  was  feght  hy,  eenen  ouden  man  noch  Icer- 
linck  in  de  Chriitene  Religie,  ende  daernaer  Vühr  genoemt  in  het 
doopfcl,  den  welcken  eens  op  een  fchip  vaerende  in  een  opgecomen 
tempccll  fonJer  roer  fonder  fpyfe  ende  fonder  menlchens  huipe  door 
de  zee  nu  cenige  weekcn  wech  gevoert  was,  ten  leften  van  Clmfim- 
ende  de  EaghclenbciHert-wicrdt,  gevocydt  ende  bewaert.  Chnfim  ^ 
feght  PtitilmiK  ^  hccifblinckende  van  aenficht  fit  in  ^n^l  achrerllc  van 
het  fchip,  vviciidclyckhcydt  toonende  aen  den  ouden  man.  Hv  fagh 
oock  dickwils  de  Enghelen  forghe  dracghen  \'oor  het  fchip,  alle  de 
dientlcn  doende  van  eenen  fchipper,  de  wcicken  het  fchip  beitier- 
Jen  met  Chiuftit^  den  bcllicrder  van  heel  de  \\ercldt. 

Aldus  was  dien  menfch  23  daghen  afgeweken  niet  alleen  van  de 
aerde ,  maer  oock  gedreven  van  de  winden  door  verfcheyde  zeen , 

V  tuf. 


if4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

tuflchen  de  baeren  ende  de  ftecnrotfen  van  hongher  bycnns  befwyc- 
kende.  Wie  en  fiet  hicrnict,  of  hy  leefde  door  eene  befondcre  loor- 
fiemgheydt  ende  macht  Godts?  Het  fchip  wierdt  ten  leftcn  aengedi  e- 
ven  naer  de  aerde  toe,  fiende  eencn  thooren  van  de  Roomfche  haeve, 
daernaer  vervoert  lanx  de  flreeckcn  van  Campnnten  ,  dan  volghens 
de  draeyende  ende  veranderende  winden  naer  Sictlen ,  als  of  het  had- 
de  geweeft  een  goddelyck  fchip  voor  gediert  door  cenen  hemelfchen 
windt,  mydende  de  zee-clippcnj  ten  langhcn  leften  naer  alle  dolin- 
ghen ende  peryckelen  is  het  Ichip  geraeckt  in  de  gerufte  haeve  vaa 
Lucaiia^  aldacr  Godt  ten  uytterften  danckende,  ende  het  H  doop'el 
ontfanghen  hebbende  heeft  daernaer  een  feer  Chriilelyck  ende  godt- 
vruchcigh  leven  geleeft. 

Aldus  beitiert  Godt  fyne  vrienden  ,  hy  laetfe  fomtydts  comen  in 

den  uytterften  noodt,  pcrykel,  ende  benoudtheydt,  maer  de  wclcke 

hy  op  fynen  tydt  byftaet,  als  het  meer  ftreckt  tot  fyne  glorie,  ende 

als  het  befte  ende  lalighfte  is,  foo  die  ten  leften  brcnghende  tot  de 

Q^lregKj.  eeuwige  faligheydt,  g'élyck  het  oock  gefchiede  met  den  bcdruckten 

Qui  '"dc'iliici,  J^fiF^  ■>  vcrlaeten  als  een  dolende  fchaepken ,  aen  den  welcken  Godt 

fetiit    oyem  op  fynen  tydt  als  cenen  goeden  herder  de  handt  quam  te  geven  ,  en- 

Jo/eph    piai.  de  gelyck  David  van  fyn  felven  feyde,  den  fclven  brocht  op  lyne» 

79-  '"■  1.       wech  tot-  fyn  geluck  ende  glorie . 

IV.    CAPITTEL. 

Jcfiph  verclaert  aen  de  tloee  gevanghen  Holffdinnen  hmi'nc 

droomen ,  aen  den  eenen  tot  fyn  ongelmk.  van  de  doodt 

Je/ve ,  aen  den  anderen  tot  jyn  geluck  met  herjïellinge 

in  [yn  voorigh  ampt,   den  iPcUkm  jymn  gelnckigcn 

nytlegger  lojeph  f^ne  jaeren  lanck.  by  den  Co?iinck 

ondanekkaerlyck,   vergeet . 

cxr.raö5f^'|'-KJ  En  onnoofclen  ende  heel  fuyveren  Jofc^h  ,  den  welcken 
^j  -j-^  B  evenwel  als  plichtigh  in  den  kerckefr-'-it  niet  fondcr  vree- 
%  \y  l>  ^'^  'i^s  doodts ,  hadde  daer-en-tudchcn  ,  gelyck  het  gefeydt 
S'50'5«l'5£)0§is,  door  de  bcftieringe  van  de  Goddelyckc  Voorfiemghejdt 
de  goedtjonftighcydt  gewonnen  van  den  overften  des  kerckers . 

Godt  beftierde  het  al  met  fterckte  ende  met  foetighcydt .  Forttter 
&  fuaviter  om-ma  dijponens . 

Het  was  fondcr  twyfel  een  groot  geluck  ende  trooft  voor  Jofej>h 

in 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ifj* 

in  de  vriendtfchap  te  wefen  van  dien  overflcn  ,  ende  famen  in  de  a  ^cdditt 
goede  gcnegentheydt  van  alle  de  anJerc  gevanghen,  daer  hy  dcfor-  "j  P"'^'"'^"^^ 
ghe  ende  lalt  van  hadde,  die  hem  oock  feer  achteden  ende  bemin-  fincerlTsef^'l 
den ,  om  fyncn  foeten  aerdt ,  ende  getrouwen  dienft  die  hy  hun  be-  JF.^ypti^'pi^ 

Daer-en-boven  Godt  liet  toe  ,  dat  hy  oock  den  laft  cvecgh  van  ''iZ't'ra""'^'i"ol 
twee  hecren  van  het  hof,  de  wclcke  van  den  Coninck  om  ccnigh  Pha}:ti,  mift 
.1  mifdaedt  in  den  fclven  kcrcker  gellelt  waeren;  den  ccncn  was  den  «<»  in  carure 
overflcn  van  de  fchcnckers  des  Coninx,  den  anderen  den  ovcrilen  f ''""'ƒ«  ""- 
van  de  backcrs .  .  .  -  «ni/c-iofeph 

Die  allebcyde  naer  het  gevoelen  van  b  Toftatm  Biflchop  waeren  c^cujfoscar- 
groocelyckx  plichrigh  vanongetrouwigheydt  in  groote  faecken,  mil-  "'"'*  '^^ii'd't 
fchicn  oock  in  hunne  rckenin^hen.  'au;'rv{7'^ 

Maer  hoe  mocht  dat  gcfchiedcn  ,  dat  fy  geftelt  wierden  in  den  niflralatiiiit 
felvcn  kcrcker,  daer  Jufeph  in  was?  MilTchien  by  geval?  Geenfins  Gen.^o.T. i. 
feght  t  Oleafter,  maer  door  eene  fchickinge  Godts,  die  dit  alles  foo  X^'^^Pd 
beilierdc  tot  gckick  ende  voordeel  van  Jofeph .  Daer  en  was  niet  aen  dicendijuod 
gelegen,  of  die  hovelingehn  bleven  leven  ,  ofte  geftraft  wierden.  iUifuermtac- 
Hy  droegh  befondcrlyck  ibrghe  voor  fyncn  vriendt  Jofefh  ,  jae  hy  <:<i-f'it>de  mfi. 
hadde  die  in  de  felve  gcvangcnifle  laeten  comen  ,  daer  Jofe^h  was ,  h.fc'pexrepe- 
op  dat  Jofeph  daernacr  met  die  occafie  by  den  Coninck  Pharao  fou-  rit  cos  m  ra- 
de bekent  worden  .  tiodniii  ali- 

Sulcke  wondere  vonden  gebruyckt  fomtydts  Godc,  om  fyne  vrien-  ?»;"«'"  "'V- 
den  op  iynen  tydt  van  hun  ongeval  te  verlollen  ,  e^de  d:ckwils  te  c  o  qua»* 
doen  verheffen  ,  gelyck  wel  bemerckt  den  Biflchop  '^  Lippoman-M  :  mirMhs  -vi- 
Den  goedthcrtighen  jongelinck ,  feght  hy ,  diende  de  twee  hovelin-  -» "/«fml^o- 
ghen  met  alle  liefde  ende  beleeftheydt  ,  hun  van  alle  noodtfaecke-  "JZZs  fJo's'i 
lyckheden  wel  voorficnde,  ende  hun  oock  in  alle  ongeval  moet  ge-  m.i/xV ,  ct- c.v- 
vende  ende  trooftcnde .  Ende  voorwacr  her  en  was  niet  te  verwon-  "itandos  cos. 
deren,  dat  die  gevanghen  heeren  trooll  van  doen  hadden,  fich  vin-  d''"!-^^'^.}^^ , 
dendc  in  eenen  foo  droeven  flaet ,  ende  in  eenen  kercker ,  daer  ;.?« j^y;.;,//,-;, 
iy  te  VQoren  aitvdt  hadden  geweeil  in  het  hof  van  den  Coninck.       omnihui   «,»- 

Sy  wacrcn  fomwylen  vol  van  fwaere  gepeyfcn  binnen  den  dagh,  "IT'Y'"^,  ^ 
ende  oock  in  den  nacht.  Het  gebeurde  eens,  dat  fy  alle  beyde  op  ee-  %d'aLtur''eó. 
nen  fclven  nacht  eenen  droom  hadden  ,  elck  volgens  fyn  ampt  ende  rum  memes, 
officie,  dat  fv  in  het  hof  bedient  hadden,  gelyck  het  ^  Moyfa  feght,  ^'^onf^mtit- 
om  wekken  droom  fy  heel  bedroeft  waeren  ,  vreefende , 'dat  hy  iet  \       ^"'/"i' 

,,,,■'  '  '         ^      :  ben   trijiitict. 

quaedts  betceckende.  Lippom.  Ep. 

Jofeph  merckende  defc  benoudtheydt  vraeghdc  hun  de  reden  daer  e    ridemnt 
van  ,   feggendc  :  Waerom  is  U.  L.  aenilcht  heden  droever  als  het  *""^''  /l"""'\ 
placht?  Cur  tnfli'ji-  eji  hoéie  fulito   facies  veflra  ?  de  wclcke   hebben  ?'", 'T  ^ ','",'* 
gcantwoordt :    \\  y  hebben  eenen  droom  geiien  ;  f'idiWmj  fommtim  .  praationerr. 
(jin.  40.  V.  7.  V  z  Ia  «»- 


if(?    DE  GODDELYCKE  VOüRSIENIGHEYDT 

ctngrnamfhi.  In  cicfc  dvoomcn  fpeelde  wederom  mede  de  Goddelycke  Vom-fte- 
Gen  40. T. 5.  riighe'tdt^  die  naer  het  gevoelen  van  «  Toflutus  ^  hun  van  Godt  wicrdt 
3    scaMm,  ingegeven,  op  dat  Jofeph  door  de  felve  foude  bekent  ende  verheven 

quoR  lira  lom-  j  '  J   ^   i. 

ni,  h^nnt  i  worden  . 

Deo  tmmiffj,       Hoort  nu  de  droomen,  die  fy  terftondt  vryelyck  aen  yo/é-^^verhacl- 
ipi  JuoLm  (Jen  ,   om  dat  fy  hem   foo  goedthcrtigh  ende  gcdicnlbgh  faghen . 
Tx7ls'".i',ifJ-      Eerft  begonft  den   overften  van  de  fchcnckers  des  Coninx  ,  het 
jianiur   jo-  welck  den  anderen  toeliet,  om  dat  fyn  ampt  treffelyckcr  was,  ge- 
feph  e?-  exal-  lyck  i    Tojiatiu   feght . 

h"i^'^ii^-a-^t  '  ^'^'^  ^^S^  ^'°"'  '"y'  ^^y^^  ^y?  eenen  wynftock,  dacrdry  ranckcn 
prior  pimcr-  ^^"  waercn ,  allcnskcns  waden  tot  bottens  toe,  ende  naer  de  bloe- 
n.irHtnPr4e  mcn  de  dniyvcn  ryp  worden,  ende  den  copvan  Pharao  inmyn  handt, 
flits  ,qri ia  ifie  (j^j  ^am  ick  de  druyven  ,  ende  douwde  die  uyt  in  den  'cop  ,  den 
eraralLTje-  welcken  ick  hiel,  ende  g2.i Pharao  den  cop  .  Jofeph  antwoorde :  Dit 
ditiili  honorë  is  dc  bediiydenilTe  van  den  droom  :  De  drye  rancken  lyn  drye  da- 
inlaquendo.  ghen,  naer  de  wclcke  Pharao  uwen  dienil  fal  gedachtigh  fyn,  ende 
Pd  l  1  ^'^'  ^  herftellen  in  uwen  eerften  ftaet ,  ende  ghy  fult  hem  wederom 
contra  me  'yi-  den  cop  geven  naer  u  officie  ,  gelyck  ghy  te  vooren  plecght  te 
tem,  in  qua.  e-  doeu,  allccn  wilt  myndcr  gcdachtigh  wcfen,  als  het  wel  met  u  gaet, 
rant propagi-  endc  doct  bermhertisheydt  met  my  ,  dat  ghy  P/j/zr/ïo  aengceft ,  dat 

nes,    creUcre    ,  ,  tl  1    n"  ■    1      J  •    A-  1       1  I 

pai'latirn   in  "7  '''"'y  "-^y^  '^*^"  kcrckcr  verlolic ,  want  ick  dieitelyck  wech  gcvoert 
V  ben  uyt  het  Hebreeufch  landt,  ende  hier  fonder  myne  fchu^tinden 

en  droom 
oom  ge- 

nif  meu ,  tuli  fien ,  dat  ick  dry  corven  meels  hadiie  op  myn  hooft  ,  ende  dat  ick 
ergoi,ty.is&  j,^  ^^^-^  ecncii  corf;  die  den  opperflcn  was,  drocgh  aldcrhande  ipy- 
k!™  '  „"'  fen,  welckc  men  maecken  niagh  naer  dc  backeis  conlte  ,  ende  dat 
teneLim  ,  er  dc  voghclcn  dacr  uyt  aten  .  e  fofeph  heeft  geantwoordt,  dit  is  de  be- 
tradidi  poiti-  duydeniOc  des  drooms:  De  drye  corven  dat  fvn  noch  drye  daghen, 
lm>, Pharao nt  j^.^^j.  ^^  welckc  Pharao  u  hoof:  fal  wech  nemen,  ende  hy  fal  u  han- 
.•y.io.cr/M«!  gkcn  aen  een  cruys,  ende  de  voghelen  fuUcn  u  vlcefch  verfcheuren. 
ti  ndens  fi-  Laet  ons  uyt  dcfe  verfcheyde  droomen  ,  ende  uytvallcn  van  defc 
jforim,  mugi.  j,.  hovelinghcu  met  den  E.  Aht  Rupertit-s  ^  ende  uyt  hem  met  den  E.  P. 
/en'^è'r''iom>',7-  f  S^enedithii  Fernandiiis  van  onfe  Societeyt  ,  gaen  bemercken  de  on- 
«w  d.jfihif-  be- 

fel,ait,Z^e^o 

yidifotiufiiim,  qucd tria  caniflra farinie  h^iheremfupcr  capiit  meum.  Ci',  Gen.  40.  t.  16.  e  J{cJJ'ondit  jofeph  : 
/Ixi  cjl  inlerfre  .triifvirnii:  Trut  ianijlr^i  tris  ''dhi.c dieif:int,pcj}  qiios  PhJrao  auftret  Capnt  tH'i"' ,  Cf  J^Jpin- 
dct  ie  i;i  criiie,V  l.iici  .d'unt  yoliicreicarnes  tuM  Gcn.40.  T.  iS-ü"  19.'  i'  In  Gen.  i.j^o.jed.z.n.  ^  BeneJ. 
Fcman.'liiis.  F.rani  qmdem  ifri  eunmlii  Regii  nniiis  ejiijdemqueferfi,  Peaarunt  .iti!>o  in  eiimdem  2\e^e?n,>nurtrJ'm 
qi:i  titnho  fifipiuium  >i;crueri:nt ;  at  j(ex ^ratiam  uni iir£j}iiit;  alten  fuppiii  ium  trrogayi t.  Itaq.ie neuter grai ia 
Rririi  di^^nmeratifedJ^i/iplicii'.maniLo  mercl'.iiitnr.l\t-'X  tamcncuiyclnit^ratiam,ijr  nn  libuit  jin^pliium  trilut- 
tt,iieqiie ineo  qnifqiiammeritoRegem  t-ftej?reprel/endere.  Siinili r.iiionecum  omnesjilii  ^dani propter  Ori^i- 
r}/tlep^i.iatum.ejfeiitpeccat<ire5f  inimiu  i^.-,Jilii irn  &r  re; mortii xienix > eotiim tarnen quojdam ab  jsterno  Dcia 


P 


UYTGEBEELDT    IN"    JOSEPH.  ifj 

begrypelycke  oordeelen  Godts  aengacnde  de  vcrkiefinge  ende  de  clill^ens  eU. 
verltootinge  van  cenige  mcnichcn  ,  teghen  de  wclcke  fommige  git,<i^ fr^de. 
onwetende  niet  en  vreefen  te  fnreken .  Hoort  eeilT:  ibreken  den  •/'""";""*'"'- 
E.  P.  Fernatidim  :  Defe  twee  hecren ,  icght  hy  ,  wacren  alle  beyde  ^/,„  „^„  ,„ 
dienacrs  van  den  felven  Coninck  ,  fv  hadden  alle  beyde  geiondight  ilUfe,d.iionü 
teghen  den  lelven,  ende  alle  beyde  de  doodt  verdient,  doch  den  Co-  '"^J]'"-'l"i»'t 
ninck  heelt  aen  den  eenen  het  leven  gegeven,  ende  den  anderen  ver-  ^if;l[l,",uhZ 
oordeelt  ter  doodt,  gecnen  van  twee  en  verdiende  de  gratie  des  Co-  dehehuturfuf. 
nii)X  ,  nochtans  hcert  het  leven  gegeven  aen  die  het  hem  beliefde  >  fliaum  nuiu 
ende  hy  gact  noch  voort:  Bemerck't  hier  oock  ,  dat  alle  de  kinde-  f"/,"'„„^";* 
ren  van  Adam  om  de  crf-fonde  fondaers  geworden  iyn  ,  ende  vyan-  tordudmm, 
den  Godts,  kinderen  der  gramfchap-,  ende  de  verdoemenille  fchiil-  qt:or„mdatn 
ditih,  eeni£;e  nochtans  van  die  heeft  God t  van  der  ceuwighcydt  ver-  '"'/"-tn  ,f:iu 

o     '  j  r   1   •    1  j  •  ,-!•     1  1  J       J  J  1i<J>iti.e,a!ios 

coren  ,   ende  gelchickt  tot  de  eeuwige  ialigheydt ,  ende  de  andere  dereihicucre , 
heeft  hy  laetcn  verloren  gaen .  Sy  \\aercn  alle  beyde  Godts  gram-  er  jJiiere  ;» 
fchap  weerdigh,  ende  niemandt  en  verdiende  de  gratie  Godts  j   het  perditionem 
is  dan  gewceit  een  werck  van  de  bermhertigheydt  Godts  j  fommige  '^.^^'^'■'"" 
te  fpaeren ,  ende  het  is  geweed  een  werck  van  Godts  rechtveerdig- 
hcydt,  fommige  te  laetcn  verloren  gaen ,  doch  niemandt  fonder  fy- 
ne  fchuldt. 

Laet  ons  dit  felfs  hooren  uyt  den  Abt  RHpertPU ,  cap.  j.  in  Gcnejïm.  ^ 

Dit  fyn  fyne  woorden:  Men  moet  vraeghcn ,  fcght  hy,  van  de  gee-  Btmiferehor, 
nc,  die  derven  onderfoeckcn  de  oordeelen  Godrs,  gelycker  van  Itaet  «" '»''"'«<'>-<'i*^~' 
by  den  Propheet  "  Moyfes :  lek  fil  bermhcrtitrhevdt  doen  ,  die  ick  '^:!'TlLZ'!i'; 

J  i  .,-'  O.  ■'  ,,"^  Ouem  /Hint 

ïviUe  ,  ende  goedertierigh  wefen  aen  den  ghcnen  ,  die  het  my  ial  pigment.  Ex. 
believen.  Ende  by  den  ^  H.  Pö^///«  tot  die  van  Ro(jmen:  Daeromont-  od,  33.  T.iQ. 
fermt  hy  die  hv  wilt  ;  ende  wie  hy  wilt  ,  dien  verh.rt  hy.  Men  ^  . 
moet  vraeghcn,  icght  ^  Rupertnó,  van  die  onderfocckers  van  de  oor-  y,h,niferetur, 
dcelen  Godts,  of  iy  oock  den  Conmck  tharao  willen  berifpen  ct- ^«eOTT»/;, 
om  het  ghene  ,  dat  hy  gtdacn  heeft  met  lyne  twee  hovelin-  ""^'"""t-  a-1 
ghen?  Sy  hadden  alle  beyde  gcfondight  ,  op  alle  beyde  was  hy  <''"-9'^-^ 
vcrgramt  ,  de  welcke  hy  oock  in  den  kercker  hadde  geftelt  ,  ^h^q,  di- 
datrnaer  op  alle  beyde  dcnckendc  ,  den  ecoen  heeft  hy  hcrl'telt  in  yinornmjyj,- 
lyn  voorigh  ampt,  eadc  eere ,  ende  den  anderen  doen  ilervcn  aen  i-iorumfa-iit^i- 

^  vendu  rtt  ej},  tUi 

Pliixr.'.oiiem 
quoque  de  eo ,  qnod  feiij]}  dnitiir  iliis  eumahis ,  ref-rehendere  ytliiit  f  ar\lo  quippe  in  eiim  peaayeraiit , 
amlubui  tratiis  ille  f:in ,  ambos  ni  carcercm  m.'ju,  deinde  reïordans  amlor::m ,  alicrtim  ecrum  rtflttuit  in 
priftiniim  gradum,  uliemm  in  patibiilo  fujjendst.  Eice  ü"  hic  J\ex  mifeiius  e/f- iui  -voluit.  Fcierat  utri- 
qne  pe.iatum  coiidcncire ,  quoniam  adverfum  ipfum  utcrque  peccdferat ,  hoc  ai:lein  jiidiii  conccdit  i:ifiiti^ 
ut  faciarn  fiii  injmium  condonet ,  cm  fohfrit .  Et  l,sc  condonatio  non  fohim  rcprehenjiiiin  ,  -vertim  etiam 
yalde  Uudabilii.  CTT.  Nam  f  l  ut  ilementiu  Jionor  tfl  Prniiipi:  ,  f.c  hcnor  I{egis  jiiduii.uidtlfrit.  Pjabn. 
9S.  Siquidtm,  ubi  lotum  pi-.iutKr,  re'^ra  fei-erit.ts  criidelit.ite  pjünitiir ,  itbi  ycru  totum  remnt'kur ,  fi.iej 
a'ujejfutii  fine  tnetit  difiiplinu  ierHemiiitHr.  Rupcrtus  Abbas. 


ifS  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

a     Tene  me-  dc  galgcj  fict,  defcii  Coiiinck  heeft  bermhertigheydt  getoontaen  die 

dmm,  ft  non  i^gt;  Iiem  beliefde  -,  hy  mochte,  endc  hy  conde  aen  alle  beyde  het  mif- 

Inoiitm"  "'s.  '^'^^'^^  vergeven,  cnde  de  (IrafFe  verminderen,  om  dat   fy  alle  beyde 

Bern.  /.  2.  de  tegheu  hero  gelbndight  hadden  i  want  de  rcchtveerdigheydt  dat  toc- 

ConjJder.itio-  laet  aen  den  Rechter,  dat  hy  alle  ongelyck  hem   aengedaen  ma'^h 

iie.idEtigeii.1.  vepgeyeii  j  en  Je  Jje  vergiffeninb  en  is  niet  allcenelyck  te  berifpcn , 

maer  oock  te  pryfen.  Niemandt  en  can  dele  bermhertigheydt  en- 

de  rcchtveerdigheydt  mifpryfen  ,   want  gelyck  de   bermhertigheydt 

.  de  eere  is  van  eencn  Prins  ,    aldus  de  eere  des  Conincx  bemint  hec 

b     Domine,  oordecl ,  cndc  rcchtveerdigheydt,  want  daer  het  al  wordt  geitraft , 

pater  mem  es  jjer  wordt  dc  conincklyckc   ilrengheydt  met  wreedtheydt  befmet  , 

iit.c^iiosu-  gj^j^  daermen  het  al  veraeeft,  dc  coninclycke  maielleyt  wordt  ver- 

noftcr,cjr  ope-  acht .  Aldus  dcn  Abt  Rupertus  . 

r.i     mamium      Dcn  Prins  cn  magh  niet  alleen  flraf  fyn ,  ,ende  niet  alleen  berm- 

tuarumomnes  Jiertigh ,  macr  nu  het  een,  nu  het  ander,  het  welck  eene  goede  re- 

c".  64.  y.  8.'  geringe  is  voor  die  in  ovcrheydt  fyn  ,  ende  eenigh  bevel  hebben , 

gelyck  den  '»  H.  Bemtirdiu  fchryft  aen  den  Paus   Engemm  den  !II, 

die  te  vooven  in  het  clooiler  fynen  onderfaet  was  geweeil :  Soo  fpreckt 

hy:  Houdt  u  in  het  midden ,  wilt  ghy  de  goede  maniere  van  regee- 

c    ^tfigii-  ren  niet  verhelen. 

lm  iiihil  bito       jy/j^j^  moet  in  de  middelmaet bermhertigheydt  cnde  rechtveer- 

dlfmt.jlexip-  digheydt  bctoonen,  op  dat  de  bermhertigheydt  niet  al  te  groot  en 
j'o  }\iJt   T.a  zy ,  ende  dc  ilrafheyt  niet  onmaetigh . 

conuinuli.e  ,  Q,^  jgn  toom  van  een  peerdt  wel  te  beftieren,  men  magh  diij'n 
Into  dto-nita-  "'^'t  tc  Itcrck  mtfeckcn,  noch  niet  te  veel  toegeven,  wantte  Iterck 
tiiioiifm,  ft  intreckende,  ghy  quetll:  het  peerdt,  ende  doet  het  niet  fonder  ge- 


<juos  effe  yaft       Doch  op  dat  nicmandt  Godts  oordeel  en  bcrifpe,  dat  hy  den  Pro 


co)u:'.mch£  pheet  l'  Jfiuat  hoore  ipreken  :  Ghy  Heer,  feght  hy,  ghy  fyt  onfen 
^firil'uo^''h-  Vader ,  ende  wy  en  fyn  maer  llyck .  Ghy  fyt  onlen  fchcpper ,  ende  wy 
tnmfttiijunf.  allegaedcr  uwer  handen  wercken  .  Den  menfch  door  de  fonde  is  llyck 
Facit  a:uem^  gcwordcn,  Icght  den  voorgemelden  c  Beneduhis  Fematidnu  :  Dit  iVn 
gratis  <ji:odno  r^^^  woordcn :  Godt  als  eenen  pot-backer  can  van  het  flvck  maec- 

debuit,  arm  ex     J  c  r  \.        i  rr  1  1'      ' 

■^utfisi-antiimc-  kcn  ccn  vat  van  eere  orte  van  ichande,  Vas  tn  honorem,  aliua  vero  in 
li£.iliqi(acÖ-   contKmelinm .    ad  Rom    p.v.  il. 

■pertat myafa.       Ecncn  goudt  oft  filvcr-fmit  cn  can  van  goudt  oft  filver  geen  vat 

zlTri'J.  Kw.  ^'^"  fchande  maecken ,  omdat  het  goudt  cnde  (ilver  om  fyne  weerde 

daer  toe  niet  dienen  en  can,  maer  eenen  pot-backer,  feght  wederom 


f  Rupentü  en  treckc  van  het  flyck  geene  weerde  ofte  weerdigheydt  af, 
ill  dat  hycr  van  maeckt  een  vat  vanfchande,  macr  hy  geeft  veel  weer- 
de 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  i  j-p 

de  aen  het  flyck,  iil:  dat  byer  van  maeckt  een  vat  ter  ecren,daer- 
nacr  befluyt  hy  aldus  :  Godt  en  ontreckt  niet  acn  de  menfchen,  de 
wclcke  hy  laet  blvven  vaten  van  Ichande,  om  dat  iy  door  hun  Ton- 
den flyck  iyn  geworden ;  maer  hy  doet  het  gunllelyck  ende  vry wil- 
lighlvck,  het  welck  hy  niet  en  heeft  moeten  doen,  als  hy  van  va- 
ten van  Ichande  ,  eenige  verandert  in  vaten  \  an  eere  . 

Doch  op  dat  niemandt  hier  te  veel  lich  ontltelle  in  dit  onbegry- 
pelyck  ende  vrceiclvck  oordeel  Gcdts  aengaende  de  verkiednge  van 
Ibmmige  tot  de  laligheydt  ,  den  Abt  AV^f//;.y  feght  ,  dat  een  ieder 
volgens  den  racdt  van  wyfe  mannen  het  exempel  van  godtsdienftige 
perioonen  moet  aenfien,   ende  ill  dat  het  niet  quaedt  en  is,  het  lel-  a 

vc  naervolghen  ,  gclyck  den  <»  H.  Petrus  ons  vermaent ,  ende  ver-  Pxnitemini 
weckt  tot  penitentie,  opdat  uwc  ibnden  moghenuytgedaen  worden,  •^"""•j""'"- 
Men  magh  iïch  Jofe^h  oock  voorltellen  tuilchen  die  twee  gevan-  Zr peccaia'Z'. 
ghen  heeren ,  den  wekken  aen  den  eencn  voorleggende  fyn  gekick ,  ftru.  A;t.  i. 
ende  aen  den  anderen  fyn  ongeluck  eene  figurc  is  gcweeft  van  Chn-  ">'■  ^9- 
Jha  hangende  aen  het  Crays  tuffchen  dengoeden.ende  quacdcn  moor-  p^-^^^  ^^^^^  _ 
denaer,  aenden  goeden  beloovcnde  het  geluckigh  Paradys,  endeden  Ti»nni,m  d»- 
anderen  laetende  Iterven  in  fyne  fonden  ;  den  ongeluckighcn  quae-  r.ica-i'Keitn- 
den  moordcnacr  moet  ons  voor  ooghen  Hellen  de  goddelycke  recht-  temnn,repen- 
veerdighcydt,  ende  het  geluckigh  eynde  van  den  goeden  en  moet  ons  niet'lnuri'ui'. 
geen  te  groot  betrouwen  doen  nemen  ,  om  in  fonden  te  blvven  lle-  c 

ken,  onvooriichtelyck  verhopende  in  het  lefte  van  ons  leven  ons  tot  -^«f«»«"«/'«- 
Godt  te  keeren,  ende  ons  dan  te  beteren  >  het  welck  een  eroot  voor-  ZZ  '"../;» 
teecken  is  van  de  verdocmeniuc.  ad   mfernum 

Ach  hoe  veel  en  f\ndcr  niet,  die  hier  in  hun  felvcn  hebben  be-  '/-/""/«-f. 
droghen  gevonden,  ei;de  noch  dagelyckx  vinden  j  dewelcke  fcolanck  ■'°^'  "j  ^■^* 
uyrgcitelt  hebbende  hunne  bekeeringc,  cllendclyck  ten  lellen  geval-  s.ipe,i,  qui 
len  iyn  in  hun  eeuwigh  verderf.  W^mt  Godt  fendt  hun  dickv.ils  dmm  inij:,.- 
over  eene  onvoorlieni^e  ende  haeftiiie  dcodc,  foo  dat  i\  geenen  tvdt  'f'^  "^'''V". 
en  hebben,  orn  penitentie  te  doen  over  hunne  lenden.  mme lij/;»»!- 

Aldus  dreyght  hun  Godt  in  verfchtyde  plactfen  van  de  H.  Scrif-  j»r  ,  ut  nn 
ture  :  Hoort  defc  luttele  woorden  van  ^  Sdomm  uyt  fyne  fpreuckcn.  f^^e  aiemor- 
Die  methertneckigheydt  vtiimaedt,  dcnghcnen,  'diehem  vermaent ,  'pZarfrllT' 
aen  die  lal  eene  haciiige  verderifenifre  overcomen  .  s  Greg. /.ij. 

Wederom  den  Propheet  ^  Joi  feght  ,  dattcr  lonmige  hunne  da-  «""■j/.  i.  2.^. 
ghen  overbrenghen  in  groote  weelden  ,  eudc  in  eentn  oogenblick  , 
eer  fy  het  weten,   daelen  iy  in  de  hel . 

VVclcke  plaetfe  den  d  H.Grej^onn-i  den  Grooten  uytlcggcndc  ,  fpreckt 
aldus:  Die  Godt  langhen  tydt  heeft  verdracghcn  in  hun  boosheydt, 
worden  dickmaels  met  eene  haeftige  doodt  wcchgenomen  ,  foo  dat 
fy  hunne  fonden  voor  hun  dcoat  niet  en  conncn  bev/eenen. 

Leert 


i<Jo  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


a 


L',l.  ih  ffnU       f-ceit  ons  dit  niet  de  dn^^hclyckfche  onden'indingc  ? 
pi-^rleltmutio-       Ecncn  vcnriaerdoii  T'hcoiogant  van  onfe  Socictcvut  den  E.  P.  7-*- 
""^rejiroba-  ^^^j  C^fir  Rer»p rtips  icght ,  gckcnt  tc  hebbcii  cenen  jongelin-'k  ,  den 
Il '",     I    "  welcken   in  iyn  onkuys  leven  gediierlyck  feyde  ,  dat  hy  met  cene 

't»  '  ure  of  twee  in  hét  leftc  van  fyn  leven  gcnocghfoudc  hebben,  om  fich 
5«y?o  Dei  ju-  tc  keeren  tot  Godt,  endc  aldus  loiidc  connen  comen  tot  fyne  ialig- 
diLio  fit  ,  ut  heydt,  als  wanneer  hy  hopte  te  verwecken  een  volmaeckt  berouw 
^■n'^-l-hltoUutu  °^'^^'  ^^'^  '"y"^  fonden ;  maer  ongeluckigh  als  hy  was  ,  eens  naer  Ivn 
efl  Dei  ■,  in  avondt-macl  iïch  wüleridc  begeven  tot  londen,  fiet,  door  eenen  on- 
msrtc fita obli-  verwachten  val  den  hals  brekende,  lecFdc  hy  niet  een  ofte  twee  uren, 
y!fi.it!(rj:ii.  geivck  hv  maer  gewcnil  en  hadde,  maer  p.  oFio.  uren,  doch  fon- 
èXrtfiJffi'ro'v.  ^^^'  ipi'aeck  ende  gevoelen  ,  ende  corts  daernaer  fonder  het  minfle 
f.  T.  Ij.        teecken  van  berouw  quam  ellendelyck  te  iterven . 

c  Met  reden  ieght  den  H.  Apoilel :  En  wilt  niet  dolen ,  met  Godt 

SupMia   ftf.  ^^  jj  j^^gj.  j.g  ipotten  .  Nolite  errare ,  Dem  non  trridetur .  ad  Gal.  6.  v.  7. 

finaiii,  (arms  ««ij-  i--j  11  ' 

fHx-poliipt.it'!-  Maer  al  waert  dat  icmanut  nieten  wierdt  overvallen  met  cene  on- 
Lm  fnbditHs,  verwachte  doodt,  het  gefchiedt  oock  dickwils,  dat  den  fondaer  door 
V  adextre-  qqj^q  oudc  vcrlteentheydi  des  herten  tuflchen  de  benoudtheydt  van 
mumyfniens,  ^  (]eckte  op  ccn  lecdtwefcn  fvnder  fonden  niet  en  comt  te  pcvfen, 
tetros  c  ni-  alleen  forghvuldigh  lynde  voor  iyn  lichaem,  ende  niet  eens  voor  ly- 
go-rimos  j})-  nc  ficlc,  gclyck  den  ''  H.  ^ugtijlinn-s  feght,  dat  den  fon.laer,  die  in 
ritus coramfe  n,^  leven  Godt  vcrecten  heeft,  oock  infvnc  doodt  door  Godts  rccht- 
„,j„„„  ,,„,,-.  vecrdigh  oordeel  iyn  Iclven  comt  te  vergeten  .  linde  ot  hy  noch  peyf- 
hvf  d.tmare :  dc ,  om  fich  alsdan  te  willen  beteren  ,  endc  tot  Goct  te  keeren,  den  tydt 
l>id:ia.ts  ufi;  f^j  [^p^-^  alsdan  van  Godt  millchien  gewcygert  worden  ,  gelyck  het 
mancfed.nm  „gf^-j^j^jt  jj  acu  dicn  ongeluckighcn  '  Chryfaonw  daer  den  H.  Gre- 
in  lp/is  yoii-  goHUS  van  vcrhaclt,  die  naer  Iyn  lanck  boos  leven  Uodt,  om  noch 
hindch.thitA.  -wat  tydt  te  genieten,  gebeden  hebbende,  van  de  duyvels  getroci;ca 

^''^'r^'f  li  ^"-''^^^ -*'''■  "^^''  '"'^'^  helfch  vier. 

l'imindHJas      Het  fal  miirchienacngenacm  wcfen  aen  den  leler  defe  IlrafFcin  een 

petiiij'i  ,qnid  rym  te  verlhien,  als  volght. 

pffiHtyiJiii  e-  ,        r  lilt 

jujdéinditii.is  M^er  fondaer  ^  %i'ie  ghy  fyt  ^  irat  blumt  beraet  ^  te  tvaeghen 
Hon.uiepit.  V  Bekreren  van  m  Jiel  in  ni'.'e  lejle  dtieghen  l  . 

S.  Greg.   l.^.  ■,     j^  ^^jH.  ^^^^   Q^^^   aoflelt  ^   dat   phy  eirns  jlerven  moet  ^ 
dialo'!-.  e.  2.Z  T^     /  /        /      ;'  L      .    J        a        j 

•^  Doch  eer  .f  als  qhy  het  ii'e3t^  oock  0^  den  jtaenden  voet, 

Ghy  leeft  ^   en  flrax  niet  meer;  pilt  ghy  t:  Jïel   bnro-.iivsn 
Op  fao  oyifeker  tydt?   't  f/il  rt  te   laet   berouwen. 

Dencktf  dat  »  los  gepeys  van  hop''  niet  vajl  en  fiaer^ 
En  dat  u  weerde  Jiel  aldw  'verloren  gaet . 

Aijn  Jiele  vreefl  en  fchroomt !  als  ick  nst  om'  te  perfen  ^ 

Hos  een  rampfaligh  nienfth  vol  Jchrick   en  vrees    moet  re\fcn , 

ReclK 


;UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  t6ï 

Recht  naer  het  oordeel  Godts  ^  die  heel  vervloeckte  /ïel , 

Eer  fy  het  hadt  gedacht ,  ;w  d'  hel  voor  eeirwigh  viel . 
Spraech  ghj  haer  van  Godts  ftraf^  ofi  eemvigh  vier  der  hellen^ 

Gongh  echter  airydt  voort ,  met  langher  ujt  te  flellert , 
Te  keer  en  heer  tot  Godt  met  een  roawfuchttgh  hert  ^ 

O^  dat  fy  in  Godts  liefd"  weerom  ontfieken  werd' . 
Doch  V  was  al  te  vergeefs  verhert  in  al  haer  fanden^ 

Sy  in  den  afgrondt  lsgh,y  in  boosheydt  heel  verfonden., 
O  ongelucktgh  menfch  hoe  kijft  ghy  foo  verdooft , 

Wat  Jïen  ick  voor  een  wolck  tt  hanghen  over  V  hooft! 
£ilaes  h  wordt  ontfelt ^  van  vrees  heel  ingenomen^ 

'  Hy  ro;ft^  hy  fucht  ^  hy  flet  veel  helfche  geeflen  conten 
Van  fchroomelyck  gejicht  ^  met  grouwel  en  getier  ^ 

En  .ovcrdeckt  rondtjora  met  vlam  van  V  helfche  vier, 
JVreed'  tygers  van  gedaent'' ^  fermenten  ende  leeuwen^ 

Van  alderhand'  ge  dier  t^  ^  die  huylen  ende  fchreeuwen^ 
En  roepen  met  getier  comt  hier  vervloeckten  menfch  ^ 

Ghy  lanck  ons  toe  behoort ,  een  p-oy  naer  onfen  ivenfch . 
Aiet  yfers  dreynhen  hem  te  flaett  m  dnyfendt  ftacken^ 

Om  fyn  verdoemde  Jïel  naer  cC  helfche  vlam  te  rucken  j 
d''  Een  valt  hem  op  het  lyf^  en  feyd"  hem  in  het  flaen  : 

Geen  tydt  meer  van  genae ,  nu  firax  naer  d  hel  moet  gaen .  Iniiiciiu  «A- 

Siet  hier  dïén  boofen  menfch  vol  vrees  .^   vol  anghji  en  forghen^  v.une. 

Die  jammert^   huylt^    en  roept ^  ^^^f  ^J  rejpyt  tot  morghen\ 
Neen ,  neen  roevt''  helfch  gejpuys ,  geen  tydt  meer  geen  rejpyt , 

///  V  vier ,  mtdts  ghy  V  verdient ,  fult  branden  voor   altydt . 
En  flrax  een  helfch  ferpent ,  het  alder'wreedtf  van  allen 

Heef  dien  vervloeckten  menjch ,  heel  rafend'  overvallen , 
En  de  verlaeten  Jiel  met  pyn  en  fmert  verdruckt , 

En  met  een  groot  gefchreenw  recht  naer  de  hel  gerucht. 
Hllt  hier  fondaerigh  menfch  uyt  defe  flraffe  leeren , 

ü  vroegher  op  fyn  tydt  tot  unven  Godt  te  keeren  . 
'/  Gevaer  is  al  te  groot;   hier  van  te  veel  belanght ^ 

Daer  V  eeuwigh  goedt  of  qnaedt  van  uwe  fel  aen  hanght . 

VOor  hetleft  brenghe  ick  hiernoch  by  hctghcne  Beda  verhaelc  ^n^l.  c.t^. 
in  fyne  Engdfche  hiftorievan  ecnen  ibldaet  fccr  acngcnaem  aen 
C(7«/W/<.(  Coninck  vanE>7gelandt ,  den  wekken  gevallen  fynde  ineene 
doodelycke  rieckte,ryne  biechte  gcducrclyck  uytiteldcj  den  Coninck 
quam  iiem  befoccken  ,  den  felven  vevweclccnde  tot  cene  goede  biech- 
te, maer  te  vergeefs,  feggende,  dat  het'  wefcn  foude  teghen  de  eer 
van  ecnen  Ibldaec  ,  aldus  de  doodt  te  vrcefcn  ,  dat  hy  noch  liever 

X  Wach- 


i<5i   DE  GODDELYCKE  VOORS lENIGHEYDT 

a  Stuhilft'  wnchren  foiide  ,  tot  dat  hy  wat  herftelt  foude  wcfen ;  doch  fieeker 
vu:m  efl  ut  ^ndc  ficckcr  wordende  (als  wanneer  hem  den  Coninck  ten  uytter- 
caiift,q».~  t  ^  praemde)  fcvde  recht  uyt,  datter  voor  hem  "ecne  hope  meer 
kienw axn»T  cn  was  van  tyne  ialigheydt ,  want  tot  ncmgcorocht  was  cenen  boeck  , 
vm'.AlihhM  in  den  v-elcken  gcfchreven  ftondcn  alle  fyne  londcn  van  gcpcyfeoy 
•viiK  dsfiaen-  ^yoordcn  ende  wercken .  Jae  feyde  hy  ,  twee  boofc  gecllcn  hebben 
l" r'eTir'emu.  ^Y  '""^  bittcrlyck  gel]acghen,  den  eencn  op  myn  hooft,  den  ande- 
S  Eucher.  £ƒ>.  ren  op  mvnen  voet  ,  endc  tcrilondt  fiil  ick  gctrocken  worden  naer 
jcrtri  de  Uu:  ^jj,^  braofit  der  hellcn ,  foo  iprack  den  rampfalighen  vol  van  wanho- 
b  ^^fo^;-*-  j    j^jgj.  jgrick  daernacr  wierdt  fyne  fielc  van  de  diiy velen  ver- 

nneiitt,:m  ad    l     '  tii-i- 

ubtmum,  re-  vocrt  naer  het  helich  vier. 

a,!Kiliatus  fi       Is  het  dan  niet  eene  beclaegclycke  verbllndtheydt,  fyne  bekeerin- 

exrern,a!ife    y^,j.  j.^  ftellen  tot  Iict  lacftc  van  fyn  leven?  Den  H.  "  Eucheritu  Bif- 

'^cli'! ncn  fHm  fchop  fchryft  hier  op  in  defer  voeghen :  Het  is  eene  uytterfte  dwacf- 

jeatriis.oxnt-  heydt  endeuytfinnigheydt,  datmeneenefaccke,  vande  welckehanghc 

teiitiam  dare  „ns  ccuwigh  ongeluck ,  derft  betrouwen,  endelact  uytcomen  op  ee- 

TlIè'r'dsrTnl  ^^  onfekere  wanckelbacrhcydt  van  ons  befwyckende  leven . 

p»j):,m,yiste      Het  ïs  wcl  wacr ,  dat  alle  urebequacm  is  tot  de  faligheydt,  ift  dat 

•  a  di<L-jö  lihe-  eenen  fondaer  fich  waerachtelyck  wilt  bekeeren,  macr  hier  in  is  al- 

rarK,  Agepx-  j^  ^^  fwaerigheydt ,  van  in  het  lefte  van  fyn  leven  met  een  goedt  be- 

'-"''"'"■'  ^^.  rouw  Hch  tot  Godt  te  keercn,  van  het  welck  ons  den  ^  H.  ^mbro- 

yéf»- ƒ/*.' eene  mcrckelvcke  fententie heeft  achtcrgelaetcn  :  foo  fpreckt  hy: 

.        .juiae.  £enen  menfch  penitentie  doende  in  hel  leltc  van  fyn  leven,  ick  en 

.xiiiten-    ^^       niet,  of  hy  wel  comt  te  ftcrvcn .  Ick  can  wel  eene  penitentie 

:     ■ '  eo  tem'  '  J  -i-ii  ■  rtii  m 

■  e,quofec-  gcvcn ,  maer  gccnc  gevuüigheydt ,  endc  gecne  venekerneydt  j  wilt 
üirepotmfti,  ghy  van  alle  tv.'yfFelachtighcydt  ontflagen  fvn  ,  doet  penitentie,  als 
fiaMcmtunc  gj^'y  „efondt  fyt .  Endc  v.'ilt  ghy  weten  >  vraeght  den  felven  H. 
1f"entJ",/,'^'  Vader  ,  waerom  dat  ghy  alsdan  mooght  geruit  fyn  ?  Hy  ant- 
^tiur.do pe'ua.  woordt  :  OiH  dat  ghy  penitentie  doet  op  diën  tydt,  als  ghy  hebt 
reno»  poiej,  nonnen  fondighen,  maer  als  ghy  wilt  penitentie  doen,  als  ghy  niet 
fccatateae.  condt  londighen,  dan  hebhen  u  de  fonden  verlaeten,  cnde 

tit  ,'ja.    s  ghy  en  hebt  die  met  verlaeten  ,   gemercKt  ghy  alsdan  met  meer  en- 
Amb.  in  ex-,  condc  fondighcn. 

hori.depxmt.  Voorwact  uicn  mocfldefe  gcwightigefpreuck  geduerclyck  indach- 
Icefbofiai'l-  tig^""  fy"  •>  ^"'^^  penitentie  doen  over  onfe  fonden ,  als  wy  noch  wel 
j'4m/utime-  gcfondt  fyn,  de  welckc  wy  alsdan  niet  meer  doen  en  willen,  als  men 
jecit,  ton  dl-  QIC  loude  connen  docnj  ende  aks  wanneer  men  door  een  ongeluck 
J^l^j^'t'fidfia-  ^|g  [^Yvc  gedaen  heeft,  tcrllondt  daer  over  eene  drocfhcydt  verwec- 
TdetTj-rta-  ken,  ende  door  eene  haeilige  biechte  die  afleggen  cnde  uytroeyen. 
ge.-etpeniu^  Het  wclck  ons  Godt  gelcert  heeft,  feght  den  felven  c  H.  Ambrofem ^ 
r/rt/B.s.Amb.  in  onfcn  eerilen  vader  ^r/^w  want  Godt  heeft  hem  terftondt  met  de 
'i^p.  i'/'^""'  foude  gejaeght  uy t  het  Paradys  j  hyen  heeft  het  niet  uytgeltclt,  maer 

heeft 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  töj 

heeft  hem  afgcfcheydcn  van  de  welluften  van  het  Paradys  ,  otn 
penitentie  te  doen  j  foo  datmen  terftondt  naer  de  fondc  fynen  toe- 
vlucht moet  nemen  tot  eene  falige  boetvcerdigheydt  ofte  peni- 
tentie, met  een  betrouwen  op  Godt,  gelyck  Adam  ^  foo  haeil;  als 
hy  hadde  gcfondight  code  gcjaeght  was  uyt  het  Paradys,  terltondt 
heeft  gedaen.  Men  moet  de  occalle  oock  laeten  naer  de  fondc,  cn- 
de  met  Adam  ilaen  buyten  het  Paradys >  dat  is  buyten  de  occafic. 
Alsdan  buyten  de  occafic,  was  Adam  ten  uytterllcn  bedroeft  over  fy- 
ne  groote  fonde,  niet  fonder  fuchten  cnde  weenen . 

Wy  moeten  naer  de  fonden  oock  tcrftondt  bedroeft  {)'n  ende  trae- 
nen Horten,  om  dat  wy  foo  goeden  Godt  vergramt  hebben  ,  wy 
moeten  hem  oock  bedancken  dat  hy  ons  niet  tcril:ondt  en  heeft  ge- 
ftraft  ,  gelyck  hy  met  duyfcndt  andere  heeft  gedaen  ;  wy  moeten 
doorgaens  op  onfe  fonden  peyfen,  om  die  te  bewccncn,  om  die  felf 
te  ftraffen  ,  de  felve  voortaen  met  alle  forghe  ende  neerftigheydc 
trachten  te  fchouwcn . 

Dit  is  de  leeringe  getrocken  uyt  die  gevanghen  hovelinghen ,  van 
de  welcke  den  eenen  moell  fierven  ,  ende  den  anderen  herilelt  in 
fynen  voorighen  ftaet  ,  maer  met  eene  volgende  fchande  van  on- 
danckbaerheydt ,  met  de  welcke  hy  Jofefh  fynen  weldoender  teghen 
fyn  woordt  foo  fchandelyck  by  den  Coninck  quam  te  vergeten . 

Dit  fullen  wy  in  de  volgende  fede-leeringe  wat  breeder  bemerc- 
Iccn  ,  als  wy  van  de  fchande  ende  groot  quaedt  van  ondanckbaer- 
heydt  fullen  gaen  handelen. 

S  E  D  E-L  E  E  R  I  NG  E. 

Van  het  fchandelyck  ende  groot  maedt  van   de 
ondanckbaerheydt . 

Wie  en  foude  niet  gedacht  hebben,  of  dien  eerbaeren,  dien 
dcughdclyckcn ,  ende  onnoofclen  jongelinck  Jofeph  Ibude 
wel  haell-  verloil  gewecft  hebben  uyt  den  kercker  door  J"'-^f"^<'»"'^'« 
de  forghe  van  den  overften  des  Coninx  fchenckers  ?  /o/^/?^  hadde  hem  f'^ff^^J^ ^''^' 
lbo  hcrtc'yck  gebeden,  dat  hy  hem  by  den  Coninck  'Pharao  gcdach-  it-lZT/nZ 
tigh  wilJe  wefcn  ,   als  hy  in  fyn  voorigh  ampt  foude  hcrftclt  fyn  ;  efimurf.-ctis 
cnde  daer-en-tuflchcn  den  ongeluckighen  Jofephwis  vergeten.  Ön-  -''"•  ^'^■^-^o* 
danckaerigh   menfch  !  Jof-ph  hadde  hem  in  den  kercker  foo  forge-  ^'  '^' 
lyck  gedient ,  hy  hadde  hem  in  iyn  lyden  ende  ongeluck  getrooll ,  fynen 
droom  foo  geluckelyck  uytgeleydt  tot  herllellinge  in  fyne  volle  eere  . 
Macr  alles  voor  niet,  het  was  hem  genoegh,  dathy  wederom  in  fyn 

X  i  eer. 


i(J4  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 


Ciindu, 

S.  Ambrof. 


eerlyckamptlieiftclt  was,  wel  geruft  fynde  in  yo/ê/'/jj  gevangenifTe, 

a        .   ofteve  rloffinge ,  gelyck  wel  bemerckt  heeft  den  -*  H.  Ambrofius ;  Dit  is 

Oto  r'Y/J^  dickwils  den  handel  der  menfchen,  befonderlyck  als  fy  in  eenighen 

yiorlL's  fê-  ft^et  gccomcn  fyn ,  dan  comen  fy  fccr  lichtelyck  te  vergeten  die  , 

van  de  welckc  fy  veel  goedts  ontfanghen  hebben . 

Jafef'3  voorwaer  heel  deiightfaem  ende  onnoofel  verdiende  meer 
verloft  te  wor.ien,  als  dien  ondanckbaeren  overiten  des  fchenckers, 
den  welcken  om  fyn  mifdaedt  door  laft  van  den  Coninck  in  den  kerc- 
ker  gellelt  was. 

Jofeph  daer-en-tufTchen  bleef  gevanghen ,  heel  verduldigh  noch  twee 
jaeren  lanck  volgens  de  goddelycke  beftieringe  alles  verdraegende , 
ende  fich  teenemael  ov.  rgevende  aen  den  wille  Godts ,  den  welcken 
dacrnaer  foo  veel  te  meer  glorieufer  uyt  den  kercker  van  Godt  ver- 
loft is,  gelyck  wy  fuUen  fien,  als  wy  nochtans eerft  wat  breederful- 
len  gcfproken  hebben  van  de  ondanckbaerheydt  haetelyck  aen  Godt 
ende  aen  de  menfchen. 

Eerft  voor  aen  ftelle  ick  dit  finnc-beeldt  van  ondanckbaerheydt , 
het  welck  wordt  toegefchreven  aen  Luctanm  cenen  ouden  fchryver. 
Hy  fpreckt  aldus ;  Ingratm  vlr  malus  dolmm  ejl  feiforamm ,  />;  ^nod 
immittens  gratiM  ,  in  vanum  ejfndtj}t :  Eenen  ondancbaeren  menfch  , 
fcght  hy,  is  gelyck  aen  een  vat ,  het  welck  doorboort  is  3  wanter  alles 
uytloopt  datter  ingegoten  is. 

Het  opfchrift  is  als  volght  naer  de  print . 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


!(?)- 


Wat  comt  het  hier  te  baet 
Als  V  al  verloren  gaet . 
Uytlegginge  van  het  finne-bccldt . 

WAt  doet  gliy  met  dees  ton ^  die  niet  en  Jluyt  van  onder? 
Ghy  Jiet ,  het  loopt  weer  ujt  -y  ''t  is  vremt  e-n  al  te  wonder , 
Dat  ghy  niet  wyfer  fyt ;  dit  vat  comt  niet  te  baet , 
Dies  breeckt  het  heel  in  ftuck ,  eer  V  nat  verloren  gaet . 
Ee  •  ondanckbaerigh  menfch  en  moet  hier  geenjins  wycken  j 
Chy  mooght  hem  vry  hier  mê  tot  fchande  vergelycken : 
De  gnnfl  j  die  hy  ontfanght  ^  Jirax  valt  uyt  fj»  gemoedt  y 
En  dat  hy  loonen  moefti  verfloot   hj  met  den  voet. 
O  ondanckbaerigh  hert  a  gehaet  van   Godt  en  menfchen 
Een  teder  hem  vervloeckt ,  en  geeft  hem  boofe  wenfchen . 
Vry   ergher  als  een  b  ^efl ,  e-n  doodclyck  feayn , 
En  daiter  aen  de  Jiel  can  ergens  fchad^lyck  fjn , 

X   5  Een 


2  .Nihillc- 
mine  terra  pc- 
jus  ingraio 
^er;>.Menan. 
apud  ^ufzn. 
fag.  Ii2. 
b       In'rralus 

o 

«yï      ■VIt.ilMIlS 

Ut  dimm  fic- 
Itis.  Nihil  f  0- 
tejh  cogitari 
J>eJ}ilenlius , 
Pet.  Crinitii3. 
/.  z.pnim.de 
fuga.  inirAi: 
rum. 


166  DE  GODDELYCKE  VOÖRSIENIGHEYDT 

mxlcdnïTiiL  ^^"  ondanckhaerigh  menfch  oock  d'  and're  comt  te  haetztt; 

üa,rumhomi'  ■£«  "f  hy  deughdigh  fchynt^  dit  can  hem  nimmer  baeten , 

n(yr.\nx^ii\Hm  Dc  dsughdcn  hy  Verderft  ^  jae  alle  boosheydt  voedt, 

^;x-frj<.     uD .  ^^,j  7?if?r  hem  macr  wenfi  te  treden  met  den  -voet . 

b     beiieji.ni-  rj        I                             ri              i    '' 

cetyiiiiebr-Hi  "^e  bo'js  een  menjch  magh  fyn  ^  is  boofer  in  fyn  tvfrcken  : 

<^-M Itiafi  m:d-  Syn  ond.anckb.ierigh  hert  door  boo^hejdt  noch  fal  flenken  , 

ZZTafZl'.  ^'"  ^""f^  '""^'^''  ^  '^'■^  '^'''   ^"'^■^  gefchapen  kseft . 

ihrem'oblnl's  /^'^^  l^^'^r ,  als  dat  hy  fyn  boofen  adem  geeft . 

cfl.  S.  Ambr.  "  at  fchand''  en  -wm  het  niet  voor  die  den  ivyn  moefi  fchencken 

c    Iit^ratitti-  foor  'j-  Coninckx  mondt !  by  hem  fyn  vrtendt  r.iet  te  ged.encken  I 

VoJio'.'.n'Ie'  ■^  groot  ondanckbaerheydt !  als  hy  naer  V  tzi'eede  jaer 

litumho  lefl.i'  J^et  7isldaedt  heel  vergat ,  "f  ^■'7  ^^^^  ^  droncken  ii^aer  ! 

tii,cumnonrc- 

^ST\im"-i-^'  TT     ^^^  °"^  ""  voorts   de  boosheydt  van  de  ondanckbaerheydt 

a.</fyf.  iof.  I      .eerft  teghen  de  menfchen,    ende  daernaer  tcghcn  Godt  wac 

^rt.  I.  -*       breeder   voor  ooghen  ftellen . 

d  Ly/jatnii-  Om  beter  te  vatten  de  groote  ondanckbaerheydt  ,    hoorter  eerft 

tn-^qJJ'li'i-  ^'^^  fpreken  den  c  H.  ThomM  van  Aqmnen:  De  ondanckbaerheydt, 

cjiU  in  bene.  fcght  hy ,  is  een  mifdaedt ,  het  wclcke  wech  neemt  de  phcht  van  de 

jxciorem  abf-  mcnfchelycke  heerlyckheydt  in  den  gcmeencn  handel  ,  Tonder  dele 

que  cjus  (cn.  ^^^  foudemcn  anders  niet  iicn  als  cicri^hevdt ,  hoovecrdia;heyüt,  eer- 

nefiaipereum  iLicht,  cndc  ccnen  oorcuclycken  lult  tot  aile  boosheydt. 

coiinti  dejpe-  A^en  moet  weten ,  datter  eene  twcederlye  ondanckbaerheydt    is , 

üione  itilmii-  j^^g,.  ]^(,j.  feo-gcn  van  den  geleerden  «'  Theophtln^  Ra)nnudu-s  van  de  So- 

titur,Crdi-bi-  .    r    ^  i-^         ■              °       ,         ,          i         i        r      u    ^L          r 

t«m  f,-jm«-  cietcyt  Jelu:  Dacrisecne  ondanckacrheydt,  leght  hy,  diemen  noemt 

duns  offumm  cenc  Materiele  ondanckbaerheydt  ,  ende  eene  andere,  die  gcnocmt 

fr.ttermitti.  "wordt  ccne  Formele  ondanckacrheydt . 

RaynandTrfé      ^^''''^  /"flrpwfVi?  ondanckacrheydt  is  recht  teghen-ftrydigh  aen  de  on- 

■v:rtutibus  Cr  danckbacrhcydt  ,   die  men  toont  uytv.endelyck  met  woorden  ende 

yitrs.  wercken,  in  fyn  hert  verachtende  ende  vcrltootcnde  den  weldocn- 

e  //.ccrimen  ^^j.  ^^  .             j.^^^^  Wcldacdt  . 

numnuumpit-  '■^     ,                        ii                     i-              ii.             ri-jrj          J- 

r,  ,,/,;,;e      De  Materiele  ondanckbaerheydt  is  ,  als  die  gelchiedt  londer  die 


flttUT, 


imprub.xttir,  miGichtinge ,  allcenlyck  achtcrlaetcndede  plicht  van  danckbaerheydt. 
'n''-ij!'''l-}'d  ^"^  ""  ^'^  verllaen  de  groote  boosheydt  van  ondanckbaerheydt, 
uim' df'jfuihs  'J''^  canmen  genoegh  bemcicken  iiyt  dit  alleen  ,  leght  e  Senecn  dien 
Jit  iD^crtx  rel  Roomlchcn  Philoibph  ,  om  datmcn  nergens  en  vindt  eenigc  Itraiïc 
'^Jfim.uiojia-  gelklt  teghen  de  ondanckbaerheydt}  (y  wordt  van  alle  natiën  ge- 
""""  '"  '^'21  houden  voor  een  uvtterllc  quaedt;  daer  de  Ct»^f«  alleen  van  de  lelve 
interc.irelin-  oordccl  conncn  gcvcn  .  Men  leelt  van  die  van  Athencn,  dat  iy  eene 
qnimui,  qux  ftraftc  gcltelt  hadden  tcghcn  alle  belbndere  quaedldocndcrs  ,  maer 
ad  ninit;ccs  j^j^^j.  t^friigni  de  o.ulanckacriee  menfchen,  om  dat  fy  hun  lieten  voor- 
mv!.  Seneca.  Ihicn,  dutmcn  Hl  hacrc  Rcpublycke  loo  groot  quacut  niet  en  naaue 

l.ydi  ben.c.6,  tC 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  i(>j 

te  vreefen  ,  ofte  om  dat  fy  niet  wel  en  wiften  ,  wat  (IrafFc  groot  ^    i},,y^  „/. 
genocgh  foude  wefcn  voor  foo  een  uytftckende  mifiaedt.  hi,^r^vif,]»e 

De  heydenfche  Pi-iilofophen  ende  de  oude  HH.  Vaders  en  conden  >;"     W«»r 
niet  genoegli  uytdrucken  de  onredelycke  boosheydt  van  een  ondanc-  '^'S'"'^"'"'^''' 
baerigh  gcmoedt,  als  wetende  teghen  de  reden,  jae  teghen  de  natu-  ^~lr.,il'^"f. 
te  ende  handel  der  menfchen .  qiscq:uique, 

Den  «■  H.  Gregomi-s  Tatfr/f^ihtr^rts {preekt  hiervan  wonderlyck  wel:  ^"".'  "'""  » 
De  ondanckbaerheydt  ,  feght  hy,  ichynt  my  cene  fwaere  ende  ge-  afuluT/fi,'^ 
■wichtige  faeckete  wefen,  ende  die  ten  uytterilen  te  verwonderen  is;  aUtcrL'n'f'- 
want  overeen  ontfanghen  wcldacdt  moctmen  ten  minden  eenigedanck-  '^fi^  .tgcndiï 
b.ierheydt  met  woorden  betoonen ,  alsmen  anders  niet  en  can;  doch  gee-  '''"^"'  g"-""^ 
ne  hcrkentenifle  te  bewyfen,  is  een  claer  teecken,  dat  dien  menfch  cZ,7r; ',""«" 
fonder  cere  ende  fonder  finnen  is  .  lek  en  meync  oock  niet,  gaet  hy  "'^nu  \apt, , 
voort,  datter  ccnigh  quacdt  ofte  miidaedt  is,  het  wclck  den  menfch  "'•'/"'ƒ«'» ^'f^ 
meer  hactigh  macckt ,  als  de  ondanckbaerheydt ,  de  wclcke  men  oóck  "hai'el'tJ^  "I 
meer  verv/yt,  als  alle  andere  fond  en .  Voorts,  feght  hy,  dien  en  is  lom",,''.  Efl 
niet  alleen  ondanckbaer,  die  aen  den  weldoender  ccnigh  quaedtdoet,  '"""«  »  '»- 
oft  iet  teghen  hem  feght,  raaer  oock  die  fwyght,  ende  die  het  wel-  ^J"'"'  "'""' 
daedt  vergeet,  ende  foo  de  gedachtemfle  daer  van  tcenemael  teniet  nih,n,ajf!m 

doet.  f-tcn,aui  di.it, 

Het  fal  de  pyne  wcerdt  fyn,  den  Philofoph  b  Seneca  hier  op  noch  J'"^  "'•>">  ?»'- 
eens  te  hooren  ipreken :  Het  is  fchande  ,  feglit  hv,  aen  den  wel-  mHUt'"J''^i' 
doendergeenedanckbaerheydttetoonen,  maer  noch  meerdere  fchan-  fm»,/n/fll 
de,  alsmcn  het  weldaet  corat  te  loochenen,  oft,  alsmen  daer  in  fi-  "cA'"°>-«»j  o- 
muleert,  maer  dien  is  noch  den  onCanckbacrighik-n,  die  het  wel-  ^''''^'V' '""■ » 
daedt  vergeet,  want  hy  alsdan  niet  danckbacr  wefen  can.  mlZnZlT. 

Voorts  defe  ondanckbaerheydt  en  heeft  niet  allcenhck  plactfc  in  ""S'>h.  s 
gemcene  menichen,  maer  oock  in  groote  heeren*endc  Princen,  iae  "^'"^S-  Taum.' 
oock  meer  als  in  andere.  -  '      ^''^-J^S' 

c  ErafrAm  in  fyne  wyfe  fpreuken  verhaelt  ons  iet  tot  onfen   pro-  re    7'Jej,u'i 


qii 

cn  riep  e;eenen  anderen  ,  om  u  te  befchermen,  muer  ick  hebbe^e^f  ?"'«''Svf 
gevochten  voor  het  leven   van  uwe  majelievt  ,   toonende  famen  de  '"&•■■'> 'T"""s 
tceckenen  van  fyne  wonden,  de  wclckehy  6ntfanghcn  hadde  in  het  ""';'"""•  -l"' 
leven  te  bewaeren  van  den  Kev(èr .  c '""''  ƒ•'"•  , 

Aifp'ftM  bclchaemt  wordende  over  fvne  ondanckbaerheydt  ende  '''"^fi"is\.i. 
lange  vergetcntheydt  quam  fynea foldaet  tcrliondt  te  hulne' vreefen-  ^•4-.-^>'^/;- 


tegwutum. 

de  Eriün\>s. 


168  DE  GODDELYGKE  VOORSIENIGHEYDT 

a         de  anderfins  niet  nlleen  onbermhertigh ,  maer  oock  ondanckbaer  te 
Cutjenfus  efl  ^yefp^    cndc  gaf  hcm  terftondt  het  leven. 
«f 'i'c/oM/7>  •         ^•i"'  de  (chande  van  andere  ondanckbacnge  Princen   dacr  te  lae- 


,iijhr.imor!um  tcn ,  ick  bcvindc  noch ,  dat  fy  niet  alleen  in  fchande,  maei-  oock  tot 
ioiifcr-vft  im-  verdiende  ftrafFe  gccomen  fyn. 

itu"m'r-cft      Den  Keyfcr  5,7//;;«  felf  en  heeft  eene  foodanige  ftraffe  niet  ont- 
tut   'imoyiim  gicn  nacr  de  getuygenin'e  van  Zonor,is  cnde  Baronitu  :  In  het  jaer  ons 

M'.Üori ,  iners    Hcercn    8Ö9. 

tüeep-,  i^  in-      j)gj^  Keyfer  eens  op  de  jacht  fynde  ,  ende  eenen  erooten  hert  in- 

f  nis,  eji-.fiHe  volgcnde  wierdt  van  den  Iclvcn  met  lyne  groote  horens  ingevaeren, 

iriminis  re.is,  in  fyncn  gordcl  opgevat ,  ende  voort  gcvocrt ;  eenen  van  fyn  volck 

Hintcmagnits  datfiendc,  quam  lerilondt  fnellyckaengeloopcn,  cnde  met  fyn  fwcerdt 

^l/.Cif""^'!'*  ^^^'  "^"''  doorfnydcndc,  verloftc  den  Keyfer  j  die  dacrnaer  aen  fyncn 

óreg.  Taum.  dienacr,  aen  den  wclcken  hy  het  leven  fchuldigh  was,   fclf  het  le- 

iit  p-i'i.  Orig.  .ven  benam   op  dit  valfch  voornemen  ofte  pretext  ,  om  dat  hy  fyn 

fweerdt  teghen  den  Keyfer  hadde  getrocken>  maer  Godt  heeft  dien 

Kevfcr  oock  gevonden,  want  hy  niet  lanck  dacrnaer  teghen  de  vcr- 

wachtinge  van   de  medecyn-meefters  door   het  verdraeyen  van  fyn 

ingewandt  ongcluck'elyck  quam  te  fterven ;  het  wclck  van  een  ieder 

wierdt  aengenomen  als  eene  llraffe  van  (yne  onredelycke  ondanck- 

bacrheydt,  vervoeght  met  eene  feer  groote  wreedtheydt . 

Tot  nu  toe  hebb-ick  befQnd'rlyck  gcfproken  van  de_  groote  boos- 
heydt  van  de  fonde  van  ondanckbaerheydt,  de  welcke  van  alle  volc- 
kcn  altydt  vervloeckt  is  gewecft  ,  als  ftrydende  teghen  de  nature, 
ende  gemecnen  handel  der  menfchen,  ende  als  eene  aenleydinge  tot 
alle  andere  fonden  ,  gelyck  Stoh^w  feght  :  Ingmtitudmem  imptfden- 
ti.1  fequitttr ,  qHi  ^  omnem  trtrpittidtmm  d'^.v  efl .  Dat  is  :  De  on- 
befchacmtheydt  voight  de  ondanckbaerheydt,  die  de  aenleydtller  is 
tot  alle  vuyligheydt . 

Wy  moeten  nu  gaen  fien,  hoe  feer  fy  aen  Godt  mishaeght ,  den 
welcken  den  weldoender  is  van  alle  menfchen . 

Den  menfch,  gelyck  wy  gedcn  hebben,  is  danckbaerheydt  fchul- 
digh aen  een  ander,  van  den  welcken  hy  eenigh  weldaedt  oftcgunll 
ontfanghcn  heeft . 

Hoe  filmen  dan  danckbacr  gcnoegh  connen  v/efcn  aen  Godt^  om 
de  ontallyckc  wcldaedcn,  die  hy  ons  gedaen  heeft,  ende  noch  doet? 
Hoorter  ecrfl  van  fprekcn  den  <«  H.  Gi-egomu  Taumathurgits ,  van 
den  welcken  ick  nnch  te  vooren  gefproken  hcbbe  .  lil  fiecke,  feght 
hy  ,  dattcr  iemandt  kcnniife  heeft  van  de  wcldaeden  Godts,  ende 
daer  over  geenc  kcnniflc  en  doet  hy  en  is  niet  alleen  fonder  herfe- 
ncn  ende  fonder  reden,  maer  goddeloos,  cnde  ten  uytterftcn  plich- 
tigh  5  foo  dat  hy  van  uicmandt  of  groot  of  cleyn  en  verdient  gcfpacrt 
tc.v.cfen.  De 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  169 

De  woorden  van  den  "  H.  Ambrofnu  fyn  noch  gewichtiger  :  De  a  Quoi.  fi 
ondanckbacre,  feght  hy,  fynvanvcele  mcnfchcnfoogchaet  geweeft,  horr.int  «o» 
dattnen  hun  gcene  ilrafFe  groo:  genoegli  binnen  hun  leven  en  conde  "^■■^^>-'"f^>-^- 
fteilen,  allccnlyck  verdienende  uyt  het  getal  der  mcnfchen  gefchrabt  cfJnTlmfll 
te  worden  ,  ende  gcftraft  met  de  doodt .  Voorts  feght  hy  ,  dat  de  homt'idw  y». 
ondanckbacrheydt  tcghen  Godt  ccnc  alder-grootlle  booshcydt  is  ,  <^'"'«i"  ffl> 
ftrydcndc  teghen  de  nature  van  den  mcnfch  ,  de  welckc  verhe\<l:  ,  ^j"!^'*"'^"/^"* 
datmen  danckbaerhcydt  betoont  aen  fyncn  Godt  cndc  lchepper,dcn  Deo.T.fl  er^» 
wekken  den  oerlpronck  is  van  de  nature  .  Hy  gact  noch  voort :  Wy  fntdmtU  ag- 
moetcn  onfe  ooghen,  feght  hy,  maer  flaen  naer  den  hemel,  den  '">f"^J'<i'- 
welcken  haeren  fchcpper  looft  ende  danckt,  alsmen  den  felven  maer  .iX'wIm"*'"^ 
aen  en  fiet,  gelyck  Vavid  gefeydt  heelt:  Cdli  oian-aut ghriam  i:>ei,  fip/emibuiju- 
&  ofera  maiiiium  ejiM  annntiat  firmamentum,  Pf.  iS.-y.  2.  Dat  is  :  J^q  d' ''"■"»' ejhfe- 
hemelcn  vertellen  de  glorie  Godts,  ende  de  wercken  fynder  handen  """^""' "•"•'- 

,.    ,        ,  _        <^  ■'  -  ram    yiyere ; 

vercondight  het  hrmament .  ^,„d  efl  emm 

De  zee ,  als  fy  effen  en  IHI  is ,  geeft  een  teecken  van  de  goddclyc-  '■""fiumdum 
ke  rufté  ,  ende  als  fy  ontftelt  is  ,  dient  tot  fchroom  ende  fchrick  .  »■'"'""'. 7'"» 
Soo  dan  die  door  de  aenleydinge  van  de  nature  fal  willen  bemcrcken  |^/  ^'^'LZ'i.im 
<3e  gefteltcnifle  van  alle  goddclycke  wercken  ,  fal  terllondt  oordee-  ^ffiiei.th>m 
len  ,  datmen  danckbaerheydt  moet  betoonen  aen  den  fchepper  ende  ''"(y'umqmd 
bewaerder  van  al.  Vraeght  oock  maer  van  de  beellen  ,  feght  den  T  '/'""''"■' 
Propheet  a  Job^  ende  ly  lullen  het  u  leeren:  aen  de  aerde,  ende  iy  y,dctur?  m.tre 
fal  u  antwoorden i  ende  de  viflender  zee  fullenu  't  vertellen,  te  we-  '/'/"">  dam 
ten,  dat  de  redelycke fchepfels haeren  fchepper altydt  danckbaerheydt  ^'^/^'/'""«•""j'? 
moeten  betoonen  over  alle  de  goddelyckc  ontfanghen  wcldacden  :  t^'iïuhul'r 
Met  het  opllaen  van  de  fon  fyn  de  vogeltiens  gcwoit  haeren  lanck  indidum-.cHm 


te  hernemen  tot  lof  ende  danck  van  haeren  fchepper.  Ende  en  f  ju-  '""'^'tur,  ur- 
ee dan  den.menfch,  rcdelyck  fchepfel  niet  befchaemr  f.-n,  den  da^  "1LI\  ' d''-"' 
te  beginnen  ende  teeyndighcn,  fonderGodt  over  alle  de  ontfanghen  dn-^irationi 
weldaeden  grootelyckxtebedancken?  gemerckt  dat  den  menfch  naer  opiris,i>:ijule~ 
IIcl  en  lichaem  alles  van  Godt  he;;ft  ,  foo  moe'l  hy  Godt  altydt  in  "■^■''  /"■""" 
fyne  gedachten  hebben  met  eenentecren  inkeer  van  we  Icrliefde,  Sec.  ™ri"cu" <^rlt'- 

Hoorthier  op  noch  eens  fpreken  den  l>  H.  Ambrojim  :  O  broeders,  .i>n'refZe:,d.i 
feght  hy,  volght  de  vogels  naer,  's  morgens  ende  's  avondts  haeren  /";"•■-*<'.  S. 
fchepper  danckendej  ende  wildt  ghy  godtvruchtiger  wcfcn,  volght  j||*", /;!/,''" 
naer  den  nachtegacl ,  die  felf  den  nacht  met  finghen  overbrcnght.  b '"/«'/ óvo'-^l* 

lek  en  magh  hier  niet  achterlactcn  de  fchoone  woorden  van  den  iament-ia-do- 
<:  II.  Chnfoflonms :  Defchaepenendclammeren,  feght  hy,  vcrdracghen  "''-'■""•'<■.  '^ 
ende  ftreelen  haere  herders,  de  peerden  toonen  gcnegenthcydt  aen  'Z'lndnii.-'.'t 
de  voerlieden  ,  de  jacghers  worden  eerft  bewacrt  ende  bemmt  van  tibi ,  Uquert 
hunne  honden,  foo  oock  alle  andere  gedierten iKllen  HchgL-rullelvck  "■'•'••«.  <^re- 
onder  hunne  mcefters,  die  voor  hun  forghen  >  cnJe  fal  den  mci-fch  i?'»»'^''''"-*'' 

Y  het  p,. 


170  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

iob"i2r-v!^7.  ^'^^^  trefFelyckftefchcpfel ,  endc  met  rcdeii  ende  verftandt  begaeft  fy- 
c/8.  c  ƒ?»;-  ncn  fcheppcr  endc  iyiifn  heer  niet  ccren,  niet  beminnen,  ende  over 
tare  fi-ater  rf-  ^\\q  fynj.  gunflcn  cndc  wcldacdcii  niet  bcdancken? 

■■ves  m.me  CT-  j^Qort  dc  danckbacrhcvdt  van  ecni";e  beellcn  tot  haere  meefters. 
ri  ar.it I. tl  re-  Ehanm  verhaelt ,  gcwcelt  teiyn  cencn  üolphyn  .  den  welckcn  eea 
fereitdo,a'fi  weldaedt  ontfanghen  hebbende  van  cehcnichipper,  den  fclven  ineen 
eide-»otior,i-  fchip-bracck  opgenomen  heeft,  endc  gevoert tot aen den  oever.  /.  3. 

noümia  }f.i-  Het  is  Gock  raerckens  Aveerdigh  het  ghene  geleien  wordt  by  So- 
tU  i>er-vjgili  thro}iias  van  eenen  lecnw,  die  gcduerelyck  bleet"  by  het  cloofler  van 
cAnt,le,i.%  rff-  j„j^  ^1^^  Gerafimns^  die  te  voeren  eenen  doorn  uyt  fynen  voet  hadde 
Amb.'  ƒ£>■(«.  getrocken,  den  welckcn  men  oock  hoorden  huylen  in  de  doodt  van 
43.  /»  I.  ai  den  ielven  Abt,  ende  die  daernaer  op  het  graf  van  droef  heydt  quam 
Corhvih.  10.  jg  rterven. 

d  ^^Um.int  Het  is  dan  niet  te  verwonderen ,  dat  de  HH.  Vaders  ende  andere 
er  pAiiuntur  wyfc  mannen  oock  Hcydenfche  teghen  de  ondanckbaerheydt  foo  ftraf- 
oyes  O-  agiii  fefyck  gcfchrcven  hebben,  ende  foo  frcrck  fyn  uytgevallcn,  oock  te- 
^e<T:  {"«"<-*  gbcnden  overftenvan  des  Coninx  fchenckers,  om  dathy  by  denCo- 
gJT->^nato-  ninck  in  fyn  ampt  hcriklt  fynde,  Jofefh  den  geluckightn  uytlegger 
refq;  ^flodiü-  fyns  drooms  ,  foo  ondanckbaerelyck  vergat ,  ende  dat  twee  jaeren 

*""^t'mllT  ^^"'^'^  ^^^  ^^^  droom  van  Pharao . 

*c^ ahalmili'-       Macr  mocht  hier  iemandt  peyfcn ,  wacrom  en  heeft  Jofe^h  die  twee 
terfiMitafiios  jacren  in  fynen  kcrcker  blyvende  fitten  ,  ende  te  vooren  in  fyne  fla- 
amant  impe-  yemye  foo  lanck  geweeil;  hebbende ,  fyn  ongcluck  aen  fynen  vader 
'^'^'d'^'frlTo'-  J^f^"^  "'^"^  ^^"5  ^^  kennen  gegeven  ?  den  -welckcn  dit  wetende  ,  fy- 
fe"iucnsjit,»t  Pcn  foo  beminden  fone  fónder  twyfel  foude  getracht  hebben  te  ver- 
ainmal  omni-  lonen.   Dcn  gclecrdcn   oudt-Vader   a  Thcodoienu  Bifl'chop   van  Cy- 
""'  '""•'■'«f'»  ^  mêynt,  dit  niet  gefchiedt  te  fyn  door  eene  bcfonderc  fchickmgc 
C«m''->'.'tt<I».  Godts,  den  wekken  gcitelt  hadde,  dat  Jacob  naèr  E^^ypten  nnacr  en 
refcrrè  i^no-  foudc  comcn  ,  nacr  dat  fynen  fone  Jofeph  ondcr-Coninck  daer  van 
rei^  s-Chryi'.  fpyde  geilclt  wcfcn  ,  tot  wclckc  eere  hy  noyt  en  foude  gecomen 
'^" "^ hl 'rato  hebben,  ten  waer  hy  foo  lanck  in  de  gevangenifle  hadde  gebleven, 
(i'irn.  t.^107.  om  daernaer  den  droom  van  den  Coninck  Pbarao  nacr  tv-ee  jacren 
b    Si  j.uob  met  gelcgenthcydt  uyt  te  leggen,  van  wekkers  uytlcgginge  wy  in 
filiijur  fn-yi.  j^^^  ecrilc  capittcl  van  het  derde  volehende  deel  brceder  fullcn  gaen 

tiiumfayijjct   ^       ,  >■  °  ° 

t.nnuttqiiere-   IpieKen. 

demiffci ,  tiim  ■  _-  ,  j   -      j- 

fomn'm non e.\pof:iiffei,fomn!a non  exponenno  ,^j^yptnpr.cfeSliit  non ejjct, 'Jacob in MgyptumnondeJi.endijJet ; 

titqiie  liit'j  »<■'  Deiti    inyiiti.i  Jinrum  opinne  iijiis  cfi .  Theodor.  £ƒ"ƒ.  Cyri . 

DER- 


ÜYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  171 


De  Goddelycke  Voorfienigheydt  is  on- 

feilbaer  ende  feker  in  alle  haere  vverc- 

ken ,  akydc  haer  eynde  betreckende, 

befonderlyck  betoont  in  de  verhef- 

fin  ge  van  loftph.     • 

VOOR-REDEN. 

Oafe  moeder  de  H.  Kercke  van  Godt  verlicht ,  ende  niet  con- 

nende  f  aden  [lelt  ons  claerljck.  voor  de  fekere  nyf^erckin- 

ge  l^an  de  Voorfienigheydc  Godts :  Dit  jyn  haere 

K>oorden  in  het  H.  facrificie  der  Alijle  op  den  7.'  Jo«- 

dagh  naer  het  Hoogheydt  van  Sinxen: 

Deus ,  cujus  ProYidentia  in  fui  difpoficione  non  fallicur. 

Dat  is; 

O  Godt ,  -^iens  Voorfienigheydt:    in   haere  fchickin^re 
niit  hedroghen  en  "^ordt , 

VM%  ^^^  ^'•'^^'^  fekcrheydt  van  de  Goddelycke  T'oornenig- 

ii|^P  l^eydt  in  haeie  Ichickingefal  ick  nu  in  dit  derde  deel 

y>.    j^^  g^c"  tooncn  in  de  verheffinge  cndc  glorie  van  Jofepb, 

\^J  W^'  uls  ick  eerft  een  ander  geval  twee  ofte  drye  tot  ge- 

É^i^v^^  tuygenifl'e  dacrvanial  voorgeitelrhebben .  Eerllbe- 

^^^C^^i^  g'nnc  ick  van  denConinck£>«i;/rt'. 

«^iJ^J5..VSVvA,\4X      Het  was  van  Godt  geitel:  Dav.d  tot  den  throon  te 

verheften ,  ende  Coninck  te  maecken  van  Ifrael  j  .$■«.*/ dat  vreelende ,  de- 

Y  2.  de 


JJ2.    DE  GODDELYCKE  VOÜRSIENIGHEYDT 


b  Om-      Süiil  d;i.n,  icghr  de  H.  Scrifture,  hadde  David'izn  hem  wcch  ge- 
""ƒ■/'■ƒ'  ^  fondcn:  Amovit  Saki  Bavid  a  fe  ^  op  dat  het  volck  weten  foude,  dat 
h"i iiayidfib.  -^••^^'^  '^^  gunfte  niet  en  hadde  van  den  Coninck,  cnde  op  dat  het 
T.  16.  c  s.i-  Tclvc  D av id  h\i<^c  verachten,  met  een  woordt  gcfeydt  ,   Saül  en  v/as 
'ui     juperK.Ï  voor  David  nlct  ,  al  hadde  hy  hem  u  Oveiilcn  gcmaeckt  over  duy- 
■ProyiiUntia    f.j-jclj-  mannen,  het  welck  hv  macr  eedacn  en  hadde,  op  dat  hv  er- 
fu£i.i,!ifihoeji-  ghens  inden  leghcr  te  lichter  rnochte  doodt  blyven,  maer  Godt  door 
deprcheitjH,,    dcfen  fclvcn  middel  bacnde  aen  David  den  wech  tot  fyne  verheffin- 
1""\  >'"■ƒ-  ge,  i  alsdan  winnende  de  liefde  van  al  het  volck. 
^Tfl'l  Tv/n"       Voorts  Sa:H  willende  fynen  boofcn  haet  te2;hcn  David  bcdecken 
^uere Je  credit  belooft  hcm  iync  dochtcr  ,  ilt  dat  hy  de  I-irdifljnen  can  verilacn  , 
dn,  yirtutii  wenfchende  daer-en-tuflchcn,   dat  hyrdf  van  hun -mocbte  gedoodt 
'vm/i/ft'/'T  ^oi'^^c"'  rn^^*"  ^^'^  ^^^'  anders  uyt.  'David  die  verflacnde  wordt  den 
Gre".  Magii.'  fchoon-fone  va'n  Saiil .  Siet  Saki  werckte  mede  tegheniVne  meynin- 
d  itjiirrcMi  ge  met  Godt,  om  David  dacrnaer  te  verheffen,  geiyck  feght  den  c  H. 
Jon.nhas  fi.  (jregoniu  Paus:  5;;/V/,  feght  hy,    door  de  Goddelycke  (■'oorjlenigheydt 
Ab'it'^adV.i-  ^^  g^^'^'^»  ^^^^  bedroghen  in  den  racdt  van  fyne  wyshcydt,  want  als 
fid/njyl-f.itn  hy  hct  Icvcn  van  fynen  aenvvafiendcn  foldact  gcmeynt  hadde  te  bene- 
cy    couj'ort.t-  men,  heeft  hy  vermeerdert  de  glorie 'van  fyne  clocckmoedigheydt. 
wrmnujcju,       Als  Saüls  böosheyüt  nu  volbracht  was ,  cnde  als  'hy  nu  wel  fagh , 

j:i  Deo,dixit-     .       ,  ,LI  )  1  T->  )       •  •  i"^ 

aiieeinetime.  dat  hy  met  gcveynlthcydtteghen  David  niet  en  conae  uytwercken, 
tis,neq;  eiiim  hy  nam  dan  op  hem,  David  felf  in  liet  opcnbacr  acn  te  ysiflen,  en- 
iiiveiiift  ie  (ie  iicm.  ti-achtcn  te  dooden  ,  macr  alles  oock  te  vergeefs  ;  cnde  als 
t»,mi*s  i'i  £)^^^,j^  daernaer  eens  in  een  proot  qevuer  was  ,  van  m  Salils  handen 
t»  re'rniibis  tc  valicn  ,  Godt  Itortcde  over  6'rti/ den  scelt  van  i'rophetic  ,  cnde 
fnper  ïjM'el,  fict ,  als  hv  nu  mct  prophetcrcn  bcfigh  was,  David  hadde  den  tydt 
C7'c^o  fi.»/-  p,^  ^g  vluchten  cnde  te  fchuylen. 

Keo" i-'.  d  JonatloM  den  fone  van  iS,-.v;/ gonck  alsdan  fynen  vricndt  David 
■>■.  iö,°     '   felf  fprckcn  daer  hy  vcrborghen  wils,  hem  troollendc,  cnde  het  ryck 

e  Sohis  van  Ifael  hem  voorleggende,  tc  vreden  fynde ,  .den  tweeden  daer 
/►7-^rrf.J,^«    van  cnde  onder  David  te  welen . 

iion    HeCtcoiit  ___  ,11  ■  n  r  1  1  /-      i 

KctiLi,  neque  Wat  condcr  clacrdcr  gctuygeniiic  Avclen  van  de  macht  van  Godt , 
*'^dorJ>.it e:,m  eudc  van  fyne  Goddelycke  Voorfie-inghe-jdt ?  Den  Coninck  Saai  ver- 
....  iratiueft  yoigi^i  David ,  cndc  Joriaik.ts  's  Coninx  fone  bewacrt  hcmj  op  den 
n'ïlïh^Ixn  felvcn  tydt,  als  Saii!  hem  het  ryck  wilt  afnemen,  het  ryck  wordt 
i,iii,iMnM,t,-  licm  belooft,  jae  Jonathas  houdt  hem  voor  den  toecomenden  Co-' 
doihxum  mit-  ninck,  fich  te  Vreden  houdende  met  de  tweede  plaetfe  in' het  ryck. 
'/"  ^'.It'""  Dcfe  macht  ofte  fcerckte  van  de  Goddelycke  Voorfteninhejdt  blyckt  • 
1.  y.  z.        OOCK  clacr  in  dien  booien  cnac  hoovccrdigncu  ^  Aman ,  die  op  lyn 

crachs 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  173 

cncln  lindue  genomen  A-iardQchxum  met  fyne  Jodtfche  natie  uyt  te 
rocyen  ende  te  vernielen,  om  dat  hy  hem,  die  den  eerlten  \vas  r.aer 
den  Coninck  AJfne-nu  ^  gccnc  eerbicdingc  en  wilde  betoonen  ,  iync 
J'inien  boogendc,  gelyck  alle  de  andere  deden. 

Hier   tighen   haddc  Godt  valt  geltelt  Miirdoch^ntm  te  verheffen. 

Godt  haddeeerll  toegclacten,  dat  de  icboone  £y//;e;- de  nichte  van 
Mnrdoc'óA'.-.s  lyns  broeders  dochter  (  het  welck  aen  Aman  onbekent 
v.'as )  van  den  Coninck  AfKerns  was  aengcnomen  tot  Iv ne  hiiys-vrouwc, 
in  de  plaetfc  van  de  Coninginne  Vnfihi^  die  verltooten  was ;  daer-en-tuf- 
i'chcn  yhnnn  ^  den  opper-Prins  van  het  ryck  endeeerllen  Aiimjier  ofte 
Favoriet  van  den  Coninck,  hadde  lalt  gegeven,  om  Mardochau?»  met 
heel  het  Jodtfch  gelLicht  te  dooden  ;  maer  den  /  oorfjemghen  Godt 
quam  hier  tcghen  üoor  Ajjnents  den  Coninck,  denv-'elcken  gehoort 
hebbende  uvt  de  hiflorie  van  fynen  tydt  ,  dat  hy  door  Mardochms 
eens  was  bcwaert  gewecft  van  het  pcryckcl  des  doodts  ,  dede  den 
felven  n\  het  publyck  vereeren  ,  ende  dat  felf  door  de  handen  van 
uiman^  ende  daernaer  vcrltaen  hebbende,  dat  Eflher  de  Coninginne 
de  nichtc  vnn  Aiardochms  was,  wierdt  in  de  plaetfe  van  yiman  ge- 
flelt,  den  welckcn  om  fyne  groote  boosbcydr  van  alle  de  joden  te 
willen  dooden,  terllondt  wierdt  geibaf't  met  de  galghe,  uie  hy  voor 
Atardochatis  hadde  doen  bereedt  maccken  .  Aldus  wierdt  MardoduHs 
verheven  ,  gelyck  het  Godt  hadde  geltelt  ,  die  altvdt  feker  is  ende 
onfl-ilbaer  in  fyne  llellingen ,  ende  noyt  en  can  f'aelen. 

Van  meer  andere  vaite  uytwerckingcir  van  de  Goddclycke  Voor- 

Jienigheydt  en  haddc  ick  niet  gcmtcnt  ie  fprcken ,  een  geval  nochtans, 

om  dat   het  ongemeen  is,  fiil  ick  hier  maer  bybrenghcn  aengacnde 

de  lict'de  van  eencn  goeden  Ibne  tot  f'vncn  wreeden  vader,  van  den 

wekken  fpreckt  den  Roomfchcn  Philolbph  Seneca .  j^ji_  (/(,.;^„^_ 

Delen  lone  was  beticW  ende  overtuyght  van  ccnc  moordt ,  cndc  tionum  dah^ 
gemerckt,  dat  fynen  vader  by  óen  Roomtchen  raedt  praemde,  dat  fy-  >"•"■""«  *• 
nen  fone  ter  doodt  fbude  veroordeelt  worden  ,  vercrcegh  hy  felf  de 
macht,  om  hem  in  de  zee  re  doen  verdrincken  •,  dcfen  wreeden  vader 
gat  den  lafi:  daer  van  aen  eencn  anderen  fone,  broeder  van  den  plich- 
tigen :  JJefen  uyt  mcdelyden  tot  fynen  broeder  veranderde  de  itrafïe 
ineene  mindere :  hy  üclde  hem  dan  in  een  oüdt  verlieten  fchip  fon- 
dcr  malt  cndc  fonder  zeylen ,  hem  over  gevende  aen  de  vrinden  en- 
de baeren  van  de  zee  .  Dit  fchip  me?  den  plichtighen  viel  in  de  han- 
den van  de  zee-roovers  ,  aldus  Have  gev.orden  iynde,  wierdt  daer- 
naer om  fyne  cloeckheydt  ende  dapperhcydt  Capiteyn  van  een  fchip, 
welck  ampt  hy  bediende  met  eencn  wonderen  moet  ,  cndc  vlyti"- 
hcydi  tot  voldoeninge  van  een  ieder .  -Daernaer  eens  vaerende  op 
roof,  creegh  hy  voorbuvt  een  fchip,  op  hctvv'dck  i'yncn rader  vas, 

Y   3  hy 


.  174  DE  GODDELYCKE  VOORS  [ENIGHEYDT 

hy  hem  fiende,  ende  fich  bekent  maeckende  endenuinfyne  macht, 
om  te  doen  dat  hem  beliefde,  wierJt  evenwel  beweeght,  ende  hem 
verlolfende  van  de  llavernye  fondt  hem  met  alle  belecfthcydt  ende 
met  veel  gcldts  vry  naer  Roamen .  Den  vader  daer  gecomen  fynde, 
bcfchuldight  tcrilondt  by  den  Raedt  lynen  anderen  lone,  om  dat  hy 
het  vonnis  van  fynea  broeder  niet  voibrocht  en  hadde,  datr  hy  op 
antwoordc  ,  het  lelve  gcdaen  te  hebben,  hem  overgevende  aen  de 
wanckelbaerc  zee  in  ecnvdel  rot  fchip,  fondereenige  hope  mcnlchc- 
lyck  fprekende,  van  de  doodt  te  ontgacn,  daer  by  voegende,  dat 
hy  alle  pcryckclcn  fchecn  ontcomen  te  fyn  door  den  byltandt  vin 
den  opperllen  Godt  des  hemels ,  ende  voorwaer  Godt  haddei-  in 
voorlïen  ,  dat  hy  fynen  ongen;)cdighen  vader  noch  Ibude  verloiicn 
van  de  flavernye  ende  pcryckel  des  doodts ,  ende  hem  daerom  van 
alle  peryckelen  hadde  willen  bewaercn,  die  noyt  te  vooren  gclvck 
Seneca  feght,  en  hadde  gcvacren,  en  alsdan  door  Godlsbcllicrmgc, 
wel  wifte  ie  vaeren:  Sciret  navigare .  ^hi  fervaturus  ejfet  ^atrem. 

Uyt  het  welck  men  claerlyck  can  mereken  de  onverwinnelycke 
macht  Godts  teghen  alle  beletfelen  ,  ende  ficn  de  onfeilbaere  uyt- 
comfte  van  de  Ichickinge  van  de  Goddelycke  Voorjtenigheyt  ,  oock 
dickwils  onder  de  Heydenen . 

Nu  come  icktot  de  beiHeringe  Godts  acngaende  Jofeph.^  den  wek- 
ken gelyckmcn  hoorenial,  nacr  veele  vervolginghen  ende  veel  ly- 
dens  fal  comen  tot  de  eerc  ende  glorie,  tot  de  wclckc  Godt  gcftelt 
hadde  hem  te  verheften  . 

Dan  fult  ghy  fien  alle  de  tyden  enJe  manieren  van  de  Goddelyc- 
ke Voorjtenighejdt ,  met  de  welcke  hy  Jofe^h  altydt  te  gemoet  ende 
te  hulpe  quam . 

Hy  wierdt  wel'eerft  van  fyne  broeders  ,  gelyck  het  bekent  is, 
iiyt  haet  ende  nydt  gcfocht  ter  doodt ,  de  welcke  fy  gefworen  had- 
den, maer  Goèiis.VoorJiemgheydt  was  by  der  handt,  om  de  doodt  in 
eene  foeter  ftraff'e  te  veranderen,  daerom. wierdt  hy  geworpen  in 
eenen  put  ofte  ciilerne,  maer  door  den  raedt  van  fynen  broeuer  Jn- 
dM  daer  uyt  getrocken  ende  vercocht  aen  de  Ifmaehtcfche  cooplie- 
den  gaende  naer  Egypten . 

Alaer  flet  daernaer  wader  v.'edcr  eene  nieuwe  fwarigheydt  :  om 
Defcct-Jnque  ^oj  iiy  nie[  en  wilde  toeilemmen  aen  den  vuylen  drift  van  fyne  mec- 
11'"^  "rl  Iterflc,  de  huvf-vrouwe  van  Pmiphar  fvncn  meellcr,  wierdt  daernaer 
yi:n»l,t  nsii  van  hem,  te  licht  geloovcnde  aen  fyne  huyfvrouv/e  als  cenen  over- 
dcrdiquit  (-  fpeelder  in  den  kcrcker  geworpen,  met  een  alder-grootfte  peryckel 
f,'"'  f ^P'  *°-  van  de  doodt ,  maer  de  Goddelycke  ende  fimen  bcrmhertige  f-oor- 
■*'  Jienighejdt  en  heeft  hem  hier  oock  niet  verlactcn . 


I 


■.'ji.wj 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


I/r 


O  fiiyveren  iongclinck  wat  was  alsdan  u  gepeys  ?  Wat  betrouwen 
hadt  ghy  in  dica  uytterlkn  noodt?  De  onkiiyfchc  vrouv/e  wicrdt 
gcprefen,  endc  den  fuyveren  jongclinck  was  veroordeelt  j  hy  mocht 
met  reden  vrecfen  voor  fyn  leven,  macr  die  hooghe  ende  wyfe  f'oor- 
penighejdt  heeft  de  grammoedigheydt  van  Pntiph,rr  gctemt,  gelyck 
die  van  fyne  broeders ,  als  fy  hem  wilden  dooden ;  ly  heek  jfofeph 
oock  vercloeckt,  opdat  hy  den  moet  niet  en  foudc  laeten  fincken, 
die  het  ten  lellen  alles  cloeckelyck  heeft  verdraeghen . 

Men  fal  oock  fien  ,  dat  hem  Godt  in  de  boeyen  ende  in  de  ban- 
den niet  en  fal  verlaeten ,  den  welcken  den  haet  ende  nydt  van  fy- 
ne vyanden  trachtcden  te  verdrincken . 

Dan  fal  blycken  voor  de  ooghen  den  fekeren  uytvalvan  de  fchic- 
kingc  van  Godts  Foorjiemgheydt  ,  de  welcke  noch  van  de  menfche- 
lyckc,  noch  door  cracht,  noch  door  boosheydt  noyt  en  heeft  con- 
ncn  belet  ofr  overwonnen  worden . 

My  dunckt  ,  dat  ick  de  vaite  uytwerckinge  van  de  Voorjïentghejdt 
Godts  hacr  voorgedelt  eynde  altydt  betreckende  wel  foude  moghen 
vergelyckcn  met  een  zee-compas  als  een  bequaem  finne-beeldt  daer 
van,  het  welcke  hoe  datmen  hetdraeyt  ofte  wendt,  fich  altydt  keert 
naer  den  Noorde»^  voorwaer  tot  groot  gerief  van  veel  menfchcn. 

Voor  het  boven-fchrift  Iklle  ick  als  volght  naer  de  print . 


1/5  DE  GOI>DELYCKE    VOORSïENIGHEY  DT    * 


Geen  hedwangh 
Belet  den  gangh . 

Het  finne-beeldt  wordt  uytgeleydt.' 

NOjt  wajjer  foo  een  cracht :  als  in  een  fleen  te  vinden , 
Die  met  fyn  ejghen  felf  het  jfer  weet  te  binden^ 
Soa  datmen  Jlaet  verjhelt :  foo  hj   het  maer  en  Jiet , 
Terftondt  hy  V  yfer  fi-eckt ,  en  V  yfer  naer   hem   vliet . 
Een  heel  verhulen  cracht^  gevaeght  aen  V  een  en  't  ander -^ 
Men  canfe  ^  foomen  voelt  ^  fchier  fcheyden  van  malcander  . 
En  ofmen  niet  en  weet ,  hoe  defe  faeck  gefchiedt , 
V  Is  immers  maer  te  waer  ^  datmen  wor  d'  ooghen  Jiet  ^ 
Doch  dat  het  wonderji'  if ,  den  Jieen  fal  ons  oock  leeren , 
Dat  hy  tijt  fynen  aerdt  'jfich  naer  den  noordt  fal  koeren . 
O  fchipvers  veel  gelitckx ,  hoort  .^  wat  ick  tot  (t  jpreeck  : 
Weet ,  dat  het  x.ee-com^,u  »  toaiien  fal  den  Jireeck. 


Te 


U-  i^ 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  iSi 

Den  geleerden  fchryver  endeuytleg<7ervandeH.Scrifture  <«  Hievony-  ^  ^'"^^''  ^"^ 
m-isOleafler  uvt  de  Orden  v.in  den  H.  DnynimcHs ,  vi-acsht  hier,  waerom  •  l"'''  "•'*'' 
dat  Godt  eerft  den  droom  van  de 7.  vruchtbaere  jaercn  aen  den  Coninck  ,,',/  cnm  de. 
heeft  ovcrgcfonden ,  cndc  dacr  nacr  den  droom  van  de  7.  onvruchtbaere  <tcr,t,,yi.ijuf. 
jaercn?  ende  daerop  antwoordende feght  ende  meynt,  dit  gefchiedt  •'^"'"""'^'"'"' 
tcfyn,  om  dat  Godt  geen  ónheyloft  ongcluck  acn  de  menfchen  over  ilpnendLl , 
en  iendt,  tenz-dat  hy  hem  tevoorcnduertcghen  verfterckt  metfync  qtiemadmod» 
gratie,   ende  andere  bequaeme  ende  genoechfaemc  middelen.  juDeusahun. 

Aldus  voorfict  dien  goeden  Godt  met  fyncn  byftandt  alle  bcdruckte  '^^)w"''J,7e 
menfchen  in  hunne  ellende,  de  iclve  verllerckende  ,  cndenoyt  verlae-  penunaw. 
tendc,  gelyck  eenen  goeden  vader  fyncn  fonc,die  cene  langlierevfe  moet  oieaftcr, 
acngacn  van  alles  voorfier,  van  geldt  ende  van  al  het  ghene,  hy  van  noo-  'l,  .•^'^■''*''" 
de  f  oude  connen  hebben.  \Vaer  het  faeckt,dat  Godt  eerll  hadde  overge-  cj,!! cHm'yeult 
fonden  de  7.  onvruchtbaere  jaeren,  waer  van  foudcn  de  menfchen  op  JEgyptumfa. 
foo  langhen  tydt  geleeft  hebben?  fondcr  twyfel  het  meelle  deel  foude  '"^.  ^"mare, 
van  hongher  ende  miferien  gellorven  hebben  .  Maer  Godt  als  eenen  ^"T/ r"'"'^'* 
go  'den  vader  is  berm hertigher  ende  voorfïenigher.  „  Jibriomi'. 

Bemerckt  hier,  feght  den  felven  Oleafler  ^  Godts  goedtheydt  ende  ""  fofj'on. 
vaderlyckeforge,   den  welckcn,  als  hy  die  van  Ep^ten  wilde  llraffen,  ^'"'^";- 
hun  eeril  den  middel  gaf,    om  hun  te  helpen.'  Hier  moeten  alle  }or,^Lmit,. 
bcdruckte  leercnakydt  hun  vail:  betrouwen  Hellen  op  de  bermhertig-  gerOionfide. 
eydtendc  mildtheydt  Godts,  ende  oock  hun  belle  doen,  ende  mede-  '"«■"'-wyojej'- 
\vercken ,  om  hun  felven  teghcnallcn  noodt  te  voorfien  .  j'n"?'''"""^ 

Dien goeden.ende  voorfichtighen^  Godt  fcndt  ons  tot  hzt  Alterken,  -v,  6.  e'ri'. 
het  v/elck  inden  fomcrfonderophoudcn  haerencoll  foeckt ,  om  in  den  <^e>u  formi. 
winter  dacr  van  te  leven  .  Hoorterbrceder  van  fprekcn  den  H.  Cynllus:  "ƒ"  "!  -'fi"" 
Ghy  fiet  een  mierken  ,  fc2;ht  h v  in  den  fomer  haer  aes  ende  coll  neer-   r  ',1'^'"^" 


ftclyck  vergaderen ;  volght  de  felve  ende  vergacdert  oock  vrucLtcn.van  'tmnurc ,  c/ 
goede  v/ercken voorde  volgende  eeuwige tyden .  thef-mn/a  ti~ 

Den  wcerdighen  c  Beda  heeft  hier  op  noch  cene  dieper  bcmerckinge:  ^/  'l'/'J''"'''"» 
Iflfieckc  feght  hydat  een  mier  ,  fulck  een  cleynebecllien  fondcr  Co-  rZ7,''nf,Zll 
ninck  ende  ionder  reden  ,  alleenclyck  uytternaturedcn  coitende  fpy-  fiado.s.Cyr. 
fcvoor  i]ch  felven  beforght  voer 'het  tcejomcndc,  hoe  veel  te  meer  ^'"-  '^'•"^- 
moeteen  Chrillen  menfch  gelchacpennaer  het  beeldt  Godts  beforght  j"-^;/;  , 
fyn  om  te  vergaederen  vruchten  van  göède  v-xrcken  om  altydt  te  leven  .  /«„,  '  alZLl 

Laet  ons  dit  met  een  rymiien  voorfcellcn  in  een  fïnnt -beeldt  van  ƒ>•'»",''£■  ca- 
een  mierken  hacren  coft  beforgcnde  voor  het  toecomende  met  het  "'"•*^ '"•"'"- 
opfchnft  het  v/clck  volght  naer  de  print.  Z'-T''n' 

.    „  ,  1  ■         ■  r^  ■        ,  ,       ,      ,  Prot'dit    im~ 

fcnerum,m:UtQ  n:i^n  tii  ad  .■magiuem  Dei  coiiditits,  a<.x  Tid(>u,.v>i gicriam  (ju:  ■vccatHsdoc'f/nj.t  mw^illerioad- 
JHtm,  rpjiini  londitorem  habfni  dmem,  deoes  tii fnCenti  hcnortim  nfciiim Jruïlus  con^-re^are  ^u'Ihs  'iji 
tlcnatm  yh-tu .  Eïtia.  '  .»    .i        •  i,  •  -» 


Z  3 


x8i  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYD T 


Ghj  moet  forghen^ 
Oock   voor  morahen  .  ' 

Uytlegginge  van  het  lïnne-beelt  . 

COmt  hier  o  traeghen  menjch  ^  Jiet  hoe  de  mieren  forghen 
By  daghen  en  by  nacht  tot  aen  den  vroeghen  morghen  : 
£lck  mierken  V  fomers  tjdt  tot  ivercken  htier  begeeft  j 
Waer  van  het  in  haer  rujl  geheel  den  winter  leeft . 
Leert  oock  op  mven  tydt^  noch  forgh  noch  moejte  jpaeren  y 
En   voor  een  quaeden  dagh  gewenjie  vrucht  vergaren 
Voor  V  lichaem  en  voor  ficl ,  Begeeft  h  tot  de  deiight , 
Of  dat  ghy  eens  met   Godt  voor  eemvigh  leven  metight  . 
Sorghti  eer  het  is  te  laet -,  m  ndts  wilt  forghe  draghen  y 
Of  anders  te  vergeefs  fnlt  ghy  het  eens  beclaeghen  ; 

Siet  maer  dn  cleyn  gediert  }  ftet  wat  het  mierken  doet , 
Ban  altydt  feyfen  condt ,  hoe  ghy  oock  wcrcken  moet . 


Hoort 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  1S5 

_           ,     ,          I        ,      ,    ,             /                 I  Petelal  (ifir^ 
Hoort  hier  een  leerfaen  clucht :  den  krekel  met  be:  mierken  miaacailui!- 
Dweers  wncren  onder  een  ,  om   nier ,  oft   om  een  fierken  :  hum  ,fi(l  fa- 
De  krekel  vande  mier  een  broxkcn  hroadt  eens  bait  ^  micamt^imi 
Sj  hadt  het  opgejloch  ,  hadt  fj  het  maer  gehadt .  tJlL/dVca- 
Uet  mierken  tot  haer  feyd  :  hoe  comt  g^iy  foo  te  chiegen?  te  cineredix- 
Hebt  ghy  voor  uwen  cojl  in  tydts  geen  forgh  gedragen?  h:  HyemejuU 
Sec?''  wat  ?by  hebt  vedaen  ?  dces  vraerti'  haer  wel  hetaemt :  *" '   ""'  "7? 
Ejlaes  !  de  krekel  fweegh  ten  Hjterjten  bejchaernt .  thoniusJ'o;;/);. 
Doch  jprack  fy  :  ^k  heb   te  voor  in  ''s  fomers  tydt  gefonghen  ^  finnafologo. 
En  hier  en  diier  naer  lujl  al  dichfils  opgejpronghen  j 

Het  mierken  feyd'  recht  uyt :  myn  feg-^er.  ii/el  bemerckt  : 
Smght  tn  de  winters  'tydt ,   en  in  den  fomer  u  erckt , 

HEt  ghene  het  mierken  doet,  dat  fict  men  oock  gefchiedcn 
in  de  bercydtfelcn  van  den  oorlogh  ,  feght  Philo  den  He- 
breeufchcn  ende  geleerden  Ichryver;  gelyck  mca. fiet,  feght 
hy  ,  dat  in  den  tydt  yan  peys  alles  gercedt  gcmaeckt  wordt  dat  tot 
den  crygh  noodtCaeckelyck  is ,  foo  moetmen  oock  in  den  tydt  van 
ecne  overvloedige  vruchtbaerheydt  befbrght  fyn  voor  den  tydt  van 
gebrcck,  ende  als  het  onieker  is,  ofmen  oorlogh  ende  honger  ftaet 
te  verv/achten ,  ftrax  maccktmen  oock  gereedt  alle  cryghs  gctuygh, 
ende  levens  middelen  ,  op  datter  in  den  noodt  niet  cncome  te  ontbre- 
ken .  Hoe  plichtigh  dan  en  fyn  die  niet,  ende  mifpryfens  weerdigh  , 
de  welcke  in  plaetfe  van  wat  te  vcrgaederen,  gelyck  men  feght,  te- 
ghen  ccnen  quaedcn  dagh ,  cerft  alles  opmaeckcn ,  ende  onnuttelyck 
verquiftcn,  ende  daernacr  gebrcck  ende  armoede  moeten  lyden,  daer 
fy  hecrlyck  naer  hunnen  ftaet  hadden  connen leven,  waert  datfy  wat 
gefpacrt  hadden,  ende  neerftelyck  ende  voorfichtelyck  daer  in  voorfien. 
Van  te  grooten  overdacdicndeverquiftingc,  feght  het  fprecck-woordt 
comt  den  honger  ende  aermoede  .  Luxm  famis  &  paupertatis  efl  p-o- 
dromiu .  De  Italiaenen  fcgghcn  :  a  grajfa  citcina  poverta  e  vicina .  Het 
gcbreck  ende  aermoede  en  is  niet  verre  van  een  vette  keucken .  An- 
dere hebben  di:  fpreeck-woordt .  Per  una  mala  cj^arefma  vioii  ad  ha- 
ver una  jnala  Pafq:ia .  Van  eenen  quaeden  vallen ,  alfmen  niet  wel 
gevail  en  heeft,  comt  cenen  quaeden  oft  armen  l'aeffchen. 

Hier  comt  te  paffe  het  ghcne  eenen  Philofoph  eens  ieyde  aen  eenen 
pnghelinck,  den  wekken  hy 's  avondts  laet  fagh  luttel  broodts  ëtcn  ; 
GhycnfoLudt,  feyde  hy,  u  avondt-mael  foo  fober  niet  nemen,  waert 
dat  ghy  u  nocn-mael  foo  hadt  genomen,  te  weten  maetelyck .  Non 
tta  ccenares  ^  f  ita  trandijjes . 

Daer  was  oock  eenen  anderen,  die  op  den  avondt  ofte  vigilie  van 
eenen  grooten  fccft-dagh  veel  verteert  hadde  ,  fop  dat  hy  op  'den 

fcclt- 


184  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

.«      Sej^tem  fcefl-dagh  feer  luttel  hadde  te  eten.  Si  non  'have^i  fatto  la  fefta^  non 

'4*/"/?"«^^- -^■'''"'''^'  '■'""■'  ^"^  -■^i'''-''^-  H.ijc  ghy  giftcrcn  de  fceil  niet  geviert,  ghy 
t.iii't ^iiu'-uos  en  foudz  van  daghc  de  vigilie  niet  houden. 

hoim.-cj^i-oi.  Eer  ick  tluytc,  het  Tal  de  pync  weeidt  fyn,  hier  noch  te  hooren 
ui,feftemye.  ccne  fedclvckc  bcmcickingc  van  cencn  geleerden  ende  godtvruchti- 
'il^c'lnt^rJlfo's  g'''^'^  Religiens  ^  Petrus  Bercorms  acngaende  die  leven  vette  ende 
iiorum  filios  His  fcvcn  maghci  c  koeyen .  Door  die  feven  vette  koeyen  ,  feght 
V ju.(ej]jrcs,  hy  ,  conncn  verftaen  worden  vyckc  enue  wel  hebbende  vaders 
5"'  "">""'  des  liuyia-efins,  de  v/eicke  mtt  hunnen  langhcn  aerbevdt  veel  rvck 
\ti  V  tnior-  dommcn  vergacdert  hebben  ,  ende  uoor  de  leven  maeghere  koeyen 
iiinati ,  cum  canuicn  vcrltaen  hunne  boofc  ende  alles  verquiftende  kindcrs  oftenae- 
f:"S'Ki"">n  comclinghen ,  die  al  hun  achtergelaetcn  goedt  onnuttelyck  verteeren, 
%trilm(^lZ  oi'  ah  voor  niet  vcrcoopcn,  ende  nu  niet  meer  hebbende  ,  te  Ie  tien 
n.xqu^acqm-  Vallen  in  eene  uytterile  aermoede  ende ■  fchande .  Soodanighe  fonen 
fyerittt ,  Ld-  evlacs .'  wordender  fomtydts  al  veele  gevond:>n  ,  daer  den  Coninck 
fKvrniu  deyo.      sdomon  oock  van  fprack,  clae^ende,    dat  hy  foo  fcrr  geaerbevdt 

rantyyendunt ,   ,,,  ^  ^'  '.ö  jri  r,~ 

G-tumeitmil-  haddc  voor  iynen  ertgenaem ,  niet  wetende  ot  hy  wys  ott  lot  welen 
Lim  fttiet.i-  foudc ,  cnde  fyn  erfgocdt  quaelyck  foudc  misbfuycken .  Hoort  noch 
tem   i>roinde  ggj^^  ^(j,^^.  andere  uytleggingheendeleeringhe : 

'n}'^Ptü!l'er!M  Eenen  c  Grieckfchen  l'chryvcr  eyghent  defc  vette  cnde  maeghere 
ïytemiii.ul>u-  kosycn  toe  aen  veele  rycke  ende  overvloedige  menichcndcferwereldr, 
norui^'f'K'rum  ^q  wclckc  in  de  overvlocdighcydt  van  de  vergauckelycke  goederen, 
a.lioru,m  fie.  ^^^^  leven  ovcrbrcnghcn  ,  raaer  het  felvc  comen  te  evndi"hen  in  het 

nitiidinemde-         ,,  ji  j-i  111  ■• 

orat       <y  gebreck  van  goede  wcrckcn  ,  endein  hctongciuck  van  hunne  eeuwige 

,jujdqilidb<»K  verdoemcnifle,  gelyckhetgefchiede,  feght  hy,  met  den  rycken  wreek, 

fredeieijores    ^\q  [^  ]^q^  putpcr  gccleedt  fynde,  ende  aen  fyns  tafel  te  vooren  wel 

fui  cunpi  are .  „gj-Q^f^-     jgf,  leftcn  ellcndelvck  ,  geitorven  is,  ende  bceracven  in  de 

fuaejforum      hcUc,  cndc  in  fulck  een  gebreck  gevallen  was,  dat  hem  geweygert 

nifortimi'im    wierdt  ccn  weynigh  water,  om  fyne  tonge  te  laven  als  wanneer  hy 

deya^f}^t.?e:.  clactlyck  ,    fagh  ,  dat  al  het  werclich  goet  anders  niet  en  was  als 

o7di'wTB^'i.  cenen  enckelen  droom  die  de  menfchcn  in  het  lefte  bcJrieght,  ge- 

f. 2S.  («G>».  lyck  den  d  ff-  Amhro/ii-i-s  wel  heeft  gefeydt  met  dele  woorden:  Den 

b  Rurfumdc-  Jroom  vaii  de  werelfche  overvloedigheyJt  en  can  niet  ecuwigh  due- 

teji-atus  fum  ^^^^  mact  den  tydtfal eens  comen,  als  wanneer  eenen  bitteren  hon- 

jhi.imme.im,  ghct  dacmacr  fil  volghen.  Van  wclcke  bedriegclvckcn  droom  van 

haiituruih^-  de  tydelyckc  goederen  wy  in  de  volghende  fede-Iecringhe  breedcr 

"''<■'"/"■/ ^^' fuUen  fprekcn. 

quejn  i^noro,  ^ 

iitriim  üjiiens  aiitfliillus  futiirns  ft ,  C  dorr-hiulitur  in  i.ilor/tx^  (Dfi<.  C^V.  Ecclefiaft.c.  2.t,  iS.  c  Ejiif- 
vnd:  elhim  eJIJj.ilm  diyitfim  hiijm  (xiiih  :  ,t  fertilittite  V  hon'ts  cidinif  in:i[>iutU,  C*  in  infertililalcm  Vinfeli- 
(itutcw  aellnunt ^QuenuxJmodttm  illcdires  ,  cjut  [>nrpKrtZ  mdttehatitr  C^  tyjjc  ^  C"  epiflahitur  qnPtidie Jj*Undide  , 
pefi  mor  tl!»  s  CT  ni  tunt^m  yfnit  penuriam  yut  p.inxtLo  aq»i  titdijiret  ,qu.t,irdciitsm  i^^nem  repigerurct.  Gra;c. 
^iiüor apud  Lipp.  d  Somniiiw rtdundantix  f£.ttl.iris ffrptlHimi  ejfe atn  fotefr,j'ed  erit  tempm,  qua  hii  ditra 
/S  mti  j'iiu  edet .  S.  Arobrof, 

SS- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  177 

Ye  VQoren  maer  alleen  aen  den  magneet  gejlreken  ^ 

(  De  fchifpers  naer  't  gehruyck  de  waerhejdt  comien  jjirek^n  ) 

Hoe  /y  door  ket  gevaer  van  d'  ongen^fte  z^e 

Recht  vaeren  tn  de  haef^  of  de  geivevfle  ree . 
Te  voor  iV'is  V  niet  als  vrees  in  V  midden  van  de  golven^ 
In  dnyfterbeydt  en  anghfi  van  al  die  ïi'ater--u'olven ^ 

Die   mof'/rers  van  de  z.ee  l  het  fchip  dreef  hier  en  daer^ 

Naer  chf  en  rotfen  toe ,  niet  fonder  groot  gevaer . 
Maer  nit  het  ■i.ee-com^As  can  aï"  de  'fchi^fers  troofien^ 
IVaert  fchip  gedreven  wordt  ten  zj^yden  of  ten  ooflen^' 

Gep.ingert  hoogh  en  leegh  ^  van  d'  een  en  d'  ander  cant; 

De  naeW  Jich  altydt' wendt  recht  naer  het  noordtfche  landt. 
Al  waer  ghj  vaeren  wilt  ^  naer  zjijd\  noord\  ooji\  ofwejlen. 
Het  z,ee-cor»pas  alleen  «  lej/den  /al  ten  beften . 

Of  V  fchip  nu  hier  nu  daer ,  of  op  een  ancker  ri/eeck , 

Strax  u  de   naelde  dient  tot  uwen  rechten  flreeck' 
Siet  hier  Godts  wonder  %i/erck ,  eerfi  aen  den  menfch  verholen '^ 
V  ComPsti  den  fchipper  dient  om  niet  als  vooor  te  dolen . 

Dit  comt  van  Godes  handt,  doolt  nimmer,  maer  aaet  vajï ^ 

Dm  leertmen ,  dat  hier  op  Godts  wil  op  alles  pafl . 
Dat  Godt  eens  heeft  geflelt ,  du  niemandt  can  verbieden, 
Godts  wil  blyft  altjdt  vaft ,  dit  moet  en  fal  gefchteden. 

Niet  cahder  teghen  flaen ,  als  met  is  al  V  geweldt 

Van  alle  menfchens  er  acht ,  die  Jtch  daer  teghen  fldt . 
Dit  fieimen  van  de  jeught ,  en  loop  van  Jofephs  leven. 
Die  boven  Jyn  geflacht  van  Godt  moefi  fyn  verheven , 

Sao  hy  het  hadt  geflelt,  dits  alles  wierdt  volbracht. 

En  al  fyn  broeders  haet  verdween  haefi  in   de  locht . 
Den  droom  woi  Jofephs  doodt,  hy  fou,   en  moejle  fterven. 
Of  hy  hun  broeder  wm  ,  hy  moefi''  het  leven  derven . 

Jl'ïaer  Godt  daer  ttiffchen  tjuam  j  wierdt  van  de  doodt  bezir'aert  j 

En  door  Godts  wys  beflier  oock  in  den  put  gefpaert , 
Voorts  naer  Egyptens  landt  als  eene  fiaef  vcrfbnden  j 
Jilaer  al  te  feer  verblindt  V  geheym  nist  wel  verfionden  j 

Daer  moejien  fy  voor  hem  ter  aerden  vallen  neer , 

En  foo  eerbiedtngh  doen  aen  hunnen  opper- Heer . 
O  broeders  onbedacht ,  met  reden  mooght  ghy  fchroomen ; 
Codts  Wil  %i'Ai  maer  te  waer  in  d'  ongeveynfde  droomen  : 

Dat   Godt  eens  heeft  gejleit,  geen  menfch  V  beletten  can  •, 

Die  Godt  tn  alles  volght,  is  een  geluckigh  man. 

Z  •  Soo 


178  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

SOo  moeflen  alle  Cliriftene  menfchcn  hun  voeghen  in  alle  hunne 
vvercken  naer  den  wille  Godts,  of  naer  fyne  Goddelycke  fchic- 
kinge  cnde  Vonrfiemgheydi^  denckcnde',  dat  Godt  tuflchen  alle 
ellenden  endc  teghenfpoedt  altydt  indachtigh  is,  ende  wel  lal  doen 
uytvallen  alle  het  ghcnc  hy  tot  ons  mceltc  goedt  heeft  gcfchickt . 
Jofefb  was  in  al  fyn  langhduerigh  ongeluck  endc  flavernye  altydt  in 
Godt  geruit,  den  welckcn  door  Godts  belcydinge  ten  leflen  geco- 
men  is  tot  eere  cnde  glorie ,  gelyck  hy  eens  hadde  geltelt ,  het  welck 
wy  dacrnaer  brecder  lullen  lien,  als  hy  de  droomcn  van  Pharao  lal 
hebben  uytgeleydt. 

I.    CAPITTEL. 

Ve  droomen  van  den  Coninck  Pharao  aengacnde  de  feven 

vettt  ende  de  Jeven  maqhere  kpeyen^   loovden  van 

lojefh  uytgeleydt . . 

a 

^'^"vTS  ^^S^^n  Iiandel  van  de  Goddelycke  roorfamghcjdt  in  defe  hi- 
ZTtofepZm  ^  TS&  ft°"^  ^'^"  JofiF^-)  foo  ick  merckc,  heelt  beginfel  gehadt, 
ijuafi  infaU-  ^ -L-' 3!^  hactcn  voortganck  ,  ende  cynde,  van  de  droomcn:  Den 
jhk  UéUtorè  Hg^^ge  cerften  droom  was  den  droom  van  Jofeph  aengaende  de 
'itit'-'iiumin-  fchooven,  ende  van  de  fon  ende  fterren.  Den  nvecden  droom  vari 
teüi^ere,  ncii  dc  twcc  hovcliiighen ,  cndc  den  dcrden  droom  van  den  Coninck /-"/^flr^o 
hunmiuife  111-  acngacndc  de  koeyen ,  die  ick  nu  gaen  voorllellen  met  de  uytleg- 
dHfln.if<:iii-  gj,j„(;Yjin  'lofeph^  die  den  wcgh  baende  tot  fyne  cloric  in  Egypten  . 
tik  iibertatt  Dic  ondanckbacrheydt  van  s  (^onmx  opper  Ichencker,  oen  wclc- 
reflnutum  ef-  ken  Jofcph  dcn  gcluckighcn  uytleggcr  fyns  drooms  foo  Ichandelyck 
/e,  cporteUt  i^^^^jg  vcrgctcn ,  hcm  noch  twee  jaeren  ketende  fitten  in  den  kerc- 
*fl""""p^wJtn-  ^^i"'  ^^'^^  ^^"  uytterlk-n  groot,  van  de  welcke  ick  te  vooren  gefpro- 
vlm!utwa)o-  ken,  hcbbe,  maer  evenwel  't  is  alles  gefchiedt  door  de  foete  fchic- 
Ti  oim  jrioria  kinge  Godts . 

cinere  edme-  j^^^  ^  ^  Chryfoftomiis  hccft  hier  op  ecne  fchoone  bemerckingc  : 
*p''^fedTs"pit  Godt,  feght  hy,  heeft  Joferth  met  cenen  nieuwen  ftrydt  als  eencn 
(Ci-nurum  .f.ite  woritclacr  in  de  llrydt-baene  gcoefïent ,  ende  willen  lecren,  dat  hy 
fomiti.tPhar.i.  jj^  j-y[^g  vryhcvdt  hcrftclt  was  niet  door  eenc  mcnfchelycke  vernuft- 
"""/"M":  heydt,  macr  'door  de  Goddelvcke  roorjïentrbeydt .  Men  moelle  vcr- 
jci.fonean-  wachten  eenen  bcquaemcn  tydt,  op  den  welcken  hy  met  meerdere 
iloriiiite  >.t  glorie  uyt  den  kercker  foude  verloll;  worden  j  want  waert  dat  den 
ttimliLer.'D^t  opper-fchcncker  des  Coninx  hem  hadde  indachtigh  gcwceft  voor  de 
Ct'w'khI  droomen  van  Pkrrao ,  h  v  foude  hem  mifichicn  verloll  hebben  op  fyn  cy- 

""''"'' \,,,  '  ghen 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  17^ 

ghen  macht  door  voorfprake  by  den  Coninck,  ende  dan  en  foude /«//«f  .j/('«  <?. 
de  deught  van  Jofeph  foo  niet  bekent  gewecft  hebben ,  hier  om  dan  /'"  '>"'■'«<■  S. 
is  hy  maer  vcrloft  naer  de  droomen  des  Coninx ,  ende  als  hv  de  fel-  ^'^y*"-  '"""• 
Ve  moeite  «ftlcggen .  a    Po/}  duos 

t  Moyfes  ftelt  ons  defen  droom  voor  in  het  41 .  capittel  van  het  boeck  ">*>*'>'  '''^"^ 
Genefis:  Den  Coninck  Pharao^  feght  hy,  naer  de  twee  jaeren,  dat  •''^'"^f''  -^7"^ 
den  overften  des  fchcnckers  in  fyn  arapt  herftek  was,  hadde  ecnen  fé^fiJrè' ^/er- 
droom:  Hem  docht,  dat  hy  ftondt  aen  den  cant  van  eene  rivicre ,  A'*''"'" >  ''' 
van  waer  op  quaemen  feven  vette  fchoonc  koeyen  ,  die  daer  weyden  1""  "ƒ/'"''-  . 
in  de  broeckachtige  plaetfen  ,  ende  corts  dacrnaer  docht  hem ,  dat  /.''"^^^  lukhZ 
hy  oock  fagh  fcven  andere  milVallige  koeyen ;  van  magherheydt  uyt-  o-  .r^jjx  »i- 
geteert,  die  daer  oock  weyden  op  den  oever  des  vloedts  in  groene  n>i<,a-pafie- 
plaetfen  ,  maer  dit  gras  en  groen  en  conde  hacren  hongher  niet  ^J,"\Zi}rihr' 
verfaeden,  daerom  verflondsn  ly  de  7.  eerile,  welckers  fchoonheydt  "^ulqüoq 


ende  voUyvigheydt  wonder  was .  Pkarao  daer  op  wacker  geworden  f«ptem  emer- 
fyndc,  om  dat  hem  dien  droom  heel  verholen  ende  duyflér  fcheen,  s^^-^"^'^^fl'*j 
Godt,  die  hem  defe  faeckeclaerder  wilde  voorftellcn,  gaf  hem  noch  Tali"''/m^. 
eenen  tweeden  droom  :  Hy  f;gh  feven  coorn-aeyeren ,  die  groeyden  a>,  (^ptfe- 
uyt  eenen  halm  vol  ende  wel  gefteltj  daer  quaemen  oock  voort  fe-  l'-minrinipj^ 
ven  andere  dunne  ende  verfenghdeaeyercn,  verllindende  de  gantfche  "i^^' yt-aiZ 
fchoonheydt  van  de  eerflc .  b:ti,deyoraye. 

Pharao  naer  fync  rulle,  als 't  nu  morgh en- ftondt  geworden  was,  runt^iue  e.is,, 
met  verbaeftheydt  vervaertfynde,  heeft  gefonden  naer  alle  de  waer-  y»"'"'"»  "'"■•» 
feggers  ende  wyfe  van  Egypte»  ^  ende  heeft  hun  den  droom  verhaelt,  ^ulZ  corpJ- 
ende  daer  en  was  niemandt ,  die  den  felven  bedicden  conde.  Hoort  merat.  Ruf^ 
hier  op  de  bemerckinge  van  den  felven  l  H.  Vader  Cbryfiflomtu :  Siet/'""  '^J''"''''" 
hier,  feght  hy,  de  mcnighvuldige  bcftieringe  Godts.-'hy  doet  voor  Zmfo—r, 
eerft  alle  de  waerfeggers  te  racden  gaen ,  van  de  wclckc  hy  de  uyt-  feptem  ffnx, 
legginge  van  den  droom  fochte  te  weten,  maer  te  vergeefs  ,  als/"''''*'''^*"""* 
wanneer  men  (xah.  hunne  onwetentheydt  ;  alsdan  wicrdt  ten  leftcn  '"'"""'""/'''- 
gcroepen  den  gevanghen  jojeph  eenen  knecht  ende  ilavc,  een  \vc\c-  r^,, au,, uon-, 
ken  alle  defe  verholentheden  aen  den  Coninck  wilt  uyt  te  \eggtn,tot:dem  jfiie 
waer  door  te  voorfchyn  quam  de  hemclfchc  ionlte  ,  die  in  loCeph'^'"'"'^!',"'' 
uytfchynende  was.  .  oneLvu;'r, 

Hoort  nu ,  hoc  dat  delaecke  in  der  daedt  gcfchiedt  is :  foo  fprcckt  d^rvor.mtes'o. 
de  H.  Scrifture  :  Als  nu  ten  Icften  den  meeltcr  .des  fchcnckers  bc-  mnempnortm 
mercktc,  darter  niemandt  van  alle  de  wyfen  van  Lgjpten  den  droom  ^'*'r'"'''"^'"''j 
des  Coninx  en  conde  uytleggen,  ^  alsdan  wierdt  hy  Jnjeph  indach-  raó'/jcyf  7«/=?- 
tigh,  die  fynen  droom  foo  wel  uytgeleydt  hadde,  famen  bekennen-  tem,  a-fa.lo 
de  iyne  fchuldt:  Confiteor  peccatum  mettn? .  ">•""'  ?•'''<"'' 

Aldus  sefchiedt  het  maer  al  tedickwils,  dat  alfmcn  tot  eenen  hoo-''^'','-'''j"'  ., 
ghcren  llaet  geco;nen  is,  tot  een  treftelyck  ampt,  tot  grootere  vyck-  caiveaores 

Z  i  dom-         ^pï" 


i8o  DE  GODDELYCKE  VOÖRSIENIGHEYDT 

^^v"'.f»»-  dommen ,  tot  meerdere  fortune,  datmen  alsdan  de  andere  flechtcr 


=,-j; ,apien-  yj^^  coHtatic  Hchtclyck  comt  te  vergeten. 


f-5 

''S' 


[T\TrrIy::  ^^'^"  o^'^rAcn  Van  dcs  Coninckx  Ichenckers  was  wel  geruft  in  Jofephy 
fomni.i,ne.e-  als  h}'  hem  niet  meer  van  doen  enhadde,  liv  hadde  hefjpllanckver- 
rj',-jHnnter-  gelen  Macr  loo  hacft  als  hy  bemcrckte ,  dattcr  eenigh  intercft  ofte  be- 
G^'n'^ï'"^!  l^"ö^  was  by  den  Coninck,  daer  fyn  gcluck  oock  van  hongh ,  wil- 
(^'jé^^q^'^'  lende  dar.  fyn  geluck  by  den  Coninck  verlekercn,  gaf  terllondt  acn 
h  ' ridemul-  P/Jö/v.o  te  kennen  al  het  gene  hemaengaendefvnen  droom  oock  ovcrco- 
tiuhcem  Dei  ^^p^  -^^^^  Hoort  dc  bemcrckingc  van  den  ^  H.'yimbroJiMs-.hy  heeft  de  faec- 
ntmZ'tl's''nc-r.  ke,Pghr  hy,  acn  den  Coninck  te  kennen  gegeven  niet  uytrcnedanck- 


atm. 


nj:t  II  omut  ,  baerheydt ,  maeruyteenefchalckhevdt  ende  forghe  van  fyn  eygen  in- 
^K/  Uhtl..  -  te  "ft  cnde  profyt ,  om  met  des  Coninkx  geluck  oock  geluckigh  te 

'u^'èmui:'^  wefen . 

r  .itr g'tmaii-  Den  Coninck  dan  alles  gehoort  hebbende  van  den  meeftcr  des 
ti.„<s'-,..,t4em  chenkers  dcdcjofeph  terftondt  uyt  den  kercker  roepen  ende  by  fich  brea- 
fi  -vin-ciitj ,  g|icn,uie  terftondt  van  clecdcren  verandert  fynde  ende  wel  opgcfchickt, 
t«"'X"tVJI^  ^''  icrdt  voor  den  Coninck  gcbroclit,  die  ftraxuvt  fyn  acnficht  bemerck- 
i.i  medium  ad-  tc  de  tfeckcns  vau  fyn  verftandt ;  want  naer  het  gevoelen  vande  wyfe  , 
ttnM,sefl,v  de  fiele  heeft  haerverholen licht  ende  claerhcydt,  de  wclcke  haer  oock 
noiu  fnit  comttf  vertoonen  door  de  ooghen,  ende  andere  deelen  des  lichaems  met 
«Jo  omnilui  eenen  fekeren  glans  cndc  luyfter,'den  welcken  Godt  aen  de  nr.ture  geett. 
ma?i.'fe/hire-  Uyt  die  tecckencn  dan  liet  den  Coninck  fich  voorftacn ,  dat  dien  jpnge- 
titr  fu^>en,a  ünck  lyncn  droom  welfoude  verclaeren ,  het  welck  alle  de  wyfe  van 
fe'hjte'iu  ' s    ^^yp'^"  ^^^^  ^'^  hadden  connen  doen . 

cUryC  '  '  Soo  dan  hy  verclaerde  aldus  den  droom  aen  PWijo.-  Heer  Coninck, 
c  Tune  </f- de?,  vette  ende  fchoonekocyen,  ende  dey.  cobrn-aeycrsengeven  niet 
tnum  remiiii-  anders  te  kennen ,  als  de  7.  volgende  vriichtbaere  jaeren»  enuede  7.  ma- 
nunm  ma"!-  ghcrc  kocycn  cndc  dc  7.  dunne  ende  half  verbrande  acversbetccckenen 
fier,ait:Con.  dc 7.  dacmacr  volgende  jacren  van  onvruchtbaerheydt ,  van  gcbrcck 
fileer    pecca-  ecdc  Van  grootcn  honghcr. 

Gea'"^! '"'  ''^ ^^7-  e^rfts jiieren  fal  Egypten hebben  eene groote overvloedigheydt 

a  '  inallefoortcn  van  graericn,  van  coorn  cnde  terwe  :  foodanlyneM.ije- 
Vtr^gij.royi.  fteyt  volgens  fyne  beliefte  candtrin  voorficn,  daer  toe  vcrkiclende  een 
<}erei  uomjaa  wys^ndc  voorfichtigh  man  voor alle  dc  landen  van  Egypteu  ,  met  lalt  v;ui 
iii'S'^-liiia-t)  ^^^  vyfdedeel  van  alle  de  vruchten  van  dc7.iaeren  ,  die  nu  fullcn  vol- 
futimafu  Je-  ghcn ,  in  de fchuercnte  veigacdcrcn .  Men  Ibude oock  moeten  forgl-ico, 
ne  n  rei,  s.  dat  alle  dc  graenen  bcwacrt  fouden  woi'den-  in  verfcheydc  lieden  teghcn 
Ainor.  /.  de  ^4;^.^  dieren  tydt  van  dc  7.  onvruchbaere  iaercn  ;  het  welck  htt  landt  v;ai 

Jojepl).  irijj  ii<-i 

b     Ptacuit  •c^O'/'''^"t)ev.-acren lal,  cndc  anders  van  honghcr  loude  moeten^verga(,-n . 
PharaoKi,  iS-       Dcü  racdt  bchacghde  ten  iivttcrftcn  acn  den  i,  Coninck  ,  cnde  aen  alle  ■ 
jJhim  o- cuti- fy,-^Q  dienaers,  van  het  welck  ick  cacrnaer  brceder  lal  fprekcn . 
',.''  'r'ol  .'^      Laet  ons  nu  eerft  tot  ons  profyt  bybrenghen  eenijre  bemerckinghcn 
y  37.  opdie7.  vrucntb.ierc,  cnde7.  onvruchtbaerejaeren;  Dea] 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  iSy 

SEDE-LEERINGE. 

Vat:  alk   ver^anckclycke  dinghen  niet  anders  en  fyn 
ah  enckele  droomen, 

DE  droomen  worden  den  meederen deel  valfch  bevonden ,  ten 
minden fy  fyn  feer  onfeker,  volghens  het  leggen  vanden  Ec- 
clefiafiicm  met  defe  woorden  :  Multos  er-rare  fecernnt  fomnia . 
De  droomen  hebbender  veele  doen  dolen.  Endeal  is  het  faeckcdatter 
fommi;-;  droomen  van  voorfpoedt,  by  geval,  ofte  door  Godts  bellie- 
rcn  fomtydts  wel  uytvallen  ,  droomen  fyn  evenwel  droomen  ,  want 
alle  wcrelfch  geluck  comt  ten  leflen  te  vergaen  ,  ende  fcer  dickwils 
al  vroeghcr  alsmen  gemeynt  hadde,  foo  datmen  met  de  waerheydc 
magh  fcgghen ,  dat  alle  tydelycke  dinghen  maer  droomen  en  fyn . 
Bona  omnia  ftfr.t  mera fomnia.  Dat  is. 

Het  iverelfch   qoedt-,    en  datmen  Jïet  ^  ,       _        ,. 

Is  maer  een    aroom ,  en  anders  niet .  fei'iciutes  fc 

Dat  heeftmen  genoegh  gefien  in  den  droom  van  den  Coninck  'f/^l^^^rj^^ 
Tbarao :  het  eertle  deel  van  de  7.  vette  koeyen  ,  ende  van  de  7.  volle  „,"  J„Jt  dor- 
coorn-aeyers  fcheen  voordeeligh  ende  geluckigh  te  wefen,  maer  het  mien-hm-.v 
tweede  deel  van  de  7.  maghere  koeyen  ende  van  de  7.  dunne,  ende  q'io»"<to,p'',f 
verfenghde  aeyers  was  droef  ende  beclaegelyck  j  de  welcke  te  ken-  ^^^ /^  p„,^',v' 
nen  gaeven  eenen  volghenden  hongher,  groot  gebrcck ,  ende  aer-  dormhM  di- 
moede.  Naerde  waerheydtgefproken,  wat  fyn  allewereldtfchegoe-  -res eft,fei-vt- 
deren,  ryckdommen  eere  ende  glorie  ,  als  eenen  droom,  de  welcke  p'-'^"'^/""*- 
allegaedcr  daer  naer  iyn  verdwenen  ?  Den  <»  H.  ^ifgalnnus  Ichryven-  ^^,„4  ,yf,,  vj.' 
de  op  defe  woorden:  Si  dedero  fomnum  oadis  mets .  Ift  dat  ick  myne  nuhuimfxcw 
ooghen  flaep  geve,  fpreckt  aldus  :  Alle  de  gelucken  des  wereldtsfyn  ^'»  de  i-nUs 
als  droomen  van  de  Haependc  menfchen  .  Gclyck  iemandt  in  fynen  j°,7/"'/iw>/a 
droom  groote  fchatten  iïende  in  fyne  handen  als  dan  üch  houdt  voor  ^r  inyenitnt 
een  geluckigh  man ,  ende  wacker  wordende  fich  fonder  die  bevindtj  fomnhuiLi f»- 
foo  gaet  het  met  de  ydelheden  des  wereldts :  in  de  welcke  fommige  '^^^"^""'"ifj] 
hunne  genocchte  vindende ,  hebben  wel  die  vreught ,  maer  alles  als  J^.^j'['^rJ,s. 
in  eenen  droom ,  want  het  haeft  fal  voor  by  fyn  .  Aug.  mPf-d. 

Den  H.  Vader  fpreckt  gclyck  ^  David  :   Sy  hebben  hunnen  flaep  n.  ijl     . 
geflapen,  feght  hy,  ende  alle  de  mannen  der  ryckdommen  en  hebben  ''     ^''""!~ 
met  het   mmltc  gevonden  m  hunne  handen.  f,mm,u'nihil 

Den  Propheet  c  Ifauts  maeckt  oock  mentie  vaneenen,  den  welc-  in-vtneniHt 
ken  droomde,  dat  hyfat  aen  eene  wel  opgeditfte  rafel  v/el  etende  en-  ■*'"  '^''""'|* 
de  driiickende  maer  daer  naer  wacker  geworden  fynde  vondt  fyn  fel-  ^""V".  j>^.i/. 


A  a  ven  75. 


i8<5  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

'  ef'irfe'uü?'  ^'"^'^  '^^'*^'  hongcrigh  cnde  dorftigh  ,  in  fynen  droom  feer  bedrogen . 
"onmediuum  Lact  OHS  ccHs  hoorcii  Iict  ghcnc  dcH  •'  H.  yiugiiflims  fchvyk  uyüeg' 
atttem  f.ierit  gcndc  den  IJ.  Pfalm:  Dacrvvas,  feght  hy,  ecnen  armen  flechtenmenfch, 
exper-cfuttm  jj^  ggg„  ^j.^^y  ^^■^  haddc ,  om  te  ruften ,  dcfcn  droomende  van  het  gemac- 
Zm'injifl'"'[t'a  k^lyck  flaepen  van  groote  heeren,  meynde  oockdat  hy  flicpenderu- 
JIcuc  Ji'tiens  ftede  in  een  coftelyck  cnde  (iicht  bedde,  maer  buyten  lynen  flaep 
bibtt  ,Kjr  ffoji-  j^onóit  hy  fich  Hggenop  de  bloote  aerde,  wanthy  uyt  armoede  geen 

u'jjmMlimc  Dan  gaet  den  H.  Vader  voort,  om  te  betoonen,  dat  allcdegoe- 
fiiii,<^y.iMma  deren  deler  wereldt  gelyck  fyn  aen  ecnen  foodanighen  droom ;  dit 
ejif,yaiKaeiK  fyn  de  woordcn  van  dcn  H.  Vader.  Soodanigc,  feght  hy,rvn  fommige 
Infi'nmfoyi-  menfchcn:  fy  fyn  gccomenindit  leven,  ende  door  hunne  begctilyck- 
dit  fe  jacen.é  heden  tot  het  vergp.nckelyck  goedt  ende  luften,  fy  fyn  in  flacp  ge- 
in  uao  ebur-  vallen,  de  ryckdoaimenfjai  hun  acngccomcn,  meteerc  endegenoch- 
neoyelaurec,  ^^    ^^^j^  r,j^  haeft  als  eenen  droom  vereaen . 

er   lil  bliimii  ri-  rr     ^  i  °  i  t  i 

aureu  altiui  "'C'"  comt  te  palic  het  geval  van  eenen  aermen  dronckaert,  den 
exflniSlii.  vvclcken  rhtltppus  Bomu  Graeve  van  Vlanderenm  eenen  duyfteren  a- 
Snamdindor-  yondt  op  dc  Itract  vondt  liggen  in  het  flyck :  Hy  dede  hem  uyt  ec- 
m'it  t^'lyiZ'  '""^  clucht  Opnemen  ende  draeghen  in  fyn  palcys^  ende  daerwclafge«\ 
lans  iiiyetn  kuyft  met  eerlycke  clecderen  leggen  als  flacpende  in  een  koftelyck 
fe  jaicre  in  bedde  }  's  anderdaeghs  wacker  geworden  fynüe  vondt  fich  tuflchcn  de 
duro,mquo  |,ovelinghen  ende  nagicn .  die  den  Prins  treeden  mor^hen  quacmcn 
tenuerat.  Ta-  wcnlchen,  den  armen  menich  en  wiltc  met  wat  peylcn,  hy  meynde 
lesfuma-ifti:  by  fyn  felvcn ,  dat  het  ecnen  droom  was,  gelyck  het  fcdelyck  ipre- 
yenei-unt  in  ke,-nje  maer  en  was  ,  gemcrckt  dat  alle  die  eere  met  alle  die  groc- 
v'*per'iub"di'-  tcniflen,hoffchc  wandelinghen,  endeprincclycke  onthaelinghcn  aen 
tates  tempo  dc  tafcl ,  wel  haeit  gcpafleert  waeren  als  eenen  droom  >  als  hy  nu 
rales  cbdor-  wederom  door  het  goedt  onthaclcn  dronckeng'.maeckt  was  cndege- 
micrstitt,exie-  leyjj-.Qp  jg  (c\\'c  plaetfc ,  fmorgens  wackcr  geworden  fyndc  en  liec 
%iti£,  CT-Td-  hch  met  anders  voorltaen,  als  dat  alks  maer  en  was  geweeit  eenen 
nxpompx  yo-  enckclcn  droom . 

laiH£Vtrds-  £ndc  voorwaer  men  moet  alle  foodacnighe  ydelheydt  van  eere, 
Aug';)»  Pia'l.  genocchtc,  cndc  ryckdommcnniet  als  eenen  droom  noemen,  die  haeft 
17.  gcp.dicert  is. 

b    Pcefiyo-       Men  foude  moghen  fegghcn  met  eenen  !> Treffèlj/cken {chiyver ,  dat 

tart  fu  mun-  ^^j-^  wcrclut  eelvck  een  huvs  is,  oft  hof  van  droomen,  lyn  ooeh- 

nior.im.  Bo-  nierck    nemende  op  de  woorden  van  den    H.  jimbrojtm  leggende, 

narrius.    toio  dat  dcn  handel  van  defe  wereldt  maer  eenen  droom  otte  flavp  en  is , 

tiouie,  jn  (jpjj  welcken  men  geduerelyck  vceleverandermghcnfict,  gecnfms 

vari  cnde  gcilacdigh ,  maer  als  eenen  droom  van  ecnen  llucpendcn 

mcnfch,  enuc  dacmaer  voeght  hyernochby  óck  grondige  voorden: 

Alle  menfchens  hope  ende  betrouwen  is  ydel  in  dele   werci  r,  de 

wcickc 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  187 

welcke  evenwel  hun  keten  voorftaen,  dat  de  werdfche  dinghen  ge- 
luckigh  ende  voorfpoedigh  fyn,  de  welcke  nochtans  foo  onlbindtva- 
fligh  ende  als  niet  enfynj  want  alledeaerdtfche  dinghen  fyn  cygent- 
lyck  maer  enckelefchadüen,  de  welcke  in  den  droom  ons  aencomen, 
ende  corts  daernaer  vergaen  >  het  fcheynt ,  datmcnfe  befat,'  ende  fy 
waeren  verdwenen . 

lek  magh  vry,  ende  metterwaerheydtbybrcnghcnhct  ghcnefeght 
dien  vermaerden  Poet  den  E.  P.  Adnanus  Pomers  in  f)  nen  boeck 
genocmt  étTdelheydt  des  wercldts,  denwelcken  hy  in  het  licht  heeft 
gegeven  voor  het  Mafker  van  de  wereldt .  Hy  Ipreckt  aldus  : 

V  Is  min  als  eefien  droom  ^  daer  ghy  h  in  verhenght  ^ 
Al  datter  nvovdt  iiierbeeldt  y  en  is  geen  vajie  vreHcht  • 

Het  heeft  gebleken  in  alle  tyden,  dat  allen  werelfchenvoorfpoedt 
van  eere  van  hooghen  fhaet,  van  ryckdommen  ende  andere  foo  dae- 
nige  voordeden  als  eenen  d)"oom  haeil  gepafleert  fyn  :  Voor  eerll 
^bimelech  den  fone  van  Gedeon ,  die  naer  de  doodt  fyns  vaders  geco- 
fen  was,  om  het  volck  te  regeren  ofte  te  beflieren,  ende  die  allefy- 
nc  broeders  hadde  doen  dooden,  om  fyne  regeringe  te  verfekeren, 
wierdt  in  de  ftadt  Thebes^  die  hy  belegert  hadde,  van  eene  vrouwe 
uyt  eenen  toorn,  wiens  inganck  hy  meynde  inbrandt  te  fteken,  met 
een  ftuck  van  eenen  molen-fteen  fyn  hooft  gecloven. 

Slaet  oock  uwe  ooghen  op  dien  ongeluckighen  Abfolon  weder- 
fpannigh  aen  fynen  goeden  vader  David ,  den  welcken  hy  van  fyne 
a-oone  wilde  berooven .  Hy  hadde  fich  uytgegeven  voor  Coninck  > 
maer  hoe  cort  was  fyn  ryck  ?  tot  dat  hy  met  fyn  hayr  aen  de  tac- 
kcn  van  eenen  boom  bleef  vaft  hanghen ,  ende  van  Joab  met  drye 
lancien  wierdt  doorfteken. 

Wat  fal  ick  fegghen  van  die  boofc  Coninginne  Athalia  ?  de  welc- 
ke naer  de  doodt  van  haeren  fone  Ochoji.a  Coninck  van  J^da,  dede 
vermoorden  alle  de  fonen  van  haeren  man ,  om  felf  te  regeren  ofte  te 
heeifchappen,  maer  naer  het  fesde  jaer  haers  bevel,  wierdt  op  het 
onverwachts  door  laft  van  den  opper-Prieller  Joiada  buy ten  den  tem- 
pel vermoordt,  als  fy  wilde  beletten,  dat  haeren  jonghen  neveyoAf, 
die  in  den  tempel  was  verborghen  geweeft  ,  tot  Coninck  Ibude 
gcftelt  ende  aengenoraen  worden . 

Hctfclve  fietmen  in  denhooveerdighen  Aman^  dfeaen  de  galghe, 
die  hy  voor  Aiardochnu  hadde  doen  oprechten,  om  dat  hy  hem  gee- 
ne  cerbiedinge  en  wilde  betoonen,  door  het  gebodt  vanden  Coninck 
Ajfnerus  wierdt  opgehanghen . 

Ick  laete  daer  ,  hoe  dat  Crcefus  eenen  alder-ryckflcn  Coninck  als 
hy  het  ryck  van  Perjien  v.'ilde  gaen  uytroeycn  ende  te  niet  doen  , 

A  a  a  niet 


iS8    DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

niet  alleenelyck  fyn  ryck  verloren  en  heeft,  maer  is  oock  in  peryckel 
gcweeft  van  in  het  vier  geworpen  ende  verbrandt  te  worden. 

Hoe  haelt  en  is  oock  de  opperfte  eere  van  Sejanm  niet  vergaen? 

Hy  ivas  den  eeriten  JVIinifter  van  den  Kcyfer  Tibertw  ^  die  felf  ge- 
lyck  Keyfer  was ,  den  welcken  den  Keyfer  oock  noemde  den  appel 
van  fyne  ooghen:  maer  hoe  onverwachts  en  is  de  vriendtfchap  des 
Keyfcrs  niet  verandert !  een  briefken  van  den  Keyfer  aen  den  Raedt 
•  gefonden  was  genocgh,  om  Sejanm  met  heel  fyn  huyfgefin  van  des 
Keyfers  genaedc ,  jae  van  fyn  leven  te  berooven . 

De  verandcringe  van  ftaet  om  van  meer  andere  te  fvvyghen,  vinde 
ick  oock  gcweell  te  hebben  in  den  Hertogh  de  Luna:  Defen  by  den 
Comnck  van  Spagmen  fynde  in  het  meefce  aenfien  ende  audloriteyt, 
befticrende  alle  de  gewightighfte  faecken  van  het  ryck  ,  als  hy  het 
minftc  meyndc ,  valt  uy t  de  gratie  des  Coninckx ,  ende  verlieft  fyn 
hooft  >  wiens  doodt  lichaem  op  hetfchavot  drye  daghen  bleef  liggen 
met  een  houte  fchoteltien ,  om  te  vergaederen  het  ghene  noodigh 
foude  fyn ,  om  het  lichaem  te  begraeven . 

Alle  defe  verganckelycke,  ende  cortedroomenvanhoogheftaeten, 
van  ccre  ende  glorie  met  alle  de  ydclheden  des  weereldts  fyn  ons  fcer 
levendigh  voorgeftelt  van  eenen  Edelman  met  naeme  Jacopmus  :  De- 
fen verltaen  hebbende ,  dat  fyne  lieve  huylvrouwe  in  een  fchouw- 
fpel  nevens  veele  andere  dames  van  eenen  hooghen  theater  was  ne- 
der gevallen,  de  welcke  hy  corts  daernaerfagh  fterven,  keerde ter- 
flondt  fyn  herte  tot  Godt ,  verliet  met  de  naelle  gelegentheydt  de 
-bedriegelycke  ende  ydele  wereldt,  gaende  in  de  Orden  van  den  H . 
Francifcm  in  het  jaer  ons  heeren  i  304.  als  wanneer  hy  in  de  latyn- 
fche  taele  maeckte  dit  volgende  godtvruchtigh  dicht  van  de  ydelheydt 
des  wereldts,  het  welck  ick  daernaer  tot  gerief  van  den  keurighen 
lefer  in  onle  neder- duyatfche  taele  ende  in  het  rym  fal  trachten  over 
te  llellcn: 

Soo  begint  het  latynfch  dicht. 

Cur  mtmdiu  militat  f:tb  "jana  gloria  ? 
Cujus  projperit/ii  efl  tranjïtoria . 
Tam  cito  labitur  ejtts  potentia^ 
Qttam  vafa  figali ,  cjh£  funt  fiagtlia . 
Ftiu  fido  litterls  fcriptis  trt  glacie , 
Qj^am  mmidt  fragilis  vana  fallacta . 
Fallax  tn  tramiis  virturU  Jpecie , 
Qji£  nurnquam  habuit  temjun  fidnciit. 
Jllagis  credendum  efl  vtrii  faUacthi^s,^ 
0'iam  m.'iridi  mi  f  er  is  frngiHtatih-M  . 

/V/A 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  iSp 

Talftu  in  fomniis  &  voluit atthtt-s  ^ 

Falfa  tn  fttidiis  &  njamiattbus  . 

Dtc ,   ttbi  Salomon  nlim  tam  nobilis  ? 

Dic^  ubi  Samfon  d.ix  invincbUls  ? 

Vel  ptilcher  Abfolon  vultit  mtrabilü? 

Vel  dulcis  Jonathas  multum  amabüis? 

Qho  CtEfiir  abiit  celfiu   imperto? 

Vel  dives  Epulo  totus  tn  p-andio? 

Die  f  ubi  Tiillius  clanu  elotjuio  ? 

Vel  Ariiloteles  fummn-s  ingento  ? 

Tot  clari  Principes ,  tot  Regum  fpatia. 

Tot  fceptra  Pnncipum ,  tot  ora  fortia . 

Tot  mu-ndt  Prajides  ^  tanta  ptentia, 

In  tÜH  ocidi  clauduntur  omnia. 

Quam  breve  fejium  efl  hac  mttndi  glprlai 

Vt  umbra  volucris  Jic  e  jus  gaudia^ 

Otta  nobis  fubtrahunt  mterna  p'^mia^ 

Et  duciint  hominem  ad  dura  devi/i . 

O  efca  vermiuml  o  majfa  puivcris ! 

O  ros!  o  vdnitiis  cttr  Jic  extolleris  ? 

Jgnoras  femttts  utrum  cras  vixerü^ 

Fac  bonnm  omnibiu  ,  tam  dm  qttam  ^iteris  ♦- 

Htcc  mundi  gloria  cjha  magni  fendttur^ 

Sacris  in  litteris  flos  foeni  dicitur. 

Et  leve  folittm,  qmd  vento  rapitur  ^ 

Sic  vita  hominum  hac  via  tolliinr . 

Nil  tttum  dtxeris ,  qmd  pot  es  ^erdere . 

Qnod  mimdM  tnbmt ,  tntendit  radere . 

Siioerna  cogtta ,   cor  Jit  tn  dithere . 

Feltx ,  i^Ht  Potmt  mundum  contemnere , 

Dus  hebbe  ick  het  getracht  in  een  duytfch  rym  over  te  ftellen. 

O  wereldts  jdelheydt  !  wie  fal  op  u  betrouwen  ? 

Die  foo  veel  mcnfchen  brenght  in  foo  een  droevigh  rottwe» , 
V  /f  maer  een  valjchen  fchyn ,    datmen  ob  d'  aerde  Jiet ; 

Haer  voorjpoedt  is  bedrogh ^  verdriet^  en  anders  niet  . 
Wat  fal  ick  van  haer  macht  met   al  haer  ivercken  fpreken . 

Die  als  een  aerden  vat  tn  fincken  comt  te  breken^ 
Als  men  het  minfle  meynt  ^  dan  berfi  het  tn  de  handt  ^ 

Dus  valt  een  macht igh  heer  van  V  hooghjicfi  in  het  fandt . 
Wat  broofer  als  het  js^  en  dat  daer  is  gefchreven  -y 

Al  ftaen  de  letters  fchoon ,  volmaeckt ,  en  wel  gedreven  j 

A  a  3  mch 


190  DE  GÖDDELYCKE  VOORSTENIGHEYDT 

ISTochtans  ick  min  betrouw  op  V  wereldts  dobbelheydt 

Valfch  in  den  fchjn  .der  de:tght ,  en  in  haer  faet  helejdt , 
Voorwaer  ick  min  betromv  op  dobbel  valfche  menfchen 

.Als  op  het  -werelfch  goedt  met  al  haer  foete  wenfchen . 
I)e  aerd^   is  als  een  droom  van  luft  en  vroylyckhevdt  ^ 
Geljck  men  wordt  gewaer ,   V  is  met  als  j/delheydt . 
IVaer  is  nu  Siilomon  iner  voortydts  foo  verheven  ? 

En  %vaer  is  Samfon  nu  met  al  fin  macht  gebleven  ? 
JFaer  is  oock  Abfoloii  den  fchoonjien  diemen  vondt? 

Waer  Jonathas ,  die  V  hert  van  David  hadt  gewondt  ? 
Segg  ,  waermen  Cïcfar  vindt ,  dièn  checken  heldt  van  Roomev.  f 

Sjn  daeden ,  /«ƒ ,  en  eer  fyn  niet  als  enckel   droomen . 
ll'aer  is  de  Jpys  en  dranck  van  dién  Rycken  wreek  ? 

Die  tm  niet  anders  fmaeckt  ^Jils  folpher^  vier  en  peck . 
U'aer  is  nu  Cicero  fio  wonder  in  het  Jpreken? 

Bj  wiens  weljprekentheydt  geen  tongh  wierdt  vergeleken . 
Haer  Ariftoteles  den  iinflen  tn  verft andt ? 

Eylaes !  Jj  fyn  voorby  en  meeft  al  in  den  brandt ! 
j41  datter  cleyn  of  groot  op   d'  aerde  comt  verfchynen  ^ 

Oock  op  een  ooghenbltck  men  Jiet  het  haefl  verdwjnen  : 
Soo  menigh  edel  Prins ^  met  landen^  flaet^  en  macht ^ 

En  menfchen  vol  verftandt  fyn  al  te  niet  gebracht . 
Hoe  cort  is  "'s  wereldts  lnfi  !  het  eyndt  een  trenrigh  lyden^ 

Geljck  de  fchadhve  vliedt ,  foo  gaet  het  met  V  verblyden. 
De  valfche  wereldts  vreught  berooft  ons  van  Godts  loon^ 

En  lejdt  ons  uyt  den  wegh  al  verr'  van  d^  hemels  croon. 
O  ftanck  ?  o  wormen  aes !  verivorpen  hoop  dar  eerden ! 

O  dauw !  o  enkelen  niet ,  o  flyck  van  geender  weerden ! 
Hoe  fjt  ghy  foo  ver^vaent  ?  wat  foeckt  ghy  d'  ydelheydt? 

Ey  d%vinght  h  trots  gemoedt   vol  van  hooveerdtgheyt . 
Jf'eet  ghy.,  of  u  de  fon  van  morghen  fal  beflraelen? 

U  pel  can  oock  van  daegh  naer  d'  helle  neder  daelen, 
Doet  deught  aen  ieder  een,  foo  lanck  ghy  hier  noch  leeft y 

Op  dat  H  Godt  den  loon  naer  uwe  ivercken  geeft .  |jÉ 

ïf'at  is  des  wereldts  lof ,  die  ghy  foo  hoogh  ivtfdt  prjfen  ?  ^ 

iV/>f  als  een  bloem  van  V  veldt  dte  corts  daernaer  gaet  ryfen? 
Celyckmen  diigh'lyckx  fiet ,  de  bloem  "wel  haejl  ver  gaet. 

Soa  ift  met  's  wereldts  goedt,  met  glory ,   eer,  en  ft  ast . 
Dat  ghy  eens  derven  moet,  wildt  n  niet  eyghen  maecken , 

Ferfoeyt  des  wereldts  geeft,  veracht  de  aerdtfche  faecken , 
.Al  dat  u  d'  aerde  jont ,  ftrax  tt  d.ier  van  berooft , 

Ghy  u  hedroghen  vindt,  eer  ghy  het  hadt  gelooft. 

Stelt 


f 


J 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  191 

Stelt  liever  ganfch  n  hert  op  Godt  met  al  «  Jinnen  ^ 

En  wildt ^  dat  eemfigh  is^  voor  goedt  eens  gae»  beminnen. 

Celuckigh  is  den  tnenfoh -^   die   V  wereldis  goedt  veracht^ 
En  Godt  alleen  maer  foeckt^  en  naer  den  hemel  tracht. 

Acopo-nu:  dien  grooten  dicnaer  Godts  hadJe  het  ten  Icftcn  vel  gevat ,  l„„,w,"»    , 
dat  alle  goederen  des  wercluts  edeldom  ,  genoeghtcn,  ende  lioo-  hoi  j^ado,^»» 


ghen,  ende  het  giienc  men  befit,  vrotgheralsmenmeynt,  heeft  oock  /«.!«fie?T.i. 

lyn  eynde.  «sremmj^c- 

lek  fluytc  met  den  "  H.  AmbrofinA  :  Alle  hopen  van  de  menfchen  hl'LlZToXe. 

defer  wereldt,  leght  hy,  fyn  teenemael  y del  ende  onfeker,  de  welc-  «m.-;»,  abie- 

ke  meynen,  dat  de  dingnen,  die  verachtelyck  iyn,  in  haer  felve  van  >■"»'.  e?- fT^j- 

eenige  weerde  fyn.  Hy  gaetdaernaer  aldus  voort:  De  ydele  dinghen  ""'J,f"i\   "*"" 

worden  ons  voorgeitelt  als  in  eenen  llaep  ende  droom ,  fy  comen  ons  i-,  ltiai'u,"ij' 

aen,  ende  gaen  voorby,  fy  verdwynen  allensicens,  ende  men  heeftie  «»«  taienuir, 

eeenfins  valt,  al-.men  die  mevnde  te  befittcn .  s.Ambrof. 

Wy  moeten  dan  met  reden  feggen  ,  dat  alle  de  wcreldtfche  goe-  Upo^^rnl"^ 

deren  voorby  gaen  als  eenen  droom.   Soo  pafleert  de  glorie  des  we-  mflarfuncn, 

reldts.   Stc  tranjït  gloria  mitndi .  ■^■dut  jimum 

Soo  caet  voor  by  de  vriendtfchap  met  de  menfchen,   van  daehc  ^■^"'•""r-^ 

vnendt,  morghen  vyandtj  loo  pali eert  allen  vooripocdt  ende  biydt-  cum/.  lob. 

fchap .   De  vreught  van  eenen  geveynidcn  ,  die  fich  voor  bly  wildt  20  5.  e?-  8. 

uytgeven,  vlieght  wech  geh.ck  eenen  droom,  ende  paiTcert  als  een  '^       Caduu 

gelicht  des  naciits  feght  den  Propheet  ^  Joh.  Itmdr.mZr,- 

Van  alle  defe  verganckelycke  dinghen  en  ifler  niet  als  fchande  en-  »ei,-.'ro.ii!«d 

defmerte  te  ver-.vachten  fonder  eenige  winitendc  profyt,  fcght  voor  f"'""'  'fi  '"• 

het  letl,  den  c  H.  Ambroji-a  ^  dit  is  alleen  eenc  waerachtige  wm/te,  "^1""^"'"  f"-- 

van  de  welcke  men  can  verhopen  een  altydt  diierende  profyt  ende  „s,l.b,Vt'er"I 

loon  van  de  eeuwige  rulle.  '  menes  quie- 

Laet  ons  nu  keeren  tot  Jofeph^  den  welckcn  alle  de  droomen  van  "*•  ^  ■^™'^- 
Ph:i  ao  wel  uytgeleydt  hebbende ,  ende  naer  allen  fynen  teghenlpoedt 
ende  vervolginghcn  ten  Icften  gecomL-n  is  tot  grónfn  voorfpoedt, 
grootachtinge  ende  eere,  de  welcke  hem  den  wcgh  baendcn  tot  een 
Coninx  geluck  ende  opperllc  glorie,  gelyck  wy  in  het  volgende  ca- 
pittei  breeder  fullcn  bcmerckcn . 


ca 


II.  GAP. 


ipiDE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 
II.    CAilTTEL. 


E^yt 


Vt  Infdicul'iri 
hidonunc  l'UC 
tramciint, 
nuni  rcferuii- 
tur  tlluc .  S' 
Pius  Papa.   <"ĥ 


lofeph  de  cïroomen  van   Vharao  uytgeleydt  helle  ncie\  etide 
aen  den   Comnck  raedt  gegeven  van  in  heel 
ten  veel  graenen  te  coopm ,   Ipordt  van  hem 
onder-^Coninck  gefleh  Ipan  Egypten, 

I^^^É  En  aenftaenden  triomph  ende  glorie  van  de  goddelycke 
S  "P^  Ml-^oorJIemgheydt  i\\\mcn  haeftgacn  fien  in  J"fe^h,  den  Welc- 
i|?  JlJ  'M  ken  fy  naer  al  fyn  lyden ,  ende  tegenfpoedt  geflclt  haddc 
^i^"g^^p^^te  verheftcn. 

De  goede  ende  quaede  fortunecn  hadde  hier  gecne plaetfc ,  van  de 
welcke  de  blinde  Heydenen  dickwils  hebben  gefprokcn,  die  gecne 
de  minfte  kenniiïe  en  hadden  van  de  Fon-Jientgheydt  Godts . 

Laet  ons  een  woordc  van  die  Fomme  hooren,  eer  wy  fprekenful- 
len  van  Jofepb:  De  Heydenfche  Philofophen  eerden  de  Fortune  %hQC~ 
ne  Godinne,  die  fchilderende  met  vleugels  aen  de  voeten,  vliegende 
boven  eenen  cleynen  bol ,  in  den  wekken  het  leven  en  de  doodt , 
de  plaetfen  ende  tyden  des  jaers,met  eenwoordt,  heelde  ongeftadi- 
ghe  veranderinge  van  de  nature  haer  bcletteden  vaflte  blyven  ftaen: 
fy  haddc  voorts  als  een  vloers  voor  de  ooghen  ,  om  niet  te  fien  haer 
veranderlyck  ende  ftuer  gelicht .  Haer  ha)  r  in  clifTen  gevlochten  was 
van  vooren  afhangende  tot  op  haer  voorhooft,  datmenfe  gelooven 
mocht  van  achter  kael  te  wcfcn  .  Haer  oppercleedt  was  van  ecne  fy- 
ne  vHegende  ftofïe,  op  haerenriem  waeren  te  lefen  verfcheyde  cyfer 
letters  foo  onder  een  gemcnght,  datmenfe  niet  vel  onderkennen  en 
konde,  het  welck  oock  pallc  ophaere  woorden,  geilen  ende  hande- 
linge ,  niet  anders  fynde  als  verholcntheden  erude  twyfelachtigheden. 
In  het  cort  gefeydt:  Al  dat  fy  hadde,  dedc,  ende  feyde  ,  en  was  niet 
ander  als  ecne  verwerde  faecke  van  ongcllae.ligheydt  ende  trouwloof- 
heydt . 

Daer  van  quam  het ,  dat  alle  de  ghene ,  die  op  de  Fortune  te  veel  be- 
trouwden hun  felven  dacr  naer  bcdroghen  vonden ,  ende  te  vergeefs 
beclaeghden  . 

Dat  was  de  Fortune  van  de  blinde  Heydenen ,  ende  nu  oock  fom- 
tydts  van  veele  werelfchemenichen,  die  in  hun  affeiren  volgens  hun- 
ne wysheydt,  ende  vernuftheydt  fonder  hunnen  toevlucht  tot  Godt 
te  nemen,  onvoorfichtelyck  voortgaen  . 

Soo  fpreckter  van  den  ^  H.  Pius  Paus,  feggende  ,  dat  alle  dinghen 
in  dcfe  wereldt  van  demenfchen  gelyckby  geval  gehandch  worden . 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  ip^ 

Philo  a  dien  hebreeufchen  fchryver  feght ,  dat  fommige  menfchen  a    J^ejhMoa- 
v-'illen  opclimmen  als  lanx  eene  leeder  ,  van  de  welckc  fy  evenwel  »;«'»•"*"'"« 
moeten  atcomen .   Daer  fynder  oock   fommige  ,  feght  hy ,  die  hun  ,marinem' 
fclven  geluckigh  houden  met  te  verfchynen  in  hunnen  verheven  llaet ,  Phiiüiudxua. 
wcickers  eynde  gemeenelyck  ongeluckigh  comt  te  wefen.  '•  '^'  ƒ"""»'*' 

Het  is  genoegh  aen  andere,  als  fy  maer  eenen  goeden  windt  heb-  ^'''  pl'{^,l 
ben,  omuyt  dchaévetevaeren,  maer  die  daernaerfchip-braecklyden.  pharaonicen- 

Dit  fyn  de  oefteninghen,  het  fpel,ende  uytvallenvan  de  Fortune ^  f'l'»m er cua. 
in  de  welcke  iy  meynden  vail  te  Itaen .  Men  climtop,  om  vernedert  '["  m:nij}rK 
te  worden.  Tolluntttr  inaltum,  ut  la^fu  graviore  ruant .  Men  wilt  fich  iue'eft'jl  eoi: 
doen  fien ,  om  te  vergaen,  men  wilt  gacn  vaeren ,  om  téghen  een  clip  te  Num  my*. 
ilootcn  en  te  verdrincké.Wat  meerder  d waesheydt  ende  verblmdtheydt.  """*    p'fri. 

Heel  anders  is  het  in  de  fchickinarc  Godts  acngaende  de  menfchen,  ""*'*•'""'*'" 
ailes  is  daer  valt  ende  geltadigh ,  Godcs  weegh-fchaele  is  rechtreerJigh,  m»  Dei  /./«•- 
lyn  acnfien  is  vriendelyck  ,fyne  fchriften  fyn  claer,  ende  fynefoete  en  va-  »»<ƒ(?/?/*•/« 
derlycke  Fooriïer.i^heydt  en  heeft  geen  bedroeh  in,noch  vreefelyck  geval.  "'S"  •*''^<->^*v'^ 

Als  den  Voorfemghen  Godt  de  memchen  wat  oetrent  met  eenighen  ^;      Dcm 
teghenfpoedt,   het  en  gefchicdt  maer  tot  hun  goedt,  als  hy  hun  ver-  ommaqutio- 
oodtmoedight ,  het  is  om  hun  te  verheffen.  Het  is  genoegh  ,  dat  Godts  '^'♦'«*",f«f- 
focte  FoorJieniirbe\dt  de  menfchen  beftiert ,  om  wel  uyt  te  comen ,  en-  ""  -'"''"''' 
de  m  eene  geruite  haeve  te  geraecken  .  zp-ad  tui  orit 

Om  nu  tot  yo/èp/j  te  comen,  fieldiën  Foor/iemghen  Godthceit  diè'n  imperium  ch' 
onnoofelen  jongelinck  geleydt  door  haet  ende  nydt  van  fyne  onberm-  ''^«»  /""/"«'«^ 
hertige  broeders,  ende  andere  mocyelyckh eden  ,  gelyck  wy  te  vooren  tantum\e^'ni 
gehoort  hebben .  Wie  foude  oyt  gedacht  hebben ,  dat  hy  foude  geco-  JoUo  tepr-ue- 
men  hebben  tot  by  denthroonvan  Pharao^  om  te  worden  den  eerl^en  ''•""Gen.^o. 
Prins  van  fyn  ryck  ?  Evenwel  den  h  Coninck  laet  hem  voorftaen  ,  oock  '^^' 
naer  het  oordeel  van  alle  fyne  hovelinghen ,  datter  niemandt  bcquae- 
mer  en  was,  om  onder-Coninck  te  weien. 

Voor  eerft  Pharao  was   gewonnen ,  door  het  aenfien  van  Jofeph  , 
die  fvnc  droomen  foo  wyfelyck  ende  geluckelyck  hadde  uvtgeleydt , 
oock  merckende  dat  Godt  fprack  door  fynen  mondt ;  datrom  itelde 
hy  byfvn  felven  ,  te  volghen  al  het  ghene,  dat  yo/ê'yCi/jgcaordeelt  had- 
de,  noodigh  te  wefen  tot  het  welvaeren  van  fyn  Ryck.   Hierom  dan 
fich  keerende  tot  Jofeph  fprack  hem  aen  met  defe  woorden :  Lieven 
jongelinck  ick  en  moet  niemandt  verre  gaen  foecken,  om  neffensrnv  Tiditqve  an^ 
myn  Ryck  te  beÜierenj  den  hemel  heeft  u  daer  toe  gefchickt.  De  nuUmdemA- 
verfckerinse ,  die  ick  hebbe,  dat  defcn  keus   eocdt  ende  geluckigh  "'*  f"*^  "' 
fal  wefen,  is  de  goedtheydt  ende  voorfichtigheydt,  die  ick  in  u  ge-  „u!ej,n,-^eft" 
merckt  hebbe  j  hebt  dan  eene  volle  macht  over  heel  myn  huys,be-  \tiq;eumfto- 
ftiert  myn  Ryck,  ende  gebruyckt  m  alles  myne  volle  macht .  Waer  i-'hib""''^ 
n.ier  den  Coninck  hem  gaf  den  rinck,  die  hy  aen  dehadt  hadde,  oock  ",^"Jjr.^m. 

B  b  be-  pojiiit.  T.42, 


iP4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

'Lmufcenl"r'e  bckflcndc ,  datmcn  hem  coftclyck  foude  clccden;  hydede  hem  oock 
/«pfr  currum  fclf  acii ,  ccnen  gouden  hals-bandt .  Dit  waeren  de  eerile  jonftea  van 
jKH-m  Jecndü  pharao^  ende  claere  teeckens  van  de  Goddelycke  Voorfiemghejdt  ^  die 
'IcZ'llllmnis  ^^'^'^  '^^  ^''^^-"'^  verandert ,  fyne  banden  in  hals-cieraet ,  fyne  boeyen  ingou- 
couxm  to geim  de  kctcnen  ■■,  ende  fyn  coftelyck  cleedt  heeft  op  eenen  ooghenblick  be- 
jiccteieiityO-  dcckt  alle  de  ongevallen  ende  verachtingen  van  fyn  voorgaende  leven. 
fr£oofiu,m  Macr  dit  en  was  noch  niet  eenoeiih  ,   hv  mocft  noch  meer  bekent 

niyerft  terne  wordcn  :  hct  landt  van  A_^?v /?« moell  noch  weten,  dat  hy  vanden  Co- 
jE^'pti.y  43.  ninck  Pharao  gellelt  was  als  onder-Coninck  van  heel  fyn  ryck;  a  Fharaa 
b  >-A-vo:A^>n^   dan  doet  hem  opclimmen  op  fynen  tweeden  triomph-waghen,  als  wan- 
^'^•r^yiuIT  "^^''  ^'^"  uytroeper  nep ,  dat  fy  alle  hunne  knicn  voor  hem  booghen  fou- 
fuh:i:orem      ^^^n,  cn  wctcn  dat  hy  was  gerraeckt  den  opperllcn  Prins  van  heel  Egjpten. 
tmiiidi.  T.  45'.       Hy  wordt  dan  voortgelevdt  met  pracht  ende  luyller  van  eenen  Co- 
Ihe.f^iTe  '"    "üick  .   Pharao  felf  vondt  fich  by  het  volck  ,  alles  toeilcmmcnde,  ende 
trauïlm  'h-  beveiligende  de  macht ,  die  hy  hem  gegeven  hadde .  Hy  gaf  hem  daer- 
tm  eferi'o  dom  naer  oock  den  naem  van  L  faligh-maccker  ofte  bcwacrder  van  de  wereldt, 
TnnMm,i  y,n-  ecncn  tytcl ,  die  Godt  ende  eenen  Coninck  magh  voeren . 
t'inJ^^^V,'       ^^ic  ^n  ^il  hier  niet  verwonderen  .ie  verholen  wercken  van  de  God- 
cerarit  yua-  delycicc  Voorftentgloe)dt  in  alle  defe  beiiieringe  van    oieptir  Hoorter 
rio  Proregem  van  fprckcn  dien  vemiaerdcn  c  Phdo  in  fyne  hillorie  van  fufe^h:  Wie 
jieri,c^re^,a  foude  vcrwacht  hebben,  feehthv,  dat  'Joreph  binnen  den  tydtvan  ee- 
mmnpro  .ar-  "^^  '^''^S"   ^'^"  ^^^c  ilaevc   foudc   geworden  hebben  eenen  grooten 
cercextrema  Hccr  ,  van  ccncn   gcvanghcn  Scc.  onder-Coninck,  cndc   dat  hy  in 
ignom:n,.l       jg  plaetfc  van   eenen  kercker  foude  woonen  in  een  Coninx  huysj 
Vem"'t'"""  f^^e    uvttcrfte    fchande    foo   verkeert    fynde    in  eene   alJer-meeltc 
mum.  Facia  glorie:  dit  alles  is  nochtans  gefchiedt ,  feght  Pinlo,  ende  dickmacls 
tarnen    frnt  lal  het  noch  gefchieden  ,   als^het  Godt  gelieven  fal  ,  alser  in  eenen 
U  ,  i^-jienc  vcrdruckten  ende  deuphdelycken  mcnfch  macr  een  vierigh  vonxken 

j£pitts  ,quan-  (-11  ?    ■        -  1  1  ,■        1  .  .'         4. 

doDecpU,,-  ^"  i<-'huvk  vnn  wacrachtige  deught,  die  daernaer  met  gelegentneydt 
9rit,modoj::b-  ccncn  mcerd  ren  gl ins  ende  luylter  ial geven.  Soo  fprcken  oock  den 
fnaUqua  j.i-  H.  ChnTofloniM  ende  den  Abt  R::per:Hs  ,  wekkers  woorden  ick  daer 

^f;/;;,J;^;';faiiacten. 

5».iOT  ne.effe  ^  Jof^f'^  dan  foo  langhcn  tydt,  van  het  feflhiende  jaer  fyns  jonck- 
ifi  f:e,-l>  .afio-  hcydt  tot  het  dertighlle  van  Godt  geoeftent,  ende  ianx  allede  trap- 
"""  "i:"'^^/'  pen  van  deu^rhdcn  opü:eclommen  fynde,  hadde  nu  tot' loon  van  fyne 

(ere    VhxXode    '       j    ,  j-     ,      °,  ,   '  ^^        ,  ,  •     ,  -^      1     ?  r^  11" 

'iojeph.  verduldigheydt  ende  Itandtvaltigheydt  becomcn  eene  Gonincklyc.ie 

d  Trigniu  v/eerdigheydt .  Als  wanneer  hy,  gelyck^foyè^  feght ,  begon  te  door- 
erat  annonym  reyfen  dc  landeu  fynder  regeeringe. 

ÏT'lLJlldl  ^^^"  Billbhop,  Tojhinu  leght  het  aldus  wat  breeder  uyt:  Hy  door- 
%",o-i;r-  reylde  heel  Eoypten^  om  overJlen  ende  bevel-hebbers  te  llellen  in  alle 
i'uyii  omncm  dc  ftedcn ,  cndc  de  vruchten  te  doen  vergacderen,  ende  om  te  focc- 


Ttxionem  A-  j^^j^  j»  bcquacmlk  plactlen  tot  bcwaereaiflè  der  felvc 


rhi' 


ÜYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


i^r 


Phito  voeghter  noch  by,  dat  hj  van  een  ieder  op  alle  plaetfcn  feer  ,C->'/'"'-GeMi 
vriendelyck  onthaelt  wicrdc,  met  geluck-wenfchinge  over  fviic  ver-  '^"^^' 
heffinge  ,  de  welcke  hy  oock  allegaeder  met  bclecftheydt  beandc-  ant^'''^tum, 
woorde,  hunne  gocdtjonftigheydt  oock  winnende ,  waer  door  een  ieder  «e  ponerec 
aen  yo/ê/'/)  betoonde  eenelbete  genegentheydt,  beibnderlyck,  om  dat-  p^^'t"'!'!'"  "» 
men  in  fyn  aenficht  bëinercktc  eene  uytftekcnde  vriendelyckhe\dt  tlfdmaJ^'i 
cndefoetaerdigheydt .  Hy  vertoonde  fich  als  eenenopitaenden  dnghe-  UgeiuiM  fi». 
raedt,  van  alle  canten  clacre  ftraelen  uytfpreyende  van  vreughr,  van  £f',crutc</ty 
hope,  van  vrede  ende  foo  voorts.  Als  wanneer  hy  oock  van  nicmandt  -'"^""'"•".  ?«' 
en  wierdt  benydt  ,  maer  fèer  groot  geacht  ende  bemindt  om  iyne  iocjadi'nfèt 
oodtmocdigheydt  ende  goedertiercntheydt .  Het  was  eenen  gouden  y^tiontm  f-u- 
tydt,  die  begon  te  vcrichynen.  Noyten  iaghmcn  foo  groote  vrucht-  o"""-  Toiljr. 
bacrhevt  ende  ovcrvloedieheydt  van  vruchten  op  deraerden;  want  de  P'J^-^^»^- 
graenen  van  terwc  diemen  vergaedcrue  den  tydt  van  7.  jacren,  wae-  fuiulHadun. 
ren  menighvuldigh  ende  ontelbacr  ,  als  de  iandekens  van  de  zee,  *i*"-itiLi,Ht 
gelyck  fcght  de  ^  H.  Scrifturc.  ZTunrT'" 

Men  moght  alsdan  peyfen  ende  feggen,  dat  het  landt  van  Egypten  c^copJa'ma'. 
foo  fchoon,  ende  overvloedigh  in  vruchten  een  acrdts  Paradjs  fcheen  f'n^mexcede- 
te  wefen .   Het  wclck  ick  hier  in  een  duytlch  rymken  in  het  cort  "'-Gen.  41, 

b  Paradifus 
juit  in  terra 
Eden  JHxia 
Jeptuagmta  , 


fal  voorllellen  als  volght 


IVoyt  faghmeti  fchoonder  hof  ah  in  het  landt  van  b  Eden  , 

V  Aerdfch  faradjs  gen^mt^  daer  Tygris  wat  beneden 
Met  den  Euprates  vloeyt ,   recht  in  den  ooflen  catit  , 

Daer  mentah  fchoone  vrucht  van  Godts  handt  WiM  geplant . 
O  wat  een  foet  gejtcht  is  daer  voor  alle  cruyden ! 

Waer  ghy  h  keer  en  wilt  naer  oofl ,  noordt ,  wefl  en  ftijdcn , 
'/  Is  lufl  Mom  te  Jien ,  hoe  dat  daer  alles  Irloeyt , 

En  hoe  het  bly  geivas  heel  <?ƒ   het  fchoonjie  groeyt . 
Daer  Jtetmen  een  geley  van  hoogh  epgaende  hoornen^ 

En  by  het  gtüjtgh  houdt  die  claere  tvaters  flroomen  j 
Jiien  (iet  daer  het  aewo-s  van  alderhand''  colew . 

Alwaer  oock  wordt  verfpreyt  een  alderfoetjten  geur . 
Dm  'i-i'as  '/  Egypten  landt  met  d"  aengenaevie  vruchten 

Een  ander  Paradys  ,  een  landt  vol  van  genuchten 
Door  Jofephs  wys  beleydt  ^  maer  meeji  door  Godes  handt  ^ 

V  Wm  lufi  te  fien  V  gew.xs  van  heel  'f  Egypten  landt , 
Aien  fagh  firax  op  fyn  tydt  de  terwe  graenen  bloeyen . 

En  door  een  feghen  Godts  gcii'enfte  vruchten  groeyen , 
In  volle  vruchtbaerheydc  faghmen  de  velden  flaen  ^ 
Een  ieder  was  vol  vreught ,  een  ieder  wm  voldaen . 


C?"  ad  Orieii' 
tem.  Et  -vide^ 
tur  fuijjejax» 
ta  Alejcbatit' 
■mi.iniyV^r- 
me:iuim,eoltf 
co,juuionJ!$i~ 
un:  Tyrr;^  ^ 
Euphruïei. 
Jtn  a  Lapiide 
in  c.  2.   Gen 


Bbi 


Dies 


ip5    DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Dies  Jofeph  danche  Godt  om  d'  onverdienden  fsghen . 

En  van  het  fonnehcht ,   en  van  een  foeten  reghen , 
Dan  van  den  wnter-firoam  van   Niius  heel  bejproejt  ^ 

Die  recht  ujt  Paradys  tot  in  Egypten  vloeyt . 
IVat  heyl  !  %vat  groot  geluck  in  daimen  fagh  gefchieden  ! 

O  Jolcph    he'l  het  landt  tt  eer  en  dien^l'Komt  bieden: 
Men  hoorde  r'  alle  cant ^  dat  Joicph  ,  Joleph   leeft! 

V  Js  Jofeph  ,   die  met  Godt  ons  defen  feghen  geeft . 

Hier  trioetmcn  nu  bemercken ,   dat  dcfen    overvlocdighcn  fe- 
ssen befondcrlyck  vooitquam  van  den  coeden  raedt  van  7o- 
-rcntorconpu,  J^f^i  den  welcken  hem  üoat  haddeuigegeven: . 

fedxque^om-  Hct  vvas  oock  cene  groote  wysheydt  cnde  geluck  voor  Pharao  dat 
mendMduqui  \^y  Jefcn  nicdt  vau  fofe^h  quam  te  volghen,  want  in  goeden  raedt, 
"fAiïT^onfdiii .  o^tewyfe  Raedts-heeren  te  volghen  veel  gelegen  is,  gemerckt  dat  den 
Lipp.  Epiic.  raedtlman  alleen  niet  en  moet  gcpreièn  worden,  maer  oock  die  den 
raedt  volghen  ,  gclyck  «  Lipfomanus  l'eght . 

Dit  lullen  wy  inde  volgende  1'ede-leeringhe  breeder  gaen  toonen. 

SEDE-LEhRINGH£. 

yan   het  pofyt  ,    giluck    (fids    noodtfaeckelyckheydt    van 
goeden    Katdt ,  ofte  goede  raedtj-mannm . 

Ft  en  is  geencleyn  geluck  ,  tehoorcn  goeden  raedt,  gelyck 
icR  tcrftondt  gefeydt  hebbe,  maer  het  is  grooter  wy^heydc 
den  felven  te  volghen  .  ' 
a  Qiianio  Men  h  citer  al  dickwils  gevonden,  die  goeden  raedt  gehoort  hcb- 
'^PilTu^'tm'"  bende  den  friven  evenwel  hebben  vcronachtlKijmt ,  maer  tot  hun 
Jojepi/ionfi-  groot  ongeluck ,  ende  fchacde  gelyck  wy  fuUen  gaen  fien :  daer-en- 
liD;u-vii,qua  tüdchcn  bctcr  hcctt  gedaen  den  Coninck  Pharao:  Jofeph  haddehem 
fi  pe  uniam  oegevcH lecT  gocdcn  raedt,  ende  hy  heeft  dicnloffelyck  aeniienomen 
peiuniiquip.  ^^^  geluck  cndc  welvacren  van  heel  lyn  ryck . 
pe  uniuiuyi-  Dei  ''  H.  AmhrofiMs  feght,  dat  Jofeph  metfynen  goeden  raedt  den 
tatti  non  re-  CoHinck  lécr  gcholpcu  hecft,  jae  veel  meer,  dan  ol  hy  hem  ecne 
cm,j]eiu  er-  „j-fjote  fommé  peldts  hadde  peeeven ,  want,  fecht  hy,  het  geldt 
Jpnie,,,,^  t'.-  hadde  wel  in  den  nooat  ecne  Itadt  connen  bewaeren,  maer  nietby- 
ti"S  ^gypti  brenghen  iulcke  eene  overvloedigheydt,  ende  heel  Egypten  connen 
fr  leptenm-  yooriicn  voor  bacrcn  noodrdruft  van  feven  jaeren . 
j'nhuS.Amb.  J'harao  den  Coninck  en  hadde  niet  weten  wat  doen  teghen  den  fe- 
l-i-ojf,c.,-'.i^  ve» 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  rpj 

ven-jacrighcn  tydt  van  gebreck  ,  ende  uyttcrilcn  noodt }  maer  Jofevh 
van  Godt  verlicht  hecftciTorghe  voor  gedraegen  .  En  was  den  Co- 
ninck  dan  niet  ten  uytterften  geiucki^h ,  volgende  den  vvyfen  raedt 
van  Jofepb  ?  Tonder  t\vyfeiy«/ê/;/)  \vas.icn  /'/rarflocencn  goeden racdts- 
nian  -,  hy  haddc  '■'oorfien  die  onvruchtbacrb.e\  dt  ,  ende  n.et  fyncn  raedt 
heeft  hy  den  Coninck  met  heel  fyn  Ryck  uyt  den  noodt  g<  holpen. 
Hy  was  geweell  voor  Pharao  met  al  fyn  volcic  ecne  voorlknuc  oo- 
ghe,  gèlyck  de  goede  raedts- mannen  gehouden  \^  orden  als  de  ooghen 
van  de  Cdningen  om  dat  fy  altydt  in  de  ooghen  moeten  hebben 
het  profyt  ende  fchacde  van  hunne  heercn,  uen  de  welcke  fy  eenen 
vooriichtighen  raedt.  moeten  geven. 

Didacm  Savedra  dien  verllandighcn  fchryver  in  fyne  ftaet-condighe 
finne-beclden  vcrhr.elt  van  den  Philofoph  «■  yJnJIote/es ,  dat  hy  voor-        rrindpa 
ftelde  aen  den  Coninck  Alexander  den  Grootende  eyghcndommcn  ac^^s^wtd- 
van  de  racdts-mannen ,  ende  de  felve   vergelccck  met  de  ooghen  ,  '"■>ƒ'">  »ƒ<>■» 
naer   de  gewoonte  van   de  Coningen  van   Pe;pen ,   de  welcke  hun  {""p"/'/!"  j" 
Raedts-hecren  oock  hunne  ooghen   noemden  ,  als  moetende  h  t  Co-     ' 
nmx  intercll  goedt  of't  quaedt  altydt  in  de  ooghen  hebben,  om  daer 
in  hunnen  raedt  te  geven;  aldus  lïct  den  Prmce  met  de  ooghen  van 
fyne  Raedts-mannen  . 

Het  felvc  gaeven  die  van  Egypten  te  kennen ,  de  welcke  eene  oo- 
ghe  Itelden  boven  op  den  fchcprer  der  Coningen ,  om  te  bcteecke- 
nen,  dat  fy  ende  hunne  Racdts-mannen  ecne  ooghc  moeten  hebben 
op  alles,  dat  hun  aengaet. 

Het  en  fal  miflchienaen  den  leferniet  onaengenaem  wcfen ,  datick 
defe  gelyckcnide  ofte  lïnne-bccldt  wat  breedcr  uytlcgge  ende  m  een 
rym-dicht  voorftcile  met  het  devies  ais  volght  naer  de  print . 


f 


Bb| 


ii>8  DE  GODD  ELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


tncrttilium  hcc 
ijuoq;  nomine 
praya  i^fm:- 
Jlradicipotefi 
qiiod  lil  J'io 
quifqljit  .be- 
tel tor,  qiiam 
in  alieno, 
Currius.   /•  ^. 

J\'einn/litru 
prudentie  Ine 
Prov.  3.  5. 

Nemo  folus 
fapit.Vhutus. 

^d  res  ccn- 
fiderand.u  a- 
licsinconfdi- 
usnadhihtmtts 
ni/lrn  ij>l'!  dif' 
jUUn. 


De  ooghen  vertooghex 
JDruck  of  geltick  . 

Het  fïnne-becldt  \vooi<it  uj'tgeleyJr. 

HOe  "wys  men  Jïch  bedench  in  al  fsn  ejghen  faechen , 
Af  en  echter  a  faelen  can :  een  ander  moet  oock  ïi/aecke» 
Voor  heyl  en  ongeval;  hoe  feer  ghy  u  verjint ^ 
Naer  «  verblindt  verflnndt  n  haefl  bedroghen  vindt. 

f/w'   blinden  aerdt-en  Itefd'  fal  al  de  faeck  verdujjï'ren , 

Aioet  naer  een   anders  raedt^   niet  naer  uws"  eyghen  Itnjï'ren  j 
Aiidts  ghy  foo  fjt  verblindt ,  gh-j  nimmer  wel  cont  Jien  j 
Volght  hier  in ,  fjde  'uys  den  raedt  van  ander  Hen . 

Doch  hoort  een  raedts-mans    ampt ,    en  V  Jir.nebeeldt   van  d'  doghen  ^ 

Sy  fullen  ri'ederzydts  malciinders  aerdt  vertooghen  : 

Siet^  hoe  '/  gejicht  van  d'  oogh  een  raedts-man  wel  verbeeldt. 
En  tC  een  o^  d'anders  aerdt  feer  aerdigh  fawen  J^eelt : 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


ipp 


jiienus,qua» 
ft  minus  lid  e' 
AS  dejfnien- 
dAS  C  dipidi- 
caitdas  idont' 
»j.  Aiill.  /.  ö. 
Etbec . 

a  O' Il l in  ad 
rcs  etiam  di- 
jtantes Je  ex- 
teiulit ,  itaa- 
nimoKoiijilia- 
rii  cijcry.trt 
debet  tembns 
fruteritiim  » 
pr£jens<:p'  fti- 
turum  C^i.  Hf 
de  rebus  reüe 
fiatualiir.Siii- 
veinin  Sym- 
bol is  f>oliti(H 
de  CoiijUio. 

Confilium 
quippe    efl  o- 

culits   futHTO- 

rinni.  Arift.  /. 
'^.Sol.  c.12. 
b  TAiita  efl 
cculoruni  lor- 
dijque  coiifeii~ 
Jio  mm  Uil ,  ut 
liiijus  ajfeiiiis 
Cy  Jiajfoties 
mox  itd  illes 
CHoaue  diri" 
yeutnr,Jl  tri- 
fre^diq:iidft, 
BLiili  mudeiit 
Larymis  ,  Jl 
contTit  Uil 
Jllnt,<^'  am<X' 
ni.Nifi  confi- 
liariiis  intims 
dilexerit  do- 
miitiim  fuiim. 
Op  it.t  ut  form. 
ruim  ejus  iid- 

yirfam  aut  frofpernm  qniiji  fuam  reputet,  aiit  multitm  curs  Aiit  oper.t  ponet  ia  d.jndis  ccitjiliii.  Idem  Saavedi  a. 
c  Non  fmimt  oculi ,  ut  digitns  altqins  fe  lontredet ,  tempori  iildiint  fs  ,V ptilpehrULOntegunt.  Quimtumyit 
imelügens  Jït  O" prudens  in  fuis  (onfiliis  ,  Ji  tame?i  f.uilis  Cf  leyii  inpandendis  feivetis  ,  plus  iiommeiiti  .i/- 
ferret ,  quam  Lonfiliarius  aliquis  iiriiorans  CT'  rudis .  IViillum  efl  bonum  ionjilmm  fi  fecreliim  non  wniieat. 
Idem.  d  ^deo  piiri  Jimt  oculi  tamquam  ab  omiii-  haleitdi  cupidttate  aheni ,  ut  nepalctimquidcm  ndmit- 
t.int ,  Zy  J'i  quid  forte  ia  eos  inciderit ,  mox  turbantiir  ,  nee  quidquam  ■videre  poJJ'iinl  .  Ita  eonfiliurius  ,  qiip 
accepetit  muner.i ,  donorum  pulyere  excxitibitur,  neque  res  concipere  poterit ,  pro  ut  funt ,  fcd  pro  ut  e.ts 
proprii  commodi  fludium  illi  propofiierit .  Idem.  e  Muino  quoque  ajfeftit  a/Jlflunt  oatlf  flhi  inyicem, 
ut  j;  iinus  iii  hancjejleiliitp.irtem,  idem  quoque  tilter  fii:i,tt ,  C^  rerttm  (o^nitio  tanto  (eniirfit  ^  Hm 


a  '/  Gejtcht  haer  ver  verjfrejt  met  haerder  ooghen  ftraelen  , 
Om  hoogh  ^   om  leegh^   van  z^jdts  ^  of  wel  naer  and  Ve  paclen , 
Dits  00  ck  een  raedts-mans   werck :  dm  moet  hy  V  alle  cant 
Stch  wenden  naer  fjn  plicht  naer  V  een  en  V  ander  landt . 
Hy  dient  fjn  oogh  te  Jlaen  op  de  voorleden  tyden 
En  op  die  loopt ,   en  volght  j  dw  can  pin  Prins  hevrjden 
Van  menigb  ongeval .   Dus  geeft  hy  goeden  raedt-^ 
En  (iet ,  hoe  V  lucken  magh  t  ot  fynder  heer  en  baet . 
Men  fal  noch  een  b  verkondt  van  '>  hert  met  d'  ooghen  vinden '. 
Sjn  famen  als  een  Jiel  of  twee  die  Jïch  beminden  ; 

Als  't  hert  is  vol  van  vrcught ,  oock  d''  oogh''  is  hly  geflslt ) 
Doch  foo  ff  traenen  fiort ,   het   hert  oock  lydt  getreldt . 
Den  Raedts-man  fal  fyn  Prins  oock  metter  hert  bemin-nen , 
En  forghen  voor  fjn  huys ,  met  raedt   en   al  fyn  finnen , 
Dies  droef  fyn  om  de  vrees  van  'j-  meeflers  ongeval  ^ 
En  om  fyn  groot  geluck  fich  bly  oock  toonen  fal . 
X*'  oogh  dit  oock  e)ghen  heeft  die  maghmen  nimmer  naecken^ 
Oock  felf  met  met  een  flroy ,  noch  met  den  vina^her  raecken  j 
c  De  oogh  is  al  te  leer  ^  dies  fy  haer  ftrax  bedeckt  ^ 
lae  felf  haer  ooghe  [cheol  terflondt  daer  over  treckt . 
Dl»  moet  een  raedif-man  doen ,   hoe  tiys  hy  ooch  inoght  wefen } 
Ervaeren  in  de  tvet  ^  in  alles  onderwefen  ^ 
Hy  nimmer  fyn  bcjlnyt  oyt  openhaeren  magh , 
Noch  den  geheymcn  raedt  oyt  brenghen  aen  den  dagh . 
d  Voorts  dit  oock  noodigh  is :  met  forgh  hy  fich  fal  -wachten 
Van  alle  gift  en  jonjl ^  fal  alle  fchenck  Verachten^ 

Oft  anders  V  recht  dat  lydt  in  V  ghen""  hy  on.dertvint : 
'Voor w (ter  een  gift  alleen  des  men fc hen  oogh  verblindt  . 
Dit  is  noch  voor  het  lefi  in  d'  ooghen  te  bemercketi : 
Een  famen  fiende  oogh  de  ander  can  verfiercken , 
Daer  d"  eene  voor  en  gaet  ^  de  ander  volgben  fal.y 
lot  meerder  troofi  en  ruft  voor  allen  ongeval. 
e  V  Is  nut  y  meer  als  van  een ,  een  wvfen  raedt  /'  ontfanghen , 
Men  anders  is  beducht ,   en  met   een  vrees"  bevanghen  j 


muU'^i  ancor- 

fio  i>alde  tn 
confilutriis 
tfimielfuria, 
qiisi-Km  cura 
requirit  ,  ut 
non  fvlitm , 
tj^us  fitnt  fu « 
miineriu-i<tê- 
dant  gn,iitner 
fed  ad  ea  eti- 
am  qu£  ad^x- 
Ifornm  (oiifi' 
li.i  pertinent. 


a  On'i  appre- 
Iteitdit  fapien- 
tes  in  aftmiii 
eoriim,  Vcon- 
filit'.m  frayo- 
riim  dijfpat, 
lob.  f.  V.  13. 
b  A'o »  f/? 
Jjjuentia.iioit- 
efljirudentiit  , 
non  ejh  conjï- 
lium  contrei 
Domintim. 
Fiüv.  21.  JO. 
C  Sine  ccnjl' 
lic  nihil  fiLi- 
Oi,  ZP" pojlfii- 
{lum  non  pee- 
nrtebii.  Eccl. 
32.  V.  24. 
d  Nihil  ma- 
gnum aut  ar' 
duum  "gere- 
dere nijl  prx- 
yi.i  dehlrera- 
tioneyel  ion. 
Jitio  habito 
cnmaliis  ,  & 
fine  invocati- 
oneutvini  au- 
.v///(.S.Dioa. 
AreopJg. 
e  ConfiliKm 
res  qti.idai» 
divina  efi. 
Plato. 


ZOO  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

O^  twee  men  meer  betramvt  ^  cV  een  d'  ander  comt  te  baet 
Adet  een  gemeenen  raedt  men  altydt  vafter  gaet . 
Gelitckigh  wAi  den  raedt  .^  die  Jofeph  hadt  gegeven -y 
Die:  van   den  Coninck  meer  voor  al  de   refl^ verheven  j 
Al  fcheen  hy  maer  alleen  ,  en  op  Jich  felf  gegrondt  , 
V  U'm  echter  een  en  raedt  ^   die  oock  in  Godt  beflondt . 
Godts  oogh  öp  Jofeph  viel  met  haer  verlichte  ft r aaien  ; , 
Dm  Jofeph   met  fjn  raedt  zi/tft  alles  t'  achterhaelen 
lot  heft  van  fynen    Prins  ^   die  door  veel  ooirhen  faah -y 
Dhs  broght  hy  Godes  lnf\  en  Jofephs  voor  den  dagh  . 
Godts  raedt  is  hoven  al.  Van   iolcph   moetmen  leer  en 
Sich  om  een  ivyfen  raedt   altydt  nacr   Godil  re   koeren.. 
Dus  tnt  ti  groot  geluck  u  oogh  naer  Godt  moet  ftaen  j 
Alet  Godt  en  fjnen  raedt  fal  V  al  ten  beften  gaen . 

It  is  maer  al  te  waer ,  datmen  in  alle  iyne  beradinghen  eerft 
van  Godt  moet  beginnen,   cnde  geencn  raedt  noch  geven, 
noch  ontfanghen  en  magh   teghen  fynen  goddcivckcn  wille, 
wantmen  anders  vreefen  moet  voor  qiiaede  uytcomlte.' 

Godt,  gelyck  den  verduldighcniyo/;feyde,  veritroyt  cnde  doet  te 
niet  den  raedt  van  de  boofe .  Het  wclck  oock  was  het  leggen  van 
dcn':Uyfemanmet  defe  woorden:  Daer  en  isgecne  wysheydt,  noch- 
te  voorfichtighcydt,  daer  en  is  geenen  raedt  teghen  den  Heer . 

Men  moet  dan  Godt  ende  fyne  wet  eerll  voor  ooghen  hebben, 
endc  overdenckcn,  of  dit  ampt,  dit  officie,  defen  coophandcl,  ofc 
iet  anders  met  Godt  en  fyne  geboden  wel  over  een  comt,  want  ift 
dat  het  ftrydt  teghen  den  goddelycken-  wille,  het  fil  een  lellen  fe- 
kerlyck  quaelyck  uytvallen,  men  moet  in  alle  fvneaffiüren  Godt  eerfl 
te  raedegaen,  foofalhet  gefchieden,  dat  Godt  voor  ons  fal  forghen, 
ende  ons  in  alles  eenen  geluckighen  uytval  verkenen . 

Wy  moghen  nochtans  van  andere  godtvruchtige  cnde  wyfe  man- 
nen raedt  vraeghen ,  het  welcke  Godt  iclve  raedt  by  fvntn  ''  Eccle- 
Jiafticus  met  defe  woorden:  Sone  en  doet  niet  fonder  raedt,  ende  het 
en  fal  u  daernier  ,  als  het  gedaen  is  ,   niet  berouwen . 

Den  «  H.  Dtonyfins  Areopagita  leghr  dit  aldus  leer  wel  uyt :  Dat 
gy  niet  aen  en  gaet,  het  welck  van  groot  gevolgh  cnde  gewicht  is, 
fonder  raedt  met  andere  te  nem.en,  ende  fonder  te  vooren  aengeroe- 
pen  te  hebben  den  goddelvcken  byllandt . 

De  Heydenfche  Philofjphen  waereji  oock  van  gevoelen  ,  datmen  oock 
geenen  raedt  en  mocht  nemen  fonder  het  aenroepen  der  God"?! . 

Hier  om  was  het,  dat  óen  wyfen  PLuo  feyde,  dat  de  bereydinge 
cnde  den  raedt  ccne  goddelycke  faecke  was . 

Daer 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  201 

Daer  en  boven  naer  het  fegghen  van  cenen  vermaerden  a  uytleg-  ci»tftituit,ne., 
ghervandc  H.  Schrifture,  Godt  heeft  foogeftelt:  opdatterniemant,  ƒ  ?»«  r'l>u* 
als  hy  in  alles  wel  ervaren  foude  fyn ,  de  andere  en  foude  verachten,  "^'"^^^  /"' 
maer  fich  liever  aen  een  ander  onder worpende  fynen  raedt  ende  hul-  aiios  contem* 
pc  foude  verfoecken .  nat,fed  ^otiu* 

Het  is  de  pync  weerdt,  hier  van  te  hooren  fpreken  den  b  H.  Ba-  ""'^"-["{"'' ^ 
_ftli!u  den  groeten  fchryvende  op  de  prophccie  van  Jfaiac.  Den  wy-  ƒft'm/,' '", ,V 
fen  raedt  ,  feght  hy,  is  eene  heylige  faecke,  eene  vereeninghe  van  iiommq;  ccn- 
vcrfcheydc  willen,  eene  vrucht  van  liefde,  cnde  een  teecken  van  oodt- ƒ'"♦"' ^'"'** 
moedigheydt,  ter  contrarien  het  is  een  onverdraegelyck  teecken  van  [l""*  -^l^^. 
hooverdigheydt ,  alfmcn  fich  laet  voorllaen,  datmen  niemandt anders  in' EuUfiafl. 
raedt  van  doen  en  heeft,  als  ofmen  door  fyn  eyghen  raedt  alleen  al  <••  i^  t-  *+• 
het  befte  foude  connen  ftellen ;  eenen  raedt  te  ontfanghen  van  een  ^  '^'^"If^'i^ 
wys  en  godtvruchtigh  man,  en  is  geen  weldaedt  van  een  cleyn  ge-  J^JJm,  b- 
wicht  ende  weerde .  Oock  eenen  Overften  moet  geerne  een  anders  nio  yoiunta' 
raedt  hooren ,  feght  den  l>  H.  B  onaventHra  ^  ende  den  felven  ootmoe-  ''*'"•  /■»'^«* 
delyck  vraegen ,  in  het  welck  een  dry-dobbel  profyt  gelegen  is :        1,'Jni'litat^ 

Ten  eerflen;  als  de  andere  fouden  geraedigh  vinden  het  ghene    hy  inJI^ne.Ecorf 

goedt  vindt,  hy  fiil  gerufterfyn,  om  niet  bedroghen  te  worden.      trariointoiu- 

Ten  tweeden^  al  dathy  fal  gedaen  hebben  volgens  den  raedt  van  V^'^'i^^J^"^ 

andere  wyfe  mannen  is  dat  het  anders  uytvalt ,  het  fal  hem   min  ^enLm  ,  ƒ« 

opgeleydt  worden ,  dan  of  hy  fynen  eyghen  fin  ende  raedt  alleen  »«;/««  j«x/- 

hadde  gevolght.  %ilni'a'tu,t 

Ten  derden ,  die  raedt  vraeght  uyt  verdienften  van   fync  ootmoe-  IJJ'^n-^^Julfi 

digheydt  fal  dickwils  van  Godt  verlicht  worden,  om  kennifle  iccry-  fcimfojfitfne 

ghenvan  het  ghene  hy  door  fyn  felven  ofte  door  een  ander  niet  en  confiUodecer- 

foude  verftaen  hebben ,  ^"^'.^^    ?*;' 

Den  c  H.  Gregorins  Paus  bemerckt  hier  ter  contrarie,  dat  de  Over-  „on     exiru'i 

ften,  die  hun  laeten  voorftaen  dat  fy  wyfer  fyn  als  hun  onderfaetcn,  momenti   h- 

onvoorfichtelycker  voortgaen  in  het  ghene  fy  te  doen  hebben,  ver-  >*^J'"'<"i  <^> 

duyftert  fynde  van  de  wolcke  van  hunne  hooveerdigheydt  in  hunnen  "^ll^lo"  on' 

hooghcren  ftaet,  die  daerom  van  Godt  met  reden  geftraft  worden.  fuUametcon. 

Het  is  dan  beter,  oock  den  raedt  te  volghen  van  fyne  onderdae-  //'«wS.Baf. 

nen,  ende  van  die  minder  fyn  van  conditie,  ofte  jonghcr  van  jaeren,  ^^g"- "» •(Z'^- 

de  welcke  dickwils  van  Godt  verlicht  en  gcfchickt  fyn,  om  goeden  <^'"'  *^^<,r» 

raedt  te  connen  geven }  gelyck  gebleken  heeft  in  den  jonghen  ende  cai,tum,co„fi- 

verworpen  jongelinck  Jofe^h,  die  oock  eene  vremde  ilave  was,  jae  ''""'  iitftcr 

felfs  van  overfpel  beticht ,  ende  daerom  in  den  kercker  geworpen  ,  ""f '"•'^~  '"** 

ende  nu  verlcn  daer  uyt  geroepen.  Hoe  voorfichtigh  was  hier  m,  rere,  m  hoe 

denConinck  Pharao  met  fyne  hovelinghen,  denwelcken  nietenfach,  triplex  utiU. 

van  wiën  den  raedt  quam,  maer  alleen  op  den  inhoudt  van  Jofèphs  ''^  '""f'fi"- 

raedt  fynooghmerck  nemende,  den  wekken  hy  oordeelde  heel  goedt  ^jJ^^j'/'/J^ 

C  c  ende  o* 


zoi  DE  GODDELYCKE    VOORSIENïGHEYDT, 

cy/'/./?, /ff«.  cndc  voorfichtigh  te  vefen  .  Soocanmen  fomtydts  uyt  cenacrdepot- 
»Z"deap-^t  '^^'■^'^"i  gelyckmcn  fcght,  fuyver  water  drincken  :  De  wceo  pn-a  ebi- 
tw.  2  Onii-  bitnr  aqua . 

qnid  fe.crn  Voorts  hicr  fyti  noch  eenige  dinghen  te  bemerchen  acngaende 
cum  fruda,-  ^g  jacden : 

turn   conJUio  ,         t  r  n_  i  j       i  r  t 

fiuliudeycne  Voor  ccrit  nacr  het  oordeel  van  wyfe  mannen  en  maghmen  noyt 
rit  loiiirarihyte  haelHgh  fvn  in  den  raedt  in  het  werck  te  Hellen,  om  nietquae- 
ni,!Uietf,ote-  lyck  uyt  te  vallen,  cndedaernacr  met  fchandeendcdlckwilsmetfcha- 
'niiam^1ï'''Z'o  ^^  te  moeten  feggen  defc  onvoorfichtigc  woorden:  No»  futabarn: 
t.intiim  fe„i„  Dit  en  haddeick  niet gcmocnt ,  ickenhaddc  niet  gedacht,  dat  myne 
»i /'fi/y/ff.  3.  faecke  foo  quaelyck  foudc  afgeloopcn  hebben,  ick  moefte  beteren 
(jucd  jipe  m  j-aedt  genomen  hebben :  men  moet  altvdt  traegh  ende  voorfichtigh 
iJJtil  'tatu,  fy^  i"  iynen  raedt.  Daer  en  is  niet  ichadelycker  aen  den  raedt,  als 
Deiii  det  tlti  tc  grootc  hacilc :  Nthtl  conjïliis  terntciojim  cjuam  celerita-s  feght  Titm 
agnoj<ere  per  Ltvins .  Hoort  hicr  Van  fprckcn  den  Philofoph  a  yfnjioteles  ,  ghy  moet 
luldantènon  t^i'^^gh  voortgaen  feght  hy,  in  het  beraeden,  ende  aldus  uwen  raedt 
tnteiitxit.  s.  genomen  hebbende,  den  ielven  tcrftondt  in  het  werck  leggen. 
Bonav.  Den  roomi'chen  Keyler  Tltus  fejp/T/iamts  fonc  van  relf^Jianus  den 

Grooten  willende  een  ieder  lecren,  op  wat  maniere  hy  wyfen  i"aedt 
tiucdllldnl's  nioeft  nemen ,  fteldc  oock  voor  als  een  finne-beeldt  daer. van ,  eencn 
hi,quipr£-  Dolphjn  gewrongen  rondtfom  eenen  Ancker  :  want  ccnen  ancker 
fimt  ,  minus  ggp,  yoorbeeldt  is  van  traegheydt  ,  ende  den  Dolphyn  gclyck  A- 
f^""^^'  ^'"^  nfluteles  feght,  is  het  fnelften  onder  de  vifTchcn  in  het'  fwem- 
hnrantur ,  Tatii .  Soo  dan  dcn  Ancher  ■m&t  den  Dn/phyn  vevvocghx  leert  ons  dat- 
fhrumqiivfa,  men  in  den  raedt  de  traegheydt  ende  de  fnelhevdtmoet  faeraen  voe- 

ta'eljlxl'  Daer  wordt  daer-en-bovenin  eencn  raedtf-man  noch  verfocht  een 
genda  fiini ,  gocdt  Icvcn ,  want  dic  voor  fyn  felven  geene  fbrge  en  draeght,  hoe 
yideunr,ijutu  j^j  ^y  yoor  cen  andcr  forghen  ?  ende  hem  goeden  raedt  conncnge- 
r/7''^  „7"""  ven?  tc  meer  om  dat  de  fonden  fvn  vcrftandt  verduyileren,  foo  dat 
LiiLicietiioiiis  hy  met  wel  lien  en  can,  ende  verltaen ,  die  m  fonden  lec^t. 
ohfairat.  s..  Dcn  Kcyfcr  ^  yi!^cnlh:s  fchryvendc  teghcn  Aiarais  Anio:ms  fprack 
Greg.  /.  52.  ai(JLis :  Het  en  can  niet  gel'chieden,  dat  iemandt,  die  een  boos  ende 
'  a '  "^  ichandclyck  leven  leeft,  aen  cen  ander  goeden  raedt  geve,  ende  iet 
'^Deliberaii'  wccrdiglis  uytwerckc  . 

dum tardcCT-  Sophocles  den  SopI}iil  feyde  het  felve  in  het  cort  :  improhnm  in 
;    ,  mentem  non  cadrnt  co:uilia:  dat  is:    \n  een  boos  "emoedt  en  connen 

leriter  ngen-  1  11  11  '-'      i  1-1 

d,ifuni  Aiift.  geene  goede  raedcn  vallen  ,  want,  gelyckmen  naer  het  oudt  iprccck- 
l.e.EihiL.i..^.  woordt  feght  Tdele  Smnen  ^Tdele  raede»,  tot  fchaede  ende  oneer  van 
b    Fieri  non  g^j^  ieder  .•  Jfiant'im  hmnia  conjtlia . 

pr'frcfaL'^a'      Üic^  comt  te  pafTe  het  ghene  den  verdandighcn  Kevfervan  Roo- 

■>£iuptiiari.im  mefi  c  Jfilifis  Cafar  eens  [cydc:  aldus  fprekende :  Alle   de  mcnfchcn, 

■>'■-  die 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  203 

.  yitam  tradit- 

die  in  twyfelacntige  dinghen  laedt  nemen  ende  geven,  moeten  wy  at,  yiro  all 
fynvanhaet,  van  vriendtfchap,  van  giamfchap, van  medelyden &c  het  i""l  digmim 
gemocdt,  daer  de  paflien  tufï'chen  comen,  en  fiet  niet.  Als  ghy  het  ^^"{"^u  ^Pt 
vcrltandt  te  wcrck  ftek ,  het  is  wel,  ift  dattergcenenongercgcldcn  i,tip.*  conn^ 
drift  tuflchcn  en  ipeclt  j  anderfins  en  canmen  niet  goedts  voorts-  M.irc.^Ant, 
brenghen.  "/"^    ^""^ 

Den  ''  //.  AmhroJtHs  befchryft  ons  ten  uytterftcn  wel eencn goeden  j.'  o^mm,  ho. 
racdtf-man:  Wilt  ghy  eenen  goeden  raedti'-man  hebben  Icght  hy,  mines,  qui<U 
dien  fult  ghy  vinden,  daer  de  deughtis,  ènde  goedtjonftighcydt .  rebus  conful- 
Want  wie  taldereeneclaerefonteyne  gacn  foccken  inhct  flyck  ?  Wie  '_""'•"'"'''"'' 
laldcr  willen  dnncken  van  een  vuyl  water  ?  hy  gaet  noch  voort :  bal-  aijne  mi/er,- 
men  dan  meynen,  datmen  ergens  iet  goedts  can  uytputten,  dacran-  cordia -rucuot 
dcrs  niet  en  is  als  onkuylchcydt,  onmaecigheydt,  eene  vergaderinge  ^''  ,  ^*"f- 
van  alle  Tonden?  Wie  falmen  nuttigh  oordeelen  voor  iemandts  anders  anilnusyèrl 
profyt,  daer  hy  fchadclyck  is  aen  fyn  felvcn?  Wie  fal  connen  denc-  feryidet,uLii- 
ken,  dat  dien  myin  raedt  foudete  boven  gacn  die  ick  van  minderen ./'■"''/"'""J"^» 
racdt  moet  oordeelen  om  fyn  ongereeelt  leven  .''  fal  my  iemandt  be-  ""''"  ''''" ,"'" 
quaem  diincken  om  my  raedt  te  geven,  den  welcken  aen  lyn  Iclvcn  j;  ui^do  „on 
gecnen  raedt  en  heeft  gegeven,  daer  en  is  noyt  iet  goedts  te  vcrwach-  pojjldet.nbi  e,t 
ten  van  den  raedt  van  quaede  menfchen,  van  de  welcke  men  anders  '^""""'""■t-i- 

■    ^  f  ,  ,     ' ,  1-^  j  jr  nim:is     nihil 

nict  en  Iict,  als  ongeluck,  verdriet,  ende  verderf.  ^^i^^^  q.j.i-^ 

De  boofe  endenydigeRaedtf-heeren  hadden  gcraeden  aen  den  Co-  .tpud  Salufl. 
ninck  b  Darius ,  dat  hy  een  gebodt  foude  uytgeven  ,  dat  dcnghenen,  ^  /«5»«rf»- 
die  dertigh  daghen  lanck  van  iemandt  iet  foude  verfoecken,  als  van  J^rimu'»  '"  ' 
den  Coninck  alleen,  oock  niet  van  Godt,  fekerlyck  in  den  kuylder  Uc  yns pro- 
leeuwen foude  geworpen  worden.  Eenen  wreeden  ende onrechtveer-^"^*'.  ">•"•'«- 
dighen  raedt!  door  den  welcken  fy  meenden  Damel  te  verderven,  """  P'^'^rcg». 
ende  voor  de  leeuwen  te  doen  worpen  5  fy  lieten  hun  vooriben,  dat  èjl„  in'^l'il 
Damel  binnen  dien  tydt  niet  en  foude  gelaeten  hebben,  f)nen  Godt  fontem  repe- 
te  aanbidden,  gelyck  het  oock  gefchiede,  ende  daerom  wierdt  hy  '"-^cT-r,  s. 
in  den  kuyl  geworpen,  maer Co^i  bewaerde  Daniel  van  de  leeuwen,  „-^.Jlm'^' 
ende  alle  de  boofe  raedlf- mannen  wierden  felf  naer  hun  verdicnllen  b  Omnis  , 
in  den  kuyl  gefmeten,  ende.  van  de  leeuwen,  die  Dnniel  gefpaert  '7"'  petient 
hadden  ,   tcrttondt  verfcheurt .  nlTm'^^/T 

Het  gefchicdt  v/el  fomtydts,  dat  den  raedt  van  de  quacd-^  men-  culLZe  nJl 
fql]cn  wel  uytvalt ,  maer  evenwel,  men  magh  daer  op  nict  betrou-  c^  homheuf. 
wen,  noch  den  felven  volghen,  den  welcken  Godt  daernacr  comt  'p'e'idjo.di^ 
omverre  te  ftooten  ende  te  vernietiehen  tot  hun  verderf.  %     L„!\  '!! 

Den  Racdt  van  Achitnpbel  wierdt  foo  groot  geacht,  als  of  het  den  ,n  U-nm  Uo' 
raedt  Xjodts  haddc  geweeft  ;  hierom  was  David  bevreeft,  om  dat  Ar-  "iw/i.Uaniel.iï 
chtfophtl  nu  met  fynen  wcJeripannighen  fone  Abfolon  was  gevallen,  '^,    •^'■y""- 
hy  badt  Godt-^  dat  hy  fynen  raedt  wilde  vcrydelcn  :  Injatna  Cji^AfimHs  \ülodmn]'!fif- 
(  C  c  2  Domme  Jft< 


204  DE  GODDELYCKE  VOORSrENIGHEYDT 

fetfaflumco'  neming  cmfilium  Architophel ;  ende  m etter  daet  den  raedt  wierdtver- 
d,'}l7rJrTo.  ^^'oyï?  als  AhColoti  daernaer  den  racdt  van  Chi^fai  qiiam  te  volghen, 
mofiiajiijfen-  wacr  door  hy  het  ongeluck  crecgh  ,  van  met  dry  lancicn  doorlteken 
dion>;eri,t.i-  te  wordcp ,  om  het  welck  <"  y^chnnphel  daernaer  uyt  fpyt  ende  gevoe- 
Kes,.ij-y.z^.  jg^ ,  oin  dat  Abfilon  fynen  raedt  niet  gevolght  enhadde,  fich  infyn 
huys  quam  te  verhanghen.  Men  moet  dan  altydt  den  raedt  van  goe- 
de menlchen  volghen  ; 

Soodanige  goede  Raedtf-mannen  fyn  geweeft  onfen  Jofe^h  voor 

g  die  van  Egypten  ,  Mojfes  voor  de  Jfraeltten ,  Darnel  voor  de  Joden . 

ConfiliurnXo-       Den  A  H.  Ambrofiis  (Tprcckttr  van:  Jofeph^  feght  hy,  is  profytigh 

feph  Mgypto  geweeft  aen  heel  het  landt  van  Egypen^  foo  dat  het  geenfins  en  ge- 

T^T^it^non  ^'"''l'^^  *^^  opgecomen  onvruchtbaerheydt ,  jae  de  andere  landen  felf 

Scnt\r,t^.an-  byftondt  . 

nor'tmjierili'  Daniël  geworden  fynde  den  opperden  van  des  Coninx  raedt,  heeft 
taieme^. D:i-  yooj.  f,ej-  teghcnwoordigh  ende  het  toecomeude  forghe  gedraeghen. 
^olflhlni'm"'  ^^^"^  ^^^  ^^^'-  fcgghen  van  Mojfes?  naer  wiens  raedt  fich  voeghdcal 
arbiter  f  icf;is  het  volck  van  /fraïlf  het  wclck  altydt  wel  luckte. 
confiUii  emi-  Men  can  nu  genoegh  merckcn  ,  datmen  alleen  den  raedt  Go^/j- . 
iAyitprifcn-  ^^^^  ^^^  goede  menfchen  moet  volghen  ,  eemerckt  hy  in  Godt  ce- 
yit  futura.  vcltight  IS,  den  welcken  oock  vroegh  ott  laeteencn  geluckighenuyt- 
^Ht^d  de  Mo-  val  fal  hebben. 

y(e   loquar?       Eer  ick  nu  dcfe  fede-lefle  eyndigc,  ick  wcnfte  wel,  dat  allctwy- 

Tl'''\uot'd,'e  felachtighe  ende  bedruckte  menfchen  naer    Godt  hunnen  toevlucht 

confdtampri-  oock  nacmeu  tot  fyne  Moeder  de  alderhcylighde  Maeght  y^-7>7/z,  die 

floLihatuT^i.  de  moeder  van  goeden  racdt  genoemt  wordt:  Mater  bom  conjihi. 

S.Ambr. /.  2.       Hacrcn  beminden  fone  ,    naer  het  feggen  van  de    HH  .  Vaders, 

"if"-'-     •       heeft  aen  fyne  moeder  de  macht  gegeven,  om  fynehemelfche  gaeven 

ende  gratiën  aen  de  menfchen  uyt  te  deelen  de  wclcke,   gelyck  den 

H.  Bernardus  feght,  allegader  moeten  paflèeren  door  de  handen  van 

Serm.  ie  ri-  Mnna .  Nihil  r:os  Deus  haiere  -volMt  ^  cjuod  per  mnnns  Mariic  non  tranf- 

giUNnuy'     iret .  Sy  is  de  uytdeylfter  van  den  goddelycken  feghen  ,    ende  fy  en 

wenft  maer,  dat  alle  twyifelachtige  ende  bedruckte  menfchen  tot 

haer  om  raedt  quacmen  . 

Daer  is  veel  aen  gelcghen  altydt  goeden  raedt  te  volghen  in  faec- 
ken  van  groot  gewicht,  oock  in  het  aenveerden  van  ecncn  ttact  des 
levens,  die  ons  met  meerdere  rufteende  fekerheydt  can  brenghen  tot 
de  faligheydt . 

Hier  voor  moetmen  feer  beforght  fyn ,  ende  fich  wel  beraedcn  , 
ende  hier  toe  dickwils  raedt  vracghen  van  de  H.  Maeght,  die  cene 
moeder  is  van  goeden  raedt ,  Mater  bom  cofjjïlit  ,  de  vclcke  aenge- 
rocpen  fynde ,  aen  een  ieder  maer  en  wend  hier  in  bchulplaem  te 
wefen  . 

De 


UYTGEBEELDT     in    JOSEPH.  zof 

De  woorden,  die  Rehcca  fprack  tot  hncren  fone  Jacob  :  Fili  mi  Gen.;;.-».  8. 
(icijitiefce  confiltis  mei< .  Myncn  tbnc  volght  myne  racden  ,  worden  ManutftRi- 
van  de  UU.  Vaders  toegeeygent  aen  de  H.  Maghet,  als  of  fy  oock  ^'"^'j-'^fr^l 
feyde:  Gomt  allcgaeder  tot  my ,  belbnderlyck  al  ghy  noch  in  for-  J'','^j'^,'Ji,  J"^ 
ghe  ende  t>>'yffi'l  (yt  ,  van  eenen  ftaet  uws  levens  ,  ende  ick  M  u  qniefie  confi. 
daer  in  helpen  ende  beftieren,  het  welck  befonderlyck  fync  plaetfe  ii'^mets.Ki. 
moet  hebben  in  het  beraeden  over  den  werelycken  of  geellelyckcn  ^'™  '  ^^f^ 
ftaet.  ^.dcLud  D. 

Veele  menfchen  jonghmans  ende  dochters  fyn  hier  al  te  lichtveer-  r.lib.  i. 
digh  ,  van  de  weicke  hun  fommighe  comente  begeven  ten  houwe- 
lycken  ftaet  .illcenlyck ,  om  in  alles  hunne  vryheydtte  hebben,  buy- 
ten  den  lall  ende  vermaeninghen  van  hunne  ouders  ofte  overften . 
Andere  willen  trouwen  uyt  enckele  blinde  finnelyckheydt,  oock  om 
enckel  fchoonheydt,  om  ryckdommen,  of  om  iet  fulckx  .  Maer  die 
houwelyckenen  kicken gemeenelyck  niet,  om  datfy  gefchieden  fon- 
dcr  fynen  toevlucht  te  nemen  tot  Godt  oft  fync  H.  moeder  Manu. 
Die  H  .  Moeder  Godts  helpt  hier  in  haerc  dienaers  ende  die- 
naereffen:  fy  verlicht  hun  verftandt,  fybeweeght  ende  onlleeckt  den 
wille  om  hier  in  wyfclyck  voort  tegaen  :foodatmenfomtydts  tevoo- 
ren  fich  geneghen  voelde  tot  de  wereldt,  daernaer  tot  Godt  ofte 
Maria  fynen  toevlucht  genomen  hebbende,  van  fin  heel  comt  te  ver- 
anderen, ende  de  wereldt  te  laetenj  ende  foo  in  cencn  beteren  ftaet 
fynde  geraeckender  veele  tot  de  laeligheydt,  daer  fy  anders  niet  en 
fouden  toe  gccomen  hebben  . 

Het  is  bekent  uyt  het  leven  van  den  //  Thoma-s  van  Acjuino^  dat 
hy  van  de  H.  Maghet  verweckt  is  geweeft  tot  de  Orden  van  den 
H.  DominictiS  . 

Het  felve  wordt  oock  verhacit  in  het  leven  van  den  falighen  Sta- 
nijlatis  Koftca ,  gcborf'ii  uyt  de  eerfte  Princcn  v?n  Polen  ,  als  hy  eens 
in  eene  doodclycke  ficcktc  van  de  H.  Magct  bcfocht  wierdt,  ende 
van  haer  genefen,  eer  fv  verdween,  gaf  hem  den  raedt,  dat  hygaen 
foudc  in  de  Societeyt  van  Jefus,  het  welck  hy  bekent  heeft  . 

Van  gelycken  den  roep  van  den  fdighen  AloyJÏHs  Go?r^aaa  tot  de  * 

felve  Orden  is  oock  eene  mede-werckinge  geweeft  van  dealder-hey- 
lighfte  Maghet . 

Hy  was  den  oudtftcn  fone  van  den  Marquics  de  Caftillon,  van  het 
huysvan  GimTLaga  ende  Mantua^  ende  Prins  van  het  Ryck  .  Defen  jon- 
gelinck  gecomcn  fynde  tot  het-vyfthienfte  jaer  fyns  jonckheydt,  be- 
gon te  peyfen  op  eenen  ftaet  des  levens,  in  den  wekken  hy  geruftcr 
ende  fekerder  fync  faligheydt  foude  connen  wercken.  Hy  was  alsdan 
te  Aiadnd  in  Spagnien  met  het  hof  van  den  Keyfer,  Godt  aldaer 
gcduerelyck  biddende  door  de  voorfpraccke  van  fyne  moeder,  om 

C  c  3  fvnen 


aa<>   DE  GODDELYCKE  VOüRSIENIGHE YDT 

fyncn  wille  daer  over  te  verftacn,  endefoo  hy  tot  dien  eynde  op  den 
fccft-dagb  van  onfe  L.  Yyouwc  Hemehaen met  alleteerc  afFeólieont- 
fanghen  h-^dde  de  H.  Communie,  ende  goduvruchtelyck  aldaer  ver- 
locht  den  byibmdt  van  dcH.  Maghet  Maria,  die  dacrgenocmt  worde 
de  moeder  van  goeden  Raedt  Aldier  bom  eonfilii^  fiet,  heel  onver- 
wachts hoorde  hy  ecnc  ftemme  twee  maels  leggende  :  Jngredcre  in 
Societatem  Jef't-i  gaetinde  vcrgaederinge  van  Jefus  ,  inde  welcke  hy 
ten  letten  met  oorlof  van  fynen  vader  ontfanglien  fynde  ,  in  defelve 
fvn  leven  heylighlyck  qunm  te  cyndighen . 

Uyt  al  het  welck  claerlyckblyckt,  dat  de  goddclycke  moeder  Z./^- 
ria  is  ecne  goede  Raedtf-vrouwe  voor  allede  ghcne,  die  tot  hacraen- 
gacnde  het  aenveerden  van  cenen  llaet  des  levens  hunnen  toevlucht 
lullen  willen  nemen . 

Doch  het  en  is  hier  in,  niet  alleen  ,  datmen  hacrtc  raede  behoort 
te  gaen,  maer  oock  in  alle  andere  dinghen  j  in  fyncn  coophandel,  in 
het  bedienen  van  eenigh  ampt,  in  het  maecken  van  ccnigh  accort , 
ofc  in  iet  anders,  gelyck  het  can  voorvallen  . 

Hierom  is  het,  dat  fommighe  Magillraeten  van  fledenhaer  dick- 

maels  gecofen  hebben  voor  haere  Patronerfle  in  alle  hunne  beradinghen. 

Den  E.  P.  Jo^mies  Nadafi  van  de  focieteyt  Jtfu   verhaelt  ,  d;it  ia 

eene  ftadt  van  JtaUen  otvacms.  <%  lJ--be  i'etern^tw  Magillraet  derlelve 

a    UrbeVcte-  dcfe  gewoonte  hadde  acngenomcn,  dat  als  wannecrmen   ergens  van 

ri  mos  e,f  ,>i.  r^oelle  raedt  nemen,  datter  ccrft  eentcecken  daer  van  met  de  grootc 

</«a«j    D',.    I     ]      fouje  o;en;even  worden,  op  dat  den  Ma'gilbaet  met  het  volck 

isnfilniZuU  de  H.  Maghet  ioude  comen  groeten ,  ende  haeren  byltanut  verloec- 

quotiesud  £■  ken  toteene  geluckige  uytcomlle  van  hunne  beraedinghen  . 

ris   i^mp.ini       j^/j^^  foodanighen  lof  heeit  oock  den  Magiftract  van  de   iladt  van 

lEr''\M.i'r'i'.  -Amwerfen  door  het  atnraeden  van  dien  grootcn   dicnacr  van  Maria 

jlratuconfii-  den  E.  P.  Franc:  Cojlcr/zs  van  de  Societc)  t  Jeüi  boven  voor  het  ihidt- 

um    inimr,  huys  docn  ftellcndat  fchoon  groot  beeldt  van  de  H.  Maght  ALiria^ 

V,ls  ü-""/v'  ""^  ^'^^^'  ^^'^"^  ^^^  ^'"'"'^  ^^'^'^  ^'^'^^  goede  Raedtf-vrouwe  ,  ter  handt 
'luL'^ddiU.  hebbende,  ende  haer  aenrocpende,  in  alle  bcracdinghen  eenegcluc- 
r.itio  ir.DtU-  kigc  uytcomlle  te  vercryghcn. 

^.ii,,ral?  om.  Voor  hct  leftc  alle  goede  Chriftcncn  moeten  hun  lactcn  voorllaen, 
'"'■""•  ''";""  dat  fy  naer  Godt  de  alderbeftc  Raedtf-vrouwe  is  voor  alle  menfchcn 
illi  prcab.u  als  haere  kinderen  ,  tot  elck  in  het  belonder  leggende:  F.ii  TTsiaccjHi- 
aJiuvent.  efce  confilils  meis  .  Mynen  fone  volght  myne  racdcn,  leeft  allcgaeder 
Nadaii-  "»  Q^^^  gedachtish  fynde  in  uwen  llact .  dracght  forge  meer  voor  het  ctu- 
M^riu'ni.      wigh  als  voor  het  tydclyclc  . 

lil  dat  wy  defen  raedt  van  Afaria\'6\ghcn.)  wy  fullcnfckerlyck  mo- 
ghcn  verhopen,  dat  wy  foofullen  palTecrendocr  de  tydclycke  goede- 
ren, dat  wy  de  ccuwighc  oock  fuilca  vercrygen.  Lact  ons  wederom 
voortgaenin  dcHilloric  van  yo/J^/j.  III.  CAP- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 
III.    CAPITTÈL. 


Z07 


Ve  Ie  n;ef}[chen  in  den    tydt  van   onvruchtkterheyck   cumm 

ttyt  honger s  noodt  7iaiY  Egypten  ^  o?n  graenentecoopsn, 

ende  onder  andere  comen  daer  oock.  nyt  het  landt 

van  Chanaan  de  Broeders  van  jofeph. 

a  Igiturlriif- 

Ls  nu   ten  Icften  de  feven-iaf-rige  vruchtbaerlievdt  '"^'^'-^  jepiem 

van  graencn  geeyndight  was  dan  fyndcr  gcvolght  de  "  """"  '"" 

leven  jaerenvanonvruchtbacrhcydt,  die  Jofcphh^iddc 

voorfeydt  ,   waer    uyt   daer   naer   een    aldergrootlte 

gebreck  ende  hongers   noodt  quam  te  volghen,  niet 

alleen  in  Ej^ypteft,  maer  in  de  omliggende  ende  verre 

landen. .    .   Niemandtencan  van  degroote  mocyelyckheydt  van  den 

hongher  beter  oordeelen ,  als  die  hem  felf  geprocfr  heeft . 

Den  <!  H.  Bafiüus  Bifchof  van  Seleucta  fcght ,  dat  ecnen  fcherpen 

hongher  het  mecfte  quaedt  is  onder  alle  menfchelyckc ellenden  ,  py- 

nelyckcr  fynde  als  alle  andere  foorten  vandoodcnj  want  alle  andere  »•»""»    <^'^l'»t 

foorten  de3  doodts  de  menfchen  haefter  comen  om  te  brenghen  >  en-  '//""'"  •  '*: 

de  het  leven  te  benemen,  het  welck  is  eene  licht  pafTeerende  pyne,  ^"l'^"rc  T,l'o- 

ende  eene  haelHgher  doodt  >  maer  den  honghers  noodt  ducrt  veel  lanr  "'»  "fferens 

gher-,  terftondt  fmert  hy,  ende  doet  den  hongerighen  menfch  trae-  fi"'"'-  ^'^'"* 

ghcr  befwycken,  ende  allenskens  fterven,  den  wclcken  te  vooren  het  'tauThlnl 

lichaem  heel  onfienlyck  maeckt  teenemacl   uvtgmergelt ,   ende  daer-  ^i.ümmcmcon- 

naer  den   menfch  het  leven  neemt.   Het  ghene  ons  den  H.  Bifchop  ƒ"''«^'^'■'"'■'- 

feer   wel  in  tdruckt ,  dat  fal  ick  hier  in  een  diiydtfch  rvm  wat  bree-  '^"*  ""'?"':"* 
A.^ .ii-»iu„  ■'  ^  """i'-"'  '^'^''- 

itnt;  (S"  j.iwes 
Aiuf-iriiiKs  efl 
ni.tlnyn  ,oiyus 


ntcrtatis  an- 
lus,  qui  fue-» 
ri\nt  in  JE- 
Tff'to,  c£pe- 
runt  •venire 
aiini  iiioptx  , 
qitos  prxdjx- 
erAt  jüjepj}. 
Gen.        41. 

■"•  53- 

b     HiimanU' 

rum    laLimi- 


der  voorilellen . 

IVie  fal  den   honghers  noodt  dit  bitter  cjftaedt  befchryvefi  ? 

Een  quaedt ,  dat  't  lichaem  wraight ,  en  lanck  tn  fyn  doet  blyvin?  '"  "^"clnulèf- 
De  7K,:egh'  van  hongher  baj}^  als  een  verf.onden  hondt;  dt  .[tnfimo:- 


Geen  quaedt  dsn  menfch  foo  quelt  als  die  den  hongher  wondt . 
Den  hongher  V  bloedt  verteert,  voor  d^  ooghen  can  hét  blycken? 

Het  aenjichts  foet  coiem-  fiet7nen  ivel  haefl  befvycken: 
Bleeckverii'igh  is  den  mondt  ^  allom  een  droef  Tclaet^ 

Dat  eerfl  vol  levens  ' um .,  allenshens  meer  veraaet . 
De  hnen  fjn  machteloos;  den  ganck  comt  te  beneven  , 

Men  Jiet  t'  verteerde  Ijf  van  alle  canten  beven, 
Jiet,  fchicr  can  bljven  flacn ,  heel  tqtgeput  van  bloedt . 

Ejld^s  den  honghers  noodt  den  menfch  beflvj eken  doe:. 


ttin.  S.BafiL 
Epiic.  Seleu. 
m  DtAWcine  8 
ie  ^ofcjih. 


IFat 


zo8  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

JVat  fchrael  en  flauwe  ftem !  men  hoort  hein  na»w''lyx  fl^reken^ 

Sy?j  foete  flem  vergaet ,  en  is  bjcans  befweken  . 
Nu  hoortmen  maer  een  fucht ,  niet  meer  een  foet  gefanck  ! 

Het  /inghen  is  voorby  :  men  hoort  geen  bly  geclanck . 
V  Is  jammer  aen  te  Jien  de  ingevallen  ooghen^ 

Die  heel  verduyflert  flaen  ^  men  Jietfe  neder  boo^hen 
Van  hongher  ^  fonder  er  acht  ^  en  fchïer  fonder  gejicht  ^ 

Claer*  firaelen  van  te  voor ,  nu  echter  fonder  licht . 
De  beendWen^  en  't  gewricht  met  vel  maer  overirocken^ 

Half  droogh  als  eenen  ftock ,  boort  m"  ujt  hun  felven  fchocken . 
'/  Lyf  uytgemergelt  is;  gants  fiauw  uyt  honghers  noodt ^ 

In  V  ruggebeen  maer  vafl  met  een  aenjiaende  doodt . 

OM  nu  te  fpieken  van  den  grooten  hongher  endc  gebreck  op 
dien  tydt  vanonvruchtbacrheydt:  Den  Propheet  yT/oiyê^  Ipreck- 
ter  aldus  van :  In  tmtverfo  orbe  fames  p-Avalttit .  den  dieren  tydt  is 
machtigh  geworden  over  heel  de  wercldt,  dat  is,  gelyck  de  uyt- 
leggers  leggen,  in  de  groote  ende  verre  omliggende  landen  . 

Als  nu  al  het  graen  ende  coorn  verteert  was  in  het  landt  v.in  £V);^- 
ten  het  volck  van  de  gemeente  wierdt-  gedwonghen  tot  den  Coninclc, 
als  tot  hunnen  vader  haeren  toevlucht  te  nemen.,  om  noodt  druft  te 
verfoecken  :  qua  efunente  clamavh  populus  ad  Pharaonem  altmenta  fetens  . 
De  welcke  hy  allegaeder  vrindelyck  ontfonck  ,  ende  tot  'Jofe^h  fondt , 
die  hun  voorllen  foude  van  het  ghene  fy  tot  hunnen  noodt-aruftfou- 
den  van  doen  hebben  .  Qmbus  tlle  rejfondtt :  Ite  ad  Jofeph :  den  wek- 
ken volgens  den  laflvan  den  Coninck  de  fchueren  opende  ,  ende  van 
het  opgefloten  terwe  vcrcochte  al  dat  fy  van  noode  hadden. 

Het  welck  oock  ftreckte  tot  lof  van  den  goedthertighen  Coninck, 
die  voor  fyne  onderfaeten  beforght  was ,  al  hadde  het  moeten  wefen 
met  fyn  fweet  ,  en  bloedt,  als  eenen  Pelltcaen  voor  fync  jonxkens, 
die  by  gebreck  van  aes ,  en  éten  met  fynen  beek  fyne  borll  opent , 
om  met  fyn  uytgeparft  bloedt  die  te  voeden  ende  in  het  leven  tehouden. 

Om  die  reden  was  het,  dat  de  Coninghen  \m\  Pormgael 'xn  hun 
wapens  altydt  gevoert  hebben  eenen  Pellicaen  met  fyne  jonxkens , 
omtebetoonen,  dat  fy  oock  met  hun  bloedt  hunne  onderdaenengeern 
wilden  behulpfaem  wefen . 

Geluckigh  ende  lofwerdigh  is  den  Coninck,  die  aen  fyn  behoef- 
tigh  volck  eene  vaderlycke  genegentheydt  ende  mildtheydt  betoont, 
ofte  door  fyn  felven,  oft  door  een  ander,  gelyck  den  Coninck  Pha- 
rao  ende  Jofeph  dedc,  die  nacr  hem  den  toevlucht  was  van  alle  be- 
hoeftige, ende  den  trooft  inden  hongeis  noodt  van  Fgypten . 

Doch  defcn  honger  en  was  niet  alleen  overgecomen  in  het  Ryck 

van 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  iop 

Tan  E^^vpen  maer  oock  in  alle  omliggende  cnde  noch  verderelanden,  a  omnesFro. 
de  welcke  oock  uyt  groot  gebrcck  gedwonehen  wierden ,  in  Evypten  "^i»^'^  feme- 

1      I    u    ^  /L  ■       j      TT     c      -iV  ^  batinJtvyp' 

graenen  te  comen  coopcn,  gelyck  het  Itaet  in  de  H.  bcnlture  met  ,„^  ^.t  tmt. 
óck  woorden  :  «■  Endeallc  de  Provinciën  quaemen in  Egjften  om  éten  re»/ «/;.«, ct- 
te  coopen  ende  het  quaedtvan  de  armoede  te  verfoeten .  Lippomamu  maiummopie 
dien  geleerden  Billchop  VAn  Maofia  hcch  hier  op  eene  ibete  bemerc-  Cen'^'^i T-V 
kinge:  men  moet  niet  meynen  ,  feght  hy  ,  dat  de  Foor/Fe>nghejdt  Godtfi  TexmsChaM. 
hacrmaer  alleen  hier  en  vertoont  in  de  naeft-gelcgen  landen  ,  om  haer  fichuiet-.re- 

'    1.  TC 

tca  tydevan  haercnhonq-ers  noodt  byteftaen,  rnacrbefonderlvck ,  op  '"f''»'»""^- 
dat  oock  in  dic  groot  gebrcck  denalmogenden  ,  ende  wylen  Godt  van  „/erent  ƒ•«- 
Ifraël  door  delen  iynen  dienaer  Jofeoh  foudc  bekent  worden.  maitiimklo- 

VooiCsditgcbreck  van  graenen  was  daer  naer  oock  overgccomen  in  %^- 
het  landt  van  Cknnaan ,  in  het  welck  '^acob  den  vader  van  Jofeph^mcx.  alle  yoUn  ■\-er"L 
fyne  andere  fonen  woonde,  die  oock  verftuen  hadde,  datterin  Egyften  care  fommum 
veel  coren  en  graen  was,  het  welck  vercocht  wicrdt  aende  vremdelingc.  Jofe/'l, ,ncm- 

Maer  eer  ick  voorrgae:  dit  fchynt,  ten  uytterften  wonder  te  fyn  ,  t^^"^^  fèrï^". 
dat  J-ofeph  foo  veel  geleden  hebbende  ende  nu  in  het  negende'  jaer  ge-.-eltHr  7> 
van  fyne  glorie  ende  verheffinge,  ende  met  iyne  flavernye  te  lamen  ^^yctumi-c- 
hct  dry-en-twmtighlle,  daer  en  tufTchen  niet  het  minfte  van  Iynen  "'^y-'^'ï^j»- 
Ihèt  en  heeft  laeten  weten  aen  fynen  ouden  ende  beminden  vader  rareThmill 
Jucob^  daer  hy  nochtans  wel  condc  dencken,  dathyin  eene  langh-  m  Cen. 
duerigc  drocfheydt  moefte  geweefl  hebben ;  macr  dit  alles  en  is  niet  ^  ^udicns 
gcfchiedt  ibnder  de  fchickinge  van  den  al  Foorjlendea  Godt .  ""'7'  >^.*""^'' 

h  CorneliMs  Alapide  van  onle  oocieteyt  (prekende  daer  van  leght,  ,.(  ycnitren- 
dat  Godt  aldus  heeft  willen  waer  maecken  den  droom  van  Jofeph^  t:,,- ni^.gjp- 
dcn  v/elcken  hy  hem  hadde  ingegeven,  te  weten,  dat  fyne  broeders  '"''"•'«  >^"^ 
•  uyt  hongers  noodt  tot  Jofeph  in  Egypen  fouden  moeten  comen,  om  X'Jhüi^'al', 
hem  aldaer  te  aenbidden  ofte  eerbiedinge  te  betoonen  .  i\4et  een  ini^qucdtvi- 
woordt  gefeydt:  de  reden  waerom  dat  Jafeph  heel  de  faecke  aen  Ja-  ''"."iroww- 
cob  foo  lanck  verfwcghen  heeft,  is  gewecfc  een  werck  van  de  l'oor-  f'ZJ'l^r^^',', 
fisnighcjdt  ende  fchickinge  Godts,  gelyck  ick  te  vooren  gefeydt  hebbe.  %ii,--.'\mite 

Laet  ons  nu  wederkeercn  tot  onfe  hiftoric .  Als  wanneer  dan  dat  »"/'«  nta-iP.- 
c  Jacob  verllaen  hadde,  dattcr  veel  corn  ende  voedtfel  te  coopen  was  ''"'•  '^\t"'fl-' 

•115  T-  1  1T1!  1  11  ""**    "vinere , 

in  het  landt  van  Egypten  het  welck  aldaer  vergaedert  was ,  ende  dat-  ^  „^  „ƒ,„.,•. 
ter  veel  graen  vercocht  ende  vervoert  was  naer  andere  landen:  den  manurinopui 
ouden  vader  in  groot  gebrcck  fynde  feyde  terftondt  tot  fvne  fonen  :  *^^*"  ""'^ 
Avel  waerom  dan  fyt  ghy  foo  forgeloos  ende  onachtiaem  ?  gaet  ende      ■''^'■'^" 
treckt  oock  naer  Egjpten^  cnde  coopt  oock  het  ghcne  wy  van  noo- 
de  hebben  om  te  leven ,  op  dat  wy  van  hongher  niet  en   comen  te 
befwycken ,  ende  te  vergaen  . 

De  Broeders  dan  naer  vaders  ^vlïnfch  thien  in  getal  fyn  met   hun       ♦ 
■     gelde  daer  henen  gereyll: ,  Bemarain  den  jonghllen  broeder  'thuvs 

D  d  lae- 


c;en  4^.  y.  i. 


iio  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

ketende  tot  trooft  van  den  ouden   vader,  die  het  oock  niet  toe  en 

liet,  op  dat  hem  oock  geen  ongcluck  np  den  wcgh  enfoudeover- 

com-n,  gelyck  het  eylaes.'  met  fofe^h  gcichiedt  was. 

.  -    ^(,.^      a  Olcalier  trcckt  hier  uyt  defe  goede  ieeringe  voor  de  kinders  te 

tonfr'/ <<<%»-  weten,  dat  fy  groote  forge  behoorden  te  >'raeglien  voor  hunne bejaer- 

detunt,"'fi''  de  oud>r«,  gelyck  de  ouders  eerll  voor  hun  in  haerejonckheydtge- 

froyidtrent     dacn hebben j  by  fpieckt  aldus:  Vcrmaent  fynde  van  hunnen  vader iyn 

Z/è'umlfn'ei  ^v  gcrevlt  nacr  Egj^ien  ^  om  voor  hem  cnde  voor  hun  Piven  voedt- 

'fih,'<^\.i^vn,    f.'l  te  bcforgen  ;    want   gelyck  de  forghvuldige  ouders  ibrge  drae- 

bMproride,:.,  gg,-,  yQQj.  h^in  fclven  cndc  vonr  hun  minderjacrige  kinders,  lbo  moe- 

"V"Z'-""u  ten  oock  de  mccrderiaerigc  kinders  bcforght  fyn  voor  hunne  ouders, 

cr'jeii'il'u^'i''-  befonderlyck  als  fy  in  hunnen  ouderdom  hun  felven  niet  en  connen 

bent  proyide-  helpen.  Jac ;  fy  fyn  daer  toe  verbonden  op  groote  fonde,  als  deou- 

re.  Oleailer.  j^^j.^  andei  fins  in  een  grooi  gebreck  ende  uytcrilen  noodt  fouden  we- 

fcn  ,  het  welck  de  reden  ei.de  de  nature  hun  gcnoegh  leert . 

De  Heydenfche  fclve  hebben  daer  voor  aitydt  met  eene  uytterfle 
neeritighevdt  beforght  geweell .  Eene  preuve  ofte  twee  daer  van  lal 
ick  hier  maer  bybrenghen  . 
h  Patrem  ^^  hillorie  van  die  foethertighe  cnde  medelydende  dochter,  daer 
•velHt  i>if.mté  l>  l'"alert!M  Maximm  van  fpreckt  is  ten  uyterllen  prysbaer  ende  te 
fetiori  fuo  ycr  ivondtTcn  i  dc  welcke  aen  haeren  vader  in  den  kercker  om  eenigh 
admotiimalu-  g,.Qoj  mitdacdt  vcroordeclt  was,  om  van  hongher  te  Iterven  . 
'L^ntToml  Defe  dochter  daer  van  kennill'eg'cregcn  hebbende  haddeden  wegh 
fMmo.u-liyiu  gevonden  om  fomtydts  by  hem  te  comen,  de  welcke  alsdan  haeren 
hHjM  facti  if  verhongerden  cnJe  doritighen  vader  met  het  fogh  haerder  borllen 
tnu^inem  pi-  j^^^^j,  j^^  ^^^  1  vcn  haddc  pchouden  .  Daermen  in  verlielt  Itaet  ende 
Viler.  Max.  bc'vecght  ,  ailmen  dit  alleenlyck  in  eene  Icniiacrye  liet  verbeidt, 
TfW'öExterna.  gelyck    l  alerim  oock  wel    leght 

/.  y.i.^.  «.X.  piyaiiu  V'Thaelt  iet  fulx  van  eene  dochter,  die  orlofgecregen had- 
de  van  den  Rechter,  om  fomtydts  by  haer  veroordeelde  moeder  in 
den  kercker  te  gaen,  macr  wierdtalt}dt  onderlocht,  of  fy  gcene  eet- 
warre  by  hacr  en  hadde,  om  haer  moeder  te  fpyfjn. 

Nu  al  eenige  dagen  voorbygcpafieert  fynde,  was  den  rechter  ver- 
wondert,  niet  wetende,  hoe  die  moeder  lbo  lanck  in  hetitvencon- 
Az  biyven .  Maer  alles  daernaer  van  den  overiten  des  kerckers  wel 
afgefpicdt  fvnde,  figh  hytcn  leiien  die  dochter  oock  met  het  fogh 
haerder  borllen  haere  moeder  in  het  leven  bcwacrcn . 

Het  welck  daernaer  den  Magiftraet  verilaen  hebbende  het  leven 
fchonck  acnde  moeder  om  de  groote  cnde  bermhertige  lietde  van  de 
dochter}  alwaer  oock  daernaer  lot  gedachtcnüTe  van  de  moederen- 
de dochter  wierdt  opgerecht  een«n  tempel  van  Bermhertigheydt , 
Soodaenige  forge  ende  liefde  moeiten  alle  kinderen  naervolghcn. 

Om 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  211 

Om  nu  voort  te  gaen  in  onfe  hiftorie  van  Jofefh . 

Syne  thien  broeders  waeren  nu  al  op  den  wegh  j  maer  waerom  en 
hadde  Jacob  fyne  knechten  niet  gelbnden ,  om  graenen  te  coopcn  in 
de  plaetfe  van  fyne  fonen  ?  Dit  was  wederom  een  werck  van  de  God- 
delycke  Voorftenigheydt ;  want  het  waeren  de  broeders  ende  niet  de 
knechten,  die  Jofeph  hunnen  broeder  volsjens  fvnen  droom  in  ffyn-  .,  ,.  . 
ten  moeiten  aenbiddenj  ende  üie  broeders  allegader ,  iegnt  a  Cln-yfn-  fery,rent,  <y 
fiomiis  ,  niet  dr}e  ofte  vier  ,  gelyck  daernaer  Benjamin  oock  doen  'mterpretatio' 

foilde.  nemfomni,, 

Soo  dan  door  Godts  beftieringe  ly  waeren  nu  gecomen  in  Egypten  fcLderuntde- 
tot  in  de  Ikdt  iclve  in  de  welcke  Jofephw-x^^  alwaer  hy  aendehon-  '"«  fiatres. 
gerige  ingeboren  en  vremdehnghen  het  graen  ende  terwe  vercochte.  S.Chryfoft. 

Hier  is  nu  de  plaetfe,  in  de  welcke  lal  beginnen  voorgcftek  te 
worden  de  uytcomfl:e  van  de  crachtige  ende  ibete  roor^entgbeydt 
Godts,  met  eene  uytwcrckinge  van  de  liefde  van  Jofeph  tot  fyne 
broeders ,  ende  van  vreefe  der  ielve :  ten  leften  eyndigende  met  ccne 
gemeync  ende  onverwachte  blydtfchap  tunchen  mnlckandeixn . 

De  broeders  waeren  nu  geleydt  by  Jofeph,  voor  den  welcken  fy 
terflondt  op  hunne  knien  ter  aerden  vallende  den  felven  aenbaden  en- 
de eere  bewefen . 

Daer  laghen  fy  nu  op  de  aerde,  alle  eerbiedinge  aen  Jofeph  be- 
toonende  volgens  fynen  droom ,  den  welcken  hy  hun  rechtfinnelyck 
uy tgeleydt  hadde .  b    £      /  • 

Het  welck  6  Procophu  ons  feer  wel  voorftelt ,  feggende ;  fiatres  nef'L 

Sict  hier  nu  de  broeders  van  lofeph  volbrenghen  den  droom  van  <■«'"  'mphnt 
hunnen  broeder,  die  fy  nu  eerbiedinge  bcwyfen.  Sy  en  hadden  dit  ƒ""""'""  ?"- 
noyt  gedocht,  ende    fy  en  peyfden  als  dan  daer  op  niet,  hem  oock  ^aL' 'J"""^'". 
geenfins   kennende ,  maer  lofeph   kenden  hun .    Ende  het  en  was  ^nntur.  Pro- 
niet  wonder ,  dat  fy  lofeph  niet  en  kenden ,  want  hy  nu  ncghen-  copius. 
en-dertigh  jaer  oudt  was ,  ende  van  fyn  fellhien  jaer  feer  verandert , 
als  iy  hem  aen  de  voor-bygaende  Ifmaelite/che  cooplieden  vcrcochten, 
nu  heel  gebaert  fynde ,  ende  van  een  treffelyck  wefenj  ende  al  of  fy 
ouder  van  jaeren  waeren,  als   lofeph  wierdt  vercocht ,  fy  en  waeren 
evenwel  foo  feer  niet  verandert,  of  lofeph  kende  hun  allegader ,  mif- 
fchien  oock  niet  fonder  de  medewerckinge  Godts , 

Wy  fuUen  nu  teritondt  gaen  fien ,  op  wat  maniere  lofeph  fyne  broe- 
ders ontfangen  heeft  als  wy  eerfl  in  de  volgende  iedelceringe  fullen  voor- 
geftelt  hebben  den  wonderen  ende  moeyelycken  handel  Godts  , 
oock  met  fyne  vrienden,  de  welcke  hy  door  menigh  ende  verfchey- 
den  lyden  tot  hem  treckt ,  om  hun  aldus  te  brenghen  tot  hun  ge- 
luck  ende  eeuwighe  faligheydt. 

D  d  z  SE- 


2IZ  DE  GODDELYCKE  VOORSIENICHEYDT 

SEDE-LEERÏNGHE. 

■  De  ellenden  ende  teghmfpoedt  brenghen  ons  tot  Godt. 

E  liefde  ende  for^he  voor  fyn  felven  is  alle  menfchen  inge- 
boren, enje  alsnicn  in  nooat  fvnde  fyn  felven  ni  t  en  can 
heipen,  men  neemt  fynen toevlucht  tot  eer» ander.  Die  heeft 
onder  andere  claer  g.-bteken  in  de  broeders  van  Jofe^b  ,  de  welcke 
gLXomen  fyndc  in  eenen  uytterlten  honghers  noodt,  gclyck  \vy  ter- 
Itondt  gchoort  hebben  ,  wierden  geuwonghen  te  reyien  naer  het 
landt  van  Egypen  ,  alwaer  menigh  cooi  n  enue  graen  aen  de  andere  , 
oock  aen  de  vremdelinghen  wierdt  vercocht .  Den  goeden  (jodt 
hadder  in  voorlien  voor  de  hongerige  ende  .behoeftige  menfchen 
door  Jofeph  f>  ncn  uytxxrcoren  vnendt . 

Hier  moetmen  nu  famen  mereken  eene  befondcre  bermhertigh- 
hc}dt  Godts,  den  welcken  oock  de  menfchen,  die  in  gtluck  enóe 
voorfpoedt  fynde,  op  hem  niet  veel  en  peyfen ,  door  teghenfpocdt 
tot  hem  hunnen  toevlucht  doet  nemen . 

Godt  fendt  iomwylen  aen  fommige  menfchen  veel  lydens  ende 
veel  fwanghcydt  over,  om  hun  de  ooghen  te  openen  ,  de  welcke 
door  den  voorfpoedr  gefloten  waeien. 

Een  ongeval ,  eenen  llagh  ,  eenen  ftoot  is  dickwils  occafie  ende 
oorlaecke ,  om  ons  tot  Goot  te  doen  keeren,  ende  te  geraecKen  tot 
onfe  falig'.eydt . 

Oodi,  loomy  dunckt,  handelt  hier  met  ons,  gelyck  fomtyd^s  den 
herder  do.t  met  lyne  Ichacpen  :  als  den  herder  ergens  liet  een  van 
fyne  fcha;  pen  te  verre  atwycken  van  de  anaere,  wat  doet  hy  ?  hy 
worpt  naer  het  icive  met  eenen  clondt  aerde,  ende  aldus  hetlcnaep 
ger^cckt  iynde,  keert  terltonüt  weder  by  den  herder  ;  het  welde 
een  clacr  nnne-beeldt  magh  genoemt  worden  van  den  handel  Gouts 
met  de  men'chen .  Een  rymken  lal  uit  uytleggen  met  het  üevics 
dat  volgt  naer  de  print . 


w 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


ZIJ 


Door  teghenfpoedt  ^  dnick  en  verdriet 

Men  beter  wordt ,  en  beter  Jïet . 
Het  finne-beelJt  wordt  uytgeleydt . 

MEt  V  opflaen  van  de  fon  den  herder  met  fjn  fchnefen 
Recht  naer  de  velden  treckt ,  om  hun  den  cafl  te   raepen  j 
Die  f.  echt  hy ,   waer  hy  can  j  en  daer  hy  comt  te  gaen  y 
De  beeftiens  u'el  geri^tfi  hem  volghen  achter  aen . 
\Al  is  het  noch  al  vroegh^  fy  naer  den  coji  verlanirhen  ^ 
Dis  Jtetmen  (Imx  op  i'  veldt ,  of  van  de   berghxkens  hanghen^ 
Sy  byteti  gtiljigly-  toe  .    Dm   leydt  d.ie  over  al . 
En  [onder  vi  ees  van  val ,  oft  eemgh  ongeval .' 
Dan  gaet  den  herder  voort  naer  V  hofch  oft  ander  hoecken^ 
Om  voor  fyn  lieve  kudd'  den  nieinven  cofl  te  foecken ; 

En  tot  noch  meerder  fo'gh  ,  gaet  met  ffn  fchup  in  d^  handt 
Voor  allen  ongeval  o^  V  een  of  V  ander  landt  ^ 

"^    D  d  5 


Df 


zi4  DE  GODDELYCKE  \^OORSIENIGHEYDT 

De  fcliHp  hem  vnorder  dient  voor  pfne  lieve  fchae^en  : 
^Is  een  te  guljigh  fchaep  fyn  cofl  te  verr'  wilt  roeten  , 

Strax  neemt  een  aerden  dom  ^  heel  herdt  en  vaji  en  Jïjfy 

En  worft  naer  f'  dertel  dier  recht  henen  op  het  lyf. 
'De  beefl  Jiet  achter  om;  den  ivorp  doet  't  fchaepLen  leer  en  ^ 
Haefc  naer  den  herder  toe  ^  en  nae  de  refl  te  keeren  ^ 

Den  worp  heel  nuttigh  is ,  een  flootien  van  een  vriendt  , 

D:e  aen  het  plichtigh  dter  tot  weder  keeren  dient . 
Godt  oock  een  herder  is:  Dit-s  handelt  met  de  menfchen 
Niet  altydt  naer  hun  wtl  ^  oft  hun  verblinde  wenfchen 

Gants  door  hun  drift  vervoert ;  altydt  naer  li'.flen  fiacn  j 

En  als  een  fchaep  verleydt  eylaes  1  verloren  gaen  . 
Godt  Jiet  die  blindt heydt  aen  van  die  verdoolde  fchaepen , 
Die  f  onder  forgh'  van  Jiel  meer  naer  het  werelfch  gaepen . 

O  Heer  y  ^">'  J)  naer  pel  in  blindtheydt  gaen  te  grondt^ 

Ey  raeckt  htm  op  het  lyf  met  eenen  harden  clont  . 
Dïvinght  hun  bedorven  aerdt,  laet  hun  niet  verder  zi'oelen  ^ 
O  Heer  V  fal   heter  fyn  dat  Jj  «  handt  gevoelen  , 

Een  vaderlycke  handt  vol  van  bermhertigheydt  y 

Die  recht  hun  dienen  fal  tot  haere  faeligheydt . 
Het  blindt  verloren  kindt ,   dat  foud" ,  en  wilde  reyfen  j 
V  Gebreck  hem  nuttigh  was;   begon  op  Jich  te  pejfen : 

M  'eer  tot  f/n  vader  cjuam  ,   bedroeft  tot  in  fyn  fel ; 

Den  vader  '/  hem  vergaf  ^  het  kindt  ter  aerden  v:el . 
De  feckty    t'  verlies  van  goedt ,  en  vrienden  can  ons  leer  en , 
Verlichten  ons  verflandt ,  om  ti'eer  naer  Godt  te  keeren . 

Een  Vaders  handt  die  dreyght  ^  en  oock  de  kinden  raeckt  j 

Die  nut  en  faligh  is ,  en  wyfe  kinders  maeckt . 

DEn  Coninck  David  door  fyn  fchandigh  overfpel  endc  plich- 
tige  moordt  als  een  dertel  ende  blindt  fchaep  was  afgeweken 
van  Godt  fynen  hemelfchen  herder,  verder  ende  verder  af- 
dwaelende  ende  teenemael  dooiende  liep  recht  naer  fyn  verderf,  hy 
bekent  het  felve  in  fynen  ii8.  Pfalm.  feggendc:  lek  hcbbe  gedoolt 
als  een  fchaep,  dat  verloren  was.  Erravifcut  ovis  quA pemt .  Als  den 
hemelfchen  herder  dien  genaedighen  Godt  D^w^^f^gh  ,  hoe  heeft  hy 
met  hem  gehandelt,  om  hem  tot  fyn  felven  te  brenghen?  Hy  heelt 
hem  met  eene  dry-dobbele  ilraffc  overvallen:  fynen  legherdoen  vcr- 
gaen,  het  geboren  kindeken  het  leven  benomen,  ence  hem  laeten 
vervolghen  van  fvncn  fonc  Alfolon . 

David  fich  foo  geftelt  liendc  ,  ende  van  Godt  dien  hemelfchen 
herder  geraeckt  met  ecnen  iloot  ofte  worp  van  fyn  herders  fchup 

wierdt 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  215- 

wier 't  in  fyn  gemocdt  beweght  fcggende't  ó  Hccre  uwe  roede  ende  a  p-o/f<jiiam 
uwen  liock  hebben  my  getrooll:  l  i'ga  tna  &  ijiichIiu  tum  ipfi  me  ^oangnfluiM 
confoiata  0-1»^:  dat  is,  eelyck  feelit  den  geleerden  Lnnr.iu  van  onfe  *'„  '  .  "'■"■*" 
bocietcyt,  die  vennacndcn  my ,  enuc  leden  .ny  o  mynen  Oout  tot  Peumfuum, 
u  comen  ende  tot  u  weder  i\eeren.  Hier  moetincn  bemercken,  dat  <^ egnt>m>ii- 
den  Coninck  Dnvid  nu  van  Godt  geuratt  fyndc,  fich  verheu_;hde,  "■'•"•""■""'''e 
ende  voldacn  loonde:  gcm -rekt  hy  leyde,  dat  hy  in  den  ftock  en-  ex'.i„diyit''^0. 
de  roede,  daer  hem  GoJt  nude  hadue  gellrart  ,  fynen  trooll  hadde  r.itionemeius 
gevonden:   f  irga  tna  &  bacuhu  tmu  i  fa  me  confoiata  frnt .  .  re4iixitq;cnm 

Gelvck  den  Coninck  Dav^d  fatih ,  dat  de  goddeh  cke  ftrafFe  hem  '"  "-"f-'"" 
faligh  was  geweclt,  waer  door  hy  lich  tot  Gout  Iceerdc; ,  foo  is  het  „.^.'^Paralip. 
oock  gefchifdt  met  veele  andere  Princen  ende  Goninghen-.  /.2...33.V.12. 

Den  Coninck  a  Mm.iffes  wefende  in  volle  voorfpoedr,  ende  alles 
hebbende  naer  fynen  iin  ,  leefde  heel  fchandelyck  ende  ongoddelyck, 
maer  als  hy  van  Gndts  handt  was  geraeckt  ,  van  fyn  ryck  berooft, 
ende  gevanghen  naer  Baljlonten  geleydt,  dan  heeit  hy  fich  ten  le- 
ften  tot  Godt  bekeert,  ende  penitentie  gedaen,  ende  Godtheeit  fyn 
gebedt  gehoort ,  ende  hem  veer  te  Jcrulakm  op  iynen  throon  g<-  Helt .  ^     Cont'  1 

Den  b  H.  Ambrojïns  (x^\ec\x.e\-  oock  van:  Alnnafes  ,  ieght  hy  ge-  corrcft^s fia- 
flaghen  met  de  goddelyckc  fweep  keert  fich  terilondt  tot  den  Hce-  ?*■""  <-on-\'er- 
re  ,  ende  nu  in  de  llraffe  fynde  kent  Godt,  den  welcken  hy  noch  """"  ^^' 
m  lyn  ryck  iynde  niet  en  hadde  geiocht.  ccjinuL  a- 

Wencefaiis  Coninck   van  Bohemen  is  aldus  tot  Godt  bekeert  ,  als  gr,ofn,q„ein 
hy  van  iyne  vyanden  gevangen  was ,  ende   in  den   kercker  fittende  '"  '■'a'.'"  "'-j 
gevraeght  wierdt,  wat  verfchil  dattcr  was  tufl'chen  eencn  gevanghen  [^^./nl!,'"' "s 
ende  vrycn  Coninck,  Omd  inter  caf-tivum  &  liherum  Regem  mterefet ^  Ambiof.    de 
antwoorde,  dat  eenen  vryen  Coninck  maer  en  peyfde  op  het  tyde-  foemt,  c.iy. 
lyck  ende  verganckelyck ,  ende  eencn  gevanghen  Coninck  op  het 
ceuwigh  .  Voor  dat  ick  gevanghen  was,  feyde  hy,  leefde  ick  maer 
voor  myn  plaiüer  ende  voldocningej  maer  nu  leve  ick  voor  Godt, 
"Tune  vivebam  mihi  ,   nmic   i'eo . 

Het  is  maer  al  te  waer,  het  ghene  den  Propheet  Jf/ias  feyde: 
Heere  in  de  benoudthcydt  hebben  i'y  u  gefocht:  Dnmine  m  angnfiia 
recfHdJiverünt  ie.  c.i6.  \6.  h'ci  is  voorv aer  een  groot  geluck,  alf- 
men  door  teghenfpoedt  fich  tot  Godt  bekeert .  /«  ycrla 

Het  felve  feyde  fccr  wel  den  H.  Gyenurim  Paus  van  Roomen  met  Compelle  m- 
defc  woorden:   Febx  necejfitas^  q'ns,  ad  Denm  t^os  ire  com^elltt  ^  het  is 
et-ne  geluckige  noodtlacckel}ckheydt  die  ons  dwinght  tot  Godt  te 
keeren . 

Hel  is  feker  dat  den  teghenfpoedt  eenen  van  de  belle  middelen  is, 
die  de  goedtheydt  Godts  dickwils  gcbruyckt,  om  de  menfchen  tot 
hem  te  treckenj  alsdan  worden  fy  gclyck  met  fpoorca  aengedreven, 

ora 


zi6  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

om  tot  Godt  te  loopen ,  gelyck  feyde  den  H.  Thomas  k  Villa  Nova  .  T>-i- 
hidationes  calcaria  funt ,  qudi,  nos  currere  ad  Deum  compellunt .  Aldiisf  eght 
hy  is  Paulüs  tot  Godt  geloopen,  als  hy  den  falighen  fpoor-ilagh  ge- 
voelt hadde:  PatihfSiibi  calcnna^  ubtfiim-dum  Jenjit  ^  ad  Deum  recHrrtt . 
Aldus  door  den  nooit  ende  tcghcnlpoedc  ireclct  Godc  ve-ele  mcn- 
fchen  tot  de  fa'igheydt,  nier  alken  Chrifteneng  mner  oock  Hejden- 
fibe  ^  die  aldus  bekeert  lyn  tot  het  Chriften  geiooF,  dit  b'vckt  in  de 
bclcecringc  van  Ga/iicr.mij  den  opperilen  veldtovcriicn  van  den  Ke}i"cr 
ConflanjtfiHJ  ^  den  welckcn  ten  houweh'gkgefchickt  v.'as  met  de  Prin- 
cefie  Conflantia  fyne  dochter.  Dcfeniyn  fclvcneensomringht  vinden- 
de van  die  van  Thraaen  fyne  vyandcn  in  groot  getal ,  ende  hy  met 
luttel  volck,  van  het  welcke  noch  een  groot  deel  hrm  verliet.  Soo 
gellek  iynce  in  een  uyterl'ce  benoudtheydt  ende  niet  fiende ,  hoe  hy 
fich  uyt  het  pcryckel  trecken  Ibude,  heeft  ten  lellen  door  den  raedt 
van  twee  hcyligc  mannen  Joannes  ende  raula-s ,  die  de  camer-heerca 
waeren  van  de  Princefle  Conftantia^  fynen  toevlucht  genomen  tot 
Godt,  hem  belovende  Chriften  te  worden,  wacit  dat  hy  het  groot 
gevaer  condc  ontcomenj  ende  fiet  terftondt  openbaerde  hem  cenen 
jongelinck  meteen  cruysop  fyne  fchouwers  tot  hem  ieggende  :  neemt 
u  fweerdt  ende  volght  myj  als  wanneer  hem  noch  twee  gewapende 
mannen  ftaende  aen  lyne  zydcn  hem  oock  icyden :  wy  fullen  u  oock 
byitaen,  treckt  vry  door  den  legher,  u  bloodt  fweerdt  met  uwe  han- 
den vafthoudende,  gact  voort,  tot  dat  gy  com.t  by  den  Coninck  , 
het  welck  alles  gedaen  fynde  ,  hem  gevanghen  nam  ,  die  Ikh  cerltondt 
ter  aerden  wofpende  voor  fyn  felven  ende  voor  fyne  foldacten  het  le- 
ven vraeghde. 

Aldus  keerde  GaüicanM  viftorieus  tot  Conflarjtin-ts  den  Kcyfer,  en- 
de corts  daernaer  het  H.  Doopfel  ontfanghen  hebbende  leei^e  in  al- 
le foorten  van  hevligheydt,  ende  cotmoediglieydt  tot  verwondcnn- 
ge  van  alle  menfchen  . 

lek  magh  daer-en.-tu{rchen  wederom  feggen :  Fel-x  neceffhas  ^  ejue 
ad  Denm  7ios  irc compellit:  Het iseenegeluckigenoodu'aeckclycJdicydf, 
die  ons  dwinght  tot  Godt  te  kcercn . 

Voorts  dit  geluckigh  bedv/anck  in  een  uytterfle  gevacr ,  en  heeft 
niet  alleen  plaetfe  gehadt  in  den  oorlogh  ,  ende  in  groote  heeren ; 
maer  oock  in  alle  foortcn  van  ellenden,  van  fchande,  van  armoede, 
van  druck ,  verlaetcntlieydt  &c . 

Aengaende  de  Schande:  het  is  fekcr,  datteralvcel  bekccit  fyn  om 


't) 


eenigc  oneere  ofte  uyt  vreefc  van  fchande . 
Godt  merckende  door  fyne  Voorjiemghe^dt  ^  datter  fommigc  eerfuch- 
tige  lichter  door  fchande  als  door  iet  anders  tot  betcrniile  huns  le- 
vens fouden  bekeert  worden,  fendt  hun  over  eenige  verachtinge en- 
en- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  117 

ende  verfmaedthcydt ,  David  Cpreckter  van  feggende:  tmple  facies eo' 

rum  tvnominta  ;   &  cjuarent  nomen  tunm^  Domine .    Pf.  82.  I7.  OHee» 

re  vervult  hun  lieder  aenfichtmet  fchande,  ende  dan  fuUen  fyuwen 

naem  foecken .  ^   ^^^^^  .^ 

a  Ayguanus  ecncn  treffclyckcn  fchryver  uytleggcnde  defe  woorden  terram  ex  e. 
van  Davtd^  feght ,  dat /'/j«/»j  den  vervolger  van  Chrifti  nieuwe  kerc-  ^•io'j.chrifi» 
ke  van  fyn  peerdt  ter  aerden  gefmeten  fynde ,  Chriftumalsden  waer-  /"""/'"'««n 
achtighen  Godt  bekent  heeft,  ende  dit  uyt  groote  fchaemte.  'fèn^ff^'^ 

Hier  comt  te  palFe  het  ghene  ons  van  eenen  edelman  verhaeltden  chnflum  tt. 
E.  P.  Hteron.  Platus  van  onfe  Societeyt:  defcn  edelman  met  naeme  '■HmDeuma. 
Petrus  Confalvi'.s  neve  van  den  Biflchop   van  Falencia  in  Spagnien  ,  tuanós'     f' 
heel  trots  ende  hoveerdighomfynen  grooten  edelen  ftaet,  enderyck-  pfalmos. 
dommen ,  die  hy  misbruyckte  tot  Ichaede  fynder  fiele ,  wilde   Godt 
tot  hem  trecken :  wat  dede  hy  ?  eens  rydende  met  andere  Cavalliers 
op  een  feer  fchoon  ende  clocck  peerdt  door  de  ftadt  tot  verwonde- 
ringe  van  veele  om  fyne  groote  ervaerentheydt  in  het  reyden  ,  wierdt 
evenwel  onverfins  in  het  geficht  van  veele  menfchen  van  fyn  peerdt 
gefmeten,  vallende  in  het  midden  van  het  flyck  ,  als  wanneer  daer 
uytcomende  heel  beflyckt,  van  alle  de  omftaende  kinders  uytgelac- 
chen ,  ende  van  andere  befpot  wierdt ,  fich  aldus  in  volle  fchaemte 
vindende  ftelde  tcrftondt  vaft  by  fyn  felven  ,  de  wereldt  oock  uyt  te 
fpotten ,  ende  die  te  verbeten ,  gelyck  hy  het  niet  lanck  daernaer  in 
het  werck  ftelde  ,  gaendc  m  de  Orden  van  den  H.  Dominictts .  Als 
wanneer  hy   mochtc  met  David  feggen  :   bonum  mihi  ^uia  hiimilinfii 
me.  O  Heere  het  is  my  faligh  ,   datghymy  veroodtmoedight  hebt, 
ende  foo  door  defe  fchande  tot  u ,  ende  tot  de  faligheydt  mynder 
fiele  hebt  getrocken . 

gelyck  delen  edelman  door  fchande  ende  befchacmtheydt  tot  Godt      "^'^^''^fm" 
getrocken  is,  andere  fynder  tot  Godt  gccomen   door  gebreck  ende  MaladiaT.i'. 
armoede ,  daer  Godt  van  ipreckt  by  fynen  Propheet  MalicbiAs  feg- 
gende: lek  falu  lieden  armoede  overfenden,  op  dat  ghy,  door  hongers- 
noodt  gedwonghen  fynde,  tot  m^  foudt  comen  Mittam  in  vos  ege- 
jiatem  . 

Wat  claerder  preuve  canmen  hier  van  hebben  als  in  den  verloren 
fone?  Hy  was  afgeweken  van  fyn  vaders  huys,  maer  als  nu  al  fyn 
goedt  en  geldtin  dronckenfchappen,  endeinoneerlyckheydt verquift 
wasj  wat  dan  gedaen  ?  eylaes  om  fynen  coH  te  hebben,  hy  moeit 
fyn  felven  gaen  verhueren  ergens  aen  eenen  pac-hter,  om  de  verekens 
te  dryven  ,  met  de  welcke  hy  al  dickmaels  moeft  eten  by  gebreck 
van  broodt  ende  beteren  noodtdruftj  fich  foo  geftelt  vindende  in  ee- 
ne  uytcrfte  armoede  ende  ellende  ende  van  alles  berooft  begon  hy  te 
dencken  op  fyn  gemackelyck  voorgaende  leven,  ten  leften  en  iagh 

E  e  niet 


ii8  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT; 

riet  beter  in  fynen  grooten  noodt  als  tot  fynen  goeden  vader  weder 
te  keercn,  di'-  hem  vriendelyck  ontfanght,  den  wekken  Godt  ver- 
beelde ten  opficht  van  alle  andere  bcdruckteende  verlaetcn  londaers, 
die  GoJt  oock  aickwils  door  armoede,  gebreck  ende  vcrlaetentheydt 
tot  hein  treckt  . 
^         ^^.       lek  moet  hier  noch   byvoeghcn  ,  hoe  dat   Etdoguu  ■  door  gebreck 
thie  s    ''*    weder  tot  Godt  gckccrt  is,  vanden  «velcken  in  het  lanck  den  E.  P. 
tmf/f.j.Cauf-  Nicola-is  Ca:<Jin  in  fynen  boeck  genoemt  La  Cour  Sainüe^   het  Hey- 
^'"-  ligh  Hof 

ïidicvi  EulogÏM^  eenen  fteen-houwer  van  fyn  ambacht ,  was  feerge- 

CiTCA  annum  negcn  tot  Godts  dicnft  cnde  tot  de  aennen,  aen  de  welckehy  uyt- 

Domtm  51».  je^-ije  ^  fi^j-  ghene  hy  naer  fyn  onderhoudt  over  hadde  van  dat  hy 

elcken  dagh  hadde  gewonnen.  Onder  andere  aermengai  hy  oockfom- 

tydts  eene  almoeiïe  aen  eenen  godtvruchtighen  Eremyt  met  naeme 

Daniël  den  welcken  Godt  dickwils  badt  ,  dat  hy  aen  defen  Etübguu 

een  groot  geluck  wilde  vcrleenen,  het  welck  oock  gefchiede,  want 

hy  eenen  grooten  fchat  van  goudt  en  filver  in  de  aerde  vondt ,  al- 

waer  hy  fteencn  uytcapte .  Maer  dien  fchat  en  was  hem  niet  faligh  : 

want  corts  daernaer  fyn  ambacht  verlaetende  trock  hy  met  fyn  geldt 

naer  Conftinii'  opeien  ^  ende  aldaer  allenskens  met  jonlben  ende  giften 

kenniffe  maeckende  met  eenig;  groote  heeren  geraeckcc   hy   in  hec 

hof  van  den  Keyfer  y«/?»V//« ,  vun  den  welcken  hy  naer  ecnighen  tydt 

door  de  vooifpraecke  van  die  gewonnen  vrienden   Capiteyn  geltelt 

wierdt  van  de  Keyferlycke  wachte ,  levende  alldan   in  alle  hooveer- 

digheydt  ende  irotsheydt.   Het  gebeurde  weynigh  daernaer,  dat  den 

Kevfer  jpijimm  q.iim  te  ilerven ,  in  wiens  plaetfe  Jnjiimanti^  Keyfer 

wierdt  g."itelt,  daer  hun  twee  Princen  Hyp mms  ende  PompetHs  tegen 

ftelden,  feggende  dat  ly  felve  volle  recht  hadden  tot  de  keyferlycke 

Croone  als  de  eeni  jc  neve  van    den  Keyfer  Anaftajiiu  den   voorfact 

van  den  overleden  J  :(itnm  .   V)<t{<z    twee  Princen  ten  lellen  wierden 

van  y'<///«/ö«  «overvallen,  ende  met  de  doodt  gellraü.  Alfvvanncer  £"«- 

lo'TiHs  den  Cnpitcyn  m^t  die  twee  aengcfpannen  hebbende  met  groot 

geluck  nu  alles  verloren  hebbende  door  de  vlucht  de  doodt  ontquam, 

voortaen  niet  beter  fi  nde,  ais  naer  fyn  eeril:  Hecht  ambacht   weder 

te  keeren,  in  het  welck  hy  wederom  lïgh  begaf  tot  fyn  voorigh  oot- 

moedigh  en  goutsdienlligh  leven.  Siet  Godt  liet   Enlogium  comen 

tot  fynen  gebreckelycken  itaet ,  om  hem  aldus  te   trecken  uyt   alle 

peryckelen  van  fyne  faliglieydt. 

s    skut   Ca.       ^^"-''^  ootmoedighen  ende  geleerden  Idiota  feght  ,   dat  Godt  fom- 

gnta.   infixK.  mige  tot  hem  treckt  door  ileckten,  ende  foodanige  ongevallen,  ge- 

ccrdi'nihe'!,:  jy^^  als  jcmaudr  a  feght  hy,  die  meteenen  pyl  in  het  l)t  gefchoten 

«f  rimcdi:tm  ^^     teriloi.üt  den  byllandt  van  den  chirurgien  eebruyckt,  alfoo  ee- 

tiHJiru'.iiT ,  lic         '  '  <j  o  J  '  . 

'  ni-  nigc 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  zip 

nige  tribulatie  ofte  tegenfpoedt,  dichet  herte  leeit  doet,  verweckt  trihuUtloi». 

oock  een be  Jruckt  menfch  ,  om  eenighen  trooft  te  foecken ,  den  welc-  [^^"^  jf'J^'^ 

ken  hy  niet  vindende  in  de  fchepfelcn ,  ten  leden  fyncn  toevlucht  aii^SfouL 

ncemt  tot  Godt  fynen  fchcpper  ,ende  waerachrighen  medccynende  umqu^ratur. 

trooft  van   all'^   menfchen  .  ^'iaV'^b!^ 

Hier  van  hebben  wy  eene  preuf  in  eenen  heydenfchen  Prins  van  f„',^''°'",^^i^ 
Brafil^  van  den  wekken  den  E.  P.  y/vmcwfprecktinfynehillorie  van  \&xQX2.ie -vt. 
Ind.en  in  het  jaer  If88.  »■'»  ft>>iitnt. 

Delen  Prins  en  wilde  Ikh  eerfl:  geenfinsbckeeren  tot  het  Chriften 
geloof,  macr  dacrnaer  in  een  gevecht  teghen  fyne  vyanden  met  ee- 
nen pyl  fsvaerlyck  gequeft  fynde,  cnde  nergens  in  byftandt  vindende, 
keerde  fich  ten  Icften  metter  herten  tot  Godt ,  fcggende  aen  cenen 
van  onfe  Rcligieiifcn  ,  die  hem  quam  vertrooften  dat  hy  nu  het  Chriften 
geloof  wilde  acnveerdcn .  Alswanneer  hy  genoegh  onderwefen  was  , 
wierdt  hy  gedoopt  tot  fynen grooten  trooll.  Eenige daghen daernaer 
in  groot  perykel  fynde  van  llerven  ,  gaf  hy  lail  aen  eenen  van  fyne 
dienaers,  dat  hy  tot  hem  roepen  foude  eenige  van  onfe  Religieufen, 
die  hem  in  fyn  iterven  foudcn  wille  byftaen ,  maer  fooer  niemant  on- 
der hun  gaen  en  wilde,  om  dat  fy  noch  hertneckigh  bleven  in  hun 
geloof,  nam  hy  felf  in  fyn  handt  een  crucifix  ende  het  felve  met 
alle  eerbiedinge  omhelfende  ende  in  traenen  vloeyende  quam  foctelyck 
in  den  heere  te  ilerven. 

Voorwaer  eenen  geluckighen  fcheut  voor  dien  heydenfchen  Prins, 
ende  eenen  ftlighen  pyl,  den  welcken  fyne  fielededeopvlieghen  tot 
den  hemelfchen  medecyn  Jefiis,  den  welcken  hem  tot  fyne  faligheydt 
hadde  genefen . 

Uyt  alles  het  welck  datter  gefeydt  is,  canmcn  genoegh  fien,  dat 
Godt  feer  dickwils  veele  mocyelyckhedcn  ende  ellenden  de  menfchen 
overfcndt  tot  hun  meelte  goedt  ,  op  dat  fy  alken  op  Godt  foudcn 
peyfen  den  welcken  fy  te  vooren  vergeren  ten  tyde  van  geluck  en- 
de voorfpoedt,  die  hun  waerfchynclyck  fouden.gebrocht  hebben  tot 
hun  eeuwigh  ongcluck  ende  vcrdocmmenifle .  ,    proflden. 

Ende  dat  is  een  werck  van  de  Goddclycke  roor/Fe^i^'-eydr  {eghtócn  tianobu  aui. 
a  II.  Hierorijmits^  datter  ons  veele  miferien  overcomen,  op  dat  wy  tl">n  iiaU  »« 
alfdan  door  al  het  menfchclyck  verdriet  fouden  moeten  tot  Godt  kce-  ''''ƒ'"""«  "» 
ren.  Wy  moeten  dan  dcncken,  dat  alle  die  overgefondcn  eUaiden  i^"-llr'i<''"a. 
nier  anders  en  lyn  als  teeckens  van  de  goddelycke  bcrmhertighcydt .  itmaauhui 

Geluckigh  fyn  de  ghene,  die  de  lelve  van'Godts  har.dt  aenvccr-  ''''''"  "'"''"'' 
den,  ongcluck igh,  dk  de  klvc  verflootcn,  ende  te-hen  Godt  on-  J.S'"''! '" 
vcrduldigh  clacghen .  s.Hierun.  ai 

Dien  goddeloofen  Pharao  heeft  alle  fyne  plaeghen  van  Godt  hem  '■«'  '^«■'''"'  ^- 
toegefonden  tot  beterniOc  ende  fvne  bekeerinn;c  onircluckelvck  mif--^"'''^''?''"' 

^  c  i  bruyckt.fpinis. 


lio  DE  GODDELYCKE  VOORS  lENIGHEYDT 

bruyckt.  Doch  dat  hy  fich  met  een  rouwigh  hert  tot  Godt  niet 
gckent  en  heeft,  dat  moet  hy  wyten  aen  fyn  eyghen  felven,  ende 
aen  fvn  boos  ende  hardt  gemocdt . 

Oiigcluckighen  Koninck !  die  hierom  van  de  tydelycke  plaeghen 
ende  ellenden  gevallen  is  in  de  helfche  plaeghen ,  ende  llrafFe  van  het 
ecirvvigh  vier. 
a      Popu'w      Gelyck  het  eylaes!  met  meer  andere  gefchiedt  is  volgens  hetfeg- 
Mnefire^er-  gen  van  «  y/Tz^M  fpre kende  van die ,  de  welcke  van  Godt  met  eeneva- 
/$t,ü    !.enu.  derlyckc handt  geraeckt  fynde  tot  hem  niet  weder^ekecrt  en  fvn. 
laias.6.j).-v.i3.      Oeluckiger  was  Davtd^  gelyck  wy  boven  noch  aengeraeckt  heb- 
ben ,  den  welcken  van  Godt  om  fyne  Tonden  geftraft  fynde ,  ende  nu 
van  hem  afgefchevden  was  als  een  dolende  fchaepken  tot  dien  hemel- 
fchen  herder  wederkeerde  met  een  lecdtwefigh  hert ,  feggende ;  Jck 
hebbe  gedoolt  als  em  verloren  fchaepken  . 

O  Goddelyclcen  herder  I  als  ghy  my  ftrafte ,  ben  ick  door  uwe 
foete  ende  crachtige  genaede  tot  u  wedcrgekeert ;  Erravt  ^ficm  ovU  qut 
^eriit ,  Pf .   1 1 8  .  V  .   1 7Ö . 

Hoort  het  felve  in  een  rymken : 

V  Is  tvaer ,  en  V  wAi  myn  fchttldr ;  tck   dwaelden  van  dien  herder^ 

Die  myne  Jiele  focht .   Eylaes  !  liep  noch  al  verder  ^J^ 

Aleer  als  een  fchaep  verblindt  l  o  herder  van  mjn  Jïely  'ij 

vf//  tck  noch  vei der  liep.^  ghy  ivaert  my  op  ae  hiel,  f'' 

JHoe  heb''  ick  dat  verdteni  ^  it  vader  m)n  beminden  l 

Die  f  als  ick  vluchtto^h  ïiat^foo  haefi  my  •u/ifl  te  vinden'^- 
uiliydt  wj  volghde  naer.   Jck  h  noyt  laeten  fal^  '■' 

Die  mynen  herder  Jjt  ,  en  vader  ,  mynen  al ,  ^ 

SOndaerige  fiele ,  die  oock  door  u  boos  lever»  foo  verre  (yt  afge-  * 

weken  van  dien  hemellchen  herder  uwen  Godt,  die  u   nochtans 
door  fyne  gratie  ende  infpraecke  foo  dickwils  heeft  comen  beloecken,  ' 

ende  getracht  door  voorfppedt  ende  tegenfpoedt  tot  fich  te  treckcn, 
hoe  en  hebt  ghy  die  jonlte  niet  beter  Avaergenomen,  jae  fyne  ge- 
nade foo  hertneckelyck  mifacht  ende  misbruyckt,  ende  noch  boofcr 
geworden  fyt  om  fyne  vaderlycke  Ibafte?  Syt  nu  wyfer,  ende  van 
Godt  wederom  ontfanghen  hebbende  een  ilootjen  van  tegherfpoedt , 
van  fit'ckte,  van  aermocde,  van  eenigh  verlies  van  vrienden  en  goe- 
deren &c.  Ontfanght  nu  alles  geerne  van  Godt  als  van  eene  vader-  •, 
lycke  handt. 

Keert  u  ten  leften  met  David  ende  met  den  verloren  fon^  ende 
meer  andere  tot  Godt  ,  ende  fyt  in  tydts  forghvuldigh  voo#  uwc 
faligheydt,  om  verder  van  hem  afwyckende  voor  eeuwigh  van  hem 
niet  gcfchc)den  te  worden.  lek 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


iZI 


lek  fluyte  met  den  ■*  H  AttgHflnuu :  De  ftrafFe  Godts,  feght  hy, 
is  een  verholen  vonnis  ,  dooi  het  welck  een  ieder  geoeffent  wordt 
tot  fuyveringe  ofte  vermaent  rot  bctcrnifle:  endc  ibohv  den  roep  en- 
de  onderwyfinge  Goets  comt  te  verachten,  hy  wordt  fekerlyck  ge- 
oeffent tot  vie  vcrdoemmenillè. 

Soo  dan  die  wilt  vvys  fvn,  ende  fyne  fiele  bcwaeren,  hy  moet  al- 
len teghcnfpoedt ,  die  Godt  hem  overfcndt,  rypelyck  overweghen, 
ende  daer  mede  trachten  fvne  falighevdt  te  wercken.  Nu  gaen  ick 
vooft,  om  ée  Qol^|^ó.'jc)k&VoorJientgke^dt  an^Acnde  Juf  e jih  noch  voor- 
der te  bemercktn. 


IV.   C  APITTEL. 

De  [onen  van  lacoh  Iporrlen  van  jofeph  ^raffelyck  onthaelty 

die  alle^aeder  kennende  ^  j^ondtr  gehnt  te  "ioorden.   De 

ypelcke  hy  daernaer  van  cooren  ende  ter'ïi>e  "^cl  voor~ 

Jlen  jyndt  naer  Chanaan  Jendt ,  om  hunnen  jongh- 

jlen  broeder  Benjamin  te  gaen  haelen ,  Simeon 

daer 'in  tiijfchen  voor  horghe  houdende  in 

den   k,erckir , 

Et  fal  de  pyne  weerdt  f^n  nu  te  hooren,  hoe  dat  Jo- 
fe^h  fyne  broeders   onthaelt  heeft. 

Als  wanneer ,  feght  *»  Aioy(es  ,  dat  f'^ne  broeders 
y-'/è/'// hadden  acnbedcn,  ende  hy  hun  kende,  hyfprack 
de  felve  ftraffclyck  aen  ,  als  vrcmde  ,  ende  vraeghde 
hun:  Van  waer  fyt  ghy  gecomen?  Vnde  v  ent  ft  is  ï  die 
geantwoordt  hebben  ;  Uyt  het  landt  van  Chanaan,  om  ons  levens- 
middelen te  coopenj  evenwel  heeft  tot  hun  lieden  gefcydt  :  Ghy  fyt 
befpieders,  ghy  fyt  gecomen  om  het  cranckile  van  het  landt  te  be- 
llen. Exploratores  eftk<  ,  mviieatls  infirmjoraterrn  veniftis  .  Gen.  42.- 7. 
Maer  waerom  fpreckt  hy  hun  foo  rtraffelyck  ~aen  ?  ^  Li^fomanm 
geeft  defe  reden  :  Hy  toonde  fich  heel  ftuer  ende  fn-af ,  daer  hv  noch- 
tans foo  foet  van  gemoedt  was  j  maer  dat  gefchicde  om  hun  bevreeft 
te  maccken,  ende  dat  was  het  ingeven  ende  fchickmge  Godts,  die 
hun  begon'tefuy veren  van  hun  groot  mifdaedt,  oock  om  wat  wraec- 
ke  te  nemen  over  hunne  boosheydt,  ende  om  fyne  vercoopinge. 
'■  Iheodoretm  BifTchop  van  Cy-m  geeft  noch  eene  andere  redene 

E  e  3  van 


a  OiCiittum 
judicrum  f/? 
Dei  ptena, 
(jua  «k;z  «- 
nuf  JU  f. y,  ho- 
minum  aut 
(xenetur  ad 
purgaliontmf 
aut  üdmcne" 
tur  adiOtt-ver- 
fto.iemy  autfi 
contempferit 
'vocationem 
(^  dijiiplnia, 
ey-er  etur  ad 
damnutionem, 
5>.  Auonil, 


a  Ciimq;  ado' 
rajjent  eurn 
fatrei  fHi,i^ 
agiioyijjet  e- 
os  ,  qitajl  *id 
ahenoi  durhis 
loqttehatttr. 
Cc.  Gen. 42 
T.  7, 


b     ^lienunt 

feillif  exhibü- 
;/■ ,  dtirum  Z^ 
Jeyerton ,  mm 
fït' atiinio  o.' 
mhiff.nius.ln- 
fiinÜn  Dei 
turb.it  C"  an- 
Atos  reddit. 
DiJ^enf.itio 


zit  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

<t«fm  Dei  e-  van  die  ftraffigheydt :  jfofeph.,  feght  hy ,  indachtigh  fynde  het  ghene 
r^f ,  ad  pur-  fy^e  brocders  tegheii  hem  gedaen  hadden  ,  ende  om  dat  hy  Bsnja- 
ganiu.m,je^^  »?/«  by  huu  niet  cii  figh  ,  creegh  achterdenckcn,  dat  fy  oock  mif- 
iu„i  -vcyAiti-  fchicn  mst  hem  oab?rin!icrtigh  mochten  gehandclt  hebben  . 
ann  ey  oiii  M:icr  hoe  en  wacren  fy  niet  ontlleit  eude  bevreell  ,  hoorcndc, 
f-Aiernt  je^-  j^j.  n,  ^^  bcfpieders  ffecomcn  wacren,  om  het  landt  te  befpieden  en- 
Epiic./«G«..  de  te  verraeden  .  ^^.Vjp/or/z.'oiw  <?/?ƒ_. 

c  Curfi^iim       <«  Neen  neen  ó  hecre,   fcyden  fy  terftondt ,  wy  uwe  dienaers  fyn 
Je    futribuj  maef  gecomen ,   om  ontcn   noodt-druft  te  coopen  :  wy  en  fyn  gee- 
duriorem  ex-  ^^^  f^Qn^j;,  y^n  eencn  jTrooten  heer  maer  van  een  gemeen  man ,  geen- 
•jojeplieonim  ims  machtigh  ,  om  het  landt  in  te  vaeren>  wy  lyn  in  peys  ende  vre- 
5«<e .«  tpjii-m  de  gecomen,   ende  fonder  cenige  wapenen  ;  ende  om  hem  meer  tot 
♦""""'•''^'■'''j'' foethertieheydt  te  beweshen  ,  feyden  fy  ,    dat    fy   twaelf  broeders 
ret  Benj.imin  Weeren  van  eenen  vader  m  het  landt  Chanaan^  ende  dat  den  jongh- 
cmtUtftjfe,  ftenbyfynen  vader  tot  fynentrooft,  ende  voldoeninge  gebleven  was, 
jujl-icauii  eji  endeden  minftcnop  eennaer,  foo  fy  meenden,  niet  meer  leefde. 
'li\n'^"'eulm      Jofip^  dit  alles  hoorende:  dat  fynen  vader  noch  leefde,  ende  dat 
peipetrajfe.    fvncn  jonghften  broeder  oock  noch  in  het  leven  was,  ende  den  an- 
Theodur.  in  deren  doodt,  foo  iy  meynien,  y^luts  non  cft  fnper.  Jofesh,  fegge  ick, 
a  NonejliiA  jjj.  ^jjgj  hoorende,  was  fonder  twyfel  ten  uytterllen  bewecght. 
[eryiTut  ye.      Hoorter  van  fpreken  dien  fi.breuflchen  fchryver  i  Philo:  Jofeph^ 
nerunt ,  ut  e-  feght  hy,   hoorendc  fyne  broeders  van  hem   fpreken,  hoe  moet  hyP- 
merent  Liboi.  -^^  fy,-j  gemoct  gcllelt  fyn?  evenwel   ivn  felven  noch  niet  willende 
^'"""     y'r,  openbaeren,  al  was  hy  boven  macten  beweeght,   hy  hiel  het   cvcn- 
Uimus-.pactfi-  Vi^el  alles  1'til,  tot  dat  hy  fynen  jonghllen  broeder  fien  foude . 
(i  yenimifs .. .      Daer-en-tufichen  gonck  hy  voort  in'  fyne  gcveynfde  lluerheydr  , 
D^deci  ƒ.»-  {^^Q  wederom  leggende,  dat  fy  befpieders    bedrieghers ,  ende  verra- 
tres  jiitnutp    ^^^^  wacren ,  daer  by  noch  fweerende  by  het  leven  van  denConinck 
in  terra  cini-  Pharao,  dat  hy  het  al  wel  foude  onderloecken :  jae,  leyde  hy ,  ghy 
nann;  mini-  en  fult  van  hier  niet  vertrecken,  ten  zy  dat  uwen  jonghllen  broeder 
mus  cum  pil-  Qgek  famen  fal  gecomen  i'vn .  Ende  mctter  daedt  hy  dede  hun  alle- 

tre  noftrvejt ,  j         •        J  -n-     /T.   11 

«Ui  ;<-«  <-/i'  goeder  in   de  gevangenide  ftellen . 

fi'per.  Gen.  Daer  was  her,  dat  degoddelyckeRechtveerdigheydt  dieboofeen- 
^2.  -v,  13.  (ie  nydige  broeders  hadde  verwacht}  daer  wacren  fy  geracckt,  om 
b  H^i  e  Je  ^^  overdencken  al  het  ghene  fy  foo  wreedelyck  teghen  hun  onnoo- 
liumdemedto  leien  btocdcr  hadden  uytgewerckt,  daer  conuen  ly  de  droeve  ge- 
/tibUtutn  tjj'e  dachtenille  hebben  van  de  bcclaegelycke  woorden  van  hunnen  broe- 
i,Hdieiii,<]u,d  ^gj.    j^jj  i^y  j^^j,^  j\jQ  jammerlyck  uyt de cillerne badtom bermhertigh- 

animi  habere   ,  ,         r  1  j  j      '  1  1 

potuit'qu'i'"-  heydt:  ly  mochten  met  reden  daer  voor  verwachten  eene  rcchtvecr- 
,K  euim  ne  dige  llraffe ,  ende  eene  langhe  gcvangenifie,  om  dat  fy  met  Jofeph 
turn  affiiium  j^^p  eyghcn  bloedt  foo  onmcnfchelyck  gehandelt  hadden  ,  hem  oock 
juu>,:prc-t>.  n,  ^^.mgpje  j^ej-  leven  nemen,  dacrnaerhem  vercoopende  voor  eene  flacf 

mt.  (Om 


cunere. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH,  215 

om  cllentlelvck  te  leven  ende  te  fierven .  urefttur    !n 

Sy  hebben  fccr  wacrfchynclyck  fooJanige  droeve  eedacliten  cehadt,  ^ ''''"''■• ''•'^"° 
als  iy  in  de  gevangenifie  waeren.  Uoch  het  teer  ende  meUelydende        „,«  mme 
gemoedt  van  Jofepb  en  liet  hun  in  den  kercker  niet  langher  blyvcn  ext.erimemA 
als  drye  daghen.   Maer  waeroni  verloit  hy  hun  foo  haelt?  Jatr   hy  '*''/'""'/''•'"■'• 
drye  jaercn  gevanghen  hadde  geweclt,  hoeconden  fy  met  drye  da-  rLrimn/nS 
ghcn  voldoen?  het  herte  van  'jofej/lj  vas  al  te  teer;  om  diefwilledat  egred/emnü 
hy  hun  foo  beminde,  daerom  en  konJe  hy  de  felve  niet  langher  in  '""   •    '''"^^ 
debenoudtheydtlaetcn,  wetende,  datly  fyn  bloedt  waeren  ,  hunuock  l^Jf^^.'  ^^'/^^^ 
toefeggende  het  leven  naer  de  meyninge  van  den  BifI'chop'»  lofiatus,  mBj.Gen.42' 
als  fy  doen  fouden  hel  ghene  hy  hun  hadde  beUÜ,  te  weten  hunnen  ■"  '5" 
jonghen  broeder  gaen  haelcn  .  ^'\   '";"^"' 

II  -IJ  1       j    ^^  1  •       j        1  T  II  tertia   eduClpt 

i  Hy  Wilde  evenwel ,  datter  eenen  van  hun  in  denkerekerende  ban-  de 
den  blyven  foude  ,  ter  vvylen  de  andere  hun  gecochtegraen  endeter-  •>•.  li 
we  naer  huys  voeren  Ibuden  ,  ende  daernacr  Benjnmtn^  dicby  den  vader  ^  * 
gebleven  was,  mede  brenghen.  Defe  woorden  hoorende  fuchtedenfy  j^r7iJr7ofTm 
allegader,  ende  den  eenen  den  anderen  aenliende  feyden  fy  tot  mal-  jnem  ,  ciuod 
candercn  :  Voorwaer  het  is  rechtveerdigh  ,  dat  dcfe'ellenden  endeon-  '^roejuserat, 
gelucken  onsovercomen,  ende  fondertwytel  het  is  het  onnoofel  bloedt  "J^^^'h"^ ?>* ' 
van  lofeph  dat  opllaet  teghen  ons,  ende  wraecke  verfoeckt  .  ToilatusT'"^' 

Defe  benoude  broeders  waeren  evenwel  wat  vry  onder  een  in  hun-  b  Frater 
ne  tecckcns  ende  woorden  van  droefheydt,  om  dat  fy  mcynden,dat  '"^A'' «««^ ''- 
fy  van  den  Prins  niet  verftaen  en  wierden ,  als  fprekende  eene  taele  f/J^'^  '"  ""^' 
van  een  ander  landt,  ende  om  dat  hy  doorgaens  eenen  tacl-man  ge-  temlibite,'iy' 
bruyckte .  Maer  fy  waeren  bedroghen  ,  i  want  Jofejih  vcrllondt  het  /"■""  fif"^»- 
alles  .  '•* '  1"*  ""'• 

Hier  canmen  wederom  peyfen,  hoe  hier  lofejih  in  fyn  hert  moet  i^jh-'L /'"ty 
geftelt  fyn  geweeft .  fuirem    ye- 

•  De  </  H  Schriiture  feght,  dat  hy  ten  uytlerüen  van  binnen  be- ■^''"""  """'- 
wecghtwa^,  ende  niet  langher  connendc  fich  ophouden  van  weenen  "','dTiuhe  ™^ 
dat  hy  fich  een  weynigh  omkeerde  Hortende  te  ere  traeren  .  Hy  fagh  ip.  c- 30. 
hun  oock  feer  benouüt  ende  bcdruckttot  krytenstoe  om  hun  voor  "^  i\cfae. 
gaende  mifdaedt;  ende  dat  was  het  ghene,  ÓüI  Jofej.h  wcnile,  re  we-  '"^"'.  .'"",^" 
ten  dat  fy  hunne  fondcn  fouden  beweencn ,  ende  opcnbaerc  getu\  gcnille  Tfrei  jófeJ,] 
daer  van  geven.  "  to  c^^cd  per 

Hierdoor  was  lofeph  oock  beweeght,  endede  traenen  fynderbroe-  '"'^n'""''" 
ders  trocken  oock  de  traenen  uyt  fyne  ooghen  .  clT^^r^i 

Benediüuf  Fernavdm  van  onfe  Socieceyt ,  daer  ick  te  voeren  noch  d  ^Tfrt//<;; 
van  gdproken  hebbe,  bemerckcnde  defe  traenen  van  lefe^h  ilelt  ons  •/''  /""■»"'/'''• 
voor  defe  godtvruchtige  leeringe  :  ^ji^yn.y.i^. 

De  leedtvvefighc  traenen  van  eenen  fondaer,  feght   hy,   hebben 
noch  al  meerdere  crachtop  het  herte  Godts,  het  wtick,  gelyck  het 

over- 


2i4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

ovcrvloeydt  in  bermhertighcydt,  crachtelyck  oock  beweeghc  wordt, 
als  hy  ecnen  (bndaer  hertelyck  bedroeft  (iet  over  fyne  fonden . 
S.  Ambr.  l.^.       [.en  ootmoedigh  traenticn ,  leght  den  H.  Aryibrojiiu ,  heeft  foo  groo- 
rwZwum.i.j.  jg  cracht,  dat  het   eeneii  onwinbaerea  Godt  nubcreedt,  om  denlon- 
daer  te  itraffen,  wederhouat,  ende  den  almogendcn  valt  bindt,  om 
geenc  wraecke  te  connen  nemen  .  O  lacryma  kitmüü  vincit  mvmcibf 
Lem^  ItgAi  omriipotefitem.  Wy  doen  Godt  geweldt,  niet  al  dwingende , 
maer  al  weenende .   ^^lm  faciniM  Dommo  non  cir/j^eliendo  ,  Jed  Jieuaa  . 
Den   H.  HieronymiM  fpreckt  aldus :   Oratio   Dettm  lemt  ^  lacryma  co- 
git  :  Het  gebedt  vcrfoer  Godt ,  maer  eencn  traen  dwinght  Godt .  en- 
de naerfulcke  traenen  verlanghtdiën  bermhertighen  Godt,  leght  den 
a   Jofifff  lir  H.  Chrjfolgus  ,  delm^uenttum  gemitm  eJUrit ,  &  Jïttt  lacrj/mas  ^eccatorum, 

mius     ^fre».    Scrm  •    PJ  . 

fratern*  prs..  q^^  weder  tc  kccrcn  tot  de  traenen  van  Jofeph :  de  Broeders  had- 
■viiifi'et  fi-A.  den  tegen  Jofeph  fe?r  geibndightmaer  hy  was  altydt  hunnen  broeder 
trej  fuos -^ere  gebleven j  fyne  traenen  betoonden,  dut  hy  lich  bekende  voor  broe- 
tnterfeanxt-  jg,.  j|^[^  cvenwel  noch  niet  opcnbacrende ,  om  het  dacrnaer  bcquae- 
y;,;.ere«,/a.  fner  te  doen. 

irymxs  -onti-  Jofefh  feght  '^  Toflatus  ^  was  heel  foetacrdigh  ,  ende  tot  fyne  broe- 
nerenonpotti.  ^ers  fcer  gcncghen :  als  hv  hun  fagh  vol  van  anghlte  ende  vrejfe, 
élr'  '"'^*^  '"  ^"^^  hunne  dachten  hadde  verftaen,  en  conde  niet  ophouden  van 
fUxiurutjjet  traenen  te  ftortcn  >  jae  hy  foude  hun  allcgaeder  omhelll  hebben,  ten 
"'Ji  fiiiicri  zy  hy  fich  met  wyferen  raedt  noch  onbekent  foude  gehouden  heb- 
conr,i,oi.oyn-  }-y^^  g^de  fvuc  openbaerinsre  noch  uytgsltclt .  Hy  wilde  om  reden 
ailmc  il!}:*-  ^1'^"  noch  atkcmgh  ende  Irrai  toonen .  byne  traenen  dan  vveuerom 
lijfet.  Toftat.  wat  afgedrooght  hebbende  keerde  fich  wederom  tot  fyne  broeders, 
b  ride^m-  jg,i  jg  iclve  wecr  op  een  nieuw  ,  ende  Ituerder  als  te  vooren  hcfi  betoo- 
7^ ilt  Tf"»  "ende  dede  terftondt  Simeon  vallbinden  in  hunne  tegenwoordigheydt, 
lutiat'tu  ti-  ende  in  den  kercker  voor  borghertellen,  tot  dat  fy  met  hunnen  min- 
morem-fiden.  ftcn  brocdcr  fouden  wedergckecrt  fyn  .  Dit  dedc  Jofeph ,  feght  i  Chry- 
tiUi  -^"^'"^  joflorfiii^  ^  om  hun  vreefe  aen  te  jaeghen ,  ende  om  te  fien,  of  fv  met 
u'tTenitrred-  Simeon  eenigh  medelyden  fouden  toonen  ,  willende  fimen  weten, 
dereiKT,  an  of  fv  hun  x.c'^\\&n  Benjamin  oock  foo  fouden  gedraeghen  hebben. 
(um  /utre  u-  Macr  wacrom  is  Simeon  meer  als  iemandt  anders  van  de  broeders 
paflZm'll.  voorborghe  inde  banden,  ende  in  den  kercker  gettelt.'  De  Heylighe 
bcrent.OmnU  Vaders  mcencn ,  dat  Jofe^h  eeril  niemandt  voorborghe  noemen  en 
ergo  hx.fe.it,  wilde,  maer  de  broeders  iemandt  itellen  fouden,  het  welck  fy  wey- 
froium  eorn  „g,.j^^  ^[5  ^^efende  techen  de  liefde  van  de  broeders.  Jofeph  dan  nacr 
fcire  fJens  'ict  gevoclcn  van  Tojtatui  heert  inmeon  genomen  ,  ende  met  tonder 
num  CT-  !on-  dc  fchickinge  Godts,  nochte  fonder  reden,  want  hy  meer  als  de 
truBeniumm  ^ndcrc  Pefondi'yht  haedcj    OtiagraviM  delia/mt  ideo  plm  pi-.mrt  debmt 

ta.'ej  hurun.    r      \  ,      T  


S.Chryl 
6^.  in  Gen. 


Den 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ztf 

Den  "  H.  Chryfoflomuj  heeft  hier  noch  eene  andere  bemerckinge,  ntannSin'ti 
feggendc  ,  dat  Jo/eph  Cich  teghcn  Simeon  (oo  ftraf  om  niet  anders  ge-  onemfjuebat, 
toont  en  heeft,  als  op  dat  fynebroeders  met  alle  forghefouden  trach-  "' ƒ '«"■f  •>  ^j- 
tcn  Benjamin  mede  te  brenghen;  op  dat  Simeon  raochte  verloft  wor-  ^i^èrel^  o-' 

den  .  ul:<iUiinciouel. 

Maer  men  moet   hier  noch  bemercken  de  mildaedige  goedthcr-  ■*"'""  «'■'♦'  ''• 
tighevdt  van  lafefh  tot  fyne  broeders,  de  welckenu  haell  liondenre  s'chnrfbfl: 
vcrtrccken .  .  _     b    -Jufu  w- 

Joreph  dan  ^  geeft  laft  aen  fyne  dicnaers,  dat  fy  de  facken  vaa  die  ni/tm ,  ut  iat. 
vremdelinghen  met  tcrweende  coorn  foucen  vullen  ,  ende  boven  dien  /:^<'''f'"_ """""» 
fonder  hunne  wete  elck  hun  geldt  dacr  boven  in  leggen,  ende  hun  (^'Zponetait 
mcdegeven  eenige  eetwaere,  ooi  op  den  vcgh  tot  hun  noodtdruft  pe.umsé  f.n- 
te  gebruycken .  g.>Urum     m 

Maer  w;is  het  niet  genoegh,  hun  ongeftrafc  naer  huys  te  lieten  ^^'/.Vj^"^')^ 
gaen?  hy  en  voorfiet  hun  niet  alleen' van  graen  ende  terwe,  macr  hir:»  m  -,i. 
geeft  hun  oock  het  geldt,  het  welck  fv  in  den  coop  befteedt  had-  ->"»•  Gen.  42. 
den .  '  ^-  ^^- j)i„-,jj; 

Naer  alle  defen  handel  ende  vriendelyck  bcfteeck  waeren  fy  nu  ver-  fatrutj-'^j!^. 
trocken  met  hunne  terwè,  ende  geldt,  van  het  welcke  fy  de  min-  f.  non  dimift 
fte  wete  niet  en  hadden,  hunnen  geelt  meelt  fpelende  op  hunnen  broe-  re-cenuntur^, 
der  Simeon ,  by  den  welcken  fy  nu  op  den  wegh  fynde  metter  her-  tüm'si^JJone 
ten  noch  waeren.  detinentur ; 

Men  mocht  leggen,  feght  c  Ruperttu^  dat  fy  vcrtrocken* waeren,  ennt Len< fe. 
ende  niet  vertrocken  ,  ^elyck  wederkeert  met  afFcftie  ende  genegent-  ^"J-" '""•/""■» 
heydt  by  hunnen  broeder .  Voorts  gelyck  hun  herte  noch  gebleven  „„.Kupenus. 
was  by  'Simeon^  het  is  te  dencken,  dat  hun  herte  oock  was  by  hun-  d  ^pem^j: 
ren  ouden  vader,  de  welcke  oock  conden  peyfcn  ,  dat  hy  een  uyt-  »»•*<ƒ••"<'.'•» 
terlte  gevoelen  foude  hebben  in  het  achtcrblyven  van  Simeon .  tTp^ilu'"' 


lumiii 


Maer  hoort  nu,  wat  datter  aen  de  broeders  van  yo/è^^  op  den  wegh  dn-erfor:o , 
gebeurt  is:  Sy  hadden  nu  hunne  reyfe  wat  voortgefet,  ende  waeren  contempUcn 
gecomenin  eene  herberge,  om  wat  te  rulten,  als  nu  ecnen  onder  hun  ^^'^"Z^J^n^^f, 
lynen  d  fack  opende,  om  fyne  lalt  draegende beeft  wat  etens  te  geven,  xit  fiutrhi^ 
vindt  daer  boven-  op  liggen  het  geldt ,  het  welck  hy  tot  betalinge  /««••  J^ddna 
hadde  ceo-even,  het  fehe  terftondt  aen  de  andere  toonende,  gelvck  ^fl""^'  P'f»- 
fy  oock  het  hun  m  hunne  facken  vonden,  hier  over  tcenemael  ver-  „„ ,„ƒ.,„. 
wondert  ende  verftelt  fjyden  fy  :  Wat  is  dit,  dat  Godt  ons  gedaen  Gen..ia.>27. 
heeft  ?  W:it  wilt  Godt  met  ons  maecken  ?  Q^idvam  hoc  eji ,  ^y.od  e  Ideo  for- 
fectt  nobU  De.u}  Sy  hadden  hier  achterdencken  vaniet  quaedts,  vree-  jf'/"'^,',^. 
fcnde  hierom  van  disverye  befchuldight  te  worden.  j-fJve'ma pc 

Hoort  hoe  dat  '  DtonyJÏHs  Ca  thullanus  daer  van  fpreckt :  hfeph  c«n;.i  rurfus 
heeft  dit  raiffchien  gedaen,  op  dat  fy  door  liet  vinden  van  het  geldt  ^/fe'"»""'» 
wederom  fouden  bevreell  worden  ,  van  in  hunne  wcderkoraite  van  inr-hui'^c 

F  f  dieve-  «/^r» 


12.6  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

fH/int/e  pr- dievcrye  beticht  te  worden  j  want  hy  wilde  fyne  broeders  om  alle 
to.  f'oiinteiu  hunne  groote  mifdaeden  foetelyck  endc  ftrafFelyck  verdrucken  ,  om 
'txceffills  f'i'é  i^  voldoen  aen  de  goadelycke  Rechtveerdigheydt  ende  tot  hunne 
c^  dir'e  affii-  faclighcydt . 

gere  frofter^  Macr  wat  foudcH  fy  nii  doen  vol  van  anghfl:  ende  vreefe?  oft  tot 
cr'17uie't"ih.  J''f-pl'  wederkeeren ,  ende  hem  alles  te  kennen  geven,  ofte  de  reyfe 
Dionyi".  Cart.  naer  Chanaan  voorllellcn  ? 

Sy  vinden  ten  lellen  het  geraedighfte,  beter  voort  te   gaen  naer 
hunnen  ouden  Vader,  om  den  felven  miflchicn  in  grooten  hongerf- 
noot  gcftelt   fynde  vroegher  by  te  ftaen,  ftellende  oock  by  hun  fel- 
ven ,  het  gevonden  geldt  in  het  wederkeeren  mede  te  draeghen  . 
'Z?""^!""^'      Sy  waercn  nu  t'  huys «  eecomen ,  eerll  tot  eene  aldererootile  vreught 
tremfmm  in  ^^"  /<JC9p  hunnen  vader ,  die  naer  hunne  wedcrkomue  leer  verlangnt 
terram  cha.  hadcïe ,  dic  oock  elck  in  het  befonder  met  een  teer  gemoedt  begon 
man, (sr  nar.  ^q  omhclfen ,  maer  die  teere  liefde  veranderde  haeft  in  eene  vreefe  , 
Inm^'i'T  qi^^  als  hy  bcmerckte,  datter  eenen  van  fyne  foonen  onbrack,  hyenfagh 
aaidfjfem  f,.  Stnteon  niet ,  maer  de  andere  fpraecken  Jacob  terftondt  aen ,  alles  ver- 
hi,  duenies:  haclendc  datter  gefchiedt  was  .  De  H.  Srifture fprcckt  aldus:  Defoo- 
\"ob*'"D  '^■ï^"-  'y^  gecomen  by  Jacob  hunnen  vader   m  het  landt  van  Chanaan^ 
'n»s"errI7u'.  ^'""^^  vcrtcldcn  hem  alles,  datter  geichicdt  was,  feggende :  denHee- 
re^c^ fHtaVit  TC  dcs  landts  heeft  ons  hardt  acngefprokcn ,  die  feyde,  dat  wy  be- 
notexpiora.e-  fpicdcrs  dcs  landts  waeren  ;  aen  wie  wy  andtwoorden :  wy  fyn  in  vre- 
'^iI.^gJ"^"'"-,'  '^^  gecomen,  ende  en  hebben  geene  lillen  ophanden}  wy  fyn  twalf 
■V.  29.  broeders  al  van  eenen  vader,  den  eenen  en  leeft  niet,  ende  den  min- 

'b  Suffiilunt  flen  is  by  den  vader  in  het  landt  van  Chanami .  Den  heere  feyde,  dat 
h.'cverki,i,t  i^y  p,ef  .^\  nauwelyck  foudc  onderfoecken ,  daer  en  tulTchen  heelt  hy 
qnlm  dijr::p-  ^'^^''''  tot  verfckeringc  der  waerheydt  in  den  kercker  als  borghe  ge- 
t.-ifiteniitp.i.  houden,  feggende:  Lact  eenen  van  uwe  broeders  by  my^,  ende  neemt 
tril  yifteru;  noodtdrutt  voor  UWC  huyf-gefinnen ;  ende  gact  wech  ,  ende  brenght 
V:!'^fhesd°7'-  "^^^"  jonghllen  broeder  bymy,  dac  ick  weten  magh ,  dat  ghy  geene 
fepho  ademp-  bedriegers  en  fyt,  endc  dat  ghy  mooght  weder  hebben,  die  hier  ge- 
rijm»/,/.«m-  vangen  blyft  . 

t'-'tenimaU-  jj^j^  bcnoudcn  Vader  dit  alles  hoorende  feyde  hun  terftondt  meteene 
N^rS-  "yït;erile  dro  t"heydt:  Ghy  hebt  gemaeckt,  dat   ick  van  myne  kin- 


tuin. 


lid^Smcoue  cïers  berooft  ben:  Jofejih  en  leeft  niet,  Simeon  is  gevanghen  ,  ende 
//-cm  foiine-  Beiijiimin  fuldy  wcch  nemen.   Al  dit  quaedt  is  op  my  gevallen. 
^l'o" '  "d'"'i  "  *  ^  'Ch-nf'>fi(>mpu  overdenckende  dcfc  droeve  ende  teere  woor- 

Yr-hl,ii.x>nino  '^cn  van  "facob  fpreckt  aldus :  uyt  defe  woorden  van  den  bedruckten 
jo.-mid.ii.tt .    vader  condcmen  claerlyck  merckcn,  hoc  dat  het  binnenllc  ende  het 
ü.  Chryioft.  hertc  van  Jacob  gclyclc  gcfchcurt  is  geweeft,  om  dat  hy  geene  ho- 
pe meer  en  hadde  van  Jofeph^  die  hy  meende  van  eénige  beelle  op- 
gecccn  te  fyn,  hy  en  hadde  Oück  quaclyck  hope  voor  Simeon ,  ende 

vrcef- 


I 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  217 

vreefde  nu  oock  het felve voor  Benjamin^  ende  daerom  feyde  hyhun 
ten  leften  geen  redens  aenfiende  :  Benjamin  en  fiil  niet  mede  gaen, 
cnJc  ghy  en  fiilt  my  hem  niet  afnemen. 

Wat  diin  gediien ,  om  het  gemoedt  vivn  lacob  te  bcwcghen  ,  o;n 
Benjamin  te  latten  sjacn  ? 

.    rt  Ruien  den  eerilcn  geboren  ficnde  fvnen  vader  foo  ontlTie't  ende  « 

foo  wevgerigh  ,  ievde  tot  hem  :  Lieven  vaderen  bedroeft  u  foo  niet ,  ^"'  '•<"/>«'''t 
ick  hebbe,  gclyclc  ghy  weet,  maer  twee  ionen,  ick  fal  die  bv  u  A:  <■»:  ■'^"''» 
lacccn  in  de  plaetle  van  Benjamin  ,  ende  lit  dat  iclc  hem  niet  weuer  mterjkf,  fi 
en  brenghe,  doet  met  hun,  dat  u  belieft,  ick  llelle  hun  leven  in  u-  '-•<"»  reditxero 
we  handen.  Geenfins,  feyde  lacob,  ick  en  fal  noyt  toeileinmen ,  dat  ^^'""p^tra-' 
Benjamin  mede  gaet  j  lynen  broeder  lofe^h  is  doodt ,  ende  Benjamin  J_,^,^  ^^'j^  ^ 
is.by  mv alleen  gebleven,  wacrt  dat  hem  eenigh  ongeluck  overquam  ego  eum  uhi 
in  het  landt,  daer  hy  henen  gaen  foude,  ghy  foudc  my  fckerlyck  ^^l''"'-'-'»- 
doen  fier  ven.  Gen^j.xj;. 

Siet  hier  de  afbeeldinge  van  de  menfchen  defer  wereldt  feer  wel 
uytgedruckt  in  den  Patriarch  Jacob:  fyne  geboorte  was  in  het  mid- 
den van  het  ftryden  ,  jae  van  als  hy  noch  was  in  het  lichaem  van 
fyne  moeder  hy  worftelde  met  fynen  broeder  Efatt .  Colltdebantirr  tn 
mera  ejns  parvitlt.  Gen.  zj".  v.  2i.  Ende  quaelyck  en  was  hy  ge« 
comen  tot  de  jaeren  van  een  man,  of  Godt  felf  heeft  hem  aenge- 
vallen .  Ten  lellen  fyne  fonen  fyn  hem  tot  groet  verdriet  ende  druck 
in  fynen  ouderdom,  ende  hy  heeft  hun  als  beulen  gehadt  in  fyn  huys. 

O  wonderen  maer  Voorjiemghen  Godt !  Wilt  ghy  hem  dan  noch 
keten  berooven  van  fynen  jonghften  lóne  Betjjamm ,  wilt  ghy  noch 
toelaeten ,  dat  hy  mede  gcleydt  worde  naer  Egj^ten  ,  om  daer  mif- 
fchien  oock  ongeluckigh  te  iterven . 

Alle  de  broeders  daer-en-tuflchen  waeren  oock  in  benoudtheydt , 
ende  in  meerdere  ende  meerdere  vreefe ,  dat  het  oock  met  hun  niet 
wel  en  foudc  afloopen  om  alle  hunne  voorgaende  fonden ,  ende  boo- 
fen  handel  teghen  hunnen  onnoofelen  broeder  Jofeph ,  den  welcken 
fy  oock  het  leven  hadden  willen  nemen .  Daer-en-boven  waeren  (y 
in  grooten  anghft  om  het  geldt,  dat  fy  in  hunne  facken  gevonden 
hadden,  ende  mede  gebracht,  vreefende  daer  befchuldight  te  wor- 
den ,  ende  als  dieven  ende  verraders  aengevat ;  met  een  woordt ,  fy 
waeren  geduerelyck  in  vreefelyck  achterdencken  om  alle  hunne  voor- 
gaende boosheydt,  de  welcke  eene  wroegende  confcientie  noyt  ge- 
ruft en  laet:  van  wekkers  moeyelyckheydc  ick  inde  volgende fede- 
leeringe  breeder  fal  fpreken ,  ende  daernaer  voortgaen  in  onfe  hifto- 
rie:  Eerickdefe  fede-lefleaenvatte,  fal  ick  tot  eene  veranderinge  het 
groot  verlangen  van  Jofe^h  naer  de  wederkomfte  van  fyne  broeders 
mep  Benjamin  hier  in  een  Rym-dicht  aen  den  lefer  voorltellen. 

F  f  i  Jofe^h 


ii8  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 
Jofeph  preekt  alleen'. 

^t  'T  S  waer  myn  hert  bemint  j  de  liefd'  blyft  niet  verhorghef  j 
JL  Den  anghfl  het  claer  getuyght  ^  en  vrees'  met  and' re  forghen , 
Den  hongher  noch  al  groeyt  j  de    Borgh^   blyft  vafl  geflelt  . 

Tot  fynder  broeders  comji'  'k  mejn  hy  de  daghen  telt . 
JHet  recht  ü  hy  onflelt ,  van  vrees  'heel  t-ngenomen  , 

Als  fy  felfs  op  den  eedt  noch  niet  te  voorfchyn  comen . 
Wat  magh  het  immers  fyn  ?  mijfchien  den  ouden  haet 

JVu  hoogher  ftejgen  wtlt ,  als  hy  ten  onder  gaet . 
Mtjfchien  o  Benjamin  nyt  Rachel  oock  geboren 

Is  door  tnv'  broeders  haet  oock  uwe  doodt  gefworen  j 
£«  door  een  boofen  nydt  fyt  ghy  van  hun  verfaeckt , 

Oft  oock  om  eenen  droom  tn  eentgh  Vut  geraeckt . 
O  te  êevreefi  gemoedt !  waer  laet  ghy  my  vervoeren  ? 

En  teghen  rnynen  danck  myn  hert  en  Jiel  beroeren  ? 
Doch  de  verdachte  vrees  wel  met  de  liefde  ftaety 

De  vrees  uyt  liefde  groeyt ,  en  is  des  liefde  maet . 
Aiaer  wat  is  dit  eylaes  ?  wat  fal  my  wedervaeren  ? 

Wat  onheyl  op  een  yiieitiv  comt  mjne  Jiel  befu/aeren  ? 
lek  voel  y  myn  lichaem  beeft  ^  mijfchten  myn  vader  lydt  ^ 

Om  eeniffh  ongeval  in  fjnen  ouden  tydt  ? 
Van  wederz.yd'  ben  ick  van  vrees''  en  lièfd''  gedreven  j 

En  Benjamin  my  trech ^  en  Jacob  doet  my  heven. 
Aiyn  hert  is  gantfcb  onflelt ^  myn  fwack  en  leer  gemoet 

Tot  Jacob  en  ■  V  Itef  ktndt  myn  fiele  vreefen  doet . 
Wel  Il/at  gedaen  ?  bedenckt ,  -wat  u  is  over  comen , 

Ghy  hebt  het  wel  geproeft  van  onheyl  ingenomen  j 
Jil  waert  ghy  foo  gehaet  ^  en  voor  een  flaef  vercocbt , 

Godt  heeft  ti  op  fyn  tydt  tn  defen  flaet  gehrocht . 
V  Is  Godt  die  V  al  befliert;  Gudi  can  het  al  hefleden 

Tot  befl  van  ieder  een;  met  Godt  hen  ick  te  vreden. 
De  crcnckheydt  van  een  metifch  en  vreefi  en  oock  bemint  ^ 

Aiaer  die  met  Godt  Jich  fielt ,  met  Godt  is  wel  gejint , 
Doch  Simcon  o'ock  claeght  foo  lanck  nu  vafl  gefeten 

In  V  flot  en  tn  den  bandt^  hy  fchynt  eylaes  vergeten^ 
Verlaeten  in  den  druck .  met  recht  hy  fuchten  magh , 

Bedroeft  om  hun  verbljf;  beclaeght  Jich  heel  den  dfigh . 
Nochtans  hy  V  wet  verdient  ^  van  niemand t  te  beclaeghen . 

Hy  magh  vry  om  fyn  fchuldt  fyn  firaf  en  banden  draeghen , 
Magh  fuchten ,  foo  hy  wilt ,  magh  treuren  om  fyn  quaet  j 
Want  al  fyn  boos  bedryf  de  Jtraf  te  boven  gaet } 

IIj 


UYTCEBEELDT    IN    JOSEPH.  zi9 

Hy  heeft  de  flraf  verdierrt  ^  heeft  d'  ander  aengedreven  ^ 

En  eerfl  tot  mjne  doodt  din  hoofen  raedt  gegeven: 
Miffchien  hy  oock  van  Godt  om  fjn  moordadigh  fiuck , 

De  jiraf  betaelen  moet ,   en  fitten  tn  den  druck . 
Voor  hem  '>t  beti  wel  genifl ;   laet  hem  de  Jiraf  betaelen , 

'A'  En  wil  fjn  boos  mifdaedt  niet  hoogher  op  gaen  haelen , 
Eylties!  *k  ben  voor  de  reff,   voor  Ruben  meer  beducht^ 

Foor  Judas  oock  al  meer  mjn  banghe  Jiel  verfmht . 
U'at  liefd'  heeft  JuSas  met  en  Ruben  my  bewefen? 

Fan  ieder  weerdigh  fjn ,   en  oock  van  Godt  geSrefen . 
^t  fal  wefen   evehwel  den  meefien  troofl  van  al^^ 

yils  tck  o   Benjamin  «  hier  aenfchouwen  fal . 
Aiyn  hert  is  heel  voor  «,  nochtans  met  vrees'  bevanghen  ^ 

'Comt  maer ,   naer  u  tck  wenfch ,  ghy  fyt  al  mpi  verlanghen . 
Of  u  geluck   o  ktndt  «  maer  bekent  en  waer ! 

En  wat  al  jonji  voor-  u  tck  in  myn  Jiel  bewaer'  } 
Strax  font  ghy  vol  van  trooft  ,  tn  blydtfchap  tngetoghen 

Met  al  u  broeders  hier  haeji  comen  aengevloghen . 
Doch  waerom  al  die  forgW  ,  en  waerom  dit  beclagh  ? 

Den  Jlondt   is  Godt  bekent ,  Wanneer  het  wefen  magh .   - 
Codts  ivtl  is  mjnen  wtl  j   hy  magh  myn  Jiel  beproeven , 

'iè  Wil  dan  myn  broeders  comfi  naer  Godts  bejiier  vertoeven. 
Dat  bidd'  tck  hem  alleen ,  als  hy  hun  fenden  fal , 

Dat  hy  het  jonghjle  ktndt  bewaer  van  ongeval . 

DEfe  lange  weder-comft  van  de  broeders  van  lofeph  wierdt  van 
Godt  bclliert,  die  nu  naerder  Avas,  als  Jofeph  wel  meynde,  van 
de  welcke  ick  terilondt  fal  Ipreken,  naerdat  ick  eerft  fal  voor  ge- 
{telt  hebben  de  fede-lefle  van  eene  ongeruile  confcientie  ter  ooifaec- 
ke  van  het  ongcruft  gemoedt  van  de  plichtigc  broeders  van  lofeph . 

SEDE^LEERINGHE. 

Van  dt  onrufle^  ende  moeydyckheydt  van  eem  quaede 

confcientie . 

NOyt    en  {budemen   genocgh    connen  voordellen  de   pyne- 
lycke  onruile  ende  quellinge  van  de  plichtige  confcientie, 
de  welcke  hadden  de  nydige  broeders  van  Jofeph,  als  fy  den 
felven  foo  onbcrmhertelyck  gehandelt  hadden  ,   gelyck  wy  nu  ge- 

F  f  3  hoort 


Merite  htc 

fec-.af'inus  in 
f-itrem  no- 
flmm  .v/deii— 
tfs  angitftiénn 
anima  lüiuj  , 

retur  'los  ,  CP* 
«07»  audi-ri- 
miis  ,  idcirco 
"venit  fuper 
iioj  i/fa  tri  hit  • 
latio .  Gen. 
42.  V.  ai. 


zjo  DE  GODDELYCKE  VOORSlENIGHEYDT 

hoort  hebben.  Sy  gaeven  het  genoegh  te  kennen  ,  als  lofeph  hun 
hoorde  fcggen  detè  woorden ,  mcyncnde  niet  veiMben  te  worden  .  Met 
recht  lyd'éii  wy  dit,  want  wy  te^rhen  onlcn  broeder milUaen  hebben, 
ficnde  de  bedrucktheydt  fynder  iiele ,  als  hy  ons  badt ,  ende  wy  en 
hoorden  hem  niet ,  daerom  is  defe  tribuiacie  op  ons  gecomen  .  Godt 
wiil  het  bell,  hoe  fy  van  binnen  geftek  waeren,  als  fy  hun  fclven 
nu  vonden  in  eene  uytterile  benoudtheydt ,  dan  begonden  fy  ooclc 
het  felve  te  gevoelen.  Hunplichtigh  gemoedt  was  vol  onrufte,  ende 
in  eene  geduerige  onftelteniire ,  gelyck  eene  onftelde  zee,  die  niet 
ruften  en  can .  Het  is  het  leggen  van  IfatM  yj .  Impii  ,  cjiiaji  ma- 
re fervens,  cjuod  qHiefcere  non  potefl  .  Het  welck  meeft  plaetfe  grypt 
in  de  zee  Eurt^ta  genaemt  volgens  de  uytlegginge  van  Vatablm  de 
welcke  in  een  enghte  ingctrocken  fynde  in  holle  vloeden  opfwilt, 
ende  die  daer-en-boven  feven-mael  op  eenen  dagh  haeren  vloedt  en- 
de wedervloet  heeft ,  diesvolgens  in  eene  geduerighe  roeringe  ende 
beweginge   is,  ende  dit  door  een  verholen  geheym  van  de  nature. 

Naer  het  feggen  dan  van  Ifaias  wordt  het  herte  van  een  boos 
menfch  vergeleken  meteene  roerende  zee,  de  welcke  daerom  met 
reden  magh  genoemt  worden  een  bequaem  finne-beeldt  van  een  on- 
geruft  gemoedt  oftequaede  confcientie,  dat  oock  noyt  ruft  en  heeft. 

Eerllfalick  Hellen  het  devies  het  welck  volght  naer  de  print. 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


231 


tT  Onrufle  gnet , 
Noyt  ftillé  flaet.. 

Het '  finne-bèeldt  wordt  uytgcleydt . 

Wj4t  omi'eer !  wat  tempeeji !  hos  blaefen  al  die  ivinden ! 
Ejlaes .'  V  ü  een  gedi-ujs ,  om  alles  te  verjltnden  ! 
De  TLce   is  gantfch  onfiel' !  Jiet  eens  den  Oceaen  5 
Aien  Jiet  hem  heel  om  hoogh ,  en  weder  neder  gaen .  ' 

Siet ,   met  ivat  groot  geiveldt  de  baeren  fyn  gedreven , 
jE«  door  een  fnellen  windt  de  waters  hoogh  verheven 
Als  berghen  in  de  locht  ^  en  vallen  oock  terftondt 
uils  in  een  hollen  Vujl  in  '/  diepjle  van  den  grondt 'y 
Dan  wederom  om  hoogh  ^  dan  teghen  clip  en  rot  [en 
Gcjlingert  hier  en  daer ,  dan  fchielyck  wed^r  botfen , 
Jïlen  hoort  van  allen  cant  gedruys  en  groot  ge%veldt  ; 
Door  den  verdraeyden  wiiidt  de  T^ee  is  heel  ontjielt . 


Dh 


i3i  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Dit  is  het  waere  beeldt  van  V  hert  der  hoofe  menfchen^ 
Dte  leven  fonder  ruft ,  ontflelt  in  al  hun  wenfchen . 
Die  7iaer  fjn   luften  leeft ,   en  fo^ider   maet  en  toom , 
Ntet  anders  leven  can  als   tn   een    vrees'   en  fchroom . 
Selfs  de  gedachtenis  van  het  vjorgaende  leven 
In   aller  Jonden  pltcht  hun  fchndden  doet  en  heven  . 
Bcfchaemt  in   hun  gemnedt  urn  h::n  verplichte  f.el  ■y 
In  vrees ^  dat  hun  Godts  handt  m  'r  eetningh  vier  verniel. 
Door  boosheydt  en  mifdaedt  van  de  voorleden  pinden 
Sjn   heel  en  gantfch  onftelr ,   in  al  hun  quaedt  verslonden  j 
Sj  fchroomen  tn  hun  vre:ighty   van  anghji  en  droeve  ïuee; 
V  is  waer  een  boofe  jiel  is  een  onflelae  7.ee . 
Den  fchroom  van  V  oordeel  Godts ,  en  van  het  vier  der  hellen 
Doet  een  onfaltgh  menfch  heel  fchudden  en  ontftellen  j 

Als  hj  op  d"  aerd"  noch  leeft ^Jich  vindt  als  tn  de  hel; 
Soo  bljft  een  godd'loos  menfch  tn  vrees  en  droef  gecjuel . 
Vervloeckt  ramfiltgh  menfch ,  feg£  waerorn  foo  veel  fuchten , 
Doodt-ftagher  van  »  broer?  %vaer  henen  wildj  vluchten? 

Wel  vreefl  ghy  eenigh  menfch ,  daer  geen  op  d  aerd*  en  is  ? 
De  fond'  hem  hadt  gebracht  in  foo  een  diiyfternii . 
Mtjfchien  ghy  Abel  vreeft  ^  die  «  mocht  teghen  comen  ^ 
Die  ghy  door  dttyvels  lift  fyn  leven  hebt  genomen  ? 
yiiteht  vry  aldaer  ghy  wildtj  de  wereldt  ave?  al^ 
De  ivraeck  tm/s  broeders  doodt  u  altydt  volghen  fat , 
Siet  Judas  tngelyckx  wilt  fynen  Heer  vercoopen , 
Doch  t"  was  hem  haeft  berouwt ;  van  vrees  begint  te  loopen  ^ 

Waer  henen ,  weet  hy  met ,  van  fchrick  hy  fchud''  en  beeft  j 
*    Tot  dat  hy  door  de  flrop  aen  d'  hel  Jich  overgeeft . 
V  Heeft  ooci  maer  al  te  wel  tn  Jofcphs  bloedi  gebleken  : 
Syn  broeders  allegaer  met  haet  en  nydt  ontfteken 
Tot  die  onnoofel  was  ^  den  haet  wa,s  al  te  groot  \ 
Sy  wenften  naer  fyn  bloedt  en  fyn  verhaefie  doodt. 
Sy  hoorden  nyt  den  put  V  kindt  fuchten  ende  kermen , 
Doch  alles  te  vergeefs^  en  fonder  te  ontfermen. 

Alaer  beulen  als  ghy  fyt^  den  Rechter  ^  Heer  van  al  ^ 
U  fchroomelyck  befteeck  daernaer  eock  ftrajfen  f  il . 
Schier  hadt  de  wraecke  Godis  de  broeders  overvallen  ^ 
Of  feyden  allegaer  ^  oft  een  en  onder  allen: 

Ach  V  is  ons  'boofe  fchuldt ,  dat  wy  fyn  m  de  Pyn ; 
Ify  in  ons  broeders  doodt  maer  al  te  pltchtigh  tyn  . 
Hoe  fnchte  Jofeph   ntet?  eylaesl  met  wat  al  claechen 
^ocht  hy  berrnhertigheydt  l  met  recht  wy  al  dtes  plaeghen  y 

En 


1 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  133 

En  fmerte»  onderflnen !  wner  toe  jjn  wy  geraeckt  ? 
Ons  innigh  boos  gemoedt  daer  in  ons  plichtigh  maeckt. 
Siet  hoe  de  fonde  ftraft ;  de  vrees''  volght  op  de  hielen  ^ 

Sy  t>erji  de»  bnoffn  menfch ,  en  tracht  hem  te  vernielen . 

De  /iel  li'ier  fuiven  vreefl ,  vol  fchraom  om  al  hner  e^uaedt ', 
JVlei  die  de  boosheydt  volght ,  het  alffdt  (juaehck  gj*et . 

ALle  de  broeders  van  fofeph  voelden  ionder  ophouden  eene  a  initapi^ 
groote  pyn  en  fmcrt  van  hunne  wroegende  confcientie  r)m  ttconfurtpt. 
het  boos  bedrvf  teehen  hunnen  broeder  lofevh  .  leji-  canfut». 

Het  was  nu  meer  als  twcc-en-twintigh  jaer  geleden,  gelyck  «  77;p-  /,  judiaum, 
odnrertis  Biilchop  van  Cyrus  beinerckt,  dat  fy  foo  ombcrmhcrtelyck  ref-icat  tmm 
met  hunnen  broeder  gehandek  hadden ;  om  het  welck  fy  fonder  tu-y-  mtmirumft- 
fel  altydt  in  hun  felven  een  groot  herdtfweer  gevoelden,  ende  eene  ^"yf'^i^ti'an- 
inwendige  wroeginge  ende  verwytinge,  de  welckc  aen  de  mifdaedi-  nos  admiij!. 
ge  nimmermeer  ende  bycans  geduerelyck  voorllelt  de  bedreven  boof-  Theodoret. 
heydt .  Macr  befoiifterlyck  hadden    fy  hunne   fmerte,als  fy  hun  nu  ^yH  Epifc. 
Cighen  in  de  vreefe  van  de  verdachte  dieverye ,  het  geldt  vindende  in  tur  cl"'J"^tT- 
hunne  facken  •  >■»»»  ix  .tjpf 

Hier  op  paffen  fcer  wel  de  woorden  van  den  Biffchop  l  Lippoma-  ^*  ftotnie; 
tiH-s  fprckende  aldus :  Hunne  herten  beginnen  eelyck  te  bcfwvcken  ,  ""■""'  iL  ' 
uyt  het  acnichouwen  van  het  geldt,  ly  gevoelen  wederom  Godts  tmmmerefcn- 
handt,ende  fy  vreclcn  aengevat  te  worden  in  hun  openbaer  mifdaedt.  '"""•  ^'f^'- 
Sv  moeftcn  nu  ten  minften  geruft  geweeft  hebben  om  het  cevondcn  '"'"'•■'"'"  /' 

-,,.,  ,,  iiiijj  •  1  1  timent  in  lam 

geldt  m  hunne  lackcn,  gelyck  het  geldt,  datmen  vint,  andere  droe-  p,di,\o  malo. 
ve  menfchcn  wat  herfttlt;  maer  de  goddeloofe  en  maeckt  het  maer  Lipp.  >»  <7f». 
bcvreeft  feght  den  c  //.  Chryfifismw :  De  broeders  waeren  maer  ver-  '^  .  ^^fl"P'- 
vaert,  dehckendc  altydt  op  al  het  ghenc,  dat  fy  tcghen  hunnen  hroe-  quèd^erlnv 
der  hadden  miidaen:  eerft  in  de  boosheydt  en  vonden  fy  geenc  i\vae-  ^idnam  tfl 
righeydt,  jae  eene  voldoeninge,  macr  daernaer  wierden  fy  de  pvne  l'oc? nonntjo- 
ende  imcrte  gewacr .  .  '  '       '""^     inyenta 

Den  felven  i  H.  rader  geeft  ons  hier  van,drfe  gelyckcnifle  •  Ge-  jiTrH^^amml', 
lyck  als  eenen  dronckacrt ,  als  hy  den  wyn  ovcrvlocdelyck  drinckt /"^ff  ü-;«/. 
met  luft  ende  voldoeninge  geen  ongemack  alfdan  en  gevoelt,  maer  '>">"^'"'p'<>f 
alleen  ducrnaer,  als  hy  iïch  quaclyck  geftclt  vindt  naer  'ficl  en  lich-  "7's  Cl'"? 
aem  j  van  gelycken  gefchict  het  met  de  fonde,  de  wclcke  als  fyge-  dsicinehnM 
daen  wordt  ,  gemeenelyck  voldoeninge  geelst ,  maer  allenskens  daer  'ïu.inJv  mnl- 
nacr  den  geelt  vcrduyftert  als  met  eene  dicke  wolcke,  als  wanneer  """  ^""  '"" 
de  qnaedc  confcientie  begint  on^  te  (taen ,  ende  het  hert    ccl\tk  te  f''^"'"  ""  ," 

11  j-     •  j  1-1  {-     .    ■        *■      ium    leunt  a 

doorknaeghen  ,  levendigiier  ende  crachtighcr  voorikucnde  het  "root  T/no</jmn«m, 

quaedt  van  het  boos  feyt,  als  eenen  praemenden  befchuldighcr .  "•■  peuatum. 

Als  deboofc    ende   nlichtige  broeders  nu  Faghen  ,   dat   fv   „^ '''>»""  ""/»"•- 

G  g  pe-  i,,i 


134  DE  GODDELYCKE    VOORSI  ENIGHEYDT 


/«lyr^XL/J  peryckel  waeren  van  hun  leven,  dan  bekendeirfy  beter  met  de  ge- 
»«Afj,rff<»f5.  tuygcnillè  haerdcr  confciencie  al  dat  fy  gcdaen  hadden. 
j:ie,iia.  in-  Soo  gcfchicdt  hct  mct  alle  de  boof;  menfchen ,  de  welchc  vrocgh 
j»rgn,<jfq,io-  of  lact  van  haere  confcientie  berchuldiffht  worden,  gcpynicht  endc 
mcmem  Tra.  vcrvuit  met  grootc  vreclc  endc  bcnoiidtheydt ,  de  wclckc  hun  bycans 
t/k.  arrodn.  gcduerelyck  voorflelt  cnde  verwyt  hunne  boosheydt,  oock  vreefen- 
idem  hom.  de  allen  ooghenblick  van  Godt  gcllratt  te  worden.  Jjit  heeicmen 
a^£t?«m'I«.  g^fi^"  i"  het  bcginfel  des  wercldts  in  yidam  ende  Cain . 
difj'eiit  ro.em  "  ^Idam  voor  de  ionde  was  gerull  in  lyn  gcmocdt  ,  genietende 
£>ni  Dei  de-  mct  vrcught  alle  de  fchepfelen  van  het  Paradys  >  maer  eylaes  terltondt 
tmbuUntmn  ^j^^j.  Jg  fonde  was  hy  bcvrceft  ende  befchaemt  om  fync  naeckthcydt, 
^hfond'it'fe  ^^^'^  wclcken  alfdan  gcwaer  geworden  hebbende  de  aencomlte  van 
^damo-  u-  Godt  fynen  fchepper,  fich  met  Eva  hadde  verborgen,  hoori.nde  de 
xerejHiafA-  goddelyckc  ftemme,  die  hem  feyde':  y^damwzcr  1'yt  ghy  ?  den  welc- 
cie   omini...  j^^^^  antwoordc :  lek  hcbbc  uwe  llemme  eehoort  ende  eevreelt,  om 

yoiavitque        ,.,  ,  JU    LI  i°l  ° 

DomiiiusDe-  dat  ick  nacckt  was,  ende  hebbe  my  verborghen. 
Hi^damo'  Bemerckt  hier:  Godt  fprack  Adam  Ibctelyck  acn,  het  Paradys 
itxiteivbiei'i  ^^^  jg  plaetfc  van  genoechte  ,  hy  en  en  wicrdt  van  Godt  geenlins 
^'e'm'^tHAm ait-  bcfchuldight  oftc  bcrifpt ,  ende  nochtans  om  die  twee  woordekens: 
diyiinPara.  Ubi  es?  Waer  fyt  ghy ,  Adam  begint  te  beven,  hy  vlucht  ende  ver- 
difovtimHi,  fleeckt  fyn  felven,  ende  geett  voor  antwoórde:  üm  dat  ick  nacckt 
"iHm^^X  '^'^"'  '''^^^''  hy  f^^lt,  ende  hy  milt,  de  vreefe  en  comt  hier  uyt  niet, 
fond,  me.  macr  om  de  Ibndcj  het  wasfyne  plichtigc  confcientic,  die  hem  bc- 
Gen.  ^.T.. 8.  rifpte  ende  overcuyghdc. 

b  Quare  ti-  Hoortcr  van  fpreken  den  h  H.Chhfaflomm:  Waerom  heeft  h y  gevreeft? ' 
'Tidl'ut'''fibi  °"^  '^'^'^  hy  voor  hem  iagh  Üacn  fynen  belchuldigcr ,  te  \\  cttn  1)  ne  con  - 
tTMem  adj}*-  fcicntiCjWant  hy  geentn  anderen  betichtcr  en  hadde  cnde  getuyge  als  fyn 
reauujatore,  eyghcn fclven  oftc fync  boofe  conlcicntic ,  de  welcke  hy  mwendel)ck 
ceTifiemium  frcvücldc ,  cndc  op  allc  phctfc  hem  naervoliihde ,  cnde  die  hy  allom 
nim'objirgj-  m^dc  drocgh  .  Die  inwendige  wrocginge  dede  hem  vrecfcn,  gelyck 
toremluileUt  het  mct  fyacH  fonc  Caa  gefchiede .  Als  Cttn  iynen  onnooll-jen 
(^leiïempei'  broédcr  Abel  hadde  vermoordt,  wierdt  oock  tcrllondt  overvallen 
iatcT»m,q»a  fchrick  cndc  vrccfe,  als  van  een  ieder  vluchtende  ende  fei^ecn- 

5«fw  mtrin-  dc:   Die  my  lal  vinden,  lal  my  het  leven  benemen;   Q_^t  tnvenent 
jecus  iiTcum-  fne  ,    occidet  me . 
ferektt.     S.  Comeliiu  a  Lapide  IciJht  het  aldus  uyt:  Ick  ben  een  vervloeck- 

Chrvf.    hom.    -  ,      .    ,     ,  ,  ,■'  /-^      t         ■    \  .•  i    i 

J7  in  Gen.  iel?  ick  ben  den  hact  van  (jodt,  ick  en  lal  het  met  ontcomen,  le- 
•c  Sum.tnu-  mandt  fal  my  dooden.  Dat  is  de  vreefe  ende  benoudtheydt  van  de 
tl>em<i,fumo-  qyjedc  confcicntic . 

d,Hm  /5«;,n«       ^      fprcckt  dcn  d  H.  AmbrnJjM:  Als  Cain  fynen  broeder  vermoert 

re^cjHinub-a-^  Hebbende  van  Godt  noch  mct  en  wicrüt  geltratt  ,  wicrdl  evenwel 

iia»uo,.id.ir.  gcpynight  van  fyne  knaegende  conlcientic,  ende  wilde  gaen  vluch- 

■f'    '  ■  ten 


ÜYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ^^f 

ten  van  de  tnenCchen,  dser  nach  geene  en  waefcfi,  die  liêw  Hfaffen  /'-s/.-.^p^**. 
fouden.  Syn  boos  leven  pynighde  cnde  ihüfte  hem  ,  '*    '•rijiifn^ 

«  Procopins  (^vcckx  oock' leer  wel :  Den  moorden3ei'r/j/)>r  feght  h_v,  '^^'^'^f '^P'""*' 
liet  fich  voorftaen  ,  dat  alles  teghen  hem  opftondt  :  als  hy  \)r\  oo-  d  Cum  „dhui 
ghen  op  de  aerde  floegh ,  hem  docht,  dat  de  Icrpenten  met  hacrfe-  '"-DommvpM- 
nyn  fich  teghen  hem  oprechteden,  ende  dat  de  briefichende  Iccu-  "^^  'J,^''"'' 
wen  op  hem  aenquaemen,  om  hem  te  verfcheuren ,  ende  dat  delocht  fuorlmT^nfi^, 
ende  hemellche  geeflen  hem  met  vlammende  fweerden  met  de  doodt  encta  feuatt^ 
dreyghden ,  ende  dat  alle  de  fchepfelen  hem  wilden  aenvallen  .  '■'""•  ^  ^'*^ 

Op  de  felve  maniere  feght  den  b  H.  Chrjfoflomm  heeft  den  vcrra-  ifXy/fT/^I 
der  y«^<ïf  fyne  knaegende  confcientie  niet  langher  connende  verdrae-  fl  j,  in'jlfii 
ghen  fich  met  de  llrop  verhanghen.  Siet  dien  vervloeckten  verrader  -'itacrmiatut 
gevoelde  meerder  ftrafte  in  fyne  boofe  confcientie  als  in  de  doodt  ^-jy^^'^^- 
felve,  fyn  felven  liever  verhangende,  als  langher  te  vcrdraeghen  het  "*  a'  ^^' 
bitter  verwyt  van  fyn  wroegende  gcmoedt  over  het  fchandigh  ende  riMatCain 
goddeloos  veiTaedt  van  jfefns  fynen  goeden  meefter  .  ^n^ehs  ig. 

Om  nu  een  woordt  te  fprekenbuyten  deH.  Scrifture :  hoort  eerft,  ","',f  ,"''(^' 
hoe  beroert  ende  verfchrickt  dat  was  dien  wreeden  Keyfer  A^ero , als  nitantei  ,/o'. 
hy  fyne  moeder  OElavta  hadde  doen  Iterven :  Dio  Cajfim  fpreckter  van.  <■«'<'•""  '"-ra 
Als  Ociavia,  feght  hy  omgebracht  was,  wierdt  Nero  terftondt  met  '{""'"'^•"' 
eenen  uytterften  fchrick  bevanghcn,  foo  dat  hy  bekende,  alwacrhy  „enoTLlTt 
fich  keerde,  fyne  gedoode  moeder  altydt  voor  fyne  ooghen  te  fienj  ««f^'i»" •'■«•• 
om  wclck  geduerigh  geficht  hy  foo  benoudt  was,  dat  hy  nergens  '"''fl'""-"" 
fyne  rufte  en  conde  vinden.  Suetomns  feght  boven  dien,  dat  hy  m  ^ruZus^,'!' 
fynen  droom  gefien  hadde,  dat  hem  vaerende  in  een  fchip  het  roer  l^it.  Procop' 
wierdt  afgenomen  ende  dat  hy  van  fyne  moeder  Oüavia  getrocken  "/""/Alapidc. 
wierdt  m  eene  dicke  duyfternifTe.  Z^'^/""' 

\\^aer  op  paden  defe  woorden  van  Seneca;  I^Ja  nequitiaunehrai  ti-  conf,:ent'LZ 

met  .    Dat  is  ,  io.xtguemem 

niinivie  Jkfli- 

£en  boofen  menfch  is  vol  van  fchrick  ,  »rns  ,  ud  la- 

Van  'r  dnyfter   vreefi  al  onaenbltck .  <i>*'um  fecon- 

■^  -yertit.        S  . 

Wat  eenen  anghft  ende  fchroom  en  heeft   onck  niet  onderftacn  Chryi;  fp  7. 
TheodortcHs  Coninck  der  Gothen  volgens  het  vcrhacl  Vun   Frocopins^    Procop./ 2. 
Cr ,2Wi/«.r, cnde  Baromtts :  op  den  felvcn  dagh  ,  fcgghen fy  ,  als  hyS-m-  ƒ^,,,^_  ^^  j^' 
/w^c^«/ Borghmeeftervan  ^'jowew,  ende  fynen  fchoon-fonc  Bocttns  dïén.    Baron  tw,  o 
geleerden  man  hadde  doen  ftervcn ,  unenckel  achterdenckcn  ,  d.itfy  7-  """"^u'S. 
famen  hadden  geilaen  naer  de  Coninckivcke  croone  ;  acn  tafel  fittcn- 
dealsmen  hem  onder  andere  fpvfcn  daer  op  gebrocht  hadde  het  hooit 
vaneenen  grootcn  vifch  .  Theokori^ün  hrtfcive  fiendc  wierdt  terftondt 
overvallen  met  eenen  uytterrten  fc'irick ,  fchuddendc  ende  bevende, 
die  meynde  te  fien  het  afgeca^  t  hooft  van  Sjmmachw ,  hem  met  fy- 

G  g  1  ne 


y.    xo 


ijö  DE  GODDELYGKE  VOORSIENIGHEYDT 

ne  tanden  ende  vlampende  ooghen  dreygende ,  foo  dat  hy  half  doodt 
fynde  fich  teidondt  dede  draeghen  in  eene  naelle  caincr,  alwaer  hy 
naer  drye  uercn  van  vrccfe  ende  Ichroom  quam  te  fierven  :  lyne  plich- 
tige  confcicntie  dede  hem  foo  fchroomcn  ,  allen  ooghenbück   ver- 
wachtende de  ilrafFe  Godts . 
iCumftent      Welckc  vrccfc  eyghen  IS  aen  alle  boosheydt  nacr  de  gctuyge- 
timid.ini'j'"-  niflb  van  den  •>  Ifyfeman  leggende:  Omdat  de  boosheydt  vreesach- 
t,a,dutt€jit-  tigh  is  ,  foo  geeft  fy  eene  getuygenifie  der  verdoemmeniflc ,  want 
T"""'?  1°"*  eene  verbaefde  confcientie  beducht  haer  altydt  van  wreede  ilrafte. 
femper  enim       V  oor  hct  Icit  ccnc  cortc  gclchiedcniiïe  voege  ick  hier  by . 
fr*fumit  ƒ<•      Mofchui  eenen  hiflorie-fchryver  verhaelt  van  eencn  moordcnaer, 
>j    ftttur-  (jjg  vermoordt  hebbende  een  cleyn  kindeken  hem  toe  lacchende,  uyt 
"fsTp^'i?'  l^cdtwefen  ten  lellen  is  Religieus  geworden,  evenwel  altydt  by  da- 
ghe  en  by  nacht  gelyck  hoorde  dele  verwytende  woorden  ;  Qnare  me 
occidifti  ?  Waerom  hebt  ghy  my  verraoort?  ende  niet  langher  dit 
connende  hooren,  noch  fyne  wroegende  confcientie,  heelt  lich  in 
de  handen  van  den  Magillraet  overgegeven ,  om  gcllraft  ie  worden , 
gelyck  het  gelchiede. 

Seer  wel  dan  heeft  gcfeydt  den  H.  Chryfoflomw ,  dat  de  confcientie 
is  ccnen  rechtveerdighen  ende  ongefchonden  rechter,  oplUende  te- 
ghen  den  raifdaedighen .  Sy  roept  met  clacre  Itemme  ,  fy  bcichul- 
dight  hem ,  ende  fy  vertoont  het  al ,  ende  fy  Helt  als  voor  de  oo- 
ghen de  grootheydt  van  de  foncien  . 

Den  Vo'ét  Jptvenalii  in  fyne  ij.  Satyra  ofte  fchimp-dicht  fil  ons 
genoegh   weien . 

Soo  fpreckt  hy  : 

T-vaJiJfe  futes  ^  tjuos  diri  confcia  faUi 

jMe^yis  hahet  at  tornt  os  ?  &  furdo  verbere  _Cicdit 

Occultum  ejuattente  animo  tortore  Jlagellum . 

Pi.na  autsm  vehemens  ^   Ó"  multo  f,s.vtor   tllii 

Ql^Af  &  Cccditiiu  gravis  invenit  &  Rhadamantm  , 

ISioüe  diec^ue  fuum  gefiare  tn  Veüore  teftem . 

Hel  wclck  men  in  een  rymken  aldus  can  verduytfchcn: 

Soo  d'  ondervifidinfh  leert  ^  ?'  ü  ivaer  en  heel  gewis  y. 
-    Dat  nojt   een  goddeloos  hert  tn  volle  ruft  en  ü . 
JHeynt  ghy  dat  eenigh  menfch  van  boosheydt  ingenomen 

Den  anghfl ,   en  druck ,    en  prn  van  Jiel  ojt  fal  ontcomen  ? 
De  keyniü  van  het  (^uaedt  hem   memgh  geejjel  geeft  y 

't  Ij  den  verdienden  leoa  voor  die  tn  Jonden  leejt . 

De 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  t^j 

De  luetenfchap    van  V  cjnaedt  pil  hem   het  bert   doen  kridegljen  ^ 
De  fmert  tot  Jjn  getuygh  f  al  hy  tn  V  bene  draegheri . 

SYn  eyghen  felfs  gctuvghe  te  wcfen  ,  fonder  ophouden  ;;en  (yr\  3    rir    /.•»;.  . 
felven  vcrwytenJc  het  bedreven  quaedt  is  voorwacr  cene  wree-  •j«'*>«^'#/'- 
dc  gcelTel  ,   jae  onvcrdracgclyci^cr  voor  de  liele,  als  van  ecnen  '„"^ p°,''j'^"' 
mildaedighen  ,  die  metcer  daedt  om  iync  booiheydt  wreedelyck  wordt  fjtitur,.j»^,n 

gCgCcffllt  gclyck    •»    Fll4tarchm   wel    fcght.  qmin.orport 

Soo  datmcn  met  reden  mach  fegfrhcn  met  eencn  ouden  fchrv'ver  P;"'"""  •   ^ 

ir  n  ]  Tl        J       1.  r  ■  •  1    1_        1     "^      •      Ji-'ZrH     cxitt~ 

h  Lattnm  Pacatm  ,  dat  ecne  mildaedighe  conlcientie  veel  beulen  in  ,«^.  Piutarc. 
haer  felven  bdluyt,  of  dat  fy  voor  h.ier- felven  eenen  wreeden  beul  b  H^betnc 
is,  ende  noch  geduerelyck  in  anghll  ende  vreeic,  van  meerdere  Itraf-  fi""}"" mens 
fe  te  ondcrftaen,  fonder  ophouden  oock  haer  felven  fchuldit'h  ken-  „'/""''  '"' 
nende,  dat  fv  het  wel  verdient  heeft,  gelyck  het  gefchiedt  met  die /j/;i,io„j;,>-. 
veroordeelt  fyn  tot  de  doodt  ,  de  welcke  naer  het  Icgghen  van  den  "•»  'fi  '••mi- 
c  H.  Chnfoflomiis  naer  alle  voorgacnde  pynen  van  branden  van  geeflè-  /''*•  Lat.  Pac. 
len  ende  andere  tormenten  ende  It^affen  ten  leflen  met  de  doodt  moe-  odoji,'^'^'u^. 
ten  betaelen .  c    sicui  ^üi 

In  wat  eene  pyne  ende  vreefe  en  leven  niet  die  ellendige  ter  doodt  c^nerem  h.i- 
veroordeeldemcnfchen,  die  allen  ooghenblick  verwachten  ecne  Itraf-  L'^tl'^,]"^" " 
fe    doodt   !    als  fy  maer  nllcenlyck  en   hoorcn  bellen  aen  den  in-  penemes  ks" 
ganck  van  den  kercker  ,  fv  hebben  tcrflondt  achterdencken  ende  moriem,-vus 
vreefe,  dat  het  de  dienaers  fvn  van  de  juftitie,  die  hun  comen  hae-  "5'""  '"•'*''- _ 
len,  om  te  leyden  naer  de  doodt,  jae  fy  hebben  bynacr  altydt  den  "pcZl,  ,^^,\ 
clanckvande  belle  inde  ooren  meteene  uytterftc  vreefe  ende  ichrick,  C6nj„tnt,k 
gelyck  als  iemandt  die  in  iVn  huys  ecne  groote  horlogie  heelt  han-  "^oUfluntur. 
ghen  ,  een  gcibdigh  gerucht  daer  van  hoort.  Hierom  ilt,  dat  ee-  ^-ChryL/om, 
nen  vermaerden  fchryver  een  roerende  horologie  ,  die  noch  by  da-  „7   «ƒ«/]£ 
ghe  noch  by  nacht  oyt  op  en  houdt,  oock  feer  wel  vcrgclyckt  met 
eene  beroerde  ende  noyt  rullende  confcicmic . 

lek  lal  dele  gelyckenilTe  als  een  finncbeeldt  in  een  rymdicht.yat 
bredder  uytleggen  met  het  fchritt  dat  volght  naer  de  priiu. 

i^^^A&  ^ilFJ^  4!^'?a& 


mm 


<^g  ; 


tjS  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


fietuo  nondum 


Siety  daer  Is  geen  verfchil  ^ 
Het  roert ,  V  en  flaet  myt  Jlil . 
Het  finne-beeldt  wordt  uytgeleydt . 

WAt  roeringli'  ijfer  niet^  nu  hier^  nu  daer  te  vinden 
Of  in  een  holle  z.ee ,  of  de  vsrdraeyde  winden } 
Jiiaer  '/  is  van  geen  geduer ,  fonnvjlen  hacjl  gedaen  j 
Aïen  hoort  d^  onjlelde  z.ee ,  en  ^vinden  flille  fiaen . 
Van  Roeringh  van  altjdt  wen  dickivils  comt  te  Jpreken, 
Doch  menigh  hoo^h  verjlandt  Jich  hier  heeft  moeten  breken. 
Dit  aller  menfch  vern/ift  tot  nu  te  boven  gaet  y 
Al  datmen  roeren  Jiet ,  ten  leften  Jlille  ftaet . 
Doch  in  een  uerewerck  fult  eenighfins  bemercken :' 
Dat  heel  den  da^h  en  nacht  de  raejers  famen  w  er  eken  ^ 
Die  nimmer  ftille  fiaen .   Dit  is  het  ejghen  beeldt , 
IVatr  of  nu  mjn  gepejs  vtet  mjne  finnen  Jpeelt . 


Men 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  159 

Men  Jiet  in  V  uerewerck  van  hoven  en  van  onder 

Peel  tanden^  veel  gewicht.'^  veel  jhtchxkens  in  V  hefonder ^ 

Dit  werck  al  onder  een  rondtz.om  d*  horloqie  <raet , 

Elck  fliiclcxken  heeft  fyn  werck  en  nimmer  flille  flaet . 
't  Geivicht  dat  praemt  en  roert  ^  en  of  V  men  niet  can  mercknH  j 
Geheel  V  horlogie-iverck  flrax  Jietmen  [amen  u  er  eken  : 

De  raejers  keer  en  om^  V  gejuicht  drtnght  famen  neer  ^ 

Elck  Jluck  van  heel  het  ïverck  Jich  roert  op  fynen  keer , 
Voorts  heel  het  nerewerck  moet  op  fyn  tydt  verdraeghen 
JVtet  fonder  groot  geiveldt  d'  hernomen  hamers  flaeghen . 

Hier  fiondt  ick  weynigh  ft'l  •,  en  docht  in  myn  gemoet  y 

Dat  eene  hoofe  Jiel  oock  veel  verdraeghen  moet . 
De  kennis  van  het  cjuaedt  heeft  oock  haer  harde  flaeghen  ^ 
En  doe.'  een  boofen  menfch  oock  menigh  flagh  verdraeghen  ^ 

Syn  Jiel  is  vol  van  pnert ;  van  anghjl  en  vreefe  heeft . 

\Vat  onrt'.ji  voor  een  menfch  die  een  hoos  leven  leeft '^ 
IVat  fan  tck  noch  in  V  werck  gemaeckt  van  V  menfchens  handen  ? 
Jck  Jien  de  raejers  aen  met  al  haer  yfer-tanden  ^ 

Die  vryven  teghen  een  ,  en  flyten  V  yfer  af. 

Strax  keerd'  tck  weer  tot  my^  en  voor  der  my  heo-nf: 
Ick  feyd' ,  foo  gaet  het  oock  met  de  verplichte  Jielen , 
Sy  treuren  in  haer  cjitaedt ,  haer  felven  gantfch  vernielen , 

Den  worm  een  goddeloos  menfch  verfcheurt ,  en  heel  doorkerftj 

Tot  dat  hy  in  fyn  cjuaedt  van  vrees  ellendtgh  fierft . 
Dtn  worm  fal  oock  daernaer  voor  eeuwtgh  hlyven  leven . 
En  in  het  helfche  vier  noch  meerder  fmerte  geven . 

En  '/  lichaem  met  de  Jiel  naer  al  du  ongevat 

Voor  alle  eeutvigheydt  in  V  vier  noch  branden  fal . 
^ch !  V  is  dan  al  te  laet  voor  die  verdoemde  Jielen , 
Die  dan  maer  te  vergeefs  haer  wenfchen  te  vernielen. 

Sy  claeghen  vol  van  pyn  y  doch  V  is  voor  niet  geclaeght  y 

li'af/neer  dat  wreedt  gediert  den  ii/orm  haer  heel  doorknaeuht. 
Alleen  een  droef  gepeys  van  de  voorleden  fanden 
Die  menfchen  als  vernielt  geheel  in  '/  vier  verfonden  . 

Elck  roept:  Jf^at  haet  het  ons y  en  geldt  en  al  ons  goet y 

u4ls   ons  verdoemde  Jiel  voor  eemvigh  branden  moet . 
O  menfch  hewaert  u  Jiel ,  wilt  h-we  liiften  derven  y 
Tracht  liever  voor  de  doodt  uw'  driften  te  verjlerven . 

Draeght  forgh' y  dat  ghy  aen  Godt  een  fuyver  Jiele  geeft y     <• 

Op  dfit  fy  voor  alijdt  niet  hem  in  glory  leeft . 

Soo 


140   DE  GODDELYCKE  VOORSIENICHEYDT 

SOodanige  glorie  cndc  ruftc  en  fal  eenc  fondaerige  fiele  niet  ge- 
nieten maer  eene  grootc  vrccfe  ende  onrurte  van  haere  wroe- 
grnde  Confcicntie,  Me  hiicr  geduerelyck  voorfteltde  boosheydt 
cndc  fwaci-  gewicht  hacrder  fonden  in  de  gclyckcnifTc  van  ecnc  hnr- 
logic  ,  oft  ucrewerck,  dacr  ick  nu  van  gcfprokcn  hcbbe,  het  welck 
door  het  gewicht  altydt  in  roeringe  cndc  onrufle  blvt't . 

Hier  op  defc  materie  pall  (eer  wel  het  gfiene  ons  verhaelt  den 
E.  P.  Huremiax  Drexehus :  Ferdinandus  den  I.  KeyCcr  van  Ouflefiryck 
was  eenen  groeten  liefhebber  van  cleyne  horlogien,  ende  hy  waÏTtr 
van  verfcheyde  wél  voorllcn  •  Eens  op  eenen  tydt  hadder  een  met 
occafie  op  de  tafel  geilclt ,  ofte  geheten  tot  voldoeninge  vande  ho- 
velingen, een  wcynigh  daernaer  eenen  van  die  edelieden  hadde  die 
horlogic  met  eene  bchendigheydt  wechgenomen  ,  fonder  iemandts 
wete ,  foo  hy  meynde ,  de  welcke  hy  daern:ter  in  fyne  ondercleede- 
renvcrrtack,  het  welck  den  Kevfer  zydelinckx  met  eene  ooghe 
hadde  gemerckt ,  den  hovclinck  alfdan  niet  vermaenende,  maermet 
hem  van  verfcheyde  dingen  fprekende,  alsof  hy  nergens  van  en  wille, 
als  wanneer  tiiffchen  de  iamen  fpraeck  de  horlogie  begon  te  ilaen, 
ende  gehoort  wierdt  tot  grooté  befchaemtheydt  ende  eene  uytterlte 
vreefe  van  den  hovclinck,  die  de  horlogie  genomen   hadde. 

Den  Keyfer  liet  hem  evenwel  ongellraft  wech  gaen  met  eene 
fchcrpe  berifpinge,  hem  oock  feggende,  dat  eene  quaede  confcien- 
tie  noch  ftercker  doorflaet ,  als  eene  flaende  horlogie,  die  eenen 
boofen  menfch  noch  meer  ende  fonder  ophouden  vermaent  ende 
beticht .  Clara  voce  clamat  &  accufat . 

Om  weder  te  kecren  naer  de  plichtige  broeders  van  Jofeph;  in  wat 
ecncn  anghll  ende  vreefe  fy  gcweeft  hebben,  hebbc  ick  begonft 
voor  te  llellcn ,  diemen  daernaer  fal  ficn  in  eenen  meerderen  anghft 
ende  in  eenc  uytterlle  bcnoudtheydtj  daer  hunnen  onnoofelen  ende 
Godtsdienftighen  broeder  heel  den  tydt  van  alle  fynen  tegenfpocdt  in 
fyn  fclven  altydt  genoten  heeft  een  geruil  ende  hemelfch  leven  om 
fyne  goede  ende  onberifpelycke  confcientie ,  gelyck  wy  daernaer 
noch  fullcn  hooren  . 

Laet  ons  nu  voortgacn  in  het  vcrvolgh  van  onfe  hillorie. 


* 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH;.  141 

V.    CAPITTEL. 

De  [onen  van   lacoh  nyt  Ch^tnaan  nut   hunnen   {onghjlen 

■hroeder  T^enjamin  yocd^rge keert  fynde  in  Efrypten ,  Tl?  or» 

den  van   lofeph  vriendelyck   ontfanqen ,    Simeon 

'^ordt  los  (jslaeten ,  ende  alleqaeder  aen  df  ta- 

fel   "tffcl  onthaeh , 

<R^aei^4  E  broeders  van   '^ofeph  en  fcndden   hunnen  vader  ^acob  l 

^m^:  ^„_i„.i.  .„..„„„ V„,{,»^»„    »_,„. „„  r-r. •^- 


Interim 


ij^  3*1'''!^ \-  quaelyck  connen  bewegen  ,  om  BeniainiH  nacr  Egjften  tcrrAmpremt. 
^J  Sf^v/  niedc  te  Icyden:  den  ouden  man  was  om  te  fterven,  en-  hat^confumf. 
'^4-5— iitk^t    de  hy  en  conde  van  Beniamin  niet  fchevden,  cnde  laeten  *'h"'  "'"«» 

gaen ,  tot  dat  hy  •*  ten  leften  fiigh  ,  dat  het  moe  ft  welen  om  den  uyt-  gypto  deude. 
teriicn  noodt  van  heel  het  landt,  ende  om  dat  de   graenen,    die  (y  '■""•    ^'• 
van  Egj^teti  gebrocht  hadden  nu  bycans  verteert  wacren .  Jacob  dan  ^*"k^jf^'„*l 
vol  van  forge  cnde  benoudtheydt  was  te  vrcden,  dat  fy  BenjammioM-  „,^do    f.itru 
den  mede  Icydcn  .  iteieffït.is  ^j». 

Den  hongcrs  noodt  dwongh  den  vader,  cnde  overwon  de  teerc  "•» »«"^'' ■>'* 
liefde  tot  henjamin  feght  den  H.  Chjfoflornnó :  Hy  ftcmde  het  oock  toe  ^c"'cön''e7ti't 
om  het  bidden  ende  praemen  van  fyne  fonen,  famen  betrouwende  nacjue  pater 
op  Godt,  dat  hy  Benjamin  foudc  bewaeren  ,  fich  nu  teenemael  voe-  •/'•"""  »<?''■#'- 
gendc  nacr  de  Goddelycke  roo>/e«/^/je/i^;  volgens  het  legghenvanden  'f'  'cil^^l'^ 
BiHchop  il  Lipf>omaniis  .  in/tanti.t    er 

Doch,  eer  fy  foudcn  vertrecken ,  hy  belafle  hun,  dat  fy  ccnige  fi^e in Denm, 
aengenaemc  vruchten  des  landts  ,  ende  giften  fouden  mededracsen  ,  '«'«' '«' A"''''* 

I  •  .111/-  JJ  J-1  J--,  bro-vittenlia 

oock  eenige  coltelycke  fpcceryen ,  cnde  andere  dinghen  die  in  Egyp-  %fjere  tó<- 
ten  niet  veel  te  vinden  en  waeren .  Daer  en   boven  feyde   hy    hun,  lut  jjpp.Ep. 


yirn  .  V  oorts  nun  DcionucnycK  aen  ooüt  Devcicuuc  oaac  ej]e  qu 
hem  oock,  dat  den  Princc  van  Eaypteri  hun  niociit  guniligh  wefcn,  «"'"  <^ft>  ^ 
ende  hunnen  iievanciien  broeder  Simeon  mee  Benjdr/n?!  in  vrylicvdt  ''  ^"■"  "* 
weder  icndcn  .  oicailer. 

In  al  het  wclck  den  ouden  vader,  gclyck  c  0/("7//cr  beincrckr,al-  e  A:!i,lt£  a 
Ie  mcnfchcn  leert,  van  hunnen  cantaltydt  te  doen,  dat  in  hun  macht  pfemt^rej'. 

j        j         1  ,1  /^     j  (lone  hltprtitri 

IS,  ende  dan  hunnen  toevlucht  te  nemen  tot  Godt.  ef,i:id„ntur 

Men  magh  hierdencken  met  Jofephm  den  hiilorie-fchryver,  dat  Lurym£,pa- 
den  ouden  vader  gewecnt  heeft  op  het  vcrtreck  van  fvnc  fonen  nierc ahiu 
cnde  befondeilvck  om  Benjamin ,  die  fonder  twvicl  met  de  andere  ,'"'  ''°'^ph"s- 
broeders  vol  traenen  was.  .  c.  <. 

H  h  Men 


24i   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGH EYDT 

a  Defiende-  Mcn  magh  van  gelycken  peyfen ,  dat  den  teeren  vader  naer  hun 
runtq;tnJE-  yertreck  noch  fomtvdts  geweqnt  heeft  vreefende,  datter  aen  Benja- 
^flenrZit  f^  ''""  oock  wel  ecnigh  ongcluck  mocht  overcomen  ,  gelyck  het  met 
mm  Jofef,h.  Jofefh  gefchicdt  was. 

Quos  cumri-  ^  Macr  Godt  lof,  het  kickte  beter,  ende  fy  quaemen  allegaeder 
dijfety^Beu.  p-eluckclyck  in  EqyPten^  terftondt  eaende  by  loCeph.  den  wekken  als 
fniepit  dl  f-  hy  hun  genen  hadde  ende  lamcn  lynen  broeder  Benjamin^  ieydeter- 
penfaiori  do-  ftondt  acn  dcn  hofmeefler  van  fvn  huys,  dat  hy  die  vremdelinghen 
mui  fi£,  di.  foude binnen  leyden  hem  oock  in  ftiltc beladende,  een  noen-mael voor 
"fr'ói  domum  ^""  ^^  bercydcn,  want  hy  met  hun  ëtcn  wilde. 
t^injiruecó-  Hier  is  te  bcmcrckcn  naer  het  gevoelen  van  den  BifTchop  Toflntiu 
')'iv.'iim,quo-  ende  van  meer  andere,  dat  Jofeph  fvne  broeders  ficnde,  de  felvealf- 
"fu^  7"*""  *^^"  "'*^^  aengefproken  en  heeft,  macr  dat  hy  heelblydefynde,  fcght 
jturi  méridu.  den  h  H.  ChryfijhwHs  grootelyckx  beweeght  was,  om  het  aenfchouw  en 
Gen.  43.  15.  van  fynen  eyghen  broeder  B-enjamm^  naer  den  welcken  hy  foo  hadde 

\  l!^fiLm'  verlanght . 

qit'emdlnde-  '  Ltppomafjw  dcfen  handel  vun  f ofeph  voorts  bemerckende  feghtdat 
rabat:  yidit  hy  dit  alk's  in  flilte  dcde ,  op  dat  fy  meer  vreefen  fouden  ,  ende  niet 
tam  oftatum  peyfen ,  dat  dit  quam  van  eenen  goeden  vricndt ,  ende  alles  gefchiede 
'117,1!)'"^^' &  uyt  een  gocdt  herte  .  Als  fy  nu  hun  fclven  in  huys  gefloten  faghen 
Chryf.  "  in  de  macht  van  eenen  rtrafïenheer,  waerenfy  beanghlt,  vrcefendej 
c  N'on  au-  gelyck  d  Chryfijiomtu  fcght,  om  het  mede  gedraghen  geldt  van  dieve- 
dieniibuijia-  j-y^  acngefproken  te  worden,  ende  dacrom  gellraft  met  eene  flavcr- 
viuHmanimu  "^Y^ '  cndc  nict  fondcr  reden,  want  fy  te  vooren  onnoofel  fynde,  als 
lonjeüarênt  ,  bcfpiedcrs  ende  verraders  van  het  landt  drye  dacghen,  ende  Stmeort  lot 
fed  timerent  nu  toc  in  dcn  kcrckcr  hadden  gefetcn  .  Hierom  mochten  fy  vry 
»w^«.  Lipp  achterdcncken  hebben  van  eeni"h  bedrogh ,  ende  dat  al  haer  geldt 
anxii  erain,  'ondc  acngcilacgncn  worden. 

fujpn.!ntei,ue  Sood.inigh  fyu  geftelt  dc  gcmocdercn ,  ofte  de  confcientie  van  de 
pe.uniarum  goddcloofe  icght  e  Lippo,:  iriHs  ^  dat  fy  oock  in  voorfpoedt  bevreed 
ttèrin/'^qu^d  ^y^^  ">  want  hun  felven  plichtigh  kennende  felfs  in  het  goedt ,  dat 
etuin  'in  hoc  huu  gcfchicdt ,  vrccfcn  iy  ict  quucdts,  dacrvle  goede  rulle  ende  vrtught 
male  fnerint.  in  fouden  vindcn  . 

^  y'J     .  Als  fy  nu  dan  niet  fonder  vreefe  en  anghft  en  waeren  feght//l/ov- 

pioriim  ron'.  P'^  •  Scydcn  fy  tot  malckandcren :  Wy  worden  hier  binnen  gcleydt 
f^imtiü  f,!„t,  om  het  geldt,  dat  wy  in  onfefacken  mede  gebrocht  hebben,  om  ons 
ut  etiam  ,„  tc  overvallcn  met  valfche  bcfchuldighen,  ende  ons   in  flavernye  te 

pro/her  IS    ex.  u  -L  ö  '  •' 

ƒ-«;<.,„,,     brenghen. 

nuionin  ent  Wat  dan  gcdacu  in  defe  benoudrheydt  ?  eerfy  dieper  in  huys  gacn 
C'im  jili  ion-  fouden,  noch  wefende  in  de  voorfaele  g  fpreken  fy  den  hof-mecller 
lii'/nn,  i.rna  aldus  aen  :  W  y  bidden  u,  dat  ghy  ons  gelieft  te  hooren  :  fy  verhae- 
/,:jhiiant"Jr,''  ^^"  ^'^"''^  ^^^^  ^^  fuccke  acngaeude  het  geldt,  feggende,  dat  fy  daer 
^«<  in 


UYTGEBEELDT     TN    JOSEPH.  14; 

in  pcene  de  tTsinftc  fchuldt  en   hadden,  liet  wclck  fy  by  geval  in         , ,  , 
hunne  lacken  gevonden  hadden,  (onder  te  weten,  wie  het  d;ier  ut  rnate  fUcerh 
mochte  gelleken  hebben,  het  welck  wy  dacrom  mede gcbrocht  heb-  <^ piid/Jtm. 
ben  tot  teecken  onreronnoofelheydt :  waeropden  "  hot-mceller  hun  V'P?i""" 
terilondt  andtwoorde-  leggende:  De  vrede  zy  mctu  lieden,  en  wilt  temti^'d'x'. 
niet  vreclcn  -,  uwen  Godt  ende  uws  vaders  Godt  heeft  u  de  fchatten 


rit'tt 


in  uwe  flicken  gegeven  j  ende  aengaende  het  geldt  aen  my  betaelt,  Prof  ter  p^H' 
dat  boude  ick  voor  goedt ;  ende  dit  geleydr  hebbende  heeft  den  ge-  "''"''.  ï"""" 
vanghen  Str^/eon  by  hun  lieden  uytgebrocht  j  ende  als  fy  dieper  in  hety;,(f„  nofirn, 
huys  geleydt  waeren  ,  dede  hy  ''  water  brenghen,  ende  fy  hebben  nuroditiH ftt- 
hunne  voeten  gcwaflchen  tot  hunne  uytterfte  blyfchap  ,  verwonde-  """>""'<■■>''>/. 
rende  die  goede  genegentheydt  van  den   hof-meefter  .  llmniam'a^ 

Daer-en-tudchen  fcght  de  c  H.  Scrifture,  maeckten  fy  hun  giften  fioUnterfHb. 
voor  den  Prince  gereedt,  die  ter  tafel  verwacht  wierdt :  aen  den .''';''" /""^'f»- 
welcken  fy  haelt  on  fyne  comfte  hunne  qefchencken  hebben  opee-  'J'^""^'^- 

,  •'i,'-^!  11''  *°       J"^"'  noltres, 

draegen,  ende  hem  ter  aerden  aenbeden.  Gen.  4^I8. 

d  ToflutM  Bidchop  van  Axila  fyne  ooghen  flaende  op  defe  eer-bc-  g  in-^tmmus 
Avylinge,  fpreckt  aldus  :  Hier  is  nu  ten  leften  vervult  den  droom  van  /'^'■«"'•"n /»» 
Jofeph  aengaende  de  elf  lierren  om  dat  hier  Benjamin  die  den  elfften  "^imJslwneii- 
broeder  was,  met  de  andere  Jofeph  heeft  aenbeden.  innoi}r.t  ion- 

Wat  dede  nu  hier  Jofeph?  den  wclckenalle  fyne  broeders  kennen- /""":«•  ?»'* 
de,  aen  hun  noch  onbekent  was?  In  de  H.  Scrifture  llaetter  aldus:  ^^'"Jjrr»"'^ 
e  Als  hy  hun goedertierelyck gegroet  hadde,  foo  vraeghdehy  hun  lie-  noflm.v.  %x, 
den:  Is  den  ouden  man  uwen  vader  noch  welvaerende,  daer  ghy  a 

my  van  gefproken  hebt,  leeft  hy  noch?  ende  fy  hebben  geantwoordt:  ^'1'''^  "* 
Onfen  vaderuwendicnaer  is  gcfondt  ende  leeft  noch  .  ƒ  Jofeph  dat  ge-  w"/ A-../X* 
hoort  hebbende,  floegh  terilondt  fyn  ooghen  op  fynen  broeder  Benja-  ümtre.  Deus 
min  uyt  eenen  vader  ende  moeder  geboren,  van  de  felve  evenwel  ''^ft^rcj-D^. 
vraegende :  Is  dit  uwen  minilen  broeder,  daer  ghy  my  van  gefeydt  //t/22> -^'" 
hebt?  Maer  waerom  vraeght  hy  dat,  als  hy  hem  kende?  hy  hadde  bis  thef^urol 
hem  gefien  ende  wel  gekent,  feght  den  s  H.  Arnbrofim  ,  maer  daer  '»  /"^f"'j  t«- 
mede  niet  te  vreden  fynde,  hy  vroca;h  evenwel,  om  te  hoeren  de  /^'"'^v  ■^'"" 
Item  van  die  hy  drocgh  in  fyn  hert .  [1,^^^,  ^^^, 

Tot  noch  toe  en  geeft  hy  van  fyn  felven,  noch  van  fvn  geflacht  Litam  hMo. 
niet  het  minlie  te  kennen,  het  wclck  hy  om  redenen  noch  uytltel-  ^"'«a"?;  '>'' 
de,  ende  daernaer  beter  foudc  gefchieden.  .  «•«^^Simeoa, 

H  h  z  Hoor-  b    Et  fntro. 

^  d-icfrs  tiomifm 

«ttutitaquitm,  ^  laternnt ftdes  fitas.  r.  14.  c  IUipar.ihitntm»neri,donecin^redcrctUTlofephmericlie. 
V.  15'.  d  CompleliimhocfittttoiiHttr'^oftphifomniitmqit^ntinnadurtde^imftelLis,  qiii.x  etMm  hic  Benja^ 
min,  qui  undeiimus  erat  ,(umAliis  adtrayit  "jofeph. To(ï:iX.  m  Gen,  e  lllectementerref^ilittatis  eis^snter' 
roj^ayit  tos  diitns  :  Si*lti»s  efl pMer-vefttr  fenex  ,  de  quodtxeratumihi  ^  quirefponderunt ,  foj^ej  tjl-  fertm 
tit»s pater  nojher^adhuc  tnyit."*.  27.  f  ^ttoOeni  *utem  'jofeph  eculos  yidit  Benjaminfiatrem  fimm  uieri- 
m»m;C^  nitu/ïe  efifatcr  yci}erparyulus,Jt']>to  dixerttijmihi !'  Gen.  43.  >.  19.  g  ^jn»yer4t  JoJ'e^h 
J^4lrimfu>»m,fedidea  lutcrrogat,  ut  iinem  tencbtU  animf ,  yox  ftnaret ,  S.  AmbroC 


Z44  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIÜHEYDT 

a  ^encilx'it  HooiTei*  dcH  <»  H.  AmbroJiM  van  fprckeii :  Hy  heeft  hem  den  god» 
euwer  u,.ki.  delycken  feghcn  wel  gewenll  Ücrck  bcweeght  fyndcom  hem  te  om- 
'r',',  %i  fil'nu  ^icÜcn,  maer  hy  Helde  het  noch  uyt .  Daer-en-tuflchen  de  ontrtel- 
tonjiieLtiiitur  tenide  van  den  brandt  fyns  herten  was  foo  groot,  dat  hem  de  trae- 
■vijcera  eiiu ,  ncH  iiytborltcden ,  traenen  ftortende  om  den  brandt  van  fyne  liefde 
Tlind^Ttu-  ^^  maetighen . 

biriaidiffere-  >'  ^o^fes  verhaclt  het  aldus  in  fyne  H.  hiOorie:  Hy  haeftede  hem, 
latur.  FUyit  want  fyne  binnenftc  waercn  beroert  over  fyncn  bi'oeder,  ende  de  trae- 
igitur,uta-  pg,^  begonden  hem  te  vallen  uyt  de  ooghen,  ende  gaende  in  cene  ca- 
lacrymïsiem.  '^''^''  hccft  gcweeot }  cnde  als  hy  fyne  traenen  afgewafTehen  hadde  , 
perarH.  S.  cnde  wedcrom  uytgegaen  fynde,  heeft  hy  fynfelven  onthouden,  en- 
Ambrof.  (je  aen  fyne  dicnaers  gefeydt,  leght  broodt .  Het  welck  gcdaenfyndc 
Fej!,nayit-  jgr^p/^  j^^^j,],  onbckent  aen  fyne  broeders  hadde  nu  de  felve  aen  de  ta- 

vota  juerant  ICl    doCH    fitten  , 

yiftra    ejui      Hy  fat  tcr  zydcn ,  ende  de  broeders  recht  over  hem  aen  cene  an- 
£iiper  f-atre  jgj.g  j^f^j  yolsens  dc  pewoontc  van  die  van  Enpten  ten  opficht  vaa 

fehant  Ury.  ^C  Joden  . 

m£V  introj.  Alles  was  nu  wel  gcfchickt  ende  op  hun  orden:, de  broeders  fa- 
tns cuhiaiUm  jen  nacr  hunnen  ouderdom,  gelyck  hun  Jofeph  gellelt  hadde,  Ben- 
«!'/  rtV  i'^"^'"  ^^"  jonghrtcn  Hit  op  de  laetfte  plactfe.  Voorts  Jofej>hï\zmk[£ 
«o-rtjjTlJ  fort'f ^  foi'ge  >  om  hun  te  .iiencn,  aen  allegader  in  het  befonder  hunne  fp)fe 
unit j'e,o' uit:  fendende .  Maer  dit  was  ten  uytterlten  te  verwonderen  dut  £e/ijamifi 
Poniufanes.  vyfmael  meer  creegh  als  de  andere  broeders . 

'**  ^'''  In  twee  dinghen  waeren  hier   de  broeders  grootelyckx  verwon- 

dert . 

Ten  eerden  hoe  dat  Jofeph  aen  een  ieder  fyne  plaetfe  volgens  den 
oudcrdam  hadde  weten  te  geven ,  daer  men  tuflchen  de  broeders  bc- 
halven  den  jonghiVen  Benjnmin  foo  groot  vcrfchil  van  oudeidom  niet 
wel  en  conde  mereken .  Sv  en  hadden  geen  het  niinfie  achterdcuc- 
ken  ,    dat   fy  van  Jofeph  allct;,u'der  wierden  gekcnt . 

Sommige  Jodtfche  fchryvers  n.icr  de  gctaygeniflè  van  Saliavus  in 
f"ne  kcrckelycke  hilloric  fegghcn  ,  d-iiJofephXo[i<^c  verllert  hebben , 
alles  te  weten  door  de  conlte,  die  hy  hadde,  van  eenige  dinghen 
te  connen  voor'eggeu,  ende  dit  door  cenen  filveren  croes,  ofte  be- 
ker, die  hy  voor  hem  hadde,  cnde  dat  hy  op  de  ccrfte  aenraeckinge 
van  den  feiven  beker  hadde  geweten,  wie  dat  dei>  oudtllcrs!  wa.s, 
Kttbea  daer  op  terllondc  uytroepcnde,  den  weieken  hy  den  eerftcn 
dede  fitten. 

Ende  aldus  ap  de  tweede  aenraeckinge  riep  hy  Simeon^  den  wclc- 
}ccn  hy  ncffcns  R'éenzh  i\tn  naeft-geboren  opoe  tweede  plactle  de- 
de  fitten,  ende  foo  voorts  aengaende  de  andere.  Al  is'  d:t  maer  c^n 
verficrfQl,   het  en  is  niet  quaclyck  gevondca  van  de  '^odtfihe  Ice- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  24f 

raers  ofte  Rihè^nen^  om  altlus  den  wegh  te  baenen  tot  het  h'^flceck  a    Flar.tf.%. 


ma 


ofte  vrindelyck  bedro^h  ,   het   welck    lofeph    tci^hen  ivne  brnrders  ""'    .  'K!""" 
haeit  wilde   uytvercken  .  /,„„  ^„^^.,^^ 

De  tweedereden  van  vcrwonderinge  w;is,  ó^tjofeph  acnfyne  bvor-  .:::>orc  profe- 
ders  verrc:"ieyde  Ipvfen  overrendendcvyf-mael  meer  aen  Beri'iamifi  t\id  .'•'"-'■.•''>•  Ha- 
de  gelbnden .  '  '  .  '^''j^'i^';^ 

Êerll  aengaende  de  maniere,  dit  heeft  aldus  connen  gcfchiedcn.  hiii«',u-e  fa- 
Te  weten  als  de  andere  elck  in  het  befonder  vyf  iborten  van  ^e-  irsmjUumm. 
rechten  iouJcn  gchadt  hebben,  dat  net  gerecht  van  Benjumm  elckcn  ƒ ^'"''■■' /"■'«- 
keer  foude  verdobbelt  geweeli  hebben ,  o'te  gelyck  den  E.  P.  Mar-  ,ll'JZm"wT- 
tifiiu  del  Rto  van  onle  Societf'.t  icght,  dat  de  andere  broeders  m-icr  'ihiiiar  h.tbe- 
eene  oncie  van  fpyfen  ,  ende  Benjamin  vyf  oncien  foude  gecregen  l"^"<r,tantoq; 
hebben.    Pro  una  cxterr,-nm  uncta  Benjamin  qiv.nciHe  acciperet .  mmusanu  ^- 

Nu  aengaende  de  reden  hier  van:  iJen  geleerden  •»  Gttil.  Haments  U,,q„antoa 
feght,  dat  Bcnjami»  van  fynen  broeder  ^ofefh  meer  creegh  ,  ora  dat  p'itreommLKs 
Jofeph  hem  meer  -beminde .  TJr "Lr'om' 

i  L«/'/'ow,'!;.v«  geeft  noch  eene  andere  reden:  Jofeph^  feght  by,  he'ïft  "' rlfuiT^k 
fynen  broeder  met  meer  fpyfe  willen  vereeren,  om  dat  hy  den  ver-  honcrare  m 
vorplten  wicrdt  gehouden,  cnde  foo  feer  niet  bemint  van  de  andere  ''"'  /""*  "te- 
broeders,  oock  omdat  hy  van  Jacol'  meer  bemint  wierdt.  rf,t,ty,  oet 

Ten  Idten  andere  feggcn,  dat  dit  alles  gefchiedt  is,  niet  foo  feer,  f^ires  .-.w;. 
om  te  achtahaelen  de  gcnegcnlheydt  van  de  broeders  tot  Benjamin ^  derent ,  fuut 
eelyck  c  Lyravu-s  meent,  als  om  te  betoonen  fyne  liefde  tot  hem .  die  """".'^"''"'f' 
lynen  eyghen  broeder  was  uyt  eenc  moeder  Rachel^  cnde  uyt  eenen  n/,,^  amüre- 
vader  Jacb  gebooren ;  den  welcken  oock  b)*  fynen  vader  in  iy neplaet-  ""■•  Lyranus, 
fe  was  eevol:?ht  aen^^aende  de  vaderlycke  liefde  ende  forehe  ,  oock  ^,  ^"^^>^'^"'- 
om  te  iien,  of  ly  oock  tot  hem  nydigh  waeren.  ^^,        ~J-^_ 

Men  iagh  evenwel,  dat  de  gcmecne  vreught  cnde  foere  omhaclin-  tate  pom  in. 
ge  der  genoode  nergens  in  en  wicrdt  gelloort ;  als  wanneei-  men  an-  /''/"«i"!.  S. 
der^  niet  en  mcrckte  als  tceckens  van  blydtfchap  ,  van  voldociiinae ,  ^"&'"V"^'' 

,  ,  ^  ,   .  ,  -  i   >  &    '   ;;j   Geil. 

cnde  gcluck-wcnlchingcn  onder  een.  e     A'^,»  e/h 

Hel  is  immers  fekcr,  dat  fy  onder  malcanderc-n  hertel)  ck  gcdronc-  ƒ■»  (.redh-c ,. 
ken  hebben,  foo  ihietter  in  de  H.  Scrifture  met  defe  woorden:.  Bt-  «"'"'•,"/■'•;- 
ier.nitque  &  ebriaii  fani  eum  eo .  Dat  is:  Sy  hebben  gedroncken ,  en-  i^.^^"  L«l"It 
de  fyn  met  hem  by  drancke  geworden,  niet  dat  fy  heel  droncken  toiwnnhon... 
waeren  ma  "f  by  drancke  eenighlins  vcrheught  ende  fonder  onmaetige  ""*""■*■  '^"'•'^■ 
dronckenfchap,  gelyck  den  d  //.  Augtf^imu  dat  uytleght  volgens  den  "JZ^''(^ii. 
Hebreeullchen  tixt. 

Men  magh  gecnfins  gelooven ,  feght  den  '  Girdinact  Cajcian^s  ^ 
dat  alle  die  genoode  vremdelinghen  loo  vereert  met  den  Prince  ^o- 
feph  foo  onmaetigh  in  fvne  teghenwoordigheydt  Ibude  gev.'eefl  heb- 
hen tot  fchwdclye  dioackenfchap ,  de  wclckê  lircckt  tot  miCtchtin- 

Hh  X 


Z4«5   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

ge  ende  fchande  van  een  ccrlyck  ende  v/ys  man. 

Hoort  eenige  H.  Vaders  daer  van  fprekcn  :  De  dronckenfchap  fcght 
a  F.!>riet.is  den  ■'  H.  Bajiiiw^  is  de  moeder  van  alle  boosheydt,  tecnemael  Itry- 
m.iUti.e mater  dcudc  teghcii  dc  deughc. 

■vntia^  im-  Voorts  fy  beneemt  den  menfoh  het  verflandt,  foo  dat  hy  fyn  fel- 
ferm.  de  ebri-  ven  nict  cn  kcnt .  Lnde  de  vrywiUige  dronckcnlchap  is  eene  gro^B^ 
etate .  b  £-  fondc  Ccght  den  H.  Bsrnardm ,  fchaedelyck  aen  fiel  ende  lichaem .'  •'• 
inetssaltcnat  Acngaende  het  lichaem  hoort  den  ^  H.  Angnjlr/wj :  De  dronc- 
ZT'nefaat'rê  kcnfchap,  feght  hy ,  verkrcnckt  alle  de  lidtmaeten  van  het  lichaem, 
ipfam.ipfae.  cndc  vcrhaelt  de  doodt,  gelyckmen  het  genoegh  fiet.  Den  felven 
hrietM  mor-  ^  H.  Vader  op  ccn  andere  plaetfe  bcfchryit  dc  dronckaerts  naer  hcc 
t"^'  f^"""""  leven :  foofpreckt  hy :  Als  fy  te  veel  ende  boven  maeten  drincken ,  sc- 
l.demodo-vi-  lyck  mct  ccnc  geraecktheydt  geliaeghen  ly  en  connen  niet  recht  op 
-i'cndi.  c.  25-.  hunne  voeten  il;aen,  fy  worden  in  het  aenficht  verduyltert,  fy  cry- 
c  OelmetM  g]^c^  dracyinghcn  in  het  hooft  j  het  gelicht  is  ontireken,  daer  is  ee- 
"cunal'  mem-  "^  bevingé  in  de  litmaeten ,  ende  eene  ontitelteniift  van  het  lichaem 
bradel'iiitdi?  ende  van  den  geeft. 

numquid  non       T)qx\  Poët  Lucrettui  'm  hct  dcrdc  bocck  fynder  dichten  befchry- 
leJl^^i  Au''  vc"de  de  fchandelycke  uytwerckinghen  van  de  dronckcnlchap  fprcckt 

ferw.    ^i.   ad  alduS : 

ad  patres  in.  Confequitur  gravitos  membrorum :  fr£pediumttr 

d""pH.otiej,  Crnra  vacillanti;   t  arde  feit  lingua  madet  mens-y 

5«f    nimiiim  Nant  octili  ^  clamor  ^  Jiiigultuf  .^  jwgia  gltfcur.t . 

Hnutam\»am       Het  wclck  ick  mct  hct  volghende  rym-dicht  fal  trachten  uyt  te 

in   faralyfim   leggen. 
tefolttti    fitii 

peiiUs  ambu.  Een  dronckaert  Jtch  hevint  heel  pivaer  in  al  f}n  leden , 
Ure  nnt  pof-  £„  j^g   ^y  voort  wilt  gaen  en  can  niet  voorder  treden  j 

funt.  Hinc  o-  jj        ^        V   vallen  wilt ;  fielt  niet  een  vaflen  voet ; 
jfo,  rertiro,  Daer  light^  eer  hy  het  7i>eet^   den  droncken  armen  Oloedt ; 

fatigatio,  (j?"  Wtlt  ghy  hem  rechten  »ƒ,  hj  fal  Jich  noch  verfchoonen ; 
^oi^(apitif,  Maer  cjualyck  fprelen  kan  om  fjn  ontfclmlt  te  toonen . 

tusfmemi'rl'.  Hj  ftawelt  tn  J)n  Jpraeck ,   en  feght  met  een  recht  ii'oordt ; 
rim   omnium  Dan  fwyght  den  droncken  man  heel  in  fyn  nat  verfmiordt . 

tremor,  an'f  j^  meer  als  binnen  vol,  V  nat  Jietmen  oock  in  d"  ooghen, 

mea-ment.f  ^         ~       ^^^    ^^^^   ^^    ^^,^7      ^r  ^      ^^^    ^ƒ  ^^^^y^    drooghen -y 

JtupoT  i.Aug.  y  ,  ,  ir  I     ■    I     .1 

ferm.  aai.  Maer  Jtra.v  als  rechts  te  voor,  die  petmett  vochtigh  jtaen . 

Dan  werpt  (jy .  V  nat  weer  njt ,  V  can  nict  als  qtmelyck  gaen . 
Daer  light  den  drovckaert  neer,  dan  hoort  gV  hem  fl.jcdigh  hicken^ 
Nu  fticht  hj,jae  men  vrcsfl,  dat  hy  tn  V  nat  fal  jiicke-n. 


Als  't  uytgeflaepen  ii ,  ?'  is  heter ,  niet  te  wel . 
Jae  kyft,  cn  tiert  en  roe^t  de  duyvels  ryt  de  hel. 


Dat 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  247 

Dat  comt  o  droncken  menfch  van  al  u  guljigh  drincketi , 

Leert  liever  tot  tt  eer  het  glas  Cao  vol  niet  fchtncken  j 
Dwinght  tnven  vnylen  lufl ,   en  fielt  het  Coo  niet  aen , 

Dan  fal  V  naer  lyf  en  Jiel  voor  »  al  beter  gaen . 

DTt  fvn  de  fchandelycke  uytwerckingen  van  de  onbetaemelycke 
dronckenfchap . 

Hoe  fouderaen  dan  connen  feggen,  dat  dien  heylighen  ende  wy- 
fen  voor-Coninck  '^ofe^h  met  fyne  broeders  in  alle  die  onmaetigheydt 
foude  gevallen  fyn  ^ 

Sy  fyn  wel  vroyclyckgeweeft  ,  cnde  wat  befchoncken,  maer  niet 
met  al  te  groote  onmaetigheydt  tot  dronckenfchap  toe,  gelyck  het 
nu  gcnoegh   betoont  is  .        ^ 

Men  magh  eer  leggen ,  dat  Jofeph  in  het  onthaelen  van  fvne  broe- 
ders gelyck  droncken  was,  ende  overwonnen  van  broederlycke  lief- 
de, als  hy  hun  fagh ,  ende  bcfonderlyck  fynen  lieven  broeder  Benja- 
min ^  als  wanneer  oock  de  broeders  .ils  van  hun  felven  waercn  om  de 
onverwachte  eere,  endegoedthertigheydt,  metde  welcke  fy  van  dea 
Prince  ontfanghen   wierden. 

Wy  moghen  oock  feggen  in  eenen  fedelycken  fin ,  dat  dicrgelyc- 
ke  dronckenfchap  naer  het  feggen  van  de  H.  Scrifture,  magh  geno- 
men worden  als  een  voorbeeld t  van  eene  blyde  vreught  ende  opgc- 
toogenthevdt  van  de  geluckige  fielen  in  den  hemel  ,  die  oock  ge- 
nocmt  wo''dt  eene  fcdelycke  dronckenfchap  ,  van  de  welcke  Godt 
felve  den  oorfpronck  is,  ende  David  van  die  geluckige  fielen  feght, 
dat  fy  droncken  fullen  wefen  van  de  ovcrvloedigheydt  van  fyn  huys. 
Inebriahuntm-  ab   nbertate  domm    tux .  Pfalm.^^.y^ 

Duyfendt-mael  geluckige  fielen,  de  welcke  droncken  fyn  van  die 
hemclfche  vreught .'  Wie  en  foude  niet  wenfchcn  daer  van  deelach- 
tigh  te  wefen!  daer  ons  Godt  deelachtigh  fal  maecken  vanden  vloedt  ii;^^,„,, 
fynder  welluiiigheydt .   lorrente  voluptans  tnn.  fotnbis  eos . 

Om  wederom  te  keeren  tor  onfen  miltdaedighen  Jofenh  tot  fyne 
broeders,  die  fich  niet  genoeeh  en  conden  verwonderen  over  de  uvt- 
ftekende  goedtjoniligheydt  van  defen  Prince,  den  welcken  fy  noch 
niet  en  kenden,  maer  die  hun  allcgaeder  feer  wel  kende. 

Dien  vermaerden  uvtlegger  van  het  boeck  Genefis  den  E.  P.  Be- 
nediclus  Perrerim  van  onfe  Societeyt  fpreckter  oock  befonderlyck  van: 
Wie  van  de  broeders  ,  feght  hy,  hadde  fich  laetcn  voorllaen  ,  van 
te  verhopen  al  dat  hun  ovcrquam,  te  weten  op  ecnen  corten  tydt  foo 
groote  veranderinge  te  ficn  in  dien  grooten  Prince,  den  welcken, 
daer  hv  hun  niet  lanck  te  vooren  als  bedrieghers  ende  bcfpiedcrs  des 
landtsfoo  llrafFdyck  hadde  ontfanghen,  nu  met  foo  eene  vriendclyck- 

heydt 


248  DE  GO    •  elycke:voürsienigheydt 

hcydt  cndc  goe-ici  dcrcnthcydt  foo  mildclyck  acn  l'yne  tnfel  onthiick 
hadde,  liet  is  w; -.■  fyconden  hier  over  verwondert  wdcn,  maer  even- 
wel ly  en  waercii  niet  Tonder  eenige  vrcele,  of  dacr  moclit  hun  noch 
we!  eenc  donckeve  wolck  over  het  hooft  hanghen  ;  foo  het  in  der 
dacdt  gefchiedt  is,  gelyck  wy  daernaeroock  lullen  iïcn  ,  nis  wycerlt 
in  de  volgende  ft-dc-lceringe  iullen  voorgeilelt  hebben  de  geduerige 
veranderinge  der  mcnlchen  hier  op  de  wereldt  nu  van  blyfchap,  nu 
van  drocfhcydt,  nu  van  voorlpocdc,  nu  van  teghenTpoctlc  ende  lbo 
voorts. 

SEDE-LEERINGHE. 

yarf   de   l^oorfurAgheydt  Godts  ^    handelende    dicfc^ih  met 

de  mcnjchtu  nu  wet  voorhoedt  nu   met  teghenj^oedt  ^ 

hunnen  gr/rjc{i^hen  oft    ongeluckighen  jlaet  n~ 

dtierelyck   veranderende . 


D 


,,  E  broeders  van  Jofeph,  als  fy  van  hem  acn  tafel  foo  wel  en- 
de foo  vriendelyck  getoeftende  onthaclt  waeren ,  gelyck  wy 
gehoort  hebben ,  waeren  ten  uyttcrllen  blyde  ende  verhe-Jghr, 
doch  niet  fonder  verwondcringe  ,  ende  eenige  vrcefe,  geniere k t  fy 
te  voorcn  cerft  comendc  uyt  Chnnaan   naer   Egypte-fj   foo   rtrafïclvck 
waeren  ontfanghen  gewceft,  fycondenvrcefen,  'dat  defc  vriendelyckc 
onthaelinge  ende  vreught  wel  haeft  wederom  foude  connen  verande- 
ren in  eencn  nieuwen  angh ft  endefwaerigheydt ;  gelvck  het  immers 
fccr  dickwils  gefchiedt  in  defe  wereldt ,  ende  dit  door  de  beftieringc 
Godts,  een  ider  door  defcn  oft  anderen  wcgh   van  teghenfpoedt  en- 
de v-oorfpocdt  te  brenghen  tot  fyn  eeuwigh  geluck  ende  faligheydt , 
Pro^'.i+r.i^.       De  Iceringe  van  Saiamon  is  maer  al  te  waer ,  als   hv  feght  :  Dat 
het  lacchen  met  drocfheydt  lal  gcmenght  woorden  ende  het  uytterite 
van  de  blyfchap  fil  op  een  fchryen  uytcomen  .  Rifn^  dnlore  mifcebnw, 
ij  oxtrema  gardii  IhcUi-s  nccufat .  Vreught   ende  droefheydt,  geluck 
en  on^cluck  volgen  malckandercn  :  alsmen  meent,  dat  den  voorfpoedt 
lanck  fal  duercn,  dacr  wordtracn  dickwils  bcdroghen,  ende  den  te- 
Skut  fonUui  ghenfpocdt  is  nae.der,  als  men  gemeent  hadde. 
/}>i>tar>im  ur-       Deji  Coninck  Sahmon  geeft  ons  hier  op  eene  fchoone  gclvcke- 
dtnitufa  fob  ^^((.^  ■  trelyck  het  gcfchctter ,  Icght  hy  ,  der  bernende  doornen  onder 
"nVi^Zcdd.  eencn  pot  alfoo  is  het  lacchen  van  eenendwaefen  .  Het  vier  van  door- 
i.'r!  7.'^'^^'  nen  gemaeckt,  vat  hacft  aen,  het  kraeckr,  het  fpringht ,  ende  ter- 
llondt  is  het  vei-gaen,  daer  is  in  het  bcginfcl  meer  vlammc  als  vier, 

ende 


TJYTGEBEELDT    IN    JOSEPH. 


24P 


cnde  als  de  vlam  gepafTcerc  is,  het  kraeckcn  ende  fpringhen  houdt 
op,  ende  het  vier  is  uyt;  de  vlam  ende  het  vier  van  de  doornen  fchynt 
lanck  te  willen  duercn,  maer  het  is  haelt  uytgebkilt,  meer  fchyn- 
fel  van  een  lanckduerende  vier. 

Soo  is  het  gcluck  ende  blyfchap  defer  wcreldt,  die  haefl  voor  by 
is,  vvanter  tcrltondt  de  droetheydL,  moeyelyckheydt ,  ende  tcghen' 
fpoedt  op  volght ,  gclyck  het  met  de  broeders  van  Jofe^h  daanaer 
gefchiedt  is  ende  noch  met  andere  gcfchicden  lal . 

Soudemen  hier  niet  moghen  ieggen,  dat  het  leven  der  menfchen  claer 
vertoont  wordt  in  het  dracyende  rat  van  de  Fortune^  in  het  wclckedie 
boven  llaen,  hacfl  ondcrgeraecken ,  ende  daernaer  weder  boven  comen, 
ende  dan  wederom  onder  .  Welck  rat  by  geval  niet  en  draeyt,  maer  van 
Godr  altydt  beftiert  wordt  volgens  de  redens ,  die  hem  bekent  lyn ,  mil- 
fchien  oock,  opdat  de  ellendige  menfchen  den  moet  niet  en  louden  lae- 
ten  fincké  en  wanhopen ,  ofte  opdat  de  voorlpoedige  menichen  hun  niet 
en  foudcn  vcrhoovcerdighen  ;  ende  andere  mifachten.  Ende  lbo  voorts. 

Immers  Godt  heett  dit  het  alder-belle  voor  de  menfchen  geoor- 
deelt,  den  voorfpoedtende  teghenfpoedt  onder  malckanderen  te  men» 
ghelen ,  ende  gelyck  met  beurte  te  veranderen . 

Een  ryindicht  van  het  radt  van  de  onlekere  fortune  fal  hier  wel 
palTen . 


£i 


Siet 


z;o  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 


Ti  tacimM 

Fortuni  Dc' 
an>  ,  ;xloqut 
lo:amus  lu-. 
ven.  Sai.  xo 


Slet  de  Fortuyn  daer  ftae»  op  eenen  hol  verheven. 
Die  nimmer  fl%lle  ftaet;   onjiaedtgh  tn  het  /weven 
Fan  d"  een  of  d^  ander  cant .   Als  een  Goddinne  fiviert  , 

De  menfchen  groot  en  cleyn  met  heel  de  aer£  hejiiert . 
Doet  immers  dat  fy  wilt  j   en  om  haer  macht  te  treffen, 

Can  die  vernedert  flaet ,  wel  haeji   om  hoogh  verheffen  . 
Sj  geeft  5  dat  haer  behaeght ,   en  oock  omrecken  can . 

Als  V  If.fl ,  ellendigh  mneckt ,  oft  een  gelucktgh  man . 
Dies  jiaet  fy  op  een  radt ,  bejlierend'  alle  menfchen 

Tot   heyl  oft   ongelttck  ,   doch  niet  naer  ieders  wenfchen  . 
Sy  draeyt  haer  eyghen  radt ,   het  gaet  geflaedtgh  rondt  , 

Dat   eerfl  ti'as  heel  om  leegh ,  daernaer  het  hoven  flondt , 
Rondt fom  het  Radt  men  Jiet  van  boven  en  van  onder 

E  lek  naer  fjn  eyghen  (iaet  verbeeldt  in   het  befonder  : 
Een    Conincky  en  fjn  knecht,  een   wyfen ,  en  een  geck. 

Een  edelman ,  een  boer ,  een  arm ,  een  rjcken  vreck . 


Elck 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  i;t 


£lck  roert  met  V  draejend!'  radt ,  nn  onder ,  en  dan  boven  \ 

Ah  eenen  gonck  om  Jjoogh ,  de  nnd're  neder  fchoven : 
Nh  whs  den  Coninck  knecht  ^  den  knecht  dan  Coninck  was  % 

Het  radt  van  de  Fortuin  draen  om  al  even  rM . 
Maer  dn  niet  avders  fyn  als  fabels  der  Po'éten , 

Al  in  hun  valfch   hedrogh  en  dififlerhejdt  qefeten : 
't^gebeiighen  der  Fortuyn  is  lanck  tn  roock  vergaen  ^ 

Al  dm  oJ>  d'  aerde  roert  can  maer  in  Godt  heflaen , 
Godr  fel  f  is  de  Fortuyn ,  beflierder  aller  dinghen  ; 

Aden  can  fjn  oppermacht ,   en  Godthejdt  nimmer  dzvinghcn . 
De  cracht  van  de  Natur  alleen  tn  God,   bejïaet, 

ïf'  ant  fonder  Godts  keftier  en  macht  de  aerd"  vergaet , 
fan  Godt  het  alles  hanght ,  en  fchepters  ende  croonen , 

Dte  boven  Coninghen  fn  oPter-macht  can  toonen^ 
Die  Godt ,  als  V  hem  belieft ,  heel  op  het  hooghfte  fielt , 

En  als  men  V  mtnfle  meent ,  %i'el  haefl  ter  aerden  velt . 
Dit  is  het  radt  van  Godt  voor  aller  menfchens  leven 

Van  onheyl  en  geluck  .  IVilt  dan  u  overgeven  ' 

Jn  al  dat  Godt  behaeght ;  feit  h  in  fyn  beleydt , 

En  tracht  in  faer  en  foet  naer  uwe  faltgheydt . 

DEn  H.  Chr)foflomw  heeft  defen  handel  Godts  befonderlyck  be- 
merckt,  fpi-ekendc  aldus:  Den  bermhcrtighen  Godt  heeft  in 
de  droeve  endc  bittere  gevallen  wat  foets  tuiïchen  gemenght  j  het 
welck  hy  voorwaer  doet  in  alle  heylige  mcnfchen,  wekkers  ellenden  en- 
de vreughden  hy  niet  en  laet  lanck  dueren,  maer  door  cene  wonde- 
re verandcringe,  heeft  hy  het  leven  der  rechtvcerdige  gelyck  door- 
weeft met  teghenfpoedt  ende  voorfpoedt . 

Godt  fchynt,  gedient  te  fyn,  gelyck  de  nature  oock  doet,  met 
die  geduerighe  veranderinge ,  nu  het  een,  nu  het  ander  toelaetende: 
den  dagh  ende  den  nacht  volghen  malckanderen  j  den  winter  volght 
den  fomer,  de  koude  de  hitte,  de  calmte  hettempeeft,  de  verfaedt- 
hcydt  den  hongher  ,  den  peys  den  oorlogh  ,  foo  van  geU  eken  den 
vooHpocdt  den  tegheni'poedt .  Ende  aen  dcfe  veranderinge  fyn  alle 
yerellche  dinghen  onderworpen;  Soo  handelt  oock  Godt  j  endefyne 
Goddelycke  wysheydt  ende  l'oorjiefugheydt  {chyntAicr  in  haer  behae- 
ghen  te  hebben,  ende  dat  totgocdt  van  de  menfchen. 
Hier  op  pall  het  fegghen  van  eenen  Poet : 

Lndit  tn  bumanis  divina  totentia  rebus . 

Ick  feggher  op: 
Aenjïet  wat  Godt  op  d^  aerde  daet  ^ 
Die  alles  menght  met  faer  en  fuet . 

lil  Hy 


Üf  D<tu  (}f 

u^turA  natu- 
rans  ,  «4  V 
forlHnafortH- 
nans.Hoitfl, 
Jiiut  ipfe  efl 
auClor  naturg 
ita  O'  omnii 
fortunti  Sic 
dixerunt  G(' 
tiles  df>ud 
Beyerlinck 
ytrha  Fortua, 


Mifernort 
Dem  mtjfü 
rebus  autdam 
jucundu  mtf* 
atit.Qu^odctT- 
te  In  amniius 
SanClii  fa^it, 
ijuosncq;  tri' 
onlat!ones,nt* 
quejucundila» 
tes  fnithahe- 
re  ioniiniiM , 
fed  turnde  ad- 
yer/ïs,  turnde 
projperif  ju- 
Jhrum  fitam 
fu.ifJ  admirti- 
bili  yarietate 
conlexuit-  S. 
Chryfoft. 
Hom.Z.in  f.a» 


ifz  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

Hy  fpeelde  op  dcfe  woorden  van  de  Goddelycke  wysheydt :  Lu~ 

dens  in  orhe  terrarttm  .   Dat  is :  Spelende  in  den  omganck  der  aerden. 

j  Prov.  8.  v'.T^y.  Weicke  woorden  den  geleerden  u  a.   La^tde  ■i\A\x%  uyt- 

'  LuAn,  nunc  leght .  De  goddelycke  wysheydt  (peelt  op  dele  wereldt;  fommige  nu 

huideprimen-  vernederende,  nu  de  felve  verheffende,  nu  die  als  met  de  doodt  ovcr- 

w»Xr  nmü  v^illc'ide»  nu  de  felve  levendigh  maeckende. 

occidendo,-  Defc  veranderinge  volgens  de  fchickinge  Godrs  vindtmen  dick- 

nunc  -vi-vifi'  vvils  in  dc  H.Scritture,  gelyck  feght  den  H.  Chryfoftomiu  ,  daer  ick 
w»  o.A  ap.  j.^  voorcn  van  hcbbe  gefproken.  Hy  brenght  by  het  exempel  van  on- 
.,,.  ji  len  joféfh  onder- Conmck  van  Lgypten  . 

Wy  hebben  genoegh  gehoort,  hoe  dat  hy  door  de  Goddelycke 

Voorftenigheydt  nu  door  fuer  nu  door  foct  heeft  gepafleert,  nu  ver- 

volght,  nu  herllelt  ende  verheven  .  Hy  maeckt  oock  mcntie  van  den 

Propheet  Job ^  van  den  wekken  den  H.  Paus  Leo  oock  fprcekt,den 

welcken  Godt  gelyckmen  weet,  foo  wonderlyck  geoeflPent  heeft  nu 

b       ^tMus  overvallen  met  tcghenfpoedt,  nu  vertrooit  met  voorfpoedtj  nu  was 

loh  alterna.n.  hy  geluckigh  in  fyn  huyfgefin,  nu  in  volle  fwaerigheydt,  ende  droef- 

tibus  honu  ac  hcydt }  nu  hadde  hy  goede  ende  ftille  daghen,  nu  moeyelycke  ende 

7fl"s'*teo   ongeluckige  voorvallen.  Aldus üuyt  den  b H.  Leo:  Job  is  door  eene 

'ferm.  g.   de  gcducrigc  vcranderingc van  goedt  ende  quacdt  geoefFent  ende  onder- 

Quadragefim.  wcfen  geweell. 

c    jobirtsa       Dien  treffelycken  (chvyvcr  c  Methodini  ^  bemerckende  defe  veran- 
^rZ^f'l'L    derinse  in  lob^  feeht,  dat  het  tempeeft,  het  wclck  Job   overvallen 
^Hiüitatem     hadde,  ten  letten  m  eene  calmte  verandert  is. 
itmigrayit .        Defe  Veranderinge  van  ilaet ,  van  eene  goede  ende  quaede  fortune 
Merhodius.     ^^  heeft  door  het  bellieren  Godts  niet  min  gebleken  in  de  Patriar- 
chen Abraham,  Jfaac  ende  lacob ,  ende  daernacr  oock  in  Davtd-X.cn 
ophcht  van  Siitl ,  ende  fynen  wedcrfpannighen  l'one  u4bfo/ on ,  foo  dat- 
men  van  alle  dcfe  magh  fegghen ,  het  welck  ick  boven  uyt  den  JI. 
Chryfifli)mn6  hebbe  gc(cydt :  Dat  Godt  het  leven  van  fyne  vrienden 
'       -.,    enderechtveerdtge  met  goedt  ende  quaedt  gemengelt  heeft,  ende  dit 
rnerlienfit-  allcs  ,  tot  fyucglorlc,  cndc  hunn:  verdienden  ende  faligheydt. 
pane  17.  Ick  fal  hicr  voor  het  lelie  byvoeghen  eene  wondere  hillorie  van 

LuifiusCoBtd-  jg  veranderinge  van  den  werellchcn  voorfpoedt  ende  tcghenfpoedt. 
riiM!  ir,  .•■VI'  CflJe'ridit-i  I  irerbie-'iiis  hiltorie-fchryvcr  van  den  Kevfer  Cö«r«öfw  den 
(p- y,tior.pag.  III .  vcrhaclt  dic  in  lyne  chronyckeopgedraeghcn  aen  den  Pausc/r^a- 
■166.  Man.  „fij  tie^  Jl[.  om  het  V  clck  hy  meer  geloof  moet  hebben. 
*'™''"',  "*  Delen  </  Godef'idie-s  ende  andeie  fchryvers  fegghen  .  dat  Cowad'ts  den 
sJs'yu.  Ló.  ni-  Roomfchcn  KeyCcv  ecrlt  om  verfcheyde  deught  ende  viétorien 
caj"-  i,  fccr  veiiniiert ,  nvaer  gelyck  dc  fortune  volgensde  beUicnnge  van  Godt 

Boyt  leniandt  vourdccli-^h  is  ,  daer  is  hem  hacll  eeiie  gcoote  onver- 
V  achte  vlatze  op  bet  hooft  gevallen . 

M 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  ij-J 

Jlli  Cétruleiu  fuper  capnt  adflitit  imher , 

Hy  haat  de  vlangh  op  V  hooft  .y 

Eer   hy   het  hadt  geloof:  . 

Eenen  fekeren  Prince  met  naeme  hnpoldm  Palfch-graef  van  Beyeren  , 
als  alles  nu  in  rulle  fcheen  te  vvefen ,  begon  eenige  oproerige  gepcy- 
fen  ende  raeden  met  fyn  fclven  te  overleggen,  macr  fiende,  dat  fy 
uytgecomen  waercn ,  ende  vrcefcnde ,  van  den  Keyfer  aehgevat  te 
worden ,  ende  met  de  doodt  geilraft ,  en  vondt  niet  genoeghfamer 
als  de  vlucht;  foo  dan  van  de  menfchcn  vreefende  vcrtrock  fich  met 
fyne  huvf-vrouvvenaereen  verlaeten  bofch  ,  genaemt  Hercima  nu  ^r- 
denne  niet  verre  van  fyn  callecl,  datmen  Catva  noemde.  Alwaer  hy 
metter  haeften  een  hutteken  maeckte,  daer  trachtende  Godts  thoorn 
te  ftillen,  ende  die  van  den  Keyfer  te  ontvluchten. 

L-tpoldw  met  fyne  huvf-vrouwe  was  nu  eenighen  tydt  in  fvne  fchuyl- 
placife  verholen  gebleven,  maer  wat  cander  lanck  verborghen  bly- 
ven  ?  den  Keyfer  Conradus  hadde  fyn  vennaeck  in  de  jacht ,  eens  de 
wilde  gedierten  te  diep  in  den  bofch  gevolght  hebbende,  hadde  hy 
fvnen  wegh  ende  fyn  volck  verloren,  by  geluck  inden  duyll:eren  a- 
vonk  quim  hv  alleen  tot  een  cleyn  boeren  hutteken,  daer  Lupoldm 
in  fchuvlde ;  dit  eenigh  leven  hadde  hem  ende  fyne  huyf-vrouwe  foc» 
verandert  dat  fy  van  den  Keyfer  niet  gekent  en  wierden  .  Lnpoldus 
was  heel  bleeck  van  aenficht,  heel  magher,  verarmoeyt,  lanck  van 
hayr  ende  baerdt,  foo  onbekent  ontfanght  hy  den  Keyfer,  den  welc- 
ken  hy  wel  kende,  voorts  onthaelde  den  Keyfer  met  wat  melck  en- 
de eenige  cruyen.  Daer  en  tuOchen  Lufoldus  ende  fyne  huyf-vrouwe 
die  bevrucht  was,  ende  op  haer  uytterfte ,  waeren  vol  van  anghlt 
ende  vreefe,  niet  wetende  wat  doen,  oft  fy  fich  onbekent  houden- 
de, den  Keyfer  wech  fouden  laetengaen  ,  ofte  fich  openbaeren  ,  ende 
vergifFeniflè  verfoecken  .  Sy  vonden  ten  leften  geraedtlamer  te  blyven 
fchuylen,  ende  niet  het  minrte  te  feggen  . 

Maer  tullchen  defe  onftclteniflen  hoort  een  groot  wonder  uyt  den 
hemel:  op  dien  felfften  nacht,  als  den  Keyfer  by  hun  noch  was,  de 
huyf-vrouwe  quam  in  kindcr-bcdde ,  baerende  eenen  fone ,  als  wanneer- 
men  hoorde  deie  llemme  :  O  Imperator  infans  hic  ent  ttbi  gener  er 
h&res .  O  Keyfer  dit  landt  fal  wefcn  uwen  fc hoon  fone  en  erfge- 
naem:  welcke  woorden  drve-maels  wierden  herhaelt.  Hier  wierdt 
den  Keyfer  teencmael  ontltelt  endeongerull ,  by  fvnielven  peyfende, 
wel  lalick  mvne  dochter  aen  eenen  boer  ten  hou  wclyck  geven  ?  gccn- 
fins  .   Dit  en  ial  noyt  gefchieden  . 

Den  Js.eyler  mee  het  aencomen  van  den  dagh  terflondt  vertroc- 
ken  f)wle  focht  allom  fyn  volck,  ende  ten  leitcn  de  fyne  gevonden 
hebbende  gaf  laft  aen  twee  van  fyne  dienaers ,  dat  fy  dat  boeren  huvsken, 

lij  '.  '       m 


*1 


zf4  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

in  het  welck  hy  daer  ergens  dien  nacht  vernacht  hadJe,  foudengaen 
Ibecken ,  ende  den  boer  ende  fync  huyf-vrouwe  met  het  kindeken , 
dien  nacht  eerft  geboren,  dacr  vindende,  het  felve  fouden  doeden, 
ende  het  uytgefncden  hert  tot  hem  brenghen  .  De  dicnaers  aen  de 
welcke  de  doodt  belafl  was,  waercn  nu  in  het  huyskcn  gccomcn, 
met  hun  bloote  Iweerden  het  kindeken  vindende  op  den  fchoot  van 
de  moeder,  die  haer  te  kennen  gaeven,  waerom  fy  gecomen  wae- 
ren ;  maer  fiende  het  Hef  kindeken  wierden  foo  beweeght  dat ,  fy 
het  iclve  niet  en  condcn  dooden  >  ly.  nemen  het  felve  evenwel 
mede  uyt  de  handen  van  de  ouders.  Godt  alleen  conde  het  hel- 
pen, gelyck  het  dacrnaer  blycken  fal .  Wat  iOcr  voorts  gcfchicdt  ? 
Des  Keyfers  dicnaers  niet  willende  het  onnoofel bloedt  vergieten  ,  heb- 
ben, om  cenighfins  te  voldoen  aen  's  Keyfers  gcbodt,  fonder  wcte 
•van  de  oudershet  kindeken  geleydt  in  eenen  grootcn  nell;  tiidchen 
de  tacken  der  boomcn ,  om  daer  van  hongher  te  laeten  ftervcn  ;  ten 
leften  om  voldoeninge  te  geven  aen  den  Keyfer  ,  nemen  fy  mede 
een  verfch  uytgefneden  hert  van  eenen  haes,  den  welcken  fy  by  ge- 
luck  gevanG;hen  hadden,  om  het  felvè  aen  den  Keyfer  te  bienghcn. 

Maer  fiet  wederom  een  weynigh  dacrnaer  eene  andere  ende  ge- 
luckigc  uytcomftc:  dit  verlaeten  kindt,  het  welck  haeft  van  hongher 
moell;  llerven  ,  door  fyn  geduerigh  jammeren  ende  jancken  wierdt 
gchoort  van  eenen  anderen  grooten  heer,  Emeftns  eenen  Hertogh 
van  Duydtilandt  oock  fynde  op  de  jacht,  die  op  het  cryten  nacrder 
comende,  het  kindt  vondt,  het  felve  uyt  medelyden  nemende  op  fyn 
peerdt  fonder  iemandts  wete  naer  fyn  huys  voert. 

De  Princefle  fyne  huyf-vrouwc  die  ontvruchtbaer  was,  het  kinde- 
ken fiende ,  wenile  het  felve  met  oorlof  van  haeren  man  voor  haer 
foontjen  aen  te  nemen,  het  welck  hy  goedt  vondt,  ende  dat  fy  vry 
feggen  foude,  dat  het  haer  kindtien  was,  trachtende  op  alle  manie- 
ren de  faeckeverborghcn  te  houden .  Als  fy  nu  eenighen  tydt  geveynft 
hadde  bevrucht  te  wefcn,  fy  laet  hacll  dacrnaer  in  den  nacht  aen  al- 
le hacre  huyf-genoten  w^eten ,  dat  fy  van  eenen  jonghen  fone  gelegen 
was;  de  maerc  loopt  tcrftondt  van  alle  cantcn,  ende  wordt  gelooft, 
ende  den  Prince  ende  Princefle  worden  voor  vader  ende  moeder  ge- 
houden, aen  het  kintjen  den  naem  van  HenrUm  gevende;  daer-en- 
tulichcn  opgcbrocht  fynde  in  goede  maniere  ende  godtvruehtigheydt 
tot  fyn  vyfthiendcjaer. 

het  «Tcbeurde  dacrnaer,  dat  Conradus  den  Keyfer  Erf/e/las  den  Hertogh 
tot  Rui:e?!sberoh  ccm  quam  befoeckcn  ;  //fvr/cv/fynen  fonc  verlchcen 
oock  terllondt  neffens  andere  voor  den  Keyfer,  deri  welcken  onder 
alle  de  andere  uvtihick  in  hoffche  manieren,  fchoon  van  f|;nllchc 
ende  in  ecne  cloccke  gcllelteniffc  des  lichacms . 

Den 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  zff 

Den  Keyfer  hem  wel  beficnde  ,  ende  fyne  edele  opvoedtnge  be- 
merckende  ,  vnicghde  van  den  Hcrtogh,  wiens  fone  hy  wa*;,  ende 
foo  den  Hcrtogh  andtwoorde,  dat  hctfyncn  fone  was,  die  den  Key- 
fer als  dan  meer  ende  meer  quam  te  pryfen .  By  fyn  ielven  evenwel 
achterdencken  crygende,  dat  hy  cenen  aengenomcn  fone  wel  mocht 
Wefcn  ,  diier  de  Hertoginne  foo  lanck  onvruchtbacr  was  gewceit . 

Voorts  door  het  ingeven  mee  II  van  den  helfchen  geell,  viel  hem 
in  ,  dat  hy  het  felfflc  kindt  wel  foude  fyn,  het  welck  hy  in  den 
bofch  door  fyne  dienacrs  belall:  hadde  te  dooden .  Soo  dan  tot  meer- 
dere fekerheydt  ende  rufte  ftelde  den  Keyfer  by  fyn  felven ,  hetfelve 
te  doen  ombrenghen  met  gelegcntheydt . 

Daer-en-tulTchen  op  het  verfoeck  van  den  Keyfer  wierdt  hy  mee 
des  vaders  oorlof  neffens  andere  Prinskens  in  het  hof  opgcbrocht  . 

Den  Keyfer  nu  de  gelegcntheydt  hebbende  om  hem  het  leven  te 
nemen,  fendt  dcfcn  Prins  in  volle  haeit  ende  ftilte  met  cencn  vrias- 
brief  om  aen  de  Keyferinnc  dan  te  Aken  fynde  fclf  in  handen  te  ge- 
ven. O  wat  onverwachts  gevallen!  ó  wondere  belHcringc  van  de 
Goddelycke  l^oorfientgheydt  \ 

Den  onnoofelen  Prince  nergens  van  achterdencken  hebbende  was 
nu  al  op  den  wegh  's  avondts  blyvendc  vernachten  by  cenen  Prieller, 
om  dat  hy  by  de  Keyferinne  niet  en  hadde  connen  geraecken,  doch 
alles  door  de  fchickinge  Godts.  Henncus  van  den  cerweerdighen 
Prieller  's  avondts  wel  onthaelt  fynde  nam  van  den  felven  nu  fynaf- 
fcheydt,  om  wat  te  gaen  rulten.  Maer  liet,  foo  den  Priefter  hem 
levde  naer  fyne  ruft  camer,  fagh  hy  uyt  fvn  maeltien  een  deel  van 
eenen  brief  uvtlleken  ;  daernaer  nieuwsgierigh  neemt  den  felven  ,  daer 
inlefende  defcn  inhoudt  tot  de  Keyferinnc,  dat  fy  den  brengher  de- 
fer  terilondt  foude  doen  fterven  :  den  Priefter  hier  heel  vcrftelt ,  fcvde 
by  fyn  felven;  Wel  hoe  fal  dcfcn  vriendelycken  ende  jonghen  Prins 
foo  het  leven  moeten  laeten?  die  foo  eenvoudigh  ende  m-iifchienon- 
noofel  is?  neen  voorwicr  feyJc  hv,  hy  en  fil  niet  fterven,  terilondt 
uvtdoende  de  woorden  van  het  gcbodt  des  doodts  in  de  plactfe  llel- 
lende  defe  volgende  woorden:  C'tmvicierU  hnnc juvemm  Imperatnx ^ 
fintim  illi  d.1  nltam  nofirant  tn  uxorem ^  (ïctit  dthaif  vitam  tunm'.  DaC 
is :  Soo  hacft  als  ghy  defcn  jongclinck  fult  geilen  hebben  ó  Keyfer- 
innc ,  geeft  hem  terftondt  onie  Dochter  ten  houwe')  ck ,  gelyck  gy 
u  leven  bemint . 

Den  brief  foo  verandert  heeft  den  Prieller  in  het  maeltien  gcfleken, 
's  morgens  is  den  jonghen  Prms  den  Priclter  bedanckt  hebbende  mettcr 
haeft  vertrocken  .  Tot  Aken  gecomen  fynde  las  de  Kc\icrinne  den 
brief  met  groote  verwonderinge,  den  felven  briefende  den  jonghen 
Prince  toonende  aen  haere  dochter,  ende  aen  de  principaellls  pcr- 


2.r<S    DE  GODDELYCKE  VOüRSIENIGHEYDT 

foonen  van  het  hof,  ende  aen  haere  Raedts-heercn,  die  terftondt  al- 
]cg;iedcr  fcydcn,  dat  de  fchoone  gedaente  des  jongeliiickx  als  eenen 
bricF  was  ,  endc  dat  ('yiie  hoHche  manieren  ,  cnde  vooiiïchtige 
woorden  rcccktns  wacrcn  van  een  leer  edel  cnde  groot  gciiiocdt,  ca- 
de  of  die  al  ontbraccken ,  datmen  evenwel  voldoen  moetl  uen  ücn 
openbacren  wille  des  Kcyicrs . 

S")o  dan  alles  wordt  tcrllondt  gcreedt  gemaeckt  tot  het  houwelyck  , 
het  welck  voor  den  avondt  voltrocken  fynde,  de  bruylofs  feelt  wierdt 
met  eene  groote  vreught  van  de  gemeente  treffelyck  gehouden . 

's  Anderdaghs  quaemen  andere  brieven  van  den  Keyler,  vraegendc 
of  het  ghene  hy  door  den  brief  hadde  belaft,  voibrocht  was.  De 
Keyfcrinne  antwoorde  terftondt ,  te  weten,  dat  het  houwelyck  van 
haere  dochter  met  dien  jongelinck,  die  den  brief  haer  gclevert  had- 
de,  volgens  fyn  gcbodt  gefchiet  was. 

Den  Keyier  heel  verllaeghen  door  defe  antwoorde  van  de  Keyfc- 
rinne ,  begaf  fich  terftondt  op  den  wegh ,  ende  metter  haeften  tot 
^ken  gecomen  fyndc  ,  ontmoet  de  Keyferinnc  ende  de  getrouwde 
dochter  met  haeren  bruydegom,  den  wekken  fy  aen  de  handt  heb- 
bende aen  den  Keyfer  haeren  vader  prefenteerde . 

Wie  foude  hier  connen  voorilellen  de  bewegingen  van  's  Keyfers 
gemoedt,  nu  van  gramfchap,  nu  van  bcrrahercigheydt,  nu  van  ra- 
fernye,  nu  van  de  reden,  nu  van  de  wraecke,  nu  van  over-eenco- 
minge  met  de  wondere  beftieringe  Godts? 

Den  jongelinck  defe  ontftcltenifte  van  den  Keyfer  fiende  was  vol 
anghft  ende  vreefe,de  nieuwe  bruydt  heel  blceck,  de  Keyferinne 
tcenemael  benoudt ,  fy  vreefdenallegaeder .  Ten  leftcn  de  reden  crecgh 
de  overhandt ,  de  nature  beweeghde  het  Keyfers  hert,  ende  Godt  tri- 
umphecrde  in  fyne  Voorjïenighejdt . 

Den  Keyfer  dan  geftilt  fyndc  in  fyn  gemoedt,  fyne  nieuw-getrou- 
de  dochter  aenfiende  feyde  tot  de  Keyferinne  defe  woorden  van  Da- 
vtd:  TuterrtbUü  es  ^  &  cfuis  rejijiet  tibi?  Pf.j^.'i.  Ghy  fyt  gcvaerlyck 
ó  mynen  Godt,  ende  wie  fal  u  wederftaen?  De  Keyferinne  vocgh- 
dender  by  defe  woorden  van  Davtd :  Magnm  Dominiu  nofler  ^  &  magna 
'virtm  ejtif  ^  &  fapiemia  ejns  non  efl  nHmerm  .  Het  is  alles  Godts  werck, 
groot  is  fyne  macht,  ende  oneyndelyck  is  fyne  wysheydt.  Doch  ee- 
ne faecke  ontileit  nw,  ieyde  den  Keyfjr,  te  weten  fyne  onbekende 
afcomftcj  can  ick  maer  achterhaelen,  dat  defen  jongelinck  van  edel 
gcOacht  is,  ick  (lil  my  geruft  ftellen. 

Soo  dan  den  Hertogh  Ernelha  wordt  van  den  Keyfer  wederom  on- 
d;rvraeght,  ende  de  twee  dienacrs  worden  gepraemt ,  om  alies  recht 
uyt  te  bekennen ,  het  welck  ly  deden . 

D£n  boer  ofte  Lufoldw  verborghen  Palsgraeve  van  Bejeren  wordt 
,  oock 


UYTCEBEELDT    IN    JOSEPH.  277 

oock  ontboden,  ende  uyt  fyn  hutteken   tot  den  Kcyfcr  gebroclit, 

den  welcken  anJers  niet  verwachtende  als  de  doodt,  wicrdt  in  gra- 
tie ontlanghen ;  als  wanneer  de  wacrhevdt  van  alles  te  voorlciiyn 
quam,  üyt  al  het  welck  men  clacrlyck  bevondt,  datdenfone  van  Lw 
foldiu  wettelyckende  geluckelyck  geworden  was  den  rchoon-fone  van 
den  Keylcr,  gelyck  het  uyc  den  hemel  verllaen  was,  dat  het  foude 
gefchieden  . 

Hier  mede  fluvtende  canmen  bemercken  de  wondere  veranderini^e 
van  eene  goede  ende  quaedefortunedoorde  fchickingevan  de  God- 
dclycke  Foorpentgheydt  ^  die  alles  beltiert ,  ende  de  menfchen  foeckt 
IC  leyden  nu  door  voorfpoedt  nu  door  tcghenfpoedt  tot  liunne  la- 
ligheydt . 

VI.   CAPITTEL. 

De  hrueders  van  lofepb  nu  al  op  den  "^egh  fynde ,  om  naer 
bunnen  vader  te  keer  en  ,  "borden  van  den  hof- mee  (Ier  van 
Jofeph  vervohht  ende  achterhaelt  ^  ende  gevonden  hebben- 
de in  den  Jack,  van  Benjamin  den  ftlveren  beker ,  daer 
lofeph  fynen  meefïer  placht  uyt  te  drincken  ^  "inorden 
als  dieven  in  de  Jladt  te  rugh gebrockt  ^  "ïpaer  over 
met  eene  geveynfde  jlrajfigheydt  hunover^aet^  maer 
de  felve  met  Benjamin  ter  aerde  [lende  liggen ,  i 
"^ordt  tot  traenen  beleeeght ,  eyndelyck  beken- 
nende te  'Sfiefen  hunnen  broeder  lojeph ,  die 
hun  alles  vergeeft, 

■f  •^''^^^  Y  fvn  ten  leften  gecomen  tot  het  tooneel  van  eene  uvt- 
_^'^,,^^^Jjf  terfle  vrecfe  ende  liefde ,  foo  van  de  elf  broeders  als  van 
f'^^^I  JofiP^t  t^is  <^^"  twaelfften  was,  famen  oock  tot  een  on- 
'^'''f^^^^Sj  feiltiaereuytcomfte  van  de  ItellingeoftefchickingeGodts 
aengaende  de  droomen  van  de  verheffinge  van  Jofeph ,  ende  dit  tot 
eene  uytterfte  vreught  van  den  ouden  ende  droeven  vader  y-ïfo^,  als 
hy  het  alles  daernaer  verilondt,  oock  toteene  onverwachteblyfchap 
ende  geluck  van  fvne  fonen ;  het  welck  Godt  alles  belliert  heeft  mee 
fterckte  ende  foetigheydt  door  eene  geduerige  veranderinge  van 
voorfpoedt  ende  teghênfpoedt  aengaende  den onnoofelen  Jofeph,  en- 

K  k  de 


zyS   DE  GODDELYCKE  VOORSIEN  ICHEYDT 

«  !iiquit/}io-  de  (yne  broeders,  die  den  felven  J^oor/tenighen  Godt  geoefFent  heeft 
Thcód'oret.^"  "^  ^^^^  vreefe  nu  met  blyfchap ,  ende  daernaer  wederom  met  eene 
Epifc.    Cyri.  uyttcrlle  vreefe,  ende  gerulle  vreiight. 

b      Prscpn       Dien  wonderen  uytval  fal  ick  nu  voor  ooghen  gaen  Hellen: 
aniem  jofcph       |^(.j  jj  fonitvdts  gcfchicdt  CD  dc  maeltvdcn  fe^ht   den    Philofoph 
domJfu£,di-  ■^'>'tJ''A3s ,  dat  den  wyn  in  water  verandert  ende  oocklomwylenmet 
eens :   ImpU  blocdt  gemcngelt  is  . 

ficcoi  corum  Oock  fynder  op  de  macltyden  veel  vonnifPen  des  doodts  gcfchre- 
pone'^'pec'uni.  ^^" '  ^°°  '^'^^  ^^^^  vvyfelvck  gefeydt  heeft  eenen  anderen  Philofoph  , 
tm  fiH'ulork  dat  dc  paffien  des  gcmoedts  op  de  macltyden  worden  ontfteken  cn- 
infummitate  de  opgellockt ,  den  haet  ende  nydt  nemen  daer  aen,  het  bedrogh  , 
faui.s^yphitm  ^^^q  verraederyen  comen  daer  dickwils  te  groeyen,  ende  men  Itelt 
ürzenteum  ,  "acr  oock ,  menige  quaede  voornemens  uyt  te  voeren  ende  in  het  werck 
er    pretium  te  Hellen  . 

tritici,t>oiie  in  Macr  daer  fyn  oock  macltyden,  daer  het  al  gaet  in  peys  ende  vriendt- 
l"i)  Et'cTti)  ^^^^?  "ist  alle  teeckenen  van  vreught  ende  voldoeningen  foodanigh  was 
mant  dimijl  dc  macltydt  oftc  nocnmacl  van  Jofeph  met  fyne  broeders  j  en  al  ift 
funt .  Ltmqite  dat  hy  aldaer  voor  hem  nam  de  felve  te  bedrieghen  ,  ende  in  ee- 
urbtmexicrat  j^^  uytterrtc  vrccfe  te  brenghen,  dit  werck  nochtans  was  heel  recht- 

KP"  pro.  efleTctt  •  .  ö  ' 

faaUhim  rui  vcerdigh  ,  ende  niet  quacdt-willigh ,  ende  alleen,  om  aldus  te  ach- 
lojtphaiierff  tcrhaelcn  hun  gemoedt  ende  genegcntheydt  tot  hunnen  jonghllen 
to  dijpefaiore  brocdcr  Benjamin  ,  gelyck  a  Tl.eodoretns  bemerckt . 

omm.iurge,  Aeneaendc  dc  eenegenthcydt  van  de  broeders  van  Beniamin  ^  daer 
fe^iuere  r,ros:  was  noch  eenighlins  aen  te  twytelen,  want  iy  conucn  wel  eenighen 
ü-  apprehen'  nicuwcn  hact  teghen  hem  gecreghen  hebben,  om  de  betere  ende 
^'^'dd7'r}"*'  "i^'iio^^'^^'^'S^^'' g^''^'^^''^^"  5  '^'^  hem  aen  de  tafel  va.n  Jo/èfb  toige- 
tn^tupr^i-oiio  fonden  waeren  >  hierom  conden  fy  hem  oock  op  den  v.  c-gh  met  ee- 
fypi.ai  ijuem  nigh  vcrwyt  ende  nydt  overvallen  hebben,  volgens  hunnen  boofen 
furüti  ejni ,  ende  nydighen  haet,  gelyck  fy  het  in  de  vervolginge  ende  onberm- 
Lr.^n""^"!  hertigc  handclintre  met  lofet/h  te  vooren  eedaen  hadden. 
fnei(i,iirinqH<>  Hoort  nu  ,  wat  dat  "  Jofeph  niet  uv  t  eene  quaede  meenmge  gedaen 
au^Kiun   /o    heeft,  om  fyne  broeders  in  eenen  grooten  anghlt  ende  bcnouUtheydt 

y''t^^fe'*^  te  brenghen. 

J^li-  pi^,  g.jfi^ct  aen  eenen  hof-meeftcr ,  dat  hyde  facken  van  die  vrem- 
delinghcn  met  cooren  ende  graenen  wederom  ibude  vuHen  ,  ende 
fonder  hunne  wete  in  een  ieders  het  geldt  daer  boven  inlci^gen, 
ende  boven  dien  in  denfack  van  Benjamin  fynen  filvcren  beker  oltc  cop, 
daer  hy  uyt  placht  te  drincken,  ende  dit  eer  fy  'sanderdaeghs  fou- 
den  vertrecken:  het  welck  nu  gedaen  fynde  ende  iy  nu  een  v/ey- 
nigh  tydts  vertrocken  fynde,  beval  hy  terftondt  aen  den  felven  hof- 
meedcr,  dat  hy  met  eenigh  volck  te  peerdt  hun  foude  vcrvolghen, 
o.rn  te  foecken  in  hujine  1'ackcn  fynen  filvet,cn  cop ,  die  fy  mede  ge- 

nomcu 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  zfp 

romen  Viadden,  cndediën  gevonden  hebbende,  allcgader  als  dieven 
naer  de  Itadt   weder  te  mgh  foude  brenghen ,  den  hofmeefter  met  de 
fyne  achterhaelde  die  wel  haell ;  aldus  hun  aenfprekende :  O  gy  die- 
ven als  ghy  fyt,  ghy  hebt  een  groot  fchelmftuck  bedreven,  en  fyt 
ghy  niet  befchaemt  goedt  met  quaedt  te  loonen?  den  lilveren  cop, 
die  ghy  geilok-n  hebt,  isdenghcnen,  daer  mynenhecr  endemecfler 
placht  uyt  te  drincken  ,  ende  daer  mede  iet  te  voorfeggen .    Eylaes 
andtwoorden  >»  fy  terllondt ,  wat  wilt  ghy  ons  feggen  ?  meent  ghy, 
dat  wy  fulcke  ecne  onrechtverdigheydt  fouden  gedaen  hebben  ?  wel 
en  hebben  wy  niet  tot  u  medegebrocht  het  geldt ,  dat  wy  onderwe-  loq!fi^urDo. 
ghen  in  onfe  iacken  vonden?  hoe  is  het  dan   te  gelooven,    dat   wy  ">ini*s  nojfer, 
iet  fouden  geftolen  hebben?  wy  en  connen  hier  niet  anders  feggen  j  "'  J""^'  '«» 
•wy  fyn  dan  teenemael  onnoofel  ,  jae  ift  dat  ghy  iemandt  onder  ons  'tt'^m.'^mm^rc. 
vindt,  die  dien  beker  foude  mede  genomen  hebben,  ftraft  hem  met  rintfptcumi 
de  doodt  v/y  fyn  te  vreden  :   Apud  qHemcumqiie  fuertt  inventum  fervo-  9'"""  '»•>•"»»« 
rum  tAomm^  qmd  quinris .  moriatur .  &  nos  erimm  fervi  Dommi  noltri .  ""*""/'*'"'"'' 
Gen.    44.    V.9.  reponuyi,„„s. 

Seer  wel  ieyde  den  l  hofmeefter,  dat  het  foo  gefchiede  naer  u  ^i^  y.y.a-Z. 
woordt,  by  den  welcken  men  den  cop  fal  vinden,  die  fal  plichtigh  ''.  •^"''*'» 
fyn ,  ghy  lieden  fult  onrfchuldigh  fyn  .  ^tf;!! 

Soo  dan  ieders  fack  doorfocht  fynde ,  den  filveren  cop  wierdt  ge-  tenuum,itpui 
vonden  in  den  fack  van  Benjamin .  inemcumque 

O  goeden  Godt !  wat  verbaeftheydt ,  wat  verwonderinae ,  ende  ■''"'''"  .'"" 
vreele  voorde  broeders.'  De  ongevallen  iyniomtydtsloo  onverwacht, /f /frv„i„;e. 
cnde  de  ongelucken  foo  overtuygende,  datmcn  oockin  de  onnoofel-  "^ ,yos .tutem 
heydt  verbaeft  llaet,  ende  heel  bevangen  met  anghft  endevrecfe.       'C""  "'»«*•''• 

Wederom  daer  fyn  oock  mifdaeden  foo  eoddeloos  ende  fchandieh,  n,'^X'''\'^' 
dat  het  gcnoegh  is,  om  heel  ellenuigh  te  weien,  daer  van  macr  tm  imtpieas 
plichtigh  gehouden  te  fyn,  daermen  nochtans  gantfch  onnoofel  is.  '■■mtjore  uj,j; 
Wat  is  dan  betrapt  re  worden  in  het  boos  werck?  in  het  fcytfelvc?  ^^^^"""»""'' 
fd  hy  niet  voorichuldigh  gehouden  v.'orden ,  dicmen  vindt  met  dtn  pUum'injaa'o 
poignaert  in  de  handt  by  het  doodt  lichaem  ?  falmen  niet  bctich-  Seniami».  r. 
ten  van  dievcrye ,  diemen  vindt  met  de  burfe  in  de  handt ,  die  \'crfch  *^ 
geftolen  is  ? 

De  broeders  van  "^ofetih^  hadden  eene  alder-grootfte  reden  van  ver-  ^  ^  sAt  M 
ftelt  ende  brnoudt  te  fyn,  daev  hun  ongcluck  fonder  ontfchuldinge  r'Il'rc^  f»nt 
\vas,  fy  en  vonden  geenen  den  minften  trooft  als  in  hacre  droefhcydt  /;»^  oppidmn, 
over  het  quacdt ,  daer  ly  alhoewel  onnoofel  plichtigh  in  gevonden  vvae-  ^3- 
ren  .  Sv  fcheurden  c  hurne  cleederen  maer  te  vergeefs. 

Sy  wierden  tcrftondt  als  bevonden  ende  overtuvghde  dieven  weder      ■    -^   ,""* 

•^  -'  *^    ,  enim    de  1010 

naer  de  ftadtgelevdt,  om  voor  ■^'ïA/'^^teverfchynen  ;  iy  vonden"^  hem  «i 
noch  op  de  felve  plactfe,  daer  fy  hem  gelaeten  hadden,   hun  ter- 

K  k  1  ftondt 


lerat. 


z6o  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGIIEYDT 

Curftc  a-  ftondt  werpende  voor  fyne  voeten  ,  niet  dervende  fpreken  om  dcgroo* 
Serc-,oiu,/f^>  te  vcrbacfthevdt :  •»  Jofevh  fpreckt  hun  eerftaen:  VVaerom  hebt  i^hv 
g«.rf  non  ft  ^idus  gcdacH  ?  hoc  lyt  ghy  ioo  Itout,  van  te  bedryven  eene  loo  ichan- 
jJii.iiii  wei  lil  dige  ende  onrechtveerdige  dieverye?  en  weet  ghy  niet,  datter  nie- 
au^urAiuli fii-  mandt  myns  gelyck  en  is  om  iet  wacr  te  feggen? 
b" 'o/»ludas.  Hier  op  y  Judivs  uyt  den  nacm  van  al  de  relt  nam  het  woordt, 
cjuid  rejfoii-  recht  Uyt  bekennende,  dat  fy  niet  en  wiften  wat  leggen,  cnde  dat 
delimus  Dho  hun  ongeval  nier  te  ontfchuldighen  en  was,  en  ie  dat  hun  Godt  om 
""•"T""  hunne  boosheydt  aLius  wilde  Itraft^cn,  hun  alle^aedcr  Hellende  in  (y- 
Domiiumei,  "c  handen,  om  in  üavernyc  te  leven.  Verre  van  daer  leyde  Jofevh^ 
ey-noifZ^a-  c  dat  ick  de  vryheydt  ontnemen  fal  acn  die  niet  plichtigh  en  lyn, 
fnd  q,,em  in-  (jjën  alleen  fal  myn  Haef  fyn,  die  het  quacdt  heelt  gedaen ;  ende  hec 
''phui^t'^ii.  ^^  redehck,  dat  geilralt  worde  den  ghencn,  die  het  heelt  verdient, 
c  j^^ondit  Hier  ftondt  Jitdas  met  de  andere  broeders  teenemael  verllelt  om  dat 
jfo/p^/;:  abfit  Jen  Prince  alleen  Benjamin  voor  llaeve  wilde  houden,  wiens  weder- 
ameut  fua-  brenghen  tot  hunnen  vader  Jacob  hy  op  hem  hadde  genomen,  ende 
tlTeji'f.iphu,  ^^^  2en  hem  op  fynen  eedt  gefworen .  JudM  ende  de  andere  licnde 
tfjefit  jeryai  dacr-en-tuflfchen geichicdcn  het  ghene  Jacob  gevrecft  hadde,  waeren 
t),ei,i,yoi^u.  in  fulck  ecne  benoudtheydt,  dat  fy  niet  en  willen,  wat  fy  doen  oft 
temhberia  ;-  fegghcn  foudcn,  gclyck  'chryfoftomii)  bemerckt.  IMaer  naer  het  feccen 
>.  17.  van  «  Ltppomanm  ^  j"/^/'-'  Wilde  aluus  iyne  broeders  beproeven  ,  wat 

d  Exj>eriri  liefdc  ende  affeftie  ly  hadden  tot  hunnen  broeder  Betijami»  ende  toe 
eosyoiinhtfito  bunnen  vader,  oock  willende  voorder  iien,  ot  fy  Be>jjamin  ;n  llaver- 
^reZ'v-luirl  "7^  alleen  foudcn  willen  laetcn,  ende  of  fy  het  londer  gevoelen  ende 
jeireniuf ,  //  vrecfe  foudcn  connen  vcrdraeghen,  al  Vv'acrt  dat  hunnen  vader  berooft 
j>€>jjent  euni  bleef  vau  fynen  lieven fonc  Benjamm  .  Maer  het  en  was  hicr  mede  noch 
feriLudo expo-  j  rrencceh ,  hy  wilde  noch  al  meer  teeckenen  van  hunne  liefde, 
ijM.-e  m  exi-  dacrom  toont  hy  lich  noch  vervremt,  ende  meer  algekeert,  als  hy 
lio,  e>~  fipA-  merckte  dat  Jitdoi  met  anghlt  cnde  forghe  nacrder  tot  hem  quam, 
trem  ulierim  feggendc ;  Ick  biddc  u  ó  grooten  Fnnce  ,  lact  doch  uwen  dunaer 
flii'lmijpone  noch  een  woordt  rot  ulpreken,  endeen  wilut  op  hem  niet  gram  lyn, 
éeqiiunimiter  Want  ghy  den  eerften  fyt  naer  Pharao .  Ick  worpe  my  dan  wederom 
ƒ.()//£■»(. Lipp.  voor  de  voeten  van  mynen  opper-Heer,  cnde  rjchler,  vtrfoeckende 
^^''fh-  r  "^^'e  genaede,  ende  niet  uwerechtvcerdighcyut,  ilt  dat  wy  fchuldigh 
faterft,  "x(^  iyn,  ghy  condt  ons  onnoolel  maecken.  Gelieft  indachtigh  te  fyn 
jiuer  parvii.  het  ghcnc  wy  onlanckx  U.  L.  leyden:  e  te  weten  dat  vs/y  allcgaeder 
lu.s,ciiiii>ife-  ^£„^gfj  fyj-,  v^^n  eenen  ouden  ende  droeven  vader  ,  die  alle  fyne  hope 
»(.,.,«/f  <  iM  ggjj^gjj.  hcefj  op  delen  Bemamin .  fynen  left-geboren  in  lynen  ouder- 
jM  Kteriniu  dom,  dic  bier  als  plicht;gh  wordt  gehouden  j  het  lal  den  vader  de 
jiatcr  moriu-  Joodt  coilcn ,  ilt  dat  hy  hem  fal  moeten  derven .  Hy  is  den  lellen 
"'^^'/'^l'''  die  hy  noch  over  heeft  van  fyne  tweede  huyf-vrovwe  Rachel .^  want 
lnmüté"l'l'  den  eerllen  fone  van  die  felve  moeder  is  geitorven . 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  i6i 

Wy  hebben  hier  defen  jonghflen  mede  -  gebracht  ,  om  u  te  j^aer  auttm 
gchoorfaemen ,  ende  wy  hebben  met  eene  ftercke  beloite  op  ons  iedere  dil:g,t 
genomen,  den  feiven  tot  Jacjb  weder  te  brenghen >  ende  •«  ick  ''""'•  ^^°^' 
befonder  hebbe  my  oock  verbonden  in  mynen  peribon  ende  myne  '^^' ^'^^  '^_ 
lonen.  Synen  vader  en  wenft  oock  maer  te  leven,  om  hem  weder  pneprvMtu- 
te  moghen  flenj  jae  hy  foiide  hondcrt-mae'l  liever  fterven  van  hon-  »fjum,q»iin 
gher,  dan  te  leven  in  overvloedt,  als  hy  loudc  verloren  hebben  lynen  '"«■""";»'«- 
£e/n,innf2   de  helft   van  lyne  lielc .  .  b      Manebo 

lek  biddc  u  dan  ó  Prince  wik  het  leven  jonnen  aen  den  ghenen,  nuque  jeryus 
die  ons  het  leven  gegeven  heeft  j  foo  veel  als  my  aengaet,  fchout  my  *'^'"pr«p"ero 
'in  ivnc  plaetfe,  ende  hiet  hem  met  de  andere  broeders  wederkeercn,  "U  "^""J  "" 
op  dat  ick  geen  getuyge  en  magh  lyn  van  de  droethcyct,  de  welc-  nonenimpof- 
ke  londer  twyfel  onfen  ouden  vader  ibude  doen  llerven,  als  hy  hem  P»"  redne  ad- 
met  de  an  iere  niet  Hen  en  foude,  ende  als  hy  foude  verltaen ,  dathy  P-"''^""'^J'^"~ 

i-ii  11  r  n  r  te  biicro,iie  ca- 

louJe  achtergebleven  lyn,  om  een  Have  te  moeten  weien.  /.;?»//«/«,.,«« 

Jofeph   alle  defe   redenen   gehoort   hebbende,  ende  nu  claerlvck  oppreffur^  ejh 

merckcnde  dat  nu  alle  vyandtfchap  gepalTeert  was,   ende  dat  alles /"f  "''"'•  ".^'* 

wel  conck  met  allede  broeders  onder  malckanderen  ,  ende  dat  fy  hun-  W-""-'>''34- 

ncn  vader  Jacub  nu  oock  beminden,  londer  iich  tot   dien  tydt    oyt  dernia^r'np' 

verclaert  te  hebben,  was  boven   macten  beweeght,   ende  befwecck  "•emuperjua- 

allenskens  aen  de  liefde  tot  fyne  broeders  gelyck^  Phüo  feght.  Den  -('"/^^'^,'''^''' 

Propheet  Mojfes  feght  het   heel  wel,  te   weten,    dat    Jofefh  d  fich  'bum"doml'jn. 

niet  meer  en  conde  bedwinghen,  noch  inhouden,  geenmeeller  meer  '^    (edmoae 

fynde  van  fyne  traenen,  dede  terftondt  alle  de  ghene  diedaer  tee-hen-  "'"">"p»S'"'- 

woordiü;h  waeren  uyt  de  camer  gaen  behalvcn  i\  nc  broeders  ,  om  vryer  „  ;.„ ,         ; 

met  malcandercn  te  welen,  nicmandt  anJers  willenue  voor  geruygen  tuuouem  /». 

hebben  van  lyne  bermhertigheydt  als  die  alleen,  de  welcke  foo  on- fi'""'^ fi "o" 

genaedelyck   ende  fonder  reden  met  hem  ccleeft  hadden,   oock  niet  1'"^'^"/  J"""- 

Willende  bekent  maecken  aen  icniandt  anders  het  groot  mifdaedt  van  „wn,  n„oar. 

fyne  broeders,  gelvck  *  Oleafter  bemerckt.  dtUt  fiater- 

Als  hy  dan  Iich  alleen  vondt  met  fyne  broeders,  de  liefde,  die  an-  ""• ''^i'''"  lud- 

dcrs  mcl  en  is  als  een  vier,   betoon  hem  te  dotn  Imiltcn  in  traenen,  ,„^,  "''J'^P'" 

ende  de gedenckenille  van  alles,  darter  gepafleert  wa.<:,  trock  hem  uyr  h'Urtjo/eph 

het  diepitc  lyns  herten  een  foct  gekerm,  ende  teere  luchten  van  lief-  "'"'ƒ'*  "»'""' 

de,  die  van  heel  het  huys  gehoort  wierden  ;  ten  leücn  candtfch  over-  "'v,''*""'^"' 

wonnen  van  qc  liefde,  om  alles  te  veixiaercn,  ende  üch  te  openbae-  ,«  e'rcderen. 

ren ,  feyde  hy  onvej-wacht  ende  riep  :  /  Ick  hen  Jofeoh  uwen  broeder.  '»»•  """'"'  ƒ"- 

Ego  fnm  Jofeoh.  Terftoiïdt  van  hun  vraegende ,  offynen  vader  noch  >'''^'""^_"f'j"' 

leefde,  Adhuc  vtvit  pater  mexsl  O  wat  eene  ontftclteni!]c  voor  alle  ''"""■''''''  "•?' 

1      1  ,  I       1      r-      j'      I  1  r     n  1  11  1  .         .-T     .  lUiioiiimulut 

de  broeders !  als  ly  dat  hoorden ,  ly  Itonden  allegacder  verbacft  als  van  Gen.  4j-.v.  i. 
hun  feiven,  malckanderen  aenfiende,  fonder  een  woordt  te  connen  ^  Meeormn 
fpreken.  Daerom  voor  de  tweede  reyfc  levde  wederom:  Jck  ben  f  o-  Z'^"'»"*""'/'»'' 

*  T'    1  I  'xttioidiytu- 

■•^  *^   3  Jej,'b  ^.j- 


162.  DE  GODDELYCKE   VOO  RS  lENIGHEYDT 

gareiur,omn{  fep'jy  kent  ghj' TTiy  voor uwen  broeder?  Sy  en  conden  ge^neantwonr- 
extrancmn  a  dcgevon,  fcght  dcn  •»  If.  C'?nfüfto?^!if ,,  uls  fy  mci  veifchricktheydt 
i' Et^d'ixn  fi^a-  '^^'^^'^ochicn  ,  licc  iV  mcc  Iicm  geleeit  hadden,  ende  overpeyfende  de 
trd'UifHu:E.  glorie,  in  de  welcke  fy  hem  iaghen,  fy  wacrcn  benoude  voor  hun  le- 
gojHmiafeph.  vcn  .  Hct  welclc  '^ofeph  merckendc,  /,  dedc  hy  hun  met  foere  woor- 


^dluH -vivit^  den  tot  fich  comen ,  hun  wederom  fcggi'nde  :   lek  ben  Jofeph  u^\en 
non  po7erJ,it  broedcr,  den  welcicen  ghy  vcrcocht  hebt,  dieghy  minchicn  meende 


a 


pater    mens 
non  poterUK- 
rej}hdere  nt-   doodt    te     VVcfen  , 

mio  terrore  Wie  fal  hier  genoegh  connen  verwonderen  de  overgroote  liefde 
Gen"""-v  X  ^'^"  Joffph zot  lyne  broeders?  hy  en  cnweerdight  fich  niet  hun  Broe' 
ders  te  noemen,  dacr  fy  teghcn  hem  foo  onbermhertigh  hadden  ge- 
x^onfoie.  weeft,  ende  foo  veel  fchelm-llucken  hadden  uytgewerckt. 
rantrefpoiide.  Evcnweliy  wacren  noch  in  anghft  ende  vrccie,  tot  de  welcke  hy 
q'-'Jmo'jo  enm  d^'^™''"  wcdérom  fjydc  :  En  wik  niet  verfchrickt  fyn,  noch  en  lacc 
affeLer<int,Qs-  u  niet  fwacr  duncken ,  dat  ghymy  vercocht  hebt  in  defe  landen ,  want 
qualuipjefu.-  Godt  heeft  my  om  uwe  filigheydt  voor  u  gefonden  nacr  E^ypten. 
erat  er^u  je ,  q^  j^    Vadcrs  cndc  geleerde  mannen  fuUen  dit  wat  breeder  uvclcg:- 

sloria  in  qua  ö^^  • 

ccnfliiHtusfu-  Den  H.  ChryfojlomM  fpreckt  aldus:  En  peyft  niet,  dat  ghy  dit  al- 
erat,dejalute  j^j  tcghcn  my  door  uwcn  eyghen  raedt  gedaen  hebt,  het  en  is  u^e 
r"»f  SChrvf'  ^°°  groote  boosheydt  niet,  gelvck  het  is  eene  onuvtlprekelvck  berm- 
b  ^d  quos  herrigheydt  van  de  wysheydt  Godts,  dat  ick  hier  gefonden  ben,  om 
,iiedeme:ner:  yoor  u  allcgacder,  cnde  voor  dit  Ryck  ende  andere  landen  ipyfen  te 

"«"t'^i  mT.  beforghen  . 

£t\um  caef-  Soo  vricndclyck  ende  broederlyck  fprack  J^feph  fyne  broeders  aen  , 
j'ijj'ent  prcpe:  hun  troolfcodc,  hy  noemtfe  BroeJers ^  die  hy  niet  en  condehacten, 
Egojum,att  feghi;  f  Ltj>pomanH6 ,  en  wilt  nitt  vreefen,  comt  met  betrouwen  tot 
-Jeflér',  cpiem  uwcn  Broeder,  nu  met  u  in  vriendrichap  hcrfklt,  ende  tot  u  heel 
yeiididifl-ti  in  gunlligh  CU  Wel  geneghcH ,  die  u  maer  en  wenft  wel  te  doen. 
M;^pt»'n.  Svt  dan  heel  geruit >   nu  bidde  ick   u  maer,  d  dat  ghy  rcrilondt 

Gen. 4f.v. 4.  j^-,yp,pj^  vader  eaet  vinden,  ende  hem  foü;een,  dat  'JofePh  leeft,  cnd^ 
vere,neq; yo.  dat  ghy  hem  geücn  hebt,  her>i  gelproken,  ende  uyt  fynen  naem  iyt 
bit  durf,»! cj]e  gefondcn ,  om  hem  te  gacn  haelen  uyt  vrcelc  van  eeni^h  ongeval, 
T.;de.uar.Ljuod  j.^^.  j^^j^^  |j^  j^j^^  oude  jaer^rn  mochtc  ovcrcomen,  ende  de  dooJt  hem 

yendidi/hsme       .  ,'  -.    -'      .  -  1       j  1  j 

inhUreTioni-  "ict  cn  mocht  venilicn ,  looomlynen  ouderdom,  als  om  de  gemecne 
hin;profaluie  ellcndcn  v^tn  honghers  r.oout,  die  noch  ^  iaeren  fuUen  dueren .  Dit 
enim  -t'eflra  gcfcytjt  hebbcndc  y<)/è^y  cn  conuc  iïch  wederom  niet  langher  ophou- 
mtfitme  eus  j^^  ^^^  tracncu  tc  ilortcn ,  vallende  oock  eerft  op'denhals  van  «■  Ben- 
jE'^ym'H.-v.ö.  )nmin ,  hem  omhclfcnde  ende  druckende  op  fyne  boril,  fy  weenden 
d  DuLner  allc  bevde,  hem  niet  connende  los  laeten  gaen,  ten.fy  om  fyne  an- 
j,uierne.y,  co-  ^^^^.^  btoeders  oock  tc  omhelfea ,  v.  cencnde  oock  over  hun  ,  die  oock 

IcUtitT SC  de-    r  i 

nndut    ,a^.  famen  wxcnden.  .     . 

QH^m  o  foec 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  26J 

O  foet  fpcftakel  van  wedcr-liefdc!  ó  teere  omhelfinghen  !  ó  vrien- <j^„,«;„  f-^trei 
delycken   kus  van   wedcr-zvde !  ó  goeden  ende  wondcven  Godt!      Ttos odiffe  nó 

IV'Ia-r  wat  ecne  iiytltdcende  liefde  vm  JnCefh !  den  wclcken  ver- ^^^^^''/''^J'^J 
volght  gewceit  lynde  van  Tyne  broeders  totter  doodt  toe,  nochtans  form,dute ,ji. 
gecnc  wr;iecke  en  wilde  nemen  over  foo  menigh  ongelyck  als  door  dnaalner  ac- 
Ihlfvvyghcn,  door  traenen  cndc  fiichten,  door  een  teer  omhelfen  en-  "''"^A-"'-'''" 
de  door  alle  foortcn  van  liefde  ende  goedtjonftighevdt .  'Lni'r'nJm'ac 

Van  defe  novt  gehoorde  Jofephs  liefde,  ende  vergifFenifTe  van  alles  ban'/i.:tm. 
fal  ick  bnedcr  fprcken'in  de  volgende  fede-lelTe,  om  ons  te  leeren ,  Lip.Kpifc. 
datmen  naer  het  excmptl  van  den  goedertieren  Jofefh  ,  fyne  vyan-  ^  ^tlU'f' 
den   oock  altydt  moet  vergeven.  adpairemhie- 

Te  voorcn   nochtans  tot  voldoeninge  miflchien  van  fommige  (al  »»».  y.  p. 
ick  defe  teere  ende  onverwachte  verclaeringe  van  Jofe^h  aen  fyne 
broeders  in  een  dicht  voorllcUen.  ^   ^      .    _ 

Eer  hem  Iofe£h  verclaert ,  hy  doet  alle  de  andere  uyt  de  camer  pUxaZVreTi". 
vertrecken.  dig'ct  /»  col. 

ItttnBeiijamfH 
ftilrif  l'ui  fle- 

Tofeph  fpreckr ;  '"'' '""  t°' 

•I  1  1  que  ftmnitef 

Jlcnte     fitper 

Gaet  dieneer s  ^  u  vertreckt .  en  chy  myn  troini^^  foldae-'^n  .  "!-'"?    ^^"' ' 

—       .   ,  '       ,  ^  I     ^  -^   I   ^      r  I  OfailatHlque 

Tot  tck  H  weder  i-oef  ^  wilt  ons  hter  (amen  laeten  :  tfl  omnes  fa. 

Dan  fprack  frn  broeders  aen  :  Hoort  broeders  altemael  ,  tres  fuos ,  er 

Hoort  wat  ick  feggen  wil  in  onfe  moeder  tael :  fUn-vn [uper 

Vreefi  niet   hoort  zfie  ick   ben  ^   'k  en  ii'tl  my  gesnjins  -wreken  .  J"'.t,"  "•''■,  v^ 

lek  tnven  broeder  beii  ,  'X'  ben  Jofeph ,  hoort  my  Jhreken  : 
Seght ;   lieve  broeders  Jeght  of  mjnen   vader  leeft? 

Comt  nn  o  broeders  comt ,  mj  ecnen  kiu  maer  geeft , 
Aenjiet   my  vryljck   aen ,   ^vilt   myn  gejtcht   bemercJcen , 

Pejjl  nti.y  en  overpeyji  Godts  wonderbaere  wercken^ 
Ick  tifwen   broeder  ben  ^   om  '/   rockxken  foo   benydt  ^ 

Gefoncken  tn   den  p;tt  in  eenen  broeders  firydt . 
Maer  feght  waei-om  ghy  vreefi,  als  tot  de  doodt  verwefen? 

Het  boos  en  V  ejruiedt  befleeck  fal  nogh  u  ivelvaert  ivefen, 
XJiv    uenfch  naer  myne  doodt  met  al   het  ongeval 

Het  voordeel  van  het  hujs  van  Tacob  wefen  fal . 
Comt  Benjamin ,  comt  hier  myn  alderlieffle  broeder 

Af  et  my  oock  voortgebracht  van  een  de  felfjle  moeder  , 
Die  ha?r  het  leven  cofi ;   o  alderfoetfle  kindt , 

Geeft  my  een  kus ,  en  toont ,  dat  ghy  my  oock  bemint , 
O  blycC  gewenfien  dagh  !   V  geluck  voor  altegaeder  ! 

O  broeders  altemael  comt  vry  my  noch  wat  naeder , 

Comi 


2(J4  DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Comt  Ruben,  Ju  Ja  comt.y  efi  fyt  niet  ongemji  ^ 

Comt  Dan   vjet  al  de  refl  ^  dat  mj   een  jeder  ktifl , 

Nh  Jtet  ghy  met  de  daedt  den  tiytval  van  myn  droomen  , 

Waer  -voor  ahy  %vaeyt  bevreefl^  en  meermaels  f  lacht  te  fchroomen: 

Jlls  ick  door  Godts  hefiier  u  vaar  myn  voeten  figh^ 
Dit  %i/a.s  al  mjne  wraech ,  dat  ick  h  t'i'oojïen  magh . 

JuddS   fprecU  ; 

W^el  -wat  is  dit  o  Codt  ?  fjt  ghy  dan  onfen  broedef  ? 

O  Jofeph  fyt  het  ghy  ?  Jof.  fpreckt.  'k  Ben  Jofeph  »  behoeder. 
Van  Godt  door  Pharao  felf  geftelt  tot  opperheer 
Van  '/  landt  tot  h  geluck ,  o  broeders  vreefi  niet  meer . 

Dat  wraeck"  en  haet  vergae .^  dien  wil  tck  niet  meer  weten, 

Daer  op  niet  feyfen  wil ,  dat  alles  zy  vergeten  . 

V  Is  im  een  bijden  daghy  verblydt  u  om  het  meefl^ 

V  Is  nu  een  dagh  van  peys ,  een  hlyde  broeders  feefl . 

Jud.      Is  dit  de  flraf  en  wraecF  ,  het  qtiaedt  met  V  goedt  te  loonen  ? 
Jof.       Dit  is  een  beoede'i's  ti/raeck' ,  voor  haet  een  liefd"  te  toonen . 
Jud.         O  wonder  grooten  lof  naer  uii/  oudt-vaders  dei-ight , . 

Voor  alle  menfch  daer  van  een  voor  beeldt  wefen  meMght . 
Jof.       yien  Godt  alleen  z,v  lof:  u  wenfch  ick  in  myn  ermen, 
Jn  al  u  cjHaedt  en  fchttldt  nn  meghen  te  ontfermen . 
De  liefd''  myn  hert  verwint  tot  mynder  traenen  vloedty 
Weent  broeders  weent  nock  me,  de  liefd"  my  weenen  doet. 
O  lanck-geivenflen  dagh !  den  blydtflen  van  myn  leven ! 
Den  Coninck  met  fyn  gunfl  heeft  my  veel  min  gegeven , 
Of  my  al  myn  geltick  van  eer  en  goedt  verheft. 
Nochtans  myn  liefd*  tot  m  verr^  alles  over  treft . 
Godt  lof  !  V  is  wel  geluckt .  Gaet  nn  myn  vader  groeten 
Den  droeven^  ouden  man ,  gaet  hem  fyn  hert  verfoeien . 
Gaet ,  fielt  u  op  den  iregh  ;  en  fbo  ghy  Jacob  /iet . 
Seght  hem ,  dat  Jofeph   leeft ,  en  fynen  dienft  hem  biedt . 
Voorts  Godt  heeft  my  bewaert ,  en  op  het  hooghfl  verheven , 
Seght  hem  dat  Pharao,   Dees  macht  my  heeft  gegeven. 
En  dat  tck  nu  maer  rveufch ,  ick  hem  in  V   leven  fagh , 
En  foo  met  allegaer  hter  famen  wefen  magh . 


SE- 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPHf.  ztff 

SEDE-LEERINGHE. 

Dat  men  om  veel  rec^.en^   mde  o?}i  het  exempel  1)an   lofeph 
alk  itnuïien   op   ongdycK   moet  vergeven , 

E  Heylige  Vaders  endc  andere  geleerde  mannen  en  hebhcii 
noyt  genoegh    connen   piyfcn   endc  verheffen   die  wondere 
goedeiticrcntheydt  endc  bcrmhertigheydt  van  Jofeph  toe  fy- 
neplichiige  broeders,  hun  vergevende  alle  vervolgingen  tot  ter  doodt,     j^-  ,.     . 

Jofljfh^  leght  den  H.  Bn/Ilmi'Q'iiTcho^  van  Selucia ^  neemt  wraccke  nem,beih,am-> 
over  de  becitelyclce  vrcedtheydt  van  iyne  broeders  met  alle  foorten  i»'  ""/"«m- 
van  bclect'thc^'üt  ende  dienftigheydt .  Soet  fyn  hier  oock  de    woor-  "■"!  ''»';"«»'- 
Acn  van  den  honinck-vloeyendcn  ^«■»«^'«f'''-f :  fict,  Seghthy,  hoe  dat  ,^  ^'ic'ijhl'r'' 
Jnfc^h  met  eenen  foeten  honinck  van  bcrmhertigheydt  ende  medely-  s.Bafil.  j'e«/» 
den  was  overgoten.  De  benoude  broeders  comen  tot  hem,  niet  als  jp'fi-or.u.Z^ 
voor  hunnen  broeder,  hem  niet  kennende,  maer  voor  hunnen  opper-    ^    "ƒ<•/"♦ 
heer  5  fy  hebben  kennillè  van  alle  haere  boosheydt  endc  verraderycj 
fy  vinden  hun  felvcn  fchuldigh  van  de  verdachte  doodt  v  lofeph  üctl'e 
aen,  ende  geenllns  indachtigh  fynde  foo   menighvuldigh  ongelyck, 
haet,  ende  nydt  van  hun  oncfanghen,  vloeycnde  in  foete  traenen  , 
ende  fonder  hun  te  toonen  de  minlle  grarafchap ,  ofte  teeckens  van 
wraccke,  beloont  al  hunquaedt  met  goedt,  ende  hunne  wrecdtheydt 
met  eene  teere  liei^ie  . 

Allegaedcr  woorden  vanfoetigheydt .  Ende  voorwaer /o/t'»/?  ondcr- 
Coninck  van  heel  f.^'ypreny  en  was  niet  anders  als  foctighcydt ,  ende- 
cenen  aldcrfoetiten  honinck  voor  fyne  broeders  .  My  dunckt,  dat  ick 
Jiem  wel  foude  moghen  vergelyckenmet  den  Co»f!?ck  'Van  de  Z?/f«,dcn 
wclckcn ,  gclyck  Seneca  uyt  de  naturaüflen  feght ,  geen  anghcl  en 
lieeft  .  Met  den  wclcken  fich  oock  eens  wilde  vergelycken  cenen  Co- 
ninck  van  l^ranckryck  .y  naerdat  hy  ingenomen  hadde  de  ftadtvan  AÏ!- 
Lienen.  A.en  het  volck  alsdan  willende  toonen  fyne  gocdsrtiercncheydc 
ende  foethertigheydt ,  bccleede  fich  met  eenen  purpuren  mafitel ,  ge- 
borduert  met  veel  bicncnde  haerenConinckin  het  midden  met  étk. 
woorden:  Rexmncrone caret ^  Dat  is  den  Coninck  der  bicn  is  fonder 
angel,  willende  hier  door  te  kennen  geven,  dat  oock  den  Coninck 
van  /■'■Jvz«ci/-^c-(- goedt  jonitigh  cnds  foct  hcrtigh  foude  wcfcn  ,  acn  alle 
dcghene,  die  hun  felven  acn  hem  fouden  onder^vorpen .  \^ 

Delen  ConincK  der  bien  als  een  waerachtigh  finnc-beeldt  vanfje- 
tigheydt  palt  oock  fcer  wel  op  onfen  lofsph  ^  die  acn  f.ne  broeJc-rs 
fich  getoont  heeft  vol  van.  liefde  ende  foetighcydt  ,  gdyck  ick  nu 
fal  gaen  bcmcrcken,  byllellendc  voor  een  devies. 

L  1 


a(J<5  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 


Vol  van  hofiinckj 
Ij  den   Conmck  . 

Het  finne-beeldt  wordt  uytgcleydt . 

GOdtj  die  den  hemel  moefl  als  opper- Heer  hefiteren^ 
Vtld'  oock  met  menigh  dier ,   en  menfch ,  de  aerd'    ■! 
Sjn  fchcpfeh  hy  oock   voeyt ,  en  als   een  vader  Jpyfl  , 
En  dickmaels  door  V  gedtert  de  menfchen  onderwijl  . 
J}£  -voghelen  des  lochts^  die  door  den  hemel  fwieren  y 
Ons  leyden  tot  den   Heer-,  Jïet  hoe  de   cleane   mieren 

In  V  zi^erck  ons  i/Soren  gaen  j   dit  Jietmen  oock  gefchie» 
In  V  cleyn  gevleugelt  dier  ^   die   alderfoetfle  bien  : 
Den-  Coni  :ck  met  fjn  bien,  fjn  foete  mêgefellen 
Wil  ick  n'i  maer  alleen  hier  voor  de  ooghen  ftellen  : 
Siet  hier   Godis  wonder  werck  ^  der  bien  vryen  flaet-j 
Geen  menfch  het  vatten  can  ^  wat  hier  al  omme  gaet : 


vevcteren  : 


In  't 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  i6y 

In  V  honinx  verf-couleur  haer  Coninck  wordt  gefchapen 
Uvt  't  foete  fa^  de;-  kloet»  ^  dut  fym  htehins  rne-ien -y 

Jn  't  midden  van  den  corf  als  Coninck  wordt  gehuh  j 
En  onder  heel  't  gefwerm  maer  eenen  vinden  ftüt . 
Djch  d.it  merck-iferdigh  is  ^  veel  groot  er  als  de  ander  j 
wtls  Coninck  oock   bewaert  de  -vrede  met  malckander-y 
En  foo  een  Ipyttgh   dier  een  ander  fiooren  wilt , 
Den  Coninck  het  belet  ^  tot  alles  wordt  gefiilt . 
Voorts  als  V  dsn  Coninck  ///'?  de  velden  i;i  te  vUeq-hen , 
N-och  d'  een  noch  4'  ander  bie  haer  Coninck  fal  bedrieghen-^ 
De  b ! ekens  fyn  geresdt;  den  Coninck  iilieght  voor  i-iyt , 
Wanneer  het  gnntfch  gejhverm  ds  vlugh  des  Coninckx  jl"-yt . 
Doch  dat  het  wonderji'  is:  der  bién  weerden  Coninck 
Gandifch  niet  als  foedthejdt  is ,  een  Prins  van  enckel  honinck  j 
En  foo  men  't  oock  gelooft ,  en  fchier  voorfeker  heeft , 
Den  Coninck  vol  van  foet^  ende  fonder  anghel  leeft. 
Dit  is  des  Confnx  aerdt  van  Godt  hem  ingegeven  ^ 
Tot  leeringh  van  den  menfch ,  die  oock  aldi-ts  moet  leven .' 
Syn  ivraeck  moet  liefde  fyn  ^  en  een  faghmoedigh  herty 
Sao  dat  fjn  boos  gemoedt  in  't  foet  verandert  it/erdt . 
IVtlt  dan  gehoor  den  menfch  «  oogh  naer  Jofeph  keer  en , 
End'  oock  een  teer  gemoedt  van- onfen  Jofeph  leeren: 
Hy  Vfllt  fyn  broeders  aen^  en  als  hun  broeder  kujf, 
Hy  weent ,  vergeeft  het  al ,  hier  in  is  al  fyn  lufi , 
Hy  cond  hun  om  hun  (j-iaedt  met  groote  (iraf  doen  fierven , 
Doch  neen ,   hy  liever  wenfi ,  dat  fy  fyn  g".nfl  verwerven  j 
A'Iet  recht  oock  Coninck  is  ^  ende  fonder  anghel  leeft  ^ 
Den  hontnck  maer  alleen  aen  fyne  broeders  geeft . 

LAet  ons  nu  eer  il:  gien  fien  hoe  dat  de  leeringe  va!j  dit  finne- 
beeldt  aengaende  de  faghmoedighcydt  ende  liefde  tot  de  vj'an- 
Jcn  in  veele  menfchen  plaetfe  gehadt  heeft  alleen   volgens  de 
reden  enJe  naer  het  acn'A'yfen  vandc  natuere. 

De  reden  lick  ons  dit  eerll  voor  in  defe»t\veegrond-regelsvan  de 
nature.-  '■'■■'. 

Voor  eerfi:  het  ghene  ghy  niet  en  wilt  dat  u   gefchiedti'eri"  doet 
oock  niet  aen  een  ander.  Quod  tibi  non  vis  fien  ^  alteri-  hé  f  e  eer  is , 
Ten  twe-^ien:  het  ghene  g'ny  wenft,  dat  u  de  andere   menfchen 
doen,  doet  het  hun  va.igelycken  .   O^odatm^He  v:tltls  :tt  ficiant  vobis 
homines  &  vos  ftci:e  illis  . 

-   Dit  leert  joas  de  reden  ,  tn^t  het  is  volgens  de  nature  ingedruckt 
in  het  hert  van  alle-  volckeren . 

L  1  z  De 


Thom  Can» 
tipi-at.  //i_  dt 

jQx.fpit  meU 
Ivi  caloru  ex 
tleilofloref^. 
fits,  l.  2.f.  I, 
^(x  form.s 
egregioi-  CT* 
duplo  Citerit 
m.iicr.  l,  8. 

Migraturo 
agmine  imlltt 
ex  '  damibus 
e.xire  iiudent , 
nifil{ex primo  . 
fiiCTtt  egreffis 
c.  14,  J^ex  a- 
pum  niilliim 
h.tbet  aculeum 
majeflute  tX- 
tum  arniMur. 
Canrip.  c,  2. 
ex  Seii.  Uil.  I , 
deiri.  c.  19. 

HiC     Recru 

I  .       *^ 

benignitiu  Cy 

fe  'licitudo 
maxinjA      eit 
circa  apes ,  O* 

apumobedieit- 
t'ii'  c,  21, 


t68  DE  GODDELYCKE    VOORSIENIGHEYDT 

De  Heydefi/che'PhWo^ophsn  hebben  dit  wel  gevat,  oordeelende  bo- 
ven dien,  dat  het  feer  eerlyck  ende  loffelyck  was,  alle  jniurien  oft 
ongelyck  aen  een  ander  te  vergeven .  Sommige  fouden  nu  wel  mee- 
ncn,  dat  het  waere  teghen  hunne  eere,  alsfy  geenewraccke  en  fou- 
den nemen  over  hunne  vyanden;  maer  die  wraecke  is  meer  eygiien 
aen  de  bceften  als  aen  de  redelycke  menfchen,  gelyckfeyde  denPhi- 
lofoph  Pittacus  Alitilenus  ,  foo  Stobaas  vcrhaelt  Senn.  ly.  defen  Pit- 
lacifs  bcfchimpt  ende  gelailert  fyndevan  een  ander,  daerhy  de  macht 
hadde  om  fyn  felven  daer  over  te  wreken ,  heeft  nochtans  fynen 
vyandt  vry  laeten  gaen  ieggende :  l'enia  ultiotie  metior^  illa  anten* 
mnii  eft  ingenii^  hac  autem  fenni .  Dat  is:  De  vergiffenifleis  beter  als 
de  wraecke  de  w'elcke  van  ecnen  onredclycken  ende  beellelyckcn  aerdt 
is ,  maer  de  vergifFcniflc  is  een  teecken  van  een  foet  ende  verltan- 
digh  gemoedt. 

Men  vcrhaelt  oock  van  Socr/ites,  den  wclcken  eens  van  een  ander 
met  groot  geweldt  geflaegenfynde,  fonder  fïchre  Itooren,  tcrftondt 
feydc :  defen  heeft  op  myn  voorhooft  mynen  naem  gcfchreveu,  hy 
heeft  gedaen  gelyck  eencn  grooten  conftenaer  ende  mecfter,  die  fy- 
nen naem  fielt  op  een  fchoon  gemacckt  werck ,  cndefchilder  opeen 
tafereel .  Aldus  quam  hy  fich  te  wreken  tot  fynen  grooten  lof. 

Sophocles  verfieit  van  Vlyjfes  ,  als  hy  op  iemandt  vergramt  was  , 
dat  hem  de  Godinne  Minerva  vraeghde ,  of  hy  in  het  ongeluck  van 
fynen vyantecnighe  genoechte  foude  hebben?  waerophy  andtwoor- 
de,  dat  het  hem  eene  droeve  faecke  foude  \yefen  j  de  Godinne  dit 
hoorcnde  fcyde  hem  ill  dit  ghy  alles  foo  cloeckelyck  vcrdraeght ,  ghy 
fult  de  -Goden  aengenacm  welen  ,  ende  een  geluckigh  leven  hebben : 
£ris  fi'.peris   aratns  ,  vttamcje  fehciter  exiges . 

Wat  eenen  grooten  lof  ende  eere  en  heeft  Vhocion  oock  niet  ver- 
dient dien  cloecken  veldt-ovcrllen  van  die  van  Athenen^  ende  fimcn 
hunnen  meeilcr!  naerdat  hy  vanfyncRepubliecke,  die  hy  veel  goedts 
hadde  gedaen,  evenwel  ter  doodt  veroordeelt  was,  ende  van  iemandt 
alsdan  gcvraeght  wierdt,  of  hy  voor  fynfterven  fynen  fonc  wilde  fpre- 
ken,  te  vredenfynde;  feydc  hem  :  Lieven  fone  ickbclaile  endcbiddc 
u,,  dat  ghy  noy.t  daer  over  eenige  wraecke  en  wik  nemen  van  die 
van  Athencn  :  Ego  fili  jn-KCipio  ftbi^  ntqne  etiam  ohfecro^  iie  ob  e^m  me- 
moriam Athenienfibiis  male  velis .  Hoe  condc  hy  treffclycker  ende  eer- 
lycker  fpr.eken?  waei-  in  een  ieder  ten  uytterifen  verwondert  itondt. 

Ben  Roomfchen  orateur  Cicero  prees  den  Keyfer  Jiduu  Cnfar^  om 
dat  hy  de  vidtore  gevochten  hebbende  over  fynen  vyandt  Po.mpeuu^^ 
evenwel  fyn  glory-beeldt,  te  vooren  opgerecht,  liet  Itaen  fonder  af 
ic  breken  ,  te  vrcden  fynde  met  fyn  eyghcn  beeldt  daer  ncffcns  te 
doen  ilellen.  Soo  Iprack  Cicero  den  Keyfer  aen  ;  O  gloricufcn  ver- 
winner. 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  169 

•^'inner,  als  ghy  het  beeldt  van  Pnr^peiin  niet  en  hebt  ter  acrdcn  ge-  a  rm-ennnitt 
worpen,  dan  hebt  ghy  uwe  clorieufe  beelden  vailer  sellelt:  O  Ctc-  P"iriMJ,is., 
f  ir  ,  cumjiattuis  Pompei  coüocijti ,   ti;m  jtabtlivtfii .  .^/^^  ^^^^^  ^ 

Den  Keyfer  Angf'llns  was  oock  vermacrt  geworden  om  fyne  on-  <ƒ«/  i:<r,ri-^.m 
gehoorde  iaglimoedighcydt  endc  goedtjonftigheydt .  Als  wanner,  chrifli'port.t. 
iei^ht  Sewoi.  dat  den  Keyfer  verftaen  hadde,  dat  Ctrinn  ovt  fvn  leven  ^■"""'''''"';J.- 
iiyt  was,  feydc  tot  hem  :    Ciy?nr.  ick  geve  11  wederom  u  leven,  eeril  /„  u„d, 


t;c- 


aen  mynen  vyandt,  nu  aen  mynen  verraeder:  dat  nu  voortaen  onfe  t!iti,m/:iar:<m 
vricndtfchap  eerll  beginne  ;  laet  ons  aüe  beydc  nu  Hen,  of  ick  u  met  1"'""  .?"'"' 
meerdere  'bermhcrtigheydt  het  leven  hebbe  gegeven,  of  dat  ghy  my  f'-,u'L~''jh;i!^ 
het  felve  meer  fchulJigh  fyt.  Voorts  den  Keyfer  metter  daedt  wil-  hsquicueu. 
lende  betooncn ,  dathyOw;,?  voorfvncn  vriendt  wiid-r  hebben,  heeft  "«•>■""■  S. 
hy  hem  het  volgende  jaer  RoomfchcnBorgh-meeller  gemaeckt,  en-  ,^/p^j,;l,t//t;' 
de  Ciiifta  heeft  oock  aen  den  Keyfer  tot  het  Icire  fvns  levens  i^eti-ouw  b  -ib-J  orü 
gebleven  ,  ende  ftervcndc  heeft  den  Keyler  van  alle  fyne  goederen  .%•'""'  mafty- 
crfgenaeni  gemaeckt  ;  door  het  welck  AttmiiM  foo  vermacrt  ende  ''"' '^>'-''7'''- 
vau  een  ieder  loo  bemmdt  is  geworden,  datter  heel  den  tydt  van  mimnmüans 
fyn  Ryck  nicmandt  getracht  en  heeft,  hem  het  leven  te  nemen .       ^trimnsuher- 

Dit  is  gcnoegh  van  de  faghmoedigheydt  ende  beiTnhertigheydt  van  J"'  f''^''''" 
de  oude  Philofi^hen^  cndc  Heydenfche  Princen  tot  hunne  v vanden  ,  en-  vcJrüuc'-7tiis 
de  dit  door  eene  naturelvcke  reden ,  ofte  om  daer  door  ecncn  ticffclyc-  jeA\,Kmdna- 
ken  nacm  ende  eeuwige  glorie  by  de  menfchen  te  cryghen.  ""'"  panni- 

Hoort  nu,  hoe  dat  de  rcchtveerdiiie  menfchen  in  alle  la'lcrinehen  *'''"  "J.'' "'"'"■• 
endc  ongclyck  voor  de  geboorte  C.hrilti  tot  hunne  vyandcn  üch  ge-  miraiuUs  Jo. 
dracghen  hebben.  fcj>h,  q,uhcc 


meer  forgh\uidigh  en  fyn  geweeit,  als  te  bewaeren  eene  vaftc  figh-  ""/'"",•!•«»• 


moedigheydt  ende  verduldiizhcydt  in  alle  lalk-rincen  ende  vcrvolsin-   ■''''"  """  '"'■ 
gen,  die  uytter  herten  ac-n  hunne  vyanden  om  UoQt  vergevende.       am,fcil ,^r.ui. 

Den  annoofclen  i  ^^?/,dic  het  beginfel  gegeven  heeft  van  de  •"« /"-o %«;*. 
niartelie,  ende  van  het  lyden  van  een  rechtveerdi"h  menfch  ;  en  Hel-  '"''''''  ''''"'''•- 
de  (ich  niet  tcghen  fynen  broeder  CV/w,  als  hy,  hem  het  leven  wil-  Lh.dc'iof^^h' 
de  nemen,  hy  en  worllelde  niet,  tnaei-  hy  wierdt  in  fyne  faghraöe-  r.;-.  i.  ''^  * 
digheydt  gcdoodt. 

Aldus  is  het  dacrnaer  bycans  gefchiedt  met  onfen  onnoofelen  Ij- 
fepb .  Den  c  i/.  vsfw^r<?/f;;vf  verv/ondert  lich  ten  uyttcriren  over  die  groo- 
te  foethertigheydt  ende  verduldigheydt  van  Jofeph ,  .te  meer,  om  dat 
hy  dat  gedaen  heeft  voor  de  geboorte  Chrifti  :  Hoort  fvnc  woor- 
den :  lofeph  ,  feght  hy  ,  is  met  redei-v  te  verwonderen  ,  om  dat 
hy  dat  alles  gedaen  heeft  geen  het  minlte  exempel  hebbjeixle  van 

L  1  3  ■   Chii- 


i73  HE  goddelycke'voorsienigheydt 

g  f>rf</.«,  Chriflus,  wiens  Evi'^n.-;;;?!!?  noch  niet  vcrcondight  en  was;  van  fync 
(o^,caeie  •>•■''•  broeders  foo  wrcedclvck  onth;ïelt  iyndc,  hecftie  d;icni;itr  g'j!"j),u'rt , 
j^n^>:;:.:i>i.  ^^~  Quacdt  mct  quacdt  niet  celoont,  m.ier  aüe  qocdtionUi/'iicvdt  en- 
diditiiiiDo-  de  liet-de  voor  alle  hunne  boosneyut  vnendclyclc  bewclcn. 
nnnas  uiiiver  't  is  wacr  dcii  Couitick  Davtd  heeft  oock  voor  Chnfli  comfce  ly- 
f» figuine de-  j^g  vyandcii  vcrpcvcn,  te  weten  Se>?iet  van  het  cefluchte  van  Saul  ^ 
,nvi/7  de"  welcken  nier. i)«Ty/d  vluchtende  van  het  "helicht  van  ivncn  we- 
jUre^numpro  dcrfpanriighcn  lone  Ahfolon  ,  met  iteenen  hadue  derven  worpen  Icg- 
eo.  2.  Reg  gende:  d  Gaetuyt,gact  iiytbloedtgierighenmenlcn  ,  den  Hecre  hcci'c 
i6.  8.  j^j  betaelt  voor  al"  het  bloedt  van  Saids  huys ,  om  dat  ghv  lyn  Rv  ck  hebt 

leJicit    canif  mgenomcn .  t>emei  verdiende  op  den  itaendc  voet  gcltralt  te  wor- 

hic      niortitus   dcn   . 

■Domino  meo  Ghifii  cencn  van  dcsConinx  hoveling  hen  ieyde  tot  D^wis/:  h  Waer-- 
^'^IwIw.iTÓ  ^"^  vermaeledydt  defen  dooden  hondt  Licn  Coninck  ?  Laet  my  gaen, 
(,tpi'.tejiis.Et  ende  ick  fal  hem  het  hooft  af  ilaen  .  Geendns  feyde  David:  want 
an^x-.Do.  dcfc  ftccninge  ende  lafteringe  coir.t  van  Godt,  die  aen  ^raet  alles 

'TVZl'.  ^^^''^  bevolen . 

Vnlret  Du-  Voorwacr  eenc  groote  fighaioedigheydtl  van  de  welckc  den  f  //. 
■vid. -v.  ^.  ^w^-fl/;.'.'/ aldus  fprcckt :  Als  ^i?;;'??;  den  Coninck  foo  vermaeledyde 
c  Can  Se  g^de  laftcrüe ,  David  fweegh  hil,  niet  een  woordt  fprekende  van 
mei  ma  e  ue-  gg,-jj„g  v.raccke  te  willcn  nemen ,  al^es  lactcndeaenden  goddclvcken 

J-et  D.n>id,cr  fc.  ^  ,1,-1  i         •    i 

crimina  olji-  "Wil  ,  cndc  oaer  voor  verwachtende  iyne  bcrmhertigheyüt . 
uret ,  taiei;:t^  Ick  en  hcbbc  hier  niet  willen  fpreken  van  Davids  verdiildigheydt 
T  ^''r^'"^hoc  ^^'^^  faghmocdigheydt  tot  5a.v/,  die  oock  groot  ende  wonderlycl: 
Ift'  io'no>-»m  'S  geweell;  maer  evenwel  de  liefde  ende  goedthertigheydt  van  ya/e^Vj 
confientia  ,  tot  fypc  püchtigc  brocders  is  meer  te  verwonderen,  van  de  wclcke* 
deinde  wiia  ^y  Jqq  vcclc  mocyelyckheydt ,  lalleringo,  ende  eene  lbo  langhduerige 
(ila^naL  luio  ^.^^^,^^.^y^  tottcr  doodt  tochaddc  geleden;  over  dele  nochtans,  daer 

divinam    ex-   .  .      J,  i         -     1  1  •      1  1  ■  ii 

qnirebat  mi-  hct  in  iync  macht  was,  en  heelt  hy  de  minite  wraecke  nier  aiitcn 
fenurdiam.  genomcn ,  maer  oock  met  alle  liefde  hun  omhelfenue  ,  alles  uytter 
^iiv™'^'  '■  s'  ^e''^"^"  vergeven,  hun  oock  veel  deiights  ende  goeJcjonlligcyhdt  be- 
d  '' rtrfefri'o  wyfende.  het  welckhy,  gelyck  ick  terfcondt  leyde  ,  gedacn  heeft 
Icfephi  in  eo  voor  hct  H.  Evangelie  j  ende  wy  daer  en  tuilchen  l^ght  den  d  H. 
oj/end.-tnr,      "V"ader,  en  conner.  de  liefde  tot  onfe  vyanden,  noch  niet  aennemcn 

quod non  mo--       .,1  j  •'  /"i     -u  * 

ielafiriilJf-  ^""^  bewaerco  naer  de  com.i.e  van  Ghnitiis. 

ceiM  doln-e  Laet  oiis  HU  voorts  blyven  in  hct  nieuw  tedament ,  dac  is  in  de 
tnyidii ,  »«  ^ygt:  van  de  liefde  >  als  denfone  Gódts  de  lieitlefeifmenfch  worden- 
m.t!ori„>,   i«-  j  ^    wereldt  aecomen  is  -,  ende  laet  ons  breeder  gaen  voorlleilen 

Atir:imh:iio.'èQ\-\  lof  cndc  dc  nooctlaekelyckhcvdi  van  de  Hef  dctot  onle  vyanden  naer 
fepb,.]:ii  fe.it  j-jgj;  exempcl  van  Chiufitis  ende  andere  heylighe  menichen  ,  om  welc- 
anieiy-inge-  j.^  ][^{\\q  vvy  dacfnacr  ccnen  grooien  loon  van  Godt  hebben  te  vcr- 

tH-t:,qiioa  fojt  ^  '-'        I 

i-i...^'-''""'    v/achten. 

o^nnei  Ecfft 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  271 

Ecrfl:  nochtans  Ca.\  ick  dacr  van  aenflellcn  een  fchoon  {ïnne-beeldt,  cmue!  didiii' 
het  welcke  ihut  by  PiemuJ'nlenaniu  in  fyncn  j"!    bocck .  miii,<srjeyia- 

DcoudePhilolbphen,  feghthy,  ons  willende  verbeeldende  vriendt-  'V<""s  Amb' 
fchap  eiide  verfoeninge  tuilclien  cenen  gefloordcn  ende  fiighmoedi-  ihntau. 
ghcn  nienfch  ,  fchilderden  de  ielve  neftens  eencn  Eycken-bonm  ende 
Olyf-boom,  welckers  tacken  tuflchen  malckanderen  foo  gewaden,  en- 
de geiyck  gevlochten  waeren,  dat  de  vrucht  van  den  o4yt'boom, 
de  vrucht  van  den  eycken-boom  Icheen  te  wefen,  ende  de  bladeren 
van  den  eyckcn-boom  de  bladeren  van  den  olvt-boom. 

Is  het  laeckcn  dat  eenen  ilueren  ende  wrceden  menfch  gclyck  is 
aen  cene  harde  eycke  ,  wilt  den  felven  met  eene  tccre  lietde  maer 
voorcomen,  ende  foo  gclyck  eenen  olyf-boom  omhell'cn,  hy  Hal  al- 
dus beweeght  worden,  ende  u  oock  eene  wcdcr-licFdc  beginnen  te 
bctoonen. 

Condcmen  dit  beter  uytleggeh  als  in  den  foethcrtighen  Jofeph,  fy- 
ne  grammoedige  ende  wreede  broeders  omhelfendc,  dic  hem  (oo  dick- 
wiis  getracht  hadden  ter  doodt  te  brenghen?  Een  dichtien  iiil  ons 
dit  voorlteilen,  met  dit  boven-fchrift :  t 

Eerft  teghen  een  ^ 
IsIh  heel  nemeen . 

Sommige  vechten  teghen  malckanderen  . 

E/ck  wet  een  avder  vecht ,  het  gaeter  heel  'voor  goedt , 

Tot   a'  een  oft  ander  valt  tot  Jlorten  van  fjn  bloedt  . 
Doch  't  is  een  ander  findt  van  broeders  met  malcJciinder  ^ 

Een  teer  en  foet  gevecht ,  den  eenen  met  den  and  er  : 
'/  is  Jofephs  Itefde  flrjdt  ^   en  broeders  onde'r  een; 

Den  haet  is  nu  ve.  gaen  ,  de  liefd'   is  nu  nemeen . 
Siet  hter  den  Eyckcn  boom   met  al  fjn  harde  tacken^ 

Ick  feg£  den  haet  en  njdt  met  al  fyn  ongernacken , 
Nu  door  't  Olwe-groen  gewronghen  famen  blneydi  ^ 

En  dat  ecrji  wm  verhardt  in  liefd''  nu  famen  groeyt . 

SOo  waer  het  te  wenfchen,  dat  alle  de  verfchillendemenfchcn  mer  a  j^*'-  i'--i' 
malckanderen  in  vrede  ende  verfoeninge  quacmen,  tot  het  welck  '<•""■•'■> '^~"*« 
den  «  H.Chrjfoftomits  een  ieder  aldus  verv.  eckt:  Laet  ons  dcfe  foe-  '^n!'Z7s /fii'. 
tigheydt  naervolghen  ,  de  vyanden  te  gemoct  comende,  ende  niet  xcre,non,m- 
verwytende  aen  die  ons  iet  mifdacn  hebben ,  alles  vcrdraegende  met  /'«'•'.''"'^  "'  > 
verduldigheydt  ende  faghmoedigheydt,  geiyck  dien  wonderen  'ïoreph  'i"' '"'"''  '''f' 
gedaen  heeft,  hrt  welck  wy  nu  moeten  te  meer  doen,  als  den  vre-  omniaferUes 
'de  macckcnden  fonc  Godts  gecomen  is  op  der  acrdén ,  om  de  men-  tit^sn-^  l^nc- 
fchen  te  vcrfocnen  met  fynen  hemellehen  vader,  op  dat  fy  oock  met  "**'<■"",■'>/'■  "^ 

n'.rti-  dus 


iTi   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGIIEYDT 

4,!s  sefefh.  malcican.'cren  in  vneiidcfchap  comcn  {csudcn,  endc  in  ecnegeducrige 
S  Chry'Um.  liefde  endc  vrede  i;;vi;n  . 

f''"p'!,',!^r7r„'  Dit  heeft  ^  Chriftji  n^etalle  forHie  pcdacn  foolanck  slshv  eelccit 
ih  jer-v-i  ecs  heett ,  om  al!c  gcloovigc  mcafchcn  in  liefde  te  vcreenighcn,  gelyck 
in  iioitiine tuo  hy  mct  fyncn  henielfchen  vader  vercenight  was  :  door  dele  lietdecn- 
"f;Jt'^a-""»o''  ^^  ^'^'^^^  trachtedc  hy  alle  mcnfchcn  kinderen  Godts  te  maecken, 
joan.i/.v.ii".  op  tl^t  wy  niet  alleen  vriendtichap  en  Tonden  tooncn  aen  onievrien- 
b  liumqir.d  den  Hiaer  oock  aen  onfe  vyanden ,  ende  die  als  broeders  beminnen, 
J,xitCl,n/}«s  gelvck  het  den  '  H.  ChryrÓl}o?K:u  wdhemcvckt,  fcggcnde,  dat  Chri- 
fiU-ismciMut  *'^'-'^  ^^  geloovige  noyt  verweckt  en  heeft,  om  kmüercn  iyns  vaders 
tinxlis  cj},)!,-  te  worden,  ten  zy  dat  hy  daer  altydt  by  voeghde,  dat  fy  hunne  vy- 
ƒ  giMi.-.'/o.i/f- andcn  oock  altydt  fouden  liefhebben ,  ende  bidden  fouden  voor  de 
Uc,  uigite  gf^gpg  jjjp  j^i^jjj  fouden  kilteren  endc  vervolghcn  . 
firos,  or.ue  Dcn  felvcH  H.  rader  fcght  oock,  dattcr  niet  en  is,  het\vc]ck  ons 
froccdumr.i.:.  foo  nacr  tot  Goat  brenght,  ende  aen  hem  cenighlins  gelyck  macckt, 

'i'^lZm]"Z  '^-^  '^^  ^'^^"'^'^  ^"^^  malkandercn  en  onfe  vyanden . 

juT-"el':'"t:it:-  Miicr  noyt  en  heeft  Chrirtus  meer  getoont,  dat  hy  wa?  een  v\'acr- 
lj,r\i!im  adco  achtigh  voorbceldt  van  vrede  ende  liefde,  dan  als  hy  hangende  aen 
yictimm  Deo,  \^^^  Ctu'vs  badt  door  die  hem  aen  het  felve  genagelt  hadden  ,  feggen- 
conformsmq,    ^^ .  y^^^j.,.  vera;eefc  het  htm,  want  fv  niet  en  weten,  wat  fv   doen. 

facit  Juut  ijhi  ,  o  '  j  ^  jx-i'i 

-i-irius.  S.  Den  <:  H.  Atigt'.ltiniu  weeght  dele  loetc  woorden  van  Chnitus  ten 
Chiyi'.  hom.  uytterflen  wef  op  aldus  fprekende:  Chnjhis  vraeghde  -van  fynen  he- 
.19.  /;;  ejujt .  „^eifciien  vader  vereiffeniife  voorde  ^?ienc,  die  hem  noch  tea:hen- 
c  lii  i'impt"  woordeuck  pvnigh.en,  endc  iniuru-n  aendedcn  ,  want  hy  en  lette- 
tcb.it  reni.im  dc  niet,  dat  hy  van  hun  wierdtgedoodt,  maer  dat  hy  itierf  voor  hun- 
ü  quiiKJ  li-  nc  filighcydt . 

;Mitaifuui  j^^  woorden  van  den  honinck-vloeycnden  ^  BernirA;'-<  fvn  oock 
enintaLteitJe-  bcwcgelyck :,Jelijs ,  feght  hy,  ^erfchcurt  fvnde  door  de  fweepencn- 
bat,,ci"cd  .',l>  Je  roeyen ,  door  het  hooft  gelteken  met  doornen ,  met  naghelen  door- 
tpjis  re.,1  a-  |-,Qgj.j-  rrehccht  acn  dc  Jial^he  des  cruys,  vol  van-  lalierin^en  ,  alle 
i,roi]Cis«iori-  dcic  tormenten  ende  vervloeckingen  vergietende  bidt  hy  fyncn  vader 
cLuur.  S.  voor  de  felve,  feggende  vergeeft  het  hun  ,  want  fy  en  weten  niet. 
Aug.  i-'-f:-^-  wat  fy  doen:  Dhfune  tllli  :  uon  emm  fctunt  ,  cjt'nd  facirrt . 
a'  "ila'-eliil  ^yic  en  fal  dan  niet  gelallert  ende  vervoight  fvnde  vanfyne  vyan- 
c£f:!s,  'Jf'ii'f  den  de  felve  oock  niet  uytter  herten  vergeven,  als  ócn  Hccrc  gcb> 
^  icronaius.d.i-  jgn  l^gcfr  yoor  dic  hcm  vervolghden ,  roept  den  '  /ƒ.'  Ambrn!".-'.! .  Hier 
J^iHj"''7-''^''''"  ^■of'i"^^''i-i'  raoerten  alle  deChriilcnen  C/7'v/?.yr'naerv<)lghen  ,  diev.m 
]',,lo ,  cpi'To-  Chriilus  hunnen -nacra  voeren,  ende  daer  in  befonderlvck  moeiten  fv 
Iriii  faiur.i.  trachtcn  hem  gelyck  te  wefea.  Soo  danigh  moet  wefen  hunne  gnc- 
t,;s ,  cnmnim  dcrticrcnthcydt  endc  fïfrlimoedi'flieydt ,  dat  fv  ireenquaedtmct  qu.icdt 
;».. »;cmf!-,/V-  CU  looncn',  Gat  iy  met  aile  mcnlchen  lietde  ende  pcys  ondcrnoudcn, 
ifj^e.::t,i!;i',  dat  fy  gccuc  wracckc  en  nemen,  dat  fy  bidden  voor  die  hun  leedt 
'''■'A  "  '  _  doen. 


^      UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  27J 

cloon,  düt  fy  wel  doen  aen  die  hun  hneren,  het  welckC^r/zf/'^gcdaen  quianffiiunr, 
hect'i;  ia-lVn  fcKcn  als  het  hooft  v;iii  ailiï  Chyiftfnefi  ^  loo  heeft  hvgc-  'j""/  /""'tut 
wenil,  dut  alle  Chriilcnen  fync  litmaeten  oock  foudcn  doen.  Hccis  ^^'\f'{r""' 
het  (egghen  van  den  •»  //.  Chryjojtomiu  .  e    Q^ser^» 

.  Den  eerllcn ,  den  welckcn  den  goedertieren  cnde  faghmoedighcn  iuejjuus  non 
Saüghmaeckcr  heeft  naergevolght ,  is  geweeft  den  //.  Ste^hanr.t  ,  |'^^'''  '^""j- 
.  den  eerllen  Alartclaer  ,  die  ,  om  het  geloof  van  Jellis  Chri- ^^/' ^y'""^^° 
ilus  voor  te  ilaen,  fyn  bloedt  oock  gcftort  heeft j  het  wclck  den  /•  h.  ribni  Domt. 
Angitfiim:!  feer  wel  voorllelt:  Siet  Siephnmis ^  feght  hy  wordt  gellcc-  '"""ra-nt.^. 
night,  lïct  het  lidtmact  van  Chrillus,  fiet  den  campvechter  vanden  ^/^,/^  '  '  ^' 
balighmacckerj  aenfiet  oock  famen  den  ghcnen ,  die  gehanghen  heeft  'a 

aen  den  boom  des  Cruys  :  defen  wierdt  gecniyll,  defen  Vvierdt  ge-  ^■^'■'  f/tchri- 
lleenight,  Chrillus  heeft  gefeydt :  Vader  vergeeft  het  hun,  want  Cy  Ji^>'^'>'>ru,n  èo. 
en  weten  niet,  wat  fy  doenj  laet  ons  hooren,  wat  S:e^ham!-s  geiëydt  Umpr" nLl'o 
heeft.  Defen  Martclaer  ilaende  heeft  voor  fyn  felven  aldus  gebeden;  «■>«  rcdii.mt, 
Heere  Jelu  onrfanght  myncn  geeft,  daernaer  oock  fcggende  met  ge-  """  <>»""^hs 
booshde  knicn  :  Heere  Fefu  en  wildt  hun  dit  tot  fonde  niet  rekenen .  {,'!^'''!? '"  ^l''' 
Dit  gcbedt  is  fonder  twyfel  aen  Chriftus  ten  uytterften  aengenaem  ie„t ,  fro mi- 
geweeil,  want  gebeden  hebbende  voor  fyne  vyanden  heeft  hy  ver-  »'""'■'  crent , 
dient  Chriilum  in  den  hemel  te  fien  flaende  aen  de  rechte  handt  fyns  ^"^/'""p'-"- 
Vadcrs,  daer  heeft  hy  hem  geilen,  alwaer  hy  hein  in  alle  godtsdien-  eos"''cderu!!t'. 
lligheydt  gcfocht  heeft.  -  ^todchnfi^s 

Den  E.  P.'Ptnfm  van  onfe  Societeyt  uytlcggende  het  boeck  Ecclc-  /'■'""»  "/■•'f 
JP^fiict  iprcckt  aldus  tot  onfen  propooft;  wat  ill,  feght  hy  ,  dat  den  ",*/,ö^°.;"/^y?' 
II.  Stephfinpti  foo  fcherp-fiende  gemaeckt  heeft,  dat  hy  noch  wefende  is.  s.  Chryf. 
op  der  aerden ,  Godt  den  Vader gefien  heeft,  endcfynen  Sone  Chri-  '"Pfi'm.itS. 
fius  llaende  aen  fyne  rechte  handt  ?  v/at  is  het  dat  den  hemel  geo-  j  ^"'  /'^°* 
pent  heeft,  dat  hem  heeft  voorgeftclt ,  ende  uytgcleydt  de  H.  my-  dluu'euè'm'i- 
llerien,  ende  die  claerelyck  aen  hem  verclaert?  ende  antwoordt  ten  brumChnjh, 
Icfcen,  feggcnde,  dat  het  is  gewecfl  de  vergetentheydt  van  alle  de  "'^  ■ttl'let» 
ontfanghen  injurien,  ende  vergifFeniflè  van  defelve.  Dit  is  gefchicdt  ii'il'i'ó'^fpl. 
in  het  beginfel  van  de  H.  Kercke.  Laet  ons  wat  vooi'der  gaen  .  "        penin  mbg. 

Om  daer  te  lacten  den  grootcn  lof  ende  loon,  ócn  wclcken  eenen  ""'>  '^^■^'•jigc- 
Iraliaenfchen  edelman  Joannes  GnalbertHs .,  die  fynen  vyandt  om  Chri-  ^•""J'j'.i'-'>'"<^ 
ftus  wille  vergeven  hebbende,  van  hem  hanghendeaen  het  cruys  daer  üud'ixn''pa- 
voor  bedanckt  wierdt,  ende  met  andere  jonflen beloont,  gelyck  het  '^r ,g,iof,e il- 
llaet  by  Sfo-ius  op  den  11.  lulii.  ''■'•  '.""••  £^'-. 

Hoort  eene  andere  weerde  aefchicdenifTe,  die  ons  verhaelt  den  E.  P.  'J,^'}T  '  " 
Segneri  van  onle  Societeyt,  Predicant  vanden  Paus  over  eenige  jae-  B.  Stephanni 
ren  te  Roomcn  geltorven .  -  /•""    ora-m- 

Eenen  fekercn  foldaet,  feght  hy,  hadde  op  eene  publiecke  ilractc  ƒƒ,;  ^ '  ^?' 
van  eenen  anderea  ontfanghen  een  groot  aftroat ,  hetwelck  hem  noch  rJnm'VJJn, 

M  m  meer  da.%. 


274  I^ E  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

df'tnie  gcnii-  mccr  pync  dcdc,  om  dat  hy  het  niet  wreken  en  conde,  om  hetvolck, 
m';*°"  'ff^°'  '^^^^^'^'  '^"'^chcn  cjuam  ,  cnde  het  fcive  bclettede,  ibo  dat   hy  vol  van 
Miii'nloci"'-  'Py'^  ^ndc  gevoelen  moslte  vertrecken  j  dacr  en  tulTchen  in  lynfelven 
catum.s.Ang.  vocyendc  de  begeerte,  van  op  fynen  tydt  daer  over   wraccke   te  ne- 
infirm.S.de  nien  ,  daer  by  fwcerende,  dat  hy  noch  fynen  baerdt  noch  fyn  hayr, 
Saiic  u.         noch  de  naghclen  fynder  handen  en  foude  laeten  corten ,  tot  dat  hy 
fyne  wraeckgierigheydt  foude  hebben  uytgewerckt .  Drye  niaenden 
was  hy  gebleven  in  dat  quaedt  opfet ,  middeler  tydt  geworden  fyn- 
dc  als  eene  wilde  beefle  ;  verllondt  ten  leftcn ,  dat  fynen  vyanüt  was 
in  fyne  ftadt  drye  daghen  reyfens  van  daer,  als  wanneer  den  foldaet 
met  blyfchap  te  peerdt  fpronck ,  wel  gewapent  fynde ,  oock  fwecren- 
de     dat  hy  van  fyn  peerdt  niet  afcomcn  en  foude,  ten  zy  hy  fynen 
vyandt  foude  hebben  gevonden,  om  fich  te  wreken.  Nu  in  de  Itadt 
gecomen  fynde,  in  plaetfe  van  wat  te  ruften  vol  van  gramfchap  door- 
reedt  de  ftadt  endemerckt,  om  fynen  vyandt  ergens  te  vinden.  Maer 
fiet  hier  een  wonder  werck  van  de  Foorfientnhejdt  Godts :  Het  was 
het  geluck  voor  defen  grammoedighen  mcnfch ,  datter  eenen  Reli- 
gieus van  onfc  Societeyt   naer  gewoonte  opdemercktvoor  het  volck 
wat  begon  te  prediken,  den  foldaet  quam  het  vermaen  hooren,  meer 
uyt  curieusheydt,  als  uyt  eenigh  ander  godtvruchtigh  cynde .  Maer 
de  goddelycke  goedcheydt  die  hem  daer  hadde  gebrocht,  hadde  den 
Religieus  beftiert,  dat  hy  preken  foade  van  de  noodtfiieckelyckheydr, 
van  alles  aen  fyne  vyanden  te  vergeven,  oock  de  alder-grootftc  in- 
jurien  ende  affronten,  Gmien  oock  fprekende  van  de  groote  verdien- 
ftcn  daer  van,   het  welck  den  foldaet  wel  beviel >   den  welcken  Ikh 
liet  vooorftaen,  dat  hy  befonderlyck:  daer  van  fprack  om  fyncnt  wil- 
le, op  dat  hem  dit  prediken  dienen  mocht  tot  verfocninge  met  fynen 
vyandt,  cnde  tot  betcringe  fyns  levens >  waer  door  hy  lich  heel  be- 
\vccght  voelende,  terftondt  waernam  de  gratie  Godts ;  want  de  pre- 
dicatic  nu  geeyndicht  fynde,  gonck  fich  terftondt  worpen  acn  de 
voet-en  van  den  Religieus,  hem  biddende  fynebiechte  te  willen  hoo- 
ren ,    hem  vooVts  belovende  ,    alle  injurie  acn  fynen   vyanot  nu   te 
vergeven  ,  waer  toe    hy    de   gratie   met  menige  traenen  van  Godt 
verfochtc,  daer  mede  noch  niet  te  vrcden  fynde,  wilde  hy  nochgeer- 
ne  aen  fynen  vyandt  eenigen  dienft  doen,  ende  verftajnde  ,  dat   hy 
om  eenigc  fchuldcn   in  de  gcvangenide  fit  ,  vercocht   hy  terllondt 
fvn  peerdt  cnde  wapenen  ,   met  al  het  welck  geldt  naer  het  exempel 
van  J'^f'^i-,  die  alle  onfe  fchulden  uyt  liefde  hadde  acngenomen,  de 
fchuidcn  van  fynen   vyandt  betaelde  ,  hem  aldus  in  volle  vryheydc 
flcllenJe  ,   ende  dat  met  fulck  een  vreught  fyns  herten  ,  dat  hy  die 
quaelyck  verdraeghen  en  conde,  voortaen  willende  met  fynen  vyandt 
in  pey  ■:  cnde  vricndtfchap  leven  ,  aen  den  welcken  hy  té  vooren  de 

doodt 


UYTGEBEELDT    IN     JOSEPH.  27^- 

doodt  Too  dikkwils  hadde  gewenft  ,  het  we'.ck  l'onder  twyfel  acn  »  ^odjta* 
Godt  feer  aeneenacm  is  eeweeft,  cnde  moell  van  een  ieder  naerge-  Z"»''-^'""'»'»'™ 
volght  worden .  _  _     _  .   ,^      '^^„,.j 

Ende  voorwaer  dcfc  verfoeninge  en  lieeit  niet  alleen  pl.ictfe  ge-  propter  lUud 
hadt  in  mcnfclien  van  minderen  Itact,  maer  in  Ciiriilcnc  Princcn,  ■»■'■'••''■■"".'/«<»- 
Coningen  cnde  Kevlcrs .  .  """  ^'"i '"' 

Den  •'  H.  Chryfojt-imiis  verhaelt ;  dut  den  Keyier  ConjlantDv.u  nu  Chn-  cur^^tn  ufje- 
ftcn  geworden  lynde,  als  iyn  beeldt  ofte  llatuc  v^n  cenige  mopdr-  i'^nur.  S. 
willige  fchandclvck  met  Iteenen  gefchonden  was  ,  niet  teghenilacnde  ^'^''y'  •  '■"""■ 
dat  hen  fommige  hovelinghcn  opdoekten  ,  om  daerover  vandeplich-  jj  '  "oJlld- 
tige  wnjccke  te  nemen,  al  lacchende  hun  feyde,  dat  hy  nergens  in  mirM^iU  c 
iVn  aenlicht,  noch  in  Ivn  hooft  eenifie  wonde  en  gevoelde,  alk-som  i-'d  rn.tgnum 
Chriilus  wille  gecrn  vergevende;  om  het  welck  hv  altvdt   van  een      '''  ".' 

.      11-111  ö,        _         '  J  •  nos  contume- 

leder  belonderl/ck  geprelen  is  geweelr,  meer  als  om  alle  Ivne  an-  u„,tfeieritnt 
derc  viftoricn  ,  oni  het  welck  gy  oock,  gclyck  Chnjhjiomns  feyde,  numremitta- 
mecrdercn  lof  ende  leghen  by  Godt  foude  behaclen.'  m:n  homincs 

Den  felven  /'  H.  Fadsr  maeckt  pock  op  de  felve  plaetfe  mentie  van  'mimd,  Domi- 
den  Godtvriichtighcn  Kevfer  ThendoJiM  ,  wicQS  beeldt  oock  eenige  »«*  m  ten^ 
boofaerdighe  menfchen  feer  onteert  hadden;  om  het  welck  deltadt  deiiiiulens,^' 
van  u^mmchten  van  de  dienaers  des  Keyfers  ten  uytterften  ivierdtge-  1,.''[,l\"n;T. 
quelt}  Den  BifTchop  der  Itadt  groot  medelyden  hebbende  trock  naer  xm  procrHci' 
den  gelloordcn  Kevler  ,  biddende  om  vergiffenifle  voor  de  plichtige,  fixoribm  f'tis 
de  welck  den  Keyfcr  om  Chriltus  wille  ten  leften  toeftemde,  aldus  •''"'"  ^*'.°n'*^ 
hem  andtwoordende:  Wat  wonder  \(i ,  dat  wy  aen  die  ons  gelallert  ende  ^er  dimitn  </- 
onteert  hebben  ,  menfchen  acn  menfchen  alles  vergeven  ,  als  den  Heere  /«,  «o»  enim 
van  alles  van  den  hemel  nederdaclende  op  der  aerden  uyt  liefde  ten  lellen  fauntcju:ifx- 
gecruyft  is  voor  de  ghene,  aen  de  welcke  hy  loo  groote  weldacucn  "JX''j*"  ^'^' 
hadde  gedaen  ,  ende  fynen  hemelfchen  vader  gebeden  voor  die,  de  ^  kHhI  itx 
welcke  hem  cruvften,  feggende  :  Vader  vergeeft  het  hun  want  fy  Deum  rtdd-c 
en  weten  niet,  wat  fy  doen.  Wat  is  dan  wonder,  dat  u'V  aen  onfe /"■"/"""'"'''' 
mede-dienaers  alle  injunen  vergeven:  dtli^ere.c-ca- 

Dogh  gclyck  het  feer  redelyck  is,  dat  wv  om  delisi'de  van  Chri-  UmuAntthM 
llus  alle  onfe  vyanden  vergeven,  foo  is.'t  oock  aen  Godt  ten  uvtter-^""^'""'''-^' 
llcn  aengcnaem  .  '  S"".'"""''"' 

Aldus  feght  den  <■  H.  Chryf}jhm-ts  met  defe  woorden :  Niet  en  be-  j  D:li-:^!te 
h.ieghter  meer  aen  Godt  als  fyne  vyanden  te  beminnen,  ende  wel  te  hiimi^os  *.'- 
doen  aen  die  ons  lafteren .  Soo  datmen  met  de  wacrhcvdt  magh  leg- ^'■"•^"'''^'' 
ghen,  dat  de  liefde  der  vyanden  een  feker  tceckcnis  v.m  onie  falig-  'JZJiT-^X-^ 

heydt  .  orjiffiro  pei-' 

d  Chrifti-is  felf  feght  het  claer  by  den  Hl  Matthew.  hebt  lief,  uwcA/'"''»''''''''"^ 
wanden,  doet  hun  wel  ,  die  u  hacten,  ende  bidt  voor  die  u  vervol-  V'  '*■"'"•'""" 

;  '  '  ,         bus  yos  ,Ht  If 

gncn,  cnde  ten  onrechte  quellcn  ,  op  dat  ghy  mocht  kinderen  lyn  tn  filnpMu 

Mm   2.  uwcs  ■>«- 


i7<5  DE  GODDELYCKE   VOORS  lENIGHEYDT 

•»eftn,  qui  in  uwes  vadcrs,  die  in  de  hemelen  is. 

cilifejh.    atr.       Wyt  welcke  woorden  claerlyckblyckt ,  datmen  om  vrienden  en- 
de  om  kinderen  Godts  te  welen,  ende  om  fyne  falighcydt  te  verle- 
keren,  het  felve  mcrcken  can  uyt  de  liefde,  diemen- heeft   tot  fyne 
_      *  vyanden.  Den  "■  H.  ^r^z'^fitniu  (cahthct  in  het  cort :   Icmandt ,  fciiht 

inimicoritm      ^J •)  wordt  doof  de  liefde  der  vyanden  eenen  vriendt  Godts,  jae  fy- 

efficitiir  ami-    Hen  fonC  . 

c»i,  fed  non       jj^  teehen  deel  moetmcn  oock  fcegen,  dat  den   ehcncn,  die  aen 
f,i  filius.      v"^  vyanden  niet  en  wUt  vergeven,  oock  ccncn   vyandt  Godc.s  is, 
b  die  hem  fyne  fonden  niet  en  fal  vergeven,  tcnzyhyhem  met  de  fclve 

Sntondimife-  verfoent  .  Aldus  fpreckt*  Chrtfiitj  by  den  H.  Matiheus:  lil  dat  gy  de 
TitM   lomnu-  menfchen  nier  en  vergeeft ,  foo  en  fal  uwen  hcmelfchcn  vader  uwe 

bus,  nee  P.iter     ^       ,  ,        .  ö .  ' 

fffler  dunit-  tonden  oock  niet  vergeven . 

tet  yobu  pee-       Hoort  hier  op  het  ghene  verhaelt  dien  vcrmaerden  fchryver  Hett- 
(uta  •ve/fr.t.    ^-^^^  Aingyiw .  Dacr  was ,  feght  hy  ,  eenen  menfch ,  den  wekken  fyn- 
f,  ^\'    '      de  in  perykel  van  flervsn  fich  niet  en  wilde  verfoenen  met  lynen 
vyandt}  als  hy  nu  in  fyne  vyandtfchap  gellorven  was, .ende  naerde 
Kercke  gedraeghen  wicrdt,  om  begraeven  te  worden,   ende  datmen 
nu  begon  de  gebeden  te  finghen  van  de  doodcn  voor  een  Crucifix, 
dat  op  den  aulaer  ftondt ,  ende  nu  gecomen  was  tot  defe  woorden : 
Parce  mihi  Domme .  Spaert  my  q  Heere ,  ftrax  faghmen  den  gecruy- 
ilen  falighmaecker  fyne  genaeghelde  handen  van  het  Cruys  los  maec- 
ken ,  daer  mede  fyne  oorcn  Hoppende ,  ende  men   hoorde  teritondt 
defe  woorden  :  Non  pcpercit ,  «o«  j>arcam  .  Hy  en  heeft  niet  gefpaert, 
'  ick  en  fal  hem  niet  fpaeren ,  als  of  hy  feyde :  Hy  en   heeft  iyne  vy- 
anden niet  willen  vergeven,  ick  en  lal  hem  oock  niet  vergeven:  Non 
trarcam 

Welcke  woorden  gehoort  wierden  van  alle  deomftacnders  met  ee- 
nen aldermecften  fchrick  j  om  het  welck  men  gocdtvondt,  het  li- 
chacm  niet  in  de  kercke  maer  ergens  op  hctveldt  in  deaerdeteftekcn, 
fckerlyck  oordeclcnde,  dat  de  liele  verdoemt  was  ende  begraeven  in 
de  hel . 

Eylaes !  het  is  ten  uytterllen  re  beclaeghen ,  datter  foo  veel  door 
het  bedrogh  van  den  duyvcl  verloren gaca,  om  dat  fy  hun  met  hun- 
ne vyanden  niet  en  willen  verfoenen ,  daer  fy  nochtans  fekerlyck  wel 
weten,  dat  fy  oock  noyt  van  Godt  en  fullen  vergeven  worden.  Ick 
bekenne,  dat  den  hclichen  vyandt  in  deverdoemcnific  van  veele  een 
groot  deel  heeft,  ende  dat  door  het  geduerigh  opdoken,  onmogclyck 
Ichynt  te  wefen,  lïch  van  dien  haet,  ende  vyandtfchap  aftetrecken. 
Wat  dan  gcdaen?  eenen  aldei  beften  middel- is  als  dan  fyne  oo- 
ghen te  flaen  op  den  gccruy  Hen  ƒ«//*ƒ ,  den  welcken  fynde  in  het 
uytterflenfyns  levens  fyncn  hemeUchen  vader  foo  hertcIycJ:  badt  voor 

alle 


UYTGEBELEDT    IiST    JOSEPH.  277 

ille  fync  vyanden,  hunoock  uvtter  herten  vergevende,  vanden  welcken 
\vv  oock  fnllcn  moghen  vcrh.open  fync  foete  ende  onneyndelycke  ge- 
nal'de,  belbnderlyck  door  de  voorfpraeckevande  aldcrlieylighile  Ma- 
ghct  Aiaria  iync  bcrmhertighc  moeder,  de  welcko  oockleer  dickwils 
gctoont  heett ,  te  wefen  eene  goede  moeder  van  pcys  ende  vcrfoeninge. 

Geene  beetere  beveftinghe  daer  van  en  can  ick  by  brenghen  als 
het  ghcne  verhaelt  eenen  Ickcren  Riprd  hillorie-fchryver  van  VtU^- 
Vüi    Aitgnfl.a  Coninck  van  rranckryck  in  het  jacr  ons  Heercn   1183. 

Volgens  fvn  vcrhael  den  Coninck  van  A-.ragon^  ende  den  graeve 
RemondM  van  S.  Gilis  vvaercn  tcghen  malckanderen  in  cene  alder- 
grootlte  vyandtfchap,  dat  noch  den  cencn,  noch  den  anderen  en  wil- 
de hoeren  fpreken  van  eenige  verfoeningej  als  wanneer  de  Coningin- 
ne  des  hemels  de  H.  Maghet  Alana  ^  om  peys  te  maecken,  haer 
vertoonde  aen  eenen  armen  Hechten  man ,  maer  dcughdèlyck  van  le- 
ven gcnaemt  Dwa-ridus  Gchoren  van  de  Üadt /^/.'v.f ,  aen  den  welcken  fy 
bclaltede  ,  defe  tweePrinccn  invredetevereenighen,  gelyck  een  ieder 
wenlle .  Het  teecken  van  fynen  lafl  was  een  clcyn  tafereel  ,  daer 
in  het  midden  gcfchildert  Üondt  het  beeldt  van  Adana  met  haer  H. 
tindt  Jsfm  cuflchen  haere  ermcn  met  dit  fchrift  rondtfom  :  Ecce  Ag- 
tiHs  Dei ,  ecce  ,  c^m  tolUt  feccata  7nttndi  Dona  nohü  pacem.  Dat  is:  Lam 
Godts,  die  afnemt  de  fonden  des  wereldts,  geeft  ons  den  peys.  Dit 
mirakel  allom  vcrfprcyt  fynde,  wierdt  ondcribcht  van  den  Biflchop 
van  de  itadt  Puys  met  al  datter  gefchiedtwas'aendefen  armen  mcnfch  , 
den  welcken  hy  bevondt  een  goedt  ende  cenvoudigh  man  te  wefen.  Vol- 
gens hetfegghen  van  den  felvcn  Durar.dn*  dcfé  Prelaet  macckte  foo  veel, 
dat  dietwee  verfchillende  Princen ,  die  by  geluck  elck  in  befonder  geco- 
mcn  waeren,  om  het  miraculeus  beeldt  van  onfe  Lieve  Vrouwe  van 
Puys  te  befoecken,  dien  man  eens  fouden  willen  fpreken ,  het  weick' 
fy  iichtelyck  toellonden :  ende  liet,  foo  haeit  als  fy  hem  elck  in  be- 
fonder gehoort  hadden,  him herten  wierden  bewecght,  endefoo  figh- 
moedigh  als  lammeren,  dewclcke  te  voorcn  alstygers  ende  leeuwen 
teghcn  malckanderen  waeren  geweell . 

Daer  en  was  geen  ander  mirakel  vannoode,  om  te  beveftighen  den 
lafl:,  die  defen  man  van  den  hemel  hadde  ontfanghen,  als  ódc  hae- 
ftige  vcranderingc  van  vyandtfchap  in  vrieridtfchap ;  als  wanneer  oock 
alle  de  ingefpannen  van  weder  zydc  naer  het  exempel  van  defe  Prin- 
cen, hunne  opperhoofden  oock  in  verfoeninge  quaemen .  Om  het 
welck  terltondt  van  alle  canten  vertoont  wierdt  eene  algemeene  vreucht 
ende  de  vcribende  met  hunne  acnhuigers  tot  eene  eeuwige  gcdach- 
tcniffe  van  defe  verfoeninge  .drocghen  dacrnaer  heel  witte  banden  of- 
te linten,  op  de  welcke  gedruckt  llondt  het  beeldt  van  Mana ^  ge- 
lyck aen  het  gheus  dat  van  haer  gegeven  was- aen  dien  Godtvruch- 

M  m  3  tighcn 


z/S   DE  GODDELYCKE  VOORSIENICHEYDT 

tighen  man  Daravdii^ . 

h  het  iieckea  dat  de  H.  Mighet  Maria  van  felf  foo  forghvuldigh 
is,  om  de  v\a;iJen  \\\  vriendtfchap  ce  brenghen,  \v;it  en  lul  i'y  uan 
niet  doen,  alsinen  hvieren  byilandt  daer  toe  lal  vrrfoccken  j  v.ant  ly 
anders  niet  en  wenlt,  als  haere  kinderen,  dieriuers  ende  dif  nuerclfen 
vcreenight  te  licn  in  het  herte  van  hacren  ('one  Jefi-i6^  v\  icns  bchae- 
ghen  oock  is,  dacmen  naer  fyn  exempel  ende  om  l'yncn't  v.iile  lync 
vyanden  uytter  herte  ("oude   willen   vergeven . 

lek  iluvte  met  de  woorden  van  den  H.  Chryfofiomiu  ^  den  welcken 
ons   die  beweegelyck   voorÜelt. 

Het  is  redelyck,  ieght  hy,  als  ons  iemandt  ecne  injuric  ofteailTont 
acndoet,  ofte  met  lalteringe  overvalt,  dat  wy  het  fclve  verJuldelyck 
vcrdraeghen  naer  het  exempel  van  den  1'aghmoedighen  balighmaec- 
ker,  die  lbo  1'chandelyck  onteert,  gellaghen,  endedaernaer  foo  wree- 
dclyck  genagclt  is  aen  het  cru)'s,  ende  die  nochtans  de  rafernye  der 
loden  foo  vcrduldighlyck  heeft  ondcriben,  ende  van  hun,  gelyck 
hy  conde,  geene  de  minlle  wraecke  en  heeft  willen  nemen  ,  ende 
noch  foo  goedthertigh  is  geweeft,  dat  hy  niet  alleen  met  vtrdul- 
digheydt  ende  faghmoedigheydt  en  heeft  vcrdrncghen,  ende  niet  ge- 
llraft,  die  hcmcruyllen  ende  lallerden,  maeroock  fynen  hemellchen 
Vader  voor  hun  heeft  gebeden,  dat  hy  fyne  fchichtcnendc  pylcn  van 
wraecke  teghen  hun  niet  en  foude  willen  gebruvcken. 

Het  waere  te  wenfcben ,  dat  alle  de  Chriltencn  hunne  wracck- 
gierige  gepeyfcn  trachteden  af  te  leggen ,  ende  hunne  ooghen  altydt 
llocghen  op  "7^/ï<^  dien  goedertieren  Salighmaccker ,  lic h  oock  voor- 
lleüende  dien  onnoofeien  ende  faghmoedighcn  Jofeph^  die  nxr  foo 
veel  lalleringhcn  ende  vervolgingen  van  fyne  onbermhertige  broeders 
aen  de  felvc  nochtans  oock  voor  de  comfte  Chriiti  alles  heeft  verge- 
ven, ende  daer  hy  nu  oock  in  ftaet  ende  macht  was,  om  de  feive 
naer  verdienden  te  connen  ftrafFen,  hun  evenwel  fyne  goedtjonitig- 
heydt  ende  bermhertigheydt  heeft  getoont,  niet  ongelyck  aen  eencn 
palmboom  ,  den  welcken  hoog  opwaflende ,  nochtans  fyne  foete  vruch- 
ten ofte  dadels  omleegh  laetafhanghen  tot  dicnil  ende  voldoeninge  van 
de  menfchen .  Een  waerachtigh  lïnne-beeldt  van  onfen  goedtjonlH- 
ghcn  Jofeph^  van  den  weJcken  ickoock  magh  leggen: 

^l  is  hy  hongh  verheven , 
Ntet  mm  jae  meer  fal  geven  . 

Wy  hebben  tot  nu  toe  betoont,  dat  alles,  het  welrkc  J  tfeob  ovcr- 
corncn  is,  gcfchiedt  is  door  eene  befondcre  belHeriuge  van  de  foete 
ende  Itercke  Foor/semgheydt  Godts  ,  de  welckc  Jofefh  door  foo  veel 
wondere  ende  moeyelycke  weghen,  door  fucr  en  foet  ten  Icilcn  ge- 

Itelt 


UYTGEBEELDT     IN    JOSEPH.  27P 

ftelt  heeft  in  eere  ende  glorie  tot  groote  verwonderinge  ende  vreught 
van  fynen  ouden  vader  Jacob  ,  ende  tot  blylchap  ende  onverwacht 
gcluck  van  alle  lyne  broeders,  van  de  welcke  hy  volgens  iyne  dvoo- 
men  eens  aenbeden  ende  geert  moelle  worden,  gelyck  het  gefchiedt 
is . 

Met  reden  fal  ick  hier,  om  teeyndighcn  byvoeghen  den  triomph 
van  de  Goddslycke  Foorjiemghejdt  in  de  hiftone  van  'Jofe^h. 

TRIOMPH 

f^an  de   Goddclycke  Voorfienigheydt   atn^acnde  lofeph 
ende  Jyt2t   broeders. 

^^ji^h.  £r  ici^  van  defen  triomph  iet  voorftclle,  fal  ick' voor  het 
l'Y '-^^  '*^'^  heeldehillorie  van  Jofefh  ineen  cortbegryp  vervatten. 
C^^^ü  ^^  nydigc  ende  boofc  broeders  van  JoCeph  op  Godt  ni.t 
^rp^5^  peyfende  hadden  onder  hun  vafl:  geftelt,  hem  liever  het  le- 
ven te  nemen,  als  diëndroomer  dacrnaer  te  moeten  acnbidden,  maer 
dien  Voorfiemghen  Godt  heelt  .altydt  de  overhandt  gehadt.  Als  fy  de 
doodt  van  Jofeph  gefworen  hadden  de  Voorjienigheydt  Godts  verander- 
de de  wreede  doodt  in  eene  foeter  doodt  j  als  wanneer  fy  hem  in  ee- 
ncn  put  door  hongcrs-noodt  wilden  doen  llervcn,  hy  wierdt  oock 
door  de  Goddclycke /^Var/^ewzV/jeyi^rdacruyt  getrocken,  ende  verkocht 
als  een  flaeve  aen  de  voor-6y-gaende  Jfmaeluefche  cooplicden  ,  die 
nacr  Egjpen  rcyldcn,  aldaev  hem  wederom  voorts  vercoopende  aen 
Piitifhar  eenen  Prince  van  den  Coninck  Pharao }  daer  fcheen  hy  wat 
tvdts  eenighfins  w'cl  te  wefcn  ;  maer  fict  daer  wederom  eene  groote 
fwaerigheydt :  de  vrouwe  van  fynen  heer  ende  meciter /'«rr/j^tf/- doet 
hem  den  oorlogh  aen,' ende  befchuldight  hem  valfchelyck  vanover- 
fpel  bv  haeren  man,  den  wekken  hacr  te  licht  geloovende,  hem 
doet  V.  orpen  in  den  kerckcr .  n  -,     r. 

Wie  louüe  gedacht  hebben  roept  hier  den  wyfen  Philo^  dat  Jo-  a„jj..t  „„ra 
feph  op  eenen  dagh  foudc  geworden  hebben  van  eene  ilaeve  eenen  ""*'"'  '^'""  ^ 
crootcn  heer,  van  eenen  eevaneen  armen  opper-Prins  voor  alle  jg  ƒ*'"»'<' ,-^'"";- 
andere,  van  eenen  onder-mecitcr  van  een  kerker  eenen  onder-Co-  rnnctem  <- 
cinck  van  Egyfien  ^  ende  te  woonen  in  een  Conincklyck  paleys  inde  mniun'.,e,ar- 
plactfc  van  den  kerker?  eene  aldergrootvlie  fchande  verandert  te  lien  '"'■'  ■>■'"";'» 
in  eene  alderhooghfxe  eere?  defc  dinghen  f',  n  gefchiedt,  ende  fouden  y^Kj-^R^'-^lm 
noch  m-er  gefchieden,  aller  in  icmandrs  fiele  wefen  foudc  een  vonx-  iahMtarefr» 
ken  van  eene  wacre  deughr ,  ende  voorwacr  de  deught  moeter  we-  "i-.oe.cïu-*- 

_.  _.        n/um  in  Jnn>~ 

Hier 


niujc 


i8o  DE  GODDELYCKE    VOOR-STENIGHEYDT 

tniin  Innerem  Hicf  {Ictmcn  cb.crlvck,  hoc  dat  de  t'onr/ie7iiirhcydt  Godts  in  dcfcfi 
(ornwataiam.  lunjei  of:c  hiftonc  vau  Jo/èph  altydt  tuirdieirgcfpcek  heeft  in  alle 
i.mL'lo~/f»f^  ^y"^-cllertden  ende  perykclen,  hem  op  fyncii  tydt  altydt  te  hulpco- 
fx/)ii!s,  mcdo  mende. 

fidfitiatfi^e-  Men  fiet  famcn  den  triomph  vnn  Godts  l^oorfïemo^hejdt  over  alle 
^'ni'uuT'trc-  ^'^  boofe  liften  cnde  vervolginghen  vanfync  broeders,  de  wclckeals 
Litnti<,iiiam  cen  vicr  al  hu"nnen  groeten  hact  ende  nydt  met  hun  boos  befteeck 
r.eiejj'e  cj} effe.  vemiclt  cnde  in  aflchen  geleydt   heeft  . 

J    •  Defc  Goddelycke  Foorjt^nigheydt  dunckt  my  met  recht  vergeleken 

te  moghen  worden  raft  het  vier,  Ket  wekk  niet  alleen  alles  envcr- 
brant  cnde  verflindt  ,  maer  oock  volgens  fyncn  aert  cnde  nature  altydt 
recht  om  hooghtreckt,  niet  connende  onder  gehouden  worden,  eerll 
alles  doorbrekende  ende  vernieleode,  tot  datmen  het  naer  den  hemel 
als  iyncn  center  ofte  ruft plaets fiet opperwaers  dimmen;  in defer  voe- 
ghen de  ronrjientgheydt  Godts  en  can  door  niet  dat  ter  is  oyt  belet 
worden  in  het  uytwercken  van  het  ghene,  dat  ly  vall  gcltelt  heeft, 
eens  te  volbrenghen . 

Hier  op  Hil  eenighfins  paflen  ecnen  triomph  ftaeck  van  een  bran- 
dende vier  ,  den  welcken  ick  aen  de  triomphercnde  l oorfiemgijejdt 
Godts  hier  op  wille  rechten  met  het  volghcnde  rymdicht. 

ME»  Jïet  naer  menigh  (Irydt ,   en  naer  een  bloedigh  vechten 
Aen  die  het  -veldt  behoudt  veel  TLege-teeckens  rechten , 
Alet  wiepenen  verciert,  uyt  ^svyandts  handt   hehaelt . 
Dtu  naer  een  cloeck  gevecht  men  viert  en  z.e^epraelt , 

Den  vyandt  f  lacht  hier  oj>  te  ftojfen  en  te  roemen , 

Den  ivinnaer  magh  die  nu  Jyn  glory-teeckens  noemen  ; 
V  Trompet  hadt  -wel  te  voor  fyns  hee^en   lof  gelj>ee!t , 
Maer  nu  in  "s  vjandts  macht  een  anders  lof  verheelt. 

En  foo  van  al  de  refi :  de  trommels  de  ttmbaelen 

Nu  dtenftigh  fjn  tot  lof  van  ander  Generaelen ; 
jfae  heel  het  wa^en'werck  foo  confngh  oj>gerecht 
Tot  eer  de  Pr  ineen  dient  om  V  gloriem  gevecht . 

V  //  hier  me  met  genoegh ;   men  rechten  fal  de  Jlacckea 
Tot  glory  van  V  gevecht ,  en  blyde  viere  maecken 

Met  den  ■  becomen  buyt :  die  fiaet  dan  in  den  brandt 
Soo  tot  den  Conwx  lof,  als  d'  eer  van  V  vaderlandt . 

V  V^'as  e  er  ty  dis  de  geii'oont  in  fieden  ende  landen. 

Dat  van  den  vyandi  ^i^amp,  in  "t  irenghde  vier  te  branden^ 
Het  ham  AS ,  fyl  en  boogh  ,  en  fchildt  en  het  kasket , 
Of  ander  V  vyandts  buyt  wierdt  tn  de  vlam  gefet . 

Doch 


UYTGEBEELDT    IN    JOSEPH.  zSi 

Doch  wat  »«  Godt  belanght  Voordenigh  in  fyn  wercken  ^ 
Dit  cnnmen  in  t  gevolgh  van  Jofephs  leven  mereken : 
Dat  Godt  hadt  vafl  gejlelt,  als  V  memandt  hadt  ged.acht  ^ 
En  fchter  otimog'ljck  fcheen ^  ten  lejlen  wierdt  volbracht. 
Siet  Jofeph  Jacobs  foon  die  moeji ,  en  foude  fterven^ 
En  in  fyn  jonghen  tydt  fjn  jeadigh  leven  derven 'j 
Dit  WM  den  hae't  en  njdt  der  broeders  teghen  hem^ 
Sy  ivenflen  naer  fyn  doodt  met  een  gemeene  flem . 

Den  droomer  moeft  van  cant  met  al  fyn  dwaefe  droomen , 
Dies  waeren  fy  beducht  met  fonder  vrees  en  fchroomen  : 
Wel  ho  e  wy  ,  feyden  fy ,  hem  lof  en  eer  e  bien  ? 
Neen  neen^  als  Godt  nu  leeft  .^  ^t  fal  nimmermeer  gefchien , 
Aiaer  echter  '/  wefen  moefi ;  fidt  hem  de  eer  e  geven  ^ 
Eer  ghy  het  %i>eten  fult ,  in  volle  vrees  van  V  leven , 
Oft  in  d*  acnflaende  doodt ^  fult  liggen  voor  hem  neer', 
Ghy  Jofeph   kennen  fult  als  uwen  o^f  er-Heer . 

Dit  WM  V  beflujt  van  Godt  i  of  fy  hem  neder  Jtnckert 
In  V  dtepfle  van  een  mt  ^  niet  om  hem  te  verdrincken , 
Die  droogh  en  jdel  was ,   maer  door  e'en  langher  doodt 
Doen  fierven  in  de  fmert  van  bitter  honghers  noodt . 

Doch  wierdt  daer  uyt  verlofi;  fy  jonnen  hem  het  leven  ^ 
En  aen  heel  vremde  Hen  voor  flaef  hem  pvergeven 
Verr''  naer  Eo-ypten  toe;  daer  wederom  verkocht, 
]fVaer  hy  in  flaverny  van  droefheydt  fierven  mocht . 

Aiaer  "'t  was  al  te  vergeefs ^  Godc  die  den  raedt  der  menfchen 
Af  et  al  hun  boos  befieeckf   en  hun  vervloechte  zi/enfchen 
Ferdraeyen  can  in  \  befl  door  fyn  Voorfienigheydt , 
Heeft  Jofeph   op  fyn  tydt  felf  tot  den  throon  geleydt . 
Hier  is  het  ^uaidt  bedryf  van  Jacobs  boofe  kind'ren; 
En  conden  V  werck  van  Godt  niet  in  het  minfi*  ^verhinderen. 
Het  goddelyck  beflnyt  moeft  hebben  fjnen  ganck. 
Hier  -was  geen  teghenflel ,  geen  menfchelyck  bed-wanck . 
Hier  moet  ick  tot  Godts  lof  lawiere  cranfen  vlechten , 
En  een  verheven  fiaeck  in  vier  en  vlam  gaen  rechten: 
Het  wefen  van  het  vier,  en  er  acht  hier  in  befiaet\ 
Soo  V  alles  eerfl  verflindt ,  daernaer  ten  hemel  gaet . 

Het  eyghen  beeldt  van  Godt  fult  ghy  in  't  vier  'bemercken : 
Dat  hy  eens  heeft  geflelt ,   het  feker  uyt  fal  wercken-y 
Des  broeders  boos  befleeck  %vas  al  voor  niet  gedaen. 
Dat  moefl  door  V  goddelyck  vier  wel  haeji  in  vlam  vergaen. 
O  wond' ren  grooten   Godt,  uytwercker  aller  faecken , 
Jck .  bidd'  tt ,  neemt  in  danck ,  als  %i'y  dses  vieren  maecken  j 

N  n  Voorts 


28z   DE  GODDELYCKE  VOORSIENIGHEYDT 

Voorts  laet  u  wil  gefchien  in  'voorjpoedt  en  in  fyn^ 
En  dat  wy  voer  het  lefi  met  H  eens  faltglo  Jjn . 

^  Chept  dan  moedt,  wie  dat  ghy  fyt  in  al  uwen  teghenfpoedt , 
^^  en  geeft  u  over  met  Jofefh  uen  die  focte  ende  vadcrlycke  Voor- 
^^  Jiemghejdt  Godts }  ilt  dat  ghy  hel  doet,  ghy  fult  geluckii^h  we- 
fen,  ende  al  ift  dat  ly  fomtydts  comt  te  Haepen,  ende  voorugeenc 
Ibrghe  en  fchynt  te  draeghen,  dan  is  fy  aldermeeil  voor  u  bclorghtj 
ende  als  gy  fyt  in  den  uytterilen  anghll  ende  vrcefe,  meenenue,  uat 
fy  verre  van  u  is ,  dan  isly  naerderby  ,  om  u  de  handt  te  geven,  ende  te 
helpen ;  fy  en  lal  u  noyt  verlaeten,  maer  op  fynentydi  beter  ende ge- 
luckiger  byitaen,  gelyck  eene  forgelycke  moeder  haer  lief  knidt . 
Wy  hebben  nu  Jofe^h  in  fyn  palcys  gefien  in  de  plaetle  van  eene  ge- 
vangenifle,  van  i'yne  flavernyf  is  hy  geraeckt  tot  ecnen  Conincklyc- 
ken  llaet,  fyn  boeyen  fyn  verandert  in  goude  halsbanden,  fyn  ge- 
bieck  in  groote  ryckdommen,  ende  fyne  ichande  ende  verworpcnt- 
hcydt  in  eene  aldcrmeelte  eere . 

Een  waerachtigh   voorbeeldt  van   het  hemelfch  geluck  . 

Betrouwt  dan  Chrillene  fiele  met  Jo/èj^h  op  Goüts  y oorjienighejdt^ 

wiltuaen  dien  goeden  ende  y  oorjiemghen  Godt  tcenemael  overgeven 

in  alle  uwe  moeyelyckheydt  enae  teghenfpoedt,  ende  hy  fal  u,  ais 

.  het  faüghfte  is  op  lynen  tydt  byltacn  ende  vertroolten,  ende  udacr- 

naer  brenghen  tot  u  geluck  ende  faligheydt . 


TOT   MEER  DEK  EERB    GODTS  ,   EN    SYN- 
JDLK    Llbf^E  AiOEDhK   AlAklA, 


BLADT- 


BLADT-WYSER 

DEN  TYTEL  VAN  DEN  BOECK. 

DE  GODDELYCKE  V  OOR  SI  ENIG  HE  DT. 

Uytgebeeldt  in  Jofeph  Onder-Coninck  van  Egjpten  ,  verciert 
met  Sinne-beelden  ende  Sede-leeringhen  . 

VOOR-REDEN. 

Van  de  Goddelycke  Voorfienigheydt,  die  alles  befiiert.  pag.  I. 

INLEYDINGE    TOT    DE    HISTORIE. 

Parag.  I.  pX^^^  -^'^  ^^^  ge/lachte  van  Jofeph ,  den  weerdighjlen  ende  tiefflen 
tTf^^^if""^  t/^zw  Jacob.  pag.  7. 

r^',  j  ^d    §•  II'      ^'f*'    de   groote    booshejdt  van  den  haet  ende    njdt 
|iCa!'i  l>  jgil        ^^y^  ^g  afgnnjlige  broeders  teghen  den  onnoofelen  Jofeph. 

pag.   II. 
$.  III.     Van  de  droomen  van  Jofeph,  de  welcke  hj  aen  Jynen  vader  ende  broe- 
ders verhaelt .  pag.   lp. 

EERSTE   DEEL. 

VOOK-KEDEN. 

DE  Goddelycke  Voorfienigheydt  gebruyckt  fomtydts  onbeejuaeme  jae  teghen- 
flrydende  middelen ,  foo  het  fchynt ,  om  de  menfchen  te  brenglöen  tot  hun  ge- 
Luck  ,  geljck   het  blj/cken  fal  in  Jofeph  .  -P^g-   ^f  • 

I.    CAPITTEC. 

Jofeph  wordt  van  fyne  broeders  gefocht  ter  doodt  ,  daerncer  geworpen  in  eene 
Hjtgedrooghde  cifterne  ,  dan  vercocht  aen  de  voor-hjgaende  I/maelttefche  coop- 
lieden  treckende  naer  Egypten  ,  uyt  alle  welcke  perjckelen  hy  door  Godts 
Voorfienigheydt  wierdt  verlofl .  pag.  zp. 

SEDE-LEERINGE. 

Traerom  dat  de  rechtveerdige  ende  godivrtichtige  menfchen  door  menighen  teghen- 
jpoedt  van  Gadt  foo  geoejfent  worde»  ,  gelyck  het  met  den  onnoofelen  Jofeph 
gefchtedt  is.  pag.  40, 

t  II-  CAP. 


Bladt-^tyser. 

II.     CAPITTEL. 

De  afgtivflige  ende  moetwillige  broeders  van  Jofeph  fenden  ae»  hunnen  Vader 
fyn  rock.xken  heet  bebloejt  ,  als  oj  Jofeph  ergens  van  eene  wreede  heefle  ver- 
fctneurt  WM  .  pag.  48.    . 

SEDE-t.EERINGE. 

De  Itefde  van  de  ouders  tot  hunne  kinders  moet  gelyck  fjn ,  oft ,  gelychmen  feght , 
f)  en  moghen  geene  Iteve  ktnders  maecken,  pag.  ff. 

TWEEDE   DEEL. 

Van  de  jleiche  ende  foetigheydt  van  de  Goddelycke  Voorfienigheydt .  pag.öï 

yOOK:KEDEN, 

GOdt  \enniffe  hebbende  van  alles  ^  handelt  met  de  menfchen  wet  flerche  en- 
de  foetigheydt ,  hun  altydt  laetende  volle  vryhejdt  in  het  werck  hunder  falig- 
heydt.  •  pag.  61. 

»  SEDE-LEERINGE. 

Het  is  oeraedtfaem  ,  iae  noodigh^  dat  alle  overften^  ouders  ende  meejïers  hunne 
ktriders  ende  onderfaeten  naer  gelegentheydt  van  tydt  regeeren  ende  beftieren  , 
nu  met  foetigheydt ,  nu  met  ftrafheydt .  pag.  70. 

I.  CAPITTEL. 

^e  Goddelycke  VoorCcnigheydt  hadde  den  or.noofelen  Jofeph  laeten  vercoopen 
als  eene  (lave  ,  eerfl  aen  de  Ifmaeliten  ,  ende  daernaer  aen  Putiphar,  eenen 
Prince  van  den  Coninck  Pharao ;  hei  welck  fcheen  eene  flrafheydt  ende  onberm- 
hertifheydt  te  ivefen  ^.maer  het  en  ivoi  ntet  fonder  reden  :  'met  hem  daernaer 
handelende 'met  foetigheydt .  V^è-  77' 

SEDE-LEERINGE. 

Van  de  onderlinr^e  ende  wedet^ydige  plicht  van  de  dienfl-boden  ,  ende  van  de 
mecflers  ende  mee^erfjen  toi   malckanderen .  pag.   86. 

§.  I.  Van  de  verbinieniffe  van  de  dierifiboden  tot  hunne  meeflers  ende  meefierf- 
f»n.  pag.  86. 

§.  II.  Van  de  vcrbinteniffe  van  de  meeflers  ende  meefïerffen  tot  hunne  ^nechien 
ende  dienfi-maeghden .  pag.  9^. 

II.  CAPITTEL; 

Jofeph  tot  cjuaedt  verfocht  fynde  van  fyne  meefierffe  ,  de  Imf-vrouu-e  van  Puti- 
phar 


Bladt-wyser. 

pliar,  "verfloot  de  felve  ,  Jïch  begevende  op  de  vlucht  ,  fynen  mantel  Inetende  in 
haere  handen  .  pag.    I  o i . 

'^  SEDE-LEERINGE. 

5.   I.     Fan  den  verheven  lof  van  de  denght  van  ftqverhejdt .  pag.    Iir. 

§.   1 1.     yan  de  over  groot  e  hooshejdt  van  de  fonden  van  onkujsheydt  ,    de  -welcke 

men    hefonderlyck  moet  vluchten    naer    het  exempel  van  den  fujverea   Jofeph  . 

pag.    laj. 

III.  CAPITTEL. 

Jofeph  wordt  valfcheljck  befchuldight  van  fjne  meeflerjfe  by  haeren  man  Puti- 
phar,  den  wekken  haer  te  licht  gehavende  ,  den  felven  doet  worven  in  den 
kercker;  alwaer  hj  teenemael  op  Godt  betrouwende  j  ten  lejlen  de  gratie  wint 
van  den  overflen  des  kerckers .  Pag-    l  ?  f. 

S  ED  E-LEERINGB. 

In  de  %1'elcke  getoont  wordt  ,  dat  Godt  fomwylen  de  menfchen  ,  oock  fjne  vrien- 
den alleenlyck  comt  te  helpen  ,  als  fy  fyn  in  den  uytterfien  noodt  ,  vreefe  ende 
benondtheydt .  pag.    1 4Ö. 

IV.  CAPITTEL. 

Jofeph  verclaert  aen  twee  gevanghen  hovelinghen  hunne  droomen  ^  aen  den  eenen 
tot  fyn  ongeltich  van  de  doodt  felve ,  aen  den  anderen  tot  fyn  geluck  met  her- 
fielhnge  tn  fyn  voorigh  ampt  y  den  tvelcken  fynen  geluckighen  uytlegger  Joleph 
twee  jaeren  lanck  by  den  Coninck  ondanckbaerlyck  vergeet.  P^g.    If4. 

SEDE-LEERINGE. 

Van  het  fchandelyck  ende  groot  quaedt  van  ondanckbaerheydt .  pag.    165. 

DERDE   DEEL. 

DE  Goddelycke  Voorfienigbeydt  is  onfetlhaer  ende feker  in  alle  haere  werc 
ken ,  altydt  haer  eynde  betreckende ,  befonderlyck  betoont  in  de  verhejfnae  van 
Jolcph.  pag^iji. 

I^OOK'KEDEN, 
I.    CAPITTEL. 

De  droomen    van  den  Coninck  Pharao    aengaende  de  feven  vette  ,    ende  de  fe- 
^*'«  maghere  koeyen  worden  van  Jofeph  uytgeleydt .  paa.    178. 

SEDE-l,  EERINGE. 

Dat  alle  verganckelycke  dinghen  met  anders, fyn  als  enckele  droomen.    pag.   i8f. 

» 

'     II. 

t    2. 


Bladt-wyser. 

II.     CAPITTEL. 

Jofcph  de  di'nomen  vin  Pharao  uytgeleydt  hchhende  ^  en  de  aen  den  Cotiirch  rnedt 
^i" neven  ^  van  in  heel  E/gypten  veel  graenen  te  coooen^  wordt  van  hem  onder- 
Contnck  gejlelt  van   Eg)  pten  .  pag.    Ipl. 

SEDE-LEERINGE. 

Van  het  frofyt  ,  gelitck  ,  ende  noodtfaeckeljckhejdt  van  goeden  raedt  ,  ofte  goede 
raedts-mannen .  P^S'    ^9^' 

III.  CAPITTEL. 

Veeh  menfchen  in  den  tydt  van  onvruchharrheydt  camen  uyt  honghers-noodt  naer 
Egypten  ,  om  graenen  te  coo^en  ,  ende  onder  andere  comen  daer  oock  uyt  het 
landt  van  Chanaan  de  Broeders  van  Jofeph  .  pag.   107. 

SED  E-LEERING  E. 

De  ellenden  ende  teghenjpoedt  brenghen  de  menfchen  tot  Godt .  pag.-2iz. 

IV.  CAPITTEL. 

De  fonen  van  Jacob  worden  van  Jofeph  firaffelyck  onthaelt  ^  die  allegaeder  ken- 
nende  fonder  gekent  te  worden  ;  de  welcke  hy  daernaer ,  van  cooren  ende  t er- 
we  %vel  voorjien  fynde ,  naer  Chanaan  fendt ,  om  hunnen  jonghflen  broeder  ^tn^' 
\imin  te gaen  haelen  f  Sïmeon  daer-en-tuffchen  houdende  in  den  kercker.    pag.  zil. 

SEDE-LEERINGE. 

Fan  de  onrufle  ende  moeylyckheydt  van  eene  quaede  confcientie .  pag.  22p. 

V.    CAPITTEL. 

De  fonen  van  Jacob  u^t  Chanaan  met  hunnen  jonghflen  broeder  Benjamin  we- 
dsr-gekeert  fynde  in  Egypten  ,  worden  van  Jofeph  vriendelyck  ontfanghen  ;  Si- 
meon  ifO)  dt  los  gelaeten ,  ende  allegaeder  aen  de  tafel  van  hem  wel  onthaelt.  pag-   241 . 

SEDE-LEERINGE. 

Van  dé  Voorfienigheydt  Godts  handelende  dickwils  met  de  menfchen  nu  met 
voorjpocdt ,  nu  met  teghenjpoedt ,  hunnen  geluckighen  ofte  ongeluckigen  flaet  ge- 
duerelyck  veranderende  .  pag.  248. 

VI.    CAPITTEL. 

De  Broeders  van  Jofeph  nu  al  op  den  we^h  fynde  y  om  naer  hunnen  vader  te 
keeren  ,  ^^'arden  va/i  den  hof-meefler  van  Jofeph  vervolght  ende  achterhaelt  , 
ende  gevonden  hebbende  in  den  fack  van  Benjamin  den  Jïlveren  cop  ofte  be- 
ker ^  dter  fofeph  fynen  meefier  placht  uyt  te  drincken^  worden  als  dieven  naer 
de  Jiadt  te  ruAs  geleydt  5  ■u'^r  over  Jofeph  met  eene  geveynfde  JfrafLeydt 
hun  overgaet  ;  maer  de  felve  met  Benjamin  ter  aerdt  Jiende  lighen  wordt  tot 

traenen 


Bladt-vyser. 

traenen  èe-u  eeght ,  eyndel^ck  hekennende  te  wefen  hunnen  hroeder  JoCc^h :  die  hun 
alles  vergeeft.  '  pag.   Zf/ 

SEDE-LEERINGE. 
Datmen  om  veele  redenen^  ertde  om  het  exempel  -van  Jofeph  alle  injftfie  ofte  on- 
pelyck  aen  fyne  vyanden  moet  vergeven  .  pag.  2.6f. 

TRIOMPH. 

Fan  de  Goddelycke  Voorfienigheydt  aengaende  Jofeph 

tnde  fyne  Broeders .  pag.  l^p. 


MEt  Goetkeuringe  van  den    feer  Eerw.  Heer 
P.  V.  Halmale,  Archidiaken  en  boeck- 
Kcurder  toe  Antwerpen. 

Met  Oorlof  van  den   Eerw.  P.  Joannes  Bapt. 
A  R  E  N  D  T  s  ,  Provinciael  der  Societeyt  J  e  s  u  in  de 
Duyts-nederlandiche  Provincie. 

Met  Privilegie  en  Gratie  van  fyne  Conincklyke  Ma- 
jeflcyn  gcnadelyck  verleent  aen  l<^Atm  Levens  Boeck- 
vcrcooper  tot  Antwerpen. 


% 


L. 


!^  - 


,OL..^^/vW^^-  T^^^ 


ƒ   :    /.^^XX^ 


M 


i;  ♦". 


-% 


:t'r 


1  \L 


'X..  ■ 


'Hfi 


l^ 


■■vy\;^^